Joep en ik vinden het leuk om ver en dichtbij op pad te zijn, daar blog ik (Erna) over, over onze ervaringen, wat ons is opgevallen, de positieve en negatieve dingen. Die ervaringen verluchtig ik met foto's van onze eigen hand.
Wanneer heb je een eiland echt gezien? We zijn op de westpunt geweest, kriskras over het eiland gefietst en verschillende wandeltochten gemaakt. Toch hebben we niet het idee dat we het eiland volledig verkend hebben. Er valt altijd iets nieuws te ontdekken, ook op plekken waar je eerder was. Vandaag herhalen we een stuk van een eerdere route en plakken er een nieuw stuk aan vast. We gaan naar de uiterste oostpunt van Ameland. Over een eindeloze zandvlakte, een heel breed strand lopen we langs de Noordzeekust richting het eind van het eiland. Links van ons een tweetal boortorens, jammer toch dat onze overheid dit goed vindt. Ja, het levert ons geld op, maar hoeveel schade brengen we zo toe aan de natuur? Lessen die we maar moeizaam leren met elkaar.
We zijn inmiddels al een paar dagen op dit Waddeneiland en we vinden het wel hoog tijd om een zeehond te zien. Dat laat zich niet dwingen, dat snappen wij ook wel. Dus groot is onze vreugde als we in het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog ineens een donker koppie tussen de golven zien. Nieuwsgierig kijkt de zeehond om zich heen, duikt onder en komt even later weer omhoog. Zo speelt hij een tijdje verstoppertje met ons, elke keer is het zoeken waar hij zich zal laten zien. We draaien om en nuttigen onze meegebrachte lunch in de lage duinen, de eerste aanzet voor nieuwe duinen van het wandelende eiland. In de luwte van de richels blijken sneeuwgorzen te zitten. We zien een stuk of drie paartjes. Mooie vogeltjes, voor ons de eerste keer dat we ze in Nederland zien. Eerder zagen we ze in IJsland. Op de terugweg zien we een dode zeehond liggen halverwege het strand. Het lukt een relatief jong dier en nog niet lang dood. De ogen zijn verdwenen, de rest van het dier is nog intact. Het fluwelen lijf half ondergestoven door het zand, alsof het dier bijna opgegeten wordt door het strand en zo weer terug wordt getrokken naar de zee. Vergankelijkheid in beeld.
We besluiten onze tocht met een biertje bij het Koikershuis, het laatste, meest oosterlijk gelegen restaurant van Ameland.
Tussen de regenbuien door gaan we wandelen net ten westen van Nes. Rond een oude dijk, die er overigens uit ziet als een duinenrij. Het is een ruig gebied met een grote plas in het midden. Veel watervogels zoals grauwe ganzen, slobeenden, knobbelzwanen en wilde eenden. In het struweel veel kbv’tjes, of te wel kleine bruine vogeltjes. Ik vind het lastig vogels op geluid te herkennen, sommigen ken ik wel maar heel veel niet. Wij vermoeden in aantal gevallen leeuwerik omdat het vogeltje al zingend boven ons uitstijgt en dan fladderend als een badmintonshute naar beneden komt. Volgens obsidentify is het vogeltje dat ik fotografeer een roodkeelpieper. Die zijn heel zeldzaam, een echte dwaalgeest. Lijkt me stug dat die het is. Ik denk dus dat het een graspieper is of een duinpieper. Ik bedenk te laat dat ik het geluid had kunnen opnemen en kunnen laten identificeren via Birdnet. Geweldige app waarmee je vogelgeluid kunt opnemen en het kunt laten analyseren. Weet je in ieder geval wat je hoort en soms ook ziet 😉
Onder het wandelen is het droog geworden en er schijnt zowaar een waterig zonnetje. We fietsen naar Ballum waar we een Nobeltje willen proeven bij hoe verrassend restaurant Nobel. Een lekker likeurtje met een licht bittertje er in. Na het bittertje lopen we door het dorp. Een mooi oud hart rond een soort van brink. De kerktoren staat los van het kerkgebouw, dat hebben we vaker gezien hier op het eiland en verder in Friesland. Via de waddendijk fietsen we weer terug naar Buren. Onderweg zien we een grote groep wulpen in een weiland. Een mooi gezicht al die steltlopers die met hun snavels in het gras peuren naar wormen. Op de basaltblokken langs de dijk vallen de scholeksters bijna niet op als ze ineengedoken met hun felrode snavel in de veren, ogen dicht en poten kort onder zich zitten. Daarvan zien we nu weer heel grote groepen, pas als je dichtbij bent zijn de meest wantrouwende types die dan opvliegen. De rest wacht het af of we geen bedreiging zijn en blijven lekker zitten. Op de plek waar we eerder al twee keer een setje eidereenden zagen zijn ze vandaag niet te bekennen. Jammer.
Opnieuw doen we een rondje eiland. Eerst oostwaarts naar het Oerd. Door de polder zuidwaarts naar de waddenkust, vanwaar we oostwaarts draaien. In de polder zitten enorm grote groepen rot-, grauwe en brandganzen en ook een grote groep grutto’s. Het is grappig dat ganzen bijna altijd weg waggelen, ze kiezen eerst voor een ganzenpas rustig verderop gaan staan. Vertrouwen ze het echt niet dan kiezen ze alsnog de vleugels. Dat is dan als het om zo’n grote groep gaat een magnifiek gezicht en geluid. Het gegak en ‘gerot’ (het geluid van de rotganzen) boven je hoofd en het geluid van al die vleugels…. overweldigend, zeker als ze ook nog eens over je heen vliegen. De grutto’s die we zien zijn een stuk schrikachtiger dan de ganzen. Die vliegen helaas gelijk op zodra we aan komen fietsen. Ook dat is een fraai gezicht, al mochten ze best blijven zitten van ons.
Bij het Oerd kijken we even hoever ze zijn met vervangen van hekken bij het uitzichtsduin De Blinkert. De werkzaamheden vorderen gestaag. Er zijn gaten geboord voor nieuwe palen en de oude verrotte zijn inmiddels afgevoerd. Terwijl we op het duin staan spotten we opnieuw een bruine kiekendief. Het is hier een ideale biotoop voor ze, ruig gebied met bosjes en riet waarover ze perfect kunnen zweven op zoek naar een prooi.
Van hieruit fietsen we door de duinen richting Hollum. Er staat nog steeds redelijk wat wind. Onderweg stoppen we om onze meegebrachte koffie en een broodje te nuttigen. Met een heerlijk zonnetje en met de wind in de rug is het best te doen, we hebben niet veel nodig om te genieten. Een wat langere pauze nemen we bij Herberg De Zwaan in Hollum. Het is een oude herberg, al sinds 1775 bestaat deze uitspanning. Dat is ook te zien binnen, waar ze oude elementen in de inrichting intact hebben gelaten. Oude tegeltjes, oude open haard, in de achterkamer twee biljarttafels. In de gelagkamer zelfs een doorkijkje naar een graf, wanbetalers wordt er gegrapt. De herberg ademt de sfeer van een dorpshart uit, een plek waar iedereen even een bakkie komt doen, een feest komt vieren of een begrafenis. Als de muren konden praten zouden we vast prachtige verhalen te vertellen zijn. Het is in ieder geval ook een fijne plek om even uit te rusten.
We verkennen de rest van het dorp te voet, kopen een boek in verband met de boekenweek. Het is een mooi geconserveerd dorp, het heeft duidelijk goede tijden gehad in 18de en 19de eeuw getuige de jaartallen op de gevels en de grote van de huizen. Gelukkig zijn veel huizen actief bewoond in plaats van als vakantiehuizen in gebruik. Dat is de dood in de pot voor de leefbaarheid van een kern. Hollum is één openbare basisschool rijk. Geen bijzonder onderwijs, wel drie kerken. Religie heeft hier blijkbaar onvoldoende invloed of geld om een eigen school op te zetten.
Dan fietsen we weer langs waddendijk naar Nes en Buren. Heerlijk om langs al die groepen trek- en wadvogels te fietsen. Het geluid van een grote groep opstijgende rotganzen. Ze zitten massaal op de dijk, hobbelen eerst hogerop, vertrouwen het dan toch niet en stijgen dan op boven ons hoofd. Alsof er een deken van geluid over ons heen gaat. De slobeenden laten zich niet verschalken voor een foto, veel schrikachtiger dan gewone eenden. Ze dobberen op het water als je voorbij komt, zodra je stil staat en naar de camera grijpt stijgen ze op. Heel flauw. Op een zandbank grote groepen steltlopers, vooral scholeksters en tureluurs met ook kleine pleviertjes of drieteenstrandlopers. Het is te ver om te zien welke het precies zijn, als strandvlooien zitten de pleviertjes tussen de grotere vogels. Eén eenzame kanoet spotten we iets dichterbij tussen de scholeksters en tureluurs.
Inmiddels hebben we met al die wind de batterij bijna leeg, dus kiezen we vanaf Nes de weg naar ons tijdelijk huis via doorgaande weg.
We hebben het maar gedeeltelijk getroffen met het weer. Vandaag staat er weer een storm: windkracht 7 tot 8 met uitschieters naar 9. Het is wat je noemt onstuimig weer. Nu houden wij wel van dit type weer, al prefereren we dan met de auto naar het strand te rijden in plaats van met de fiets.
Onze bestemming vandaag ligt op de oostpunt. We willen een wandeling door het Oerd maken. Dat kan nog net, vanaf 16 maart mag je het gebied niet meer in in verband met de broedende vogels. We beginnen bij de Blinkert. Bij het uitkijkduin is de houten omheining omgewaaid in het stormgeweld van de nacht. Aangezien er al nieuwe materialen liggen lijkt het dat de gemeente al wist dat houtwerk verrot was. Niks te vroeg dus de vervanging van de reling. We lopen eerst langs de waddenkust, door het Nieuwlandsreid. Daar bivakkeren grote groepen ganzen, zodra we te dichtbij komen stijgen ze op nadat ze eerst al waggelend hebben geprobeerd voldoende afstand tussen hen en ons aan te brengen. Als dat naar hun idee niet lukt kiezen ze het luchtruim. Het is een magnifiek gezicht om ze tegen de wind in te zien opstijgen, soms zwenken ze met de wind mee en dan zijn ze in een oogwenk weg.
De route voert ons daarna met een doorsteek naar de Noordzeekust. Hier woedt een zandstorm, we worden gegeseld door het zand. Met onze capuchons op, gelukkig wind mee, lopen we gejaagd door de wind richting de punt van het eiland. Het strand is voor ons alleen. Het zand klinkt als regen op je hoofd. We voelen ons poolreizigers, het geluid lijkt wel op striemende ijsregen op onze capuchons. Het zand wolkt om de duinen en kleine zandhozen kolken op het strand. We zijn blij als we ter hoogte van het boorplatform landinwaarts kunnen.
Het wandelpad loop langs de rand van het Oerd, een ruigte van gras en riet waarin het voor vogels goed toeven is. We nemen een kleine pauze op een bankje en kijken met plezier om ons heen. Links van ons de duintoppen, voor ons het wuivende gras en riet met af en toe een grauwe gans, rechts de witte schuimkoppen op de Waddenzee. Bij de Blinkert terug aangekomen wordt inmiddels gewerkt aan de vervanging van de omheining. We fietsen met een stevige tegenwind terug naar ons appartement.
Lief wil vandaag het eiland rond fietsen. We starten in westelijke richting, waarbij het ons lukt om Nes van wel drie kanten in en uit te rijden alvorens daadwerkelijk de route naar het westen via de noordkant te vinden. Hoe je in een kleine plaats nog zou verdwalen 😉. Er staat een pittig windje, we zijn blij met ons elektrische fietsen. Hadden we hier met onze stadsdiensten gereden dan was het behoorlijk stoempen geweest. We fietsen door de duinen richting de vuurtoren. Onderweg komen we met enige regelmaat mountainbikers tegen die ons pad kruizen, blijkbaar is er een route uitgezet.
Bij de vuurtoren besluiten we onze regenbroeken uit te trekken, de miezer die vanochtend viel is opgehouden en de zon breekt zowaar af en toe door. Toch was de regenbroek geen overbodige luxe, we zitten inmiddels onder de modder- en kalkspetters van opspattend water. Op de uiterste westpunt van het eiland vinden we het tijd voor lunch. Bij de beachclub The sunset strijken we neer. Het restaurant staat op hoge palen, niet zonder reden. Hier speelt de wind en het water een stevige rol, er is sprake van strand- en duinafslag. Er gaapt een kleine afgrond vlak naast het restaurant. Er staan dranghekken en de toegang tot het strand is afgezet met rode linten. Toch lopen er mensen op het strand, onverschillig voor eventueel gevaar. Na de lunch fietsen we verder richting Hollum, waarna we zuidwaarts keren naar de waddenkust.
Het valt ons op hoeveel scholeksters er zich verzameld hebben langs de dijk. We weten dat het niet goed met deze vogelsoort gaat, maar hier krijg je niet die indruk. Hele groepen zitten op de basaltblokken bij elkaar. Een mooi gezicht, dat zwart-witte met het rood van hun ogen, poten en snavel. Tussen de bonte pieten zit af en toe ook een verdwaalde meeuw. Vlak voordat we bij Nes zijn zien we een paartje eidereenden. Mooi hoor! Die zag ik niet eerder.
Na Nes besluiten we onderlangs de dijk ook de oostpunt van het eiland rond te fietsen. Op het pad liggen heel vaak oesterschelpen. We vragen ons af of dit door meeuwen is gedaan of door scholeksters. De laatste heten in het Engels tenslotte oystercatchers. In ieder geval wordt het fietspad ten oosten van Nes gebruikt als een soort aambeeld om de oesters op kapot te laten vallen of slaan getuige de grote aantallen kapotte schelpen.
We komen uit bij een hek, waarachter een modderig schelpenpad verder gaat. We bevinden ons op de rand van het Nieuwlandsreid. Het ziet er best begaanbaar uit, we besluiten door te fietsen om ergens de bocht naar het noorden te kunnen maken naar de stuifdijk. Het Nieuwlandsreid is een kwelder, dat merken we als we verder het gebied in zijn gefietst. Het pad wordt allengs modderiger en lastiger begaanbaar. Een stevige test voor ons fietsen. We besluiten het gebied niet helemaal te ronden maar noordwaarts door te steken waar we fietsers zien die waarschijnlijk over het reguliere pad gaan. Het is zoeken naar een begaanbaar pad dat ons naar het verharde pad zal leiden. We moeten een kreekje over en lief haalt een ‘kletspoot’ door met zijn voet iets te diep in de modder te zakken. Maar het lukt ons dan toch om het verharde fietspad te bereiken om daarna door te fietsen naar de Blinkert, het hoogste duin van Ameland.
Daar is het tijd voor een kopje thee. Naast het duin zwenkt een bruine kiekendief omhoog. Wat een prachtige vogel. Als we weer westwaarts fietsen zweeft er een paartje kiekendieven voor ons uit boven het duin. Je vraagt je af hoe ze het doen. Schijnbaar moeiteloos zweven ze voor uit, tegen de wind in, terwijl wij op onze fietsen mét trapondersteuning onze best moeten doen om vooruit te komen. Met een bocht fietsen we daarna Buren weer in en zijn we ‘thuis’.
In ons voornemen om alle Waddeneilanden te bezoeken zijn we in de volgorde van de TVTAS inmiddels bij Ameland aanbeland. Voor mij is het lang, lang geleden dat ik hier tot twee keer toe naar toe wadgelopen ben. Toen bestond mijn bezoek uit door het slik en water te ploeteren, naar een wierschuur te lopen, daar droge kleren aan trekken en de bus naar de veerboot te nemen. Een zeer uitgebreide blik heb ik destijds niet op het eiland geworpen. Lief was hier ook ook één keer eerder, lang geleden. Samen waren we hier nog niet.
We starten mooi op tijd met ongeveer een uur speling op de vertrektijd van de veerboot. Dat blijkt niet onverstandig, bij aankomst in Holwerd staan we eerst bij de verkeerde poort, namelijk die waar je ook met de boot het eiland op kunt. Dat willen wij helemaal niet, we laten de auto in Holwerd staan. Dus keren en naar de betreffende parkeerplaats. Daar krijgen we de vraag hoelang we blijven, op ons antwoord een week wordt ons verzocht op het bovendek te gaan staan in verband met verwacht hoog water. Die afslag naar het bovendek zie ik over het hoofd waardoor ik aan het eind weer moet keren, de man van het parkeerterrein enigszins hoofdschuddend een ketting losmaakt en een pilon opzij zet zodat ik alsnog naar boven kan rijden. Daar moeten we onze fietsen van de drager afhalen, de bagage opladen, de accu’s in de fiets doen. Al met al best een tijdrovend klusje. En omdat onze fietsendrager behoorlijk uitsteekt wil lief die er af halen en in de camper zetten. Zo zijn we wel een kwartier kwijt en we zijn blij dat we op tijd vertrokken zijn. Eenmaal bij de boot bedenken we dat we onze fietshelmen nog in de bus hebben laten liggen. Lief fietst terug om die alsnog mee te nemen. Zo… laat dan nu de boot maar komen.
Er staat een koude wind, een plek op het panoramadek slaan we over. We gaan beneden zitten, een lekker kopje snert gaat er wel in. Na een klein uur komen we aan op Ameland. Vandaar is het ongeveer 10 minuten fietsen naar ons appartementje ‘ De Pea’debloem’ in Buren. Onze gastvrouw laat ons ‘huis’ voor deze week zien, het ziet er allemaal goed uit. We laden onze spullen uit en fietsen dan terug naar Nes om wat boodschappen voor het avondeten te doen. Die brengen we terug naar het appartement en bedenken dat we onze eerst dag natuurlijk strand moeten zien. Dus, met nog een kleine omweg via opnieuw de supermarkt, want uien vergeten, naar de noordkant gefietst. Daar wacht het strand op ons, dat op sommige stukken bezaaid ligt met scheermessen. Allemaal leeg, waarschijnlijk hebben verschillende vogels hier al een feestmaal gehad. Er zit in ieder geval een grote groep meeuwen met de kop in de veren op het strand. Je zou ze van herkauwen van dat feestmaal kunnen verdenken. Dan wordt het tijd om terug te gaan naar ons appartement, eten maken en naar bed. De eerste dag zit er wel op.
Zeeuws-Vlaanderen is voor ons een onbekend stukje Nederland. Fijn dat onze vrienden A. en M. voor ons jaarlijkse gezamenlijke weekend weg precies daar een tiny house voor 4 hebben gevonden. Na een lange rit bereiken we Phillippine, het ligt zo’n beetje tegen de Belgische grens aan. Het tiny house is ook echt klein, wel heel knus. Er is plek voor 4 goedwillende volwassenen, twee tweepersoons bedden boven elkaar. Een eettafel met vier stoelen, een klein keukentje en een douche en toilet complementeren de uitrusting. Het water komt uit een put gevuld met regenwater. Voor het maken van koffie en thee moeten we water in de kas halen van het huis van de verhuurder dat verderop staat. Ruimte om binnen te loungen met z’n vieren is er niet echt. Dus we zijn blij dat het mooi weer is, we genieten buiten van een prachtige nazomeravond.
De volgende dag gaan we fietsen richting Breskens. Fijn dat er fietsknooppunten zijn om ons een beetje op weg te helpen en te kunnen berekenen hoe groot de afstand is die we gaan afleggen. Maar zoals vaak blijken onze plannen in de praktijk iets te ambitieus. We beginnen met door wat kleine dorpjes te fietsen met namen waar ik nog nooit van gehoord heb. Naast Phillipine, waar ik ook niet eerder van hoorde Biervliet, IJzendijke, Waterlandkerkje, Schoondijke… allemaal nieuwe namen voor mij. Onze route leidt ons langs de Westerschelde. In het slik scharrelen kleine zilverreigers en we spotten meerdere keren een wulp. Op de achtergrond tuffen grote vrachtschepen voorbij richting Terneuzen of nog verder naar Antwerpen. Natuur en het menselijk bedrijf in één plaatje.
We lunchen in Breskens. Onze route terug blijkt te ver voor M., zoals gezegd zijn we vaak te ambitieus met onze plannen 😉 Dus fietsen we langs min of meer doorgaande wegen terug naar ons kleine huisje. Onderweg spotten we nog wel een stel lepelaars op een akker waarop het graan al geoogst is. Ik dacht altijd dat lepelaars echte vis- en schaaldiereters waren maar blijkbaar pikken ze ook graag een graantje mee…. letterlijk. ’s avonds eten we mosselen bij Restaurant De Zwaan. Je kunt ook wel iets anders eten in Philippine, maar ze staan bekend om hun mosselen. Hele Belgische/Vlaamse families komen in het weekend Philippine overnemen. Er staan dank ook heel wat auto’s met Belgische nummerborden geparkeerd in het dorp dat in het centrum vooral uit mosselrestaurants bestaat. Ik moet zeggen, de mosselen waren uitzonderlijk lekker. We roemen de serveerster voor de kwaliteit van de Zeeuwse mosselen en dat we nog niet vaak in Zeeland zijn geweest. We worden bestraffend toegesproken…..foei.. of we ons wel even willen realiseren dat we in Zeeuws-Vlaanderen zijn en dat het heel anders is dan Zeeland. Waarvan akte. Als blijkt dat lief en ik uit Alkmaar komen maken we al weer iets goeds, haar zoon blijkt groot fan van AZ te zijn… wat dan wel weer bijzonder is voor een Zeeuwse Vlaming.
De volgende ochtend hangt er een stevige mist waar de zon voorzichtig door heen probeert te prikken. Ik loop met mijn camera over het terrein om foto’s te maken van de mist op spinnenwebben. In de vijver op het terrein zie ik een waterkonijn, of te wel een muskusrat peddelen. Even later zie ik ook nog een jong uit het hol kruipen dat zich in de rand van de vijver bevindt. Daar zal het hoogheemraadschap vast niet blij mee zijn. Door de droogte van de afgelopen weken is er bijna geen dauw. Toch schiet ik een mooie plaatjes met zon die door mist heen prikt. Dan is het alweer tijd om op te ruimen. De eigenaresse heeft ons gemeld dat we appels en peren mogen plukken in de boomgaard omdat ze veel te veel hebben. De eigenaar moet vreselijk lachen om die Hollanders die alles doen om iets gratis te bemachtigen… tot aan springen op een trampoline om hogere appels en peren te plukken. Wij vinden het niet erg, met ieder zo’n 3-5 kilo appels en stoofperen rijker vertrekken we om nog een wandeling te maken in de buurt.
We wandelen naar Braakman en het nieuw geplante bos. Opnieuw is het warm tot heet. De zon brandt op onze hoofden en er is niet zoveel schaduw. Gelukkig hebben we deze keer wijzer besloten en hebben we niet een heel lange wandeling bedacht. De afvoerkanalen die het land doorkruizen staan grotendeels droog, het water van het grote kanaal moeten we vermijden in verband met verminderde waterkwaliteit. Een eventueel verfrissende duik zit er dus niet in. Na de wandeling gaan we ieder onze weg, M. en A. naar Amsterdam, wij met een tussenstop bij vrienden in Middelburg terug naar Alkmaar.
Lief is uitgenodigd voor een feestje van een vriendin die 70 wordt. Ze geeft haar feest in op het landgoed Hodenpijl bij Schipluiden. Wij nemen de gelegenheid te baat om er dan een heel weekend van te maken en te kamperen. Ons oog is gevallen op camping t Zonneveld, aangesloten bij SVR. Schipluiden ligt in Midden-Delfland… een groen hart ingeklemd tussen Rotterdam, Delft, Schiedam. De camping is een kleine camping. Ze hebben max. 8 plaatsen, vorig jaar hadden ze er nog 12 maar vond eigenaar toch teveel. Hij vertelt ons dat het beheren van de camping een hobby is, hij heeft genoeg inkomen uit een vaste baan. De camping ligt midden in de polder. Het is een beetje kaal, hoewel er wel wat struiken en bomen staan is er niet veel beschutting. En de camping ligt aan een druk weggetje, waar je lastig kunt oversteken naar een veiliger fietspad aan de overkant van de vaart. De eigenaar van de camping heeft er zelf een met de hand te bedienen pontje neergelegd, dat is wel heel sympathiek. Fietsen langs de weg is geen pretje. ’s Nachts hoor je overigens niets van het verkeer, het is blijkbaar een soort sluiproute voor woon-werkverkeer en voor recreatief verkeer van motoren. Later op de avond valt de verkeersdrukte weg en is het een stil plekje.
De dag na aankomst gaan we wandelen bij buitenplaats De Tempel bij Rotterdam. Omdat we niet de voortent willen afbreken pakken we de fiets naar het beginpunt. Dat blijkt iets verder fietsen dan gedacht met een pittig windje door oud Hollands polderlandschap en nieuw aangelegde natuurgebieden en recreatie terreinen. De Tempel is gedeeltelijk vergane glorie. Het hoofdgebouw wordt (weer) bewoond en ziet er goed uit. Het koetshuis is in verval maar wordt opgeknapt. Het is een idyllische plek in de Engelse landschapstuinstijl. We lopen eerst een rondje over het terrein en dan vervolgen we over een struinpad door een weiland. De zwaluwen scheren over ’t veld, Canadese ganzen met jongen bekijken ons met argwaan en gaan de sloot in als we hen te dichtbij komen. Een meerkoetpaar met twee jongen zit al in die sloot en als wij het bruggetje oversteken duiken de jongen in paniek onder…. ze komen niet meer boven. Wanhopig roepende ouders.. waar zijn hun jongen gebleven? Wij staan nog een tijdje te kijken, de sloot lijkt ons niet groot genoeg voor een grote roofvis, wat is er in hemelsnaam met die jonge meerkoeten gebeurd?
De tocht vervolgt over Hofwijck, begraafplaats en crematorium. Het is er vredig. Dan door de velden richting het Zweth. Daar blijkt dat we onze route moeten wijzigen in verband met het broedseizoen. Dat is jammer, nu moeten we een stuk over verhard pad en fietspad om een doorsteek naar de route te maken in plaats van door het weiland. Tussen Delft en Schiedam door lopend geraken we in oud-Overschie. Het is een fraai onbekend stuk Nederland. Echt verrassend leuk stukje. Af en toe schampt de wandeling aan bedrijventerreinen. Als we onze blik op het water links of rechts houden biedt dat soelaas voor het gevoel van natuurbeleving. Als we het rondje af hebben gemaakt fietsen we terug.
De volgende dag fietsen we ’s ochtends naar De Lier. Daar is een nieuw stuk natuur aangelegd. Een gruttoplas in Kraaiennest. En niet alleen de grutto zien we, ook een paar kluten met jongen en een paar bergeenden. ’s middags hebben we het feest in Op Hodenpijl.
Als we ’s avonds terug komen op de camping worden we aangesproken door een campinggast, of hij even in onze camper mag kijken. Hij blijkt bij dezelfde camperbouwer een inbouwpakket te hebben gekocht en hij wil weten hoe bepaalde zaken bij ons werken. Er zijn sinds wij onze camper hebben gekocht toch weer wat veranderingen doorgevoerd door de heren van Camperfixx, maar hij moest wel veel zelf uitzoeken en veel bellen met de bouwer. Wel grappig dat de man onze camper zag staan, herkende dat het van dezelfde bouwer was en gelijk wilde praten over onze ervaringen.
De laatste dag gaan we wandelen door polder waarbij we vertrekken van de camping. Het is echt een prachtig gebied. De oude polders met het water hoog in de boezem, het land ernaast laag gelegen. Met dreigende luchten erboven waaruit ook een bui valt… heel Hollands allemaal. Halverwege loopt de route aan andere kant water verder waarbij we een familie gans verstoren. Iedereen het water in met de koppen hoog en verontwaardigd opgeheven. We voelen ons een beetje indringers in hun domein. Volgens de knooppuntenkaart zouden er twee pontjes moeten zijn, maar we kunnen ze niet vinden. Op de aanlegplekken staat geen informatie, we denken dat ze niet varen, te vroeg in het seizoen? Volgens het bord zouden ze wel moeten varen… nou ja dan lopen we maar gewoon aan deze kant van het water verder richting Schipluiden.
We besluiten onze broodjes op te eten voordat we Schipluiden weer in het vizier hebben. Een tureluur achter ons, voor ons een rietzanger. En dan boven het riet aan de overkant wiekt een bruine kiekendief. Wat een magnifieke vogel is dat. Bovenop de jonge bergeenden en een visdiefje dat we eerder al zagen hebben we onze ‘vogelbuit’ wel binnen vandaag.
We gaan een dagje fietsen, rondje Vlieland. Na t ontbijt fietsen we eerst langs de VVV, kijken of we een gidsje met wandelingen kunnen halen. De VVV heeft een soort toeristisch pakketje met een informatiegidsje, een kaart en een fietstocht. We fietsen nog even naar de fietsenmaker om te vragen of mijn fiets al klaar is, maar dat is toch iets te optimistisch.
We fietsen eerst rond de oostpunt en kijken daar over het duin naar Terschelling. Het is wat grauw vandaag maar we zien het eiland en de vuurtoren De Brandaris toch liggen. Een verre einder zonder iets is prachtig, de blik op een plek waar je eerder was ook. Dat roept herinneringen op.
De Vliehorsexpress is hier blijkbaar langs geweest. We zien een bijzonder bandenspoor, op het zand staan twee korte gedichten gedrukt door de afdruk van de banden. “Ik laad mijn hart vol Waddenzee, een beetje stiekem zonder vragen, ik neem een beetje Vlieland mee zoveel als ik kan dragen.” En “ wat de diepste indruk maak, werd door water aangeraakt, door geen mens gestoord, neemt de zee het laatste woord.” Heel poëtisch en grappig.
Dan gaat onze fietstocht verder. Het waait best pittig, zo’n windkracht 5 en we hebben op dit stuk van de route de wind pal tegen. Pittig trappen dus, stoempen. We zeggen tegen elkaar dat we er patent op lijken te hebben: stevige tegenwind als we op de Waddeneilanden zijn. Maar liever op de heenweg dan op de terugweg als je je tank al wat leeg hebt. Dus we trappen dapper door.
Op Vlieland hebben ze net als op Terschelling cranberries, we hebben ons voorgenomen om één van deze dagen te kijken of we wat bessen kunnen plukken. Lief spot een duinvallei waarin hij cranberrystruikjes vermoedt. We stappen van onze fietsen en lopen de vallei in. Het is dat lief weet hoe de struikjes er zien… “op IJslands struikniveau zoeken” zegt hij. Dat wil zeggen dat het woord struik wel heel ruim opgevat moet worden. Diep door de knieën zien we vlak boven de grond verscholen tussen de begroeiing de rode bessen zitten. We plukken een bodempje van een plastic zak bij elkaar. Morgen of overmorgen wellicht nog iets meer. Ga ik thuis lekker jam of compote van maken.
Bij Dam 20 stoppen we om een broodje te eten, omdat het zo hard waait blijven we aan de binnenkant van het duin van de strandopgang zitten. Als we over de rand van het duin kijken zien we een groot schip recht op de kust aan varen. Het draait wel bij maar het lijkt alsof het schip zich in de kust wil boren. Wat dit nu precies is, is ons niet duidelijk. Het is een transportschip, maar wat het vervoert en of het daar met een bedoeling is… we wachten het niet af…we fietsen door richting Het Posthuys.
Vlak voor Posthuys zie ik een klein vogeltje zitten boven in een struikje. Ik herken het niet gelijk, als ik het later op zoek via obsidentify geeft de eerste foto dat het waarschijnlijk een paapje is, een andere foto geeft voor 100% een roodborsttapuit. Dan waarschijnlijk in winterkleed of het vrouwtje. Een mannetje ziet er iets opvallender uit. Leuk zo’n app waarmee je je waarnemingen kunt checken. Ik had gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart al verworpen en dacht ook dat het geen roodborsttapuit zou zijn. Zonder vogelgids maar met deze app je eigen foto scannen en dan zo determineren wat je ziet vind ik leuk.
We stoppen bij het Posthuys in de hoop dat we er een bakje koffie kunnen doen. Helaas is er geen plek en staat er zelfs een rij buiten van een man of tien. Daar gaan we niet op wachten, dan gaan we wel door. We fietsen naar de Kroon’s polder om daar naar de vogelkijkhut te gaan. Terwijl we naar de hut lopen vliegen er twee lepelaars over en ik zie even later twee kiekendieven over de ruigte wieken. Voor hen uit wolkt een vlucht spreeuwen op, die moeten niks hebben van die roofvogels. In de vogelhut aangekomen zien we bergeenden, heel veel rotganzen, wat krakeenden en smienten. De smienten herken je aan hun fluitje en de rotganzen maken hun karakteristieke ‘krrrok’.
Bergeend
Als we nadat we ook nog naar het vogelkijkscherm zijn gelopen weer bij onze fietsen zijn besluiten we opnieuw ons geluk te beproeven bij het Posthuys. Er is nu wel plaats dus we zoeken een plekje. Tijd voor een bokbiertje. Daarna terug fietsen richting Oost+Vlieland terwijl het licht al afneemt. Het is de hele dag wat grauw gebleven. In het afnemende licht zien we op het wad een stuk of tien lepelaars foerageren vlak onder de kust. De jonge dieren zijn wat grijzig van kleur, de oudere wit. Maar dat laatste valt niet eens zo goed op doordat het al begint te schemeren.
We wisselen mijn leenfiets in bij de fietsenmaker, ze hebben de band vernieuwd en dus weer rijklaar. We eten niet in ons hotel, we bezoeken de lokale pizza. En dan is het een avond op de kamer relaxen met rozige hoofden van de buitenlucht.
We hebben ons jaarlijks weekend met onze vrienden A. en M. Deze keer is het aan ons de beurt om het weekend te organiseren. Omdat we begin dit jaar genoten hebben van de omgeving van het Lauwersmeer besluiten we onze vrienden dezelfde ervaring te gunnen. We hebben via natuurhuisje een huisje geboekt in Groningen, in het kleine plaatsje Molenrij. Dat ligt tegen Kloosterburen aan, ook niet een wereldgroot dorp. Maar zo zijn er veel dorpen in Groningen. Op de foto zag het huisje er leuk uit en gelukkig komt de verwachting uit. Het is compact en sfeervol. Het huisje heeft een mooi uitzicht over de akkers en het kerktorentje van Kloosterburen piept net boven de bomen uit. Het adres Haven vinden we grappig, het is een wat ruime interpretatie van een aantal bootjes aan het eind van wat vroeger waarschijnlijk een trekvaart is geweest. Er liggen nu een paar halfvergane bootjes in het water, groen mos bekleed de boten en laat ze opgaan in het eendenkroos dat dik in het water ligt.
Vrijdag onze aankomstdag eten we bij de Herberg restaurant Molenrij. Bij de voordeur hangt een plakkaat dat ze deel uitmaken van een Europese koksopleiding. Dat stemt de verwachtingen hoog en ze komen uit. We hebben er heerlijk gegeten, onverwacht in zo’n klein dorp. De bediening is ongedwongen en dat past in zo’n dorpse sfeer. Ze hebben ook niet heel veel tafeltjes, we hebben de indruk dat ze naast toeristen en gasten van de herberg vooral veel lokaal publiek trekken. Er wordt zoveel mogelijk gekookt met producten uit de streek. Achter ons zit een, zo vullen wij het plaatje in, gescheiden vader met zijn tienerdochter. Dochterlief zit veel op haar mobiel, vader probeert een gesprek gaande te houden. Dat gaat met enige moeite en blijkbaar voelt hij zich er niet echt gelukkig bij en drinkt hij er stevig bij. De dochter baalt duidelijk van hoe het één en ander gaat en geeft pa weerwoord. De bediening grijpt als vader nog een afsluitende afzakker in en maant hem op gedempte toon om toch vooral zijn kamer op te zoeken. Wat dan ook gebeurt, gelukkig heeft hij geen kwalijke dronk over zich, al wordt hij er ook niet erg jolig van. Vooral zeggerig richting zijn dochter. We vullen het natuurlijk allemaal in, er voltrekt zich naar wij vermoeden achter onze ruggen een toneelstuk in delen van een familiedrama.
De volgende dag fietsen we rondom Lauwersmeer. We hebben naar de weersverwachting gekeken, vandaag wordt het windkracht 2-3, morgen staat er waarschijnlijk iets meer wind. Dan kiezen we vandaag voor fietsen en morgen wandelen. De fietsen achterop en in Zoutkamp laden we ze weer af. In tegenstelling tot wat lief en ik eerder dit jaar deden fietsen we nu tegen de klok in, eerst de oostkant van het meer. Dan hebben we als we de meeste kilometers gedaan hebben aan het eind de wind in de rug. Halverwege de oostkant van het meer staat een schaftkeet die omgebouwd is tot een koffiestalletje. Behalve koffie en thee wordt er ook boerenijs verkocht. Een ideale combinatie lijkt ons dat om op het geïmproviseerde terras te nuttigen. Er staan een paar houten stoelen en een paar ligstoelen zodat je genietend van je versnapering over het Lauwersmeer uit kunt kijken. Goed bekeken. We gaan er goed voor zitten, de koffie wordt ons gebracht, wij hebben de verrekijker in de aanslag. Ik zie ineens een koppie in het water, is dat een otter? Nee dat kan zo noordelijk toch niet? Voordat ik goed kan zien wat het is duikt het onder… om even later weer boven te komen: een zeehond! Dat is toch wel bijzonder, die zie je niet vaak in zoet water. Zeker meegekomen met het schutten van de sluizen. Zolang het dier genoeg te eten vindt kan hij best in zoetwater een tijdje overleven. De visser die verderop zijn hengel heeft uitgeworpen is niet zo blij met deze ongenode gast. Of hij het nu voelt of niet, het dier zwemt een stuk verder het meer op, waar we af en toe zijn kop boven het water uit zien steken.
gewone zeehond
Het Lauwersmeer is in elk jaargetijde een prachtige plek om naar vogels te kijken en dat doen we dan ook onderweg. Vlakbij de vogelkijkhut aan de oostkant zien we een grote zilverreiger en een krakeend. In de hut zelf zien we de nodige ganzen, kievitten en houtsnippen. Die laatste heb ik nog niet vaak gezien. De meeste zitten met hun snavels diep in de veren gestoken, rusten op één poot en doen een tukje. Nu is de najaarstrek al begonnen, de natuur begint inmiddels ook in herfstsferen te komen. De vogels vallen dus niet echt op tussen het wat verdorrende gras en biezenpollen.
Verderop proberen we bij Bantpolder een stukje verder langs dijk te fietsen en niet langs grote weg. Dat blijkt een misrekening, wandelend kun je wel over een grasdijk maar fietsers moeten of een heel stuk verder afwijken van het Lauwersmeer of een stuk langs de doorgaande weg. Wij besluiten terug te gaan. Op een bankje in Anjum nemen we een korte pauze met een broodje. Dan gaan we weer verder. Bij Esonstad is het fietspad opgebroken. We denken toch langs het hek te kunnen sneaken en als volleerde veldrijders banen we ons een weg schuin naar beneden over de dijk, langs het hekwerk. Iets verderop moeten we dezelfde soort toeren uithalen langs het hek maar dan hoeven we in ieder geval niet nog een stuk om te rijden.
Bij Ezumakeeg stoppen we bij het volgende vogelkijkpunt. Het is er druk met vogelaars, de één heeft een nog grotere verrekijker of camera met zoomlens dan de ander. Er zijn bijzondere eenden, steltlopers, een overscherende roofvogel (buizerd of kiekendief?) en de zeearend te zien. Dat levert onrust onder de vogels op, ze vliegen op en uit elkaar terwijl de roofvogel over het water scheert. Het kijken naar de verschillende vogels is één vorm van vermaakt dat je hier kunt beleven. Het andere is luisteren naar het commentaar van andere vogelaars, dat is bijna net zo vermakelijk als zelf door een verrekijker te turen. Hele discussies over wat er waargenomen wordt en of een foto goed gelukt is of niet.
De laatste dag wandelen rondom de dorpen Oldehove en Niehove. Deze liggen op het oude waddeneiland Humsterland en de dorpen staan op oude wierden. Met name die van Niehove is goed behouden gebleven, het dorp ligt echt boven de rest van het land. Het kerkje is van ver goed zichtbaar. Nu is ook in Niehove in latere eeuwen na de bedijking van het omliggende land en het inpolderen de grond van de wierde zo ver als kon afgegraven. Dat was namelijk zeer vruchtbare grond en dus kostbaar. Je ziet dat de rand van de voormalige wierde, of terp zoals ze in Friesland zeggen, duidelijk te zien is. In Niehove pauzeren we, bij Eisseshof nemen we koffie met eigen gemaakt gebak. Een heerlijke cheesecake , huisgemaakt. Met oog voor detail want een klein eetbaar viooltje ligt op ieder stukje taart. Het is rond lunchtijd en er zijn heel wat mensen die hier een Indonesische lunch bestellen. Die ziet er goed uit en we komen in de verleiding. Toch maar niet… laten we onze eigen gesmeerde broodjes maar nuttigen. In het kerkje is een kleine tentoonstelling over de geschiedenis van dit gebied. Terwijl we dit verder sobere maar wel heel sfeervolle kerkje en de geschiedenis bekijken wordt het orgel met verve bespeelt. Mooi vind ik dat om tegen dit soort dingen aan te lopen. Het geeft een extra dimensie aan het bezoek. Als de organist ophoudt met spelen geven we hem een welgemeend applaus. Hij bedankt ons en als hij even later beneden staat weet hij ons nog meer te vertellen over het dorp en de geschiedenis. Dat zijn zo de fijne bijkomstigheden van toevallige ontmoetingen. Je leert nog eens wat extra en zo krijgt een toeristisch bezoek meer kleur. ’t Is wat ons betreft een plek om te onthouden en nog eens naar terug te komen, al was het maar voor dat Indonesische eten. We wandelen verder, het is een route die veel langs asfaltwegen gaat. Volgende keer pakken we de fiets als we dit gebied nog een keer willen verkennen.