Veurne, een onverwacht genoegen

31 juli 2021

We vertrekken vandaag uit West-Fleteren. Ik reken af en de vrouw van de camping geeft ons 5% korting omdat we er bijna een volle week hebben gestaan. Verder rekent ze maar voor één persoon toeristenbelasting, wat ook weer mooi meegenomen is. Als we ooit terug willen komen zijn we van harte welkom meldt ze me. Als we op het punt staan te vertrekken worden we aangeschoten door onze Friese overburen. Of we gezien hebben dat er een inspectieteam van de ANWB op de camping staat. Dat hadden wij nog niet gezien, maar nu hij de aanwijzing geeft zien we inderdaad een camper met inspectieteam ANWB twee plekken van ons vandaan staan. ‘Ze hebben geen goed woord over voor de camping’, weet hij te melden. Nou heeft de camping sowieso maar 2 sterren, dus het we verwachtten geen state of the art camping. Maar gezien de prijs, €20,- per nacht vinden we hoewel alles er is wat je nodig hebt dat ook wel een beetje aan de hoge kant. Het geheel is wat rommelig, amateuristisch en goedkoop opgezet en de voormalige boerderij is ronduit rommelig. Maar het ziet er allemaal wel schoon uit. Nu ja, inspecteurs zullen vast een strak schema hebben waaraan de camping moet voldoen en ’t verrast ons niet echt dat deze camping die standaard niet haalt. De Friese overbuurman kan t niet nalaten om enigszins glunderend te vertellen dat het ANWB team de sticker van de ANWB al van de deur van de receptie heeft getrokken. Blijkbaar willen ze hun naam hier niet meer aan verbinden.

Op weg naar Veurne, onze tussenstop op weg naar Middelburg stoppen we bij de abdij van West-Fleteren. Lief wil hier biertjes halen, zoveel als kan. Het bier van West-Fleteren is van wereldfaam, de uitgifte is gerantsoeneerd. Dus hij komt terug met een sixpack donker bier en een vaderdag cadeauverpakking met van de drie bieren die hier gebrouwen worden elk twee plus een glas. Meer zat er niet in, dan hadden we op internet in moeten tekenen voor twee kratjes bier die je dan bij de abdij zelf kunt afhalen. Maar dan krijg je een tijdslot toebedeeld en moet je maar afwachten wanneer dat is. Daar hadden we geen zin in, dus we behelpen ons maar met deze povere oogst 😉

Veurne is een kleine plaats die in de eerste wereldoorlog te lijden heeft gehad van bombardementen. Na de oorlog zijn de verwoeste gebouwen historiserend herbouwd. Je kunt zien dat het niet meer de originele oude gebouwen zijn, toch heeft het centrum wel sfeer. Het is er gezellig met terrasjes en fraaie doorkijkjes. Zeker de moeite van het bezoeken waard. De grote markt is sfeervol maar staat helaas vol auto’s. Dat doet wel afbreuk aan de oude gebouwen die rondom de markt staan. Als we teruglopen naar onze auto passeren we een prachtig gedicht van Maud Vanhauwaert op een muur, een Boodschap van algemeen nut over het belang van kunst en cultuur in ons leven. Ik maak er een foto van, een gedicht om te bewaren voor een kerst- of nieuwjaarsspeech voor t werk.

Na Veurne rijden we naar Koudekerke, naar de camping Pitteperk nabij Middelburg. Ons laatste avondje vakantie besteden we aan bijpraten met collega J en haar partner K. die in Middelburg wonen. Zo hebben we een zeer gezellige afsluiting van een bijzondere vakantie.

Roots natuurpad, Hooghalen, Hijken, Ruinen

29 en 30 mei 2021

Eindelijk kunnen we weer wandelen langs natuurgebieden. De terrassen zijn weer open maar deze keer lukt het ons niet om te starten met koffie en (appel)gebak. De route start niet bij een café of restaurant. We maken een late start. We kunnen het beginpunt waar onze vrienden G. en J. staan niet te vinden. Blijkt dat er twee keer een zelfde straatnaam langs de Beilervaart zit, een halve cirkel en wij hebben precies de verkeerde poot van de cirkel in eerste instantie. Maar gelukkig treffen we elkaar toch en kunnen we één auto laten staan en met de ander naar het beginpunt in Hooghalen rijden.

De wandeling voert ons over heide en door bos. We spotten een grote gele kwikstaart in een aardappelveld. Wat een mooie vogel is dat, grappig genoeg zit er ook een witte kwikstaart in hetzelfde veld. Het valt ons op dat op sommige stukken van de heidevelden er stroomdraden zijn gespannen, wel vier stuks boven elkaar. We denken dat dit tegen wolven is die inmiddels hun weg in Nederland en naar de Nederlandse heideschapen hebben gevonden.

In dit gebied komen ook kraanvogels voor dus we spieden met onze verrekijkers goed de vennen en plassen af. Helaas treffen we er geen aan. Een passerende fietser weet ons wel te melden dat ze achter ons overgevlogen zijn. Tja, we hebben geen ogen in onze rug…. Op een klein ven zien we wel een dodaar met jong. Dat is ook een leuk vogeltje om te spotten, zo vaak zie je die nu ook weer niet. Er zit iets verderop een wat oudere man op een bankje met een verrekijker in de aanslag. Hij weet ons te melden dat hier een wielewaalpaar zit en verderop een paartje grauwe klauwieren. Hij heeft beide vandaag nog niet gezien, de man komt hier al bijna vijftien jaar en de wielewaal heeft hij slechts één of twee keer gezien. Wij zijn helaas niet veel gelukkiger dan de man, beide vogels laten zich niet zien.

Verderop zitten Schotse hooglanders met kalfjes, dat zijn net lieve, kleine beertjes. Ze staan vlak langs het pad maar ze geven gelukkig geen sjoege. Hooglanders zijn nogal beschermend ten opzichte van hun jongen (zoals de meeste ouders ;-)) dus we zijn blij dat we rustig kunnen passeren. Langs een fietspad verder op de route zit een groentje op een margriet. Echt een mooie vlinder. Ik geloof niet dat ik die ooit eerder zag.

We slapen in onze camper op het erf bij vriend KJ die in Ruinen woont. We krijgen tapas en daarna ribeye op de grill met pepersaus zoals meneer peper het bedoeld heeft 😉 aldus KJ. Heerlijk! Al had er wel wat groente bij gemogen van mij 😉

De volgende ochtend vertrekken voor de volgende etappe. Deze voert ons over het Dwingelderveld. Het is alsof je op de Serengeti wandelt. Het is er droog en savanne-achtig. Droge gras- en heidevelden met hier en daar wat kleine bosschages. Het waterniveau is nu wel weer op peil door het natte voorjaar, dus of dit nu de effecten van vorig jaar zijn of dat het er altijd zo uit ziet eind mei weet ik niet. Ik vermoed dat we hier ook kijken naar de schade van de droogte van vorig jaar. Op een stuk met een kanaal en veel vennen worden we getrakteerd op een groene kikkerconcert. Ze zitten in het water vlak bij de rand tussen de waterplanten naar hartelust te kwaken. Je ziet de zakken aan de zijkant opzwellen tot witgroene ballonnetjes die ook weer inzakken als ze even uitgekwaakt zijn. Het is een kostelijk gezicht en een vrolijk stemmend geluid. Het gaat hier goed met de kikkers.

De tocht leidt ons afwisselend door heide en bos. Af en toe wat naaldbos en ook stukken met loofbos, mooi afwisselend. Op een open stuk waar we langs een kleine singel lopen zien we in het open veld naast ons twee of drie reetjes, afhankelijk van wie je het vraagt van ons gezelschap 😉 Tijdens onze lunchpauze komt een buizerd over het ven waar we op een bankje zijn neergestreken gezweefd. Majestueus gezicht blijft het toch een roofvogel die langs komt op de luchtstroom. In diezelfde plas zitten dodaars en tafeleendjes en de bijna onvermijdelijke meerkoet. Je zou bijna gaan denken dat dodaars veel voorkomen in Nederland omdat we er nu al twee keer een paar hebben gezien.

We beëindigen de wandeling vlakbij Ruinen en nemen een afsluitend welverdiend biertje bij het Olde Posthuus in Anholt.

Nooit meer oorlog

30 juli 2021

Vandaag doen we nog één dag oorlog, herinneringsplekken WO I bezoeken. We beginnen in Nieuwpoort bij het sluizencomplex bij de IJzer. Er staat een wanstaltig beeld van Albert I op het bezoekerscentrum. Een ware representant van naoorlogs nationalisme. Brrrr. Het regent als we er aankomen, we hebben geen zin om Nieuwpoort in de regen in te gaan en het bezoekerscentrum trekt ons ook niet erg. Door dus.

Naar Koekelare waar we eerst lunchen bij een restaurant die een voor mij noviteit voert in haar naam: bistrant Spanje. De vissoep die wij beiden willen nuttigen is helaas uitverkocht. Lief neemt lasagne en is daar best tevreden over, mjin geitenkaas salade heeft ernstig te lijden onder de currysaus die ze er als dressing overheen hebben gedaan. Zo vies! Volgende keer vraag ik wat voor dressing eroverheen zit…. ik had dit niet verwacht bij een restaurant, sorry bistrant dat verder best goede dingen op de kaart had staan.

Daarna in Koekelare naar een klein museum gewijd aan Käthe Kollwitz. Een sociaal bewogen Duitse kunstenares die haar oudste zoon Peter verloor in WO I op achttienjarige leeftijd en nog geen tien dagen aan het front… zijn regiment had zelfs nog geen strijd geleverd toen hij door een verdwaalde granaat werd geraakt en ter plekke overleed. Het leed dat zij als moeder voelde zette zij uiteindelijk na vele jaren om in het tekenen van een bedroefd ouderpaar dat door twee beeldhouwers is uitgevoerd en op de begraafplaats van Duitse gevallen soldaten staat in Vladslo. Het museum heeft geen beeldhouwwerken van haar, wel een flink aantal etsen en litho’s waarin zij een aanklacht laat zien tegen de levensomstandigheden van de arbeidersklasse. Zoals lief zei tegen de man achter de balie ‘Het is liefdevol gedaan’, het verhaal van Käthe en haar zoon. NB ik vind het beeld van de Piëta in de Neue Wache in Berlijn van haar hand ook zeer indrukwekkend.

Na het museum rijden we naar Vladslo naar de Duitse begraafplaats. Hier zijn na WO II verschillende begraafplaatsen uit WO I samengevoegd tot één, in totaal zijn er nu vier grote Duitse begraafplaatsen in Vlaanderen. Heel indrukwekkend van aard, nagenoeg geen kruizen, alleen platte vierkante stenen met daarop steeds zo’n tien namen van gevallen Duitse soldaten. Heel sober… en aan het eind van het kerkhof de twee beelden van Kollwitz. Er staan een paar grafstenen aan de zijkant met daarop de tekst dat degene die genoemd wordt een heldendood is gestorven voor het vaderland. Tja… daar krijg ik een ongemakkelijk gevoel bij… wat had je te zoeken in Vlaanderen? Niet jouw vaderland… toch geeft het feit dat de Duitse graven zoveel soberder zijn en dan ook nog met tien namen op een steen mij een ongemakkelijk gevoel. De geschiedenis wordt ingekleurd door de overwinnaars. Maar waren niet veel van deze soldaten net zo goed kanonnenvoer als de Tommies, Aussies, Frenchies, Belgen en al die andere nationaliteiten?

Na het kerkhof rijden we naar Diksmuide. Hier staat de IJzertoren, een wanstaltig monument voor de slag bij de IJzer. Net als bij het monument bij Douamont staat híer PAX op, het straalt op geen enkele manier iets vredelievends of verzoenends uit. We slaan ook hier het museum over en wandelen in plaats daarvan het centrum van Diksmuide in. Dit is volledig kapotgeschoten geweest en op basis van oude foto’s weer helemaal herbouwd. Knap gedaan want het heeft ook weer sfeer gekregen.

Na Diksmuide rijden we naar Ieper. Daar willen we in acht uur de dagelijkse ‘Last post ‘ meemaken. Eerst eten, bij ‘Captain Cook’ hebben ze een bord buiten staan waarop Zeeuwse mosselen staan. Daar hebben we allebei wel zin in. Ze zijn heerlijk en net voor achten kunnen we aansluiten bij de menigte die zich al bij de Menenpoort heeft verzameld. Ook al weer zo’n wanstaltig vertoon van nationalisme, dit keer door de Britten. De ceremonie zelf kunnen we niet zien, we staan er te ver af. Ik vind het vervreemdend om dit muziekstuk, dat ik altijd zeer emotionerend vind, nu hoor in groot still gezelschap terwijl aan het eind van de straat op de grote markt het gejoel en gegil van de kermis die er nu plaats vindt door heen klinkt. Een kleine oorlog tussen twee evenementen van totaal verschillende aard.

We rijden daarna naar de camping terug waar we al wat spullen opruimen. Het is koud en winderig en morgen rijden we richting Nederland. Deze vakantie stond in het teken van het bezoeken van plekken die van belang waren in WO I. We hebben er veel gezien, we hebben ook gelezen over WO I. Wat bijblijft is dé volstrekte zinloosheid van de vele doden die vielen, de gruwelijkheid, misère en verdriet. Het vereren van de doden die vielen voor het vaderland, het verheerlijken van dat ‘heldendom’. We hebben niet veel bij geleerd… nooit meer oorlog.. het zou mooi zijn.

Soissons

22 juli 2021

We vertrekken uit Aic en Multien. Beetje vreemde camping hebben we het gevonden. De campingbaas was best aardig maar pleegt niet het noodzakelijke onderhoud en schoonmaak. De overbuurman op de camping is een zonderlinge man. Hij zit de jele dag binnen, komt boos naar buiten als hij de camping baas ziet en doet zijn beklag. Waarschijnlijk over zijn buurman. Die staat één veld verder met een grote dubbelassige caravan en heeft een klein jong hondje dat hij hele dag alleen laat, buiten met een blik voer. Het hondje maakt er een beetje puinhoop van, loopt met van alles te slepen en laat dat ook vallen waar t hem uitkomt. In 2 dagen tijd hebben wij geen enkel teken van leven gezien bij die caravan. Verderop zit een ouder Frans echtpaar, hij kromgebogen, zij in rolstoel. Zijn al jaren uitgepraat met elkaar en slijten hier hun dagen? Af en toe horen we ze op hoge toon tegen elkaar bitsen. De voorzieningen voor gehandicapten op de camping lijken hier afgesloten, maar misschien hebben zij alleen een sleutel van? Het lijkt ons in ieder geval moeizaam zo’n bestaan als twee oude mensen, niet of nauwelijks meer mobiel op zo’n camping in verval. Je vraagt je af welke werelden en verhalen hier achter schuil gaan.

Via Soissons gaan we naar de volgende camping in Bourg en Coumin in buurt van de Aisne. Soissons is een regiostad met ca 30.000 inwoners. Het is een oude stad, in dé merovingische tijd was het korte tijd de hoofdstad van het Frankische rijk. Er is naast de te verwachten kathedraal een grote oude abdij. In de tijd van de Franse revolutie is de abdij onteigend en de stenen van de kerk en het klooster werden verkocht aan burgers. Nu staan er nog twee gotische torens en wat kloostergangen. Het is een verstilde omgeving. Op het terrein hebben ze het rozetraam op de grond nagemaakt met bloemen.. dat is mooi nu de bloemen bloeien.

In de binnenstad zelf lunchen we eerst lekker bij La Cathedral. Daarna bezoeken we de kathedraal. Het rozetraam wordt gerestaureerd, het is door een zware storm in 2017 zwaar beschadigd. Op de grond van de kerk liggen de stenen bogen klaar voor installatie. Dat moet een mooie klus zijn voor een steenhouwer/ metselaar. Staat ook mooi op je cv.

De kerk is in WO I stevig te grazen genomen. Kogelgaten getuigen van de gevoerde strijd. Het godshuis is weer in volle glorie in herstel, met zo’n enorm gebouw blijf je bezig met herstellen. ‘T is nooit af. Er hangt een fraai schilderij van Rubens. Dat haal je er zo uit ten opzichte van andere schilderijen. Het is levendiger, sprekender.

Aan de andere kant van het plein liggen nog overblijfselen van een oud klooster. Daar kunnen we helaas niet in. Het restant van een muur is romantisch overgroeid met een rijk bloeiende klimroos. Heel fraai allemaal. Via een supermarkt voor de nodige boodschappen rijden we naar de camping in Bourg-et-Comin.

Provenade

29 juli 2021

Vandaag een rondwandeling van 12 kilometer vanaf de camping. Even een dag zonder oorlogherinneringen. Een voornamelijk leuke wandeling over bospaden en weggetjes door akkers, een paar stukken landweggetjes en een klein vervelend stuk langs een doorgaande weg.

We zien veel vlinders en op sommige stukken van de route is het een drukte van jewelste met heen en weer flitsende libellen. We zien in de modder op een bospad reëensporen maar de dieren zelf laten zich niet zien. Ik spot nog wel een torenvalk met prooi.

De wandeling voert ons door Proven, een typisch Vlaams dorp. Op het kerkhof een paar oorlogsgraven uit WO II, herbegraven inwoners die omgekomen zijn in WO I. Verder een houten kruis op een graf, heel bijzonder en een ontwerp voor een grafsteen dat ik nooit eerder zag. Een eenvoudig wit kruis met een uitsparing er in waarin een naamplaat geschoven wordt. Alsof het hergebruikt kan worden, of tegen een zo laag mogelijk bedrag gemaakt en dus massaproductiewerk. Heel bijzonder.

Het dorp zelf heeft weinig kraak of smaak, zo’n typisch Vlaams dorpscentrum… je mag hopen op een terras. Dat blijkt er te zijn, en zowaar is er één tent open. De barman is een Fransman die geen Nederlands spreekt, alleen Frans en West-Vlaams. De eigenaar? moet er aan te pas komen om ons uit te leggen dat ze geen bier van de tap hebben alleen op fles. Ook goed. Gezeten achter een Sint Bernardus blond komen we tot de conclusie dat we nog nooit zoveel bier hebben gedronken als tijdens deze vakantie.

Áls we bijna bij de camping zijn zien we eem grote plaat beton van, zo leren we even later, 12 bij 12 meter. Beetje typisch zo midden in het bos. Het informatiebord leert ons dat het hier om de overblijfselen van een V1 lanceerinstallatie uit WO II gaat. Zelfs als je er niet naar op zoek bent ontkom je hier in deze streek blijkbaar niet aan de beide wereldoorlogen.

Op de camping lekker tijd om te lezen en een beetje te spelen met de rode kater die hier rondloopt. Hij schijnt niet van de camping te zijn, hij scharrelt hier bij de verschillende gasten zijn kostje bij elkaar.

Meaux est beau?

21 juli 2021

Op tijd op, we gaan naar het museum de la grand guerre. Eerst de campingbaas vragen of hij cash betaald wil of met kaart. Ik krijg een heel verhaal waar ik ongeveer de helft van snap, vervolgens krijgen we een automatische sleutel mee voor poort en slagboom. Het is een beetje een sjacheraar, als we cash betalen krijgen we korting. Ja ja, ik denk niet dat deze inkomsten in de boeken komen. Hij rekent overigens een pittige prijs voor de zeer matige voorzieningen. 2 toiletten open voor de hele camping. De douches zijn oud en lijken niet vaak schoongemaakt. Het geheel doet behoorlijk verlopen aan. Zoals gezegd ziet de andere kant van de camping met de chalets er prima uit qua uiterlijk.

In het museum krijgen we een check op de corona app. Vanaf vandaag verplicht in Frankrijk in openbare gebouwen. Die van mij zegt ‘non validee’ na de scan van de beveiliger maar ik mag toch door. Het is een groot museum dat in 2011 is geopend. Een indrukwekkende tentoonstelling met bewegende beelden, eerste wereldoorlog in perspectief gezet van Frans-Pruisische oorlog en WO II. Daarna volgt het verhaal van dee oorlog met onder andere een film waarin eem bestorming uit loopgraven wordt getoond met ook een stuk re-anacting. Het zijn heftige beelden met muziek ondersteund waardoor sommige stukken hard binnen komen. Wat mij betreft niet geschikt voor kinderen van jonge leeftijd., maar ik zie toch ook gezinnen rondlopen met kinderen van een jaar of acht of tien. Ik hoop maar dat die geen nachtmerries hebben vannacht.

Na het museum rijden we naar het centrum van Meaux. We lunchen in een grappig tentje net buiten het centrum. Gezien onze eerdere ervaringen nemen we de eerste gelegenheid te baat. Áls we na onze lunch dichterbij de kathedraal komen blijken er talloze restaurants en terrasjes te zijn. Ha ha, en wij maar denken dat het overal wel zo zou zijn als de afgelopen dagen. T moet niet gekker worden. We gingen ons al afvragen of ons verwachtingspatroon wel klopte. We lopen bij het museum Bossuet in de tuin rond, een plek van rust midden in de stad. Fraai en veel mensen maken gebruik van de beschaduwde bankjes om rustig te zitten. Dan zijn we richting de Marne gelopen. Aan de overkant van de rivier is nog een oude overdekte markt die helaas tot parkeerplaats is geworden. Bij de Marne hebben we nog lekker op bankje aan het watert gezeten. Heerlijk fris windje, temperatuur is inmiddels na alle regen boven 30 graden uitgekomen. Dit is een prima plek om te wachten tot de kathedraal weer open is na de lunch pauze.

De kathedraal is een rrg hoog gebouw, volgens lief is de Alkmaarse Grote kerk hoger en in ieder geval heeft die een rijker versierd plafond. Baas boven baas, maar het is geen wedstrijd. Deze kerk is sober op een paar beelden ter ere van Bossuet en wat schilderijen en altaren na. Nog wel in gebruik voor de eredienst, ze hebben eem prachtig kinderaltaar met een versimpelde crucifix. De gruwelijkheid van sommige crucifixen wordt hier de kinderen bespaard.

We doen nog een drankje op het terras omdat t kan😉. Daarna terug naar de camping. Koken en nog een rondje over camping. Kijken of we ijsvogel en beverrat nogmaals zien. Maar helaas, geen van beiden laat zich zien.

Dag vol niet vervulde beloften

20 juli 2021

We verlaten Villers sur Meuse en rijden richting Meaux. We vertrekken laat van de camping. Op de camping zijn we ex- collega G. uit de bibliotheeksector getroffen. Hij komt al jaren een paar dagen op deze camping alvorens door te reizen of gewoon voor een korte break. Het praatje duurt even, vakantie hè.. alle tijd. Lief gaat afrekenen bij patrones. Ze brengt maar 3 van de 4 nachten in rekening. Ivm de ervaren overlast van de buren. Dat vinden wij erg attent van haar. Lief bespreekt nog dat het hem vooral tegenviel hoe weinig de Fransen zich interesseerden voor onze klachten. “Zo zijn Fransen” zei ze. Blij verrast dat ze rekening aanpast waarmee onze waardering voor de camping verder stijgt.

Op naar Meaux naar Musee de la Grande Guerre. Ca 2,5 uur rijden. In Meaux is slecht aangegeven waar het museum is, aan de rand van dé stad. We vinden het uiteindelijk maar het ziet er erg rustig en vooral gesloten uit. Blijkt het op dinsdag gesloten! Hebben wij weer. Eigen schuld natuurlijk, we hebben niet goed in de gids gekeken en niet op de website. We lunchen in het gras bij de parkeerplaats van het museum en besluiten dan naar de camping te rijden. Lief heeft gisteravond gebeld naar een camping die we gevonden hebben in dé ACSI gids voor klein en fijn kamperen. De leuke beschrijving van camping 2 Isles en de ligging ten opzichte van Meaux heeft ons voor deze camping doen kiezen.

Bij de camping aangekomen blijkt alles gesloten. Hek dicht, hoog opgeschoten gras en een melding op een verschoten papier dat je alleen met een sleutel toegang kunt krijgen die je bij de Acceuil kunt krijgen. De acceuil is gesloten zien wij van afstand… de camping volgens ons ook. We vinden het vreemd want lief heeft gisteren gereserveerd. Dan het telefoonnummer maar checken. Blijkt hij de camping te hebben gebeld die onder deze stond op de pagina. Als we dan bellen met het telefoonnummer van deze camping komt een onbegrijpelijke boodschap… die waarschijnlijk zegt niet meer in bedrijf te zijn oid. Hebben wij weer…. dan op zoek naar andere camping die hier niet heel erg dik gezaaid zijn. Een camperplaats trekt ons niet aan. Vacancesoleil voor €44 per nacht ook niet met ook nog de slechte recensies op Google. We vinden L’ancien Moulin in Acy en Multien op Google. Dat ziet er wel aardig uit. Ik reserveer via de site. Telefonisch wordt er niet opgenomen.

We komen aan rond half vijf – vijf uur. Het toiletgebouw ziet er niet al te best uit. Veel deuren zijn gesloten en er ligt her en der papier en afval. Receptie is gesloten, we spreken een man aan die uit het toiletgebouw komt. Hij zegt iets maar we verstaan hem niet goed. We hebben geen zin nog iets anders te zoeken. Lief belt het telefoonnummer dát opgehangen staat en vervolgens komt de campingbaas aanrijden in een golfcar. Hij wijst ons een plek in de schaduw. We doen het er maar voor.

Een Franse dame met 2 kleine kinderen komt langs om een praatje te maken. Vroeger was het een leuke en drukke camping vertelt ze. Tegenwoordig is onze kant van de camping in verval. Mensen maken er een bende van en gooien de schuld op de buitenlanders die op het andere eind van decamping staan. Dat vindt zij onzin. Deze mensen wonen er al jaren en werken allemaal in de regio. Italianen en Roemenen vooral. Ze hebben keurige chalets en zorgen goed voor hun omgeving, zij veroorzaken geen overlast. Dat doen de vaste sta-gasten.

Ik loop de camping over, eerst onze kant. Veel caravans met her en der wat bewoners, sommige caravans zijn nieuw, veel ook oud en waarschijnlijk achter gelaten. Ann de andere kant bij een visvijver staan keurige chalets, de camping loopt een heel eind door. Er zitten wat mannen buiten, ze groeten allemaal. Teruglopend langs de visvijver zie ik een ijsvogel zitten.Hij vliegt op en ik zie hem even later kort boven het water bidden alvorens in de wilg aan het water weg te duiken. Ik heb mijn camera en telefoon niet bij me, helaas, wel een mooi beeld in mijn hoofd…. Heb ik weer 😉

Opgeklopte geschiedenis en eeuwenoude schoonheid

19 juli 2021

Dit is één van ons slechts voorbereide vakanties ooit. Het thema of leitmotive is WO I, voor de rest hebben we niet veel uitgezocht ivm onze verhuizing, schilderen en klussen en omdat we onze vakantie 4 weken naar voren hebben getrokken. Zo beland je dan op plekken die je anders misschien terzijde zou hebben laten liggen omdat je je beter hebt ingelezen en kom je soms ook op onverwachte plekken terecht door de willekeur van een omleiding.

We rijden naar Stenay, 60 km verderop. Volgens Wikipedia een oude plaats, al vroeg gesticht. De middeleeuwse binnenstad moet goed bewaard zijn. Als wij er aan komen is het een doodse boel. Geen gebouwen van noemenswaardigheid te bekennen. Geen kromme oude straatjes, steegjes met hobbelige keien. Een redelijk recht toe recht aan stratenpatroon waar wij niets middeleeuws in kunnen ontdekken. We hebben onze auto geparkeerd aan t haventje aan een zijarm van de Maas. We hebben t dorp bekeken en troffen geen restaurant open voor lunch. Dat is natuurlijk wel een signaal voor de levendigheid van zo’n gemeenschap. Wel vier bakkers gezien! Dan maar een biertje op het enige terras dat wel open is. Onze deceptie wegdrinken😉 van het opgeklopte verhaal van de oude geschiedenis van de plaats en haar plek in de historie.

Op de terugweg zien we bij een omleiding een oud kerkje op een heuvel liggen, in Mont devant Sassey. Dit hebben we niet gevonden in onze zoektocht naar bezienswaardigheden in de wijde omgeving, nu treffen we deze parel zomaar op onze weg. Het is een kerkje uit de 12de eeuw, Romaans. Een oase van rust. Er wordt zacht muziek gedraaid van een cd. Zang van een sopraan, zijn het psalmen? Het klinkt in ieder gegaan prachtig en geheel in sfeer met de kerk. In de crypte een oud Mariabeeld met het kindeke Jezus. Aan de buitenkant is de kerk beschoten in WO I. Je ziet de kogelgaten nog zitten. Deze kerk lag op een strategische plek, dat kun je nu ook nog goed zien. Je kijkt over de hele Maasvallei heen.

We doen boodschappen in Verdun. Als we op de camping aankomen blijken we helemaal ingebouwd te zijn. 2 tenten staan pal voor onze plek op nog geen 3-4 meter afstand met hun kont naar ons toe. Lief ontvlamt en vraagt hen of ze de tent kunnen verplaatsen. Zij zeggen dat de plek hen is aangewezen door de patron en dat we daar maar moeten gaan klagen.

We spreken de beheerder aan en tja, ze heeft met ons te doen maar kan er verder niet zoveel mee zegt ze. We snappen ook wel dat je mensen niet zo snel gaat vragen hun tent een stuk verderop te zetten maar asociaal vinden we het wel. Gelukkig staan we hier nog maar één dag.

Een bedevaart met bier en dikbillen

28 juli 2021

We lopen een korte route vlakbij de camping, de Sint Sixtus route. Deze voert langs de Sint Sixtus abdij, beroemd om hun trappistenbier West-Fleteren.

De route loopt langs bospaadjes, kleine landweggetjes en boerenpaden en is zo’n 7 km lang. Omdat wij vanaf de camping beginnen zit het klooster met het naastgelegen restaurant waar ze het bier van de abdij serveren halverwege de route. Dat wordt een mooi rustpunt waar we ons nu al op verheugen.

Onderweg valt t ons op dat het water op de meeste akkers nog niet is weggezakt. ‘De regen ‘plakt’ hier aan de grond. Halve weilanden staan blank, dat is niet best. Het water zakt maar langzaam weg. We zien verzopen aardappelen en velden waar de kool of mais sterk varieert in hoogte. Dit jaar duidelijk niet door te weinig water maar door te veel.

Het vee dat we hier zien is veelal bedoeld voor de vleesproductie. Dikbilkoeien, rare misvormde dieren. Zo gefokt om extra veel biefstuk van te kunnen snijden als ze geslacht worden. Van achteren lijken hun achterste net varkenskonten zonder een krulstaart. De meeste dieren hebben moeite met lopen, doorgefokt. Er staat een gewone koe alleen in de wei, met een flinke ritssluiting aan de zijkant. Een dichtgenaaide snee van een keizersnee bevalling. Deze koeien kunnen de dikbilkalveren niet via de natuurlijke weg krijgen, daarvoor zijn de kalveren te groot, ze passen niet door het geboortekanaal. Doorgefokt. In de vrije natuur zou dit ras allang uitgestorven zijn…

Dat aardappelen familie zijn van tomaten wist ik wel. Nog nooit zag ik een aardappel met vruchtjes bovengronds, die sterk lijken op tomaatjes. Misschien had ik het wel kunnen weten, broer M. verdient tenslotte zijn brood met het veredelen van aardappelen en de vermeerdering gaat in eerste instantie via zaad en niet via pootaardappelen. Dit had ik alleen nog nooit gezien. We vragen via whats app bij broerlief na of dit zo hoort en hij meldt ons terug dat dit niet best is. Van het gezichtspunt van een kweker vindt hier ongewenste bevruchting plaats…. dat die aardappelen het maar weten. Geen sprake van veredeling maar juist het doorgeven van dezelfde eigenschappen die je toch al uit de knol kunt halen als ik M. goed begrijp.

In de omgeving van de abdij staan ook meerdere hopvelden. In eerste instantie denk je dat je naar erg hoog opgroeiende wijnranken kijkt voordat het kwartje valt. Geen wijnranken, dit betreft grondstof voor het gerstenat waar België beroemd om is. Ook hier staat het water tussen de rijen hopplanten, natte voeten.

Dan zijn we bij de abdij. Tijd voor een biertje van de trappisten. Het is er een komen en gaan van eters en drinkers. Indachtig mijn opa D. die altijd vond dat je op één been niet kon lopen bezondigen we ons aan twee biertjes. Als lief de ober vraagt, die nog twee tafels verderop staat, om twee blonden gebaart deze met zijn handen een wulpse vrouw. Ik zeg dat hij de verleiding niet te groot moet maken voor lief. De ober is niet voor één gat te vangen, hij komt speciaal naar onze tafel om te melden dat een man gegeven de keuze toch altijd zal gaan voor een vrouw van vlees en bloed met een glimlach als de mijne…. ha ha lekkere gladjanus😉

Na die twee biertjes moeten we even op gang komen, zo’n lunch halverwege is heerlijk maar met de zware biertjes in de benen komt het lijf wat moeilijk in beweging. Verder door het bos waar een Mariagrot is gebouwd na de oorlog als dank dat de abdij gespaard is gebleven. Het is een wanstaltig iets in onze ogen, toch zitten er mensen devoot te bidden en een kaarsje te branden. De plek zelf roept wel op tot stilte, contemplatie, rust, nadenken. Ik vraag mij af of je dan een Mariagrot nodig hebt of dat een bankje in een bos of andere mooie rustige plek niet zou volstaan. Misschien heb je toch iets nodig om naar te kijken, een Mariabeeld, een oude boom of een fraai uitzicht. Bankjes om op te zitten en even niets te doen, alleen te zijn met je gedachten.

De route voert ons nog langs een oorlogsbegraafplaats. Naast veel commonwealth soldaten liggen hier ook een dertig/ veertig Duitse gevallen soldaten. Waar de geallieerde soldaten allemaal een individuele steen gekregen hebben met naam, geboorte- en sterfdatum, rang en regiment liggen de Duitsers met twee of drie in een graf en met heel kort hun naam en soms rang erbij. Bij de geallieerden zijn de grafstenen vaak verluchtigd met de wapens van hun regimenten, dat ziet er wel mooi uit. De Duitse soldaten hebben een stuk soberder rechthoekige stenen, de geallieerden hebben een steen met afgeronde bovenkant. Het maakt het minstens zo indrukwekkend en schrijnend, het verschil in de behandeling van soldaten na hun dood die in veel gevallen ook maar gezonden werden en geen keuze hadden. De overwinnaars bepalen de regels. Voor nabestaanden is het verdriet aan beide kanten van het strijdtoneel even groot.

Op de camping eerst een kopje thee, dan koken, lezen. Gelukkig was het vandaag droog en een aangename wandeltemperatuur. Als de zon achter de wolken verdwijnt pakken we onze spullen op en zitten we het laatste uurtje voor we gaan slapen in onze camper. Lekker knus.

‘Bruisend’ Bar Le Duc

18 juli 2021

We dachten het vuurwerk gehad te hebben maar afgelopen avond was er feest in een naburig dorp en werd rond elf uur vuurwerk afgestoken. Blijkbaar het tijdstip voor dit soort feestelijkheden. We vinden het een geluid dat in het kader van het thema van onze reis, WO I, ons een onrustig gevoel geeft.

S nachts word ik wakker van geritsel bij de bus. Eruit, maar ik zie niks. Het is waarschijnlijk een egeltje, klein roofdier of kat geweest die de vuilniszak kwam onderzoeken. Daar zat een verpakking van zalm in, dat rook natuurlijk onweerstaanbaar. Zo buiten hier op de camping valt op hoe prachtig de sterrenhemel is, inclusief de melkweg. Dat is bijna niet te vinden in Nederland omdat we zoveel vals licht hebben en weinig echt donkerte gebieden. Hier zie je dan welke schoonheid er boven je hoofd voorbij schuift.

We gaan naar Bar-le-Duc. Een hertogelijke stad met een. grote renaissance wijk. De naam heeft niets te maken met het bronwater met dezelfde naam dat uit Nederland komt.

We rijden gedeeltelijk over de Voie Sacree. Dit was in de oorlog de verbindingsroute tussen Verdun en Bar-le-Duc. Voor toevoer van verversing, proviand, materieel was deze weg van essentieel belang. Daarom werd de weg door Petain als heilig verklaard, de. weg mocht niet uit handen worden gegeven, hij moest tegen elke prijs worden verdedigd. Nu staan langs weg om de kilometer een herdenkingspaaltje voor deze Voie Sacrée met een Adrianhelm erbovenop.

Het rijden door het Noord -Frans landschap is rijden door kleine slaperige dorpen. Sommige zijn echt deplorabel, sommige met nog wat middenstand waardoor er enig vermoeden van levendigheid is. Glooiende heuvels met graan, maïs of zonnebloemen. Het graan is soms al geoogst en het stro ligt in grote ronde balen op het veld. Af en toe bos en beekjes die ook hier hevig stromen door de overvloedige regenval. Op sommige akkers zie je diepe bandensporen waar de trekkers (bijna) vast zijn komen te zitten.

We parkeren aan de rand van het centrum van Bar-le-Duc. Lief heeft een wandeling gedownload. Eerst naar Haut Bar-le-Duc. Daar staat het hertogelijk paleis, een renaissance gebouw. Boven heb je een fraai uitzicht over de stad. We eillen iets drinken en eten maar er is geen enkel restaurant open in haut. Via het office du tourisme in de kerk in haut met daarin een bijzonder beeld voor het hart van Rene van Chalon lopen naar Bas Bar-le-Duc. Het valt ons op hoe weinig mensen op straat zijn. Ook bij de rivier geen terrassen. De 2 tentjes in de hoofdstraat die open zijn hebben kleine terrassen die vol zitten. Geen plek voor ons. We vinden het tamelijk bizar! We hadden ons de stad anders voorgesteld.

We besluiten de wandeling af te korten en terug te gaan naar de camping. Nog even langs een laatste kerk, en warempel spotten we een terras dat open is. Geen snacks of eten, alleen iets te drinken. We zijn wel toe aan een bier… Lief neemt tripel, ik een blanche. Halve liter waar we lang van moeten genieten, de rekening ligt al op tafel. €17,30 voor 2 glazen bier… alsof je een emmer leeg gooit. Dat is Het effect van een monopolist. Dan afsluitend lopen we nog een kerk binnen. Er is een mis bezig. We zijn getuige van een noviteit: een mis zonder aanwezige priester. Er is eem live verbinding met eem priester elders. 4 gelovigen murmelen de geloofsbelijdenis mee die ik herken en iets wat volgens lief wees gegroetjes aan Maria zijn. Zo kan de pastoor meerdere parochies tegelijkertijd bedienen.

Bar Le Duc heeft veel om een gezellig stadje te zijn, mooie wijken, leuke pleinen, een rivier door de stad. Deze doodse zondag heeft ons geen bruisend gevoel gegeven… misschien hebben we iets gemist?