De laatste druppels Vlieland, 22 november 2021

Wij houden er van om als we een weekendje weg zijn dat tot de laatste druppel uit te persen… Dus hebben we de laatste veerboot terug naar de wal geboekt en kunnen we nog een hele dag genieten op het eiland.

Vannacht is de lucht schoon gewaaid en zijn de buien overgetrokken. Ons wacht een knisperfrisse ochtend. Na het ontbijt en afrekenen bij het hotel wat kleine boodschappen doen en onze bagage in de kluis bij de veerterminal. Dan fietsen we langs de kerk, die helaas gesloten is en alleen via de grote glazen deuren te bewonderen valt over de Badweg naar ’t strand.

Het is heerlijk aan t strand en we zetten koers naar t oosten. Op het strand ligt een dode meeuw, de gieren van Nederland, zwarte kraaien cirkelen om het karkas. Er zit er eerst één in het lijk te pikken, dan komen er wat meer kijken of er iets te halen valt. Daar komt gedoe over, er wordt gedreigd en lelijk naar elkaar gekrast. “Opkrassen jij, ik was hier eerst.” Er zit al snel een groepje van een stuk of zes kraaien op enige afstand te wachten op hun beurt. Daar zit niet helemaal de parallel met de Afrikaanse savanne, waar gieren met elkaar vechten om de beste toegang tot het vlees maar ook schouder aan schouder zich tegoed doen aan het aas.

We laten de kraaien en de dode meeuw achter ons en lopen verder. Voor ons ligt Terschelling in de zon te baden, op zee een visserskotter uit Urk. Daarachter een groot containerschip dat door de opbouw van de containers op het schip je in eerste instantie een zinsbegoocheling geeft of je naar de skyline van een grote stad zit te kijken. Met de verrekijker erbij zien we wat het echt is.

Na een klein uur wandelen draaien we om, terug naar onze fietsen. We stoppen voor een lunch bij Badhuys. Daar neemt lief een selderijburger en ik een zeewierburger. Het meisje van de bediening presteert het om eerst de drankjes om te wisselen, vervolgens komt ze lief vertellen dat het bijbehorende broodje bij de zeewierburger niet meer voorradig is, dat ze iets anders heeft maar dat het dan niet meer veganistisch is (en dat meldt ze in het Engels). Dan als ze het eten komt serveren krijgt lief ze zeewierburger en ik de selderijburger en is ze bij mij de bijbehorende maïskolf vergeten. Het kan allemaal wel iets beter, al is de smaak van het eten oké.

We hebben nog tijd genoeg en fietsen nog een keer naar de Kroon’s polders. We hebben de vogelkijkhut daar voor ons zelf. Op de achtergrond is de luchtmacht aan het oefenen op de Vliehors. De vogels lijken er aan gewend te zijn, ze foerageren onverstoord door. Alleen bij een paar ongebruikelijk harde korte knallen lopen de inmiddels gearriveerde lepelaars met snelle passen iets verder. We zien naast de lepelaars smienten, fazanten, wintertalingen en heel wat meeuwen. Na ongeveer drie kwartier genieten moeten we toch echt terug. Onze boot vertrekt net voor vijf uur. Als we de boot op gaan geeft Vlieland ons nog een fraai ‘ kom nog eens terug’ boodschap in de vorm van een vlammende zonsondergang. Die boodschap knopen we in onze oren. Het was fijn en zeker voor herhaling vatbaar.

Vlieland, een survivaltocht en cranberries plukken

21 november 2021 Vandaag gaan we wandelen, een route van ongeveer 18 kilometer waarbij we de ronding van de oostpunt overslaan. Die hebben we gisteren al op de fiets ‘gedaan’. We beginnen bij het voormalig gemeentehuis, een mooi pandje uit begin vorige eeuw. Met daarop de heraldische wapens van het verloren gegane West-Vlieland en het nog steeds bestaande Oost=Vlieland. Dan langs de Sint Nicolaaskerk. Prachtig oud kerkje uit de zeventiende eeuw. Er is een dienst aan de gang dus kunnen we niet naar binnen. Op het naburig kerkhof oude en nieuwe graven, oorlogsgraven en zoals altijd op eilanden een aantal verdronken zeelieden met of zonder naam. Liefdevol een laatste rustplaats gegeven op dit lieflijke kerkhof. Als we verder willen lopen breekt er een korte en hevige regenbui los, terwijl verderop de zon schijnt. Kermis in de hel, de regenboog boven de kerk geeft dit godshuis een mooie symbolische omlijsting.

We lopen verder naar het bos, een omweggetje naar het appartementencomplex Eureka waar lief jarenlang een appartement bezat en verhuurde. Andere tijden, vervlogen tijden. We lopen door het bos, gedeeltelijk langs het fietspad waar we gisteren fietsten. Langs het Bokkendal en de Torenvijver. Verder het bos uit, richting de cranberryvallei. Daar doen we een tweede pluksessie. Het is een beetje zoeken naar een plek waar we zonder tot onze enkels in het water te staan bij struikjes kunnen komen. Lief heef aan de zijkant van de vallei een plek gevonden waar heel wat struikjes staan die min of meer droog staan. Daar slaan we onze slag, met een half uurtje plukken hebben we opnieuw een flinke bodem in een plastic zak bijeen geplukt.

We lopen verder door een wisselend landschap van duinen en heidevalleien. Af en toe zon, af en toe dikke wolken boven ons. Uit die dikke wolken valt ineens zelfs hagel! Dat hadden we niet verwacht, het koelt dan ook ineens heel snel af. Als de bui voorbij is blijft het koel, ten opzichte van gisteren is het echt een paar graden kouder.

De wandeltocht voert ons het bos weer in. Het wordt een Terschelling revisited. We zien voor ons dat het pad een grote plas met water is geworden. We voelen ons de berenjagers van Oxenbury. We kunnen er niet om heen, niet onder door, niet overheen, maar in dit geval kunnen we er ook zeker niet dwars door heen. Dan zouden we tot over onze enkels door het water moeten. Dus gaan we al survivallend op zoek naar een omweg door het bos. Alsof we door mangrovebossen lopen, stommelend en struikelend door de takken van berken, wilgen en elzen. Braamscheuten slingeren zich om onze voeten, trachten ons te doen struikelen. We denken een weg om de grote watermassa heen te hebben gevonden als ons pad wordt gekruist door een flinke sloot. Te groot om over heen te springen. We zien hoe rechts voor ons het pad verder gaat als een begaanbaar pad…we zien waar we naar toe moeten…maar die sloot! Hoe gaan we daar overheen komen? Er liggen een paar wilgen in het water, maar die zitten net te ver uit de kant en liggen te schuin om de sprong te wagen. We vrezen dat we roemloos de terugtocht moeten blazen als lief een dode boomstronk ziet liggen die hij half over de sloot kan leggen, rustend op die omgevallen wilgen. Dat kunnen we in ieder geval proberen. Als volleerde deelnemers van Expeditie Robinson lopen we met de boomstam naar de sloot, leggen die over het open stuk water naar de halfverzonken wilgen om zo de oversteek te kunnen wagen. Lief waagt eerst de balanceeract en als hij veilig de overkant heeft bereikt doe ik met een behulpzame hand van lief dezelfde act. Dan is het toch nog even zoeken naar hoe we droog naar het pad kunnen komen, daar eenmaal aangekomen vinden we onszelf echte survivalhelden 😉

Het is een afwisselende route, na het bos lopen we weer een stuk over de heide. Daar vliegt ineens een velduil voor ons op. We hebben hem totaal niet zien zitten, hij stijgt met een paar snelle vleugelslagen op, wiekt opzij en verdwijnt geruisloos uit het zicht de bosrand in. Mooi! Het stuk over de heide plaatst ons ook af en toe voor wat kleine omweggetjes, ook hier is het pad soms overlopen met water waardoor we een sluiproute door de heide moeten maken. Doordat meer mensen dat (moeten) doen lopen ook die paadjes na verloop van tijd vol water en verplaatsen de wandelpaadjes zich naar steeds hoger gelegen plekken.

De route buigt af richting de waddenkust. We komen uit bij de Postweg. Daar rusten we nog even op een bankje bovenaan het wad. Het is eb aan het worden en de steltlopers zitten dicht onder de kust. Grutto’s, tureluurs, scholeksters, steenlopers en strandlopers zijn allemaal op zoek naar voedsel. Het is er een drukte van belang.

Op weg naar Oost-Vlieland buigt onze route nog een stuk van de Postweg af, gelukkig maar want langs één van de weinige geasfalteerde wegen van Vlieland lopen vinden we niet zo prettig al rijdt er nagenoeg geen verkeer. We lopen langs de Lange Paal en weer door een heidegebied richting het bos. Dan zijn we bijna bij het dorp en voert het laatste stuk langs het wad. Achter ons duikt de zon al richting de einder. Met een paar fikse wolken er voor waar de zon af en toe doorheen prikt geeft het een theatrale omlijsting voor het eind van deze belevenisvolle wandeltocht.

Vlieland, 20 november

We gaan een dagje fietsen, rondje Vlieland. Na t ontbijt fietsen we eerst langs de VVV, kijken of we een gidsje met wandelingen kunnen halen. De VVV heeft een soort toeristisch pakketje met een informatiegidsje, een kaart en een fietstocht. We fietsen nog even naar de fietsenmaker om te vragen of mijn fiets al klaar is, maar dat is toch iets te optimistisch.

We fietsen eerst rond de oostpunt en kijken daar over het duin naar Terschelling. Het is wat grauw vandaag maar we zien het eiland en de vuurtoren De Brandaris toch liggen. Een verre einder zonder iets is prachtig, de blik op een plek waar je eerder was ook. Dat roept herinneringen op.

De Vliehorsexpress is hier blijkbaar langs geweest. We zien een bijzonder bandenspoor, op het zand staan twee korte gedichten gedrukt door de afdruk van de banden. “Ik laad mijn hart vol Waddenzee, een beetje stiekem zonder vragen, ik neem een beetje Vlieland mee zoveel als ik kan dragen.” En “ wat de diepste indruk maak, werd door water aangeraakt, door geen mens gestoord, neemt de zee het laatste woord.” Heel poëtisch en grappig.

Dan gaat onze fietstocht verder. Het waait best pittig, zo’n windkracht 5 en we hebben op dit stuk van de route de wind pal tegen. Pittig trappen dus, stoempen. We zeggen tegen elkaar dat we er patent op lijken te hebben: stevige tegenwind als we op de Waddeneilanden zijn. Maar liever op de heenweg dan op de terugweg als je je tank al wat leeg hebt. Dus we trappen dapper door.

Op Vlieland hebben ze net als op Terschelling cranberries, we hebben ons voorgenomen om één van deze dagen te kijken of we wat bessen kunnen plukken. Lief spot een duinvallei waarin hij cranberrystruikjes vermoedt. We stappen van onze fietsen en lopen de vallei in. Het is dat lief weet hoe de struikjes er zien… “op IJslands struikniveau zoeken” zegt hij. Dat wil zeggen dat het woord struik wel heel ruim opgevat moet worden. Diep door de knieën zien we vlak boven de grond verscholen tussen de begroeiing de rode bessen zitten. We plukken een bodempje van een plastic zak bij elkaar. Morgen of overmorgen wellicht nog iets meer. Ga ik thuis lekker jam of compote van maken.

Bij Dam 20 stoppen we om een broodje te eten, omdat het zo hard waait blijven we aan de binnenkant van het duin van de strandopgang zitten. Als we over de rand van het duin kijken zien we een groot schip recht op de kust aan varen. Het draait wel bij maar het lijkt alsof het schip zich in de kust wil boren. Wat dit nu precies is, is ons niet duidelijk. Het is een transportschip, maar wat het vervoert en of het daar met een bedoeling is… we wachten het niet af…we fietsen door richting Het Posthuys.

Vlak voor Posthuys zie ik een klein vogeltje zitten boven in een struikje. Ik herken het niet gelijk, als ik het later op zoek via obsidentify geeft de eerste foto dat het waarschijnlijk een paapje is, een andere foto geeft voor 100% een roodborsttapuit. Dan waarschijnlijk in winterkleed of het vrouwtje. Een mannetje ziet er iets opvallender uit. Leuk zo’n app waarmee je je waarnemingen kunt checken. Ik had gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart al verworpen en dacht ook dat het geen roodborsttapuit zou zijn. Zonder vogelgids maar met deze app je eigen foto scannen en dan zo determineren wat je ziet vind ik leuk.

We stoppen bij het Posthuys in de hoop dat we er een bakje koffie kunnen doen. Helaas is er geen plek en staat er zelfs een rij buiten van een man of tien. Daar gaan we niet op wachten, dan gaan we wel door. We fietsen naar de Kroon’s polder om daar naar de vogelkijkhut te gaan. Terwijl we naar de hut lopen vliegen er twee lepelaars over en ik zie even later twee kiekendieven over de ruigte wieken. Voor hen uit wolkt een vlucht spreeuwen op, die moeten niks hebben van die roofvogels. In de vogelhut aangekomen zien we bergeenden, heel veel rotganzen, wat krakeenden en smienten. De smienten herken je aan hun fluitje en de rotganzen maken hun karakteristieke ‘krrrok’.

Bergeend

Als we nadat we ook nog naar het vogelkijkscherm zijn gelopen weer bij onze fietsen zijn besluiten we opnieuw ons geluk te beproeven bij het Posthuys. Er is nu wel plaats dus we zoeken een plekje. Tijd voor een bokbiertje. Daarna terug fietsen richting Oost+Vlieland terwijl het licht al afneemt. Het is de hele dag wat grauw gebleven. In het afnemende licht zien we op het wad een stuk of tien lepelaars foerageren vlak onder de kust. De jonge dieren zijn wat grijzig van kleur, de oudere wit. Maar dat laatste valt niet eens zo goed op doordat het al begint te schemeren.

We wisselen mijn leenfiets in bij de fietsenmaker, ze hebben de band vernieuwd en dus weer rijklaar. We eten niet in ons hotel, we bezoeken de lokale pizza. En dan is het een avond op de kamer relaxen met rozige hoofden van de buitenlucht.

Vlieland, 19 november 2021

Lief en ik hebben afgesproken dat we alle Waddeneilanden willen bezoeken, in ieder geval de Nederlandse en wellicht doen we dan de Duitse en Deense ook nog wel eens. Texel waren we al vaker, dit voorjaar hebben we samen Terschelling. Lief was al wel eens op Schiermonnikoog en op Ameland, ik ben daarentegen een keer op Rottumeroog geweest met een excursie. Maar samen waren we nog niet op die eilanden. Op Vlieland was ik nog niet eerder, mooie reden om dit eiland te bezoeken en er een lang weekend voor uit te trekken.

We hebben de boot van 14 uur, we zijn mooi op tijd en kunnen nog lunchen in Harlingen. Niet genoeg tijd om het stadje zelf te bekijken, daarvoor moeten we een keer terug komen. Na de lunch fietsen we met onze spullen naar de veerterminal. Als ik nadat mijn ticket is gescand naar beneden wil fietsen blijkt mijn achterband ineens plat te zijn. Lekke band? Het is in ieder geval balen, zo wordt het niks met fietsen dit weekend. Het lijkt een valse start te worden met ons weekend, maar we verwachten dat we de band wel kunnen laten maken op het eiland.

Het is best druk op de boot ook al is het echt laagseizoen. Misschien dat de weersverwachting voor dit weekend, grotendeels droog en zonnig mensen nog last minute naar het eiland trekt. Zo’n tocht met een boot geeft me altijd gelijk een gevoel van vakantie. Het zonnetje dat door de ramen van de boot naar binnen schijnt helpt om dit gevoel te versterken. Als de boot aanlegt lopen we met mijn fiets naar een fietsenzaak. De eerste is een verhuurbedrijf die niet aan reparaties doet. Dan door naar de volgende, de bekende naam Zeelen die ook op Terschelling fietsenzaken heeft. De jongeman in de zaak knikt begrijpelijk, is kort van stof, meldt dat hij een telefoonnummer nodig heeft, dat hij morgen belt als de fiets klaar is en dat ik een leenfiets mee krijg.

We fietsen naar ons hotel, Herberg van Flielant. We checken in en bevestigen dat we hier vanavond om 18 uur willen eten. Dan lopen we naar de supermarkt om een flesje wijn, wat knabbels en broodjes en beleg voor morgen en overmorgen te halen. We zetten onze fietsen achter de herberg en lopen nog even naar de dijk waarachter het wad ligt. De zon is net onder gegaan achter de westpunt van het eiland. De wolken kleuren nog oranje roze. Er ligt een golfbreker net voor de dijk waar we overheen kunnen lopen en een stukje het wad op kunnen lopen. Het is alsof je over een mosselbank loopt, zoveel schelpen liggen er op de golfbreker. Er lopen steenlopers over de schelpenbanken op zoek naar eten. Met hun donkere rug vallen ze bijna niet op hoewel ze een witte buik en oranje poten hebben. We staan nog even te kijken naar het kabbelde water, dat langzaam de droge stukjes land opknabbelt in de eeuwige beweging van eb en vloed. Als we teruglopen blijkt dat we maar net op tijd zijn want het begin van de golfbreker tegen de dijk aan is al aan het onderlopen. Het is een beetje zoeken naar stenen die nog boven het water uitsteken en stevig doorlopen zodat we die tien meter die al onder water stromen zo snel mogelijk kunnen overbruggen. We hebben een deja vu met een tocht die we ooit in Nieuw-Zeeland maakten en waarbij we ook een sprint moesten trekken om de opkomende vloed voor te blijven.

We drinken een glaasje wijn op onze kamer en eten dan in de Herberg het 3 gangen menu dat oké is maar ook niet meer dan dat. Omdat het restaurant om 20 uur moet sluiten betrekken we onze kamer al vroeg op de avond. Tijd om te lezen, tv te kijken en te relaxen.

Hattem-Zwolle-Lichtmis, Westerborkpad

9 en 10 oktober 2021

Beloofd een zonnig najaarsweekend te worden. Wandelen met M. en B. We gaan de Veluwe achter ons laten. We hebben gisteren een verlaat verrassingsfeest voor mijn lief in Almere gehad. Om niet het hele stuk terug naar Alkmaar te hoeven rijden om vervolgens weer vroeg uit de veren te moeten voor de tocht naar Hattem zijn we blijven slapen bij broer J. en zijn lief J. in Zwolle. M en B komen eerst daar langs voor onze startkoffie. Dan rijden we naar Hattem. Er staat een fris windje, maar met de wind in de rug is het nog best aangenaam warm. Bij de spoorbrug over de IJssel zit een kleurig vogeltje in de struiken. Ik verslijt het voor een sijsje. Als ik het later op zoek blijkt het te kloppen. Grappig hoe je zonder dat je een vogel ooit eerder in het echt hebt gezien toch een beeld van een vogel hebt en er een naam op kunt plakken. Helaas was het beestje te snel gevlogen om er een foto van te kunnen maken.

Aan de overkant van het water is een retraite, yoga of koudetraining bezig in de uiterwaarden onder de brug. Het is ons niet helemaal duidelijk wat er zich onder ons afspeelt. Een groep mensen in een slaapzak in het gras, een man die met licht zalvende stem dingen zegt over ademhaling, tot je zelf komen en een ander met een klankschaal. Onze fantasie gaat in ieder geval met ons aan de haal…

Over de brug lopen we over het Engelse werk, een heel fraai groen en oud stuk van Zwolle. Het is inmiddels zo warm geworden dat we een laagje kleding uit kunnen doen. Op het terras van Het Engelse Werk is het tijd voor de gebruikelijke koffie met appelgebak. Het wordt alleen koffie met huisgemaakte cheesecake, de jongen van de bediening weet het zo goed aan te bevelen…van zijn moeder. Dat kunnen we toch niet afslaan. B. weet de cheesecake te weerstaan met een uitstekend excuus, hij neemt brood met kroketten, want het is de dag van de kroket (heeft hij op de radio gehoord)….

Door het Engelse werk lopen we via Katerveer naar station Zwolle. Ook dit is een mooi stukje Zwolle, het is er alleen ook erg lawaaiig doordat de weg naar de brug over de IJssel dwars door dit stukje stad met fraaie villa’s loopt. BIj het voormalig lyceum Celeanum staat een kunstwerk, een rozenboom ter nagedachtenis aan omgekomen joodse mensen. Er is blijkbaar kortgeleden een herdenking geweest, er staan twee emmers boordevol witte rozen min of meer te verpieteren onder de kunst rozenboom. We doen ons best de bloemen weer wat te schikken, maar vers water kunnen we helaas niet tappen.

Bij het station nemen we plaats op een bankje, tijd voor lunch. Er staat een reuzenrad bij het station. Die staat er ter ere van het vernieuwde station. Er staat een flinke rij met mensen te wachten om in de ‘hooggaatie zoals lief het noemt, te stappen en over het stationsgebied uit te kunnen kijken. We lopen vervolgens langs de gracht via de Sassenpoort naar de synagoge. Dat is echt een prachtig gebouw, misschien wel één van de mooiste van Nederland. Via het Groot Wezenland lopen we door Wipstrik. In een huis aan de P.C Hooftstraat hebben 13 onderduikers in WO II zich schuil gehouden! Midden in de stad en niemand die het wist. Dat moet heel spannend zijn geweest en wat een verrassing toen de oorlog voorbij was en al deze mensen weer terug op straat konden. We lopen terug naar J. en J. en na een biertje gaan we de andere auto halen en door naar de camping.

Voordat we in de auto kunnen stappen krijg ik een telefoontje van de camping. Hoe laat we er zijn. We springen gelijk in de auto om naar Hattem te rijden. Maar er zijn twee campings van Molencaten in Hattem en wij staan bij de verkeerde. Lief heeft een vervelende aanvaring met campingbeheerster die op pinnige toon vraagt wat wij daar doen en of we misschien als de wiedeweerga met onze auto van het terrein af willen gaan. Fijn zo’n campingbeheerder…. Op de goede camping is receptie al dicht. We kunnen de sleutel van de trekkershut en plattegrond van de camperplek bij het restaurant ophalen. Het veld waar wij staan met de camper is flink doorwoeld door wilde zwijnen. We zijn benieuwd of we ze vanavond nog zullen zien of horen. Het is net warm genoeg om buiten nog even te borrelen voordat we aan het eten koken beginnen.

De volgende ochtend is het mistig en koud, maar t warmt al snel op. Ontbijt, de hut leeg vegen en de camper opbreken. Geen zwijntjes gezien of gehoord vannacht. Op aanraden van schoonzus J. slaan we een klein stukje Zwolle over in verband met een afgesloten Vechtbrug. We zetten auto 1 bij Lichtmis, auto 2 bij Van der Valk in Zwolle. Het eerste stuk lopen we over het industrieterrein Hessenpoort. Dat is saai. De enige opwinding die we hebben is als B. als een soort opgewonden Scrooge begint te kraaien omdat er allemaal muntjes op het fietspad liggen. Hij graait het geld bij elkaar en heeft zowaar bijna € 3,50 bij elkaar gesprokkeld. Een mooi begin om ons straks eens te trakteren 😉

Gelukkig slaat de route al snel linksaf langs water en door weilanden. Hier staan schapen en koeien zoals schapen en koeien kunnen staan. Rustig voor zich uit te staren, liggend te herkauwen, de wereld overdenkend? Er staan ook gekleurde schapen met blauwe en rode vlekken in de wei. B. vraagt wat dat toch betekent… ik leg hem uit dat als hij goed kijkt er één schaap tussen loopt met een stempelkussen op zijn borst… dat dit de ram is en dat de boer dan weet welk ooi al gedekt is door de ram omdat die dan een blauwe of rode vlek op de rug heeft. B. kijkt me eerst wat ongelovig aan maar neemt het dan toch maar voor waar aan. De stier die verderop tussen de vleeskoeien ligt is niet uitgerust met een stempelkussen, wel met een ketting als hoofdband en een ring door zijn neus. Die neuspiercing is geen verfraaiing maar een middel om het dier in toom te kunnen houden mocht het nodig zijn.

Het is vogeltrektijd en boven ons wolken meeuwen, spreeuwen en kieviten. Het is een prachtig gezicht dit drukke vogelverkeer. Met het zicht al op de toren van Lichtmis nemen we de tijd voor een broodje op een bankje langs de weg. De route was vandaag niet erg langs dus zijn we vroeg bij Lichtmis. Tijd voor een afsluitend biertje bij eht wegrestaurant. We wagen ons maar niet aan het uitkijkrestaurant in de oude watertoren. Het wegrestaurant is weggevaagd door een brand in 2020. het geheel moet nog opnieuw worden opgebouwd, ze hebben met kunst en vliegwerk nu een tijdelijke accommodatie gemaakt.

En toen was het herfst Balkbrug-Holt-Overijssels Kanaal (Heino)

30 en 31 oktober 2021

T weer is niet erg aanlokkelijk. Er valt een lichte regen die af en toe overgaat in miezer. Het is niet genoeg om de regenbroek aan te trekken, het is te veel om echt prettig te zijn. We hebben een late start, gelukkig is het geen lange etappe vandaag. We starten onze wandeling in Balkbrug. Dit is half bekend terrein, een stuk van de wandeling loopt parallel aan het Maarten van Rossumpad richting Ommerschans.

De natuur is nu echt in de overgang van zomer naar herfst. Alle bomen staan vol in herfstkleuren. Het intens rood van de Amerikaanse eiken, okergeel en bruin van beuken, lichtgeel van berken of lariksen die op het punt staan hun naalden te verliezen. De geur van aarde en licht bederf. Verschillende soorten paddenstoelen steken hun koppen boven de grond uit. Echt herfst hier in dit bosrijke deel op de route.

We lopen zo tussen vallende bladeren richting de Vecht en Mooi Rivier, onze stek voor vanavond. Het hotel ligt prachtig aan de rivier, we komen aan terwijl het al begint te schemeren. Morgenochtend maar een langere blik werpen op de Vecht en hoe fraai het hotel aan het water ligt. Het hotel heeft een prachtige welkomsthal, lobby en loft. Opengewerkt gebinte, met grote ramen die je een blik op het terras en de rivier erachter bieden. Echt heel fraai gedaan. We vervoegen ons na een douche in de bar. Daar duurt het wel even voordat ons bestelde biertje komt, de barkeeper heeft het druk met het mixen van cocktails.

Na het biertje lopen we naar het restaurant van Mooi Rivier. Daar laten we ons vakkundig in de watten leggen met een verrassingsmenu. We vallen van de ene culinaire traktatie in de ander. Allemaal mooie smaakcombinaties met bescheiden maar voldoende porties om voldaan van tafel te gaan. De koffie genieten we in de bar, waar de barkeeper ons graag vertelt over de keuze die hij heeft in whiskey’s. J. en ik besluiten voor een Japanse whiskey te gaan, lief neemt een oude jenever. De barkeeper vertelt dat hij zelf seizoenscocktails maakt, ook alcoholvrije. Hij laat ons die van de herfst proeven, een soort appeltaart geïnspireerd smaakpalet in een glaasje. Op de bar heeft hij zelfgemaakte limoncello en bessenlikeur staan. Heel grappig zo’n bevlogen jongeman.

De volgende dag genieten we van een uitstekend ontbijt, ook weer van grote luxe. Lief neemt zelfs een glaasje cava, dat gaat de rest te ver om dat zo voor een stevige wandeling te nuttigen. Het loopt beter op een roerei met spek of zalm, een broodje of een bakje yoghurt met muesli en vers fruit. Onze koffiekan wordt ook zonder gedoe gevuld zodat we onderweg een heerlijk bakje koffie kunnen nuttigen. Wat ons betreft staat Mooi Rivier wel in de top 3 van beste hotels waar we tot nu toe in Nederland hebben geslapen en gegeten. Echt een aanrader! Maar niet voor elk weekend want al die verwennerij heeft een pittig prijskaartje, dat dan weer wel 😉

De etappe loopt tot Heino, 22 km, maar dat gaan we niet redden vandaag in verband met de wintertijd en het lamme pootje van lief. Door het eerste zal het rond vijf uur wel schemeren en door het tweede is het met zo’n 16 km wel zo’n beetje op voor J. Dus parkeren we één van auto’s bij het Overijssels kanaal en rijden dan weer terug naar Holt.

We steken de Vecht over via de stuw en werpen een laatste blik op Mooi Rivier. Ik word aangesproken door een dame uit een groepje wandelaars dat ons tegemoet komt, ze meldt dat de route heel goed bewegwijzerd is en dat we best zonder boekje kunnen lopen. Ik vertel haar dat we het Rootspad lopen en dat dit niet bewegwijzerd is. Ze vraagt of dat pad mooi is en niet al te geasfalteerd. Ik meld dat het een prachtig pad is en inderdaad zo min mogelijk verhard. Zij blijkt vrijwilliger te zijn van Wandelnet en routes na te lopen. Zij loopt nu met een groepje het Overijssels Havezathenpad, wat haar erg tegenvalt qua onverhardheid. Nou, dan zetten wij die niet bovenaan onze lijst van te lopen paden.

We lopen over landgoed Rechteren en het pad loopt min of meer rechtdoor over bospaden. Niet heel erg afwisselend met kronkeltjes, maar er valt wel weer veel te genieten qua paddenstoelen. Het weer is heerlijk, er schijnt een lekker najaarszonnetje en er staat nagenoeg geen wind. De verwachting is dat er in de loop van de dag buien vanuit het westen gaan komen dus we hopen maar dat we voordat die er zijn we onze wandeltocht beëindigen.

Bij het begin van een bospad liggen enorme hopen houtsnippers vermengd met grond te dampen. Er stijgen hele stoomwolken op uit de bulten, ik vermoed dat het lekker warm in de hopen is. Een bijzonder gezicht. We lopen verder over het pad richting de spoordijk. Als we bij het spoor staan te wachten wenken achter ons ineens drie grote zilverreigers over het pad. Ze willen neerstrijken bij de sloot langs het spoor, maar als ze ons zien staan kiezen ze er voor om toch een stukje verderop te landen. Jammer, dat had een mooi plaatje opgeleverd. Vroeger was het bijzonder als je een zilverreiger zag, ze beginnen nu steeds gewoner te worden net als ooievaars. Iets verderop besluiten we bij een bankje onze broodjes op te eten. Terwijl we zitten zien we boven ons ineens een stuk of tien roofvogels al cirkelend over komen. We vermoeden dat het buizerds zijn op vogeltrek.

Al wandelend door het herfstdecor banen we ons richting de Witte Gans, een herberg langs de route. Tijdens het lopen van het Maarten van Rossumpad genoten we hier van koffie met gebak. Nu wordt het een late lunch. Opnieuw een culinaire verwennerij voor drie van ons die Twents Nagelhout nemen en G. neemt een culinair verantwoorde hotdog. Aldus versterkt maken we ons op voor de laatste 3 km. Lief heeft zijn ‘prothese’, zoals hij zijn hulpstuk voor het lopen noemt, al afgedaan omdat na ca.12 km dat te erg brandt onder zijn voet. Het weer is inmiddels aan het omslaan, het is kouder geworden, het is gaan waaien en er drijven wolken aan het zwerk.

Het laatste stuk voert ons langs het Overijssels kanaal terwijl de schemer al langzaam dichterbij kruipt. Er hangt zo’n korrelige sfeer in de lucht, je kijkt niet meer helemaal scherp naar de verte. Er scheren twee buizerds aan de overkant van het kanaal, waarvan er één achterna wordt gezeten door een paar kraaien. Die moeten niks van de roofvogel hebben en die kiest wijselijk de wieken naar een rustiger plek. En dan staan we toch voor het donker bij onze auto en nadat we J. En G. in Holt hebben afgeleverd bij hun auto zit ons wandelweekend erop. Als we de provinciale weg opdraaien vallen de eerste druppels en op weg naar huis wordt het weer almaar slechter… begeleidt door hoosbuien eindigt zo ons wandelweekend.

Geen rij molens in Molenrij

24, 25, 26 september 2021

We hebben ons jaarlijks weekend met onze vrienden A. en M. Deze keer is het aan ons de beurt om het weekend te organiseren. Omdat we begin dit jaar genoten hebben van de omgeving van het Lauwersmeer besluiten we onze vrienden dezelfde ervaring te gunnen. We hebben via natuurhuisje een huisje geboekt in Groningen, in het kleine plaatsje Molenrij. Dat ligt tegen Kloosterburen aan, ook niet een wereldgroot dorp. Maar zo zijn er veel dorpen in Groningen. Op de foto zag het huisje er leuk uit en gelukkig komt de verwachting uit. Het is compact en sfeervol. Het huisje heeft een mooi uitzicht over de akkers en het kerktorentje van Kloosterburen piept net boven de bomen uit. Het adres Haven vinden we grappig, het is een wat ruime interpretatie van een aantal bootjes aan het eind van wat vroeger waarschijnlijk een trekvaart is geweest. Er liggen nu een paar halfvergane bootjes in het water, groen mos bekleed de boten en laat ze opgaan in het eendenkroos dat dik in het water ligt.

Vrijdag onze aankomstdag eten we bij de Herberg restaurant Molenrij. Bij de voordeur hangt een plakkaat dat ze deel uitmaken van een Europese koksopleiding. Dat stemt de verwachtingen hoog en ze komen uit. We hebben er heerlijk gegeten, onverwacht in zo’n klein dorp. De bediening is ongedwongen en dat past in zo’n dorpse sfeer. Ze hebben ook niet heel veel tafeltjes, we hebben de indruk dat ze naast toeristen en gasten van de herberg vooral veel lokaal publiek trekken. Er wordt zoveel mogelijk gekookt met producten uit de streek. Achter ons zit een, zo vullen wij het plaatje in, gescheiden vader met zijn tienerdochter. Dochterlief zit veel op haar mobiel, vader probeert een gesprek gaande te houden. Dat gaat met enige moeite en blijkbaar voelt hij zich er niet echt gelukkig bij en drinkt hij er stevig bij. De dochter baalt duidelijk van hoe het één en ander gaat en geeft pa weerwoord. De bediening grijpt als vader nog een afsluitende afzakker in en maant hem op gedempte toon om toch vooral zijn kamer op te zoeken. Wat dan ook gebeurt, gelukkig heeft hij geen kwalijke dronk over zich, al wordt hij er ook niet erg jolig van. Vooral zeggerig richting zijn dochter. We vullen het natuurlijk allemaal in, er voltrekt zich naar wij vermoeden achter onze ruggen een toneelstuk in delen van een familiedrama.

De volgende dag fietsen we rondom Lauwersmeer. We hebben naar de weersverwachting gekeken, vandaag wordt het windkracht 2-3, morgen staat er waarschijnlijk iets meer wind. Dan kiezen we vandaag voor fietsen en morgen wandelen. De fietsen achterop en in Zoutkamp laden we ze weer af. In tegenstelling tot wat lief en ik eerder dit jaar deden fietsen we nu tegen de klok in, eerst de oostkant van het meer. Dan hebben we als we de meeste kilometers gedaan hebben aan het eind de wind in de rug. Halverwege de oostkant van het meer staat een schaftkeet die omgebouwd is tot een koffiestalletje. Behalve koffie en thee wordt er ook boerenijs verkocht. Een ideale combinatie lijkt ons dat om op het geïmproviseerde terras te nuttigen. Er staan een paar houten stoelen en een paar ligstoelen zodat je genietend van je versnapering over het Lauwersmeer uit kunt kijken. Goed bekeken. We gaan er goed voor zitten, de koffie wordt ons gebracht, wij hebben de verrekijker in de aanslag. Ik zie ineens een koppie in het water, is dat een otter? Nee dat kan zo noordelijk toch niet? Voordat ik goed kan zien wat het is duikt het onder… om even later weer boven te komen: een zeehond! Dat is toch wel bijzonder, die zie je niet vaak in zoet water. Zeker meegekomen met het schutten van de sluizen. Zolang het dier genoeg te eten vindt kan hij best in zoetwater een tijdje overleven. De visser die verderop zijn hengel heeft uitgeworpen is niet zo blij met deze ongenode gast. Of hij het nu voelt of niet, het dier zwemt een stuk verder het meer op, waar we af en toe zijn kop boven het water uit zien steken.

gewone zeehond

Het Lauwersmeer is in elk jaargetijde een prachtige plek om naar vogels te kijken en dat doen we dan ook onderweg. Vlakbij de vogelkijkhut aan de oostkant zien we een grote zilverreiger en een krakeend. In de hut zelf zien we de nodige ganzen, kievitten en houtsnippen. Die laatste heb ik nog niet vaak gezien. De meeste zitten met hun snavels diep in de veren gestoken, rusten op één poot en doen een tukje. Nu is de najaarstrek al begonnen, de natuur begint inmiddels ook in herfstsferen te komen. De vogels vallen dus niet echt op tussen het wat verdorrende gras en biezenpollen.

Verderop proberen we bij Bantpolder een stukje verder langs dijk te fietsen en niet langs grote weg. Dat blijkt een misrekening, wandelend kun je wel over een grasdijk maar fietsers moeten of een heel stuk verder afwijken van het Lauwersmeer of een stuk langs de doorgaande weg. Wij besluiten terug te gaan. Op een bankje in Anjum nemen we een korte pauze met een broodje. Dan gaan we weer verder. Bij Esonstad is het fietspad opgebroken. We denken toch langs het hek te kunnen sneaken en als volleerde veldrijders banen we ons een weg schuin naar beneden over de dijk, langs het hekwerk. Iets verderop moeten we dezelfde soort toeren uithalen langs het hek maar dan hoeven we in ieder geval niet nog een stuk om te rijden.

Bij Ezumakeeg stoppen we bij het volgende vogelkijkpunt. Het is er druk met vogelaars, de één heeft een nog grotere verrekijker of camera met zoomlens dan de ander. Er zijn bijzondere eenden, steltlopers, een overscherende roofvogel (buizerd of kiekendief?) en de zeearend te zien. Dat levert onrust onder de vogels op, ze vliegen op en uit elkaar terwijl de roofvogel over het water scheert. Het kijken naar de verschillende vogels is één vorm van vermaakt dat je hier kunt beleven. Het andere is luisteren naar het commentaar van andere vogelaars, dat is bijna net zo vermakelijk als zelf door een verrekijker te turen. Hele discussies over wat er waargenomen wordt en of een foto goed gelukt is of niet.

De laatste dag wandelen rondom de dorpen Oldehove en Niehove. Deze liggen op het oude waddeneiland Humsterland en de dorpen staan op oude wierden. Met name die van Niehove is goed behouden gebleven, het dorp ligt echt boven de rest van het land. Het kerkje is van ver goed zichtbaar. Nu is ook in Niehove in latere eeuwen na de bedijking van het omliggende land en het inpolderen de grond van de wierde zo ver als kon afgegraven. Dat was namelijk zeer vruchtbare grond en dus kostbaar. Je ziet dat de rand van de voormalige wierde, of terp zoals ze in Friesland zeggen, duidelijk te zien is. In Niehove pauzeren we, bij Eisseshof nemen we koffie met eigen gemaakt gebak. Een heerlijke cheesecake , huisgemaakt. Met oog voor detail want een klein eetbaar viooltje ligt op ieder stukje taart. Het is rond lunchtijd en er zijn heel wat mensen die hier een Indonesische lunch bestellen. Die ziet er goed uit en we komen in de verleiding. Toch maar niet… laten we onze eigen gesmeerde broodjes maar nuttigen. In het kerkje is een kleine tentoonstelling over de geschiedenis van dit gebied. Terwijl we dit verder sobere maar wel heel sfeervolle kerkje en de geschiedenis bekijken wordt het orgel met verve bespeelt. Mooi vind ik dat om tegen dit soort dingen aan te lopen. Het geeft een extra dimensie aan het bezoek. Als de organist ophoudt met spelen geven we hem een welgemeend applaus. Hij bedankt ons en als hij even later beneden staat weet hij ons nog meer te vertellen over het dorp en de geschiedenis. Dat zijn zo de fijne bijkomstigheden van toevallige ontmoetingen. Je leert nog eens wat extra en zo krijgt een toeristisch bezoek meer kleur. ’t Is wat ons betreft een plek om te onthouden en nog eens naar terug te komen, al was het maar voor dat Indonesische eten. We wandelen verder, het is een route die veel langs asfaltwegen gaat. Volgende keer pakken we de fiets als we dit gebied nog een keer willen verkennen.

Een leerzame wandeling

11 september 2021

Vandaag ga ik wandelen zonder lief, hij heeft andere bezigheden. Ik besluit om de zwarte pijltjesroute van ca. 17,5 km door de duinen tussen Egmond en Castricum weer eens te doen. Ik loop gewapend met verrekijker, camera en telefoon. Sinds kort heb ik een aantal apps op mijn telefoon waarmee je door een foto te maken van een plant, dier of vogel de app probeert te identificeren wat je precies waarneemt. Ik ga vandaag de proef op de som nemen of het echt zo goed werkt als men zegt.

Ik ben nog niet begonnen met de wandeling of ik kan de app Obsidentify uit testen. Er zit een klein vlindertje naast het pad, ik maak een foto en het blijkt een bont zandoogje te zijn. Van vlinders weet ik eerlijk gezegd niet zo veel. Een atalanta, een koolwitje, citroenvlinder, een dagpauwoog en een koninginnepage weet ik nog net te herkennen… heel veel verder reikt mijn kennis niet. Ik hou er wel van om dan stap voor stap mijn kennis uit te breiden en ik hoop dat de namen van de planten, dieren en vogels ook enigszins blijven hangen. Vandaag beginnen we in ieder geval met het opkrikken van de kennis.

Dit is een wandeling die door een gevarieerd stuk van de duinen loopt. Je wandelt door bos, langs vennetjes, naaldbomen, loofbos, door wat heidegebied en een zandverstuiving en afgebrand bos. Kortom, zeer afwisselend. Het is relatief stil in het gebied. Het is best lekker weer dus ik had verwacht dat er behoorlijk wat mensen op pad zouden zijn. Ik kom af en toe wel plukjes wandelaars tegen, maar niet echt veel. Qua vogels is het ook rustig, het is duidelijk geen broed- of paartijd meer.

Ongeveer halverwege de route zit een vogelkijkhut, een mooie plek om even te rusten en mijn broodjes op te eten. Net voor mij stapt ook de boswachter de hut binnen. Ik hoor bij het binnenstappen van de hut vogelgeluiden die ik niet thuis kan brengen. Dat kan ik dan mooi de boswachter vragen. Hij zit al met zijn verrekijker aan het gezicht de veroorzaker van deze geluiden te bekijken. Het zijn groene ruiters weet hij mij te melden, wintergasten op doortrek. En volgens hem zitten er ook een paar goudpleviers bij de trekvogels. Ze zitten aan het eind van het ven een beetje verscholen in het gras. We bestuderen allebei de vogels die langs het water fourageren als ineens de hele meute opvliegt. Er moet haast een roofvogel over vliegen maar die is nergens te bekennen. Vals alarm? Ik vraag nog wat meer uitleg over de vogels die we zien. Er zwemmen wat wintertalingen rond (aha, dat zijn dus die eendachtigen die ik niet kon thuisbrengen), jonge dodaars, en een geoorde fuut in winterkleed. Als de boswachter zijn boterhammen op heeft vertrekt hij, mij een stukje wijzer achter latend.

Ook ik moet verder, ik ben nog net niet over de helft. Verderop de route zie ik nog een pad zitten en op een rugleuning van een bankje een libel. Die blijft niet lekker rustig zitten dus daar kan ik mijn identificatie-app niet op los laten. Wellicht thuis van de camera, eens kijken of dit wil lukken. Dat blijkt bij een aantal foto’s best goed te gaan dus ik ontdek dat ik onder andere ook hooibeestjes, een kleine vuurvlinder en een zwervende heidelibel heb gezien. Dat is toch leuk om te weten 😉 Vlakbij camping Bakkum loop ik het gebied met de grote grazers uit en dus moet ik door een hek. Er komt net een dame met pony aan de teugel aan. Zaak dus om het hek zachtjes dicht te doen. Blijkbaar doe ik het niet zachtjes genoeg, hoewel het maar een heel zacht geluid is schrikt er dier en rent er in paniek van door. De eigenares moet de teugels loslaten en roept haar paard geruststellend achterna. Gelukkig stopt het dier na een paar meter en kan ze het weer bij de leidsels vatten. Ik verontschuldig me, ze lacht een beetje dat er niets aan de hand is. Normaal schrikt hij niet zo snel, voor honden en zo is hij niet bang, dus hij zal wel een off day hebben zegt ze.

Verderop kom ik de boswachter nog een keer tegen. Hij is bezig met wandelaars te controleren op hun duinkaart. Hij bevraagt mij ook op mijn kaart, ik diep de mijne uit mijn portemonnee. Die is niet meer geldig weet de man mij te melden, in januari verlopen. Aiii, maar niet getreurd, dan staat hij op mijn telefoon. Goed dat ik die heb meegenomen. De digitale kaart stelt de man tevreden. Ik zeg nog tegen hem: dat had je me ook onder de lunch wel kunnen vragen. Dat beaamt hij, maar zegt hij, ik wil niet de hele dag mensen controleren, dan word ik er gek van. En dat kan ik me dan ook wel weer voorstellen. Aldus gecontroleerd loop ik de laatste kilometer en een stukje wijzer en lekker gelucht kan ik huiswaarts.

Nieuwkoopse plassen

26 en 27 augustus 2021

Lief en ik zijn 10 jaar getrouwd. Dat mag gevierd worden, dus trakteer ik J. op een heerlijk etentje voor 2, overnachting en daarna een fluisterboottocht over de Nieuwkoopse plassen. Eigenlijk een verlaat verjaardagscadeau, ik had dit vorig jaar in gedachten maar toen konden we door corona niet terecht in het restaurant. Niet getreurd, nu in augustus is het weer zeker beter dan in december voor een fluisterboottocht.

We rijden op donderdag aan het eind van de middag naar Noorden, waar het restaurant “De Watergeus” aan de Nieuwkoopse plassen ligt. Wij sliepen hier ooit eerder, tijdens onze wandeltocht met G. en J. langs het Marskramerpad. Toen kwamen we met bemodderde bergschoenen binnen in een best wel chique restaurant. Enigszins verlegen met ons uiterlijk vroegen we of we onze schoenen uit moesten doen. “Kom maar mee”, we werden naar de spoelkeuken geloodst waar we onze schoenen konden afspoelen en vervolgens mee konden nemen naar onze kamers om ze daar te laten drogen. Ongekende service! Bij ons glaasje bier kregen we nootjes, niet van die ‘partymix’ met veel pinda’s of zo, nee echt een lekkere mix met paranoten, cashews en dergelijke. Toen G. die al gedouched had naar beneden kwam en het schaaltje inmiddels door ons drieën al was leeggegeten werd door de bediening een nieuw schaaltje gebracht onder de vermelding “Dat is ook niet echt aardig van uw vrienden”… Gastvrijheid hoog in het vaandel! En daarna hadden we er ook heerlijk gegeten en de volgende ochtend met laaghangende mist over het water waar een roeiboot met vier roeiers aan boord doorheen sneed ons ontbijt genuttigd. Koffie en thee mee voor onderweg zonder extra kosten in mijn herinnering. Kortom, we bewaren zeer goede herinneringen aan de Watergeus en dus werd de belofte die we aan elkaar hadden gedaan om zeker nog een keer terug te gaan ingelost.

Ook nu worden we gastvrij onthaald. We zijn wat aan de vroege kant voor het diner en hoewel het buiten wat aan de frisse kant is gaan we aan het water in een lekker luie terrasstoel zitten lezen. Ons wijntje wordt ons nagebracht. Zo komen we de tijd wel door tot etenstijd. We kiezen voor een verrassingsmenu van 5 gangen, allemaal kleine gerechtjes zeer verfijnd van smaak. Heerlijk!

De volgende ochtend na het ontbijt ligt de fluisterboot al voor ons klaar, de picknickmand met lekkernijen wordt ons aangereikt en een vaarkaart. Dat laatste is wel handig. De dame van de Watergeus geeft ons wat tips voor de route, waar het mooi is en waar we eventueel nog aan kunnen leggen om een kopje koffie te drinken. De weersvoorspelling is dat het waarschijnlijk droog blijft, dat tikken we af. Over de Nieuwkoopse plas, langs kapitale villa’s richting Nieuwkoop, en dan de gele bordjes volgen van de elektroboot route. Het is er prachtig! Na Nieuwkoop steken we het natuurgebied in, smalle kreken tussen rietvelden en weilanden door. We wijken iets van de route af om bij “Zomer” een bakje koffie te drinken en pakken dan de route weer op.

Veel vogels zien of horen we niet. Af en toe een fuut, een waterhoen en wat eenden. De fuut die we zien heeft nog drie jongen die luid piepend om eten bedelen. Pa en ma hebben het er maar druk mee. Ik vind ze erg leuk als ze nog hun streepjespyama hebben. Deze jongen zijn al zo groot dat alleen hun kop nog gestreept is, ze kunnen ook echt niet meer bij pa of ma op de rug meeliften. Dan zouden ze zinken.

Boven het rietland scheert nog wel een kiekendief die naar beneden duikt, waarschijnlijk zit daar zijn nest. Het dreigt af en toe stevig, links van ons ziet de lucht behoorlijk zwart. Dat drijft aan ons voorbij. Helaas houdt ons geluk qua weer niet aan, als we richting de grote plas varen begint het hevig te regenen. De regenjas en -broek aan die we met vooruitziende blik mee hadden genomen. We hebben tijd genoeg om ook de rode route nog te varen en als we daar aan beginnen is het gelukkig al weer droog geworden.

Het gebied wordt beheerd door Natuurmonumenten, een aantal mannen is bezig om het riet te maaien. Geen idee of ze dat ook nog inzetten voor het dekken van huizen, er schijnt een groot gebrek aan riet te zijn doordat in China havens gesloten zijn in verband met corona. Dan zou het toch mooi zijn als we riet uit eigen land in kunnen zetten, ik weet dat het riet uit de Weerribben als hoogwaardig wordt beschouwd. Dus misschien geldt dat ook wel voor het Nieuwkoopse plassenriet, al zie ik de mannen geen oppers maken van het riet. Misschien toch gewoon onderhoud.

Na ons boottochtje hebben we nog genoeg tijd over om naar de Groene Jonker te lopen. Een mooi natuurgebiedje dat aan de andere kant van Noorden ligt. Het is ongeveer 2,5 kilometer er naar toe lopen, een rondwandeling van ca. 3 km en dan weer 2,5 kilometer terug. Precies genoeg om een gezonde eetlust op te wekken 😉 De dame van de Watergeus is opnieuw zeer behulpzaam door ons uit te leggen hoe we het best kunnen lopen. Het is een stukje langs asfalt en doorgaande weg maar al snel lopen we langs een fietspad en daarna het natuurgebied in. We zien in de verte een grote groep lepelaars en op t water de nodige eendachtigen, wat knobbelzwanen en de onvermijdelijke waterhoenen. Na het rondje langs de meertjes lopen we terug en sluiten we anderhalve dag stijlvol af met een diner bij de Watergeus. Het was genieten.

Ruinen, Zuidwolde, Balkbrug

7 en 8 augustus 2021

Lief en ik zijn op vrijdagavond al naar Ruinen gereisd, onze vriend KJ heeft ons uitgenodigd zodat we morgen niet heel vroeg op hoeven voor de start van de wandeling. Omdat we eerst langs neef W. en zijn vriendin C. rijden in Steenwijk om stoelen af te leveren zijn we een beetje aan de late kant. KJ heeft voorgesteld om ‘living of the land’ te eten, waar hij onder verstaat dat je in het dorp in een restaurant eet ;-). Hij heeft te kennen gegeven dat we er dan wel rond 20 uur moeten zijn, om 21 uur gaat de keuken dicht van het restaurant “Het wapen van Ruinen”. Ik heb nog een afspraak op mijn werk tot 16 uur, we moeten nog langs Steenwijk, het is een strakke planning. KJ heeft keurig instructiefilmpjes aan lief gestuurd waar de elektrische fietsen staan, hoe ze aan moeten en waar het restaurant zich bevindt in het dorp. We kunnen dan onze auto bij hem thuis neerzetten en verder met de fiets. Wel zo makkelijk als je nog een glaasje wijn bij het eten wilt drinken. Alles verloopt gelukkig volgens planning en we zijn zelfs al om 19.30 in Ruinen. We eten goed en t is gezellig bij ‘het wapen’. Maar we willen het niet te laat maken, morgen moet er toch ook nog gewandeld worden.

KJ haalt de volgende ochtend onze vrienden G. en J. op bij het eindpunt van de wandeling van de eerste dag, haalt ons vervolgens op en zet ons dan af bij het beginpunt van de wandeling. Wat een service! Zo hoeft er niet een auto van één van ons op een smalle parkeerstrook in een bosrand te staan. Dat wordt bij de volgende wandeling afkicken als we het weer gewoon met twee auto’s van onszelf moeten doen. We lopen richting de Gijselterkoelen en het Echtenerveld. Het wil niet echt lekker met G. die al redelijk vlot aangeeft dat hij even wil zitten. Even de benen rust geven, voor lief is dat ook niet verkeerd met zijn klapvoet. Nergens een bankje te bekennen en dat zou toch echt wel prettig zijn. Er staat een vakantiewoning aan de rand van het bos net voordat wij linksaf moeten slaan. Er staan verschillende tuinsets buiten en lief trekt de stoute schoenen aan. Het stel dat er buiten koffie zit te drinken wordt door hem aangesproken met de vraag of zij er bezwaar tegen hebben als wij er ook gezellig bij komen zitten…. de heer in kwestie wil al grootmoedig de stoelen aanbieden als de dame in kwestie aangeeft dat er iets verderop een prachtig bankje staat met een mooi uitzicht. We kijken elkaar aan, besluiten niet aan te dringen en het bankje op te zoeken. Gelukkig is dat niet ver en inderdaad zo mooi als de dame aangaf. Daar hebben we een mooi uitzicht over een es terwijl we genieten van de koffie en G. even kan recupereren.

Als we dan het huis weer passeren op weg naar de route bedanken we de mensen voor de tip: het was een prachtig bankje! Bij de Gijselterkoelen komen volgens het boekje maanwaterjuffers voor, vooral in mei en juni. Het lijkt er op dat we geluk hebben, want we zien heel veel kleine blauwe waterjuffers, die wij verslijten voor maanwaterjuffers. Maar misschien zijn het wel watersnuffels.. die hier ook veel voorkomen. En echt ik verzin ze niet de namen… Ik vermoed dat het toch een andere waterjuffersoort is geweest, het is tenslotte toch al half augustus… al zou t kunnen in verband met het koude voorjaar. Ik vermoed dat het lantaarntjes zijn geweest, met hun mooie azuren lijfjes en heel veel voorkomend.

We lopen richting Echten, waar we het Westerborkpad kruizen getuige de roodwitte routesticker met prikkeldraad die we op de lantaarnpaal voor Huize Echten zien. Hier gaan we dus nog terugkomen op de route die we met M. en B. lopen. We lopen langs dit fraaie landhuis, waar je alleen van ver naar kunt kijken en lopen richting Boschzicht waar we de lunch genieten. Dan krijgen we een wat vervelender deel op de route. We moeten de barrière van de A28 slechten. Het is een aardig stuk langs een doorgaande weg, waar best hard wordt gereden en waar ook een op- en afrit van de A28 aan zit. Achter elkaar lopen en goed in de berm. Het is notabene een stuk dat ook twee wandelknooppunten aan elkaar verbindt. Je zou verwachten dat men dan toch iets van een struinpad naast deze weg in de berm maakt maar dat is helaas niet het geval. We zijn blij als we dit nare stukje achter ons kunnen laten. Het moet gezegd, er zitten niet veel van deze stukken op de route van het Roots natuurpad, dit is denk ik de tweede of derde keer. De route eindigt in Zuidwolde, waar de auto van G. en J. staat.

We hebben zaterdagavond lekker pizza, zelfgebakken en gemaakt, gegeten bij KJ en zeer gezellig en diepgaand met elkaar bijgepraat. Fijn is dat. Vandaag is het spullen oppakken en op naar Balkburg om daar één auto neer te zetten en dan met de ander naar Zuidwolde.

Vandaag gaat het met het wandelen van lief en G. een stuk beter. We hoeven maar 12 kilometer, dus geen haast. We zijn Zuidwolde nog niet uit of we worden door een jonge vrouw op een fiets aangesproken. Duidelijk verlegen om een praatje, ze ligt haar hele doopceel ongeveer. Daar hebben we niet zoveel trek in dus na enige beleefde uitwisselingen, ’t was ons niet helemaal duidelijk waarom ze ons aansprak, lopen we verder. Het is echt een afwisselende wandeling. Tussen de velden door, soms een paadje langs een sloot tussen twee weilanden door, dan weer een bospaadje of een pad over de heide. We zien een reegeit op een veldje staan grazen, gespannen naar ons kijkend als ze ons opmerkt. Na een paar minuten vertrouwt ze het toch niet en sluipt het struikgewas in. We komen een gewas tegen waarvan we niet goed weten wat het is. Navraag bij de experts in onze familie leert ons dat het uitgebloeid koolzaad is dat inmiddels met peulen is getooid. In de graanvelden hier ook af en toe korenbloemen of klaprozen. Een mooi gezicht, een korenveld zoals ze zouden moeten zijn.

Bij een bosven strijken we neer voor koffie, thee en wat broodjes. En echt…. er zitten dodaars. Wel een stuk of vijf. Drie jongen zitten aan onze kant van het ven en poedelen wat rond. Af en toe onder water duiken, dan weer beetje dobberen en veren poetsen. De ouders zitten aan de andere kant van de plas en zijn heel druk bezig met jagen. Ze duiken voortdurend onder op zoek naar iets te eten. We zien ze niet echt naar de jongen toezwemmen met voer, die lijken ons ook groot genoeg om het zelf te moeten kunnen. Ik schreef vorige keer dat je dodaars niet zo vaak ziet, maar nu zien we ze dus al voor de derde keer tijdens deze wandeling. Blijkbaar is er hier een soort hotspot 😉 We naderen zo langzamerhand de provinciegrens, we lopen in het stroomgebied van de Reest. Dus na nog wat bosjes en heide, die al in bloei begint te komen steken we de Reest over en betreden we Overijssel. Dan is het nog maar een klein stukje en zijn we bij de auto in Balkbrug. Na nog een gezamenlijke late lunch in Zuidwolde bij de Zuudwoldiger huuskamer nemen we afscheid en zit er weer een mooi wandelweekend op!