Petten

We houden er van om af en toe een feest te geven. 5 jaar geleden werd lief 65 en ik 50, hij geboren in 1950, ik in 1965. Een leuke omdraaiing van leeftijd en geboortejaar. Dit jaar ben ik 55 geworden en wordt lief 70, samen 125. Dat leek ons wel een reden voor een dansfeest aan het strand. Maar helaas, het werd een feest dat geen feest werd. Wij hadden aan het begin van het jaar toen we het feest boekten bedacht om dan ook nog een weekje op de camping in Petten er aan vast te plakken. Camping Corfwater, een erkende ANWB camping, wat ons betreft niet echt leuk. Het is een grote verzameling van campers en caravans met daar tussen een paar tentenveldjes en wat trekkershutten. Het gaat slecht in Nederland en Duitsland, maar niet heus, het is alsof je op een camper- en caravanbeurs staat. Echt vriendelijk zijn ze ook niet, erg van de regeltjes en weinig flexibel. Het enige grote voordeel van deze camping is dat je de weg oversteekt, de Hondsbossche zeewering en dan sta je op het strand. En als je dus denkt dat de zonsondergang mooi zal zijn dan ben je snel ter plekke om de zon in de zee te zien zakken.

We hebben het enorm getroffen met het weer. Ik moet op maandag nog werken, de rest van de week heb ik mijn agenda zo leeg mogelijk geveegd. Lief J. en ik gaan dinsdag en woensdag wandelen. Dinsdag doen we dat ten noorden van Callantsoog. Deze tocht loopt langs het strand en door polder. De route is afwisselend leuk maar ook stukken asfalt die minder zijn.

Op woensdag lopen we eerst door het natuurgebied Zwanenwater en daarna weer ten noorden van Callantsoog, iets minder ver naar noorden. We zien onder andere een rode libelle, een zilverreiger en het zeldzame plantje parnassia. Dat is een lief bloemetje en we boffen dat het nog bloeit. Op donderdag gaan we op aanraden van mijn collega P. van het Stedelijk Museum Alkmaar naar het openlucht museum en beeldentuin van Rudi van der Wint in Den Helder zuid. Wat een verrassing is dit, prachtige beelden en objecten. Voor een ieder die het niet kent, zeer de moeite waard. Je zult een rondleiding moeten boeken, het museumterrein is niet vrij toegankelijk zonder gids. Helaas waren twee kunstwerken niet toegankelijk, die zijn in restauratie.

Na de beeldentuin rijden we naar Kolhorn. Daar lunchen we bij restaurant ’t Anker, een heerlijke vissalade. Vriendelijk personeel in een semi-chique omgeving. Ik vermoed dat je er ook uitstekend voor een diner terecht kunt. Zo’n lunch moet ook een beetje verwerkt worden dus we lopen een klein rondje rond Kolhorn. Opnieuw bevalt me dit plaatsje, het is lief en knus en pittoresk. Een inwoner van het dorp hoort ons praten en meldt instemmend dat hij in een heel mooi dorp woont. Waarvan acte 😉 Om de kampeerweek af te ronden sluiten we af met een etentje bij Zee en Zo. Geen dansfeest daar, maar wel heerlijk gegeten.

Zondag maken we dan nog een wandeling door de Schoorlse duinen. We deden deze al eerder, de stuifduinen route, 17 kilometer. Qua afstand prima te doen, maar het ploeteren door de duinen en het zand maken het tot best een pittig tochtje. Lekker weer erbij, en dan is het genieten van het duinlandschap, het strand en de zee en dat allemaal om de hoek.

De achtertuin (her)ontdekken

Lief en ik wonen in een prachtig stuk Nederland. In de weekenden trekken we er graag op uit. Dat is meestal elders in ons land, op bezoek bij familie of vrienden, een weekend een stuk van een lange-afstands-wandeling lopen, kamperen of in een huisje met vrienden. Als we thuis zijn, dan is het vaak wandelen langs het strand, of fietsen in de buurt.

De afgelopen weken, sinds de lock down in verband met corona zijn de weekendjes weg (voorlopig) voorbij. We zijn onze eigen ‘achtertuin’ aan het herontdekken. Fietsen en wandelen in de buurt om een frisse neus te halen, met 1,5 meter afstand in acht nemend. We hebben een paar prachtige fietstochten gemaakt, meestal van zo’n 50-70 kilometer, verschillende routes naar het noorden, oosten of zuiden, beetje afhankelijk van hoe de wind waaide.

Zo fietsten wij met stevige windkracht 5 van Alkmaar naar Bergen, Schoorl, Petten, Tuitjenhorn, Kalverdijk, Oud-Karspel, Sint-Pancras en weer naar Alkmaar. De bollenvelden stonden in volle bloei. Velden met rode, gele, roze lakens van tulpen en narcissen. De velden met hyacinthen lieten hun zoete geur met de wind bedwelmend meewaaien. Op het bankje bij de kerk in Oud-Karspel zaten we heerlijk in de luwte onze meegebrachte thee te genieten alvorens weer naar huis te fietsen.

Een week later fietsten wij via Akersloot naar Starnmeer, met een fietspontje over richting Krommenie, dwars overstekend naar Heemskerk, door de duinen naar Castricum, Egmond en naar Alkmaar. Dat was een tocht vol verrassingen. Een oud-Hollands landschap met kleine dijkjes, knotwilgen. Een visdiefje dat net buiten Heemskerk boven onze hoofden scheerde, een fazantenhaan die op een afstand van 3 meter bij onze lunchplek uit het struikgewas de weg op scharrelde maakte dat ik er spijt van had dat ik mijn fotocamera niet had meegenomen. De fietstocht door de duinen leverde een rendez-vous met een paar schotse hooglanders op en verderop een enorm grote kolonie aalscholvers. Dat stuk van de duinen komen wij niet vaak en was een fijne herontdekking.

Onze tocht richting Hoorn bracht ons gedeeltelijk terug op de route van de West-Friese Omringdijk, die we twee jaar geleden hebben gefietst. Een mooi stuk ‘achtertuin’ dat we niet zo vaak opzoeken op de fiets. Meestal fietsen we richting zee. Op een mooie, frisse zondag nu de steven naar het oosten gewend. In het opschietende riet langs de kanalen horen we karekieten en rietzangers en af en toe zien we zo’n zanger acrobatisch in een rietstengel hangen. Vanaf Hoorn verlaten we de omringdijk, 150 kilometer is ons te veel voor een dagje fietsen. Het West-Friese binnenland ligt voor ons, met onbekende dorpen als Bobeldijk en Zuidermeer richting Spanbroek. Dwars door boerenland, grote groene raigrasvelden die afgewisseld worden door kruidenrijke velden waar grutto’s en kieviten de strijd aan gaan met meeuwen die uit zijn op hun eieren of jongen.

In mijn eentje nog een rondje op de fiets gemaakt naar Petten, dan richting Schoorl en Bergen en via de Egmondermeer terug. Zo’n mooi stuk daar in de duinen. De ruigte van de kale duinen met de heide er tussen, de stukken naaldbomen waar als de zon aan kracht wint je de geur van hars in je neus dringt en waar de overgang van zon naar schaduw kippenvel op je armen tovert. Een fietstocht wordt zo een feest voor de zintuigen.

Tijdens de wandelingen rondom Petten een paar nieuwe stukken ontdekt. Een stuk over een oude dijk haaks op de Hondsbossche zeewering met meertjes in de bocht van oude dijkdoorbraken, boven het landschap lopend. Zicht op de stolpboerderijen die verspreid in de Pettemerpolder liggen. Aan de rand van de putten zitten, kijkend naar de steltlopers die door het water waadden. Grutto’s, kluten, tureluurs, bontpekplevieren, scholeksters. Even langs bij de vogelkijkhut, kijken naar de langswiekende grote sterns. De wandeling vanaf Hargen langs de heideschapen net buiten Schoorl, een jonge torenvalk op een paaltje die lang genoeg bleef zitten om een foto te kunnen maken. De wandeling die we maakten vanaf Johanna’s Hof in Castricum richting Egmond was ook zeer afwisselend. Heel veel nachtegalen gehoord en ook een paar gezien, roodborsttapuiten. We liepen er in april en het was alsof we in een open volière liepen. Aan het eind van de wandeling getuige van een ‘moord’, een blauwe reiger spietste een groene kikker aan zijn snavel…..

Vakantie in je eigen achtertuin…..