T. en R. vertrekken na het ontbijt, er wacht werk op hen in Nederland. Wij blijven nog een dag langer voordat ook voor ons de arbeid roept. Vandaag willen J. en N. ons het heremietenklooster van Blaca laten zien. We rijden deze keer met de camperbus van J. en N., onze huurauto durven we niet te wagen op het onverharde rotsachtige pad naar het beginpunt van de wandeling. Aan het begin van het pad staat een oude afgetakelde Lada waarop in rode letters Russia Mafia staat. Er zijn duidelijk weinig vriendelijke gevoelens hier voor Russen sinds de inval in Oekraïne. We rijden verder over het pad tot aan het begin van de wandeling door de kloof naar het klooster.
Dit klooster is in de zestiende eeuw gesticht door monniken die op de vlucht waren voor de Ottomanen. Het ligt erg afgelegen en je kunt er alleen te voet komen. Of van bovenaf naar beneden lopend, zoals wij doen, of via zee met een bootje uit Bol naar boven lopen. Het is een fraaie tocht, het pad is goed te doen. Paar stukjes steil maar voor de rest loopt het min of meer geleidelijk naar beneden. Na ongeveer een half uur, drie kwartier sta je dan bij het klooster. En hoewel J. en N. het beiden hebben nagezocht blijkt het klooster nou net op maandag gesloten te zijn! Dat is pech hebben. Binnen schijnt een fraaie bibliotheek te zijn en een oude kapel. Dan zit er niets anders op en een keer terug te komen. De tocht is in ieder geval ook zeer de moeite waard. Er bloeit van alles langs het pad en er vliegen verschillende vlinders rond. En we spotten zelfs opnieuw een smaragdhagedis.

Terug bij de bus zet N. koffie. Dat is een groot voordeel als je een huis op wielen hebt, je bent van alle gemakken voorzien. J. wil zien hoever de nieuwe weg die aangelegd wordt richting Bol inmiddels gevorderd is. Het is een waar kunstwerk van haarspeldbochten de helling af naar beneden. De weg is niet af en we moeten uiteindelijk omdraaien. Volgens N. zijn ze niks opgeschoten en vraagt ze zich af wat nu de diepere gedachte achter de aanleg van deze weg is. Bol is via een andere weg prima te bereiken. De twee dorpen die we zien zijn meer van het formaat gehucht en Bol ligt echt nog achter een volgende heuvel. Wellicht geld van de Europese Unie?
Het wordt inmiddels wel tijd voor een heel late lunch. Dat gaan we in Dol doen bij de favoriete konoba van J. en N. Dol is een klein dorpje waar ze tot aan het begin van de twintigste eeuw nog grotwoningen bewoonden. Er zijn restanten over en een museumexemplaar ter plekke. Maar eerst lunch bij Toni’s konoba. J. en N. zijn duidelijk bekende gasten, er worden handen geschud en er wordt drank aangeboden. We moeten vooral ook binnen kijken bij de ketels waar drank in wordt gemaakt. Het zal ook eens niet 😉 We krijgen een soort grappa te proeven en drie verschillende soorten likeur. Lief besluit dat hij twee flessen mee wil nemen naar Nederland.
Na de lunch lopen we naar het kleine kapelletje van Sint Petrus boven het dorp. Het is warempel open, een fraai sober binnen roept om wat katholieke misliederen. Gelukkig kan lief daarin voorzien, het klinkt passend in het kleine kerkje. We voelen ons heel even ontstijgen aan het profane bestaan.
We zigzaggen door het dorp terug naar de auto. We passeren een gedenkplaat voor gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. Braç was blijkbaar een broeinest van partizanen, men liep niet mee met de Duitsers en Italianen. Daar zijn ook mensen hun leven bij verloren. Het hondje dat ons al een tijdje vergezeld in het dorp loopt ineens hard voor ons uit als een auto het dorpsplein op rijdt, de baasjes zijn thuis gekomen. Deze tijdelijke baasjes vertrekken uit Dol terug naar Splitska waar lief en ik het laatste avondmaal op Braç verzorgen. Morgen terug naar huis. Het was kort maar zeer de moeite waard.








