Terschelling 5, koffie aan zee

De zon schijnt warempel als we op staan. Zou het dat toch echt nog gaan gebeuren dat we een zonnige dag krijgen hier op het eiland? De wereld ziet er toch net even vrolijker uit als de zon haar warme stralen over het landschap laat schijnen. Na het ontbijt pakken we de fiets, beter voor lief zijn blessure en fietsen richting West aan Zee.

We zijn nog maar net op weg als ik in een bomenrij aan het eind van een weiland aan de bosrand een buizerd zie zitten. We stoppen, ik grijp mijn camera en maak eerst een foto met volledige zoom voordat ik iets dichterbij probeer te komen voor een beter shot. Maar hij ziet me komen en wiekt weg. Toch schichtige vogels al zou je denken dat ze niets te duchten hebben van de meeste mensen.

Buizerd

We fietsen naar West aan Zee om daar een bakje koffie te doen. Het is er redelijk druk, dit stuk van het eiland is duidelijk wat bevolkter met toeristen en er staat ook een groot hotel bij de strandopgang. De koffie is prima bij Paal 8 en ik trakteer lief op een dikke truffel bij de koffie. Heerlijk in het zonnetje op de geïmproviseerde bankjes die geen terras mogen zijn krijgen we het vakantiegevoel nog eens extra te pakken. We lopen nog even naar de zee, we zijn er nu toch. Er zijn een paar toeristen die de zomer al in de kop hebben. Kinderen met blote benen, meisjes in alleen een t-shirt met korte mouwen. Brrr… de wind is nog koud dus morgen zijn ze vast ziek hoor ik mezelf denken.

We pakken de fiets weer en rijden over de Midsland Longway terug. A. en P. hadden die ons gisteren aangeraden als de mooiste fietsroute van het eiland. Hij loopt inderdaad prachtig door het duin, tussen vennen en heide door. Een aantal vennen ligt op dit moment droog. De watercrassula, een exoot, wordt hier bestreden door zijn favoriete habitat te verstoren.

Bij ET10 treffen we A. en P. toevallig weer. Zij gaan net wandelen naar het strand. Wij melden dat we Midsland Longway gefietst hebben en dat de koffie bij de strandtent bij Paal 8 uitstekend is alsmede de truffels daar. Als echte eilandkenner weet A. te melden dat er verderop in Midsland een theeschenkerij zit waar ze zelf bonbons maken die heerlijk zijn. We slaan het op en wie weet komen we er nog langs. Ik meld dat we gisteren een blauwe kiekendief hebben gezien en met enige trots laat ik de foto zien. Ook de buizerd komt voorbij, maar als ik de foto van het puttertje wil laten zien kan ik die niet vinden. Ik ben bang dat ik die heb verwijderd op de camera in een ondoordachte actie. Gelukkig als ik in ons huisje ben zie ik als ik nog verder terugblader dat de foto nog gewoon op de camera staat. Was t toch nog langer geleden dan ik dacht. Grappig hoe snel de tijd gaat in zo’n week. Eilanden…je bent dan ook echt even weg. Heerlijk!

We zwaaien A. en P. na en we zoeken een bankje om samen te lunchen. Dat wordt in het bushokje…daar hebben we ervaring mee ;-). Na de lunch pakt lief de fiets terug naar ons huisje en doe ik de rode route vanaf ET10 over de Landerummer heide. Een fraai gebied waar tussen de heide heel veel rendiermos een grijsgroen tapijt legt. De zon is inmiddels weer achter de wolken verdwenen, dat is jammer. Na zo’n uur en een kwartier ben ik weer terug bij de fiets. Dan is het nog maar een kwartiertje fietsen max terug naar ons huisje waar lief wacht met een kopje thee.

Terschelling 4, wijzer geworden

We nemen vandaag gas terug. Lief heeft gisteren echt teveel gelopen. Vandaag pakken we de fiets en beperken we het lopen. We fietsen eerst richting Midsland om vlak ervoor het beeld van Willem Barentz op de foto te kunnen zetten. Het miezert licht als we vertrekken, heel Nederland heeft last van een vroege voorjaars ‘hittegolf’, hier komt het kwik niet boven de 10 graden uit. Willem Barentz heeft zelfs een druppel aan zijn neus hangen, zo koud heeft hij het! Alsof hij op Spitsbergen zit te overwinteren al zou het dan misschien een ijspegel zijn geweest 😉

Willem Barentz

Vanaf Landerum fietsen we richting waddendijk. Het is eb aan het worden en dus wordt het wad bevolkt door talloze steltloperachtigen, eendachtigen en ganzen. Het gebied is niet voor niets een pleisterplaats voor vele trekvogels. We zien wulpen, tureluurs, scholeksters, drieteenstrandlopers, groenpootruiters, bergeenden. Over de rand van de dijk richting de polder wolken van ganzen met hun gekwebbel h7n komst aankondigend als ze neerstrijken op de weilanden. Ik denk niet dat de boer er blij mee is, ik hoop maar dat ze een goede compensatieregeling hebben. Ik vind het in ieder geval een prachtig gezicht.

Als we verder fietsen, lekker met de wind in de rug worden we ingehaald door een stel. De man van het stel draait zich om zegt ‘ Hé, een bekend gezicht, ik dacht al wat een bekend profiel’. Ik kijk hem aan, hij trekt zijn muts af en dan moet ik bekennen dat ik zijn naam niet meer weet. Hij zegt zijn naam, en ja dan weet ik het weer. Lief vraagt dan nog of hij A. uit Alkmaar is maar ik weet hem te melden dat hij A.N. is, waarmee lief naar Londen is geweest. Ze fietsen half een stukje met ons op, ze blijken ieder jaar wel een paar keer op Terschelling te zijn. Grappig dat je tijdens een vakantie in eigen land heel vaak wel een bekende tegenkomt.

Bij de Boschplaat slaan A. en zijn partner P. rechtsaf, wij gaan links naar Heartbreak Hotel. Daar willen we nog een klein stukje lopen. Als we onze fietsen parkeren komen A. en P. ook weer aan fietsen. Het was net de Kalverstraat bij de Boschplaat weet A. te melden, veel te druk. We drinken samen een bakje koffie to go bij Heartbreak hotel en wisselen wat nieuwtjes uit. Dan gaan we ieders ons weegs.

Wij lopen tot aan de eerstvolgende strandopgang. Het is koud, de zon wil er maar niet doorkomen vandaag. Dat deert de drieteenstrandlopers niet, ze trippelen nijver in de vloedlijn op zoek naar voedsel. Ik vind ze zo leuk! Een flink koppel scholeksters zit ineengedoken op een zandplaat net achter de vloedlijn, die hebben blijkbaar geen trek in een mals wurmpje of schelpdier.

Bij de eerstvolgende strandopgang steken we naar binnen en zoeken we de luwte van een stuifduin om onze broodjes te nuttigen. De wind heeft hier vrij spel op het zand en maakt de meest fantastische structuren in het zand. Fijngeslepen lijnen in het zand alsof een beeldhouwer er met een beitel is langs gegaan en het daarna heeft bijgeschuurd tot de richels die er nu ingegrift zijn. Op stukken waar het zand nog losser is zijn het lichte golfjes als gerimpelde zijde.

Richting Heartbreak Hotel horen we een hoop herrie van groot materieel. Staatsbosbeheer is bezig met het versnipperen van hout uit een stukje lage bomen midden in het duingebied. Het zal nu nog wel mogen want het broedseizoen is nog net niet aangebroken. Bijzonder vind ik het wel, er staan hier niet zoveel bomen en dit lijkt me net een stukje bos dat beschutting kan bieden aan kleine vogels.

Iets verderop zien we in een weiland een grote roofvogel neerstrijken. Door zijn blauw-grauwe kleur valt hij op, dit moet een blauwe kiekendief zijn. Ik loop iets dichterbij om hem op de foto te zetten. Helaas blijft hij niet zitten en wiekt hij weg over de boomtoppen buiten zicht. Wat een geweldig mooie vogel met zijn zwarte verkennen lichtblauwe verenpak. Wij beiden zagen er niet eerder één.

Als we onze fietsen weer hebben bereikt pakken we de duintoppen terug naar Lies. Onderweg spotten we nog een keer een blauwe kiekendief. Onze dag is goed.

Terschelling 3, de tocht naar de Oost

We willen vandaag de Boschplaat bezoeken. Volgens het boekje ‘De Wadden’ van Ruben Smit kun je het pad op de stuifdijk redelijk goed met de fiets berijden al kan het stukken ploeteren door mul zand zijn. In de wandelgids heb ik gezien dat je bij punt 62 een doorsteek kunt maken naar het strand. Daar willen we onze fietsen neerzetten, dan langs het strand naar de uiterste oostpunt lopen en via het pad over de stuifdijk weer terug naar de fietsen.

Het pad blijkt redelijk te doen te zijn, al is het op sommige stukken wel met een aanloopje en je stuur zo recht mogelijk houden door het mulle zand een zweterige klus. Bij een uitkijkpunt dat bij wandelpunt 62 blijkt te zijn zetten we onze fietsen neer. Het pad dat over de stuifdijk loopt is vanaf hier veel moeilijker begaanbaar, meer graspad en veel modderiger dan het eerste stuk. We houden ons aan het plan om via het strand naar de uiterste punt te lopen en steken hier het duin over.

Het is kwart over 12 als we beginnen te lopen, we denken dat het zo’n 4 kilometer naar de punt zal zijn. Dat blijkt later een vergissing, had ik maar eerder op de kaart gekeken, het is zo’n 6 kilometer. Het lopen over het immens brede strand is voor lief echt een opgave met zijn klapvoet. Ons tempo ligt laag, we halen geen 4 kilometer per uur. Maar ja we zijn eigenwijs en ploeteren door. Zo ver kan het toch niet zijn. Kijk in de verte zien we het drenkelingenhuisje al. Dan kan het toch niet zo ver meer zijn?

Drenkelingenhuisje Terschelling

Na dik twee uur gelopen te hebben zeg ik tegen lief dat we toch echt maar even moeten rusten. De vuurtoren van Ameland is in zicht dus we moeten nu wel zo’n beetje op het uiterste puntje zijn. Tegen een duin aan nuttigen we onze lunch. Het zonnetje schijnt wat waterig maar echt koud is het gelukkig niet. De 18 graden die ze voor Limburg voorspellen haalt het kwik hier bij lange na niet. Terwijl we van onze broodjes en thee genieten zie ik in de golven een donker koppie. Een zeehond. Voordat ik mijn camera kan pakken duikt hij de golven in en laat zich niet meer zien. Toch wel een klein geluksmoment, zo vaak zien we er niet een zeehond.

Enigszins bijgekomen pakken we onze spullen en besluiten te kijken of we door kunnen steken naar het pad op de stuifdijk. Lief denkt namelijk dat we nog een heel stuk verder moeten naar de punt en dat lijkt me met zijn voet niet wenselijk en niet haalbaar. Zodra we langs de lage laatste stuifduinen naar binnen steken bij een grote zandvlakte, waarachter nog weer nieuwe duinen van de uiterste punt beginnen, zien we twee fietsen staan. Dat moet toch wel het punt zijn waarop dat pad op de stuifdijk dan uitkomt? Lief pakt zijn verrekijker erbij en ja, verderop lopen mensen. Dit moet het zijn. Als ik dan goed kijk zie ik enkele tientallen meters verder inderdaad het begin van een graspad. Gelukkig gevonden!

Dan begint de tocht terug. Rechts van ons de duinen, links de ruigte van de Boschplaat. Af en toe vliegt er een ‘kbv-tje’ op (klein bruin vogeltje), te snel om te zien wat het is. Ik heb nog wel tijd om wat om me heen te kijken, lief loopt vooral met zichzelf te zeulen. Ik heb echt met hem te doen. Hij moet af en toe stoppen om zijn heup en zijn been rust te geven, daarna strompelt hij weer verder. We hebben ons niet echt goed georiënteerd waar onze fietsen ergens staan. We kijken met de verrekijker langs de weg en denken dat ze bij het eerste witte duin staan. Dat is echt nog een heel stuk lopen. En intussen tikt de tijd verder en loopt het al tegen vieren. Niet dat het al donker is, verre van gelukkig, maar echt gerust ben ik er ook niet op. Dit is niet een pad met al zijn gaten en modder wat je in de schemer nog wilt lopen laat staan dat je het stuk erna nog in het donker wilt fietsen. Bij een volgende rustpauze van lief zeg ik dat ik vooruit ga lopen, zijn fiets halen. Hij stemt al snel in, dat zegt mij genoeg over zijn fysieke conditie en over hoeveel last hij heeft.

Ik denk dat de fietsen toch dichterbij staan, ik zie namelijk een paal boven op een duin staan waar ook mensen staan. Dat zou maar zo dat uitkijkpunt kunnen zijn waar onze fietsen staan. Dat is een stuk dichterbij dan het witte duin waar ik eerst vreesde naar toe te moeten lopen. En inderdaad klopt mijn inschatting. Als ik op Joeps fiets zijn kant op ga kom ik twee andere fietsers tegen de me vragen of ik hem ga halen. ‘Ja’ zeg ik, ‘ hij heeft last van zijn klapvoet.’ Dat was hen ook opgevallen. Gelukkig kan lief daarna op zijn fiets verder en hoef ik ook niet ver meer terug. Het was dichterbij dan gedacht.

Na het ploeteren te voet hebben we nog de ploetertocht over het zandpad op onze stadsfietsen naar de ingang van De Boschplaat. Vlakbij de ingang wiekt een bruine kiekendief tussen de duinvalleien door. Wat een prachtig gezicht!

Het is grappig dat je op heel veel plekken op het eiland op de grens van polder en duin het geluid van ganzen hoort. Ook nu terwijl we over de duinweg westwaarts fietsen hoor je het voortdurend gebabbel en gesnater van de vele vele ganzen die in de polders foerageren. Af en toe wordt de ‘skyline’ verlevendigd door enorme vluchten overtrekkende ganzen op zoek naar malse weilanden of hun roestplaats. Een magnifiek gezicht.

Het was een barre tocht naar de oost, niet zozeer qua weersomstandigheden maar wel qua fysieke inspanning voor mijn lief. Blij dat we weer in ons tijdelijke huis zijn aangekomen.

Terschelling 2 Next level struinen

We staan op ons gemak op en na een relaxte start pakken we de fiets naar West-Terschelling. We fietsen eerst een stuk door het bos aan de noordkant en ter hoogte van Midsland steken we een stukje door richting West-Terschelling. Ik zie ineens een grote groep kleine vogeltjes in een groep elzen en roep naar Joep dat het puttertjes zijn. Snel van de fiets en de fotocamera bij de hand. Meestal ben ik te laat en zijn de vogels gevlogen. Deze keer lukt het me toch om een paar van deze kleurige vogeltjes te ‘schieten’.

Puttertje

In West-Terschelling eerst naar de VVV. Ik hoop dat ik daar een wandelgids kan scoren. Ik had dit blijkbaar online moeten bestellen, de dame kan mij niet zomaar de gids meegeven. Dus ik bestel ter plekke via mijn telefoon, reken via IDeal af en mag dan de gids meenemen.

We stoppen daarna bij ‘Het wakend oog’ voor een kopje snert met roggebrood en spek. Je mag niet op hun terrasbanken zitten, maar wel op het publieke bankje aan de buitenkant van hun pand. Coronamaatregelen blijven een bijzonderheid omdat je ze niet altijd logisch kunt uitleggen. Maar goed, het is fijn dat we ons kopje snert op een bankje buiten in het schrale lentezonnetje kunnen nuttigen.

We hebben in ons hoofd om vanaf ‘De Walvis’ een wandeling te maken met eb over het slik en de kwelders naar de uiterste westpunt van het eiland, De Noordsvaarder. We zetten onze fietsen bij De Walvis neer en lopen daarna over het droogvallende land. Het is voorjaarsvakantie, het zonnetje schijnt, het is weekend en dus zijn er veel mensen hier. Als je even iets verder loopt ben je al snel de mensenmassa uit.

We vinden op het droogvallende wad meerdere keren resten van dode vogels, van dode zeehondenbaby’s en van een volwassen zeehond. Dat is me aan de Noordzee kust bij Bergen, Petten of Egmond nooit zo overkomen dat we veel dode dieren tegenkwamen. Misschien toch een gevolg van het strenge weer? Hoewel de karkassen van de zeehonden wel zo kaal en leeg zijn dat die waarschijnlijk al langer dood zijn? Ik weet het niet hoe snel een kadaver bij de zee onaangetast blijft. Misschien eten krabben en meeuwen zulk aas wel heel snel binnen een paar dagen leeg. Geen idee van.

We lopen niet helemaal naar de punt, we besluiten halverwege bij een binnenmeertje wat vroeger onderdeel uitmaakte van militair oefenterrein naar binnen te steken en daar weer richting de Brandaris te lopen. Een beetje op de bonnefooi want er loopt geen echt pad. Het betere struinen zullen we maar zeggen 😉

Na een korte stop bij het meer zoeken we onze weg door dit kweldergebied. Het blijkt behoorlijk moerassig te zijn. We kunnen niet zomaar in een rechte lijn lopen richting de Brandaris. Op sommige stukken blijkt het kwelwater echt hoog te staan en is het zompig lopen tussen laag struikgewas en riet door. We moeten dus echt goed kijken waar de grond wat hoger gelegen is, struinend door het landschap. We jagen een paar keer wat watersnippen op, dat is dan wel weer bijzonder. Lief met zijn klapvoet heeft het niet makkelijk op dit oneffen terrein. Hij moet echt zijn best doen om recht op het zelf te vinden pad te blijven.

Ergens bij onze doorsteek treffen we dan toch weer een pad aan wat we volgen. Maar ook dit pad blijkt af en toe onder water te staan waardoor we een stuk moeten omlopen over hoger gelegen stukken. We hebben inmiddels de Brandaris wel inzicht als we weer tegen een flinke waterplas op het pad aanlopen. Hier blijkt de omweg echt een flink stuk terug te zijn. Lief besluit als Mozes door de Rode Zee de gok te wagen en te hopen dat de wateren zich voor hem zullen openen. Helaas… hij ploetert door het riet en ik hoor hem roepen dat het water bij zijn schoenen in loopt. Hmmm, dan neem ik toch maar een iets wijdere bocht terug. Ik kom er met enige ploeteren en soppen met weliswaar natte schoenen aan de buitenkant maar met droge sokken vanaf. Vanaf dat punt is het gelukkig niet ver meer naar De Walvis waar onze fietsen staan.

We fietsen grotendeels terug via de Waddendijk. Zien een paar steenlopers en flinke groepen scholeksters die op de basaltkeien aan de kust zitten te rusten. Mooi gezicht.

Zondoorstoofd en moe van onze ‘barre tocht’ pakken we thuis een biertje wat we naar ons idee zeer verdiend hebben.

Terschelling, 1

Het is een hectische tijd geweest, niet alleen door Corona maar ook door allerlei andere zaken. Daarover schreef ik eerder. Tijd om wat afstand te nemen en één en ander te laten bezinken. Hoewel we net afgelopen vrijdag onze nieuwe camper op hebben gehaald gaan we niet kamperen maar hebben we al in de kerstvakantie een huisje geboekt op Terschelling.

Lief was hier jaren geleden en datzelfde geldt voor mij. Het is meer dan dertig jaar geleden dat ik hier voor het eerst was en sindsdien ook niet weer geweest. Het eiland voelt dan ook als nieuw hoewel de boerderijen en huizen wel vertrouwd eruit zien. We hebben een snoepig klein huisje gehuurd, De Tresk net buiten Lies. We fietsen er zwaar beladen met onze bagage van de veerboot met onze eigen fietsen in een klein half uur naar toe,

Na ons in ons huisje te hebben geïnstalleerd doen we eerst boodschappen bij de Spar in Lies. Grappig is dat, wanneer ik een Spar in ga heb ik een vakantiegevoel. De winkels zijn volgens mij alleen nog in heel kleine dorpen en vooral in vakantie-oorden. Hoewel als ik er over nadenk dan zit er tegenwoordig ook weer een Spar in Alkmaar.

Na het boodschappen doen gaan we nog even met de fiets naar het strand bij Formerum. Lief kan niet zover lopen, hij heeft een klapvoet. Bij mij begint mijn hielspoor weer op te spelen. Kruk en co zullen we maar zeggen ;-).

Op het strand mag hier blijkbaar in de wintermaanden door eilandbewoners met auto’s gereden worden. Iets waar de eilandbewoners in ieder geval in het weekend graag gebruik van maken. Ik vind het bijzonder, je woont in wereld erfgoed en de wadden zijn een bijzonder natuurgebied waar veel bezoekers op afkomen. Maar blijkbaar heb je als eilandbewoner toch het gevoel dat ‘het van jou is’, je gevoel van vrijheid dat je hier met je auto mag rijden of zo waardoor we toch best veel mensen hier met jeeps of andere fourwheeldrives of het strand zien.

We lopen niet zo ver, van de ene strandopgang naar de andere. Bij Formerum is een strandtent open waar we tomatensoep kunnen krijgen, to go natuurlijk want met de Coronamaatregelen helaas nog geen terras. Op de terugweg zien we wat drieteenstrandlopers in de vloedlijn en scholeksters. Één drieteenstrandloper is het ook echt want hij heeft maar één pootje. Hij hinkt en hipt moeizaam tussen zijn soortgenoten, benieuwd of zo’n gehandicapt vogeltje uiteindelijk wel een lang leven beschoren is. Ik vraag het me af.

Drieteenstrandlopers, waarvan één met één pootje….

Rozig van de buitenlucht gaan we na het avondeten en een kopje koffie gaan we op tijd naar bed. Morgen naar West-Terschelling om een wandelgidsje te halen bij de VVV en daarna een wandeling maken bij Noordvaarder.

Vogelduinroute bij Egmond Binnen

5 februari 2021

Het is wat grauw weer als ik besluit om een niet al te lange wandeling te doen in de duinen tussen Bakkum en Egmond. Ik heb net onze duinkaart verlengd voor drie jaar dus die moet er wel uit 😉 De duinen hier zijn afwisselend, er is bos en heide, stukjes stuifduin en je steekt ook zo door naar het strand. Ik heb besloten om de Vogelduinroute te doen, startpunt Diederik. Een rondje van ongeveer 9 kilometer.

Ik weet niet of de naam Vogelduin expres is gekozen, ik heb onderweg terwijl het nog vroeg in het seizoen is vaak vogels gehoord en soms ook gezien. In het dennenbos hoor ik koolmezen hun territorium al zingend afbakenen en ik hoor in de verte een specht ‘lachen’. Het blijft wat grauw gedurende de hele wandeling en er valt zelfs af en toe een kleine spetter regen.

Ik hoor af en toe wat vogeltjes maar ik krijg ze niet in mijn vizier. Misschien is het ook wat lastiger te spotten met dit grijzige weer. Wel zie ik een paar grote zaagbekken op een duinmeer fourageren. Ze zwemmen wat verder op de plas dus ik krijg ze niet erg scherp op de foto, de afstand is voor mijn camera net iets te ver. Ik hoor en zie nog een paar keer koolmezen en zie een paartje staartmezen, allemaal te snel weg om op de foto te zetten. Er wiekt nog traag een buizerd over, ook niet op de foto 😉

Onderweg vlak bij strandafslag Castricum Noord blijkt een stuk duinvallei afgezet te zijn met verplaatsbare afrastering. De reden zie ik als ik vanaf de strandafslag naar rechts richting Castricum loop. Er loopt een kudde schapen te grazen. Actieve begrazing zoals het vroeger ook ging. Mooi dat dit weer in ere is hersteld.

Het laatste stuk terug naar de auto wordt er door PWN aan de weg gewerkt. Er zijn mannen de randen van het geplaveide pad aan het bijvullen. Een combinatie van een shovel en mannen met kruiwagens en schoppen om een en ander glad te strijken. Als ik langs de shovel het laatste stuk op loop staan er ineens drie Schotse hooglanders voor mij. Grappig hoe zulke grote dieren toch min of meer op gaan in hun omgeving. Eén staat er echt midden op het pad, één iets verderop en de laatste gaat nog schuil in het bos. Ik neem maar een ruime bocht, hun horens boezemen mij voldoende respect in om een veilige afstand in acht te nemen. En dan zit het verlengde ommetje er op. Mooi stuk om nog een keer vaker te doen, eventueel ook een langere versie mogelijk.

Duinpieperpad revisited

Het is stralend mooi winterweer vandaag. Eind oktober liep ik alleen het Duinpieperpad in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland op zoek naar wisenten. Vandaag wil ik opnieuw een poging doen, kijken of ze zich dit keer wel laten verschalken. Dit keer gaat mijn lief met me mee. We zetten de auto neer bij het strand van Bloemendaal en lopen dan naar de ingang van het Duinpieperpad.

Vorige keer dat ik hier liep zaten de duindoorns vol met bessen, de meeste struiken zijn nu leeg. Kaalgevreten door de vogels moet ik aannemen. Het pad is net als vorige keer prachtig. Een sterk slingerend pad, variërend in hoogte, over duintoppen en door duinvalleien. Heel fraai. Het uitzicht is ook net zo gevarieerd. Ruigtes afgewisseld met dennenbos, lage struiken, helmgras, verschillende mossoorten. Het heeft vanochtend gehageld en het is zou koud in de valleien dat het sommige plekken nog wit op de grond is. Dat geeft onze wandeling een extra winterse omlijsting.

Op een heuveltop zien we verderop een paar konikpaarden staan en een paar damherten lopen langs de helling weg van de koniks. Als de koniks echt in beweging komen zetten de damherten het echt op een rennen. Blijkbaar moeten ze niets van de paarden hebben. Er is één duintop die duidelijk geliefd is bij wandelaars, er staan behoorlijk wat mensen met verrekijkers. Wij hopen dat ze allemaal naar wisenten staan te kijken maar dat is helaas niet het geval. Een van de spotters zegt dat er baltsende haviken te zien zijn, ik krijg ze niet in mijn kijker. Er zou ook een klapekster te zien zijn, ook niet gezien ;-). Een kleine jongen vraagt ons of we wisenten hebben gezien maar ik moet hem teleurstellen. Schotse hooglanders hebben we wel gezien. Een oudere dame weet me te vertellen dat er een app is waarop je kunt zien waar de wisenten zich bevinden in het gebied. Ik vraag of de zenders het alweer doen want de vorige keer heb ik er wel naar gekeken maar meldde de website dat de zenders stuk waren. Volgens de dame is één wisentkoe, de leidster van de kudde, weer gezenderd en zouden er weer meldingen moeten worden gedaan over de plaats van de wisenten.

Vorige keer ben ik via het klinkerpad teruggelopen, vandaag besluiten we nadat we onze koffie op een bankje net buiten het wisentgebied hebben genuttigd dezelfde weg terug te lopen. Terwijl we onze koffie nuttigen bereikt de bui die langzaam vanuit zee het land op drijft ons. In de rug ‘aangevallen’ trekken we snel onze regenbroeken aan en keren op onze schreden terug. Terwijl het op de heenweg behoorlijk druk was in het gebied blijkt de regen de bezoekers grotendeels weggespoeld te hebben. De koniks zijn van de heuvel afgekomen en staan nu vlakbij het pad. Eerst twee aan twee met de kop naar de staart van de ander maar even later draaien allemaal hun kont naar de wind. Het regent ze duidelijk te hard.

Voor ons loopt een man met een paraplu, we halen hem even later in. Lief en ik hebben beiden het gevoel dat we de man eerder zijn tegengekomen op een wandeling in de Amsterdamse Waterleiding Duinen. Hij spreekt ons aan en begint gelijk een verhaal over een midlife crisis en dat hij in Sierra Nevada heeft gewoond, over Jolanda Linschoten en haar equipment…. En dat alles omdat wij in een regenbroek rondlopen en hij niet….. We houden even strategisch stil om een foto te maken en dan loopt hij dan toch door met een vriendelijke groet.

Als we het bizongebied uit zijn zien we in een paar duindoorns een grote groep pimpel- en koolmezen zich tegoed doen aan de bessen die in deze struiken nog wel hangen. Ze zitten geen minuut stil, het is een echt eetfestijn voor de vogeltjes. De pimpelmezen hangen op hun kop als echte acrobaten om bij de lekkerste besjes te komen. Wat een heerlijk gezicht.

Terug bij het strand genieten we daar van een bekertje glühwein, het uitzicht over strand en zee, de heerlijke wintermiddag die nog veel meer mensen naar buiten heeft gelokt. En dan met de auto terug naar huis. Deze wandeling gaan we vast nog wel weer opnieuw doen, die wisenten moeten we toch een keer gaan spotten…

Rijke kleurenschakering in de duinen

We wonen in een prachtig land vind ik en dit jaar hebben we meer dan ooit ons land en onze nabije omgeving verkend. Op een koude winterdag eropuit trekken, de duinen in, met twee thermoskannen koffie en thee en wat broodjes, het kost soms een beetje overredingskracht om mijn lief zo ver te krijgen. ’s Ochtends regende het namelijk best stevig maar ook de zon scheen. Kermis in de hel met een dubbele regenboog, dan maakt het mij niet zoveel uit dat het regent. De zon in combinatie met de geweldige wolkenpartijen maken dat ik er graag op uit ga.

We besluiten de Roots wandeling door de Egmondse duinen te doen. Die deden we eerder dit jaar ook al een keer. Dit stuk duingebied is van 1 maart tot 1 juli niet toegankelijk omdat het vogelbroedgebied is. Daarbuiten moet je dus je kans grijpen. We zijn wat aan de late kant, het is al half één als we de rugzakken omgegord hebben. Gelijk op de parkeerplaats worden we al getrakteerd op nogmaals een dubbele regenboog die richting Egmond Binnen zich laat zien. Prachtig zo boven de kale bomen en struiken.

De wandeling start bij Gasterij Nieuw Westert, we zien dat ze aan verkoop ‘to go’ doen. De gedachte aan straks een lekker glas warme glühwein… mmm lekker. Maar eerst ‘verdienen’ door wat kilometers onder onze voeten door te laten gaan.

Wat is dit een prachtig gebied en wat is dit een mooie gevarieerde wandeling. Je loopt eerst langs wat akkers waarna je al snel het bos in gaat. Het is hier vooral loofbos, verderop komen er ook wat stukken met vliegdennen. Er staat langs de route een vogelkijkhut, een mooie beschutte plek voor koffie met een broodje. Eerder dit jaar zagen we hier dodaars maar de fuutjes laten zich vandaag niet zien. Ook al is er geen vogel of dier te zien het uitzicht over dit duinmeer blijft mooi. Het kabbelen van het water dat hoog staat geeft je bijna het gevoel dat je op een schip zit.

We lopen verder. Na een uitzichtspunt over de duinen met een blik op zee steken we de duinen in. De vegetatie is hier heel afwisselend. Verschillende soorten mossen, kleine struikjes en door de zeewind kromgebogen wilgen en berken. De kleuren variëren van diep paars, helgroen, mosterdgeel omzoomd door witgeel zand en het donkergroen van dennenbomen. Het heeft onderweg toch nog weer geregend, bijna tegen natte sneeuw of lichte hagel aan. De druppels hangen aan de struiken en geven het landschap een licht melancholiek uiterlijk. Als het droog is zoeken we een beschut plekje langs het pad en drinken we onze thee. Aldus versterkt maken we de laatste kilometer vol om daarna lekker aan de glühwein met apfelstrudel to go te gaan. Als we de auto in willen stappen vliegen er twee puttertjes over de parkeerplaats. Wat een mooi slot van een fijne wandeling waarop geen vogel of dier zich liet zien.

Een achtbaan in een week tijd

Normaal schrijf ik op dit blog over reizen, wandelingen en fietstochten die ik samen met mijn lief, alleen of met vrienden/vriendinnen maak. Deze keer deel ik graag met jullie de gebeurtenissen die in een week tijd vanaf 16 december hebben plaats gevonden, een achtbaan.

Op 16 december kregen wij het verheugende bericht dat we opa en oma zijn geworden van een kleinzoon. Een nieuwe wereldburger. Hoe bijzonder om mee te maken, heel vreugdevol. Tegelijkertijd kregen we een telefoontje van het verpleegtehuis dat het niet goed met mijn 90 jarige vader ging. Hij had veel pijn en de verpleging was begonnen met het toedienen van morfine. De verpleging gaf aan dat ze geen contact meer kregen met mijn vader. Dus dat als we nog op bezoek wilden komen nu waarschijnlijk een goed moment was. Daarop zijn lief en ik in de auto gesprongen en naar Emmeloord gereden. Daar bleek pa wakker te zijn en hoewel moeilijk verstaanbaar wenste hij ons op meerdere punten succes. Hij vond het leuk dat we grootouders zijn geworden. Hij greep mijn hand vast en zei: “Ga met Gods zegen”. Dat heb ik hem ook gewenst, hem verteld dat hij mocht loslaten, dat het goed was. Op 17 december zijn we ’s avonds nog een keer geweest maar toen was mijn vader diep in slaap en niet meer aanspreekbaar.

Op 18 december werd mijn lief 70. Het mooiste verjaardagscadeau was het bezoek aan kleinzoon en zijn ouders. Ontroerend om liefszoon een trotse papa te zien zijn, en liefsschoondochter nog wat moe maar ook overduidelijk overdonderend verliefd op haar eigen kind. Zo mooi om te zien. De andere liefszoon komt ’s avonds een hapje eten en verrast zijn vader met een cadeau van zichzelf en van liefs zijn voormalig echtgenote. Dat laatste was in het bijzonder een fijn gebaar.

19 december werden we ’s ochtends vroeg opgeschrikt met het bericht dat mijn vader was overleden. We togen met z’n allen naar Emmeloord en daarna naar Vollenhove om de begrafenis voor te bereiden. Mijn zusje en ik waren aanwezig bij de wassing en het in de kist leggen van onze vader. Hij was een breekbare oude man geworden. Vroeger was hij een grote man, sterk en onverzettelijk. Om hem nu in zijn kist te zien, de strijd gestreden… het was goed maar ook verdrietig.

20 december maakten we opnieuw de reis naar Vollenhove om als de broers en zussen de afspraken rondom de begrafenis af te ronden, contacten met de begrafenisonderneming, welke teksten op de kaart, wat in de herdenkingsdienst als bijbeltekst, de liederen, wie uit te nodigen in coronatijd etc. Op de terugweg naar huis krijgen lief en ik een dubbele klapband op de A6. Ik zit te lezen als ik merk dat de auto ineens via de vluchtstrook de berm inschiet.. ik zie een sloot op mij afkomen, lief stuurt bij maar zodra de linkerwielen asfalt raken schieten we haaks de snelweg over en schieten we vervolgens met de neus tegen de rijrichting de linkerberm in waar we wonderwel tot stilstand komen. Ik snel de auto uit en maan Joep hetzelfde te doen. 112 bellen en zorgen dat we hier weg worden gesleept. De auto heeft door twee klapbanden stevige schade aan de onderkant en wielkas. Als we staan te wachten op de politie sta ik als een gek te shaken en krijg een korte huilbui. Bovenop de emoties die deze dag toch al rijk was is dit allemaal wat veel om te te verwerken. Pfoe! dit had heel anders af kunnen lopen! Nederland is dan overigens een fijn en goed geregeld land, binnen een kwartier staat er politie die het verkeer regelt en na een half uur staat de sleepwagen bij onze auto. Zo’n anderhalf uur na ons ongeluk zijn we met een vervangende auto op weg naar huis, alsof er niets gebeurd is….. maar het dreunt stevig na in ons hoofd. We slapen niet echt goed die nacht.

De volgende dag moeten we de leenauto weer inleveren en krijgen we een andere huurauto voor vijf dagen. Ons lieve busje moet leeggeruimd. Hij staat er maar treurig bij. Nu is het in handen van de verzekeringsmaatschappij. Omdat we in februari onze camper geleverd gaan krijgen heeft het niet veel zin een andere auto te kopen. We regelen via de ANWB dat we een auto voor zes weken kunnen huren als de huurtermijn van de verzekering afgelopen is. Wat een gedoe allemaal. Intussen zijn we ook bezig met een ander huis aan het zoeken. Ik zie een fraaie jaren dertig woning en maak een afspraak voor een bezichtiging op de 23ste. ’s Avonds is de laatste Raad van Toezichtvergadering van de bibliotheek waarin besloten wordt tot de oprichting van de stichting waarin bibliotheek Kennemerwaard en Artiance, centrum voor de kunsten gaan fuseren. Een belangrijke vergadering met een belangrijk besluit.

Op de 23ste bezichtigen we het huis en we zijn verliefd. We leggen contact met een bevriende makelaar om te bespreken wat een goede strategie is. We brengen een bod uit. Binnen een half uur belt de verkoopmakelaar terug dat er nog een bod ligt en of ons bod ons finale bod is. Hij meldt dat we tot morgen 5 uur ’s middags hebben om met een eindbod te komen. We overleggen weer met onze makelaar en doen die middag nog een finaal bod. De 24ste wordt mijn vader begraven, dan hebben wij ons hoofd niet staan naar het doen van een bod. We reizen ’s avonds nog af naar Zwolle, logeren bij mijn jongste broer en zijn partner. Dan zijn we donderdag op tijd voor de begrafenis.

Op de 24ste wordt mijn vader begrafenis. Het is een vreemde plechtigheid met een beperkt aantal mensen in verband met corona. Er zijn rond de dertig mensen in de kerk, we mogen zelf niet zingen, er is een koortje. De dominee houdt een overdenking op basis van de door ons uitgekozen bijbeltekst. Ik spreek de herinneringstekst aan mijn vader uit die we als kinderen hebben opgesteld. Het grijpt me toch meer aan dan ik had gedacht. Het is definitief, wat er stuk is gegaan door het gedrag van mijn vader kan nooit meer verder geheeld worden. De tijd moet haar werk gaan doen. Na afloop van de plechtigheid begeleiden we als gezin mijn vader naar zijn laatste rustplaats. Geen overige familie mee naar het kerkhof, geen herinneringen ophalen met een lach en een traan met neven, nichten, oude kennissen en buren. Het is kaal. We sluiten als gezin af met koffie en broodjes in pa’s laatste huis, de plek waar hij had willen sterven en wat hem niet gegund was.

Als Joep en ik net thuis zijn gaat de telefoon. De verkopende makelaar. Dat hij graag een lichtpuntje wil brengen op deze donkere dag. Lief en ik worden de eigenaars van het huis waar we verliefd op zijn geworden. Wat een mooi eind van een bizarre week!

Hieronder de tekst die ik heb uitgesproken ter herdenking van mijn vader.

IN MEMORIAM WILLEM WINTERS 27 december 1929 – 19 december 2020

Een oude boom is gevallen

Afgelopen zaterdag 19 december overleed onze vader Willem Winters. Bijna 91, dat hij dat niet gehaald heeft zal hem misschien nog wel hebben gespeten. Hij was een weerbarstig man, sommige mensen noemden hem bijzonder of authentiek. Dat laatste was hij zeker. Hij was altijd zichzelf. Hij reageerde op de dingen die hem in het leven overkwamen vanuit zijn eigen rotsvaste principes en overtuigingen. Zo vond hij dat iedereen gelijk was en dat ook iedereen gelijk behandeld moest worden. Hij was wars van hiërarchie, hij had niets op met bazen. Hij kon met weerzin vertellen over hoe bij de ontginningswerken in de polder 3 bazen met de handen in de zakken stonden te kijken naar twee arbeiders die het zware werk verrichtten. Daar kon hij zich mateloos over op winden.

Zoals gezegd had hij niets op met rangen en standen. Hij had daarentegen respect voor mensen die een vak beoefenden, die met hun handen iets kunnen maken, die een ambacht uitoefenen.  Zo kocht hij groente bij de groenteboer, vlees bij de slager en bloemen bij de bloemist. Pa leefde sober, hij had niet veel behoefte aan zaken als vakanties of uit eten gaan. Maar wat hij kocht moest van goede kwaliteit zijn. Hij had grote waardering voor mensen met een ‘echt’ beroep, voor mensen die hun vak verstaan en er eer mee in leggen iets goeds af te leveren. Verpleegsters, wijkverpleegsters en alphahulpen konden over het algemeen rekenen op zijn sympathie. De waardering die pa had voor de verpleging delen wij. We willen dan ook hierbij onze dankbaarheid uitspreken voor de liefdevolle zorgen door thuis- en buurtzorg en voor huisarts Baaten uit  Vollenhove, en voor de verzorgers in de Talmahof. Ook willen we de buren bedanken voor de hulp die zij hem de afgelopen jaren hebben geboden.  Die gezamenlijke hulp heeft gemaakt dat onze vader zolang zelfstandig heeft kunnen wonen.

Pa was een natuurmens. Opgegroeid op een keuterboerderij en zijn gehele werkzame leven buiten gewerkt. Als 16 jarige jongen bond hij een schop aan zijn fiets en ging zo op zoek naar werk om een eigen bestaan op te bouwen. Het zware werk in de polder, eerst voor de Rijksdienst IJsselmeerpolders, daarna De Domeinen en ten slotte voor Staatsbosbeheer heeft hem mede gevormd. Zijn beroep voerman was een ambachtsvak. Bomen uit het bos slepen met het paard was niet iedereen gegeven. Pa was er goed in, hij kon met de meeste paarden lezen en schrijven. Hij maakte lange dagen, ging ’s ochtends voor dag en dauw naar zijn werk en kwam dan laat in de middag moe terug. Wij herinneren ons allemaal dat hij dan door de keuken naar de kamer liep, in zijn stoel ging zitten en de krant ging lezen. Eén van ons moest hem dan een kopje thee met een plakje cake nabrengen. De kracht die hij toen op had gebouwd heeft hij heel zijn leven met zich meegenomen. Pa was beresterk en tot op het laatste bereid om de vingerkootjes in je handen tot gruis te drukken in een wedstrijdje wie het sterkste was.

Het buiten zijn was voor hem van levensbelang. Hij wist veel over de natuur en vroeger hadden wij  talloze nestkasten om het huis en ’s winters een voederhuisje waarin van allerlei vogels zich tegoed deden aan pindaslingers, vetbollen en vogelzaad. Hij kende de vogels allemaal bij naam. Als hij bij je in de auto zat wist hij precies waar de reeënwissels waren en hij waarschuwde dan dat je niet te hard moest rijden. Ze konden zomaar oversteken.

Toen hij bijna twee maanden niet naar buiten kon omdat de scootmobiel nog niet geleverd was en hij niet meer mocht fietsen van ons omdat hij steeds viel voelde hij zich als een gekooide tijger. Toen het ding er dan eindelijk was en wij zeiden dat hij er nog niet mee mocht rijden in verband met de nog ontbrekende verzekeringspapieren liet hij zich niet tegenhouden. Zijn zelfbeschikkingsrecht kwam in het gedrang, hij kon toch prima met zo’n karretje overweg en nu moest hij de wijde wereld in. Op de terugweg van zijn bezoek aan neef Johan belandde hij ongelukkiger wijze van de weg en uiteindelijk in de sloot. Hij liet zich niet op zijn gedrag aanspreken als hij dacht dat hij in zijn recht stond.

Pa had een gelukkig huwelijk met onze moeder. Hij was er trots op dat ze zolang getrouwd waren geweest. Ze waren een goed paar. Hij heeft toen zij ziek werd naar eer en geweten binnen zijn mogelijkheden zo goed mogelijk voor haar gezorgd. Toen het uiteindelijk voor hem te zwaar werd ervoer hij het als een groot persoonlijk falen dat ze opgenomen moest worden in de Talmahof. Daar bezocht hij haar elke dag. Met zijn meer dan 70 jaar fietste hij elke dag met in het begin een gewone fiets, later met de elektrische fiets 17 kilometer heen en 17 kilometer terug naar Emmeloord.  Het was heel fijn dat ze de laatste maanden van haar leven in de Clarenberg heeft gewoond, daarmee woonde ze bij pa om de hoek en ging hij vaak meerdere keren op een dag bij haar langs.

Pa was trots op zijn kinderen. Zijn kleinzoon William en diens vriendin Cheyenne hadden een speciaal plekje in zijn hart. Wij kregen de informatie over hoe trots op ons hij was meestal van een neef of nicht, die bij hem op bezoek was geweest. Zelden van hemzelf. Wel stopte hij ons graag eens wat toe, als we bij hem waren. Dan kreeg je nogal eens potjes met zelf ingemaakte stoofperen mee. Hij legde er echt eer mee in om zelf te koken. Dat we nadat hij meerdere keren het eten zodanig had aan laten branden dat er brandgevaar was het gasfornuis moesten afsluiten had een grote emotionele impact voor hem en voor ons.

We zijn blij dat het contact tussen hem en ons uiteindelijk weer hersteld is voordat hij kwam te overlijden. Wij herdenken de man om wie hij was, weerbarstig en standvastig in zijn opvattingen. Een vader van de ouderwetse soort die aan zijn vaderschapsgevoel maar moeilijk uiting kon geven. Een vader wiens genen wij voor de helft in ons dragen, de boom waaraan wij de loten vormen. Die oude boom is nu gevallen. Wij dragen zijn nalatenschap in ons mee.

Nunspeet- ’t Harde – Elburg, Westerborkpad

28 en 29 november 2020

Het is raar om in coronatijd te wandelen. Buiten zijn is gezond en tijdens het wandelen houden we voldoende afstand van onze vrienden B. en M. waarmee we op pad zijn. Ook in het hotel waar we overnachten en in het restaurant ervan houden we afstand en houden we als we ons in het hotel verplaatsen onze mondkapjes op. En toch voelt het een beetje alsof je iets verkeerd doet. Maar ook weer niet zo erg dat we niet gaan. Het is dubbel omdat je op pad gaat binnen wat de regels toestaan en zo ook een stuk broodnodige ontspanning voor jezelf regelt.

We stappen dus op een frisse, koude zaterdagochtend in Nunspeet uit de auto om weer twee etappes te lopen van het Westerborkpad. Vandaag lopen we naar station ’t Harde, dwars door de Veluwse bossen. We zijn Nunspeet nog niet uit of er schiet een eekhoorn de weg over, onder een poort door een tuin in. Ik spiek of ik de rode pluimstaart nog zie over de schutting heen maar helaas hij laat zich niet meer zien.

Het blijft de hele dag een beetje mistig waardoor het wandelen in het bos een bepaald mystieke sfeer krijgt. Wanneer we langs een heideveld lopen verwacht je haast dat er door de mist een kudde schapen met een herder en hond zal opdoemen. Niets van dat al, wel komen er achter ons een paar ruiters te paard op weg naar “De Zoom” een zandvlakte. Ook deze zandvlakte heeft door de mist een wat geheimzinnige uitstraling. Grappig hoe verschillend een gebied op je overkomt door de weersomstandigheden. Als de zon schijnt zal het hier zeker in de zomer snel heet zijn, met wind en regen komt zo’n kale zandvlakte je als snel guur en onherbergzaam over, nu geeft het een licht mysterieus gevoel alsof er witte wieven in de verte over de vlakte aan kunnen komen zweven. Het is een mooie etappe in volledige herfst- en aankomende wintersfeer. Jammer dat we wel de hele tijd de A28 met het voortrazende verkeer op de achtergrond horen.

We pakken in ’t Harde de trein terug naar Nunspeet en rijden naar ons hotel in Elburg. Het heeft de originele naam Hotel Elburg. Omdat het zo’n grauwe dag is gebleven duistert het al rond half vier als we Elburg binnen rijden. In dit geval is dat niet erg. Het geeft het pittoreske stadje waar de kerst- en sinterklaasversieringen gezellig branden extra sfeer. We leveren onze bagage af bij het hotel en zetten de auto’s buiten de stadswallen op de grote parkeerplaats. Er is nog tijd om het stadje alvast wat te verkennen voordat we aan het diner gaan.

Het museum van de Joodse Synagoge is nog open en hoewel we ons niet hebben aangemeld mogen we toch naar binnen. Dat is fijn want zo kunnen we deze herdenkingsplek nog meepakken. Op zondag is het museum gesloten. Elburg kende een levendige Joodse gemeenschap in de negentiende eeuw, zodanig dat er ook genoeg mensen waren om een synagoge te stichten. Voor de tweede wereldoorlog waren al veel Joodse inwoners naar de stad vertrokken om daar werk te zoeken. Van degenen die er nog woonden tijdens WO II hebben helaas niet veel mensen de oorlog overleefd. Velen zijn weggevoerd en kwamen niet weer. Vergast, gedood of omgekomen door honger of ziekte in de concentratiekampen. Een treurig telkens terugkerend verhaal wat we niet vaak genoeg kunnen blijven herhalen, opdat wij niet vergeten.

We lopen wat kriskras naar het hotel en genieten daar van een eenvoudige doch voedzame daghap. Om 20 uur sluit de bar in verband met de coronamaatregelen. We mogen nog wel een drankje maar dat moet dan mee naar de kamer.

De volgende ochtend op tijd op. Koffie en thee mee van het hotel. Prima geregeld. De etappe loopt officieel van ’t Harde naar Elburg en dan weer terug. Maar omdat wij in Elburg hebben geslapen kunnen we net zo goed onze auto’s laten staan en het rondje in Elburg starten. We kriskrassen eerst door de straatjes van Elburg, langs panden waar vroeger Joodse mensen hebben gewoond en gewerkt. De gemeente heeft daar een aantal jaren geleden een davidsster naast de voordeur geplaatst. Stolpersteinen heb ik er niet gezien als ik er over nadenk. Elburg herdenkt op haar eigen manier. We lopen over de stadswal naar de Joodse begraafplaats. De gemeente heeft zich gecommitteerd om tot in eeuwige dagen de laatste rustplaats van de overledenen te verzorgen. Het is een stil ommuurd plekje aan de rand van het stadje.

Via de uitgang met de twee stenen leeuwen die bij het centraal station van Amsterdam vandaan komen lopen we Elburg uit… tot straks. We lopen richting Kasteel Oud Putten en de Puttenerbeek. De zon begint door te breken en dat levert prachtig licht op. We lopen door agrarisch gebied, veel melkboerderijen afgewisseld met wat vroeger boerderijen waren maar nu waarschijnlijk woonhuizen van ‘import’ of mensen die een beetje hobbyboeren met wat geiten, kippen en paarden. Het land is inmiddels dan verkocht aan een boer die op zoek moest naar schaalvergroting.

We stoppen twee keer voor een kopje koffie en een boterham of mueslireep. Allemaal zelf meegenomen want de horeca is helaas nog steeds dicht. Nu is het gelukkig droog maar het was toch plezieriger om ergens even binnen te kunnen zitten. Als je zit, ook al is het in de zon en zoveel mogelijk in de luwte, je koelt af en je verkilt.

Kasteel Zwaluwenburg op de route is een groot landgoed wat nog in privébezit is. Het wordt nu ecologisch beheerd, A. Vogel heeft hier zijn kruidentuinen. Daar pakken we ons laatste bankje maar hoewel de zon wel schijnt komt die maar nipt boven de boomtoppen uit. Geen tijd dus om lang te blijven zitten.

De zon werpt wel haar stralen op een beukenboom die haar blad nog niet is verloren. Het is alsof de bladeren in goud zijn gedoopt. Een omgehakte dennenboom een stukje verderop lekt hars. De zon maakt de druppels hars als druppels honing die naar beneden druipen. Het is genieten van wat de natuur ons laat zien.

Dan doemt Elburg al weer voor ons op. Normaal hadden we met elkaar een afsluitend biertje in een restaurantje genomen, nu zwaaien we op afstand. Het was weer fijn… tot de volgende keer.