Le Linge

13 juli 2021

Deze vakantie willen we gedeeltelijk wijden aan herdenkingsplekken van WO I. Niet teveel want vrolijk word je er niet van. Die ervaring hebben we gehad tijdens onze vakantie in Duitsland van een aantal jaren geleden. Genoeg om de geschiedenis beter te kennen en de idiotie van oorlog te doorleven, voldoende om niet totaal depressief te worden van al dat leed.

We staan langzaam op. Het heeft de hele nacht geregend en ook de ochtend is erg nat. We hebben geen zin om er vroeg op uit te gaan. We checken de website van Museum Le Linge, ze sluiten om 12 uur en gaan om 14 uur weer open. Franse tijden…kom er eens om in Nederland, een lunchpauze! Door onze trage start gaan we voor een middag bezoek en brengen we de rest van de ochtend lezend door.

Le Linge is een heuvel/ bergtop waar hard om gevochten is in WO I van juli tot augustus 1915. Veel van de loopgraven zijn nog intact en er is een museum over de strijd. Nadat de stellingen waren betrokken en na verschillende pogingen over en weer om deze en omliggende heuvels te bezetten of heroveren, afhankelijk van welke kant je het bekijkt bleef deze linie gedurende de rest van de oorlog nagenoeg gelijk.

Het is bizar om te zien, de film over dit offensief in het museum laat de zinloosheid van de aanvallen van de Fransen en de Duitsers zien. Duizenden doden door de achterhaalde oorlogstactieken en -materieel ten opzichte van de Duitse modernere wapens. De Franse bevelhebbers geloofden heilig in de wet van de grote getallen. Als je maar met genoeg mannen aanviel zou je altijd in staat moeten zijn een bres te slaan in de verdediging van de vijand. De Duitsers hadden een heilig geloof in hun Pruisische oorlogstactieken en – machinerieën, daar vielen overigens minstens zoveel doden. Om stil en koud van te worden.

De wandeltocht door de loopgraven voert je door een labyrint van groen bemoste gangen…. Alsof iemand een doolhof heeft uitgezet voor volwassenen. Het is nu bijna lieflijk, groen omzoomd, bemoste stenen met bloeiende bloemen. De witte of zwarte kruizen met opgegraven gevallenen uit afgelopen decennia als stille getuigen van de horror die zich hier heeft afgespeeld zetten je weer met beide benen op de grond. Dit is geen speelparadijs, dit is een dodenakker waar velen het leven lieten ter meerdere eer en glorie van hun generaals, die als de aanval mislukte werden weggepromoveerd en terzijde geschoven.

We stellen onze tocht naar Kaysersberg uit. We doen wat boodschappen en koken. Relaxen en beetje lezen. Net als we in bed liggen klinken er drie harde knallen die echoën in t dal. Sodeknetter, wat is hier aan de hand? Een halve minuut later weer knallen en dan herkennen we het geratel van vuurwerk. Siervuurwerk spat uiteen aan de sterrenhemel. Knallen weerklinken in de vallei. Alsof er opnieuw oorlog wordt gevoerd … zonder het gefluit van over suizende bommen. Een feest voorafgaand aan 14 juli, nationale feestdag in Frankrijk. Wij hebben bij het geknal heel andere associaties!

De achtertuin (her)ontdekken

Lief en ik wonen in een prachtig stuk Nederland. In de weekenden trekken we er graag op uit. Dat is meestal elders in ons land, op bezoek bij familie of vrienden, een weekend een stuk van een lange-afstands-wandeling lopen, kamperen of in een huisje met vrienden. Als we thuis zijn, dan is het vaak wandelen langs het strand, of fietsen in de buurt.

De afgelopen weken, sinds de lock down in verband met corona zijn de weekendjes weg (voorlopig) voorbij. We zijn onze eigen ‘achtertuin’ aan het herontdekken. Fietsen en wandelen in de buurt om een frisse neus te halen, met 1,5 meter afstand in acht nemend. We hebben een paar prachtige fietstochten gemaakt, meestal van zo’n 50-70 kilometer, verschillende routes naar het noorden, oosten of zuiden, beetje afhankelijk van hoe de wind waaide.

Zo fietsten wij met stevige windkracht 5 van Alkmaar naar Bergen, Schoorl, Petten, Tuitjenhorn, Kalverdijk, Oud-Karspel, Sint-Pancras en weer naar Alkmaar. De bollenvelden stonden in volle bloei. Velden met rode, gele, roze lakens van tulpen en narcissen. De velden met hyacinthen lieten hun zoete geur met de wind bedwelmend meewaaien. Op het bankje bij de kerk in Oud-Karspel zaten we heerlijk in de luwte onze meegebrachte thee te genieten alvorens weer naar huis te fietsen.

Een week later fietsten wij via Akersloot naar Starnmeer, met een fietspontje over richting Krommenie, dwars overstekend naar Heemskerk, door de duinen naar Castricum, Egmond en naar Alkmaar. Dat was een tocht vol verrassingen. Een oud-Hollands landschap met kleine dijkjes, knotwilgen. Een visdiefje dat net buiten Heemskerk boven onze hoofden scheerde, een fazantenhaan die op een afstand van 3 meter bij onze lunchplek uit het struikgewas de weg op scharrelde maakte dat ik er spijt van had dat ik mijn fotocamera niet had meegenomen. De fietstocht door de duinen leverde een rendez-vous met een paar schotse hooglanders op en verderop een enorm grote kolonie aalscholvers. Dat stuk van de duinen komen wij niet vaak en was een fijne herontdekking.

Onze tocht richting Hoorn bracht ons gedeeltelijk terug op de route van de West-Friese Omringdijk, die we twee jaar geleden hebben gefietst. Een mooi stuk ‘achtertuin’ dat we niet zo vaak opzoeken op de fiets. Meestal fietsen we richting zee. Op een mooie, frisse zondag nu de steven naar het oosten gewend. In het opschietende riet langs de kanalen horen we karekieten en rietzangers en af en toe zien we zo’n zanger acrobatisch in een rietstengel hangen. Vanaf Hoorn verlaten we de omringdijk, 150 kilometer is ons te veel voor een dagje fietsen. Het West-Friese binnenland ligt voor ons, met onbekende dorpen als Bobeldijk en Zuidermeer richting Spanbroek. Dwars door boerenland, grote groene raigrasvelden die afgewisseld worden door kruidenrijke velden waar grutto’s en kieviten de strijd aan gaan met meeuwen die uit zijn op hun eieren of jongen.

In mijn eentje nog een rondje op de fiets gemaakt naar Petten, dan richting Schoorl en Bergen en via de Egmondermeer terug. Zo’n mooi stuk daar in de duinen. De ruigte van de kale duinen met de heide er tussen, de stukken naaldbomen waar als de zon aan kracht wint je de geur van hars in je neus dringt en waar de overgang van zon naar schaduw kippenvel op je armen tovert. Een fietstocht wordt zo een feest voor de zintuigen.

Tijdens de wandelingen rondom Petten een paar nieuwe stukken ontdekt. Een stuk over een oude dijk haaks op de Hondsbossche zeewering met meertjes in de bocht van oude dijkdoorbraken, boven het landschap lopend. Zicht op de stolpboerderijen die verspreid in de Pettemerpolder liggen. Aan de rand van de putten zitten, kijkend naar de steltlopers die door het water waadden. Grutto’s, kluten, tureluurs, bontpekplevieren, scholeksters. Even langs bij de vogelkijkhut, kijken naar de langswiekende grote sterns. De wandeling vanaf Hargen langs de heideschapen net buiten Schoorl, een jonge torenvalk op een paaltje die lang genoeg bleef zitten om een foto te kunnen maken. De wandeling die we maakten vanaf Johanna’s Hof in Castricum richting Egmond was ook zeer afwisselend. Heel veel nachtegalen gehoord en ook een paar gezien, roodborsttapuiten. We liepen er in april en het was alsof we in een open volière liepen. Aan het eind van de wandeling getuige van een ‘moord’, een blauwe reiger spietste een groene kikker aan zijn snavel…..

Vakantie in je eigen achtertuin…..

Dagen vol klein geluk, of Westerborkpad Naarden-Bussum-Hilversum-Baarn

Mijn lief en ik houden van reizen, ver weg en dichtbij. Wandelen is daarbij een prettige manier om een streek tot je te nemen. Al stappend door het landschap heb je de tijd om je heen te kijken en je te verheugen in de schoonheid van waar je je bevindt.

Dit weekend liepen we drie etappes van het Westerborkpad met vrienden B. en M. Van Naarden-Bussum via Hilversum naar Baarn. Op zaterdagochtend beginnen we in Naarden-Bussum, op wat een heerlijke winterdag zal blijken te worden. Fris, met lichte vorst in de nacht en overdag een winterzonnetje. Via de synagoge, die een beetje verstopt zit in een woonwijk langs de Joodse begraafplaats van Bussum. De eerste vorst die de dauw op de bladeren er uit laat zien alsof iemand met een grote bus poedersuiker is rond gegaan. Mooi. Zo geeft de vorst op de gevallen bladeren een verfijnde glans aan wat verder een trieste plek is. Ook hier een herdenkingsmuur voor de vermoorde joden die in de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn door de naziterreur.

Over de Bussumerheide, een stukje natuur ingeklemd tussen bebouwing van Naarden, Bussum en Hilversum. Daar loopt een kudde schapen, gelukkig zie je dat vaker tegenwoordig. Ik blijf het een mooi gezicht vinden. Daarna lopen we al snel weer de buitenwijken van Hilversum binnen. Daar treffen we een gezellig koffietentje, waar we even kunnen zitten. De koffie is uitstekend en de pecanpie en carrotpie smaken prima. Versterkt kunnen we verder. We hebben besloten om drie etappes in twee dagen te lopen, dus we lopen vandaag ook een stuk van de etappe naar Hilversum Sportpark tot Nieuw Loosdrecht. Door het centrum van Hilversum, dat een beetje een rommeltje is. Prachtige jaren twintig en dertig panden afgewisseld met modernere panden die qua stijl botsen met de statige panden. Midden in het centrum ligt een verstilde plek, een begraafplaats waar opnieuw een gedenksteen is aan de gestorvenen in de concentratiekampen. Het laatste stuk van die dag richting Nieuw Loosdrecht is wat saai, langs een industrieterrein.

Als we bij het monument voor de Jeugdalijah, eindpunt voor de eerste dag, aankomen blijkt dat de bushalte tijdelijk is opgeheven. Er zijn werkzaamheden waardoor de bus een andere route moet rijden. We staan te kijken bij het beeld als de bus toch achter ons langs komt rijden. M. zwaait verwoed naar de chauffeur maar die rijdt door. M. vraagt aan een verkeersregelaar die op de rotonde staat of de bus ergens anders vlakbij stopt. Daar heeft de man geen weet van, hij staat er pas een dag en heeft nog geen bus voorbij zien komen. Dat er nog geen vijf minuten geleden er één voorbij is komen rijden is hem ontgaan.

We besluiten er op te gokken dat we de bus toch kunnen aanhouden bij de tijdelijk opgeheven halte. We hebben geen zin om het saaie stuk terug te lopen naar het industrieterrein, of te kijken waar de eerstvolgende halte is. Dan zien we ineens de verkeersregelaar over de rotonde sprinten, al zwaaiend en roepend. Hij blijkt de bus aan te houden om ons vooral mee te nemen. Wat geweldig! De bus komt de hoek om en de chauffeur stopt. Wij zwaaien en roepen ‘Dank je wel’ naar de verkeersregelaar en vertellen de buschauffeur dat we heel blij zijn dat hij stopt. Wat je noemt een klein geluksmoment.

In hotel Ravel het tweede klein geluk moment, de receptioniste vertelt ons dat het niet druks in het hotel, en dat we een gratis upgrade krijgen naar grotere kamers. Dat is fijn. We vragen of ze nog tips voor het avondeten heeft. We kunnen natuurlijk de stad in, of 100 meter de andere kant op, waar een eetcafé zitting het oude tolhuis. We besluiten even te bellen, en ja we zijn van harte welkom. Als we even later bij Het Tolhuis komen blijken we zonder het te weten de laatst beschikbare tafel te hebben gereserveerd. Reuze fijn, klein geluk 😉. Het is eten is er goed, we hebben er echt lekker gegeten.

De volgende ochtend staat er een puik ontbijtkoek klaar. We vragen of onze koffie en thee kannen gevuld kunnen worden voor onderweg op onze wandeling. Het meisje zegt dat het geen probleem is en dat er ook geen extra kosten aan vast zitten. Als we weg gaan geeft ze ons nog een zak met extra proviand mee, bananen, mueslirepen, ontbijtkoek…want je moet goed eten onderweg. Het is te gek, zo hebben we het nog nooit mee gemaakt. Hotel Ravel is echt een aanrader… klein geluk 😘

We pakken de bus terug naar Nieuw Loosdrecht, stappen iets te vroeg uit maar pakken daardoor nog wel een fraai stuk Nieuw Loosdrecht mee. Prachtige buitenplaatsen en mooie oude boerderijen. Via een route die toch weer door Hilversum loopt trekken we de Hoge Vuursche op. Het is echt zo’n winterdag waarop iedereen naar buiten gaat. Hele families, hardlopers, paardrijders, mountainbikers… iedereen geniet van het heerlijke winterweer. Geen wind, beetje mistig in de verte en een waterig zonnetje dat net genoeg kracht heeft. De zon schijnt op plekken door de lichte nevel en creëert daarmee een licht mystieke sfeer.

Via de Hoge Vuursche bereiken we de bossen van Baarn. We hebben het wel een beetje gehad. M. heeft een kleine blaar en B. heeft een stijve kuit, bij mij speelt mijn achillespees op, lief J. heeft zoals gebruikelijk nergens last van qua spieren. Dan komt het laatste kleine geluksmoment van dit weekend als het station in zicht komt. En het restaurant De generaal waar een bokbiertje op ons wacht. Wat een heerlijk weekend was het!

23, 24 en 25 november 2018, Wolfheze

We hebben ons jaarlijkse weekend weg met onze vrienden A. en M. Om de beurt organiseren we de plek, eventuele routes om te fietsen en te wandelen. Deze keer is het de beurt van A. en M. We ontmoeten elkaar vrijdag aan het eind van de middag in de B&B ‘De acht zaligheden’ in Wolfheze. Wolfheze is een dorp waarin je je ogen uitkijkt op kapitale villa’s, riante buitenhuizen en prachtige negentiende-eeuwse ruimte optrekjes. Meestal met een flink stuk grond er bij en omheind met een stevig hekwerk. Onze B&B heeft ook een toegangshek met afstandsbediening om binnen of buiten te komen. De poort staat voor ons open en de eigenaresse heeft een bordje voor onze parkeerplaats neergezet: “Welkom Erna en Joep”. Dat is een warm welkom. We voegen ons bij onze vrienden.

’s Avonds gaan we uit eten bij restaurant “De Tijd” in Wolfheze. Het is grappig om hier binnen te stappen. Eind vorig jaar zijn we met vrienden B. en C. wezen wandelen in Wolfheze op een zondag dat er code rood was afgegeven door het KNMI wegens sneeuwval. We hebben toen ’s ochtends geprobeerd er koffie te drinken. Dat lukte pas na enig aandringen, want men had toen de zaak nog niet echt open. Nu gaat het beter 😉 We hebben een reservering en ook nog een kortingsbon voor een 3-gangendiner van de B&B gekregen.  We kiezen allemaal een voor-, hoofd- en later nagerecht. Ik heb geen gelukkige keuze qua hoofdgerecht. De empanada’s zijn gevuld met een groentemengsel dat niet genoeg gekruid is. Het is flauw van smaak, en ik heb de saus die erbij zit nodig om het nog een beetje lekker te maken.  Als ik er iets over zeg tegen de jongen van de bediening dan zegt hij dat het vaak voor veel mensen te pittig is en dat hij daarin een gulden middenweg zoekt….Nou ik weet dan niet wat andere mensen pittig vinden, ik had de indruk dat alle kruiden vergeten waren! Hij maakt nog wel een grapje over de sambal van zijn tante, die erbij had gekund…. hij blijkt Molukse roots te hebben…. Een likje van die sambal had ik denk ik toch wel lekker gevonden.

We wandelen zaterdag gedeeltelijk langs de sprengbossen naar Kasteel Doorwerth. Het is een kasteel zoals je dat als klein kind je voorstelt als je aan een kasteel denkt. Met een mooi torentje, een slotgracht en een ophaalbrug. Dit kasteel kent een rijke historie en heeft door de eeuwen heen veel doorstaan. Brand, verwoesting en verwaarlozing. Nu staat het er in volle glorie nadat het in de Tweede Wereldoorlog volledig aan puin geschoten is, in 27 jaar gerestaureerd. Het is mooi om het terug te zien, we waren hier  ook met de enorme sneeuwbui waar ik het eerder over had. Nu geen Christmas carols of gepofte kastanjes, het is een verstilde zaterdagochtend.

We bezoeken het kasteel zelf dat een aantal musea huisvest, waaronder het jachtmuseum, het bosbouwmuseum, het museum Veluwezoom en nog een stuk historie over het kasteel en haar bewoners. In de tentoonstelling van het museum Veluwezoom valt één naam bij de schilderijen me op: X. Münninghoff. Ik vraag de vrijwillige suppoost of hij weet of dat familie is van Alexander Münninghoff, de schrijver van “De stamhouder”. En dat blijkt het geval te zijn, drie generaties terug. Een prachtig boek vond ik dat.

We lunchen in het restaurant “De zalmen” bij het kasteel. Blijkbaar heb ik geen gelukkige hand van kiezen dit weekend want mijn salade van gegrilde groenten valt tegen. De groenten zijn nog aan de rauwe kant, en ik had verwacht dat de groenten nog warm zouden zijn. Dat is niet het geval. De groenten missen wat mij betreft ook een grillsmaak die je wel verwacht als groenten gegrild worden. Het is niet vies, maar het beantwoordt gewoon niet aan mijn verwachtingen. Het blond kasteelbier smaakt overigens prima en gelukkig hebben mijn tafelgenoten allemaal wel een lekker maaltje.

’s Avonds eten we ‘thuis’ in de B&B met een uitstekende afhaalmaaltijd van Lemongrass, Thais restaurant in Oosterbeek. De dame van de B&B vraagt ons per mail of we de vaat en de etensresten in de bak buiten bij de ingang van de serre willen zetten. We voelen ons behoorlijk bekeken. Hoe weet zij nou dat we eten hebben gehaald? De B&B heeft overigens een volledig ingerichte keuken, maar niets werkt. Dat blijkt te maken te hebben met de regels voor een B&B. Als je er ook een maaltijd zou serveren, of zou kunnen klaar maken schijn je voor een ander tarief of onder een andere regelgeving te vallen.

De volgende ochtend legt de dame van de B&B uit dat ze de ruimte, een ruime serre die dient als ontbijtzaal en als verblijfsruimte, niet kan luchten, en dat etenslucht zo lang blijft hangen. Ze krijgt ’s middags weer nieuwe gasten, dus terwijl wij ons ontbijtje nuttigen haalt zij alvast onze bedden af. Ze is op zich hulpvaardig en aardig genoeg, maar onze stijl is het niet. Het is net allemaal teveel controle, te afgepast en te weinig spontaan.

We pakken onze spullen en rijden de auto’s naar een parkeerplek bij een hotel. Daarna maken we nog een prachtige wandeling over de hei en door de sprengbossen. Op de hei hangt nog een vage mist, alsof de witte wieven na hun nachtelijke dansen hun sluiers nog als lichte herinnering achter hebben gelaten. Mooi! Het is sowieso een prachtige omgeving. De heide met zijn glooiende heuvels en weidse blikken afgewisseld met beuken- en dennenbossen. En natuurlijk verderop de Wodaneiken, majestueuze bomen die hun kruinen wijd uitstrekken naar boven.

Ik hou van de verscheidenheid van de structuur van de bomen. De ruige bast van dennenbomen, de bemoste stam van een eik, de knoestige stam van een beuk of de gedraaide stronk van een oude acacia. Je hoeft niet ver te gaan om je te kunnen verheugen in de schoonheid van de natuur.