We zijn vier weken naar Alaska en Yukon geweest. Een onvergetelijke reis. Mijn reisdagboek staat hier Volg me op mijn reis ‘Alaska-Yukon‘ via https://www.polarsteps.com/ErnaWinters/8015995-alaska-yukon?s=29a311ff-9f7f-4bca-824a-352ae802fd69
Roots natuurpad, etappe 26, 27, 28
8, 9 en 10 april 2023
Het voorjaar hangt in de lucht. Vogels hebben ’t hoogste lied, er klinkt een waar symfonieorkest aan vogelgeluiden. Territoriumdrift kan heel mooi klinken.
We beginnen in Niftrik, waar we onze auto parkeren bij Hoogeerd. Volgens goed gebruik, als de gelegenheid zich voordoet starten we met koffie en appelgebak. De meidoorns bloeien, de tere witte bloemetjes zijn verraderlijk lieflijk, de takken hebben scherpe doorns. De lammetjes in de wei zijn gewoon lief, niks aan verborgen malaise hier. Er bloeien zelfs al pinksterbloemen en dotterbloemen. Zacht lila en knalgeel. Fraai.
We steken de Maas over naar Ravenstein. Het is een leuk oud vestingstadje, jammer genoeg hebben we geen tijd om hier lang rond te hangen. We noteren het in ons achterhoofd voor als we een keer willen kamperen. Vervolgens lopen we de Maashorst op. Het is nog wat droog en dor, her en der ontspruit er wat voorzichtig groen. Er wiekt een buizerd over en een leeuwerik heeft het hoogste lied boven ons in de lucht. Al hebben de bomen nog niet allemaal hun tere voorjaarsblad, door de kwinkelerende vogels hebben we toch een voorjaarsgevoel.
We verblijven in Hotel Brasserie Verhoeven in Uden. Een drie sterren hotel, dus basic. De kamers zijn oké, wel weinig daglicht en wat typisch van vorm. Bijzonder is het dat we eerst moeten afrekenen voordat we de sleutel van de kamer krijgen. Daarentegen is het ontbijt inbegrepen bij de prijs. Dat is bij duurdere hotels vaak niet het geval. We vinden het jammer dat we onze consumpties en diner ook gelijk moeten afrekenen, het kan niet op de kamer worden gezet. Blijkbaar een afzonderlijke administratie of zoiets.
Dag twee lopen we opnieuw over de Maashorst In dit stuk zitten taurossen, wisenten en exmoor-pony’s. De wisenten grazen in een afgesloten gebied, wat niet toegankelijk is voor wandelaars. We wandelen half door bos, half over heide. Het is een mooi gebied, heel afwisselend. Meerdere keren spotten we buizerds die boven ons hoofd cirkelen. Ook zwartkop laat zich eerst horen met zijn fraaie zang en zien we even later ook in een boompje zitten.
Volgens de kaart en de beschrijving wandelen we naar Veghel over een oude spoorlijn , de zogenaamde Duitse lijn. Wij vermoeden dat het heel saai lopen zal zijn. Gelukkig blijkt het verrassend leuk om over de spoordijk te lopen. Er staan herinneringsborden met lokale verhalen langs de route en toelichting op waar de spoorlijn voor diende.
De laatste dag van onze driedaagse beginnen we over het industriegebied van Veghel. Dat is helaas erg saai, ingeklemd tussen de verkeersaders A50 en de N-weg naar het bedrijventerrein Veghel langs het kanaal valt er weinig te genieten qua natuurbeleving. Al moet je het soms in het kleine zoeken en vinden, een torenvalkje dat boven de berm van de A50 bidt en een roodborsttapuit in de singel langs de sloot.
De route voert ons vervolgens door het Wijboschbroek dat voor Schijndel ligt. Een verrassend mooi onbekend stuk. In het broekbos staat ons ineens een reebok aan te staren. De grote donkere ogen boven zijn zwarte snoet, een flits en dan zien we alleen de witte spiegel van zijn achterwerk tussen de bomen verdwijnen. Het is een afwisselend bos, als zijn er ook verschillende blokken met monocultuur, ik vraag me af of dit dan productiebos is? Er zijn ook stukken waar de monocultuur is losgelaten, daar is de begroeiing meer divers en omgevallen bomen laten ze liggen. We worstelen ons door en over een paadje dat helemaal overgroeid is met bramen, waarschijnlijk is er een routewijziging geweest die wij niet hebben opgezocht van te voren. 
Verderop loopt het pad door een veld van bloeiende bosanemonen en speenkruid. Het ligt als een wit kleed op de bosbodem. Het pad is drassig en modderig, broekbossen zijn nat dus heel verrassend is het niet. Het pad wordt aan de sporen te zien ook door crossmotoren gebruikt. Dat doet het pad geen goed, er zijn diepe sporen getrokken in de bodem waarin het water blijft staan. Er liggen soms boomstammen en dikke takken op het pad, waarschijnlijk om motorcrossers tegen te gaan. Het pad is hier echt niet voor bedoeld. Ik snap crossen sowieso niet laat staan door een natuurgebied. Maar de gemotoriseerde ‘natuurliefhebber’ laat zich moeilijk weerhouden dat blijkt wel.
We sluiten onze driedaagse af met een borrel in Schijndel. Een goede afsluiting van 3 heerlijke dagen. We hebben weer een mooi stukje Nederland ontdekt en ook het ontstellend lelijke centrum van Uden (waar het op de terrassen wel gezellig was ;-)).
Niets is wat het lijkt, soms krijg je meer dan je verwacht, einde Rootspad, etappe 31 en 32, 10 en 11 juni 23
Oisterwijk, Biest-Houtakker-Goirle. Naar goed gebruik starten we met koffie met appelgebak. Het appelgebak bij het bezoekerscentrum Oisterwijkse bossen blijkt een soort kruising tussen appelkoek en appelpie te zijn.. best aardig maar zeker geen appeltaart. Het gaat warm worden dit weekend, boven de 30 graden. Gelukkig lopen we veel door bos anders was het ondanks de korte etappes pittig lopen geweest. Langs het Galgeven schijnt de zon ongenadig heet op ons neer. We lopen er in de volle zon, geen spatje schaduw. In het ven drijven maar een paar vogels op t water. Waarschijnlijk vinden zij t ook te heet. Een kuifeend, nijlgans en een dodaar dobberen eenzaam op de plas. Aan de andere kant van het ven die wel in de schaduw ligt is geen bankje te bekennen. Dus akkeren we door.

We besluiten te gaan lunchen bij de La Trappe abdij. Dat is een stukje van de route af maar volgens googlemaps en mijn gps-kaart moeten we makkelijk door kunnen steken. Helaas blijkt het rechtstreekse pad niet toegankelijk, prikkeldraad en een bordje Privé bezit. Lief heeft de omheining al in de handen en duwt prikkeldraad omlaag. Wij vinden dat niet zo’n goed idee en weten de anarchist is ons gezelschap er van te overtuigen dat we beter om kunnen lopen en het ‘rechte’ pad moeten bewandelen. We moeten een aardig stuk om, alles voor ’t abdijbiertje. We kunnen gelukkig een plek in de schaduw bemachtigen en bestellen een bierproeverijtje en een pokébowl. Die pokébowl is eigenlijk geen pokébowl, want geen sushirijst en niet geserveerd in een kom. De wrap die G. besteld heeft is ook niet gewrapt, het is een open tortilla… het bier is gelukkig wel gewoon bier.
Ons een na laatste etappe eindigt met een stuk lopen langs het Wilhelminakanaal, aan de overkant liggen de Beekse Bergen. We krijgen een soort dejavu… staand aan de Zambezi… hutjes aan de overkant van het water, muziek en gelach. Krokodillen en nijlpaarden in de rivier. ’s Nachts worden de spullen die we buiten hebben laten staan gestolen, waarschijnlijk door de vrolijkerds aan de overkant. Hier zien we safarichalets, horen muziek en gelach… visserroeibootjes en spelevaarbootjes op t water… wat zich onder water bevindt weten we niet (geen krokodil of nijlpaard gezien) en stoelen, tafels theepot en handdoeken hebben we niet bij ons. Met al onze bezittingen nog bij ons bereiken we de auto.
We verblijven in Hotel Landgoed Huize Bergen in Vught. Gastvrijheid zoals je ’t wilt. De kok staat buiten te praten met zijn staf als we aan komen lopen en maakt gelijk wat vrolijke opmerkingen over onze aankomst. Binnen is het personeel heel aardig, het is best een ‘chique’ gelegenheid maar zonder koude kak. Onze wandelkloffies en bezwete aanblik wordt voor kennis waargenomen, er wordt ons een heerlijk verblijf en prettig douche in het vooruitzicht gesteld. We krijgen zelfs een gratis drankje als excuus dat in de gang van onze kamers het plafond open ligt. Daar zouden we ons echt niet aan gestoord hebben, de kamer zelf is keurig op orde en heerlijk koel door een fluisterstille airconditioning. We nemen een 5 gangen verrassing menu. Dat blijkt een goede keuze. Het smaakt allemaal heerlijk en er is speciale aandacht aan de groenten besteedt. De kok komt het ons steeds vertellen hoe de verrassende smaken tot stand zijn gekomen. De volgende ochtend sluiten we ons verblijf af met een prima ontbijt. Echt een aanrader dit hotel dat op een prachtig landgoed ligt.
Onze laatste etappe gaat van Biest-Houtakker naar natuurpoort Roovertsche Ley in Goirle. Het is weer heet, het is al 28 graden als we beginnen. Gelukkig geen lange etappe, krap 12 km. En opnieuw lopen we veel door bossen. Onderweg passeren we een korenveld waarin heel veel tuinbonen staan. We vragen ons af of er hier vorig jaar slecht geoogst is en dat er dit jaar dan opgekomen is wat er vorig jaar gemorst is. G. zegt dat het gemend veevoeder is. I kdenk dat hij een grapje maakt, maar het blijkt daadwerkelijk zo te zijn. De tuinbonen zijn veldbonen en die worden inderdaad gebruikt voor veevoer. Dus deze boer heeft het gecombineerd ingezaaid en kan het als kant en klaar veevoer straks oogsten. Weer wat geleerd. In het natuurgebied de Roovertsche Ley zien we een overstekende reegeit, ze blijft even aarzelen op ’t pad en dan met twee sprongen is ze weg de bosschages in. Sierlijk hoe zo’n dier zich beweegt. We sluiten af met een lunch bij het restaurant De Roovertsche Ley, dan de auto ophalen van G. en J. Dan volgt het afscheid, voor tijdelijk van onze vrienden, voor nu van dit pad. Weer een pad afgerond. Op naar Alaska en daarna ons volgende pad.
De duinen boven Hollum, 14 maart 2023
Na een onrustige nacht qua weer en qua slapen staan we laat op. Ik ben wat koortsig maar niet zodanig dat we niet naar buiten kunnen. We fietsen naar de westkant van het eiland om een rondwandeling door de Hollumer duinen te maken. De wind is iéts gezakt ten opzichte van gisteren, toch zijn we blij met onze elektrische fietsen. Het zou anders nog pittig trappen zijn.
We lopen de wandeling tegen de richting in, eerst naar het strand. Hier loopt het Bornrif tegen Ameland aan, waardoor er een bijzonder jong duinlandschap aan de kust ligt. Lage duinen met daarop helmgras, rij op rij en hoe verder landinwaarts hoe hoger de duinen worden. Landinwaarts is de vegetatie een mengsel van zout- en zoutminnende planten. Nu kunnen we het verschil nog niet zien, er bloeit en groeit nog niets behalve wat wilgen met katjes. Boven op een duin zien we dat in het Zwin meeuwen en bergeenden rust zoeken. Aan de vloedlijn strijkt een grote groep steltlopers neer, we kunnen door de afstand niet zien welke vogels het zijn. Een fraai gezicht is het wel, de wolk van vogels die boven de golven heen en weer draait en dan neerdaalt op het strand.
In de vogelkijkhut is het koud ook al zitten we min of meer beschut. Op het water zitten helaas weinig vogels, wat grauwe ganzen, kuifeenden, meerkoeten en aalscholvers. We steken door naar het fietspad en het heidegebied erachter. In de verte zien we donkere gestalten, het lijken bijna bizons… nou dan wel blatende bizons het zijn donkere heideschapen om de vergraste heide te begrazen.
Met de fiets rijden we weer langs de waddenkust terug. Deze keer opnieuw grote groepen scholeksters op de basaltblokken, we zien ook tureluurs. De weemoedige roep van wulpen klinkt over het wad. We zien bergeenden en weer dat ene paar eidereenden. Een stel steenlopers verstopt zich tussen de scholeksters en we spotten een zwarte zee-eend. Zelfs mijn favoriete strandvogel is te zien, er dribbelen een paar drieteenstrandlopers langs de vloedlijn.
We zien een kayakker op zee. Brrr. Dat lijkt ons een koude aangelegenheid. Wij hebben de wind in de rug, ‘op fietse’ wie doet ons wat. Onderweg blijkt het schroefje weg van het spatbord van de fiets van lief. Slordig dat dit zo snel gebeurt bij een nieuwe fiets. Lief gaat langs bij een fietsenmaker, die heeft geen schroefje, wel een tie wrap om de boel bij elkaar te houden. Wel zo prettig. We zijn vervolgens nog geen kwartier binnen in ons appartement of de voorspelde winterse buien vallen in de vorm van hagel en natte sneeuw. Goede timing.
Luxemburg april 2023
Voor mijn werk mag ik naar een congres in Luxemburg, dat is een mooie gelegenheid om een paar dagen mijn verblijf te verlengen en lief over te laten komen. Lief reist mij met onze camper na, we slaan ons kamp op bij camping Kockelscheuer. Deze ligt net buiten Luxemburg stad. Er is wel wat lawaai van de snelweg en het vliegveld, maar niet zo aanwezig dat we er ’s nachts niet van kunnen slapen. De eerste middag dat we met z’n tweeën zijn brengen we al lummelend door op de camping. Lief is moe van de autoreis, ik van een aantal dagen congres en veel in het Engels converseren. Daarnaast is het ons eerste kampeerweekend van het jaar, het is ook weer gewend en ingereguleerd raken na half jaar niet kamperen.
De volgende dag willen we met de fiets naar de stad. Er zijn wegwerkzaamheden waardoor we via een omleiding naar het centrum moeten. Luxemburg is best een fietsvriendelijk land maar toch in de stad is het een gedoe. Wel of niet op de stoep, wel of niet fietsbanen. Het is niet overal duidelijk. We zetten onze fietsen bij het station en gaan door de stad lopen. We verkennen de boven en beneden stad. Het is lieflijk langs de Alzette, één van de riviertjes die door de benedenstad lopen. Daar heb je niet het idee dat je door een Europese hoofdstad loopt. We lunchen bij Ennert Steiler, de oudste kroeg van de stad. We fietsen aan het eind van de middag terug naar de camping om te koken en de dag af te sluiten.

We worden altijd blij als je op de camping verse broodjes kunt krijgen, dat is het geval op deze camping. Een lekker ontbijtje dus. Daarna gaan we deze keer met de bus naar de stad voor de markt. De bus stopt ongeveer voor de camping en we vonden het fietsen de stad in niet zo relaxed. De bus gaat elke twintig minuten en is ook nog eens gratis. Goed geregeld hier in Luxemburg! De markt is niet heel erg groot. Er wordt alleen voedsel verkocht en wat planten. We gaan op zoek naar Provençaalse kruiden, die hebben we vorig jaar meegenomen in grootverpakking uit Marseille, maar ze zijn op. Hopelijk kunnen we hier een nieuwe voorraad scoren. Ja natuurlijk zijn ze ook te koop in Nederland, wij vinden het leuk om zoiets mee te nemen als souvenir uit het buitenland. Het valt ons op dat de groenten en het fruit behoorlijk prijzig zijn. € 9,90 voor een mango, €10,- voor een bakje verse aardbeien. Dat is niet voor Jan met de pet te betalen.
In een pop-up store zie ik een leuke blouse en colbert, ook leuk om als aandenken mee te nemen. Tevreden over onze aanschaffen, ook de kruiden zijn gelukt aanvaarden we de busreis terug naar de camping. Dan hebben we de middag nog voor ons liggen. We willen een fietstocht maken richting Esch-sur-Alzette via Bettembourg. Het blijkt nog een behoorlijke zoektocht naar een fietspad dat niet ook een doorgaande weg is. Er is wel een soort bewegwijzering maar wij snappen het niet. Waar het fietspad precies loopt en dus hoe de route gaat is soms zoektocht. Er lijkt een fietsnetwerk te zijn maar niet overal staan borden en richtingaanwijzers geven alleen dorpjes binnen een straal van ca. 10 km aan. Dan moet je weten door welke dorpjes je moet om bij je bestemming te komen. Aangezien onze topografische kennis van Luxemburgse dorpjes nihil is fietsen we maar een beetje op ons gevoel.
Al peddelend verplaatsen we ons door een fraai glooiend landschap. De heuvels zijn een eitje met onze elektrische fietsen. In Bettembourg blijkt weinig te doen. Er is een kasteel waar veel partytenten staan maar is het feest voorbij of moet het nog beginnen? We komen er niet uit, het is in ieder geval niet gaande. Er valt af en toe wat regen, maar niet genoeg om de regenbroek aan te trekken. We fietsen door naar Fennange, een gehucht met een lief klein oud kerkje. Dan over verschillende landweggetjes naar Esch-sur-Alzette. Het lukt ons niet om daar via de bewegwijzering op de fietsborden te komen, dus we nemen gedeeltelijk de gewone weg. Het valt ons op dat bij het oversteken auto’s best vaak stoppen voor ons. Heel sympathiek, dat maken we in Nederland echt wel anders mee. Zou het een verkeersregel zijn of zijn Luxemburgers gewoon beleefder dan wij ;-)?
In Esch-zur-Alzette houden we pauze en drinken we een biertje. Terwijl we ons biertje nuttigen krijgen we een naar en verdrietig bericht dat man R. van nicht M. zeer plotseling is overleden. We zijn er stil van en realiseren ons dat het leven kwetsbaar is. Het is net of het meer binnen komt nu wij hier met elkaar genieten van een weekendje weg in plaats van in de waan van de dag ter verkeren. Het stil staan met elkaar, genieten van het simpel weg bij elkaar zijn… dan komt zo’n bericht van een plotseling overlijden harder binnen. De kleine miezer buiten is inmiddels omgeslagen naar een pittige bui, we nemen nog een biertje op R. en wachten tot de regen iets wegtrekt.
We fietsen terug via Leudelange, gedeeltelijk weer via landweggetjes en ook over doorgaande wegen zonder fietspad. Googlemaps geeft niet aan wat de fietspaden zijn en wat niet. Vlakbij de camping besluiten we af te wijken van de route naar Kockelscheuer. Dat is een gelukkige greep, we blijken precies voor de camping uit te komen.
Op zondag vertrekken we uit Luxemburg naar Brussel. Op maandag moet ik daar nog een handeling bij de bank verrichten voor het bestuur van PL2030, waar ik penningmeester van ben. We staan op de camping in Grimbergen, een beetje een typische plek. Opnieuw onder de aanvliegroute van het vliegveld en niet heel ver weg van de ringweg Brussel. Er is lentemarkt in het centrum van Grimbergen. Daar lopen we naar toe. Het centrum heeft een grote kathedraal, fraaie gotiek. De druiligere regen maakt de lentemarkt een wat sneue happening. Mensen kluiten samen onder afdakjes en partytenten, de stalletjes met koopwaar zien er wat treurig uit als er alleen af en toe wat mensen voorbij scharrelen. Het weer werkt niet mee op deze lentedag. Dit stuk van Brussel is nog Vlaamstalig al komen we ook Franssprekende dames tegen. Op weg naar de camping klaart het weer iets op, er breekt een waterig zonnetje door. We doen nog een drankje op de camping voor het eten. Morgen via collega I. en de bank naar huis.
Oostpunt Ameland, 17 maart 2023
Wanneer heb je een eiland echt gezien? We zijn op de westpunt geweest, kriskras over het eiland gefietst en verschillende wandeltochten gemaakt. Toch hebben we niet het idee dat we het eiland volledig verkend hebben. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken, ook op plekken waar je eerder was. Vandaag herhalen we een stuk van een eerdere route en plakken er een nieuw stuk aan vast. We gaan naar de uiterste oostpunt van Ameland. Over een eindeloze zandvlakte, een heel breed strand lopen we langs de Noordzeekust richting het eind van het eiland. Links van ons een tweetal boortorens, jammer toch dat onze overheid dit goed vindt. Ja, het levert ons geld op, maar hoeveel schade brengen we zo toe aan de natuur? Lessen die we maar moeizaam leren met elkaar.
We zijn inmiddels al een paar dagen op dit Waddeneiland en we vinden het wel hoog tijd om een zeehond te zien. Dat laat zich niet dwingen, dat snappen wij ook wel. Dus groot is onze vreugde als we in het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog ineens een donker koppie tussen de golven zien. Nieuwsgierig kijkt de zeehond om zich heen, duikt onder en komt even later weer omhoog. Zo speelt hij een tijdje verstoppertje met ons, elke keer is het zoeken waar hij zich zal laten zien. We draaien om en nuttigen onze meegebrachte lunch in de lage duinen, de eerste aanzet voor nieuwe duinen van het wandelende eiland. In de luwte van de richels blijken sneeuwgorzen te zitten. We zien een stuk of drie paartjes. Mooie vogeltjes, voor ons de eerste keer dat we ze in Nederland zien. Eerder zagen we ze in IJsland. Op de terugweg zien we een dode zeehond liggen halverwege het strand. Het lukt een relatief jong dier en nog niet lang dood. De ogen zijn verdwenen, de rest van het dier is nog intact. Het fluwelen lijf half ondergestoven door het zand, alsof het dier bijna opgegeten wordt door het strand en zo weer terug wordt getrokken naar de zee. Vergankelijkheid in beeld.

We besluiten onze tocht met een biertje bij het Koikershuis, het laatste, meest oosterlijk gelegen restaurant van Ameland.
Hagendoornvallei en Môchdijk, 16 maart 2023
Tussen de regenbuien door gaan we wandelen net ten westen van Nes. Rond een oude dijk, die er overigens uit ziet als een duinenrij. Het is een ruig gebied met een grote plas in het midden. Veel watervogels zoals grauwe ganzen, slobeenden, knobbelzwanen en wilde eenden. In het struweel veel kbv’tjes, of te wel kleine bruine vogeltjes. Ik vind het lastig vogels op geluid te herkennen, sommigen ken ik wel maar heel veel niet. Wij vermoeden in aantal gevallen leeuwerik omdat het vogeltje al zingend boven ons uitstijgt en dan fladderend als een badmintonshute naar beneden komt. Volgens obsidentify is het vogeltje dat ik fotografeer een roodkeelpieper. Die zijn heel zeldzaam, een echte dwaalgeest. Lijkt me stug dat die het is. Ik denk dus dat het een graspieper is of een duinpieper. Ik bedenk te laat dat ik het geluid had kunnen opnemen en kunnen laten identificeren via Birdnet. Geweldige app waarmee je vogelgeluid kunt opnemen en het kunt laten analyseren. Weet je in ieder geval wat je hoort en soms ook ziet 😉
Onder het wandelen is het droog geworden en er schijnt zowaar een waterig zonnetje. We fietsen naar Ballum waar we een Nobeltje willen proeven bij hoe verrassend restaurant Nobel. Een lekker likeurtje met een licht bittertje er in. Na het bittertje lopen we door het dorp. Een mooi oud hart rond een soort van brink. De kerktoren staat los van het kerkgebouw, dat hebben we vaker gezien hier op het eiland en verder in Friesland. Via de waddendijk fietsen we weer terug naar Buren. Onderweg zien we een grote groep wulpen in een weiland. Een mooi gezicht al die steltlopers die met hun snavels in het gras peuren naar wormen. Op de basaltblokken langs de dijk vallen de scholeksters bijna niet op als ze ineengedoken met hun felrode snavel in de veren, ogen dicht en poten kort onder zich zitten. Daarvan zien we nu weer heel grote groepen, pas als je dichtbij bent zijn de meest wantrouwende types die dan opvliegen. De rest wacht het af of we geen bedreiging zijn en blijven lekker zitten. Op de plek waar we eerder al twee keer een setje eidereenden zagen zijn ze vandaag niet te bekennen. Jammer.
Rondje Ameland met Hollum, 15 maart 2023
Opnieuw doen we een rondje eiland. Eerst oostwaarts naar het Oerd. Door de polder zuidwaarts naar de waddenkust, vanwaar we oostwaarts draaien. In de polder zitten enorm grote groepen rot-, grauwe en brandganzen en ook een grote groep grutto’s. Het is grappig dat ganzen bijna altijd weg waggelen, ze kiezen eerst voor een ganzenpas rustig verderop gaan staan. Vertrouwen ze het echt niet dan kiezen ze alsnog de vleugels. Dat is dan als het om zo’n grote groep gaat een magnifiek gezicht en geluid. Het gegak en ‘gerot’ (het geluid van de rotganzen) boven je hoofd en het geluid van al die vleugels…. overweldigend, zeker als ze ook nog eens over je heen vliegen. De grutto’s die we zien zijn een stuk schrikachtiger dan de ganzen. Die vliegen helaas gelijk op zodra we aan komen fietsen. Ook dat is een fraai gezicht, al mochten ze best blijven zitten van ons.

Bij het Oerd kijken we even hoever ze zijn met vervangen van hekken bij het uitzichtsduin De Blinkert. De werkzaamheden vorderen gestaag. Er zijn gaten geboord voor nieuwe palen en de oude verrotte zijn inmiddels afgevoerd. Terwijl we op het duin staan spotten we opnieuw een bruine kiekendief. Het is hier een ideale biotoop voor ze, ruig gebied met bosjes en riet waarover ze perfect kunnen zweven op zoek naar een prooi.
Van hieruit fietsen we door de duinen richting Hollum. Er staat nog steeds redelijk wat wind. Onderweg stoppen we om onze meegebrachte koffie en een broodje te nuttigen. Met een heerlijk zonnetje en met de wind in de rug is het best te doen, we hebben niet veel nodig om te genieten. Een wat langere pauze nemen we bij Herberg De Zwaan in Hollum. Het is een oude herberg, al sinds 1775 bestaat deze uitspanning. Dat is ook te zien binnen, waar ze oude elementen in de inrichting intact hebben gelaten. Oude tegeltjes, oude open haard, in de achterkamer twee biljarttafels. In de gelagkamer zelfs een doorkijkje naar een graf, wanbetalers wordt er gegrapt. De herberg ademt de sfeer van een dorpshart uit, een plek waar iedereen even een bakkie komt doen, een feest komt vieren of een begrafenis. Als de muren konden praten zouden we vast prachtige verhalen te vertellen zijn. Het is in ieder geval ook een fijne plek om even uit te rusten.
We verkennen de rest van het dorp te voet, kopen een boek in verband met de boekenweek. Het is een mooi geconserveerd dorp, het heeft duidelijk goede tijden gehad in 18de en 19de eeuw getuige de jaartallen op de gevels en de grote van de huizen. Gelukkig zijn veel huizen actief bewoond in plaats van als vakantiehuizen in gebruik. Dat is de dood in de pot voor de leefbaarheid van een kern. Hollum is één openbare basisschool rijk. Geen bijzonder onderwijs, wel drie kerken. Religie heeft hier blijkbaar onvoldoende invloed of geld om een eigen school op te zetten.
Dan fietsen we weer langs waddendijk naar Nes en Buren. Heerlijk om langs al die groepen trek- en wadvogels te fietsen. Het geluid van een grote groep opstijgende rotganzen. Ze zitten massaal op de dijk, hobbelen eerst hogerop, vertrouwen het dan toch niet en stijgen dan op boven ons hoofd. Alsof er een deken van geluid over ons heen gaat. De slobeenden laten zich niet verschalken voor een foto, veel schrikachtiger dan gewone eenden. Ze dobberen op het water als je voorbij komt, zodra je stil staat en naar de camera grijpt stijgen ze op. Heel flauw. Op een zandbank grote groepen steltlopers, vooral scholeksters en tureluurs met ook kleine pleviertjes of drieteenstrandlopers. Het is te ver om te zien welke het precies zijn, als strandvlooien zitten de pleviertjes tussen de grotere vogels. Eén eenzame kanoet spotten we iets dichterbij tussen de scholeksters en tureluurs.
Inmiddels hebben we met al die wind de batterij bijna leeg, dus kiezen we vanaf Nes de weg naar ons tijdelijk huis via doorgaande weg.
Het Oerd en Nieuwlandsreid, 13 maart 2023
We hebben het maar gedeeltelijk getroffen met het weer. Vandaag staat er weer een storm: windkracht 7 tot 8 met uitschieters naar 9. Het is wat je noemt onstuimig weer. Nu houden wij wel van dit type weer, al prefereren we dan met de auto naar het strand te rijden in plaats van met de fiets.
Onze bestemming vandaag ligt op de oostpunt. We willen een wandeling door het Oerd maken. Dat kan nog net, vanaf 16 maart mag je het gebied niet meer in in verband met de broedende vogels. We beginnen bij de Blinkert. Bij het uitkijkduin is de houten omheining omgewaaid in het stormgeweld van de nacht. Aangezien er al nieuwe materialen liggen lijkt het dat de gemeente al wist dat houtwerk verrot was. Niks te vroeg dus de vervanging van de reling. We lopen eerst langs de waddenkust, door het Nieuwlandsreid. Daar bivakkeren grote groepen ganzen, zodra we te dichtbij komen stijgen ze op nadat ze eerst al waggelend hebben geprobeerd voldoende afstand tussen hen en ons aan te brengen. Als dat naar hun idee niet lukt kiezen ze het luchtruim. Het is een magnifiek gezicht om ze tegen de wind in te zien opstijgen, soms zwenken ze met de wind mee en dan zijn ze in een oogwenk weg.
De route voert ons daarna met een doorsteek naar de Noordzeekust. Hier woedt een zandstorm, we worden gegeseld door het zand. Met onze capuchons op, gelukkig wind mee, lopen we gejaagd door de wind richting de punt van het eiland. Het strand is voor ons alleen. Het zand klinkt als regen op je hoofd. We voelen ons poolreizigers, het geluid lijkt wel op striemende ijsregen op onze capuchons. Het zand wolkt om de duinen en kleine zandhozen kolken op het strand. We zijn blij als we ter hoogte van het boorplatform landinwaarts kunnen.
Het wandelpad loop langs de rand van het Oerd, een ruigte van gras en riet waarin het voor vogels goed toeven is. We nemen een kleine pauze op een bankje en kijken met plezier om ons heen. Links van ons de duintoppen, voor ons het wuivende gras en riet met af en toe een grauwe gans, rechts de witte schuimkoppen op de Waddenzee. Bij de Blinkert terug aangekomen wordt inmiddels gewerkt aan de vervanging van de omheining. We fietsen met een stevige tegenwind terug naar ons appartement.

rondje Ameland 12 maart 2023
Lief wil vandaag het eiland rond fietsen. We starten in westelijke richting, waarbij het ons lukt om Nes van wel drie kanten in en uit te rijden alvorens daadwerkelijk de route naar het westen via de noordkant te vinden. Hoe je in een kleine plaats nog zou verdwalen 😉. Er staat een pittig windje, we zijn blij met ons elektrische fietsen. Hadden we hier met onze stadsdiensten gereden dan was het behoorlijk stoempen geweest. We fietsen door de duinen richting de vuurtoren. Onderweg komen we met enige regelmaat mountainbikers tegen die ons pad kruizen, blijkbaar is er een route uitgezet.
Bij de vuurtoren besluiten we onze regenbroeken uit te trekken, de miezer die vanochtend viel is opgehouden en de zon breekt zowaar af en toe door. Toch was de regenbroek geen overbodige luxe, we zitten inmiddels onder de modder- en kalkspetters van opspattend water. Op de uiterste westpunt van het eiland vinden we het tijd voor lunch. Bij de beachclub The sunset strijken we neer. Het restaurant staat op hoge palen, niet zonder reden. Hier speelt de wind en het water een stevige rol, er is sprake van strand- en duinafslag. Er gaapt een kleine afgrond vlak naast het restaurant. Er staan dranghekken en de toegang tot het strand is afgezet met rode linten. Toch lopen er mensen op het strand, onverschillig voor eventueel gevaar. Na de lunch fietsen we verder richting Hollum, waarna we zuidwaarts keren naar de waddenkust.
Het valt ons op hoeveel scholeksters er zich verzameld hebben langs de dijk. We weten dat het niet goed met deze vogelsoort gaat, maar hier krijg je niet die indruk. Hele groepen zitten op de basaltblokken bij elkaar. Een mooi gezicht, dat zwart-witte met het rood van hun ogen, poten en snavel. Tussen de bonte pieten zit af en toe ook een verdwaalde meeuw. Vlak voordat we bij Nes zijn zien we een paartje eidereenden. Mooi hoor! Die zag ik niet eerder.
Na Nes besluiten we onderlangs de dijk ook de oostpunt van het eiland rond te fietsen. Op het pad liggen heel vaak oesterschelpen. We vragen ons af of dit door meeuwen is gedaan of door scholeksters. De laatste heten in het Engels tenslotte oystercatchers. In ieder geval wordt het fietspad ten oosten van Nes gebruikt als een soort aambeeld om de oesters op kapot te laten vallen of slaan getuige de grote aantallen kapotte schelpen.
We komen uit bij een hek, waarachter een modderig schelpenpad verder gaat. We bevinden ons op de rand van het Nieuwlandsreid. Het ziet er best begaanbaar uit, we besluiten door te fietsen om ergens de bocht naar het noorden te kunnen maken naar de stuifdijk. Het Nieuwlandsreid is een kwelder, dat merken we als we verder het gebied in zijn gefietst. Het pad wordt allengs modderiger en lastiger begaanbaar. Een stevige test voor ons fietsen. We besluiten het gebied niet helemaal te ronden maar noordwaarts door te steken waar we fietsers zien die waarschijnlijk over het reguliere pad gaan. Het is zoeken naar een begaanbaar pad dat ons naar het verharde pad zal leiden. We moeten een kreekje over en lief haalt een ‘kletspoot’ door met zijn voet iets te diep in de modder te zakken. Maar het lukt ons dan toch om het verharde fietspad te bereiken om daarna door te fietsen naar de Blinkert, het hoogste duin van Ameland.
Daar is het tijd voor een kopje thee. Naast het duin zwenkt een bruine kiekendief omhoog. Wat een prachtige vogel. Als we weer westwaarts fietsen zweeft er een paartje kiekendieven voor ons uit boven het duin. Je vraagt je af hoe ze het doen. Schijnbaar moeiteloos zweven ze voor uit, tegen de wind in, terwijl wij op onze fietsen mét trapondersteuning onze best moeten doen om vooruit te komen. Met een bocht fietsen we daarna Buren weer in en zijn we ‘thuis’.