Een winderige en regenachtige Hoge Veluwe en meer

17 en 18 september 2022

De weersvoorspellingen zijn niet best voor dit weekend. Zaterdag kans op buien, zondag regen met een kleine kans op droog. We starten in Hoenderloo waar we het Nationaal Park Hoge Veluwe in gaan. De toegangsprijs is pittig. Dat voelt ergens een beetje raar, dat zijn we niet gewend in Nederland om meer dan €15,- per persoon te betalen wanneer je een natuurpark betreedt. Terwijl we in Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en de Verenigde Staten het heel normaal vinden.

Bij de kassa wordt ons gemeld dat het burlen van de edelherten net gisteren is begonnen. Als we de bronstige bokken willen zien en horen kunnen we het best rond 17 uur bij het wildscherm zijn, daar strooit de boswachter dan wat appeltjes neer zodat de herten zich daar gaan verzamelen. In verband met de bronst zijn ook niet alle paden toegankelijk, maar gelukkig is onze route gewoon te lopen.

Het eerste deel gaat door het bos, een nieuwsgierige ree gluurt tussen wat bomen naar de vreemde tweebenige wezens. Nadat ze bedacht heeft dat we de moeite niet waard zijn is dit prachtige dier met een paar elegante sprongen in het struweel verdwenen. Benieuwd of we nog grote broer edelhert of kleine neef moeflon gaan zien. Op het open heideveld hangen dikke wolken boven ons en begint het ook te onweren. Nou ja, er valt één klap gelijk na de bliksem. Toch voelt dat niet prettig zo op het open veld. De regen striemt ons in het gezicht en we zijn in een oogwenk doorweekt. Daar gaan we met ons idee dat het wel over zal waaien en een regenbroek niet nodig is. We zeggen tegen elkaar dat het niet zo erg is want we hebben sneldrogende wandelbroeken aan. Nou dat kunnen we vandaag wel drie keer tegen elkaar zeggen omdat we steeds bedenken dat het wel mee zal vallen met de regen. We horen tijdens de wandeling één keer een burlend hert achter ons. Die was te vroeg 😉 nog lang geen vijf uur, het blijft daarna ook stil.

Het is een prachtige wandeling zo door ons bekendste nationale park. De indrukwekkende wolkenpartijen die over de heide en bossen trekken omlijsten het landschap en geven het een dramatische kleuring mee. Ik hou er wel van. Onze wandeling eindigt bij Warnsborn bij Schaarsbergen. Voordat we het park uitlopen gaat lief zich nog even beklagen bij de kassa. Bij binnenkomst hebben we een aantal folders uitgereikt gekregen. Eén daarvan betreft schaamteloze ophitsing tegen de wolf, en voor de moeflon. Een uitnodiging om naar de tentoonstelling te komen met het ware verhaal over de wolf: deze is indrukwekkend en gevaarlijk. Hier is sprake van populistische stemmenmakerij naar onze mening, het Nationaal Park onwaardig. We snappen heus wel dat ze niet blij zijn met de komst van de wolven die zich vergrepen hebben aan een aantal moeflons. Maar dat is natuurlijk gedrag. We zijn in Nederland grootscheeps aan het tuinieren in de natuur en alles wat op natuurlijke wijze bij ons terug keert wordt al snel gezien als een bedreiging van status quo’s. Dan ineens hoort de wolf niet hier en is hij gevaarlijk. Terwijl deze diersoort op eigen kracht is gekomen en de moeflons geïmporteerd zijn (voor de jacht). De mevrouw achter de balie hoort lief netjes aan, zegt dat het beleid en communicatie is van het park. Waarvan akte.

We slapen in Hotel Linge Elst. Ons diner daar is een aantal weken geleden geannuleerd, ze hebben een grote groep die daar feest houdt en daar passen wij niet meer bij. Dus eten we bij Lef. Hoewel we eerst wat ontstemd waren dat we niet in het hotel konden eten zijn we nu blij met dit adres. We hebben echt uitstekend en verrassend gegeten. Aan het eind komt zelfs de chef aan tafel die we complimenten met zijn kookkunst. Hij blijkt in een lodge in Namibië te hebben gekookt. Door corona kwamen er veel minder gasten en moest de lodge uiteindelijk verlaten worden. Nu woont hij met zijn gezinnetje in Ruurlo en rijdt hij elke werkdag op en neer. Dat zijn lange dagen.

De volgende dag is de voorspelling regen, regen en nog eens regen. We trekken maar gelijk onze regenbroeken aan. We verlaten de Veluwe via Oosterbeek en Doorwerth. Dit is inmiddels bekend terrein van een wandeling met B. en C. in de sneeuw en een weekend weg in Wolfheze met M. en A.. Ook het Maarten van Rossumpad loopt hier langs, dus het voelt heel vertrouwd. We lunchen bij De Zalmen in kasteel Doorwerth, altijd gezellig daar. Dan trekken we de Betuwe in over de lange Rijnbrug bij Driel. Niet echt leuk om te lopen, maar ja, we moeten het water toch over. Dan zijn we bij onze auto en zit er weer een wandelweekend op.

Een tocht met hindernissen: Wijster-Hooghalen-Westerbork, 20 en 21 augustus 2022

Eerder tijdens het Westerborkpad hebben we een weekend gehad met allemaal kleine geluksmomenten. Dit weekend is helaas niet zo, meer een opeenstapeling van klein leed. We zijn net even te laat van huis gegaan. Omdat we de fietsen deze keer meenemen om vanavond naar het restaurant te kunnen fietsen neemt onze voorbereiding meer tijd in beslag dan we hadden bedacht. We zijn ter hoogte van Verlaat als lief meldt dat hij zijn schoenen vergeten is. Aangezien het schoeisel aan zijn voeten nog maar net die naam mag dragen, heel oude afgetrapte gympjes waarvan de zool bijna door is zit er niets anders op om schoenen te gaan kopen in Beilen. Klein leed wat gelukkig verholpen kan worden voordat lief grote blaren en zere voeten krijgt 😉 M. en B. hebben zich ook verrekend in hun reistijd, zij zijn een kwartier eerder op de eindbestemming voor vandaag. Lief overlegt: het is een goed idee om in Beilen af te spreken zodat hij nieuwe schoenen kan kopen en we daarna een bak koffie met appelgebak kunnen nemen. De aankoop lukt, lief wordt uitstekend geholpen door de verkoper die zelf ook graag wandelt en ons nog tips geeft als we morgen bij kamp Westerbork aankomen. Wij kunnen hem nog het advies aan de hand doen om het Roots natuurpad te gaan lopen, dat kent hij niet.

Na de koffie met appelgebak moeten we toch echt richting Eursing. Ik had het adres al in de TomTom gezet en M. en B. rijden er ook naar toe. Omdat het huisnummer dat ik heb opgezocht niet op de TOMTOM naar voren komt vraag ik lief om het voor de zekerheid toch nog even op Google maps op te zoeken. Heel raar, TomTom leidt ons weer naar het zuiden, terwijl we naar mijn idee echt naar het noorden moeten. Ik ga de snelweg af, dit klopt echt niet. Blijkt er een weg Eursinge in de buurt van Hoogeveen, terwijl we in het buurtschap Eursing moeten zijn bij Beilen! M. en B. zijn natuurlijk al lang ter plekke als wij aan komen zetten. Pfft… opnieuw klein leed. Snel overgestapt in onze auto en daarmee naar het beginpunt van de wandeling bij de V.A.M. berg gereden. Aldaar kijk ik met mijn suffe kop niet goed op de gps en lopen we eerst de verkeerde kant op. Gelukkig op tijd door! Anders was het groot leed geworden met al die extra kilometers!

Deze laatste twee etappes lopen we weer best veel over asfalt. We blijven dat jammer vinden en het is ook zwaarder lopen. Nederland verhardt (letterlijk en figuurlijk) los van het feit dat de route natuurlijk door de thematiek veel in de buurt van het spoor loopt en daarmee de kans op onverharde wegen kleiner is. We lunchen op een bankje in Wijster vlakbij een snackbar. Tegenover staat een enorme woonboerderij te koop. B. kan het niet laten om even te checken op Funda wat de vraagprijs is. Het valt ons nog alles mee, wij zijn ‘westerse’ prijzen gewend. Misschien ter zijner tijd toch maar gaan drentenieren ;-). De tocht gaat verder naar Beilen. We schampen aan het centrum (maar goed daar zijn we ook al geweest) en via een groot GGZ terrein lopen we naar de buitenwijken van Beilen. We lopen langs een ommuurd gebouw met hoge muren en prikkeldraad waarop ‘duurzaam verblijf” staat. We vragen ons af wat het voor verblijf is, de term ‘duurzaam verblijf’ vinden we nogal eufemistisch klinken. De website van de GGZ biedt uitkomst.

Het laatste stuk is het buffelen langs een recht toe recht aan fietspad richting Eursing. Overal hangen bij de boerderijen de Nederlandse vlaggen op de kop. Hier worden de boeren volmondig gesteund in hun acties tegen de overheid. Als we bij de auto komen blijkt de koplamp stuk te zijn gereden en de bestuurdersdeur wil niet meer open. Er ligt een brief onder voorruit. De dader meldt zich al snel, het is een jongeman die op de boerderij woont waarnaast B. de auto in de berm heeft geparkeerd. Hij legt uit dat hij de auto niet heeft gezien, er staat nooit een auto en bij het achteruit rijden hij er ineens tegen aan zat. Zijn vader komt ook aangelopen. Die komt met een heel verhaal alsof we op zijn erf staan en dat we half op een brandweerput staan en of we de kosten niet 50-50 kunnen delen. De jongeman vraagt of het zonder aangifte kan want hij is beginnend chauffeur. Hij wil er liever geen verzekeringswerk van maken want het kost hem dan schade- en rijvaardigheidpunten. Tot dat laatste is B. best bereid. Maar de claim van pa dat het geen openbare weg en eigen terrein is is onzin. Er staat notabene een straatnaambordje en een bord ‘doodlopende weg’. In de categorie klein leed is deze wel echt vervelend, want hoewel het maar blik is vreest B. dat er gedoe van gaat komen door de houding van pa. De jongeman zelf is heel reëel.

Dan gaan we op naar de camping Midden-Drenthe in Zwiggelte. De eigenaren zijn leuke gastvrije mensen. De ontvangst is heel relaxed, we worden wegwijs gemaakt in het reilen en zeilen op de camping. B. en M. zitten in een trekkershut en ze hebben ons er keurig tegen over geplaatst. Het enige kleine nadeel vind ik dat we recht onder hoogspanningsdraden staan, maar ja dat is de plek van de trekkershutten. Door al ons oponthoud hebben we niet heel veel tijd meer om te borrelen, het is één blik bier (dan wel een halve liter ;-), douchen en op de fiets naar Hooghalen. Daar hebben we gereserveerd bij het Wapen van Schotland. Wat een heerlijk eten en wat een leuke vlotte bediening.

Als laatste gasten vertrekken we, we hebben nog een toetje genomen en dat is zo uitbundig dat we echt ons best moeten doen om het op te krijgen. Klein leed van een andere categorie 😉 Dan op de fiets terug. Hier in Drenthe is het buiten de dorpen vaak echt donker. We rijden een stuk door het bos en we zijn blij met de kattenogen op het fietspad. Een snoer van lichtjes op ons pad. Op de camping aangekomen hebben we geen zin meer in een afzakker. We gaan naar bed.

Zondag hebben we een relaxte start. We hebben verse broodjes besteld, die bakken ze zelf op de camping. Lekker hoor! Met een gekookt eitje erbij, ook van de kippen van de camping hebben we zo een goede start van de dag. We zetten één auto bij kamp Westerbork. De andere weer bij Eursing, deze keer maar aan de andere kant van het Oranjekanaal. Voor de zekerheid nemen we nog een foto van de situatie en het straatnaambordje. Dat zijn we gisteren vergeten.

Het eerste stuk is weer asfalt. We lopen langs een soort manifestatie die we niet thuis kunnen brengen. Is het een boerenactie? In het weiland net voor Hooghalen staan heel veel auto’s, wat trekkers en graafmachines. Een paar tenten met banieren. We kunnen er eerst geen wijs uit worden. Maar als we de tekst op de banieren zien en we zien in de verte mensen met een stok met een schotel er aan zwaaiende bewegingen over het land zien maken denken we dat het een wedstrijd ‘schatzoeken’ is. Een bijzondere gezicht zo met al die mensen al zwaaiend met hun detectoren over het land.

Dan lopen we door naar het Heuvinger zand en van daaruit is het nog maar een klein stukje naar Hooghalen. Daar lonkt het terras van het Wapen van Schotland. Tijd voor koffie met kersenvlaai deze keer. Dan wachten ons de laatste kilometers van het Westerborkpad. Dat loopt via de oorspronkelijke looproute van station Hooghalen naar kamp Westerbork. Voordat het spoor doorgetrokken was naar het kamp zelf liepen de joden van station Hooghalen naar het kamp. Nu loop je langs een vakantiepark en over een lange asfaltweg naar het kamp. Langs de weg staan 93 bielzen met het verloop van de afvoer van joden naar werk- en concentratie kampen. Iedere biels staat voor een transport, noemt de bestemming en het aantal afgevoerden. Je krijgt er kippenvel van. Lijkt de weg langer door deze kille weergave van deze genocide?

Van het kamp Westerbork is weinig meer over. Een paar overblijfselen, de woning van Gemmeker de kampoverste staat er nog. Onder een grote stolp om hem te bewaren. Verder staat er een wagon en een barak. Beiden gered van vernietiging elders in het land. Veel van de materialen zijn verkocht na de oorlog, spullen waren geld waard en of er al een breed besef was dat deze schandvlek niet uitgewist kon worden weet ik niet. Ik vind het ook vrij bizar dat de sterrenwacht met zijn enorme telescopen op hetzelfde terrein staat. Wij Nederlanders zijn er niet goed in om onze geschiedenis met de goede en slechte kanten onder ogen te zien. Voor mij beeldt het kunstwerk met de omhoog gebogen treinrails niet alleen de wanhoop uit van de joden. Ik voel er ook machteloosheid bij over hoe de koopmansmentaliteit in Nederland vaak de overhand krijgt. Dat het museum niet gratis toegankelijk is vind ik daarvan een voorbeeld. Dit verhaal zou door iedereen bezocht moeten worden en kunnen worden, zonder financiële drempels! Het terrein is gelukkig wel vrij toegankelijk.

In het museum wordt de historie van het kamp vertelt. Ik krijg kippenvel van de persoonlijke verhalen en beelden. Het is behoorlijk cynisch dat de joodse vluchtelingen zelf de kosten moesten dragen voor het Kamp Westerbork. Het is voor de oorlog voor en door de vluchtelingen uit nazi-Duitsland opgebouwd. Het werd door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog overgenomen. Na het eind van de oorlog werden er gedeeltelijk landverraders in gehuisvest, naast ook Joodse ontheemden. Daarna is het ook nog lang in gebruik geweest als opvangplek voor Nederlands-Indiërs en Molukkers. Ook dat vind ik bepaald cynisch.

Bij de balie ontvangen we een speldje en een oorkonde op vertoon van het wandelgidsje. We hebben het volbracht. Als bekroning besluiten we een biertje te nemen bij het Wapen van Schotland. Een waardige afsluiting van een pad vol herinneringen aan een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.

Powerscourt estate, Avoca, Wicklow, 28 juli 2022

When in Rome do like the Romans… when in Ireland (or Scotland) have a dram of whisky… WIj vinden dat we Ierland niet kunnen verlaten zonder ergens een whisky proeverij te hebben gedaan bij een distilleerderij. Na een zoektocht op internet komen we uit bij de Fercullen distillery, relatief dichtbij de Wicklow Mountains. De distillery ligt op het Powerscourt estate, dat eigendom is van de Slazenger familie. Met tennisballen en -rackets verkopen kun je blijkbaar een leuk kapitaal bij elkaar verdienen 😉 De distilleerderij is pas een aantal jaren geleden gestart, whisky is wereldwijd booming en een goede belegging. We krijgen uitleg over het proces van whisky maken van een zeer enthousiaste jongeman. We zijn de enige die ingetekend hebben voor de ochtendsessie dus we krijgen een privé rondleiding. Hij neemt er de tijd voor en of het nou waar is of niet, hij zegt dat omdat we met zo’n klein groepje zijn hij ons mee kan nemen naar stukken van de distilleerderij waar hij anders geen tijd voor zou hebben. Dus worden we meegesleept naar de ruimte onderin het gebouw waar de whisky naar toe wordt geleid om af te koelen. Leuk om te zien maar we willen natuurlijk ook de vaten zien liggen. Het blijkt dat het merendeel van de vaten ergens anders ligt, maar omdat ze een speciaal programma hebben voor investeerders liggen hier ook een flink aantal vaten. Beleggers kunnen een vat kopen en het dan daar ter plekke komen bekijken terwijl het ligt te rijpen. Er is zelfs een speciale tak voor Chinese investeerders zien we, getuige de vaten met Chinese namen er op. Voor ons is de investering in een vat iets te hoog gegrepen, wij houden het bij een fles. Voor ons is het een investering in een lekkere whisky om op een koude avond te nuttigen in goed gezelschap.

Via Sally Gap rijden we door de Avoca vallei, een zeer ruig en verlaten gebied. Alleen groene heuvels met het en der ruige rotsen. Daar tussendoor af en toe witte dotten van wol, schapen. Via een uitstapje aan t strand rijden we terug naar Wicklow. We doen wat laatste boodschappen voor onze laatste avondmaaltijd op de camping. Morgen nog Dublin en dan zit onze vakantie er al weer op.

Glendalough, 27 juli 2022

Vandaag maken we een wandeling rondom Glendalough, volgens de Rother wandelgids één van ongeveer 5,5 uur . Nadat we eerst over het terrein van het klooster zijn gelopen starten we met onze wandeling. Het begin gaat over brede bospaden langs de waterval dichtbij het bezoekerscentrum. Dan zegt G. ineens dat zijn gps zegt dat we van de route af zijn, we hebben volgens hem een afslag gemist. Hij loopt terug en vindt een geitenpaadje omhoog tussen varens door. Het pad is nagenoeg niet te zien, een soort vage uitsparing tussen de varens, we kunnen onze voeten niet zien. Het pad gaat ook nog eens pittig omhoog, het is dus lastig lopen en voorzichtig ook omdat we niet kunnen zien of er per ongeluk een gat zit of een steen. Of in mijn geval een verborgen boomstronk. Ik knal er met mijn voet half tegenaan, verlies mijn evenwicht en maak slagzij in de varens. Ik schaaf mijn scheenbeen behoorlijk aan de stronk en kom met enige moeite omhoog. ’t Is lastig omhoog komen uit de schuinte van de heuvel met het gewicht van de rugzak wat me omlaag trekt.

We beklimmen verschillende heuvels hier waarvan de Mullacor de hoogste is. Op elke heuveltop hebben we een prachtig gezicht over de omgeving. De heide staat bijna in volle bloei en dus kleuren de flanken van de heuvels al behoorlijk paars. Bij de doorsteek naar een volgende heuvel schiet voor onze voeten een moerassneeuwhoen of een schots sneeuwhoen (red grouse) over het pad. We blijven stil staan om te kijken waar de vogel heen gaat, ze vlucht het pad op en vliegt even later dan toch op. Als we verder lopen vliegen er ineens wel een stuk of acht vogels na elkaar op. Totaal onzichtbaar voor ons, pas wanneer we te dichtbij komen verlaten ze hun dekking en vluchten ze weg.

Tijdens de wandeling vliegt een aantal keren een raaf boven ons. Ik probeer ze iedere keer te fotograferen maar ze zwenken te snel uit beeld. Dan berg ik mijn camera ten leste maar weer op in de cameratas… vliegt er al krassend weer een raaf dichtbij over. Zit dat beest mij nu uit te lachten? De roofvogels die we hoog boven ons zien cirkelen verslijten we voor zwarte wouwen, maar ook die zijn te ver weg om op de gevoelige plaat vast te leggen. De graspieper die boven op de heide zit laat zich wel verschalken… heel sympathiek.

De 5,5 uur die volgens ons wandelgidsje nodig is om de tocht te maken blijkt wat aan de krappe kant bemeten, of wij wandelen wat langzamer dan de inschatting van Rother. In ieder geval zijn we na de beklimming van drie pittige heuvels wel een beetje klaar met wandelen, we zijn inmiddels al wel 5,5 uur onderweg en nog niet aan het eind. We besluiten de wandeling in te korten en een stuk af te snijden. Het bier wacht op ons bij het hotel bij het meer. ’s Avonds eten we bij het Coach hotel in Roundwood.

Greystones-Bray 26 juli 2022

Vandaag gaan we van Greystones naar Bray lopen, een wandeling langs de kliffen. Eerst met de auto naar Greystones en dan de wandeling uit het Rother gidsje. We hebben deze vakantie al een aantal wandelingen uit het gidsje gedaan. Wat zo prettig aan deze gids is, is dat je de gpx bestanden erbij krijgt waardoor je niet alleen op de beschrijving hoeft af te gaan. Bij deze wandeling kun je eigenlijk niet mis gaan, de klifwandeling staat gelijk aan al gegeven bij het station. Maar de praktijk blijkt iets weerbarstiger. Ook hier in Greystones poppen nieuwbouwwijken op en de gpx leidt ons naar een doodlopend stuk van een nieuwbouwwijk. Een automobilist, bewoner van de straat stopt, vraagt: “Cliffwalk”? Op onze instemming zegt hij: “Left and left again” iets wat hij duidelijk al meerdere keren heeft moeten melden.

Eenmaal de route gevonden vinden dat we eerst nog koffie hebben verdiend. Die nemen we bij een restaurant dicht bij de haven. Erg snel zijn ze niet met de bediening. We zien de koffie op de balie staan, we hebben om americano gevraagd, ‘but slow on the water please’. Ze zetten hier over het algemeen zeer slappe koffie, een espresso waar ze dan heet water bij gieten. Dat hebben ze nu braaf gedaan maar de koffie staat op uitserveren te wachten. Lief stapt naar de bar en vraagt of de koffie op het dienblad voor ons bedoeld is. Dat is het geval. “Dan neem ik het mee”, zegt hij. Het bedienend personeel is duidelijk zoveel assertiviteit niet gewend en staan lief wat verbouwereerd na te kijken. Met ‘slow on the water’ bedoelden we echt niet slow in de bediening 😉 Wij willen geen slappe maar zeker ook geen lauwe koffie.

Dan vervolgen we onze weg langs de kliffen. Eerst nog tussen graanvelden door, waar we roodborsttapuiten en puttertjes zien. De laatste echt prachtig op uitgebloeide distels, waar ze hun andere naam distelvink aan te danken hebben. Wat een prachtig gekleurd vogeltje is het toch. Een roodborsttapuit zit verderop brutaal op een takje en blijft parmantig zitten.

Verderop worden de kliffen steiler en loopt het pad er ook dichterbij. Op een wat breder stuk onder ons loopt de spoorlijn, af en toe verdwijnt die in een tunnel. Hier loopt de forensentrein van Dublin naar Greystones over enkel spoor, meer ruimte is er ook niet tussen de rotsen en de zee. Beneden op de rotsen zien we aalscholvers die hun vleugels zitten te drogen, altijd een mooi en karakteristiek gezicht.

We hebben de hele vakantie al de hoop dat we zeehonden zullen zien en warempel G. spot er één in zee. Vlak onder de kust ‘hangt’ een gevlekt exemplaar op zijn dooie gemak alsof hij een dobber is rechtop in het water. Als het een mens zou zijn zou je denken dat hij aan het watertrappen is, zo rechtop in het water. Af en toe gaat zijn bek open en laat hij met een grote geeuw zijn vlijmscherpe tanden zien. Toch een zeehond gezien!

Bij Bray besluiten we de heuveltop te beklimmen. Bij de trappen waar de wandeling naar boven begint zit een grijze eekhoorn te snoepen van wat zaden. Hij is behoorlijk brutaal, niet angstig voor mensen. Maar als ik te dichtbij kom spurt hij er toch vandoor. De klimtocht naar boven is goed te doen al is het best een pittig klimmetje. Boven hebben we een fraai uitzicht over het stadje van vergane glorie en in de verte zien we Dublin liggen. Dan is het tijd om naar beneden te gaan en de trein terug naar Greystones te nemen. Vandaar de auto terug naar de camping waar we een hapje eten maken.

Glengarrick 17 juli 2022

We vertrekken vandaag uit Lettergesh. Bij terugkeer uit de douche zie ik op zee Jan-van-genten. Het is een genot om die grote witte vogels met lichtgele kop en zwarte vleugeltoppen boven de golven te zien scheren. Ze zeilen omhoog op de wind, speuren in het water onder hen en als ze een vis zien vouwen ze hun vleugels samen en als een dolk schieten ze dan het water in. Even later zie je ze dan boven komen, al dan niet met een vis in de snavel. Daarna stijgen ze enigszins onbeholpen met een aanloopje over en op het water op en begint het proces opnieuw. Ik sta er iets te lang naar te kijken, we moeten opruimen en opbreken. Het is zaak om spullen uit te zoeken voor onze wandeltocht die morgen begint.

Meestal als we verkassen proberen we een toeristische route te combineren met een wat grotere N-weg en onderweg tijd te nemen voor een lunchpauze in een leuke plaats. We rijden het eerste stuk door de Connemara, via Maam Cross door naar Galway en Limerick. Ik zie op de route naar Galway als we door Oughterard. rijden een bord met Mountain view B&B staan. Dat brengt herinneringen terug aan zo’n 30 jaar geleden toen ik een reis begeleidde en daar met de groep verbleef. Nog een aantal jaren kerstkaarten uitgewisseld met Patricia en Dickie, de eigenaren. We rijden Galway voorbij, lief doet het voorstel om in Limerick te lunchen. Ik vind dat niet zo’n goed idee, grote stad, meestal druk en lastig om een parkeerplek te vinden met onze camper. We rijden toch Limerick in, ik wil er ook niet te hard over zeuren. Zoals ik al vreesde komen we voor een parkeergarage uit. Ik doe een dappere poging, qua hoogte gaat het net maar de bochten in de garage zijn een crime. Ik durf niet naar de tweede verdieping, ik haal de bocht naar de oprijbaan niet. Ik zeg tegen lief dat ik er weer uit wil en weg uit Limerick. G. en J. kunnen zich er wel in vinden. Voordat we vervolgens de stad uit zijn zijn we nog wel even bezig. Het is behoorlijk chaotisch met overstekende mensen, wegopbrekingen en druk verkeer. Pfft blij als we de stad uit zijn.

J. heeft op de kaart Patrickswell gevonden, hopelijk kunnen we daar iets eten. In de bar daar blijken ze geen eten te serveren. Op advies van een man buiten gaan we naar Adare. Ik vraag hem eerst waar al die vlaggen voor dienen die we onderweg zien. Is er een kampioenschap te vieren? Dat blijkt inderdaad het geval: gisteren is Limerick nationaal kampioen hurling geworden en volgens de man moet ik mij schamen dat ik dat niet wist. De vlaggen hangen inderdaad overal dus wellicht had ik me er iets van meer in kunnen verdiepen.

We rijden naar Adare waar het minstens zo druk lijkt als in Limerick. Blijkbaar willen iedereen dit stadje met zijn monumenten bezoeken hoewel het vandaag met weer voor het strand is, zo net boven de dertig graden. We laten het kasteel en de abdijen voor wat ze zijn, lunchen en rijden dan door naar Glengariff. Die tocht voert ons over smalle binnenwegen door een prachtig gebied. We eten ’s avonds in het dorp bij het Glengariff Park hotel op aanraden van onze gastvrouwe. Iedereen zucht over de warmte. Hopelijk morgen koeler als we gaan wandelen.

Wicklow mountains, 25 juli 2022

We hebben onze Beara reis afgerond, tijd om verder te trekken. We kiezen er voor om niet helemaal langs de kust richting de Wicklow Mountains te gaan, maar een stukje. Voor de lunch willen we koersen naar Dungarvan. Maar eerst veel binnenwegen over Beara. Er staat een bord dat de weg is afgesloten vanaf vandaag. Er staat een wegwerker half voor het bord, G. blijft een beetje twijfelend staan. J. stapt uit en vraagt het aan de wegwerker of we nu om moeten rijden of dat de weg toch nog vrij is. We kunnen door volgens de man. Pas helemaal aan het eind op dit stukje route komen we ineens min of meer klem te zitten tussen grote vrachtwagens en machines die al in stelling worden gebracht voor de werkzaamheden. Met enig manoeuvreren van beide kanten kunnen we erlangs en onze weg hervatten naar de kust.

Dungarvan, onze lunchplek is een mooi plaatsje aan de monding van een rivier. Het kasteel waarover in de reisgids hoog opgegeven wordt is alleen te bezoeken met gids. Nu hebben we daar geen tijd voor en lijkt het van de buitenkant ook niet echt de moeite waard. Op naar een lunchplek dus. We strijken neer bij The Anchor en genieten daar van een prima lunch.

Dan door over de M9 richting Dublin, al moeten we er voordat we de hoofdstad bereiken op tijd afslaan. We rijden binnendoor over smalle sluipweggetjes via Glendalough naar Roundwood alwaar we een paar nachten op de camping hebben geboekt. De campingeigenaar heeft ons een mooi plekje toebedeeld, aan het eind van een veldje waar de tent van G. en J. naast onze camper kan staan.















Connemara 16 juli 2022

Vandaag maken we een boottocht over Killary fjord. Het is het enige fjord van Ierland en er staan ronkende teksten op de website van de bootfirma. Wij vinden de boottocht niet heel erg spectaculair. Het is een prettig ‘bejaarden’tochtje over het fjord. Onderweg wordt er wel veel informatie gegeven in het commentaar dat over de speaker komt over de geschiedenis van het fjord. Indrukwekkend is het verhaal over de ontvolking door de famine, de hongersnood door de mislukte aardappeloogst in de negentiende eeuw. 1 miljoen mensen zijn gestorven in heel Ierland en ook nog meer dan 1 miljoen geëmigreerd. Een ware leegloop van het land en in de dorpen in het westen van het land gaat de ontvolking nog steeds door al groeien de steden wel qua inwoneraantallen. Iets wat op meer plekken in de wereld gebeurt, de trek naar de grote stad.

Verder is er een legendes over Diarmuid en Finn McCool. Het verhaal ontgaat me gedeeltelijk, iets over een vrouwenroof, een achtervolging en een ontsnapping en een verstopplaats waar iemand dan zijn einde vindt…zo klinkt het natuurlijk niet erg romantisch en mythisch… misschien de Keltische mythen er maar op na slaan.

We lunch in Leenaun, in het restaurant loopt volgens ons geen Ier in de bediening rond. De ober is een soort grapjas die zegt dat hij nog maar een paar dagen hier werkt en ook niet goed weet wat er allemaal op het menu staat en op de tap. Ik zie ook dat de eigenaar of manager hem en een meisje inwerkt op het bedienen van de kassa, de eigenaar lijkt me met een Frans accent te spreken. Deze jongeman blijkt een Tsjech te zijn die veel op de grote vaart heeft gezeten en alle vijf contenten heeft gezien. En dan beland je vervolgens in Leenaun aan Killary fjord.

Daarna rijden we naar het Nationaal Park Connemara. We willen de wandeling naar Diamond Hill doen. Het is druk op de parkeerplaats. Onze wandeling blijkt een populaire rondwandeling te zijn.Lief wil op 3/4 niet meer verder klimmen. Hij vindt het te veel klauteren over smallere stukken. Zijn hoogtevrees speelt op. Ik kan hem overhalen om toch verder te gaan. De top is dichtbij, de wandeling is eigenlijk eenrichtingverkeer en juist dit soort nare klauterstukken zijn naar beneden nog erger. Op de top hebben we een prachtig uitzicht alle kanten op. Kylemore abbey ligt onder ons, aan de andere kant zien we de oceaan, heuvels en loughs. Er wiekt een raaf op ooghoogte langs, daar hebben we er inmiddels al flink wat van gezien. Een majestueuze vogel die in Nederland gelukkig ook weer voor komt nadat hij jarenlang niet voorkwam. Ik hou van het typisch schorre geluid van de raaf, heel karakteristiek.

De wandeling naar beneden is goed te doen, lief gaat als een speer. Gelukkig kon ik hem overhalen om door te klimmen. Daarna doen we boodschappen in Letterfrack en reserveren voor avondeten morgen. Dan sluiten we de dagen in County Galway af. We eten op de camping met de laatste spitskool van thuis.

Allihies-Castletownbere 24 juli 2022

De weersvoorspelling voor vandaag is niet veel beter dan die van gisteren dus hebben we met enige pijn in het hart besloten ook de laatste wandeling te laten vallen. Het waait hard en het regent met regelmaat waardoor wandelen wordt afgeraden. Daarnaast hangen de wolken nog laag over de bergrug die we vandaag zouden gaan lopen waardoor we niet veel zouden zien. We hebben de taxi gevraagd om ons om 10 uur te komen halen en ons naar Glengariff te brengen. Daar staan onze auto’s.

Aidan, de taxichauffeur komt keurig op tijd, te vroeg eigenlijk. Dan doe je wel eens wat dingen anders in de haast. Ik trek J. haar bergschoenen aan, ze heeft dezelfde alleen iets anders van kleur. Lekker suf. En als Aidan de spullen in de auto aan het laden is komt Irene, onze gastvrouw tot de ontdekking dat mijn windstopper nog in de livingroom ligt. Lekker bezig zo.

Aidan rijdt ons naar Glengariff, onderweg valt met enige regelmaat regen en dus zijn we blij met ons besluit. Hij is een gezellige prater, allerlei onderwerpen komen voorbij. Het toerisme in Beara, de Brexit en de gevolgen voor de Engelsen, de hoeveelheid Nederlanders dit jaar, de hoeveelheid Nederlanders die op het schiereiland wonen… zo komen we de tijd wel door ondertussen wel om ons heen kijkend naar het voorbij schietende landschap. Het is opvallend hoe weinig de gemiddelde Ier op heeft met Britten. Eerder troffen we al de campingeigenaar aan het strand die het had over ‘those nice English people with their big campervan… blocking everyones view’. Aidan heeft het ook niet zo op Engelsen. Hij refereert aan een gesprek dat hij aan de bar had met een Engelsman, over de Brexit. De man in kwestie was een brexiteer en vond dat Europa onvoldoende dankbaar was voor alles wat het Verenigd Koninkrijk had gedaan voor de EU en daar bovenop voor de wereld. “Look what we brought the world” had de man gezegd. Aidans antwoord was: “Look what you took from it.” De discussie over Brexit en de gevolgen ervan voor Groot-Brittanië maar ook zeker Ierland duurt nog voort zoveel is wel duidelijk.

Bij Island view, de B&B in Glengariff, aangekomen hoost het echt van de regen. Snel onze spullen overpakken van de taxi naar onze auto’s. Eerst maar een bakje koffie in het dorp doen nadat we Imelda de gastvrouw nogmaals bedankt hebben voor haar gastvrijheid en het feit dat onze auto’s een week bij haar op het terrein hebben mogen staan. We parkeren de auto in het dorpje en begeven ons in de stromende regen naar het hotel waar we eerder deze week gegeten hebben voor een bak koffie. En daarna nog maar één, want het regent nog steeds stevig door. De dame van de bediening begrijpt het helemaal: “Het is één van die dagen,” zegt ze, “ waarop je begint met koffie, naar buiten kijkt en dan nog een koffie neemt. Dan doorsukkelt naar de lunch, daar lang over doet, dan bedenkt dat het tijd voor een wijntje wordt als je naar buiten kijkt en uiteindelijk eindigt met bier.” Waarvan akte, maar wij gaan toch echt naar Castletownbere.

Daar gekomen pakken we de kampeerspullen van G. en J. bij ons in de bus, dan kunnen we met één auto de Beara Way rijden en naar Dursey point gaan. Lief vraagt waar zijn rugzak is gebleven. We keren de camper 3 keer om, maar nee, daar is hij echt niet. Eerst Imelda bellen, is de rugzak daar wellicht bij het uitladen van de taxi per ongeluk buiten blijven staan? Dat is niet het geval. Dan Aidan gebeld en gelukkig hij heeft hem gevonden! De rugzak stond op de derde bank en daar hebben we niet gekeken. Aidan belooft hem later af te leveren bij onze B&B, kunnen wij ondertussen op pad. Fijn dat de rugzak terecht is, het paspoort en autopapieren van lief zitten er in.

We rijden richting Dursey Point, waar je normaal gesproken met een kabelbaan naar Dursey Island zou kunnen gaan. Het is nu helaas niet mogelijk want de kabelbaan is in onderhoud en gesloten. Jammer want het eiland is erg vogelrijk dus wij hadden er graag naar toe gewild. Nu blijven we aan deze kant van het water. Er gaat ook geen veerboot naar toe, er wonen niet of nauwelijks mensen. Het aantal is nu geloof ik 2. Je kunt wel met een boottocht om het eiland heen, daar hebben we geen tijd voor en de zee is ook erg ruw vandaag. Terwijl we staan te kijken zie ik opnieuw Jan-van-genten. Prachtig! Een man die mij ziet fotograferen schiet mij aan, vraagt welke vogel ik heb gefotografeerd. Ik antwoord: “gannet”, de Engelse naam voor jan-van-gent. Hij komt vervolgens met zijn tablet en laat prachtige foto’s zien van jan-van-genten die hij in Quebec, Canada heeft genomen bij een broedkolonie. Heel fraai. Zo mooi heb ik ze zeker niet.

Jan van Gent

We rijden terug langs het smalle weggetje dat leidt naar Dursey Point, er rijden zelfs dikke campers over dit weggetje en die moeten dan achteruit steken als er een tegenligger komt om die voorbij te laten gaan. Pfoe! Zij liever dan wij. Het weer lijkt iets op te klaren, maar als we Allihies in rijden hoost het weer. Tijd voor lunch bij O’Neills. Daar is het gezellig druk, iedereen verzamelt zich in de buurt van de tv. Vanmiddag is de finale van het Iers of Gaelic football, Kerry tegen Galway. Dat is duidelijk een ding hier, een happening waar iedereen voor samen komt. Gezien de ligging van Beara schat ik in dat ze hier het team van Kerry zullen supporten.

Na de lunch is de zon notabene gaan schijnen, ‘t moet niet gekker worden. We rijden verder over de noordelijke loop van de Wild atlantic way over smalle weggetjes, omzoomd door de bekende muurtjes en bloeiende heggen/bermen met daarnaast ruige bergen aan de ene kant en aan de andere kant een woest romantisch-ruige kustlijn waar de golven op de rotsen in witte bruisende lagen kapot slaan.

We komen aan het eind van de middag terug in Castletownbere, waar we wat boodschappen doen voor morgen. Dan terug naar onze B&B om een reisplan voor morgen te maken. Vanaf morgen is onze Beara way klaar en gaan we richting de Wicklow mountains.

We eten ‘s avonds bij het Chinese restaurant Golden Coast. We verkijken ons op de hoeveelheden, we bestellen een voorgerecht om te delen met 2 personen twee keer. Daarna zitten we al best vol en dan volgen onze hoofdgerechten nog. Pffft! Tonnetje rond. Het eten is uitstekend, de ambiance van het restaurant van een soort kantine, weinig uitstraling. Het personeel is wel heel aardig. Bij het eind van de maaltijd komt het Chinese personeelslid bij ons aan tafel een praatje maken. Ze blijkt een Maleisische die inmiddels 15 jaar in Ierland woont en werkt. Jarenlang illegaal en kwam dus niet of nauwelijks buiten. 5 kinderen om te onderhouden. Inmiddels wel een legale status. Vier van haar kinderen wonen in Azië, haar jongste dochter woont in Ierland. Hard werken en af en toe terug naar Maleisië of China waar ze blijkbaar ook nog familie had wonen. Je beseft weer hoe rijk en bevoorrecht wij zijn. Zij vond Ierland best oké maar als ze oud werd en gestopt was met werken wilde ze toch terug naar huis. Dat kunnen wij ons gedeeltelijk wel voorstellen, anderzijds vraag ik mij in ieder geval of zo iemand dan nog kan aarden in het land van herkomst? Zou ze het niet teveel ontwend zijn?

Richting Lettergesh, 15 juli 2022

Vandaag gaan we verkassen naar Lettergesh beach, Gowlaun. We rijden binnendoor door de Connemara. Het is een prachtige route met de inmiddels gebruikelijke ruigte, stenige bergen groenbegroeid met varens, bloeiende gaspeldoorns, paarse distels met af en toe een riviertje of beekje er doorheen snijdend.

We lunchen in Ballina. Een klein plaatsje., maar de zalmhoofdstad van Ierland als we de ronkende tekst op de borden moeten geloven. Er staan in ieder geval wel wat mannen te vissen in de rivier de Moy. Er is waarschijnlijk een festival op komst, er wordt op verschillende plekken in het centrum live muziek gemaakt en er wordt een podium opgebouwd. Life muziek geeft altijd extra sfeer, dat kan dit stadje wel gebruiken. Het heeft verder een armoedige uitstraling met veel gesloten winkels, verstofte etalages en afgebladderde kozijnen.

We rijden verder door ruig gebied. Het is bijzonder dat de Ieren zo weinig parkeerplekken hebben op plaatsen die wij beschouwen als fotogeniek. Dat maakt het best lastig om onderweg te stoppen voor een foto, de wegen zijn over het algemeen smal. Alleen langs Killary fjord is een plek om te fotograferen.

We komen aan het eind van de middag aan bij de camping aan zee, tussen Lettergesh en Gowlaun. Het is even zoeken naar de juiste ingang, maar eenmaal gevonden vraagt de beheerder of wij gereserveerd hebben. Dat hebben we, dan volgt de vraag of we een plek willen met uitzicht op zee. Dat willen we wel. Hij wijst ons de weg, maar er staat een grote camper op ‘ons’ plekje. Het zijn Engelsen, de beheerder staat een tijdje met hen te praten, ze moeten verkassen. Wij krijgen een premium plek. De Engelse dame neemt het verlies enigszins gelaten, ‘the joy of a big campervan’. De beheerder zegt dat ze er nooit hadden mogen staan, blocking the view for everyone else.