Groesbeek

9, 10, 11 juli 2021

Voorafgaand aan onze vakantie trekken we er met onze vriendengroep, die ik heb overgehouden aan mijn jaren reizen begeleiden, op uit. Al jaren trekken we in het voorjaar en het najaar een weekend met elkaar op, meestal in een grote kampeerboerderij, soms in een aantal trekkershutten. Oud en nieuw vieren we ook vaak samen. Dit jaar hebben we een nieuw element ingevoerd, met elkaar kamperen in een weekend tijdens de zomervakantie. Gewoon kijken wie kan, want de vakanties lopen niet synchroon van iedereen. Maar dat is niet erg, we zoeken gewoon een weekend uit met de grootste ‘trefkans’. Voor het eerst dus met elkaar kamperen, terug naar de oorsprong van deze vriendengroep. Al waren het toen tentjes van de reisorganisatie en in Cornwall en zijn het nu naast tentjes een caravan en twee campers geworden. Inmiddels is de groep ook enigszins veranderd, mensen hebben partners gekregen, kinderen, zijn uit elkaar gegaan en hebben weer nieuwe partners gekregen. Dat is allemaal in de groep opgevangen en we zijn met elkaar ouder en misschien ook wat wijzer geworden 😉

Op aanraden van A. en S. hebben we gekozen voor de camping de Zoete Aagt in Groesbeek. Deze camping wil geen grote groepen maar omdat A. de eigenares heeft bezworen dat wij heel rustig zijn mogen we er toch met zijn tienen staan. De camping afficheert zich als Franse Charme camping. Ik heb geen idee wat het Franse is aan de camping behalve sommige bordjes. Het is verder een prachtige camping, heel rustig met mooie velden die prachtig omzoomd worden met grote bloemenborders. Echt een lust voor het oog. Er is een boomgaard en een fraaie orangerie waar je droog kunt zitten, iets kunt lezen als je wilt en waar de wifi werkt. Echt een plek om tot rust te komen.

Op vrijdagmiddag komen we aan en slaan ons kampement op. We gaan pizza eten bij een naburige camping, Klein Amerika zo’n 2-3 km verderop. Voordat we de camping aflopen spreekt de eigenares ons aan dat er een klacht van mede-campeurs is geweest over het feit dat we een grote groep zijn. Wij kunnen daar niet zoveel mee, we hebben het van te voren gemeld en zij is vooraf akkoord gegaan. En we hebben alleen nog maar even met elkaar in een kring gezeten, overdag, zonder dat we veel lawaai maakten. Nou ja, we zullen als we terug komen rustig doen maar een beetje piepen om niks vinden we het wel.

De maaltijd bestaat uit pizza met een wijnproeverij, met wijn van Klein-Amerika die ook een wijngaard heeft. het concept van pizza bakken werkt als volgt op deze camping: ze bakken steeds twee pizza’s die variëren in smaak. Die dienen ze in stukken gesneden op en als ze op zijn komen ze vragen of er nog behoefte is aan meer pizza en van welke smaak. Dat gaat zo door totdat je genoeg hebt gehad. Leuk dat ze dit zo doen op deze camping. We lopen terug naar onze eigen camping. Op de terugweg worden we door junikevers ‘aangevallen’ als we tussen de maisvelden en graslanden doorlopen. Het zijn er echt veel en ze vliegen ook zo je haar in. Met capuchon op lopen we verder naar de Zoete Aagt. Omdat ik op zaterdag naar Nijmegen moet voor een PCR test voor onze reis naar Frankrijk ga ik vroeg naar bed. Ik moet er om 9.15 zijn en we moeten morgen eerst de camperbus nog weer rijklaar maken voordat we weg kunnen.

Na de PCR test terug op de camping met de groep ontbijten. Dan een plan de campagne, A. neemt altijd wandelkaarten mee, ze wandelt veel in Nederland en heeft volgens mij van bijna elk gebied wel goede kaarten. We besluiten van de camping uit te gaan wandelen rondom Groesbeek en Grafwegen. Dit is zo’n prachtige omgeving, heel afwisselend qua landschap en qua hoogte. Daar kun je makkelijk een wandeltocht uit zetten. Het is warm dus de slingers door de weilanden slaan we zoveel mogelijk over. Daar pakken we teveel zon naar ons idee. Het is dus veel door het bos en langs de bosrand en ook dan is er veel te genieten.

Terug op de camping moet het onvermijdelijke biertje of wijntje worden genuttigd alvorens we weer naar Klein Amerika lopen of fietsen voor friet met een Groesbeekse kroket. Deze keer slaan we de wijnproeverij over, de ‘waard’ heeft deze keer Italiaans witbier dat hij aanprijst bij de friet. Je kunt op deze camping overigens ook heel erg lekker druivensap krijgen, ze hebben best veel aan ‘eigen’ producten. Ook de frieten zijn gemaakt van aardappelen van eigen teelt… de kroketten zijn niet van eigen teelt 😉 Omdat er behoorlijke bloemkoolwolken waaruit onweer dreigt aan de lucht verschijnen gaan we op tijd terug naar de Zoete Aagt. Het begint inderdaad te regenen, al valt het onweer mee. Maar buiten zitten is niet echt een optie dus slepen we iets te eten en te drinken mee naar de orangerie en praten daar met elkaar verder bij. We krijgen zowaar telefoon van L. En N. die niet mee zijn, zij zijn al op zeilvakantie in Denemarken. Leuk om hen te horen. Het afgelopen jaar hebben we elkaar binnen deze vriendengroep bijna alleen via Zoom of Teams gezien en af en toe in wat kleinere samenstelling. Maar zo met elkaar samen is toch wel het leukst en dan is het heel erg leuk als degenen die er niet bij kunnen zijn nog even telefonisch aanhaken.

De volgende ochtend nuttigen we ons gezamenlijk ontbijt. De campeurs die over de grootte van onze groep hebben geklaagd zijn gisteren al vertrokken. Aangezien wij de hele dag zo’n beetje weg waren en ook ’s avonds ergens anders gingen eten moet de ‘overlast’ mee zijn gevallen. Navraag leert dat ze vooral geschrokken waren van de grootte van onze groep en niet hadden afgewacht of we nou ook echt zo lawaaiig waren. Na het ontbijt moet iedereen eerst opbreken, reisklaar zijn en dan maken we wandelplan. Weer vanaf de camping. Dit keer doen we een ander rondje dat gedeeltelijk door het Reichswald in Duitsland loopt. Op een doorsteek langs een weiland richting het Reichswald ga ik hard onderuit. Er zit een vals richeltje onder gras, half verdiept en onzichtbaar door het gras. Ik verzwik mijn enkel en stort ter aarde. Dat kan ik nou net niet gebruiken nu we morgen doorreizen naar onze vakantiebestemming. Ik tape de enkel in, wandel door en hoop er maar het beste van. Beweging is voor verstuikte enkels beter dan stil zitten met je pootje omhoog, maar goed het moet wel kunnen natuurlijk 😉 Gelukkig is de enkel wel pijnlijk maar is het lopen te doen. Aan het eind van de middag zwaaien we elkaar in de vriendengroep gedag en vertrekken wij voor onze tweede tussenstop op onze vakantie. We rijden naar onze vrienden H. En M. in Horst. Die nemen ons uit eten bij smaakboerderij Gastendonk, waar we uitstekend eten. Er wordt met finesse gekookt met producten uit de streek en van eigen grond. Het is jammer dat dit restaurant met hun boerderijwinkel net iets buiten het centrum van Horst ligt, dat zal denk ik toch wel uitmaken in de aanloop die ze hebben. Ze koken echt verrassend en de bediening is ook zeer plezierig. Je gunt ze goede klandizie! De volgende ochtend gaan we op weg naar Orbey in de Vogezen. Onze vakantie is nu echt begonnen.

Wieringen, Westerland

2, 3 en 4 juli 2021

We zijn net verhuisd en hoewel er nog genoeg in en om huis te doen valt besluiten we er een weekend er op uit te trekken. Niet te ver van huis, want ik heb vrijdag nog werkafspraken en lief moet op maandag al weer vroeg aan de bak. Het wordt Wieringen. We liepen hier al vaker aan de noordoostkant van het voormalig eiland. Nu hebben we een camping nabij Westerland uitgezocht, aan het Wad.

We komen rond zeven uur aan bij mini-camping De Torenhoeve. Er staat een groot bord dat we vooral zelf een plekje uit moeten zoeken. Dat doen we dan maar. Na het eten en met de naderende zonsondergang lopen we naar het wad. Het is eb en de zon is net in een grote rode bol tussen de wolken verdwenen boven de ‘skyline’ van Den Helder. Net te laat dus, maar dat drukt de pret niet, de lucht kleurt rozerood tussen de wolken door. Er hangt een vredige sfeer met het gekwaak van foeragerende bergeenden, de petiet van scholeksters en het gemurmel van een rietzanger die af en toe boven het riet snel naar een ander plekje vliegt en zich daar dan weer snel in verschuilt.

Het is zacht dus we zitten lang buiten. De boerencamping zit ingeklemd tussen een bungalowpark waar veel Duitsers zitten. Allemaal keurige stacaravans en huisjes terwijl onze camping er één van vergane glorie is. Een aftands douchegebouw met zeer minimale voorzieningen. De €20,- per nacht vinden wij wel ruim betaald voor wat je er voor krijgt.

Op zaterdag fietsen we een rondje Wieringen. Eerst langs het Amstelmeer, door Van Ewijcksluis richting Westerland. Fraai hoe je rechts de polder hebt en links ligt achter een dijk verscholen het meer. Verderop de route zie je meer van het oude eiland, je klimt af en toe echt even een heuveltje op. Het kerkje van Westerland ligt mooi op een heuvel, een rijk bloemenveld met onder andere klaprozen en korenbloemen aan de voet. Op het kerkhof liggen best veel mensen die hun leven op zee hebben gelaten of die visser zijn geweest .Wieringen was natuurlijk ooit een eiland en dus zal er vroeger ook wel gevaren en gevist zijn. Nog steeds bedenk ik, Den Oever kent niet voor niets een visafslag. En zingt Jeroen Zijlstra niet in een lied over varen op een vissersboot en komt hij niet van Wieringen?

We lunchen in Den Oever bij Basalt. We nemen allebei de uitstekende zeesalade. Terug richting Hippolytushoef. We grappen tegen elkaar, wie weet zien we onze vrienden R. en H. die op t puntje van Oosterland wonen wel. En warempel, ze staan net mensen uit te zwaaien. Natuurlijk moeten we afstappen en bijpraten onder t genot van een glaasje wijn. Lichtelijk tipsy fietsen we daarna verder naar Hippolytushoef. Als we daar nog wat kleine boodschappen doen word ik aangetikt bij de ingang van de supermarkt. Medecursist fotocursus die blijkt op zelfde camping te staan. Kleine wereld.

Vertrek. De camping eigenaar meldt dat het laatste paar weken zijn, nog 7 weken en dan dragen ze camping over aan nieuwe eigenaren. De camping is 30 jaar in de familie geweest. Dat is wel te zien aan de faciliteiten, die zien er uit als 30 jaar oud. Losse bedradingen, beige wasbakken, allemaal zeer gedateerd. Het kan allemaal wat vernieuwing gebruiken. Wellicht volgend jaar nog maar eens opnieuw proberen deze camping onder de nieuwe eigenaars, zoals het nu is vonden we het niet gelijk voor herhaling vatbaar… We maken nog een afsluitende wandeling rondom Westerland. Het is warm en drukkend. Deze wandeling kent iets meer asfalt dan de wandelingen op de noordoosthoek van Wieringen. Toch heeft ook deze tocht voldoende moois te bieden. We zien een rietzanger, en zitten er nou lepelaars bij Normerven buitendijks op t wad? Omdat we lekker dicht bij huis hebben gekampeerd zijn we ook op tijd weer thuis. Een mooi weekend gehad.

Sallandse heuvelrug, 3

23 mei 2021

Vandaag zal het droog/droger zijn dan de vorige dagen. Maar bij het wakker worden valt er regen dus we draaien ons nog eens om. Grappig hoe je ineens weer in een diepe slaap kunt vallen. Om twintig voor tien worden we pas weer wakker, dan is het droog. Na het ontbijt pakken we onze fietsen.

We ‘nemen’ de fietstocht van ‘Eric’ fietsnetwerk, langs heide en bos op de Sallandse heuvelrug. We moeten de route een stuk voorbij de camping oppikken, de weg uit en dan zitten we al op de route. We fietsen vervolgens met een omweg naar Haarle, door landelijk gebied met boerderijen en weilanden. Onderweg krijgen we een dikke bui op ons hoofd, de regenbroek mag aan, maar daarna is het gelukkig weer droog. Omdat Erve De Pas ons goed was bevallen stoppen we al vroeg op de route voor koffie met carrotcake. Terwijl we van onze koffie genieten komt er af en toe een hondsbrutaal koolmeesje op onze tafel zitten, azend op een stukje carrotcake voor zijn jongen. Hoe leuk ik vogels ook vind, die carrotcake is voor mij en niet voor het meesje. Aan de muur van de herberg hangt een afgezaagde klomp waar een dakje op gezet is en een gat in geboord. Daarin nestelt een pimpelmeesstel die af en aan vliegen met voer voor hun jongen. Een prachtig gezicht de acrobatiek van dat kleine vogeltje. Aan komen vliegen, pootjes uitstrekken om te kunnen landen op de zijkant van het gat en dan naar binnen. Ik vind het knap.

Onze overburen van de camping staan bij het fietsroutebord bij de herberg. We zwaaien, zij blijken even later voor ons uit te fietsen. Iets verder dan Palthetoren staan ze langs de weg. Ze houden ons aan, ze hebben een nest van de grote bonte specht gespot. De vrouw van het stel heeft het geluid van jonge spechten in hun hol herkend, heel knap van haar. Pa en ma vliegen af en aan met voer. We gaan iets verderop zitten zodat we het hol goed kunnen zien maar de spechten geen angst aan jagen. Het is wachten tot pa en ma met foerage langs komen. De spechten zijn toch iets voorzichtiger dan de pimpelmezen die we zagen. De spechten landen eerst aan de achterkant van de boom, spieken een paar keer langs de ronding van de boom en maken dan met een paar snelle hupjes de beweging naar binnen. Ze nemen voer mee naar binnen, hele dikke vette larven en rupsen en om het nest schoon te houden zien we ze met pakketjes ontlasting naar buiten komen. Een proper huishouden.

We hervatten de route. Het is af en toe pittig fietsen, met stukken vals plat of klimmetjes… het heet niet niets voor niets heuvelrug. Zo trap je je wel het zweet op de rug. We willen op een gegeven moment wel een bankje om even te pauzeren maar ze zijn allemaal bezet. Als we het al bijna opgegeven hebben en ons afvragen of we misschien naast een bezet bankje moeten gaan staan in afwachting van het opbreken van de bankzitters is er dan gelukkig toch een vrij bankje met een zonnetje erbij. Versterkt met een kopje thee en een broodje fietsen we daarna richting Nijverdal en terug naar de camping. Onze overburen zijn bezig op te breken, hun tent is nu droog en ze willen graag dat zo houden. De voorspellingen zijn dat het morgen weer slechter weer wordt. We wensen hen goede terugreis en zwaaien ze uit. Leuk dat je op de camping soms zo makkelijk contact maakt en hoewel vluchtig ook heel plezierig.

Deze camping is een waar vogelparadijsje. Het barst hier van mussen, spreeuwen en boerenzwaluwen. Boven in de boom zit een vink het hoogste lied te kwinkeleren. Door de veelheid aan eten zoals muggen en vliegen hebben ze hier meer dan genoeg te eten. Het is niet verwonderlijk de aanwezigheid van de muggen en vliegen want naast dat het een camping is heeft de eigenaar ook een paardenpension. Dat is vragen om vliegen. Nu door kou zijn er gelukkig nog niet zoveel vliegen. Of dit dan een fijne camping hartje zomer met warm weer is weet ik eerlijk gezegd niet. Dat zouden we nog een keer kunnen uit proberen….

Sallandse heuvelrug 1

21 mei 2021, Pinksterweekend

Een paar weken geleden boekten we een weekendje weg, kamperen met Pinksteren. Omdat ongeveer heel Nederland snakt naar weekendjes weg viel het niet mee om ergens een camping te vinden. Op veel sites was het Hemelvaartsdag en Pinksterweekend al lang van te voren volgeboekt. Toen ik deze minicamping Heldersbroek bij Haarle belde had ik er niet veel fiducie in. Maar… er was nog net één plekje vrij werd mij gemeld. Ik vroeg of ik nog via de mail moest bevestigen maar dat was allemaal niet nodig. De man had het opgeschreven en als ik een mail stuurde moest hij daar weer op antwoorden en dat was allemaal onnodig extra gedoe.

We moeten via een behoorlijke omweg naar het oosten. Normalerwijs rijden we de A9 en A1 grotendeels af totdat we ter hoogte van Hellendoorn zijn en dan zouden we nog een klein stukje binnendoor moeten om in Haarle uit te komen. Onze TomTom leidt ons via de Flevopolder, buitengebied Almere en Zeewolde naar Harderwijk, daar de A28 op en bij Zwolle -Zuid richting Almelo. Het is beredruk op de weg en overal staan files door het Pinksterverkeer en ongelukken. Een rondje Nederland wat ons opvallend genoeg niet eens zo heel veel meer tijd kost, we zijn iets meer dan een half uur later dan gepland op de camping.

We installeren onze spullen als de campingbaas langs komt op zijn scootmobiel. Of we een formulier willen invullen en als dank krijgen we een doosje met zes eitjes. Dat is een plezierig welkom. Als ik naar het wachtwoord van de de wifi vraag zegt hij een poolsklinkend woord gevolgd met een getal. Ik vraag of ik het goed versta en herhaal het , en ja dat klopt. Als je het dan niet gelijk invoert blijkt even later dat je het niet goed onthouden hebt. Dus vragen we voorzichtig onze buren en overburen, niemand blijkt het wachtwoord goed verstaan te hebben. Het ligt dus niet alleen aan ons 😉

Zon en donkere luchten wisselen elkaar af. Er staat een stevige wind die rukt aan de luifel en zijvlakken van de luifel. Het is lekker dat we een luifel hebben, maar omdat we pal op de wind staan regent het toch naar binnen in ons voorportaal. Buiten zitten is er niet bij tijdens regenbuien.

We maken een praatje met de overburen die jaloerse blikken op onze camper werpen. Ze hebben een droom om op termijn ook camper te kopen, nu kamperen ze nog in tent. Wel een luxe variant, want een opblaastent met bedjes van de grond en een grote koelbox. We nodigen hen uit om vooral een blik in de camper te werpen zodat ze er een beeld van krijgen hoe die van ons er uit ziet. Het leidt tot gesprekken over kamperen, over reizen. Ze blijken best veel dezelfde bestemmingen als wij te hebben bezocht. Grappig is dat toch dat je zomaar gelijkgestemden tegen kunt komen. Om 10 uur is het te koud om nog buiten te staan. We nemen afscheid van onze overburen en drinken in de geborgenheid van onze camper een glaasje Port en dan naar bed.

Sallandse heuvelrug 2

22 mei 2021

Het wordt een regenachtige dag volgens de voorspellingen dus gaan we liever wandelen dan fietsen. Je wordt net zo nat als je wandelt maar gevoelsmatig vinden we het minder erg als het regent terwijl we wandelen dan wanneer we fietsen. We starten een beetje relaxed op. Omdat de wandeling iets verderop begint pakken we de fiets om daar te komen. Dan kunnen we gelijk boodschappen doen in Haarle voor nog wat kleine dingen. Lief is zijn toilettas vergeten dus hopen we dat de plaatselijke supermarkt in wat basics kan voorzien.

Ik weet niet of iedereen dat gevoel heeft maar als de supermarkt in een dorp een Spar is heb ik gelijk een vakantiegevoel. In heel veel plaatsen in Nederland zijn de supermarkten van de grote ketens. Alleen in kleinere dorpen heb je nog een Spar. Deze is best goed gesorteerd en het is duidelijk dat er een grote mate van bekendheid met de dorpsbewoners bij het personeel van de Spar aanwezig is. En een grote mate van gemoedelijkheid en service. De kassier loopt met klanten mee naar de auto als ze veel boodschappen hebben, de klanten wachten geduldig tot hij terugkeert om hun boodschappen af te rekenen. Er staan kinderen voor ons bij de kassa, de kassier spreekt hen aan met ‘jongelui’. Lief springt op en neer en zegt dat hij daar ook bij hoort. De kassier speelt het spel mee als wij bij de kassa staan en spreekt ons ook aan met ‘jongelui’. Een beetje spottend zeg ik dat ik daar niet bij hoor , hij zegt dat hij die leeftijd net voorbij is, net gepasseerd. Maar dat je dat niet ziet, hij heeft zijn uiterlijk mee maar dat gaat schuil achter zijn mondkapje. Zijn twinkelogen vol pret geven in ieder geval een jeugdige geest aan 😉 Heerlijk dat soort onderkoelde humor.

We fietsen naar Erve De Pas. Daar start onze wandeling. Onderweg hebben we een beetje miezer en af en toe is het bijna droog. Het is een prachtig gebied, heel afwisselend. Het is wat heuvelachtig, heide en bos wisselen elkaar af. We komen aan het begin van de route drie mannen in groen Natuurmonumententenue en verrekijkers om de nek tegen. Op mijn vraag of ze nog wat interessants hebben gezien komt er een melding van paarden, Schotse hooglanders en een reegeit. De vogels houden zich schuil voor de regen. We zijn benieuwd of wij ook nog iets zullen spotten.

Een stuk van de route is niet toegankelijk in verband met het broedseizoen. Het linkerpootje van lief geeft nog niet echt aan dat we grote afstanden kunnen afleggen dus zo erg vinden we de inkorting nu niet. Met de inkorting is de route ongeveer 14 km. We lopen langs Slot Palthe op de Sprengenberg. Het slot doet wat Duits aan, een soort sprookjeskasteel.

In het bos zijn naast de bomen in de ondergroei nu ook de grotere bomen in blad aan het raken. Het tere voorjaarsgroen van de beuk en Amerikaanse eik staan om twee iele rode beuken heen. Het geeft een mooi contrastrijk beeld. Als we verderop bij een ven gaan zitten om te lunchen zien we af en toe zelfs een stukje blauwe lucht al jagen er ook donkere wolken voorbij. Het is net aan droog als we lunchen dus dat is fijn. Niets zo treurig als in de regen je broodje op te moeten eten zonder dat je ergens onder een afdakje of dik bladerdek kunt schuilen.

Verderop de route blijkt een oud landgoed en kwekerij te zijn geweest . Dat kun je zien aan de inrichting van het landschap dat met heel veel rododendrons bezaaid is. Die staan nu in volle bloei in allerlei kleurschakeringen. Roze, paars, fuchsia, wit, donkerrood. Een mooi gezicht.

Op de heide loopt een schaapskudde. Ze lopen in het gedeelte dat afgesloten is, dus het is van verre dat we ze zien. De witte schapen lijken als kiezelstenen uitgespreid op de heide. De herder met twee honden voert zijn kudde langzaam verder in de richting waar wij net vandaan komen. Op een tak van een denneboom zit een veldleeuwerik luidkeels zijn territorium te verdedigen. Hij trekt zich niets aan van de buizerd die zich boven zijn hoofd op de thermiek omhoog laat stuwen. Blijkbaar is een leeuwerik een te kleine snack voor de buizerd, of te snel.

Het terras bij herberg De Pas is open. Hoewel het best koud is vinden we dat we om de horeca te steunen en onszelf te belonen een biertje verdienen. De wind trekt aan de grote parasol die voor beschutting moet zorgen. Lief bestelt een borrelplank. Het meisje in de bediening verzekert ons dat er heel veel lekkers op ligt en dat we er zeker van zullen genieten. Daar heeft ze geen woord teveel aan gezegd. Lekkere kaasjes en droge Overijssele worst, bresaola, brood en lekkere smeersels. Heerlijk. Verkleumd fietsen we huiswaarts naar de camping. Op de camping wacht de campingbaas die graag voor de zondag in cash betaald wil worden.

Lauwersmeer 3

2 mei 2021 Dag 3 ik wil graag de zonsopgang boven het meer zien dus we staan heel vroeg op. Om half zes loopt de wekker af, we staan op, hoofd onder de kraan en dan op weg naar het uitkijkpunt. Het is erg lief van J. die niet zo van vroeg op staan is als het niet hoeft. ‘Op zoek naar kangoeroes’ zegt hij spottend, terugdenkend aan de keer dat we in Australië ook voor zonsopgang opstonden om kangoeroes op het strand te gaan bekijken. Geen kangoeroes maar wel mooie luchten door de bewolking. De ganzen die ik twee dagen geleden zag zijn er niet meer. We horen nog wel een snor en we zien af en toe een rietzangertje opstijgen uit het riet en weer neerdalen. Net als we teruglopen zit er een puttertje boven in een boompje. Als ik de camera pak is hij alweer gevlogen.

Na het ontbijt gaan we de vogelroute lopen, die achter de camping begint. Het is geen lange route, 5,5 kilometer. Maar we doen er bijna 2 uur over. Niet allen omdat lief nog met zijn klapvoet worstelt, er is gewoon heel veel te zien en te horen. Als we een vogel horen staan we stil en turen we om ons heen waar het geluid vandaan komt. Zo zien we meerdere keren een rietgors die uit volle borst zit te zingen. Het waait stevig dus een goede foto maken valt niet mee. Een rietgors maalt er niet om, als ware acrobaten klemmen ze zich met hun iele pootjes vast aan een rietstengel en zingen hun lied.

We horen een snor maar zien hem niet. Het is een gebied dat ook rijk is aan kiekendieven. We zien er een stuk of vier of vijf boven de rietvelden. Twee vogels zien we met regelmaat naar de grond duiken en neerstrijken, die hebben daar duidelijk een nest. In het gebied wordt gebruik gemaakt van natuurlijke begrazing door schotse hooglanders en door koniks. Op het stuk waar wij lopen is ook het terrein van een kudde koniks. Ze staan iets verderop op een weilandje maar ze zijn blijkbaar net op het punt om te verkassen. Er loopt een veulen bij de kudde die onze kant op komt, dan kunnen we toch beter even door lopen. Een echtpaar dat ons tegemoet loopt durft de kudde niet te passeren op het smalle pad, ze keren op hun schreden terug. Het is een modderig pad maar het is best druk. Dan blijkt verderop waarom. Er staan heel veel mensen met camera’s met grote lenzen op een statief. Hier is dus duidelijk het nestje van de buidelmezen. Ze zijn zeer zeldzaam in Nederland, er zal vast een melding zijn geweest op Waarneming.nl. Aan de overkant van de sloot zien we opnieuw de kiekendieven.

Op de camping maken we lunch. Terwijl we voor onze camper zitten zien we genoeg aan vogels: een fitis, zwartkop en vink laten zich zien. Een zanglijster en een mannetjesmerel poseren voor een foto, er is echt genoeg te zien op de camping. Als de zon weg is wordt het koud. Ik besluit de Diepsterbosroute te lopen, ook een kort omloopje dat bij de camping start. Lief blijft op camping. Ik zie een gbs, of te wel grote bonte specht en nog weer wat rietzangers.

De volgende dag breken we op, het is nog wel een kleine uitdaging om van de plek af te komen. Het heeft tijdens ons verblijf een paar keer geregend en dat heeft het terrein modderig gemaakt. Met enig slippen lukt het toch weg te komen. We rijden nog een keer langs het veld waar we de kemphanen hebben gezien in de hoop dat ze zich opnieuw laten zien. Niets van dat alles. Er zijn pinken in het veld losgelaten, er zijn bijna geen vogels meer te zien. In ieder geval geen kemphanen. Iets verderop zien we nog wel een steltkluut, die had ik nog nooit eerder gezien. Aan het eind van Ezumakeech is nog een plek bij het meer waar 2 grote banken zijn neer gezet. Daar strijken we neer om over het meer uit te kijken. Visdiefjes scheren over het water, er zitten wat kuifeenden en verderop de nodige ganzen. In het riet zit een rietzanger die net als zijn soortgenoot eerder dit weekend tot zo’n vijf meter boven het riet uitstijgt, uit volle borst zingt en dan vervolgens met wijd uitgespreide vleugels en uitgestrekte pootjes zich naar beneden laat vallen om te landen in het riet en daar zijn lied verder voort te zetten. Een verrukkelijk gezicht. Met die beelden op ons netvlies laten we het Lauwersmeer voor nu wat het is. Het is vast niet de laatste keer dat we hier zijn geweest, we zijn onder de indruk geraakt van het gebied.

Groningse mudmasters oftewel een weekend Appingedam

7, 8 en 9 mei 2021

De weersverwachtingen zijn nogal wisselend voor dit weekend maar aangezien we hebben afgesproken met broer J en zijn lief J gaan we toch op pad naar Appingedam. Op vrijdag en zaterdag zal het koud zijn, naar de zondag toe wordt het warmer maar ook onstabieler qua weer met grote kans op hevige regenbuien en onweer. We hebben geboekt op camping Ekenstein, vlak naast landgoed Ekenstein. Er schijnt een mager zonnetje als we aankomen. J. en J. hebben inmiddels na rijp beraad met de campingeigenaar een plekje gevonden op het terrein. De plek die ik in eerste instantie had geboekt is niet geschikt, het terrein is erg nat door de overvloedige regen van de afgelopen tijd. Op deze vette klei loopt het water slecht weg en de beheerder is bang voor beschadiging van zijn grasveld. Of we alsjeblieft niet teveel willen sturen met de busjes, recht het veld op en als we zondag vertrekken ook graag weer via dezelfde route eruit. En als het niet lukt in één keer dan graag hem erbij halen, dan gaat hij ons eruit trekken met zijn grasmaaier. Je krijgt gelijk meer zin in je kampeerweekend 😉

We besluiten op zaterdag rond het Schildmeer te fietsen. We willen eigenlijk ook richting het Dannemeer en Woudbloem, maar dat is net even te ver weg vanaf Appingedam. J. en J hebben namelijk een elektrische fiets, wij bewegen ons nog voort op een gewone fiets met zeven versnellingen. Omdat de weersvoorspellingen zijn dat in de loop van de middag de regen zal komen willen we ook niet halverwege in dikke buien terecht komen.

We fietsen over het Groninger platteland. Hier is veel aandacht voor weidevogels, er wordt veel aan landschapsbeheer gedaan om voor grutto’s en kievieten een gunstige leefomgeving te maken. Ook verschillende ganzensoorten profiteren hiervan en we zien van die soorten dan ook de nodige exemplaren. Doordat er ook de nodige rietvelden en ruigtes zijn is ook de (bruine) kiekendief hier te bewonderen. We zien hoe een exemplaar achterna gezeten wordt door maar liefst vier kievieten. Ze moeten duidelijk niets van deze prachtige roofvogel hebben. Omdat ze waarschijnlijk jongen hebben kan ik dat wel billijken, ik vind het een schitterend gezicht zo’n luchtgevecht.

We komen door Wittewierum, wat een lief klein gehucht is met een lief klein kerkje. Wittewierum is een oude wierde, de Groningse variant van een terp. Al aan het begin van de jaartelling werd hier een wierde opgeworpen, die verlaten werd en in de zevende eeuw weer opnieuw werd betrokken en uitgebreid. In de twaalfde eeuw stichtten monniken hier een klooster. Echt oud terrein dus. We lopen over het oude kerkhof waar her en der nog stenen staan. In de tuin van één van de huizen zit een pauwenpaar. Het mannetje staat zichzelf te bewonderen in de ruiten en heeft kort daarvoor zijn staart uitgewaaierd. Als ik een foto wil maken vouwt hij zijn veren samen en vertikt hij het nog eens met zijn verenpracht te pronken. Het vrouwtje houdt zich een beetje op de achtergrond en laat zich niet echt zien.

We fietsen verder, er beginnen al wat lichte spetters te vallen. We stoppen voor een kopje koffie bij de kantine van de watersportvereniging aan het Schildmeer. De regen zet echt door nu dus het wordt tijd om de steven te wenden richting Appingedam. Gelukkig hebben we nu wel de wind in de rug, op het eerste stuk moesten we stoempen tegen de wind in. Wij op onze stadsfietsen voorop want anders waren we J. en J. vast uit het zicht verloren op hun elektrische fietsen. Maar ja zo pakten wij ook wel de zwaarste taak terwijl zij het lichtst fietsten 😉 Goed voor de conditie zullen we maar zeggen.

We doen nog een paar laatste boodschappen in Appingedam. Lief vindt dat hij niet zonder een zak chips kan bij het beloofde biertje op de camping en gaat nog eens extra een supermarkt in. Lief eigen komt hij niet met één maar met vier zakken terug. Alsof wij er ieder één voor onze rekening zullen nemen?!

Terug op de camping is het tijd voor dat biertje en daarna koken. De regen valt inmiddels gestaag en er valt nog meer regen.. Het terrein wordt zompig en modderige, bijna ‘boggy’. Als je op de grond stapt voel je hoe zompig de grond is en veer je bijna op het water. Onze luifel komt op zich goed van pas en ook ons grondkleed heeft in eerste instantie een wat ‘zuiverend’ effect. Maar er is geen houden aan met de gestage regen. Het water kan niet weg, het is soppen in de blubber. We zijn beland in een mudmasters terrein zonder dat we dat wilden…

Als we zondag opstaan schijnt het zonnetje. Hopelijk blijft het droog als we gaan afbreken want ook nu is de weersverwachting wisselend. Het is warm, broeierig zelfs en dus worden er stevige onweersbuien voorspeld. Bij het opbreken moeten we uitkijken dat niet alles onder modder komt te zitten. Je moet het afbreken van je luifel echt met z’n tweeën doen om te voorkomen dat de lap stof op de grond en in de modder terecht komt. Het zonnetje heeft echt nog niet zoveel kracht dat de overvloed aan water in een keer opdroogt. We horen voortdurend het water gorgelend in het riviertje stromen waar we naast staan. Het is echt precies op tijd als we alles opgebroken hebben, er breekt weer een bui los. We kijken op buienradar en besluiten dat we tussen de buien door nog mooi een stadswandeling in Appingedam kunnen maken.

Het is echt een heel fraai stadje, wat onder andere bekend is van zijn hangende keukens. We maken een stadswandeling van de ANWB van ongeveer 3 kilometer. Het stadje is een eyeopener, voor wie het niet kent is het een aanrader om er eens te gaan kijken en rondstruinen. Veel rijksmonumenten, landgoederen in de nabijheid, een oude synagoge (nu in restauratie), grachten en riviertjes. Klein maar fijn en de omgeving heeft ook veel moois te bieden aan natuurschoon richting de Wadden of richting t Roegwold, Schildmeer en Dannemeer. We lunchen bij de haven met z’n vieren verdeeld over twee tafels. Daarna terug naar huis na een weekend vol uitersten qua weer, met voldoende natuurbeleving en op een camping die meer publiek verdiend dan nu met dit natte weer zich naar buiten waagde. Een plek om weer naar terug te keren.

Lauwersmeer 2

1 mei 2021

Dag 2 bij het Lauwersmeer gaan we een rondje fietsen. De weersvoorspellingen zijn dat het dan het minst hard zal waaien. We zijn nog maar net van de camping af als het behoorlijk begint te regenen. Echt zo’n bui die je in maart op begin april verwacht onder het motto ‘Maart roert zijn staart’of ‘April doet wat hij wil’. Maar op 1 mei verwacht je geen ijskoude regen die zelfs nog even omslaat naar hagel. Nou ja, het is echt een koud voorjaar. Lief heeft zijn regenbroek niet mee, die ik toch maar snel aantrek. Hij is helaas binnen de kortste keren doorweekt.

We fietsen langs de rand van het meer, af en toe echt dichtbij, soms wat verder af. Bij Ezumakeeg staan talloze auto’s geparkeerd of in langzaam tempo voortkruipend over het asfalt. Uit de meeste ramen steken enorme lenzen uit de ramen. Dan moet er wel iets bijzonders te zien zijn. Wij stoppen ook al regent het nog best om te kijken welke bijzondere vogel hier dan te zien is. Eerst lijken het vooral wat onduidelijke steltlopers te zijn. Als we de verrekijker er bij pakken zien we waar al die vogelspotters naar kijken. Ik vermoed dat het kemphanen zijn. Omdat ik die nog nooit in levende lijve heb gezien twijfel ik wel, er zit één mannetje bij met zijn opvallend witte kraag. Op de camping zoek ik het na en het blijken inderdaad kemphanen te zijn geweest.

Verderop als we wat dichter bij het meer fietsen zitten zomertalingen en bergeenden. Achter ons zit een rietgors en rietzanger. De laatste zingt echt de longen uit zijn kleine lijfje. Het zijn acrobaten in de rietpluimen. Af en toe vliegt een rietzanger op, maakt een stijging tot zo’n vijf meter hoogte en alsof hij dan schrikt van hoe hoog hij gestegen is daalt hij wijdgevleugeld en uitgestrekte pootjes terug naar het riet en zoekt daar een veilig stekje. Dit ritueel herhaalt zich met enige regelmaat, tussen zijn Icarus-act richting de zon (die zich vandaag nog niet laat zien) door zingt hij zijn longen uit zijn lijf. Een genot om naar te luisteren en te kijken.

Als we de dijk op fietsen staan rechts beneden ons drie reeën in het rietland. Weer stoppen en kijken. Er is zoveel te zien, we schieten niet op. We moeten nog boodschappen doen voor het avondeten, de supermarkten in dit gebied zitten in Anjum, Lauwersoog of Zoutkamp. Omdat we niet zo vroeg op pad zijn gegaan en nu nog niet eens op een derde van de route zitten stelt lief voor om nu alvast maar de boodschappen te doen in Anjum. Dat is wel een slim idee, dan hoeven we later niet te stressen om voor zes uur in Zoutkamp te zijn. Anjum is een lief terpdorpje, het Michaëlkerkje torent niet alleen door zijn eigen omvang maar ook doordat het op de terp staat boven het dorp uit. Jammer toch dat in Nederland veel kerken niet vrij toegankelijk zijn. Ik had de 12de eeuwse kerk wel van binnen willen zien.

Onze route gaat verder richting de Waddenzee. Boven rietvelden zien we kiekendieven laag wiekend zweven, te ver voor een foto. Het is echt een karakteristieke manier van vliegen die je een buizerd niet snel zult zien doen. Dat lage spiedende en af en toe omhoog wiekend, zwenkend en dan soms even biddend in de lucht als er een prooi in zicht is. Heel fraai.

Bij Lauwersoog besluiten we even pauze te houden op een terras. Het kan weer, de zon schijnt en in de luwte is het best te doen. Lief neemt een lekkerbekje, ik kibbeling. Helaas wordt de kibbeling vergezelt door een vieze zoetige saus, bah! Die kan niet tippen aan de remouladesaus die onze visboer om de hoek in Alkmaar erbij serveert. De vis is aardig, beetje neutraal van smaak. De lekkerbek van J. smaakt goed weet hij me te vertellen.

We fietsen verder zuidwaarts richting Zoutkamp. Voor Zoutkamp zit er een vogelkijkhut. Hoewel er maar 3 mensen officieel binnen mogen staan er een man of zes op een gegeven moment. Als wij nadat wat mensen plaats hebben gemaakt naar binnen gaan en om ons heen kijken snap ik waarom er zoveel vogelaars zaten. Er zitten twee zeearenden aan de overkant van het meer iets te verorberen. De afstand is te groot voor mijn camera. Een fotograaf met zo’n kanon van een lens laat heel trots zien hoe hij precies het moment dat de arend landt met zijn prooi in de klauwen op de gevoelige plaat heeft vastgelegd.

Zoutkamp is de volgende stop langs de route. Het is een klein plaatsje, vroeger een vissersplaats. Nu liggen de vissersschepen in de haven bij Lauwersoog en liggen hier vooral de bruine vlootschepen en plezierbootjes. De huizen hier zijn gebouwd met die typerende rode baksteen die je veel ziet in Groningen en Friesland. Ik vind het wel mooi, het heeft iets heel eigens, al is het vaak ook wel een gladde rode baksteen die ik dan weer niet zo mooi vind.

Het laatste stuk terug naar de camping is het stoempen tegen wind in. Links van ons boerderijen met kale akkers of groene raaigrasvelden, rechts het natuurgebied. Talloze ganzen zitten rechts, het raaigras zal ze zeker lokken maar de boer heeft een geluidskanon neergezet om de vogels te verjagen van zijn eiwitrijke grasvelden. Het werkt. Op de camping nemen we een biertje, dat hebben we wel verdiend na dat laatste stuk ploeteren, maken eten en gaan op tijd naar bed.

Duindoornpad revisited

26 april 2021

De route liep ik eerder, vanuit Johanna’s hoeve. Nu start ik vanuit Egmond bij Nieuw Westert, waar ik mijn fiets heb geparkeerd. Het is fris met zonnetje. De vogels die de wintermaanden in het zuiden hebben doorgebracht keren terug. Het lijkt wel een volière. Ook al zitten nog niet alle bomen in het blad, toch valt het niet mee om de veroorzakers van dat gekwinkeleer ook daadwerkelijk te spotten. Het lukt me om een kneu, zwartkop, koolmees en fitis te determineren. Ik zie zelfs een zeldzaam duinkonijn, maar die maakt geen geluid 😉 Het schijnt dat er bijna geen konijnen meer in de duinen voor komen, dus dat ik er twee zie mag bijzonder heten. Tijdens het wandelen komen mij twee mannen tegemoet. Ik zie ineens dat één van hen oud-collega S. is. Die woont in Haarlem dus ik ben wel enigszins verrast hem hier tegen te komen. Maar ach, waarom ook niet, iedereen is volgens mij nu aan het ontdekken hoe mooi Nederland is en zijn/haar horizon qua wandelen aan het verbreden. Na een kort praatje over en weer hoe het gaat, goed, gaan we ieder ons weegs.

Ergens op de route klimt een veldleeuwerik hoog boven mij in de lucht. Met gespreide vleugels en uitgestoken pootjes en luid zingend laat hij zich naar beneden vallen. Het is een heel bijzonder gezicht. Hij doet het meerdere keren, uitdagend en pesterig zou ik bijna zeggen want dat op de foto krijgen.. niet ote doen. Er zit een paartje kbv’tjes (klein bruin vogeltje) in een kale struik. Ik heb geen idee wat voor vogeltjes het waren, aan de snavels te zien zadeneters… verder gaat mijn kennis niet. Ze blijven wel mooi zitten voor een foto.

Weer wat verder hoor ik luid gezang boven mij, er zit een gekraagde roodstaart boven in de boom. Een mooi vogeltje, het mannetje is een eyecatcher. Hij blijft er gelukkig nog even voor zitten als ik de camera in stelling breng, net nadat ik heb afgedrukt fladdert hij er vandoor.

Op deze route zit een vogelkijkhut: Doornvlak. Als ik daar naar binnen stap zit er een oudere man, camera met een dikke lens. Er kan geen goedemiddag vanaf, hij zit geconcentreerd naar het duinven te kijken. Daar zwemt een paartje geoorde futen. Volgens mij zijn het stamgasten, vorig jaar zat er ook een paartje in precies hetzelfde ven. Toen was ik wat later in het seizoen en hadden ze jongen. Daar zijn ze nu nog niet aan toe. Er wordt nog aan hofmakerij gedaan. Beetje synchroon zwemmen, elkaar stukjes gras en nestmateriaal aanreiken. Het is een genot om te bekijken. Het is mijn pauze moment dus ik pak mijn thee en broodje. Precies als ik mijn tanden in mijn broodje zet en de camera heb neergelegd komen de futen even in baltshouding uit het water. “Balts” hoor ik naast mij. Helaas… ik ben vast geen echte vogelaar want net te laat met de camera voor hun ultrakorte balts. Naast mij hoor ik het klikken van de kanonslens van mijn hutgenoot. Zodra de vogels hun hofmakerij hebben afgerond, en dat was echt nog geen halve minuut, zwemmen ze uit elkaar en stapt de man op. Hij heeft de buit voor de dag binnen denk ik, maar een goede dag kan er niet af. Ik blijf nog even zitten en zie hoe twee buizerds omhoog cirkelen. Dat pak ik dan nog even lekker mee.

Net voor het eind van de wandeling hebben de schotse hooglanders die in dit gebied ingezet worden voor het begrazen van het terrein een plek gevonden om samen te komen. Ze staan verspreid op een weilandje in het bos te herkauwen en zijn een stuk makkelijker te fotograferen dan baltsende geoorde futen. De biddende torenvalk die ik kort daarna nog langs de route zie laat zich zowaar ook nog fotografisch verschalken voordat ik bij mijn fiets uitkom. Mijn oordeel over deze wandeling blijft overeind, prachtig en zeker de moeite waard om meerdere keren te lopen. Er is altijd wel iets te zien.

Lauwersmeer 1

30 april 2021

Het is een beetje druilerig weer als we naar Lauwersmeer rijden. We hebben een paar overnachtingen geboekt op natuurcamping De Pomp in Kollumerpomp aan de zuidkant van het Lauwersmeer. Als we aankomen op de camping moeten we ons melden via een zuil bij de ingang. We voeren alle handelingen keurig uit maar het bonnetje dat uit de zuil zou moeten komen blijft in de zuil. We bellen de boswachter en die meldt ons dat hij later op de avond langs zal komen.

We zoeken onze stek, het is zoeken naar de slimste plek want het terrein is behoorlijk modderig. Lief gaat met de zijflappen van onze luifel aan de slag. Ik maak een late middag wandeling over het terrein en net erbuiten. De camping ligt in het nationaal park dus je loopt van de camping gelijk het natuurgebied in. Als ik het dijkje oploop net buiten het terrein hoor ik het hoempen van een roerdomp. Zo’n mysterieus geluid, heel karakteristiek ook voor het rietland waar dit gebied rijk aan is. Ik loop richting het uitkijkpunt dat iets verderop ligt. Onderweg er naar toe kom ik een man met enorme camera tegen. Hij meldt me dat hij vorig weekend op de camping heeft gestaan en toen een nestje in aanbouw heeft gezien van een buidelmees. Ik moet het vooral niet verder vertellen want dan komen er teveel kijkers. Het is een zeldzaam vogeltje, er zijn maar zo’n 75 broedparen in Nederland.

Op het uitzichtpunt is het meer te zien. Aan de voet van het uitzichtpunt hebben zich verschillende grauwe ganzen verzameld met hun jongen. Jongen van nog maar een paar dagen en van paar weken. Soort zoekt soort blijkbaar bij ganzen. Er zijn een paar ganzen met jongen ongeveer even groot en oud die gezamenlijk optrekken. Een klein jong van een ander paar is afgedwaald van zijn ouderpaar. Hij probeert aan te sluiten bij de crèche met de oudere jongen. Dat wordt niet geaccepteerd door de ouderparen die de oudere jongen onder hun hoede hebben. Er wordt gesist naar het kleine ganzenjong dat verdwaasd weg waggelt. Het is een sneu gezicht, zijn ouders lopen zeker een meter of tien verderop. Je zou bijna naar beneden lopen en het jong de goede kant op drijven. Dit avontuurlijke jong, ik hoop dat hij zijn weg terugvindt naar naar zijn ouders. Hij loopt de verkeerde kant op naar het water… weg van zijn ouders de wijde wereld in. Geen veilige plek voor kleine gansjes. Hij heeft zijn familie nog niet weer gevonden als ik terugkeer naar de camping.

Lief heeft de zijflappen provisorisch aan de luifel bevestigd waardoor we wat beschut nog buiten kunnen zitten. Het is toch wel erg fris dus na een glaasje wijn besluiten we dat we toch naar binnen gaan, met het kacheltje aan in de camper. De boswachter komt ons later op de avond ons ‘bonnetje’ met verblijfsduur nog brengen en meldt dat het in ons campertje aangenamer is dan buiten. Waarvan acte 😉