Allihies, 23 juli 2022

Het is gisteren gaan regenen en vandaag is het helaas niet beter geworden. De wolken hangen laag over de bergen, als een dikke wollen deken. Geen weer om de wandeling naar Dursey sound, de ‘zeestraat’ tussen Beara en Dursey Island te maken, of de rondwandeling over de heuvels rondom Allihies. Het wordt een dag van lummelen, boekje lezen, blogs bijwerken en hopen dat het nog ergens droog wordt. We vragen Irene, onze gastvrouw of onze kleren die we gisteren hebben gewassen in de droger mogen. Dat mag en dat is fijn. Met dit weer droogt het niet echt lekker.

Rond het middaguur klaart het iets op, het is in ieder geval droog al hangen er nog steeds wolken over de bergen. We besluiten naar het Kopermijnmuseum te lopen. Eerst een stuk richting het strand, dan met een omweg naar het museum. Daar nemen we eerst een lunch en dan het museum in. In het museum wordt het verhaal verteld over de mijnindustrie hier op Beara. Over de techniek maar ook over het harde leven dat de mijnwerkers leiden. Met name het laatste maakt indruk. Keihard werken tegen een hongerloon. Gevaarlijk werk getuige een lijst van ongevallen in en om de mijn. Dood door vallend gesteente, verdrinkingsdood doordat iemand in een mijngat valt en niet kan zwemmen, dood doordat een ledemaat klem komt te zitten in de machinerie en de persoon de verwonding niet overleeft, dood door een explosie… de leeftijden variëren van 10 tot in de 50. Je krijgt er kippenvel van. Een klein museum met een indrukwekkend verhaal, charmant van opzet en informatief.

Terwijl we binnen waren is het weer gaan regenen. Dus met gezwinde pas terug naar onze B&B. Weer boek lezen, blog bijwerken. ‘S avonds worden we door Irene met de auto naar O’Neills bar en restaurant gebracht, het enige in het dorp. Heel prima tent waar het personeel zeer attent is. En echt een dorpskroeg en -restaurant. We lopen weer terug en kijken dan gebroederlijk samen met 2 Franse gasten van de B&B naar de EK kwartfinale vrouwenvoetbal FRA-NED. De Fransen winnen verdiend van onze leeuwinnen.

Glenveagh 14 juli 2022

Vandaag bezoeken we het tweede grootste nationale park van Ierland Glenveagh. Volgens de beschrijving staat er een kasteel dat je kunt bezoeken, een mooie botanische tuin en in het natuurgebied erom heen komen onder andere herten en steenarenden voor. Het blijkt een behoorlijk eind rijden te zijn, wel langs een toeristische route. Ergens op de route passeren we een uitzichtpunt op een prachtige vallei, de Glengesh vallei. Het uitzicht doet denken aan Glen Coe in Schotland. Echt prachtig en sereen. Helaas staat er een camper waaruit luide muziek schalt. Het verstoort de rust en kalmte van de omgeving, ik begrijp niet zo goed de behoefte van mensen om lawaai te maken in de natuur. En ja, natuurlijk is het uitkijkpunt langs een weg waar ook verkeer langs komt, dat verbreekt ook de rust…maar toch.

Onderweg komen we ook langs de Poisoned Glen. Één van de meest gefotografeerde plekken in Donegal, met het verlaten kerkje er op. Er stroomt een riviertje dat uitmondt in het Loughner, het ziet er allemaal zelfs met het wat bewolkte en regenachtige weer idyllisch uit. Niks giftigs aan. De naam lijkt overigens uit een schrijffout van een cartograaf voort te komen, een meer romantische verklaring voor de naam is die van de moord op de mythische eenogige koning Balor door zijn verbannen kleinzoon. Toen de moord werd gepleegd brak het ene oog van de koning er stroomde het gif de vallei in.

Omdat we in het park ook een wandeling willen maken nemen we de bus naar het kasteel. Dat blijkt gesloten te zijn voor rondleidingen. De tuinen en tearoom zijn wel open dus gaan we voor een bakje koffie met wat lekkers erbij. Ik kies helaas het verkeerde: de chocolade fudge cake die er heel lekker uitziet blijkt doordrenkt te zijn met een vies smakende drank. Daar zou je een kater van krijgen, bah!

Al met al zij zo al heel wat tijd kwijtgeraakt en zien we dat de wandeling die we gepland hadden van zo’n 5 uur niet meer haalbaar is. Dus stellen we ons doel bij en lopen naar het uitzichtspunt boven op de heuvel bij het kasteel. Onderweg zien we bloeiende orchideeën, een paar kleine groepjes gevlekte orchissen dichtbij elkaar. Fraai, in Nederland zie je ze niet heel vaak. Terug rijden we via de ‘Rosses’ op aanraden van Shaun de camping baas. Volgens hem erg mooi, maar wij vinden het wat tegenvallen.

We willen eten bij de Rusty Mackerel in Carrick, maar die zit helemaal vol. Dus eten we bij Kelly’s Kitchen om onze kampeerdagen in Donegal af te sluiten.

Allihies, 22 juli 2022

Vandaag vertrekken we uit Castletownbere naar Allihies. Het pad zal ons door de Miskish mountains voeren. In het begin wandelen we een stuk over asfalt, een smal weggetje. Maar na zo’n 1,5 kilometer kunnen we het asfalt verlaten. Eerst komen we nog langs een stenencirkel, Derreenataggart stone circle. J. en ik checken even of we bij aanraking getransporteerd worden naar de 18de eeuw, maar nee… niks. Ook geen zoemend geluid.. en ach, ‘t zou misschien best leuk zijn om Jamie Fraser tegen te komen maar we houden ‘t bij onze eigen mannen. Die zijn beter toegerust voor deze tijd 😉

Het pad gaat zoals inmiddels gebruikelijk door weidegebied heen, we lijken de schaapgrens vandaag te doorbreken. Voor ‘t eerst zien we geen schapen. Als we boven zijn hebben we een prachtig zicht op de baai van Castletownbere en Bear Island en aan de andere kant de baai bij Eyeries. Heel fraai.

Dan begint het licht te miezeren. Dat is niet volgens de voorspelling dus we hopen dat het van korte duur is. Het regent nog wel hard genoeg om onze regenjassen aan te doen, de broeken laten we nog even voor wat het is. We komen aan het begin van de Beara Bridle way, een pad dat in de negentiende eeuw is aangelegd voor het vervoer met paarden van de gewonnen kopererts uit de mijnen bij Allihies. Nu kun je de route te paard rijden als jij en je paard geoefend zijn staat er op een informatiebron, of zoals wij, te voet. Het gaat pittig omhoog. De regen is overgegaan is laaghangende bewolking. We willen wel lunchen maar we kunnen geen goed plekje vinden. In de bosrand worden we omwolkt door vliegen en na het bos is de miezer weer overgegaan in regen. Dan maar doorlopen.

De bermen hier zijn echt prachtig, ik schreef er al eerder over. Vol met bloeiende bloemen in diverse samenstellingen. Ook hier weer. Het is naast een lust voor het oog ook duidelijk een broed-, schuil- en voedselplek voor vele vogels. Op één stuk zien we graspiepers, puttertjes, vinken, mussen… het is een hele volière.

Dan hebben we Allihies in het vizier. De kleurrijke huisjes vallen weg tegen de laaghangende wolken en gestaag vallende regen. Het zijn wat kleurige vlekken in een verder grauw licht dat op het immer groene en grijze landschap valt. Vlakbij het dorp doemt uit de mist een hoge toren op. Het zijn de resten van een behuizing van het pomphuis van een oude mijn. Versluierd door de mist en de regen vertelt het verlaten en vervallen gebouw woordeloos de teloorgang van een ooit levendige industrie.

We besluiten om door te lopen naar onze B&B en daar een late lunch te doen. Gelukkig zijn de B&B eigenaren thuis, we zijn wat vroeg. Al druipend komen we binnen. We zijn inmiddels flink nat geworden. Het mooie weer is helaas op. Pas laat in de middag klaart het weer op, maar dan zitten wij lekker droog binnen bij Beach view B&B in afwachting van onze rit naar de pub in het dorp. Daar brengt onze gastvrouw Irene ons heel vriendelijk met de auto naar toe.

Slieve League, 13 juli 2022

G. en J. moeten eerst naar de garage, gisteren ontdekte G. een schroef in de band. Dat rijdt ongemakkelijk, de wetenschap dat je zo een lekke band kunt krijgen. Ze zijn snel terug want de schroef bleek gelukkig niet door te zijn. We vertrekken naar het beginpunt van een rondwandeling bij Slieve League, hoge kliffen, volgens de reisgids vergelijkbaar met de Cliffs of Moher.

Op de parkeerplaats kennen ze tarieven als in een grote stad. het is duidelijk een geliefde toeristische plek al is het niet zo massaal als bij Moher. Het eerste stuk is redelijk druk, veel dagjesmensen in bijpassende outfits. Als wij verder lopen en klimmen wordt het al snel rustiger… het is ook best een pittige klim.

Het terrein is lastig voor lief met zijn klapvoet. De coördinatie op oneffen en onregelmatig terrein is moeilijk. Hij valt op handen en knieën, nogal pijnlijk maar akkert daarna wel door. Stom van ons, we hebben wandelstokken bij ons maar die liggen nog in de camperbus.

De wolken hangen af en toe hoger boven de bergen, de zon lijkt door te breken. Dat zou mooi zijn want dan hebben we een beter zicht op de kliffen. De baai van de camping, die achter ons ligt, ligt al in de zon. Helaas hebben wij niet die mazzel, het blijft bewolkt. De hoogte van de berg duwt steeds wolken omlaag die van de oceaan aangedreven komen en maakt ons zicht mistig. We lunchen met uitzicht over de oceaan op een plek waar we een soort inhammetje hebben voor onze voeten. Terwijl we zitten komt een meeuw langs scheren. Hij wenkt boven ons en hangt vervolgens tegen de wind in leunend een halve minuut of zo boven ons. Loerend of er iets van zijn gading te halen valt. Als er niets lijkt te zijn zwenkt hij weg…

Na de lunch lopen we verder, we moeten nog wel een stukje al kunnen we niet goed inschatten hoe ver het nog precies is. Dan daalt de mist ineens echt en gaat het pad van smal en stenig maar op een relatief brede helling over op lastig smal en modderig pad langs een steile en stenige helling. Het zicht wordt steeds minder en J. en lief vinden het niet grappig meer. Omdat we waarschijnlijk nog niet op de helft zijn en ook niet weten hoe het pad verder gaat besluiten we terug te gaan. Beter het zekere voor het onzekere nemen.

We rijden terug via de toeristische route richting Gleann Cholm Cillle, dat is een openlucht museumdorp. G. ziet een bordje met een uitzichtspunt, en we willen nog een drankje in een pub doen. Het uitzichtspunt blijkt een strand te zijn en we treffen helaas geen pub meer onderweg. Nou ja, we hebben gelukkig zelf ook nog wat voorraad dus drinken we iets bij de camper.

Belfast Donegal, 12 juli 2022

Bij het ontbijt in ons hotel in Belfast vraag ik of ze ook plain yoghurt hebben. Dat hebben ze niet, de dame vraagt hoelang we blijven want dan zorgt ze ervoor dat het er morgen is. Helaas vertrekken we vandaag. Ik zie even later dat ze binnenkomt met een enorme bak waarin ik yoghurt vermoed. Ze heeft bij een naburig hotel yoghurt laten halen. Dat vind ik zo lief, dat ik nog een beetje yoghurt neem hoewel ik al wel genoeg gegeten had. Zulke service moet je belonen.

We rijden richting Donegal over de Glenelly scenic drive. Allemaal kleine weggetjes, echt een scenische drive door Noord-Ierland heen. We moeten in Tobermore stoppen voor een oranjemars. Drie drumbands en vooral oudere mannen met sjerpen getooid die over de straten paraderen. Langs de weg voornamelijk ook oudere toeschouwers die hun stoeltjes hebben uitgeklapt. Het geeft vind ik hoop dat dit soort sentiment ooit uit zal sterven, al lopen er in de drumbands en muziekkorpsen ook wel jongelui mee. Dus het kan ook de andere kant op gaan, dat het van generatie op generatie wordt doorgegeven. Traditie is mooi, maar je geschiedenis verheerlijken en de zwarte kant ervan niet (willen) kennen doet een maatschappij geen goed.

Er valt onderweg over de Glenelly scenische drive een lichte miezer. Echt Iers weer dus 😉 We steken via een klein weggetje de grens over, die halverwege een klein stenen bruggetje ligt. Voor de grens nog best heftige leuzen op huizen, waarvan ik de tekst: “people shouldn’t inform MI 5” wel t heftigst vind. Wat een wantrouwen in zo’n gemeenschap naar elkaar toe.

Als we Donegal in rijden is het al weer opgeklaard.. We stoppen voor lunch en boodschappen. We lopen nog even door het stadje, het is er erg druk en toeristisch. Dan rijden we verder via de Wild Atlantic Way naar Derrylahan hostel en campsite alwaar G. en J. een tweepersoons kamer hebben geboekt en wij met onze camper kunnen neerzetten.

Schroef in band G.

Bear Island, 21 juli 2022

Vandaag doen we rustig aan om de spieren wat rust te geven. We willen een korte wandeling op Bear of Bere Island (de spelling wisselt) doen en met een zeesafari mee. De ferry vaart niet erg regelmatig, de keuze is om 9 uur of 11.30. Dan kiezen we voor die van 9 uur om tijd over te houden voor de boottrip. Die moeten we nog wel regelen dus ik probeer meerdere malen de firma te bellen. Vooralsnog niet erg succesvol, ik krijg de voicemail keer op keer.

De ferry is een kleine veerboot waar maximaal 4 auto’s op kunnen en die allemaal achteruit via de laadklep de boot op moeten rijden. Dat lijkt me nog niet altijd even makkelijk maar de bewoners hier zullen het wel gewend zijn. Op de veerboot treffen we een groep Fransen waarvan een aantal in dezelfde B&B als wij zitten. Zij lopen in het begin min of meer gelijk met ons op, zij lopen met een reisleider. Eén van hen heeft exact dezelfde camera als ik heb. Als ik tegen hem zeg dat hij een mooie camera heeft kijkt hij eerst wat verschikt naar mij op, als ik de mijne omhoog houdt knikt hij instemmend. Een groepsgenoot van de man zegt dat de kwaliteit van de foto samenvalt met het oog van de fotograaf en dat kan ik alleen maar beamen.

We lopen de korte loop naar Ardakinna lighthouse op de punt van het eiland. Het is opnieuw prachtig, veel bloeiende paarse heide, gele gaspeldoorns en groene varens in een ruig landschap. Als we bij de vuurtoren zijn nemen we pauze om onze thee op te drinken. Lief komt tot de conclusie dat het onderste stuk van zijn wandelstok er ergens onderweg is uitgevallen. Hij wil via dezelfde weg terug. G. loopt met hem mee. J. en ik maken de ronde af. We zien nog een keer raven en een paar alpenkraaien naast de gebruikelijke schapen en de nodige kbv-tjes.

Schapen zijn hier alom aanwezig. In veel gevallen getooid met diverse kleuren inkt om aan te geven van welke boer ze zijn. Dat is van een afstand makkelijker te herkennen dan de verplichte gele oormerken. Ze lopen soms op zogenaamde gemeenschapsgronden van verschillende boeren door elkaar. Dan is een apart kleurtje om je eigen schapen te herkennen wel handig. Ze zijn over het algemeen best nieuwsgierig maar als je te dichtbij komt dan sprinten ze weg.

J. en ik zijn bijna weer bij de haven als we lief en G. van de andere kant terug zien komen. Gelukkig hebben ze het ontbrekende stuk van de wandelstok teruggevonden. Ik krijg de man van de zeesafari eindelijk te pakken. Als ik naar de mogelijkheden van een boottrip informeer dan meldt hij mij dat de business niet draait vandaag. Jammer maar helaas geen tocht in een zodiak boot. Als ik later op de website kijk zie ik dat de laatste post van zo’n vier jaar geleden is. Hmmm, volgende keer iets beter vooronderzoek doen.

We lunchen bij de haven, in afwachting van de veerboot bij café The Lookout. De meiden in de bediening zijn vriendelijke genoeg, maar ‘t tempo is tergend traag. Het neemt heel veel tijd om eerst de bestelling op te nemen en vervolgens om het eten uit te serveren. We hebben de tijd maar uiteindelijk tikken de minuten van de meer dan 2 uur speling die we hebben weg als we ook nog koffie bestellen. The lookout, jazeker, vooral uitkijken naar je eten 😉

‘s Avonds eten we bij de Lobster bar, waar we ‘s middags hebben gereserveerd. Gelukkig maar want terwijl wij zitten te eten zien we een aantal keren mensen teleurgesteld afdruipen. Wij eten heerlijke fishpie (lief en G.) en viskoekjes (J. en ik) en een lemon-lime meringue of rabarber taart. Op de terugweg naar onze B&B valt de avondzon prachtig op de bergen, de boten in de haven en Bear Island. Goudovergoten.

Adrigole-Castletownbere 20 juli 2022

Na een heerlijk ontbijt geserveerd door onze gastheer en -vrouw worden we weggebracht naar het begin van onze wandeling. We kunnen kiezen voor 18 of 22 kilometer. Lief zegt stoer dat hij dan de 22 kilometer wil gaan doen, hoewel de tocht van gisteren ons nog in de benen zit. Greg, onze gastheer zet ons net iets verder op de route af zodat we niet over de doorgaande weg hoeven te lopen. Dat is prettig en stiekem wordt het daarmee toch een klein stukje minder ver.

Het eerste stuk is net als gisteren over een klein asfaltweggetje, na ca. 1,5 km steekt de route een weiland in. Hoewel het geen steile route is vandaag zit het venijn in de afstand in combinatie met zo’n 650 meter stijgen en dalen al gaat dat redelijk geleidelijk. Het is afwisselend over smalle graspaadjes van één voet breed uitgesleten, over rotspartijen heen of over bredere keienpaden. Met name de smalle graspaden zijn lastig voor lief met zijn klapvoet die zich lastig laat sturen. Tot drie keer toe valt hij doordat zijn voet niet doet wat hij wil en hij zijn evenwicht verliest. Het is ontmoedigend en frustrerend maar lief zet manmoedig door.

We genieten van de prachtige uitzichten onderweg, eerst over de baai bij Adrigole, al snel kijken we richting Bere Island en Castletownbere. We zien weer de nodige kbv-tjes, waarvan we er nu een paar weten te herkennen. Zo zien we fluiters en roodborsttapuiten en G. en J. spotten gele kwikstaarten. Ik zie nog een paar alpenkraaien die opvliegen, met hun typische roep. Heel anders dan die van een raaf of kraai. Die eerste zien we ook weer vandaag.

We lopen telkens een stuk omhoog en dan weer omlaag, de hele dag door. Op een gegeven moment lopen we een vallei in waarvan ik niet kan zien hoe we daar uit zouden moeten komen. Het is of we tegen een grijze muur aan lopen, zo ruig en onherbergzaam ziet het eruit. Deze bergvallei waar we nu lopen is heel indrukwekkend. Ik zie niet hoe en of er een pad over de berg moet leiden, moeten we hier echt over heen? Dan buigt het pad gelukkig af en blijken we met een grote u-bocht aan de andere kant van de vallei verder te gaan. G. vraagt op een gegeven moment of we de schaapsgrens al gepasseerd zijn, ik moet hem teleurstellen en melden dat boven ons nog een schaap op de uitkijk staat. Schapen zijn hier overal, je ziet ze, je hoort ze en anders liggen hun keutels wel op het pad. Je kunt niet om ze heen.

We pauzeren vandaag wat korter dan gisteren, we zijn wat later op pad gegaan en de afstand is langer. Toch zijn we uiteindelijk pas na zes uur in Castletownbere. J. belt onze B&B en meldt dat we eerst iets gaan eten en dan pas naar de B&B komen. We zien het niet zitten om eerst de 900 meter naar Summer Hill te lopen, ons te douchen en dan die 900 meter weer terug te lopen om te gaan eten. We hebben echt op karakter het dorp gehaald. Het was verder en zwaarder dan we dachten. Bier en zitten schreeuwen onze lijven! Onze hoofden sturen onze voeten nog maar nauwelijks aan, maar deze boodschap komt gelukkig nog over 😉. We kunnen een plekje bemachtigen bij Murphy’s. J. en ik trakteren onszelf op een echte Hereford steak, we vinden dat we het verdiend hebben. De mannen nemen vis.

Na het diner kreupelen we de 900 meter naar onze B&B waar onze gastheer ons opwacht. Na een heerlijke douche bespreken we onder het genot van een kop thee de plannen voor morgen. De vroege boot naar Bere Island en kijken of we een boottripje kunnen maken. We willen onze spieren morgen wat rust gunnen.

Belfast, 11 juli 2022

We melden ons bij ons hotel, natuurlijk veel te vroeg zo rechtstreeks van de veerboot. We mogen wel ontbijten dus dat is fijn. We nemen daarna de bus naar het centrum, die stopt voor het hotel dus wel zo praktisch. We beginnen bij Belfast cityhall. We wilden een taxirit langs de murals maar die zijn niet meer te boeken, alles vol vandaag. De man van de touristinformatie geeft ons een kaart mee zodat we het ook lopend kunnen doen. Hij heeft alleen een kaart met de katholieke murals erop, wel een beetje typisch dat er geen kaart is van de protestantse muurschilderingen. We besluiten eerst naar het Titanic kwartier te lopen. J. en G. geven aan dat ze het Titanic centrum eigenlijk niet meer hoeven te zien dus lopen we terug.

Via het centrum lopen we richting de murals in de protestante en katholieke wijken. Het is morgen de dag van de Oranjemarsen en de sfeer in de protestante wijken is al behoorlijk opgeblazen nationalistisch. Op Shankill Road overal vlaggen, larmoyante liederen over gevallenen voor de idealen schallen uit luidsprekers die aan pubs hangen. Een man schiet ons aan als we bij een herdenkingsplek staan te kijken en meldt ons dat we vooral goed rond moeten kijken hoe het er hier voor staat…of zo want hij is niet goed verstaanbaar. In ieder geval wordt bij het monument een flink verwijt gemaakt aan Sinn Fein en de IRA en wordt er zelfs gesproken over genocide door de katholieken. Verderop in de wijk, die behoorlijk armoedig is wordt gewerkt aan de opbouw van een brandstapel van pallets bij het hek dat de twee wijken van elkaar scheidt. Een kwestie van uitdagen, de confrontatie opzoeken.

Aan beide kanten van het hek bevinden zich deplorabele arbeiderswijken, er is naar ons idee sprake van grote armoede. Kleine huizen, stenen of asfalt in de voortuinen. Afgebladderde kozijnen, het straalt geen enkele blijmoedigheid uit ook al hangen er nu aan sommige huizen vlaggetjes met de Engelse vlag of de queen er op. Een dame dienen aanspreekt omdat haar hondje als een gek te keer gaat is helemaal blij om te horen dat we Nederlands zijn. Niet vanuit het Orangisten gevoel, haar zoon is fan van Liverpool en daar voetbalt Virgil van Dijk. Ze is heel vriendelijk en vertelt dat ze wel zin heeft in de dag van morgen. Ze vertelt heel trots waar de oranjemars morgen langs gaat en gaat eindigen bij de cityhall.

We lopen terug door de katholieke wijk, door de poort die ‘s avonds nog afgesloten wordt om relschoppers dwars te bomen. Het is een stuk niemandsland. Wij ervaren het als heel heftig deze scheiding van stadsdelen. Nog steeds en gezien het fanatisme over en weer in de teksten op de murals neemt het toch niet af. Hier in de katholieke wijk zijn de murals soms ook wat meer politieker getint, bijvoorbeeld één die de Ierse regering oproept tot erkenning van de Palestijnse staat, Israël te veroordelen. Natuurlijk ook hier verheerlijking van de martelaren van de strijd. Dan zijn de teksten in het gemeentehuis schrijnend in contrast. De erkenning dat het verdriet aan beide zijden van het conflict even groot is, het bloed even rood. Dat niemand iets wint bij het instandhouden van het conflict.

Enigzins aangeslagen door de status van deze stad met name in arbeiderswijken waar mensen elkaar niet vinden over de grenzen van armoede heen maar blijven hangen in vijandsbeelden gaan we naar ons hotel. We eten en gaan op tijd naar bed. De eerste 2 reisdagen hakken erin.

Ardigole, 19 juli 2022

Vandaag beginnen we met de Beara way te lopen. De hitte van gisteren is in de loop van de nacht weggetrokken, gelukkig maar. De gedachte om met zo’n 30 graden te gaan lopen deed ons enigszins moedeloos worden, al zouden we de uitdaging niet uit de weg zijn gegaan. We worden na het ontbijt weggebracht naar het begin van de wandeling. We starten niet in Glengariff zelf, de reisorganisatie is zo lief geweest om te bedenken dat de eerste dag niet al te lang en al te zwaar moet zijn. De afstand zal zo’n 14 kilometer zijn. Gezien het aantal uren dat ze er voor rekenen, tussen de 5 en 7 uur is het geen vlakke wandeling.

Het eerste stuk loopt nog door wat uitlopers van bos, daarna steken we een pad tussen weilanden door. Nou ja, weilanden, het zijn ommuurde stukken met pijpjesstro, heide, ruig gras, distels en wat dies meer zij. De grond is hier duidelijk niet erg vruchtbaar en alleen de sterkere planten handhaven zich hier. Net als de talloze blackface sheep, koeien zie je hier nauwelijks.

We bestijgen de uitlopers van de Caha mountains, dat levert ons prachtige vergezichten op. De zon laat zich af en toe zien, het blijft een groot gedeelte van de dag min of meer bewolkt. Het waait af en toe ook behoorlijk en dan is het best fris in een shirtje. Het klimmen is pittig dus we blijven er warm genoeg bij. Mij loopt het zweet in ieder geval wel tappelings van de rug bij het stijgen. Volgens lief heeft hij de hele dag vooral naar zijn voeten gekeken omdat het stijgen over stenige ondergrond al zijn aandacht vergde. Het was inderdaad een pittige tocht en we hadden ook echt de 7 uur nodig exclusief pauzes om de afstand te overbruggen.

We hebben vandaag best een goede vogeldag. We hebben ons er al een paar keer over verbaasd dat je hier niet veel vogels ziet laat staan wild, jammer vinden we dat. Het blijft bij wat ‘kbv-tjes’, kleine bruine vogeltjes die zich niet nader laten determineren. Ook leuk hoor, maar wij willen ook weten wat we zien. Als we de heuvels beklimmen spotten we een grote roofvogel. De verrekijker erbij, het is een zeearend! Dat vinden we gaaf. Al cirkelend op de thermiek wiekt hij uit zicht ons blij achter latend. Verderop als we de afdaling al hebben ingezet spotten we twee torenvalken die zich met de wind laten meevoeren om vervolgens met één draai van de vleugels om te draaien en al biddend in de lucht stil te hangen. Magnifiek gezicht. We zagen eerder al raven, vandaag zien we ze ook meerdere keren. Bij de afdaling naar Adrigole vliegen er zelfs vijf over de heuveltoppen naar de volgende vallei. Mooi. In Nederland komen ze gelukkig ook weer voor, nadat ze jaren uitgestorven waren.

Het laatste stuk naar Peg’s shop, een soort buurtwinkeltje in het middenvinger niets en ons pickup punt loopt over kleine asfaltwegen. De bermen hier zijn een mengeling van varens, bloeiende of al vruchtdragende bramen, roze en paarse fuchsia’s, gele gaspeldoorns, paarse heide, witgele kamperfoelie en een verdwaalde oranje montbretia in wisselende samenstellingen. Een waar kleurenpalet en een feest om langs te lopen. Bij Peg kopen we brood en vleeswaren voor de tocht van morgen, een biertje waar we zo’n zin in hebben verkoopt ze niet. Dat hebben Greg en Ahrlene, onze gastheer en -vrouw van Dromagowlane house gelukkig wel. Omdat het restaurant in het dorp (nou ja, verzameling huizen) door de weeks niet open is koken zij voor ons een driegangen menu. Heerlijk!

Ierland 9 en 10 juli 2022

Vandaag rijden we naar Hoek van Holland om boot te nemen naar Harwich.  We gaan vroeg heen om files in verband met eventuele boerenprotesten te ontlopen. We strijken neer bij RPort een strandtent. Éérst een glaasje win of bier om in de vakantie stemming te komen. Straks ook  eten aan het strand.  We hebben een boek bij ons, het wachten is op J. en G. waarmee we deze vakantie op pad gaan.  Zij komen rond half zes. Zo aan het strand met eem zonnetje, een (stevig) windje op een terras is wel het sublieme vakantiegevoel.

Rond half acht begeven we ons naar de ferry. Het boarden gaat redelijk vlot boarden.  In de taxfree shop halen we whisky voor op de camping straks.

Bij het verlaten van de veerboot in Harwich zijn wij er vlot af.  J en G daarentegen komen maar traag door de douane. Wij staan 3 kwartier te wachten bij de Lidl op de parkeerplaats. Als ze er zijn gaan we op weg naar Liverpool. Het valt me opnieuw op net als de laatste reis door Engeland hoever dood wild er langs de wegen ligt.  Blijkbaar een beleid van miet opruimen? We hebben op de boot alleen koffie en een croissant genuttigd dus willen we wel een ontbijt. En G. moet ook nog tanken. Beide ‘opdrachten’ blijken een uitdaging.  Bij de eerste stop zit alleen een Burger King, het tankstation is in verbouwing. Bij de tweede stop een Starbucks maar bij het tankstation heeft de kassa storing.   We besluiten dan in ieder geval toch een ontbijt te doen.  Zoals gebruikelijk bij Starbucks moet je een naam opgeven. Lief spelt zijn naam maar vergist zich in de uitspraak van de J. Dus heet hij nu Goep., een mooie geuzennaam😉 Bij de derde stap hebben we eindelijk geluk en kunnen we ook tanken. We hebben verder een  voorspoedige reis en zijn al om half 2 in Birkenhead.

Indachtig het lief van Jerry and the pacemakers willen wij een ferry across the Mersey.. daar is helaas geen sprake van.  We zien alleen rivercruises. Dan maar met de trein naar de stad. Wat volgt is een licht frustrerende zoektocht naar een parkeerplaats in de buurt van het treinstation. De eerste staat helemaal geen andere auto en ziet er erg desolaat uit. Toch maar een andere. Aan dee overkant van de straat blijkt er na nog een rondje rijden ook één te zitten. Dan daar want er staan ook andere auto’s… helaas… een niet werkende betaalpaal hoe vaak we het ook proberen. Dan toch terug naar de andere plek aan de overkant van de weg waar we wel succesvol kunnen betalen.  De trein brengt ons vervolgens in 10 minuten naar Liverpool centraal.

We lopen via Bold street naar het centrum. Het is een wandelgebied met heel veel restaurants. Het is hoogtijd voor lunch. Uit elk restaurant klinkt harde muziek.  Dat is blijkbaar gewoonte hier.

Na de lunch lopen we eerst richting de kathedraal. Langs St. Luke with a hole.Deze kerk is in WO II van zijn dak beroofd door een bombardement. De muren en toren zijn blijven staan en als een soort Gedächtniskirche een herinnering aan de oorlog. De kathedraal van Liverpool stamt uit begin 20ste eeuw. Van binnen sober, Buiten een bombastisch groot bouwwerk. Hét kan ons niet echt bekoren. Via Chinatown lopen we richting de docks. Chinatown ligt er. deplorabel bij. Vervallen gebouwen, restaurant of winkel beneden, boven armoedige appartementen. Zijn hier huisjesmelkers aan het werk? Het ziet er allemaal vervallen en afgebladderd uit, troosteloos.

De Docks zijn heel wat vrolijker stemmend. Een mooi herontwikkeld industrieel erfgoedgebied afgewisseld met niet altijd even mooie moderne architectuur.  Het is een mix van musea, restaurants en winkels. Het is er druk, het mooie weer nodigt uit tot flaneren. We eten een hapje bij één van de restaurantjes in de docks.

Als we ’s avonds de haven verlaten zakt de zon oranjerood en daarna paarsig in de zee. De maan stijgt boven de Mersey. De maan laat haar zilveren licht op de rivier schijnen, de lichten van de stad aan weerszijden laten zien dat de stad nog lang niet slaapt. Wij gaan onze hut opzoeken, morgen Belfasr