24 en 25 april 2021
De buitenlucht trekt en besluiten om de route van het Westerborkpad weer op te pakken met onze vrienden M. en B. We gaan niet overnachten in een hotel maar kamperen in onze camper en zij in een trekkershut. Zolang er nog niet in restaurants gegeten kan worden hebben we er niet veel zin in op onze hotelkamers te eten. We houden de etappes kort want lief is nog niet af van zijn klapvoet. Voordeel is dat we dus niet al te vroeg op hoeven ;-).
De eerste dag van dit weekend lopen we vooral door het bos waar de hoge bomen nog niet in blad zitten. De prunusbomen staan in volle bloei, zij hebben er in de ondergroei voordeel van dat de beuken en eiken hun bladerkroon nog niet gevuld hebben. De met tere witte bloesem getooide bomen staan her en der langs het pad alsof er iemand met witte wattenbollen door het bos heeft gestrooid. De lieflijkheid van de bloeiende bomen staat in schril contrast met voortdurend geraas van A50 op de achtergrond. Op de bodem strekken zich de eerste varens uit hun krul. Ik vind dat een fascinerend gezicht zo’n ontluikend varenblad, vol opgekropte plantenenergie. Als een springveer die op spanning staat en uit zijn beklemming wil schieten.
De route voert ons over bungalowpark ’t Loo, in verband met de meivakantie zijn veel huisjes bezet. Her en der lopen wel wat mensen rond en de mensen die een huisje met een terrasje in de luwte, in de zon hebben zitten dik gekleed buiten. De zon schijnt dan wel maar het is nog behoorlijk fris. We steken de A28 over via een viaduct. Op een paaltje langs de A50 zit een buizerd. Precies wanneer ik de camera in positie heb gebracht vliegt hij weg. Altijd hetzelfde met die vogels.. ze blijven nooit zitten 😉 In Wezep lopen we richting station waarna we met trein terug sporen naar ’t Harde.
We hebben besproken op camping Old Putten in Elburg. Het boeken voor ons vieren was nog wel een gedoe. We wilden eigenlijk op de camping in Hattem, maar daar verhuurden ze de trekkershut niet voor één nacht in het weekend. Wat ik raar vind, want volgens mij is dat het principe van een trekkershut. Bij Old Putten moest ik wel een paar keer uitleggen wat we wilden. M. en B. hebben geen groene kaart, die heb je nodig voor kamperen op een natuurcamping. Wij hebben er wel één, op de vraag of zij bij ons op de kaart mee konden liften was het antwoord bevestigend. Ook hier verhuurden ze eigenlijk niet voor één nacht in het weekend maar ze maakten een uitzondering voor wandelaars en fietsers. Ik had gezegd dat we het Westerborkpad aan het lopen waren. Eerlijkheidshalve vermeldde ik er bij dat we wel met de auto kwamen en dat we Elburg al voorbij waren op de route. Het kostte enige uitleg maar uiteindelijk was het geen probleem. Kwam M. er vervolgens achter dat ik van al dat gedoe van de weeromstuit voor vrijdag op zaterdag had geboekt in plaats van zaterdag op zondag. Dat kwam gelukkig allemaal goed, er was nog plek en de reservering kon omgezet. Een dikke pluim voor de mensen van Old Putten. We staan met de camper op het verste veldje waar ook de trekkershutten staan, wel zo gezellig. Bij eventueel nachtelijke sanitaire bezoeken is het dan best een stuk lopen maar dat nemen we voor lief. Na het eten maken M. en ik een avondwandeling rond het landgoed terwijl J. en B. de afwas doen. De avondzon zakt en werpt een prachtig licht over het landschap. Zo’n mooie gouden gloed. Als J. en ik ’s nachts inderdaad naar het toiletgebouw moeten scharrelt er een egeltje over het grasveld. Altijd leuk een ontmoeting met een egel.

Na het ontbijt breken we op om aan vervolgetappe naar Hattem te beginnen. Vanuit Wezep voert het pad on eerst over de Wezepsche heide. Die is nog grauw, er zit nog weinig kleur in de heide al lijkt er in de struikjes toch een zweem van het uitbundige paars van bloeiende heide te zitten. Het kan ook mijn verbeelding zijn of een speling van het licht. We steken de A50 oversteken, opnieuw door bos. Ik realiseer me dat dit leuke dorpjes zijn en er staan prachtige huizen langs de route. Je woont hier op de Veluwe maar van een stiltegebied is hier geen sprake zo ingeklemd tussen twee snelwegen. Hoe de wind ook staat, je zult altijd het verkeer horen. Jammer van zo’n prachtig stuk Nederland.
We lopen landgoed Molecaten op. Het is een oud landgoed waarbij je over een oprijlaan omzoomd door statige beuken richting het huis loopt. Het is een fraai ensemble van het neo-classistische hoofdgebouw, de stallen er achter, iets opzij een watermolen en wat andere bijgebouwen waar nu een restaurant in gehuisvest is. Wat weilanden met paarden er in, een beekje en een poeltje. Duidelijk een statige plek met historie en waar dagjesmensen graag een wandeling komen maken. Of zoals we zien als we verder lopen mensen voor een culinaire toertocht in hun luxe bolides een tussenstop hebben.
De tocht voert ons verder richting de IJssel. Net over de dijk is de Joodse begraafplaats. Het is onderdeel van de algemene begraafplaats waar een apart stuk in gebruik is voor de joden. Hier ligt onder andere de familie van Gelder. Zij doken in de Tweede Wereldoorlog onder, vader en moeder gescheiden van hun kinderen die op andere adressen uit de handen van de Duitsers moesten blijven. Moeder van Gelder kon het blijkbaar niet laten om ondanks diverse keren aandringen en verboden van het verzet haar kinderen te bezoeken waarmee ze haarzelf, haar kinderen en de mensen die hun veilig onderdak boden in ernstig gevaar bracht. Het verzet zag zich uiteindelijk genoodzaakt haar en haar man te doden, wat een tragische geschiedenis.
Eem ooievaarspaar zit op hun nest op een nestpaal in de uiterwaarden. De broedende vogels hebben geen weet van welk leed zich in dit stadje heeft afgespeeld. In de natuur is het overigens ook eten of gegeten worden… een iets andere benadering… maar in ieder geval voor jezelf zorgen en zorgen dat jij veilig bent. We lopen Hattem in, lopen langs de synagoge en dan richting de Dijkpoort. Daar eindigt onze etappe.








