Terschelling 7, Koegelwiekduin

De zon schijnt warempel vanochtend volop. Niet de suggestie van een zonnetje achter sluierbewolking, nee het is zo’n lekker voorjaarszonnetje in een strakblauwe lucht. Fijn voor onze laatste volle dag op het eiland, morgenmiddag verlaten we Terschelling.

We lopen vandaag vanuit ons huisje naar het hoogste duin, het Koegelwiekduin. Dat zit zo’n beetje recht achter ons huisje aan de Noordzeekust. Door een pad door de duinen te nemen zouden we er zo naar toe moeten kunnen lopen hebben we op de kaart gezien.

We steken bij de schuur van Staatsbosbeheer langs de wei met geiten het duingebied in. Het begint al gelijk goed met wat plassen langs en op het pad maar daar is met een ruime bocht prima omheen te lopen. We lopen rustig door over het smalle pad. Af en toe horen we wat kleine vogels in het struikgewas maar zien doen we ze niet. Wel vliegen er regelmatig formaties grauwe ganzen over. Soms een kleine v-formatie van een stuk of 8 of 10, soms een paartje. In de lage bomen zit met enige regelmaat een kraai of een ekster de omgeving af te speuren. We zien ze veel hier. Wellicht heeft dat te maken met de ruime aanwezigheid van veel kreupelhout, houtwallen en andere bosschages. Dat lijken uitgelezen plekken voor de kraaiachtigen.

Het is aangenaam lopen met de zon warm op onze rug. Deze hadden we wel verdiend vinden we na een week berichten over warmterecords in de rest van Nederland terwijl het kwik hier op Terschelling de 10 graden niet eens aantikte. Dit maakt een hoop goed, niet dat we het slecht hebben gehad… maar met een zonnetje erbij voelt het alsof ook hier het voorjaar aanstaande is.

En dan is het weer zover…. het pad voor ons is veranderd in een sloot. En om de sloot heen een ruim gebied van plas en dras. We zullen dus weer een ruime bocht moeten nemen om te kijken of we het pad verderop kunnen oppakken. Het is niet fijn lopen al zoekend tussen de heidestruikjes door. Half zelf een weg banend, half zoekend of iemand anders ons al voor is geweest in een zoektocht naar een droge doorsteek. Meestal zijn die paadjes veranderd in kleine geultjes waarin het water blijft staan. Het is zo nat dat lief zelfs een bruine kikker vindt. Nog maar net uit zijn winterslaap is het dier nog niet echt opgewarmd en laat hij zich door Joep oppakken. Nadat we de mooie tekening hebben bewonderd en ons afvragen of het soms een vrouwtje is dat nog vol zit met eitjes zetten we goudoogje weer terug in het drassige terrein.

Bruine kikker

Voor lief is dit geploeter echt niet te doen, hij heeft moeite om zijn evenwicht te bewaren met zijn klapvoet. Na zo’n kwartier geploeterd te hebben komen we tot de conclusie dat we op deze manier het duin dat we voor ogen hebben niet gaan bereiken. Inmiddels heb ik naar mijn idee een redelijk oog gekregen voor welke vegetatie er in de buurt staat van wat drogere delen en welke vegetatie natte voeten voorspelt. We draaien om en gaan proberen het oorspronkelijke pad terug te vinden waar we uitkwamen. Dat kruiste een breed pad wat we dan maar gaan volgen de andere kant op. Want in de richting die we wilden was dat ook een ‘Rode Zee’.

Sneller dan gedacht vinden we het brede pad en lopen we richting de duinen bij de zee. En daar is dan toch ineens het Koegelwiekduin waar we tegenop klauteren. Bovenop hebben we een prachtig uitzicht over het eiland. Je kijkt over het Hoornse bos heen naar het wad en achter ons de Noordzee. Het is best koud zo vol in de wind dus we zakken iets af om in een kommetje onze lunch te genieten. Zo met de zon vol,in ons gezicht hebben we niet meer nodig dan een broodje, een kopje thee en elkaar… en nou ja zonnebrand dan 😉

Na een tijdje lekker te hebben zitten genieten dalen we weer af richting Lies. Vlak voor ons steekt een blauwe kiekendief de weg over en landt op een struikje. Voordat ik de camera kan pakken vliegt hij al weer op en wiekt over een volgend heuveltje uit het zicht. Al drie keer deze vakantie een blauwe kiekendief gezien, dat vinden wij wel een traktatie!

Vlakbij ons huisje neem ik nog een extra lus door het bos en lief loopt schuin terug naar ons huisje. Wat een heerlijke dag zo op dit eiland.

Terschelling 5, koffie aan zee

De zon schijnt warempel als we op staan. Zou het dat toch echt nog gaan gebeuren dat we een zonnige dag krijgen hier op het eiland? De wereld ziet er toch net even vrolijker uit als de zon haar warme stralen over het landschap laat schijnen. Na het ontbijt pakken we de fiets, beter voor lief zijn blessure en fietsen richting West aan Zee.

We zijn nog maar net op weg als ik in een bomenrij aan het eind van een weiland aan de bosrand een buizerd zie zitten. We stoppen, ik grijp mijn camera en maak eerst een foto met volledige zoom voordat ik iets dichterbij probeer te komen voor een beter shot. Maar hij ziet me komen en wiekt weg. Toch schichtige vogels al zou je denken dat ze niets te duchten hebben van de meeste mensen.

Buizerd

We fietsen naar West aan Zee om daar een bakje koffie te doen. Het is er redelijk druk, dit stuk van het eiland is duidelijk wat bevolkter met toeristen en er staat ook een groot hotel bij de strandopgang. De koffie is prima bij Paal 8 en ik trakteer lief op een dikke truffel bij de koffie. Heerlijk in het zonnetje op de geïmproviseerde bankjes die geen terras mogen zijn krijgen we het vakantiegevoel nog eens extra te pakken. We lopen nog even naar de zee, we zijn er nu toch. Er zijn een paar toeristen die de zomer al in de kop hebben. Kinderen met blote benen, meisjes in alleen een t-shirt met korte mouwen. Brrr… de wind is nog koud dus morgen zijn ze vast ziek hoor ik mezelf denken.

We pakken de fiets weer en rijden over de Midsland Longway terug. A. en P. hadden die ons gisteren aangeraden als de mooiste fietsroute van het eiland. Hij loopt inderdaad prachtig door het duin, tussen vennen en heide door. Een aantal vennen ligt op dit moment droog. De watercrassula, een exoot, wordt hier bestreden door zijn favoriete habitat te verstoren.

Bij ET10 treffen we A. en P. toevallig weer. Zij gaan net wandelen naar het strand. Wij melden dat we Midsland Longway gefietst hebben en dat de koffie bij de strandtent bij Paal 8 uitstekend is alsmede de truffels daar. Als echte eilandkenner weet A. te melden dat er verderop in Midsland een theeschenkerij zit waar ze zelf bonbons maken die heerlijk zijn. We slaan het op en wie weet komen we er nog langs. Ik meld dat we gisteren een blauwe kiekendief hebben gezien en met enige trots laat ik de foto zien. Ook de buizerd komt voorbij, maar als ik de foto van het puttertje wil laten zien kan ik die niet vinden. Ik ben bang dat ik die heb verwijderd op de camera in een ondoordachte actie. Gelukkig als ik in ons huisje ben zie ik als ik nog verder terugblader dat de foto nog gewoon op de camera staat. Was t toch nog langer geleden dan ik dacht. Grappig hoe snel de tijd gaat in zo’n week. Eilanden…je bent dan ook echt even weg. Heerlijk!

We zwaaien A. en P. na en we zoeken een bankje om samen te lunchen. Dat wordt in het bushokje…daar hebben we ervaring mee ;-). Na de lunch pakt lief de fiets terug naar ons huisje en doe ik de rode route vanaf ET10 over de Landerummer heide. Een fraai gebied waar tussen de heide heel veel rendiermos een grijsgroen tapijt legt. De zon is inmiddels weer achter de wolken verdwenen, dat is jammer. Na zo’n uur en een kwartier ben ik weer terug bij de fiets. Dan is het nog maar een kwartiertje fietsen max terug naar ons huisje waar lief wacht met een kopje thee.

Terschelling 4, wijzer geworden

We nemen vandaag gas terug. Lief heeft gisteren echt teveel gelopen. Vandaag pakken we de fiets en beperken we het lopen. We fietsen eerst richting Midsland om vlak ervoor het beeld van Willem Barentz op de foto te kunnen zetten. Het miezert licht als we vertrekken, heel Nederland heeft last van een vroege voorjaars ‘hittegolf’, hier komt het kwik niet boven de 10 graden uit. Willem Barentz heeft zelfs een druppel aan zijn neus hangen, zo koud heeft hij het! Alsof hij op Spitsbergen zit te overwinteren al zou het dan misschien een ijspegel zijn geweest 😉

Willem Barentz

Vanaf Landerum fietsen we richting waddendijk. Het is eb aan het worden en dus wordt het wad bevolkt door talloze steltloperachtigen, eendachtigen en ganzen. Het gebied is niet voor niets een pleisterplaats voor vele trekvogels. We zien wulpen, tureluurs, scholeksters, drieteenstrandlopers, groenpootruiters, bergeenden. Over de rand van de dijk richting de polder wolken van ganzen met hun gekwebbel h7n komst aankondigend als ze neerstrijken op de weilanden. Ik denk niet dat de boer er blij mee is, ik hoop maar dat ze een goede compensatieregeling hebben. Ik vind het in ieder geval een prachtig gezicht.

Als we verder fietsen, lekker met de wind in de rug worden we ingehaald door een stel. De man van het stel draait zich om zegt ‘ Hé, een bekend gezicht, ik dacht al wat een bekend profiel’. Ik kijk hem aan, hij trekt zijn muts af en dan moet ik bekennen dat ik zijn naam niet meer weet. Hij zegt zijn naam, en ja dan weet ik het weer. Lief vraagt dan nog of hij A. uit Alkmaar is maar ik weet hem te melden dat hij A.N. is, waarmee lief naar Londen is geweest. Ze fietsen half een stukje met ons op, ze blijken ieder jaar wel een paar keer op Terschelling te zijn. Grappig dat je tijdens een vakantie in eigen land heel vaak wel een bekende tegenkomt.

Bij de Boschplaat slaan A. en zijn partner P. rechtsaf, wij gaan links naar Heartbreak Hotel. Daar willen we nog een klein stukje lopen. Als we onze fietsen parkeren komen A. en P. ook weer aan fietsen. Het was net de Kalverstraat bij de Boschplaat weet A. te melden, veel te druk. We drinken samen een bakje koffie to go bij Heartbreak hotel en wisselen wat nieuwtjes uit. Dan gaan we ieders ons weegs.

Wij lopen tot aan de eerstvolgende strandopgang. Het is koud, de zon wil er maar niet doorkomen vandaag. Dat deert de drieteenstrandlopers niet, ze trippelen nijver in de vloedlijn op zoek naar voedsel. Ik vind ze zo leuk! Een flink koppel scholeksters zit ineengedoken op een zandplaat net achter de vloedlijn, die hebben blijkbaar geen trek in een mals wurmpje of schelpdier.

Bij de eerstvolgende strandopgang steken we naar binnen en zoeken we de luwte van een stuifduin om onze broodjes te nuttigen. De wind heeft hier vrij spel op het zand en maakt de meest fantastische structuren in het zand. Fijngeslepen lijnen in het zand alsof een beeldhouwer er met een beitel is langs gegaan en het daarna heeft bijgeschuurd tot de richels die er nu ingegrift zijn. Op stukken waar het zand nog losser is zijn het lichte golfjes als gerimpelde zijde.

Richting Heartbreak Hotel horen we een hoop herrie van groot materieel. Staatsbosbeheer is bezig met het versnipperen van hout uit een stukje lage bomen midden in het duingebied. Het zal nu nog wel mogen want het broedseizoen is nog net niet aangebroken. Bijzonder vind ik het wel, er staan hier niet zoveel bomen en dit lijkt me net een stukje bos dat beschutting kan bieden aan kleine vogels.

Iets verderop zien we in een weiland een grote roofvogel neerstrijken. Door zijn blauw-grauwe kleur valt hij op, dit moet een blauwe kiekendief zijn. Ik loop iets dichterbij om hem op de foto te zetten. Helaas blijft hij niet zitten en wiekt hij weg over de boomtoppen buiten zicht. Wat een geweldig mooie vogel met zijn zwarte verkennen lichtblauwe verenpak. Wij beiden zagen er niet eerder één.

Als we onze fietsen weer hebben bereikt pakken we de duintoppen terug naar Lies. Onderweg spotten we nog een keer een blauwe kiekendief. Onze dag is goed.

Terschelling 3, de tocht naar de Oost

We willen vandaag de Boschplaat bezoeken. Volgens het boekje ‘De Wadden’ van Ruben Smit kun je het pad op de stuifdijk redelijk goed met de fiets berijden al kan het stukken ploeteren door mul zand zijn. In de wandelgids heb ik gezien dat je bij punt 62 een doorsteek kunt maken naar het strand. Daar willen we onze fietsen neerzetten, dan langs het strand naar de uiterste oostpunt lopen en via het pad over de stuifdijk weer terug naar de fietsen.

Het pad blijkt redelijk te doen te zijn, al is het op sommige stukken wel met een aanloopje en je stuur zo recht mogelijk houden door het mulle zand een zweterige klus. Bij een uitkijkpunt dat bij wandelpunt 62 blijkt te zijn zetten we onze fietsen neer. Het pad dat over de stuifdijk loopt is vanaf hier veel moeilijker begaanbaar, meer graspad en veel modderiger dan het eerste stuk. We houden ons aan het plan om via het strand naar de uiterste punt te lopen en steken hier het duin over.

Het is kwart over 12 als we beginnen te lopen, we denken dat het zo’n 4 kilometer naar de punt zal zijn. Dat blijkt later een vergissing, had ik maar eerder op de kaart gekeken, het is zo’n 6 kilometer. Het lopen over het immens brede strand is voor lief echt een opgave met zijn klapvoet. Ons tempo ligt laag, we halen geen 4 kilometer per uur. Maar ja we zijn eigenwijs en ploeteren door. Zo ver kan het toch niet zijn. Kijk in de verte zien we het drenkelingenhuisje al. Dan kan het toch niet zo ver meer zijn?

Drenkelingenhuisje Terschelling

Na dik twee uur gelopen te hebben zeg ik tegen lief dat we toch echt maar even moeten rusten. De vuurtoren van Ameland is in zicht dus we moeten nu wel zo’n beetje op het uiterste puntje zijn. Tegen een duin aan nuttigen we onze lunch. Het zonnetje schijnt wat waterig maar echt koud is het gelukkig niet. De 18 graden die ze voor Limburg voorspellen haalt het kwik hier bij lange na niet. Terwijl we van onze broodjes en thee genieten zie ik in de golven een donker koppie. Een zeehond. Voordat ik mijn camera kan pakken duikt hij de golven in en laat zich niet meer zien. Toch wel een klein geluksmoment, zo vaak zien we er niet een zeehond.

Enigszins bijgekomen pakken we onze spullen en besluiten te kijken of we door kunnen steken naar het pad op de stuifdijk. Lief denkt namelijk dat we nog een heel stuk verder moeten naar de punt en dat lijkt me met zijn voet niet wenselijk en niet haalbaar. Zodra we langs de lage laatste stuifduinen naar binnen steken bij een grote zandvlakte, waarachter nog weer nieuwe duinen van de uiterste punt beginnen, zien we twee fietsen staan. Dat moet toch wel het punt zijn waarop dat pad op de stuifdijk dan uitkomt? Lief pakt zijn verrekijker erbij en ja, verderop lopen mensen. Dit moet het zijn. Als ik dan goed kijk zie ik enkele tientallen meters verder inderdaad het begin van een graspad. Gelukkig gevonden!

Dan begint de tocht terug. Rechts van ons de duinen, links de ruigte van de Boschplaat. Af en toe vliegt er een ‘kbv-tje’ op (klein bruin vogeltje), te snel om te zien wat het is. Ik heb nog wel tijd om wat om me heen te kijken, lief loopt vooral met zichzelf te zeulen. Ik heb echt met hem te doen. Hij moet af en toe stoppen om zijn heup en zijn been rust te geven, daarna strompelt hij weer verder. We hebben ons niet echt goed georiënteerd waar onze fietsen ergens staan. We kijken met de verrekijker langs de weg en denken dat ze bij het eerste witte duin staan. Dat is echt nog een heel stuk lopen. En intussen tikt de tijd verder en loopt het al tegen vieren. Niet dat het al donker is, verre van gelukkig, maar echt gerust ben ik er ook niet op. Dit is niet een pad met al zijn gaten en modder wat je in de schemer nog wilt lopen laat staan dat je het stuk erna nog in het donker wilt fietsen. Bij een volgende rustpauze van lief zeg ik dat ik vooruit ga lopen, zijn fiets halen. Hij stemt al snel in, dat zegt mij genoeg over zijn fysieke conditie en over hoeveel last hij heeft.

Ik denk dat de fietsen toch dichterbij staan, ik zie namelijk een paal boven op een duin staan waar ook mensen staan. Dat zou maar zo dat uitkijkpunt kunnen zijn waar onze fietsen staan. Dat is een stuk dichterbij dan het witte duin waar ik eerst vreesde naar toe te moeten lopen. En inderdaad klopt mijn inschatting. Als ik op Joeps fiets zijn kant op ga kom ik twee andere fietsers tegen de me vragen of ik hem ga halen. ‘Ja’ zeg ik, ‘ hij heeft last van zijn klapvoet.’ Dat was hen ook opgevallen. Gelukkig kan lief daarna op zijn fiets verder en hoef ik ook niet ver meer terug. Het was dichterbij dan gedacht.

Na het ploeteren te voet hebben we nog de ploetertocht over het zandpad op onze stadsfietsen naar de ingang van De Boschplaat. Vlakbij de ingang wiekt een bruine kiekendief tussen de duinvalleien door. Wat een prachtig gezicht!

Het is grappig dat je op heel veel plekken op het eiland op de grens van polder en duin het geluid van ganzen hoort. Ook nu terwijl we over de duinweg westwaarts fietsen hoor je het voortdurend gebabbel en gesnater van de vele vele ganzen die in de polders foerageren. Af en toe wordt de ‘skyline’ verlevendigd door enorme vluchten overtrekkende ganzen op zoek naar malse weilanden of hun roestplaats. Een magnifiek gezicht.

Het was een barre tocht naar de oost, niet zozeer qua weersomstandigheden maar wel qua fysieke inspanning voor mijn lief. Blij dat we weer in ons tijdelijke huis zijn aangekomen.

Terschelling 2 Next level struinen

We staan op ons gemak op en na een relaxte start pakken we de fiets naar West-Terschelling. We fietsen eerst een stuk door het bos aan de noordkant en ter hoogte van Midsland steken we een stukje door richting West-Terschelling. Ik zie ineens een grote groep kleine vogeltjes in een groep elzen en roep naar Joep dat het puttertjes zijn. Snel van de fiets en de fotocamera bij de hand. Meestal ben ik te laat en zijn de vogels gevlogen. Deze keer lukt het me toch om een paar van deze kleurige vogeltjes te ‘schieten’.

Puttertje

In West-Terschelling eerst naar de VVV. Ik hoop dat ik daar een wandelgids kan scoren. Ik had dit blijkbaar online moeten bestellen, de dame kan mij niet zomaar de gids meegeven. Dus ik bestel ter plekke via mijn telefoon, reken via IDeal af en mag dan de gids meenemen.

We stoppen daarna bij ‘Het wakend oog’ voor een kopje snert met roggebrood en spek. Je mag niet op hun terrasbanken zitten, maar wel op het publieke bankje aan de buitenkant van hun pand. Coronamaatregelen blijven een bijzonderheid omdat je ze niet altijd logisch kunt uitleggen. Maar goed, het is fijn dat we ons kopje snert op een bankje buiten in het schrale lentezonnetje kunnen nuttigen.

We hebben in ons hoofd om vanaf ‘De Walvis’ een wandeling te maken met eb over het slik en de kwelders naar de uiterste westpunt van het eiland, De Noordsvaarder. We zetten onze fietsen bij De Walvis neer en lopen daarna over het droogvallende land. Het is voorjaarsvakantie, het zonnetje schijnt, het is weekend en dus zijn er veel mensen hier. Als je even iets verder loopt ben je al snel de mensenmassa uit.

We vinden op het droogvallende wad meerdere keren resten van dode vogels, van dode zeehondenbaby’s en van een volwassen zeehond. Dat is me aan de Noordzee kust bij Bergen, Petten of Egmond nooit zo overkomen dat we veel dode dieren tegenkwamen. Misschien toch een gevolg van het strenge weer? Hoewel de karkassen van de zeehonden wel zo kaal en leeg zijn dat die waarschijnlijk al langer dood zijn? Ik weet het niet hoe snel een kadaver bij de zee onaangetast blijft. Misschien eten krabben en meeuwen zulk aas wel heel snel binnen een paar dagen leeg. Geen idee van.

We lopen niet helemaal naar de punt, we besluiten halverwege bij een binnenmeertje wat vroeger onderdeel uitmaakte van militair oefenterrein naar binnen te steken en daar weer richting de Brandaris te lopen. Een beetje op de bonnefooi want er loopt geen echt pad. Het betere struinen zullen we maar zeggen 😉

Na een korte stop bij het meer zoeken we onze weg door dit kweldergebied. Het blijkt behoorlijk moerassig te zijn. We kunnen niet zomaar in een rechte lijn lopen richting de Brandaris. Op sommige stukken blijkt het kwelwater echt hoog te staan en is het zompig lopen tussen laag struikgewas en riet door. We moeten dus echt goed kijken waar de grond wat hoger gelegen is, struinend door het landschap. We jagen een paar keer wat watersnippen op, dat is dan wel weer bijzonder. Lief met zijn klapvoet heeft het niet makkelijk op dit oneffen terrein. Hij moet echt zijn best doen om recht op het zelf te vinden pad te blijven.

Ergens bij onze doorsteek treffen we dan toch weer een pad aan wat we volgen. Maar ook dit pad blijkt af en toe onder water te staan waardoor we een stuk moeten omlopen over hoger gelegen stukken. We hebben inmiddels de Brandaris wel inzicht als we weer tegen een flinke waterplas op het pad aanlopen. Hier blijkt de omweg echt een flink stuk terug te zijn. Lief besluit als Mozes door de Rode Zee de gok te wagen en te hopen dat de wateren zich voor hem zullen openen. Helaas… hij ploetert door het riet en ik hoor hem roepen dat het water bij zijn schoenen in loopt. Hmmm, dan neem ik toch maar een iets wijdere bocht terug. Ik kom er met enige ploeteren en soppen met weliswaar natte schoenen aan de buitenkant maar met droge sokken vanaf. Vanaf dat punt is het gelukkig niet ver meer naar De Walvis waar onze fietsen staan.

We fietsen grotendeels terug via de Waddendijk. Zien een paar steenlopers en flinke groepen scholeksters die op de basaltkeien aan de kust zitten te rusten. Mooi gezicht.

Zondoorstoofd en moe van onze ‘barre tocht’ pakken we thuis een biertje wat we naar ons idee zeer verdiend hebben.

Terschelling, 1

Het is een hectische tijd geweest, niet alleen door Corona maar ook door allerlei andere zaken. Daarover schreef ik eerder. Tijd om wat afstand te nemen en één en ander te laten bezinken. Hoewel we net afgelopen vrijdag onze nieuwe camper op hebben gehaald gaan we niet kamperen maar hebben we al in de kerstvakantie een huisje geboekt op Terschelling.

Lief was hier jaren geleden en datzelfde geldt voor mij. Het is meer dan dertig jaar geleden dat ik hier voor het eerst was en sindsdien ook niet weer geweest. Het eiland voelt dan ook als nieuw hoewel de boerderijen en huizen wel vertrouwd eruit zien. We hebben een snoepig klein huisje gehuurd, De Tresk net buiten Lies. We fietsen er zwaar beladen met onze bagage van de veerboot met onze eigen fietsen in een klein half uur naar toe,

Na ons in ons huisje te hebben geïnstalleerd doen we eerst boodschappen bij de Spar in Lies. Grappig is dat, wanneer ik een Spar in ga heb ik een vakantiegevoel. De winkels zijn volgens mij alleen nog in heel kleine dorpen en vooral in vakantie-oorden. Hoewel als ik er over nadenk dan zit er tegenwoordig ook weer een Spar in Alkmaar.

Na het boodschappen doen gaan we nog even met de fiets naar het strand bij Formerum. Lief kan niet zover lopen, hij heeft een klapvoet. Bij mij begint mijn hielspoor weer op te spelen. Kruk en co zullen we maar zeggen ;-).

Op het strand mag hier blijkbaar in de wintermaanden door eilandbewoners met auto’s gereden worden. Iets waar de eilandbewoners in ieder geval in het weekend graag gebruik van maken. Ik vind het bijzonder, je woont in wereld erfgoed en de wadden zijn een bijzonder natuurgebied waar veel bezoekers op afkomen. Maar blijkbaar heb je als eilandbewoner toch het gevoel dat ‘het van jou is’, je gevoel van vrijheid dat je hier met je auto mag rijden of zo waardoor we toch best veel mensen hier met jeeps of andere fourwheeldrives of het strand zien.

We lopen niet zo ver, van de ene strandopgang naar de andere. Bij Formerum is een strandtent open waar we tomatensoep kunnen krijgen, to go natuurlijk want met de Coronamaatregelen helaas nog geen terras. Op de terugweg zien we wat drieteenstrandlopers in de vloedlijn en scholeksters. Één drieteenstrandloper is het ook echt want hij heeft maar één pootje. Hij hinkt en hipt moeizaam tussen zijn soortgenoten, benieuwd of zo’n gehandicapt vogeltje uiteindelijk wel een lang leven beschoren is. Ik vraag het me af.

Drieteenstrandlopers, waarvan één met één pootje….

Rozig van de buitenlucht gaan we na het avondeten en een kopje koffie gaan we op tijd naar bed. Morgen naar West-Terschelling om een wandelgidsje te halen bij de VVV en daarna een wandeling maken bij Noordvaarder.