Een tocht met hindernissen: Wijster-Hooghalen-Westerbork, 20 en 21 augustus 2022

Eerder tijdens het Westerborkpad hebben we een weekend gehad met allemaal kleine geluksmomenten. Dit weekend is helaas niet zo, meer een opeenstapeling van klein leed. We zijn net even te laat van huis gegaan. Omdat we de fietsen deze keer meenemen om vanavond naar het restaurant te kunnen fietsen neemt onze voorbereiding meer tijd in beslag dan we hadden bedacht. We zijn ter hoogte van Verlaat als lief meldt dat hij zijn schoenen vergeten is. Aangezien het schoeisel aan zijn voeten nog maar net die naam mag dragen, heel oude afgetrapte gympjes waarvan de zool bijna door is zit er niets anders op om schoenen te gaan kopen in Beilen. Klein leed wat gelukkig verholpen kan worden voordat lief grote blaren en zere voeten krijgt 😉 M. en B. hebben zich ook verrekend in hun reistijd, zij zijn een kwartier eerder op de eindbestemming voor vandaag. Lief overlegt: het is een goed idee om in Beilen af te spreken zodat hij nieuwe schoenen kan kopen en we daarna een bak koffie met appelgebak kunnen nemen. De aankoop lukt, lief wordt uitstekend geholpen door de verkoper die zelf ook graag wandelt en ons nog tips geeft als we morgen bij kamp Westerbork aankomen. Wij kunnen hem nog het advies aan de hand doen om het Roots natuurpad te gaan lopen, dat kent hij niet.

Na de koffie met appelgebak moeten we toch echt richting Eursing. Ik had het adres al in de TomTom gezet en M. en B. rijden er ook naar toe. Omdat het huisnummer dat ik heb opgezocht niet op de TOMTOM naar voren komt vraag ik lief om het voor de zekerheid toch nog even op Google maps op te zoeken. Heel raar, TomTom leidt ons weer naar het zuiden, terwijl we naar mijn idee echt naar het noorden moeten. Ik ga de snelweg af, dit klopt echt niet. Blijkt er een weg Eursinge in de buurt van Hoogeveen, terwijl we in het buurtschap Eursing moeten zijn bij Beilen! M. en B. zijn natuurlijk al lang ter plekke als wij aan komen zetten. Pfft… opnieuw klein leed. Snel overgestapt in onze auto en daarmee naar het beginpunt van de wandeling bij de V.A.M. berg gereden. Aldaar kijk ik met mijn suffe kop niet goed op de gps en lopen we eerst de verkeerde kant op. Gelukkig op tijd door! Anders was het groot leed geworden met al die extra kilometers!

Deze laatste twee etappes lopen we weer best veel over asfalt. We blijven dat jammer vinden en het is ook zwaarder lopen. Nederland verhardt (letterlijk en figuurlijk) los van het feit dat de route natuurlijk door de thematiek veel in de buurt van het spoor loopt en daarmee de kans op onverharde wegen kleiner is. We lunchen op een bankje in Wijster vlakbij een snackbar. Tegenover staat een enorme woonboerderij te koop. B. kan het niet laten om even te checken op Funda wat de vraagprijs is. Het valt ons nog alles mee, wij zijn ‘westerse’ prijzen gewend. Misschien ter zijner tijd toch maar gaan drentenieren ;-). De tocht gaat verder naar Beilen. We schampen aan het centrum (maar goed daar zijn we ook al geweest) en via een groot GGZ terrein lopen we naar de buitenwijken van Beilen. We lopen langs een ommuurd gebouw met hoge muren en prikkeldraad waarop ‘duurzaam verblijf” staat. We vragen ons af wat het voor verblijf is, de term ‘duurzaam verblijf’ vinden we nogal eufemistisch klinken. De website van de GGZ biedt uitkomst.

Het laatste stuk is het buffelen langs een recht toe recht aan fietspad richting Eursing. Overal hangen bij de boerderijen de Nederlandse vlaggen op de kop. Hier worden de boeren volmondig gesteund in hun acties tegen de overheid. Als we bij de auto komen blijkt de koplamp stuk te zijn gereden en de bestuurdersdeur wil niet meer open. Er ligt een brief onder voorruit. De dader meldt zich al snel, het is een jongeman die op de boerderij woont waarnaast B. de auto in de berm heeft geparkeerd. Hij legt uit dat hij de auto niet heeft gezien, er staat nooit een auto en bij het achteruit rijden hij er ineens tegen aan zat. Zijn vader komt ook aangelopen. Die komt met een heel verhaal alsof we op zijn erf staan en dat we half op een brandweerput staan en of we de kosten niet 50-50 kunnen delen. De jongeman vraagt of het zonder aangifte kan want hij is beginnend chauffeur. Hij wil er liever geen verzekeringswerk van maken want het kost hem dan schade- en rijvaardigheidpunten. Tot dat laatste is B. best bereid. Maar de claim van pa dat het geen openbare weg en eigen terrein is is onzin. Er staat notabene een straatnaambordje en een bord ‘doodlopende weg’. In de categorie klein leed is deze wel echt vervelend, want hoewel het maar blik is vreest B. dat er gedoe van gaat komen door de houding van pa. De jongeman zelf is heel reëel.

Dan gaan we op naar de camping Midden-Drenthe in Zwiggelte. De eigenaren zijn leuke gastvrije mensen. De ontvangst is heel relaxed, we worden wegwijs gemaakt in het reilen en zeilen op de camping. B. en M. zitten in een trekkershut en ze hebben ons er keurig tegen over geplaatst. Het enige kleine nadeel vind ik dat we recht onder hoogspanningsdraden staan, maar ja dat is de plek van de trekkershutten. Door al ons oponthoud hebben we niet heel veel tijd meer om te borrelen, het is één blik bier (dan wel een halve liter ;-), douchen en op de fiets naar Hooghalen. Daar hebben we gereserveerd bij het Wapen van Schotland. Wat een heerlijk eten en wat een leuke vlotte bediening.

Als laatste gasten vertrekken we, we hebben nog een toetje genomen en dat is zo uitbundig dat we echt ons best moeten doen om het op te krijgen. Klein leed van een andere categorie 😉 Dan op de fiets terug. Hier in Drenthe is het buiten de dorpen vaak echt donker. We rijden een stuk door het bos en we zijn blij met de kattenogen op het fietspad. Een snoer van lichtjes op ons pad. Op de camping aangekomen hebben we geen zin meer in een afzakker. We gaan naar bed.

Zondag hebben we een relaxte start. We hebben verse broodjes besteld, die bakken ze zelf op de camping. Lekker hoor! Met een gekookt eitje erbij, ook van de kippen van de camping hebben we zo een goede start van de dag. We zetten één auto bij kamp Westerbork. De andere weer bij Eursing, deze keer maar aan de andere kant van het Oranjekanaal. Voor de zekerheid nemen we nog een foto van de situatie en het straatnaambordje. Dat zijn we gisteren vergeten.

Het eerste stuk is weer asfalt. We lopen langs een soort manifestatie die we niet thuis kunnen brengen. Is het een boerenactie? In het weiland net voor Hooghalen staan heel veel auto’s, wat trekkers en graafmachines. Een paar tenten met banieren. We kunnen er eerst geen wijs uit worden. Maar als we de tekst op de banieren zien en we zien in de verte mensen met een stok met een schotel er aan zwaaiende bewegingen over het land zien maken denken we dat het een wedstrijd ‘schatzoeken’ is. Een bijzondere gezicht zo met al die mensen al zwaaiend met hun detectoren over het land.

Dan lopen we door naar het Heuvinger zand en van daaruit is het nog maar een klein stukje naar Hooghalen. Daar lonkt het terras van het Wapen van Schotland. Tijd voor koffie met kersenvlaai deze keer. Dan wachten ons de laatste kilometers van het Westerborkpad. Dat loopt via de oorspronkelijke looproute van station Hooghalen naar kamp Westerbork. Voordat het spoor doorgetrokken was naar het kamp zelf liepen de joden van station Hooghalen naar het kamp. Nu loop je langs een vakantiepark en over een lange asfaltweg naar het kamp. Langs de weg staan 93 bielzen met het verloop van de afvoer van joden naar werk- en concentratie kampen. Iedere biels staat voor een transport, noemt de bestemming en het aantal afgevoerden. Je krijgt er kippenvel van. Lijkt de weg langer door deze kille weergave van deze genocide?

Van het kamp Westerbork is weinig meer over. Een paar overblijfselen, de woning van Gemmeker de kampoverste staat er nog. Onder een grote stolp om hem te bewaren. Verder staat er een wagon en een barak. Beiden gered van vernietiging elders in het land. Veel van de materialen zijn verkocht na de oorlog, spullen waren geld waard en of er al een breed besef was dat deze schandvlek niet uitgewist kon worden weet ik niet. Ik vind het ook vrij bizar dat de sterrenwacht met zijn enorme telescopen op hetzelfde terrein staat. Wij Nederlanders zijn er niet goed in om onze geschiedenis met de goede en slechte kanten onder ogen te zien. Voor mij beeldt het kunstwerk met de omhoog gebogen treinrails niet alleen de wanhoop uit van de joden. Ik voel er ook machteloosheid bij over hoe de koopmansmentaliteit in Nederland vaak de overhand krijgt. Dat het museum niet gratis toegankelijk is vind ik daarvan een voorbeeld. Dit verhaal zou door iedereen bezocht moeten worden en kunnen worden, zonder financiële drempels! Het terrein is gelukkig wel vrij toegankelijk.

In het museum wordt de historie van het kamp vertelt. Ik krijg kippenvel van de persoonlijke verhalen en beelden. Het is behoorlijk cynisch dat de joodse vluchtelingen zelf de kosten moesten dragen voor het Kamp Westerbork. Het is voor de oorlog voor en door de vluchtelingen uit nazi-Duitsland opgebouwd. Het werd door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog overgenomen. Na het eind van de oorlog werden er gedeeltelijk landverraders in gehuisvest, naast ook Joodse ontheemden. Daarna is het ook nog lang in gebruik geweest als opvangplek voor Nederlands-Indiërs en Molukkers. Ook dat vind ik bepaald cynisch.

Bij de balie ontvangen we een speldje en een oorkonde op vertoon van het wandelgidsje. We hebben het volbracht. Als bekroning besluiten we een biertje te nemen bij het Wapen van Schotland. Een waardige afsluiting van een pad vol herinneringen aan een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.

Hoogeveen-De Blinkerd, Westerborkpad

24 april 2022

Voordat we vertrekken gaan we afrekenen, dat is wel zo netjes natuurlijk ;-). We delen het bedrag door twee aan de balie. Bij de auto’s gekomen merkt B. op dat het wel erg weinig is voor een overnachting en een diner en nog wat borrelhapjes en drankjes. We bekijken de rekening en zien dat het meisje aan de balie het diner is vergeten te factureren. We lopen toch maar naar binnen om t recht te zetten anders zou ons t eten alsnog zwaar op de maag liggen. We willen één auto bij De Blinkerd, V.A.M.berg neer zetten. Dat is een afvalbult omgeturnd tot een soort van natuurgebied met fiets- en wandelpaden. We kunnen P noord niet vinden. Dan kiezen we op de gok een parkeerplaats die vlak bij het fietspad omhoog ligt in de hoop dat het dichtbij de route ligt. Met de andere auto rijden we terug naar station Hoogeveen. Gelukkig is het niet zo’n stuk meer door de stad, we lopen al snel de bebouwde kom uit. In het Spaarbankbosch is een gedenkplek voor 5 gefusilleerden tijdens WO II. Er staat een zeer toepasselijk gedicht bij dat helaas in deze tijd opnieuw weer actueel is. Het contrast is groot met de gruwel die zich hier heeft afgespeeld en op verschillende plekken op de aarde nog steeds elke dag voorkomen met de sfeer op deze plek. Het is een vredige plek, schaduwrijk onder de prachtige rode beuk die weer in blad begint te komen. We staan even stil bij de gevallenen van toen en onze gedachten gaan uit naar de bevolking van Oekraïne.

De wind is koud, maar het zonnetje is wel lekker. In de luwte of in de bescherming van het bos kan de trui uit, op de vlakte kun je hem best aan hebben. Door het bos lopen we richting Stuifzand. Bij een spoorwegovergang zit een broedende ooievaar, het nest boven op een treinpaal gebouwd. Iets terug waren allemaal nesten op een paal, speciaal neergezet door mensen met manden er op zodat de ooievaars er zelf niet heel veel aan hoefden te doen. Die waren allemaal ongebruikt. Blijkbaar stond het de ooievaars niet aan. Hier is zelf gebouwd door 2 paren, want verderop zit nog een paar dat een zelfgebouwd nest op een paal naast het spoor in gebruik heeft genomen. Ze zijn blijkbaar niet van de prefab bouw deze ooievaars 😉

Stuifzand is een lief klein gehucht met vredig kerkhof. Er staat een bordje met de tekst: ‘Naar Siberië en terug…’ Siberië is een gehucht dat nog iets verder ligt maar waar we niet doorheen komen. Degene die de bewegwijzering heeft gemaakt heeft in ieder geval gevoel voor humor, je wilt misschien wel naar Siberië om eens te kijken maar je wilt zeker ook wel terug. Of het nu het Nederlandse of Russische Siberië betreft. Het schijnt dat er ook een Moskou ligt ergens in Nederland, wellicht zijn de namen over gehouden aan Napoleon en zijn veldtocht en zijn de namen meegenomen door de weinige Nederlanders die terugkeerden van de barre tocht van Napoleon?

Langs de route staat een herdenkingssteen voor werkkamp Kremboong, van het kamp is niets meer van te zien. Er ligt een groot boeket bij met een lint. Blijkbaar is het monument geadopteerd door een schoolklas, mooi dat op zo’n manier de geschiedenis levend blijft. Er staan naast het monument velden vol met bloeiende tulpen, het kleurrijk geheel in schril contrast met de harde omstandigheden meer dan 75 jaar geleden.

Dan lopen we het stroomgebied van Oude Diep in, een meanderend beekje. In het water staat de grote waterranonkel te bloeien een intens wit bloempje met een geel hartje, een prachtige bloem. In het gras naast de beek zit een bruine kikker verscholen in het gras. M. en ik stappen er bijna boven op. Er staat heel veel in bloei in de natuur, het voorjaar is echt een fijne tijd, alles wordt weer herboren. De oude vuilnisbelt komt in zicht, het is nu een natuurgebied waar gefietst en gewandeld wordt. En geskateboard. De helling van 13% lokt wielrenners maar biedt ook uitdaging voor boarders. Een aantal jongeren, geen van hen draagt volledige bescherming, razen van de bochtige weg af naar beneden. Helm, knie of polsbeschermers maar niet alles tegelijk. Het lijkt ons linke soep om van die berg af te skaten zonder goede bescherming.

We willen nog een afsluitend biertje maar er is geen restaurant of uitspanning onderweg. Dan maar terug naar Hoogeveen. De winkels zijn dicht en we treffen een uitgestorven centrum… bruisend Hoogeveen kent gelukkig nog één bruine kroeg waar we terecht kunnen voor ons welverdiende biertje.

Koekange-Hoogeveen, Westerborkpad

23 april 2022

Zoals we het graag zien kunnen we onze wandeltocht starten met koffie met gebak in Koekange. We starten waar we vorige keer gestopt zijn bij Eetcafé De Brouwmeester. Vandaag lopen we veel over asfalt, gelukkig wel door een mooi landschap. We zien heel wat ooievaars op nesten, een paar zelfs op elektriciteitspalen van de trein. Dat lijkt ons niet echt een rustige plek met het voorbijrazende treinverkeer. We lopen door het gehucht Echten. Het heeft een mooi oud landhuis. Voor huis Echten staat een ingezakte duiventil, één van de poten is waarschijnlijk aan verrotting bezweken. Nu rust het bouwwerk op één oor in het weiland en biedt het een meelijwekkend aanzicht. De schapen vinden er nog steeds schaduw, die trekken zich niets aan van de deplorabele staat van de duiventil. We kruisen hier het roots natuurpad, we hebben hier eerder gelopen. Toen stond de duiventil nog fier overeind.

Als we Hoogeveen naderen staat er langs de weg een herdenkingsplaat voor de familie Flokstra. Zij herbergden tijdens de tweede Wereldoorlog een groep onderduikers in hun boerderij. Zij werden verraden en kregen de Grüne Polizei ‘op bezoek’. Deze doorzochten 6 uur lang de boerderij van top tot teen. Ze vonden niets, de onderduikers zaten diep in de hooiberg verstopt. Als je je indenkt dat er 6 uur lang politie je huis en haard doorzoekt en jij weet dat er mensen verstopt zijn op je erg… je niets prijs mag geven, geen verdenking op de schuilplek mag geven… wat enorm stressvol moet dat zijn geweest!! Terecht staat er een plaquette voor de familie om hun moed te gedenken.

Op de hoek van de weg Hoogeveen in staat een ijscoman, zo’n ouderwetse met een kar. Hij heeft naast verpakt ijs ook schepijs. Voor een hoorntje moet je minimaal 2 bolletjes nemen, anders krijg je een bekertje, zo’n mottig cupje met kartonsmaak. Wij vragen of we voor een kleine meerprijs toch het oubliehoorntje kunnen krijgen bij één bolletje, maar hij mist het zakelijk inzicht om daar een rekensommetje op te maken. Het is één bolletje in een bekertje voor €1,- of twee bolletjes met oubliehoorn voor €2,-. Nou ja, het is niet echt een straf om twee bolletjes te nuttigen.

We lopen verder Hoogeveen in. We vinden het een gemiste kans in de routebeschrijving om het pad niet over de dijk langs kanaal te laten lopen. Nu lopen we min of meer parallel eraan op een pad langs een woonwijk, een schelpenpad, dat wel. Maar de grasdijk was naar ons idee aantrekkelijker en nog minder verhard geweest.

Onze overnachtingsplaats is Hotel Hoogeveen, het heeft een weinig aantrekkelijke buitenkant. Het heeft de uitstraling van een crematorium of motel langs de snelweg. Binnen zijn ze volop bezig met een renovatie. De kamers zijn prima, ruim en een goede douche en wc ruimte. Het à la carte restaurant is weinig sfeervol, het heeft meer weg van een veredelde bedrijfskantine. We nuttigen er ons welverdiende biertje maar vragen aan de balie toch of we omgeboekt kunnen worden naar Yume, het sushi restaurant. Dat kan gelukkig en dus nuttigen we ons diner in een betere ambiance.

Hattem-Zwolle-Lichtmis, Westerborkpad

9 en 10 oktober 2021

Beloofd een zonnig najaarsweekend te worden. Wandelen met M. en B. We gaan de Veluwe achter ons laten. We hebben gisteren een verlaat verrassingsfeest voor mijn lief in Almere gehad. Om niet het hele stuk terug naar Alkmaar te hoeven rijden om vervolgens weer vroeg uit de veren te moeten voor de tocht naar Hattem zijn we blijven slapen bij broer J. en zijn lief J. in Zwolle. M en B komen eerst daar langs voor onze startkoffie. Dan rijden we naar Hattem. Er staat een fris windje, maar met de wind in de rug is het nog best aangenaam warm. Bij de spoorbrug over de IJssel zit een kleurig vogeltje in de struiken. Ik verslijt het voor een sijsje. Als ik het later op zoek blijkt het te kloppen. Grappig hoe je zonder dat je een vogel ooit eerder in het echt hebt gezien toch een beeld van een vogel hebt en er een naam op kunt plakken. Helaas was het beestje te snel gevlogen om er een foto van te kunnen maken.

Aan de overkant van het water is een retraite, yoga of koudetraining bezig in de uiterwaarden onder de brug. Het is ons niet helemaal duidelijk wat er zich onder ons afspeelt. Een groep mensen in een slaapzak in het gras, een man die met licht zalvende stem dingen zegt over ademhaling, tot je zelf komen en een ander met een klankschaal. Onze fantasie gaat in ieder geval met ons aan de haal…

Over de brug lopen we over het Engelse werk, een heel fraai groen en oud stuk van Zwolle. Het is inmiddels zo warm geworden dat we een laagje kleding uit kunnen doen. Op het terras van Het Engelse Werk is het tijd voor de gebruikelijke koffie met appelgebak. Het wordt alleen koffie met huisgemaakte cheesecake, de jongen van de bediening weet het zo goed aan te bevelen…van zijn moeder. Dat kunnen we toch niet afslaan. B. weet de cheesecake te weerstaan met een uitstekend excuus, hij neemt brood met kroketten, want het is de dag van de kroket (heeft hij op de radio gehoord)….

Door het Engelse werk lopen we via Katerveer naar station Zwolle. Ook dit is een mooi stukje Zwolle, het is er alleen ook erg lawaaiig doordat de weg naar de brug over de IJssel dwars door dit stukje stad met fraaie villa’s loopt. BIj het voormalig lyceum Celeanum staat een kunstwerk, een rozenboom ter nagedachtenis aan omgekomen joodse mensen. Er is blijkbaar kortgeleden een herdenking geweest, er staan twee emmers boordevol witte rozen min of meer te verpieteren onder de kunst rozenboom. We doen ons best de bloemen weer wat te schikken, maar vers water kunnen we helaas niet tappen.

Bij het station nemen we plaats op een bankje, tijd voor lunch. Er staat een reuzenrad bij het station. Die staat er ter ere van het vernieuwde station. Er staat een flinke rij met mensen te wachten om in de ‘hooggaatie zoals lief het noemt, te stappen en over het stationsgebied uit te kunnen kijken. We lopen vervolgens langs de gracht via de Sassenpoort naar de synagoge. Dat is echt een prachtig gebouw, misschien wel één van de mooiste van Nederland. Via het Groot Wezenland lopen we door Wipstrik. In een huis aan de P.C Hooftstraat hebben 13 onderduikers in WO II zich schuil gehouden! Midden in de stad en niemand die het wist. Dat moet heel spannend zijn geweest en wat een verrassing toen de oorlog voorbij was en al deze mensen weer terug op straat konden. We lopen terug naar J. en J. en na een biertje gaan we de andere auto halen en door naar de camping.

Voordat we in de auto kunnen stappen krijg ik een telefoontje van de camping. Hoe laat we er zijn. We springen gelijk in de auto om naar Hattem te rijden. Maar er zijn twee campings van Molencaten in Hattem en wij staan bij de verkeerde. Lief heeft een vervelende aanvaring met campingbeheerster die op pinnige toon vraagt wat wij daar doen en of we misschien als de wiedeweerga met onze auto van het terrein af willen gaan. Fijn zo’n campingbeheerder…. Op de goede camping is receptie al dicht. We kunnen de sleutel van de trekkershut en plattegrond van de camperplek bij het restaurant ophalen. Het veld waar wij staan met de camper is flink doorwoeld door wilde zwijnen. We zijn benieuwd of we ze vanavond nog zullen zien of horen. Het is net warm genoeg om buiten nog even te borrelen voordat we aan het eten koken beginnen.

De volgende ochtend is het mistig en koud, maar t warmt al snel op. Ontbijt, de hut leeg vegen en de camper opbreken. Geen zwijntjes gezien of gehoord vannacht. Op aanraden van schoonzus J. slaan we een klein stukje Zwolle over in verband met een afgesloten Vechtbrug. We zetten auto 1 bij Lichtmis, auto 2 bij Van der Valk in Zwolle. Het eerste stuk lopen we over het industrieterrein Hessenpoort. Dat is saai. De enige opwinding die we hebben is als B. als een soort opgewonden Scrooge begint te kraaien omdat er allemaal muntjes op het fietspad liggen. Hij graait het geld bij elkaar en heeft zowaar bijna € 3,50 bij elkaar gesprokkeld. Een mooi begin om ons straks eens te trakteren 😉

Gelukkig slaat de route al snel linksaf langs water en door weilanden. Hier staan schapen en koeien zoals schapen en koeien kunnen staan. Rustig voor zich uit te staren, liggend te herkauwen, de wereld overdenkend? Er staan ook gekleurde schapen met blauwe en rode vlekken in de wei. B. vraagt wat dat toch betekent… ik leg hem uit dat als hij goed kijkt er één schaap tussen loopt met een stempelkussen op zijn borst… dat dit de ram is en dat de boer dan weet welk ooi al gedekt is door de ram omdat die dan een blauwe of rode vlek op de rug heeft. B. kijkt me eerst wat ongelovig aan maar neemt het dan toch maar voor waar aan. De stier die verderop tussen de vleeskoeien ligt is niet uitgerust met een stempelkussen, wel met een ketting als hoofdband en een ring door zijn neus. Die neuspiercing is geen verfraaiing maar een middel om het dier in toom te kunnen houden mocht het nodig zijn.

Het is vogeltrektijd en boven ons wolken meeuwen, spreeuwen en kieviten. Het is een prachtig gezicht dit drukke vogelverkeer. Met het zicht al op de toren van Lichtmis nemen we de tijd voor een broodje op een bankje langs de weg. De route was vandaag niet erg langs dus zijn we vroeg bij Lichtmis. Tijd voor een afsluitend biertje bij eht wegrestaurant. We wagen ons maar niet aan het uitkijkrestaurant in de oude watertoren. Het wegrestaurant is weggevaagd door een brand in 2020. het geheel moet nog opnieuw worden opgebouwd, ze hebben met kunst en vliegwerk nu een tijdelijke accommodatie gemaakt.

Westerborkpad ’t Harde-Wezep-Hattem

24 en 25 april 2021

De buitenlucht trekt en besluiten om de route van het Westerborkpad weer op te pakken met onze vrienden M. en B. We gaan niet overnachten in een hotel maar kamperen in onze camper en zij in een trekkershut. Zolang er nog niet in restaurants gegeten kan worden hebben we er niet veel zin in op onze hotelkamers te eten. We houden de etappes kort want lief is nog niet af van zijn klapvoet. Voordeel is dat we dus niet al te vroeg op hoeven ;-).

De eerste dag van dit weekend lopen we vooral door het bos waar de hoge bomen nog niet in blad zitten. De prunusbomen staan in volle bloei, zij hebben er in de ondergroei voordeel van dat de beuken en eiken hun bladerkroon nog niet gevuld hebben. De met tere witte bloesem getooide bomen staan her en der langs het pad alsof er iemand met witte wattenbollen door het bos heeft gestrooid. De lieflijkheid van de bloeiende bomen staat in schril contrast met voortdurend geraas van A50 op de achtergrond. Op de bodem strekken zich de eerste varens uit hun krul. Ik vind dat een fascinerend gezicht zo’n ontluikend varenblad, vol opgekropte plantenenergie. Als een springveer die op spanning staat en uit zijn beklemming wil schieten.

De route voert ons over bungalowpark ’t Loo, in verband met de meivakantie zijn veel huisjes bezet. Her en der lopen wel wat mensen rond en de mensen die een huisje met een terrasje in de luwte, in de zon hebben zitten dik gekleed buiten. De zon schijnt dan wel maar het is nog behoorlijk fris. We steken de A28 over via een viaduct. Op een paaltje langs de A50 zit een buizerd. Precies wanneer ik de camera in positie heb gebracht vliegt hij weg. Altijd hetzelfde met die vogels.. ze blijven nooit zitten 😉 In Wezep lopen we richting station waarna we met trein terug sporen naar ’t Harde.

We hebben besproken op camping Old Putten in Elburg. Het boeken voor ons vieren was nog wel een gedoe. We wilden eigenlijk op de camping in Hattem, maar daar verhuurden ze de trekkershut niet voor één nacht in het weekend. Wat ik raar vind, want volgens mij is dat het principe van een trekkershut. Bij Old Putten moest ik wel een paar keer uitleggen wat we wilden. M. en B. hebben geen groene kaart, die heb je nodig voor kamperen op een natuurcamping. Wij hebben er wel één, op de vraag of zij bij ons op de kaart mee konden liften was het antwoord bevestigend. Ook hier verhuurden ze eigenlijk niet voor één nacht in het weekend maar ze maakten een uitzondering voor wandelaars en fietsers. Ik had gezegd dat we het Westerborkpad aan het lopen waren. Eerlijkheidshalve vermeldde ik er bij dat we wel met de auto kwamen en dat we Elburg al voorbij waren op de route. Het kostte enige uitleg maar uiteindelijk was het geen probleem. Kwam M. er vervolgens achter dat ik van al dat gedoe van de weeromstuit voor vrijdag op zaterdag had geboekt in plaats van zaterdag op zondag. Dat kwam gelukkig allemaal goed, er was nog plek en de reservering kon omgezet. Een dikke pluim voor de mensen van Old Putten. We staan met de camper op het verste veldje waar ook de trekkershutten staan, wel zo gezellig. Bij eventueel nachtelijke sanitaire bezoeken is het dan best een stuk lopen maar dat nemen we voor lief. Na het eten maken M. en ik een avondwandeling rond het landgoed terwijl J. en B. de afwas doen. De avondzon zakt en werpt een prachtig licht over het landschap. Zo’n mooie gouden gloed. Als J. en ik ’s nachts inderdaad naar het toiletgebouw moeten scharrelt er een egeltje over het grasveld. Altijd leuk een ontmoeting met een egel.

Na het ontbijt breken we op om aan vervolgetappe naar Hattem te beginnen. Vanuit Wezep voert het pad on eerst over de Wezepsche heide. Die is nog grauw, er zit nog weinig kleur in de heide al lijkt er in de struikjes toch een zweem van het uitbundige paars van bloeiende heide te zitten. Het kan ook mijn verbeelding zijn of een speling van het licht. We steken de A50 oversteken, opnieuw door bos. Ik realiseer me dat dit leuke dorpjes zijn en er staan prachtige huizen langs de route. Je woont hier op de Veluwe maar van een stiltegebied is hier geen sprake zo ingeklemd tussen twee snelwegen. Hoe de wind ook staat, je zult altijd het verkeer horen. Jammer van zo’n prachtig stuk Nederland.

We lopen landgoed Molecaten op. Het is een oud landgoed waarbij je over een oprijlaan omzoomd door statige beuken richting het huis loopt. Het is een fraai ensemble van het neo-classistische hoofdgebouw, de stallen er achter, iets opzij een watermolen en wat andere bijgebouwen waar nu een restaurant in gehuisvest is. Wat weilanden met paarden er in, een beekje en een poeltje. Duidelijk een statige plek met historie en waar dagjesmensen graag een wandeling komen maken. Of zoals we zien als we verder lopen mensen voor een culinaire toertocht in hun luxe bolides een tussenstop hebben.

De tocht voert ons verder richting de IJssel. Net over de dijk is de Joodse begraafplaats. Het is onderdeel van de algemene begraafplaats waar een apart stuk in gebruik is voor de joden. Hier ligt onder andere de familie van Gelder. Zij doken in de Tweede Wereldoorlog onder, vader en moeder gescheiden van hun kinderen die op andere adressen uit de handen van de Duitsers moesten blijven. Moeder van Gelder kon het blijkbaar niet laten om ondanks diverse keren aandringen en verboden van het verzet haar kinderen te bezoeken waarmee ze haarzelf, haar kinderen en de mensen die hun veilig onderdak boden in ernstig gevaar bracht. Het verzet zag zich uiteindelijk genoodzaakt haar en haar man te doden, wat een tragische geschiedenis.

Eem ooievaarspaar zit op hun nest op een nestpaal in de uiterwaarden. De broedende vogels hebben geen weet van welk leed zich in dit stadje heeft afgespeeld. In de natuur is het overigens ook eten of gegeten worden… een iets andere benadering… maar in ieder geval voor jezelf zorgen en zorgen dat jij veilig bent. We lopen Hattem in, lopen langs de synagoge en dan richting de Dijkpoort. Daar eindigt onze etappe.

Nunspeet- ’t Harde – Elburg, Westerborkpad

28 en 29 november 2020

Het is raar om in coronatijd te wandelen. Buiten zijn is gezond en tijdens het wandelen houden we voldoende afstand van onze vrienden B. en M. waarmee we op pad zijn. Ook in het hotel waar we overnachten en in het restaurant ervan houden we afstand en houden we als we ons in het hotel verplaatsen onze mondkapjes op. En toch voelt het een beetje alsof je iets verkeerd doet. Maar ook weer niet zo erg dat we niet gaan. Het is dubbel omdat je op pad gaat binnen wat de regels toestaan en zo ook een stuk broodnodige ontspanning voor jezelf regelt.

We stappen dus op een frisse, koude zaterdagochtend in Nunspeet uit de auto om weer twee etappes te lopen van het Westerborkpad. Vandaag lopen we naar station ’t Harde, dwars door de Veluwse bossen. We zijn Nunspeet nog niet uit of er schiet een eekhoorn de weg over, onder een poort door een tuin in. Ik spiek of ik de rode pluimstaart nog zie over de schutting heen maar helaas hij laat zich niet meer zien.

Het blijft de hele dag een beetje mistig waardoor het wandelen in het bos een bepaald mystieke sfeer krijgt. Wanneer we langs een heideveld lopen verwacht je haast dat er door de mist een kudde schapen met een herder en hond zal opdoemen. Niets van dat al, wel komen er achter ons een paar ruiters te paard op weg naar “De Zoom” een zandvlakte. Ook deze zandvlakte heeft door de mist een wat geheimzinnige uitstraling. Grappig hoe verschillend een gebied op je overkomt door de weersomstandigheden. Als de zon schijnt zal het hier zeker in de zomer snel heet zijn, met wind en regen komt zo’n kale zandvlakte je als snel guur en onherbergzaam over, nu geeft het een licht mysterieus gevoel alsof er witte wieven in de verte over de vlakte aan kunnen komen zweven. Het is een mooie etappe in volledige herfst- en aankomende wintersfeer. Jammer dat we wel de hele tijd de A28 met het voortrazende verkeer op de achtergrond horen.

We pakken in ’t Harde de trein terug naar Nunspeet en rijden naar ons hotel in Elburg. Het heeft de originele naam Hotel Elburg. Omdat het zo’n grauwe dag is gebleven duistert het al rond half vier als we Elburg binnen rijden. In dit geval is dat niet erg. Het geeft het pittoreske stadje waar de kerst- en sinterklaasversieringen gezellig branden extra sfeer. We leveren onze bagage af bij het hotel en zetten de auto’s buiten de stadswallen op de grote parkeerplaats. Er is nog tijd om het stadje alvast wat te verkennen voordat we aan het diner gaan.

Het museum van de Joodse Synagoge is nog open en hoewel we ons niet hebben aangemeld mogen we toch naar binnen. Dat is fijn want zo kunnen we deze herdenkingsplek nog meepakken. Op zondag is het museum gesloten. Elburg kende een levendige Joodse gemeenschap in de negentiende eeuw, zodanig dat er ook genoeg mensen waren om een synagoge te stichten. Voor de tweede wereldoorlog waren al veel Joodse inwoners naar de stad vertrokken om daar werk te zoeken. Van degenen die er nog woonden tijdens WO II hebben helaas niet veel mensen de oorlog overleefd. Velen zijn weggevoerd en kwamen niet weer. Vergast, gedood of omgekomen door honger of ziekte in de concentratiekampen. Een treurig telkens terugkerend verhaal wat we niet vaak genoeg kunnen blijven herhalen, opdat wij niet vergeten.

We lopen wat kriskras naar het hotel en genieten daar van een eenvoudige doch voedzame daghap. Om 20 uur sluit de bar in verband met de coronamaatregelen. We mogen nog wel een drankje maar dat moet dan mee naar de kamer.

De volgende ochtend op tijd op. Koffie en thee mee van het hotel. Prima geregeld. De etappe loopt officieel van ’t Harde naar Elburg en dan weer terug. Maar omdat wij in Elburg hebben geslapen kunnen we net zo goed onze auto’s laten staan en het rondje in Elburg starten. We kriskrassen eerst door de straatjes van Elburg, langs panden waar vroeger Joodse mensen hebben gewoond en gewerkt. De gemeente heeft daar een aantal jaren geleden een davidsster naast de voordeur geplaatst. Stolpersteinen heb ik er niet gezien als ik er over nadenk. Elburg herdenkt op haar eigen manier. We lopen over de stadswal naar de Joodse begraafplaats. De gemeente heeft zich gecommitteerd om tot in eeuwige dagen de laatste rustplaats van de overledenen te verzorgen. Het is een stil ommuurd plekje aan de rand van het stadje.

Via de uitgang met de twee stenen leeuwen die bij het centraal station van Amsterdam vandaan komen lopen we Elburg uit… tot straks. We lopen richting Kasteel Oud Putten en de Puttenerbeek. De zon begint door te breken en dat levert prachtig licht op. We lopen door agrarisch gebied, veel melkboerderijen afgewisseld met wat vroeger boerderijen waren maar nu waarschijnlijk woonhuizen van ‘import’ of mensen die een beetje hobbyboeren met wat geiten, kippen en paarden. Het land is inmiddels dan verkocht aan een boer die op zoek moest naar schaalvergroting.

We stoppen twee keer voor een kopje koffie en een boterham of mueslireep. Allemaal zelf meegenomen want de horeca is helaas nog steeds dicht. Nu is het gelukkig droog maar het was toch plezieriger om ergens even binnen te kunnen zitten. Als je zit, ook al is het in de zon en zoveel mogelijk in de luwte, je koelt af en je verkilt.

Kasteel Zwaluwenburg op de route is een groot landgoed wat nog in privébezit is. Het wordt nu ecologisch beheerd, A. Vogel heeft hier zijn kruidentuinen. Daar pakken we ons laatste bankje maar hoewel de zon wel schijnt komt die maar nipt boven de boomtoppen uit. Geen tijd dus om lang te blijven zitten.

De zon werpt wel haar stralen op een beukenboom die haar blad nog niet is verloren. Het is alsof de bladeren in goud zijn gedoopt. Een omgehakte dennenboom een stukje verderop lekt hars. De zon maakt de druppels hars als druppels honing die naar beneden druipen. Het is genieten van wat de natuur ons laat zien.

Dan doemt Elburg al weer voor ons op. Normaal hadden we met elkaar een afsluitend biertje in een restaurantje genomen, nu zwaaien we op afstand. Het was weer fijn… tot de volgende keer.

Zand en bos, Westerborkpad Harderwijk-Nunspeet-Verscholen Dorp

We lopen dit weekend twee etappes van het Westerborkpad met onze vrienden M. en B. We boffen met het weer, een klein beetje miezer op zaterdagochtend, daarna vooral rustig najaarsweer. We hebben dit weekend en de overnachting al een tijd geleden geboekt, en ook al is Nederland weer in een bijna lockdown gegaan, de hotels blijven open. En tja, dan krijg je dus niet je geld terug als je wilt annuleren. Dus gaan we, tijdens de wandeling zijn we veel in de grote open ruimte. In het hotel mondkapje op en afstand houden.

Harderwijk is een leuk oud vissers- en universiteitsstadje. In de zeventiende eeuw had Harderwijk een universiteit waar onder andere de beroemde plantkundige Linneaus aan studeerde. Je ziet de rijkdom terug in de huizen, je ziet ook de kleine vissers- en arbeidershuisjes. De Zuiderzee is niet meer, in de verte zien we het Nuldernauw liggen. Er is nog een stuk van de oude stadsmuur, een vismarkt. De synagoge uit de negentiende eeuw is gerestaureerd en heeft een plaquette aan de buitenkant met de namen van de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joodse inwoners van Harderwijk. Nu is het een inloophuis vanuit een christelijke signatuur.

Het Westerborkpad loopt op grote delen parallel met het treinspoor. Dat is op zich logisch want dit is een herdenkingspad aan de afvoerroute van de Joden naar Westerbork. Toch brengt het met zich mee dat ook best grote stukken van het pad wat saai zijn, langs stukken industrieterrein en rechte stukken langs het spoor. Zo ook nu. Zodra we het pittoreske centrum van Harderwijk uit zijn lopen we een heel stuk langs een lange rechte weg, Harderwijk uit, langs de rails. Jammer, want niet erg inspirerend.

Gelukkig slaat het pad op een gegeven moment dan toch af, over het spoor, richting het Hulshorsterzand. Dit stuifzandgebied doet denken aan de Loonse en Drunense duinen. Grote stukken mul zand afgewisseld met heide en vliegdennen. Heel fraai. Het zonnetje schijnt, aan de horizon dreigen donkere luchten. Een schaapskudde graast onder het toeziend oog van de herder en zijn hond op de hei. Een idyllisch plaatje uit vervlogen tijden. Omdat het waarschijnlijk één van de laatste mooie weekenden van het jaar is, is het behoorlijk druk in het gebied. Maar het is ruim genoeg om de 1,5 meter afstand tot andere wandelaars te kunnen bewaren.

Na het ploeteren door het zand steken we opnieuw de A28 over en we lopen door het bos naar Nunspeet. We zien nog een zwarte specht wegschieten, te snel weg voor een foto. Daar overnachten we bij de Hoeve van Nunspeet. Een familiehotel met zo’n 80 kamers. En het is volgeboekt! Het is dus goed plannen voor het eten want ook hier dienen de voorzorgsmaatregelen in acht te worden genomen.

De volgende ochtend ontbijten we onder hetzelfde regime. Lief J. geeft onze thermoskannen af, voordat hij iets kan zeggen geeft de dame aan dat ze dit soort kannen wel kent en dus voor ons zal vullen. Dat is fijn want dan hebben we straks ook nog een kopje koffie en thee onderweg nu alle horeca gesloten is.

Vandaag lopen we voornamelijk door bos, een rondwandeling richting Vierhouten waar in de Tweede Wereldoorlog een verscholen dorp was waar zo’n 80 tot 120 mensen ondergedoken zaten. Het dorp is nagebouwd, een paar hutjes onder de grond midden in het bos. De onderduikers daar zijn destijds per ongeluk ontdekt, twee Duitse soldaten die aan het jagen waren zagen een jongen met emmers een brandgang over steken. Ze riepen hem aan, schoten op hem en door het geluid van de schoten konden de meeste onderduikers gelukkig een veilig heenkomen vinden. Toch zijn er toen de soldaten met versterking terugkwamen een aantal onderduikers opgepakt en ter plekke gefusilleerd in door hen zelf gegraven gaten. Je realiseert je altijd weer bij dit pad hoe kwetsbaar onze vrijheid is en hoeveel levens zijn gebroken en beëindigd in deze strijd.

Het is een fraaie tocht die wel grotendeels langs betonnen, rechte fietspaden loopt. Maar omdat het door afwisselend bosrijk terrein is kan dat de pret niet erg drukken. Overal langs het pad zien we paddestoelen, de herfst is duidelijk aangebroken. De bladeren beginnen ook al te kleuren en het is ook wat mistig als we ’s ochtends de eerste paden opgaan. Op stukken zand zien we soms hoefafdrukken van herten en langs het pad zitten hele stukken omgewroete aarde door everzwijnen. Van beide dieren helaas geen spoor, dat hadden we wel leuk gevonden. We moeten het doen met vogelgezang, ook leuk, en voorbijsnellende fietsers of elektrische stepberijders. Er ligt een prachtig verstild ven waarin de bomen in herfsttooi zich spiegelen. Het past bij een wandeltocht waarbij we voortdurend tot overdenking worden gemaand. Verstilling.

Het is dan een wat ruwe overgang als we langs de Zanderplas lopen, een recreatiegebied vlak naast de snelweg en vlakbij Nunspeet. Duidelijk geliefd bij hondenliefhebbers dus het is een hollen, rennen, apporteren van en door honden. Nou ja, dat hoort er ook bij op zo’n wandeltocht. Zelden loop je helemaal alleen, je komt toch vaak wel mensen al dan net vergezeld door een hond of te paard tegen. Gelukkig zijn er veel mensen die van de buitenlucht willen genieten. Een torenvalk beziet het allemaal van een tak in een den. Aangezien er geen afsluitend biertje in zit in een restaurantje scheiden onze wegen zich bij station Nunspeet en zit het weekend er al weer op.

De Veluwe op: Westerborkpad Nijkerk-Putten-Harderwijk

Het is een hectische periode geweest de afgelopen tijd. Wat is het dan fijn om je hoofd leeg te kunnen maken tijdens het wandelen met vrienden. De voorspellingen voor dit weekend zijn dat het regenachtig en ook zonnig zal zijn. Echt Nederlands weer dus. We starten in Nijkerk met onze wandeling, nadat we eerst onze auto’s bij het station van Putten hebben neergezet. Het is een kleine traditie om wandelingen te starten met koffie met appeltaart, mits voorhanden natuurlijk. Gelukkig is het Koetshuis open en kunnen M. en B, lief en ik daar op het terras neerstrijken. Innerlijk versterkt kunnen we daarna op pad.

Nijkerk is een leuk plaatsje. Ik kende het een beetje uit de tijd toen ik nog in Zeewolde woonde er wel eens naar toe fietste. Vaker ging ik dan naar Harderwijk. Ik was dus toch wel verrast door het aangename centrum. Het eerste stuk van onze route is een samenkomen van klompenpaden, Zuiderzeepad en Westerborkpad. Goed opletten dus dat we niet de verkeerde bewegwijzering volgen. Op de rand van Nijkerk lopen naast een woonhuis een paar koddige kippen. We staan ze te bewonderen en de eigenaresse komt vol trots achter het huis vandaan om ons te vertellen wat voor kippen het zijn, en hoe leuk en gezellig ze wel niet zijn. Dat is één van de leuke dingen van wandelen, je kunt ook zomaar heel grappige of bijzondere gesprekken voeren.

B. weet ons te vertellen dat volgens buienradar er tussen 12 en half één een stevige bui regen zal vallen. En jawel, het begint eerst met een miezertje, maar even later komt het in vlagen naar beneden. We schuilen onder een grote boom bij een oude boerderij. Tegenover ons een akker waarvan de rand omzoomd is met akkerbloemen. Gesubsidieerd voor de biodiversiteit, de bijtjes en de vlinders… wat mooi ziet dit er uit. Van mij mogen alle boeren een rand met akkerbloemen rondom hun velden zetten.

Als we verder lopen horen we het gekras van een raaf. Wat draagt dat geluid ver, hij zit boven in een elektriciteitspaal, zeker een kilometer verderop. Dit is een gebied waar je kunt zien dat het vroeger arm moet zijn geweest. Veel kleine boerderijen, op kleine percelen. Nu zijn het luxe huizen voor de well-to-do. Het is een gebied voor hobbyboeren geworden, met af en toe een melkveehouderij. Veel paarden in de wei, geen hobby voor armoedzaaiers en dus af en toe melkvee. Wat ik dan wel weer leuk vind is dat er behoorlijk gemengd bontvee staat, rood- en zwartbont.

In Putten komen we langs het monument voor de represaille razzia van de nazi’s in de tweede wereldoorlog. Bijna alle volwassen mannen, zo’n 660, zijn als vergelding voor een mislukte aanslag op een aantal nazi’s weggevoerd naar Kamp Amersfoort. En van daaruit naar de concentratiekampen in Duitsland waar ze of vergast of omgekomen zijn door honger en ziekte. In Putten zelf werden 110 huizen in brand gestoken als wraak. Afschuwelijk. Het beeld van de boerenvrouw is treffend in zijn eenvoud, het herdenkingspand vertelt het droevige verhaal van de mislukte aanslag en waar de mannen naar toe zijn gevoerd en hoe het met hen is afgelopen. Huiveringwekkend. En zo actueel nu in dit weekend Srebrenica herdacht wordt.

We hebben een overnachting geboekt in Hof van Putten. Een groot hotel, wat volgens B. ook conferentieoord voor het CNV is. Nu geen conferentiegangers, allemaal vakantiegangers. Door COVID-19 gaan heel veel mensen in eigen land op vakantie. Dat is te merken, het hotel zit vol. Gelukkig hebben we op tijd geboekt, ook voor het restaurant van het hotel. Maar eerst hebben we een biertje verdiend na de wandeling. Heerlijk in het zonnetje op het terras. Daarna douchen en naar het restaurant. De kaart is niet erg uitgebreid, keuze uit vier hoofdgerechten. Maar het volstaat, we kiezen allemaal iets anders 😉

De volgende ochtend na het ontbijt rijden we eerst met onze auto’s naar het station van Putten, daar vervolgen we onze tocht. Ook vandaag afwisselend asfalt en onverhard. Ik loop liever onverhard, maar deze stukken asfalt zijn meestal smallere landweggetjes tussen landerijen door. Dan kan ik het nog wel hebben. We passeren het Kasteel de Vanenburg. Een prachtig landhuis, dat helaas in de tweede wereldoorlog ook een tijdje dienst heeft gedaan als werkkamp. Daarom staat er buiten de poort een gedenkteken. Binnen de poort kun je door de tuinen lopen, maar volgens goed biblebelt gebruik is het kasteel zelf niet te bezichtigen. We lopen door.

Er staan hier fraaie optrekjes, beetje havezathe-achtig. Niet verkeerd. Overigens afgewisseld met grote boerderettes die mij niet echt kunnen bekoren. In een weiland staat een kleine kudde Schotse hooglanders. Mooie beesten. Er lopen kalfjes tussen, wat een snoepjes! Het zijn bijna beertjes zo harig zijn ze en met hun ronde oren langs hun koppies. Echt leuk.

Ons pad voert ons via de Groevenbeekse heide richting Ermelo. De heide staat helaas nog niet in bloei, al zie ik wel wat kleine paarse bloemetjes in één struikje. Na de heide lopen we door de buitenwijken en villawijken van Ermelo. Bij een vijver gaan we op een bankje zitten. Het is een klein ven ontstaan doordat er in het verleden iemand bij het graven een bron heeft geraakt. Nu welt het water al borrelend omhoog en maakt een aardig ven zo op de rand van het dorp. Het trekt oude van dagen, gezinnen met kinderen. Allen gewapend met een zak oud brood en dus zijn er ook de nodige eenden in de plas aanwezig.

We lopen verder. Op de hoek van een paaltje langs het pad zit een brutaal jong roodborstje. Hij is nog niet op kleur, zijn borst heeft wat roestbruine veertjes. Maar voor de duvel niet bang, hij blijft gewoon zitten als wij dichterbij komen, ons daarmee voldoende mogelijkheid gevend om hem eens even mooi op de foto te zetten.

In Harderwijk lopen we eerst wel heel veel door nieuwbouwwijken. Fraai hoor, maar ’t geeft mij dan wel het gevoel dat je er doorheen moet om op je eindpunt te komen. En je ziet hoe Nederland aan het verstenen is. Tussen Nijkerk en Putten had je nog wel het gevoel dat je ‘buiten’ liep. Vandaag zat dat gevoel er al een stuk minder in, wel natuurlijk de hei en het stuk net buiten Putten. Maar nu van Ermelo naar Harderwijk is het de ene buitenwijk uit, de andere in. Tja. we willen ook graag mooi en ruimtelijk wonen in ons land.

We komen langs de Joodse begraafplaats in Harderwijk. Mooi, verstild, klein. Toch nog in gebruik want er liggen naast heel oude graven ook zeker een paar recente stenen. Na de begraafplaats lopen we door naar het station. Daar is het wachten op de bus. Er zijn werkzaamheden aan het spoor, dus vervangend vervoer. We sluiten af met een late lunch en een biertje/wijntje bij ‘De Oude Deel’ net naast het station van Putten.

Door weer en wind, niet t leukste stuk Westerborkpad

Het is opnieuw storm- en regenachtig weer als wij samen met M. en B. van Baarn via Amersfoort naar Nijkerk lopen in twee dagen. We beginnen net over tienen bij De Generaal in Baarn met koffie en gebak. Altijd lekker om je wandeling te beginnen met een dosis cafeïne en calorieën. Aldus versterkt vatten we de eerste etappe van dit weekend aan. We laten al snel de bebouwing van Baarn achter ons en komen op een lange polderweg door de weilanden heen. Het waait stevig en af en toe miezert het een klein beetje.

Het is een landschap met een spoorlijn aan de rechterhand en in de verte het voorbij trekken van auto’s op de snelweg. Daartussen ligt de Eem, al zien we die niet. Volgens de kaart is hij daar, en als we de bovenkant van een kruiser door het groene decor zien schuiven weten we dat de rivier er ligt. Het is een grappig gezicht… van deze afstand zie je alleen het bovenste deel, wat lijkt op een laagvliegende ufo of een racewagen zonder wielen.

Er wiekt een grote groep vogels boven de weiden. De wind slaat ze uit één en drijft ze even later bijeen in een dichte zwerm. Fascinerend om te zien. Verder is het landschap niet echt spannend, wat boerderijen, lange weilanden van raigras, waarin wel her en der wat grote knobbelzwanen, en we zien een haas die door een kraai gepest wordt.

Al snel lopen we via een industrieterrein de buitenwijken aan de westkant van Amersfoort binnen. Via Isselt door het Soesterkwartier. Een combinatie van sociale huurwoningen en koop. Er staat een lief beeld aan het water van een moeder met kind. Een vrouw spreekt ons aan en weet te melden dat bij de basisschool achter ons nog een beeld van dezelfde kunstenaar heeft gestaan. Ze weet niet zeker of het er nog staat, en loopt met ons mee om het ons te wijzen. Het is er niet meer, helaas. Aan de andere kant van het plantsoen staat een ander fraai beeldje, een Suzanne.

We lopen verder richting het centrum, over de Soesterweg. De algemene begraafplaats aan die weg is een plek van vredige rust, met mooie oude bomen. De Joodse begraafplaats iets verder op is gesloten. Je kunt de sleutel halen bij de bewoonster van het huis ernaast. B. vindt het niet zo’n goed idee, het is tenslotte sabbat dus laten we de doden hun rust. We lopen door tot aan het station waar we stoppen voor lunch.

We lopen dit weekend drie etappes verdeeld over twee dagen. Na de lunch lopen we dus nog een stuk van de etappe naar station Schothorst. Eerst door het prachtige Bergkwartier, via de Galgenberg naar Kamp Amersfoort. Een indrukwekkende plek, waar je heel stil van wordt. Nu een vredige, groene plek, 80 tot 75 jaar geleden werden hier vijf jaar mensen gemarteld, te werk gesteld in dwangarbeid, weggevoerd en gefusilleerd. Het beeld “De stenen man” gemaakt door een oud-gevangene en overlevende maakt in al zijn eenvoud een grote impressie van onmacht en woede.

We lopen verder, we hebben nog een bezoek te maken aan het Russisch ereveld. Lief heeft een aantal jaren geleden het graf geadopteerd van een Russische soldaat. We zoeken het graf Jakov Konstantinovistj Kisjlak en vinden het. Het scheelt dat lief van te voren heeft opgezocht waar hij ligt, anders zou onze zoektocht wat langer hebben geduurd. Zo goed is ons Russisch niet dat we gelijk een naam kunnen ontcijferen. Lief heeft een hyacint meegenomen en plant dat voor de steen. De rijen eenvorminge stenen met een sovjet-ster er op, je wordt je er van bewust dat onze vrijheid duur betaald is. Dan lopen we via het Leusderkwartier naar ons hotel, onze voeten vinden het inmiddels ook wel mooi geweest. We eten bij een Italiaan “Lorenza”, niet speciaal maar helemaal oké. Daarna lekker naar bed bij NH Hotel.

Na een uitgebreid ontbijt vertrekken we voor het vervolg. De regen valt in vlagen heel hard naar beneden, en op sommige plekken kan het riool de watertoevoer niet aan. De weersverwachting is niet best voor vandaag, de voorspelling is dat er 26 mm regen gaat vallen. Maar ach, onze ervaring leert ons dat het zelden een hele dag regent. En ze hebben niet voor niets regenpakken uitgevonden. Door de oude binnenstad van Amersfoort, langs de synagoge voert ons pad. Voor de synagoge en bij de huizen er tegenover struikelstenen, ook bekend als stolpersteinen, met daarop namen van Joodse bewoners die niet terug zijn gekomen uit de vernietigingskampen van de nazi’s. Vermoord.

We lopen een beetje kriskras oostwaarts door de oude binnenstad van Amersfoort richting de stadspoort. Het is echt een prachtige stad Amersfoort, mooi bewaard gebleven. Na de stadspoort gepasseerd te zijn wordt het wandelen door richting Schothorst, Vathorst en Nijkerk. Veel rechtdoor langs het spoor en door nieuwbouwwijken. Een heel klein stukje nog door de weilanden, maar dan ligt Nijkerk al weer voor ons. Zo wandelend door dit stukje van Nederland zie je pas goed hoe versteend en verstedelijkt ons land aan het worden is. Je loopt van buitenwijken en industrie- of bedrijventerreinen zo een volgende stad binnen, met soms nog een stukje groen er tussen. Niet altijd even leuk en interessant om te wandelen.

We worden Nijkerk ingeblazen. Het waait nog steeds hard. Gelukkig hebben we de wind in de rug, en het is tijdens onze wandeling droog geworden. We willen in Nijkerk graag nog een late lunch genieten, maar de horeca die we eerst tegen komen zijn allemaal gesloten. We krijgen een soort deja vu van een aantal jaren geleden waarbij we op een zondag drie maal een gesloten deur troffen in Terschuur, de biblebelt…. Maar gelukkig vinden we vlak bij het station toch nog een etablissement dat open is. Alberto’s serveert ons heerlijke broodjes en zo kunnen we dan gevoed en gelaafd richting station en naar huis. Drie etappes die niet het leukst waren om te lopen… met uitzondering van de binnenstad van Amersfoort.

Dagen vol klein geluk, of Westerborkpad Naarden-Bussum-Hilversum-Baarn

Mijn lief en ik houden van reizen, ver weg en dichtbij. Wandelen is daarbij een prettige manier om een streek tot je te nemen. Al stappend door het landschap heb je de tijd om je heen te kijken en je te verheugen in de schoonheid van waar je je bevindt.

Dit weekend liepen we drie etappes van het Westerborkpad met vrienden B. en M. Van Naarden-Bussum via Hilversum naar Baarn. Op zaterdagochtend beginnen we in Naarden-Bussum, op wat een heerlijke winterdag zal blijken te worden. Fris, met lichte vorst in de nacht en overdag een winterzonnetje. Via de synagoge, die een beetje verstopt zit in een woonwijk langs de Joodse begraafplaats van Bussum. De eerste vorst die de dauw op de bladeren er uit laat zien alsof iemand met een grote bus poedersuiker is rond gegaan. Mooi. Zo geeft de vorst op de gevallen bladeren een verfijnde glans aan wat verder een trieste plek is. Ook hier een herdenkingsmuur voor de vermoorde joden die in de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn door de naziterreur.

Over de Bussumerheide, een stukje natuur ingeklemd tussen bebouwing van Naarden, Bussum en Hilversum. Daar loopt een kudde schapen, gelukkig zie je dat vaker tegenwoordig. Ik blijf het een mooi gezicht vinden. Daarna lopen we al snel weer de buitenwijken van Hilversum binnen. Daar treffen we een gezellig koffietentje, waar we even kunnen zitten. De koffie is uitstekend en de pecanpie en carrotpie smaken prima. Versterkt kunnen we verder. We hebben besloten om drie etappes in twee dagen te lopen, dus we lopen vandaag ook een stuk van de etappe naar Hilversum Sportpark tot Nieuw Loosdrecht. Door het centrum van Hilversum, dat een beetje een rommeltje is. Prachtige jaren twintig en dertig panden afgewisseld met modernere panden die qua stijl botsen met de statige panden. Midden in het centrum ligt een verstilde plek, een begraafplaats waar opnieuw een gedenksteen is aan de gestorvenen in de concentratiekampen. Het laatste stuk van die dag richting Nieuw Loosdrecht is wat saai, langs een industrieterrein.

Als we bij het monument voor de Jeugdalijah, eindpunt voor de eerste dag, aankomen blijkt dat de bushalte tijdelijk is opgeheven. Er zijn werkzaamheden waardoor de bus een andere route moet rijden. We staan te kijken bij het beeld als de bus toch achter ons langs komt rijden. M. zwaait verwoed naar de chauffeur maar die rijdt door. M. vraagt aan een verkeersregelaar die op de rotonde staat of de bus ergens anders vlakbij stopt. Daar heeft de man geen weet van, hij staat er pas een dag en heeft nog geen bus voorbij zien komen. Dat er nog geen vijf minuten geleden er één voorbij is komen rijden is hem ontgaan.

We besluiten er op te gokken dat we de bus toch kunnen aanhouden bij de tijdelijk opgeheven halte. We hebben geen zin om het saaie stuk terug te lopen naar het industrieterrein, of te kijken waar de eerstvolgende halte is. Dan zien we ineens de verkeersregelaar over de rotonde sprinten, al zwaaiend en roepend. Hij blijkt de bus aan te houden om ons vooral mee te nemen. Wat geweldig! De bus komt de hoek om en de chauffeur stopt. Wij zwaaien en roepen ‘Dank je wel’ naar de verkeersregelaar en vertellen de buschauffeur dat we heel blij zijn dat hij stopt. Wat je noemt een klein geluksmoment.

In hotel Ravel het tweede klein geluk moment, de receptioniste vertelt ons dat het niet druks in het hotel, en dat we een gratis upgrade krijgen naar grotere kamers. Dat is fijn. We vragen of ze nog tips voor het avondeten heeft. We kunnen natuurlijk de stad in, of 100 meter de andere kant op, waar een eetcafé zitting het oude tolhuis. We besluiten even te bellen, en ja we zijn van harte welkom. Als we even later bij Het Tolhuis komen blijken we zonder het te weten de laatst beschikbare tafel te hebben gereserveerd. Reuze fijn, klein geluk 😉. Het is eten is er goed, we hebben er echt lekker gegeten.

De volgende ochtend staat er een puik ontbijtkoek klaar. We vragen of onze koffie en thee kannen gevuld kunnen worden voor onderweg op onze wandeling. Het meisje zegt dat het geen probleem is en dat er ook geen extra kosten aan vast zitten. Als we weg gaan geeft ze ons nog een zak met extra proviand mee, bananen, mueslirepen, ontbijtkoek…want je moet goed eten onderweg. Het is te gek, zo hebben we het nog nooit mee gemaakt. Hotel Ravel is echt een aanrader… klein geluk 😘

We pakken de bus terug naar Nieuw Loosdrecht, stappen iets te vroeg uit maar pakken daardoor nog wel een fraai stuk Nieuw Loosdrecht mee. Prachtige buitenplaatsen en mooie oude boerderijen. Via een route die toch weer door Hilversum loopt trekken we de Hoge Vuursche op. Het is echt zo’n winterdag waarop iedereen naar buiten gaat. Hele families, hardlopers, paardrijders, mountainbikers… iedereen geniet van het heerlijke winterweer. Geen wind, beetje mistig in de verte en een waterig zonnetje dat net genoeg kracht heeft. De zon schijnt op plekken door de lichte nevel en creëert daarmee een licht mystieke sfeer.

Via de Hoge Vuursche bereiken we de bossen van Baarn. We hebben het wel een beetje gehad. M. heeft een kleine blaar en B. heeft een stijve kuit, bij mij speelt mijn achillespees op, lief J. heeft zoals gebruikelijk nergens last van qua spieren. Dan komt het laatste kleine geluksmoment van dit weekend als het station in zicht komt. En het restaurant De generaal waar een bokbiertje op ons wacht. Wat een heerlijk weekend was het!