Een vakantie in delen, 2

19 augustus 2020. Gisteravond heeft minister-president Rutte een persconferentie gegeven, een update over de coronamaatregelen. Die hebben effect voor het feest dat wij op 12 september hebben gepland om ons gezamenlijk 125 jarig bestaan te vieren. We besluiten om het feest af te gelasten. Aan alle genodigden sturen we voor zover we daar de gegevens van hebben een app met dit bericht en we zoeken contact met de restauranthouder. Het is balen maar we vinden het niet verantwoord om met 80 mensen een feest te geven, waarbij je dan ook nog geacht wordt op je stoel te blijven zitten op het moment dat je aan je tafel zit. Het is dus wat later op de ochtend als we op fiets naar Eimke rijden, 5 kilometer van de camping en vandaar een wandeling naar Ellernsdorf en over Wacholderheide.

De Feldstein kerkje in Eimke prachtig. Het stamt al uit de veertiende eeuw. Helaas kunnen we er niet in, sinds corona is de kerk gesloten. Jammer want binnen schijnt een oude Piëta en een altaar uit de vijftiende eeuw te staan. Op het kerkhof staat een groot monument voor alle gevallenen uit WO I en II. Natuurlijk weet je dat ook hier mannen hun leven hebben gegeven voor een ideaal wat misschien helemaal niet het hunne was, al zullen er zeker ook zijn geweest die het nazisme aanhingen. Het voelt toch ongemakkelijk dat de gevallenen uit WO II op dit monument staan. En dat is dan ook weer vreemd van ons, want omdat Nederland in WO I neutraal was en toen niet heeft gelede onder de Duitse aanval….. Als je er wat langer over nadenkt is het goed dat gemeenschappen de mannen en vrouwen die hun leven gegeven hebben omdat ze moesten strijden herdenken met het verhaal erbij van de geschiedenis van de oorlog.

We maken daarna een prachtige wandeling. Aan het begin lopen we langs een kudde heidschnucken, dat zijn de speciale heideschapen, een apart ras. De heide staat in volle bloei. Het pas leidt ons langs paarse hellingen, het lijkt alsof er een tapijt is uitgerold. Echt heel fraai.

We zien een paartje grauwe vliegenvangers en jonge zwarte roodstaart. De route loopt langs een militair oefenterrein. Nou ja, het is het bedrijfsterrein van Rheinmetall, een bedrijf dat materialen levert voor defensiedoeleinden. We merken er eerst niet zoveel van, behalve de bijzondere waarschuwingen dat we voorbij de bordjes het risico lopen om op explosieven te stappen… Hmmm liever maar aan de goede kant van de bordjes blijven. Maar na 15 uur is de pauze blijkbaar voorbij en horen we af en toe doffe knallen. De waarschuwingen zijn dus niet voor niets. Bij een kiosk halverwege de route drinken we een biertje. Het is een dag waarop veel ouderen van dagen op pad zijn om naar de heide te kijken. Ze zitten gezellig koutend met elkaar aan een biertje, kopje koffie of een grote ijsbeker met bosbessen. Als ze bij elkaar horen zitten ze gebroederlijk of zusterlijk naast elkaar. Anders wordt er beleefd gevraagd of men bezwaar tegen aanschuiven heeft, op gepaste afstand van anderhalve meter natuurlijk.

Rond zessen zijn we weer op camping, biertje, douchen, eten en mail componeren aan de gasten die we nog niet via Whats app hebben kunnen bereiken. Door de hogere temperatuur zijn blijkbaar de kleine knoetjes ook wakker geworden. Terwijl we buiten zitten omdat de temperatuur nog aangenaam is worden we opgevreten door mietzen, of midgets zoals ze in Schotland heten….. alsof we in de Schotse hooglanden zitten.

Een vakantie in delen, 1

17 augustus 2020 Het mist als we opstaan. De hevige onweersbui van gisteravond heeft zijn effect gehad op de luchtvochtigheid. We zullen de tent nog wat vochtig moeten inpakken. Op weg naar Duitsland, naar Lüneburger heide. Vakantie dicht bij huis. We kennen dit gebied niet, maar hebben er goede verhalen over gehoord van een vriendin. Leuke plaatsen en een mooi wandel- en fietsgebied waarin je qua afstanden goed kunt variëren. Onderweg hebben we een paar keer hevige regenbuien. De voorspellingen voor de komende week zijn warm en droog dus we zijn benieuwd of deze dan ook uit zullen komen. Als we op camping aankomen is het inderdaad droog en wordt ook zonnig. Het is duidelijk een camping voor vaste staplaatsen, er zijn weinig trekkersplekken. De See in Bruchsee blijkt te staan voor groenige vijvers, vol algen en eenden. De eenden worden ‘s avonds binnen gehaald en ’s ochtends om een uur of zeven – half acht worden ze weer losgelaten en hoor je ineens weer het gesnater van de eenden. De eieren worden op de camping verkocht. Als we naar bed gaan valt er weer regen.

18 augustus De weersverwachting meldt kans op regen en wellicht onweer. Het lijkt ons beter om dan een stadsbezoek af te leggen in plaats van een wandeling of fietstocht te maken. We besluiten naar Celle te gaan, een oud stadje vol vakwerkhuizen. Het is niet of nauwelijks in de tweede wereldoorlog gebombardeerd. In het stadje vermoedt men dat het te maken heeft met de connecties van de adellijke familie waaronder Celle vroeger viel met het Britse koningshuis.

Op de heenweg naar Celle rijden we via Bergen-Belsen. We zijn zo dichtbij, en hoewel we in onze vorige Duitsland vakantie best veel gedenkplekken aan de horror en terreur van het naziregime hebben bezocht vinden we het nu opnieuw de moeite waard om deze plek te bezoeken. De plek waar zoveel Joodse mensen omgekomen zijn, waaronder de zussen Anne en Margot Frank. Er staat ook een gedenksteen voor hen. Daarnaast zijn er ook veel dwangarbeiders uit Oost-Europa en krijgsgevangenen in Bergen-Belsen geïnterneerd geweest en door de erbarmelijke omstandigheden daar om het leven gekomen. Het was geen vernietigingskamp, maar de kans dat je levend uitkwam was desalniettemin niet groot. Het maakt je stil als je er loopt. We hebben een paar weken geleden het boek gelezen over t Hooge Nest van Roxane van Iperen over Joodse verzetstrijders. Zij werden ook afgevoerd naar Bergen-Belsen. Het verhaal van het boek komt zo extra tot leven. Het is zeer indrukwekkend de tegenstelling te voelen tussen vredigheid nu naar horror van toen.

Het is dan wel een omschakeling naar Celle. Een gezellig oud stadje. Vakwerkhuizen, de meeste in goede staat. Prachtig. We brengen een bezoek aan de synagoge. Hier gelukkig nog geen dikke bewaking nodig voor de deur, dat hebben we in Duitsland en andere plekken in de wereld helaas ook al weer anders gezien. De stadskirche St. Martin is van de buitenkant best sober, van binnen is de kerk behoorlijk uitbundig voor een protestante kerk. Nou ja Luthers vermoed ik want er hangt een griezel van een lijdende Christus, iets wat je in een protestante kerk volgens calvinistische principes niet zult vinden.

Loom weekend in Friesland

7, 8 en 9 augustus 2020

Dit jaar kamperen we meer dan gebruikelijk in eigen land. Dit alles natuurlijk in verband met corona en het feit dat reizen naar een (ver) buitenland voor een langere periode niet makkelijk is. Op zondag heb ik een afspraak in Friesland met mijn studievriendinnen van de bibliotheekacademie. Een vriendschap van meer dan 30 jaar inmiddels. Dat geeft een mooie gelegenheid om er een lang weekend van te maken in de Drents-Friese wouden. We staan op Camping Utsicht. We zijn op tijd aangekomen, zodat we nog tijd hebben om een rondje te fietsen nadat we de tent hebben opgezet. We besluiten een rondje via Haulerwijk en Wijnjewoude te maken. De route voert ons langs heide, door bos en langs weiden. Een gevarieerd landschap, veel gevarieerder dan je zou bedenken bij Friesland. Als we langs een bosrand fietsen op een schelpenpaadje komen ineens een reebok en -geit in volle vaart uit het struweel zetten, in volle vaart over het weiland, richting een boerderij, daar lijkt de veiligheid ook niet te zijn dus met een ruime bocht terug over het weiland zoeken ze de veiligheid in een maisveld. Een fraai gezicht. Bij het restaurant van camping de Drie provinciën willen we een drankje doen. Op verschillende tafeltjes staat gereserveerd. Het is half vijf, dus nog niet echt etenstijd. Als wij vragen of we iets kunnen drinken wordt ons gemeld dat alle tafels gereserveerd zijn. Als ik vraag hoe laat die tafels gereserveerd zijn zodat wij kunnen bepalen of wij voor die tijd weg zijn blijkt dat een heel ingewikkelde vraag. Dat moet nagevraagd worden binnen. Terwijl we staan te wachten biedt een echtpaar dat op een loungebank een drankje drinkt ons aan om op de andere hoek van de bank plaats te nemen. Dat doen we, we bestellen een biertje en als we dat genuttigd hebben vertrekken we weer. Nog geen gast gezien die aan de gereserveerde tafels heeft plaats genomen. Slechte service wat ons betreft!

We fietsen vervolgens langs en over de Duurswouder heide. De heide begint inmiddels langzaam in de bloei te komen. In het lichtpaars licht een groot ven waar we twee grote vogels zien staan. Zijn het wellicht kraanvogels? We pakken de verrekijker erbij en jawel, we hebben het geluk om deze zeldzame vogels te zien. Er beweegt iets naast de vogels en dat blijkt een vos te zijn. Dat is echt heel bijzonder, de vogels zijn duidelijk niet gecharmeerd van Reintje en zetten hun vleugels op. De vos doet net of hij niks van plan is, een kraanvogel is denk ik ook wel een maatje te groot voor een vos. Bijzonder is het wel, dit gezicht. De avond is zwoel, de zon gaat rood achter de bomen onder.

We staan op tijd op, het gaat warm worden vandaag, over de dertig graden. We willen een wandeling maken in het Fochteloërveen, die ik heb gedownload van de site van gpswandelingen. We moeten even zoeken naar het begin, we hebben de TomTom verkeerd ingesteld. Gelukkig is er Google Maps, en blijkt dat we in Ravenswoude moeten beginnen. Uiteindelijk zijn we om 10 uur aan de wandel. Het is al heet. Eerst een stukje bos, dan via de rand van Ravenswoude over/langs asfaltweg aan de buitenkant van het Fochteloërveen. Op prikkeldraad zit een roodborsttapuit pittig van zich af te zingen. Wat is dit een mooi vogeltje. Bij een groot ven zien we exmoor pony’s en hereford koeien. Ze zoeken duidelijk verkoeling in de zinderende warmte. Het is jammer dat we niet door het veld kunnen lopen en zo wat meer het gevoel bij het veen krijgen.

Als we even later het gebied binnen lopen blijkt ook nog dat een stuk van een alternatieve route is afgesloten in verband met Corona en uitkijktoren ook. In het ven staan weer 2 kraanvogels. We lopen iets dichterbij voor een betere foto. Er ligt een diepe brede droge geul, ik zeg tegen J. dat we daar niet voorbij moeten gaan, zo blijven we wat uit het zicht voor de vogels. We lopen terug en achter ons staan ineens boswachters. We waren al op de terugweg en melden dat ook. De boswachters melden dat het pad is afgesloten in verband met de drukte die er soms is. En dat het echt niet de bedoeling is om ver van het pad af te gaan, dat we dan het risico lopen om de vogels te verstoren. Dat begrijpen we helemaal en we leggen uit dat we juist ook niet voorbij de brede geul zijn gegaan om dit te voorkomen. We zeggen dat we het jammer vinden dat de uitkijktoren gesloten is. Dat begrijpen ze, maar ook dat heeft te maken met corona en het feit dat het te druk kan worden zodat de 1,5 meter niet gehandhaafd kan worden. Nou ja, moeten we maar een andere keer terug komen.

We lopen verder door de ruigte en het bos. Na onze pauze waarin we geplaagd worden door vliegen en dazen lopen we naar de uitkijktoren. We komen opnieuw de boswachters tegen. We maken weer een praatje.. blijkt dat we de verkeerde kant op lopen voor de uitkijktoren. De boswachters zeggen dat ze juist met elkaar een geintje maakten dat als ze ons bij de uitkijktoren zouden treffen ze ons er dan wel op zouden laten. Nou die kans laten we ons niet ontlopen, dus we keren terug op onze schreden om naar de uitkijktoren te lopen. Met ons mogen nog twee fietsers die net aankomen mee naar boven. We zien weer 2 kraanvogels. Volgens de boswachters is de zeearend niet thuis, ik wist niet dat die ook hier in dit gebied voorkwam. Volgens de boswachter jaagt een zeearend naast op vis ook op ganzen en die zitten wel in het Fochteloërveen. Maar helaas, hij laat zich niet zien. Het is dan nog klein stukje naar de auto. We stoppen nog voor een biertje op een terras in Appelscha. De avond besteden we aan luieren op de camping. Op zondag heb ik een gezellig ontmoeting met mijn studievriendinnen. Fijn om elkaar weer in levende lijve te zien.

Rootsnatuurpad Rolde-Papenvoort-Hooghalen

31 juli en 1 augustus 2020

Dit weekend gaan we onze tocht over Neerlands wegen via het Roots Natuurpad vervolgen. We zijn inmiddels met G. En J. in Drenthe aanbeland. Dat betekent voor ons vroeg op, het is bijna 2,5 uur rijden naar het eindpunt van de wandeling van vandaag. We gaan 13 km lopen van Rolde naar Papenvoort. Omdat het zo’n korte etappe is vinden we dat we alle tijd hebben, tijd voor koffie met appelgebak. En tijd voor nog een kopje koffie, onderweg gaan we geen horeca tegen komen. We moeten het er nu we de kans hebben van nemen. Eenmaal op pad lopen we al snel Rolde uit, langs de karakteristieke kerk van Rolde.

We zijn in Drenthe en dat zullen we weten ook. Gelijk buiten Rolde staan twee hunebedden. Je kunt er met je hoofd toch niet bij dat de mensen toen, het Trechterbekervolk met zeer beperkte middelen in staat zijn geweest om zulke tijdsbestendige monumenten te maken. Geloof in een hiernamaals waar de overledenen voortleefden, familie die gebruiksvoorwerpen meegaven zodat hun geliefden niet onthand zouden zijn in het eeuwige en de wil tot samenwerken om de gestorvenen een goede rustplaats te geven stelden hen in staat tot deze bijna bovenmenselijke prestatie. Lang dacht men dat de hunebedden door reuzen was gemaakt, net zoals men dat van Stonehenge dacht. Je kunt je er alles bij voorstellen.

Drenthe, ik zei het al dus lopen we ook veel over en langs heidevelden. Het valt ons op dat de hei op veel plekken flink vergrast is. Dat is jammer, een bloeiend heideveld is een prachtig gezicht. Zover is het bijna, ten opzichte van vorige week in Noord-Brabant is de hei al iets verder. Dopheide in twee tinten en kraaiheide. De route is een beetje saai want we lopen veel over rechte wegen en paden. Gelukkig wel door een mooi afwisselend gebied van heide, velden en bos en dat vergoed veel. Het is geen broedseizoen meer dus in tegenstelling tot de vorige keer wandelen met G. en J. horen we nu niet of nauwelijks vogels zingen. Af en toe horen we een specht maar zien doen we hem niet. Vlak voor het eind van de wandeling kunnen we een boomkroonpad van StaatsBosBeheer bezoeken. Dat lijkt ons wel wat, dus lopen we een kleine kilometer van de route af naar het terrein waar dit spektakel zich bevindt. Er blijkt ook een kleine uitspanning te zijn met een terras. Het lijkt ons goed eerst een biertje te nemen alvorens het boomkroonpad te gaan lopen. Als ik binnen in het bezoekerscentrum vraag of we een toegangskaartje moeten hebben voor het pad is het antwoord bevestigend en zegt het meisje: “Je moet online bestellen en we zitten al tot en met maandag vol.” Dat is een flinke teleurstelling, dan nog maar een biertje als troost vergezeld met borrelhapjes.

We overnachting in Assen in City hotel De Jonge. We hebben niet zoveel zin om de stad in de lopen op zoek naar een restaurant. Nu de horeca weer open is zitten veel restaurants al vol, dus als we in het restaurant van het hotel kunnen eten vinden we dat prima. Helaas is het eten in het hotel matig. Ik heb risotto met zeebaars. De risotto is volgens mij met heet water klaar gemaakt, er zit kraak nog smaak aan. Jammer. Het lijkt alsof de kok vergeten is te proeven. Ook de vegan rendang die lief J. en vriendin J. hebben besteld kan de toets der kritiek niet doorstaan. Volgens ons is de kok vergeten dat er santen in rendang hoort, dit smaakt meer naar een stroeve curry. De saté die G. heeft is het enige gerecht dat goed gelukt lijkt te zijn. Ook het toetje is wat vlak. Jammer. De kamers zijn prima, goede bedden en ruime opzet van de kamer. Dat maakt voor ons verblijf veel goed. De prijs van de kamers inclusief ontbijt is namelijk alleszins redelijk. Na het eten besluiten tot een rondje door de stad. Hoewel Assen niet een oud centrum heeft zijn er bij het kanaal en de Markt gezellige terrassen die vol zitten, hoezo Corona?

Zondag passeren we ook weer veel heide en bos. Bij ons eerste koffiemoment dat we al na krap uur nemen hebben we uitkijk over een heideveld. Er vliegt een vogeltje tussen de heidestruiken, we zien niet goed wat voor vogel het is. We houden het op een roodborsttapuit. Terwijl we daar zitten passeert achter ons een groep jongeren. Ze lopen met muziek, een radio of telefoon of zo met een paar boxjes erbij. Het zal wel een generatiedingetje zijn, ik snap niet dat je terwijl je door de natuur loopt muziek wilt horen. Het lijkt me nou precies niet de bedoeling, je gaat toch naar buiten om tot rust te komen en de natuur op je in te laten werken. Ik word oud LOL! Op het Grolloërveld hangt donkere luchten voor ons uit. G. kijkt er naar en houdt een weersbeschouwing… “als nu de bui naar rechts wegdrijft, dan gaat het precies goed en houden we het droog.” De bui heeft niet geluisterd naar G. We voelen de eerste druppen vallen, kijken omhoog, zou het doorzetten of zijn dit schijnbewegingen? Terwijl we ons dat nog staan af te vragen worden boven ons de kranen vol opengedraaid. We schuilen half onder wat bomen en trekken onze regenjassen aan en trekken een hoes over onze rugzakken. G. staat zich geloof ik nog te verbazen over de snelheid en hevigheid van de bui. De jas is aangegaan, maar de hoes over zijn rugzak kost hem heel veel tijd. Zoveel tijd dat de rugzak volgens mij doorweekt moet zijn. Tegen de tijd dat het G. dan toch gelukt is de hoes om zijn rugzak te trekken houdt de bui het voor gezien en trekt verder. Even verder vinden we een bankje voor een lunch. Terwijl wij van onze broodjes genieten trekt achter ons aan het firmament een scala aan wolken voorbij. Een prachtig plaatje van intens blauw en wit boven het grijs, groen en paars van de heide.

Verderop is een uitkijktoren gebouwd. Er zweeft in de verte een roofvogel, is het een sperwer of een wespendief? We kunnen het goed zien, het lijkt in ieder geval geen buizerd te zijn. Bovenop de uitkijktoren hebben we een fraai uitzicht over het landschap en kunnen we twee grote ontvangstschotels van radio Westerbork bewonderen. Dan is het nog een stukje richting Hooghalen. Vlak ervoor ligt kamp Westerbork. Het is er druk, erg druk. Een volle parkeerplaats. Op weg naar het vakantiepark dat net voor ons eindpunt ligt staan spoorbielzen met bordjes… stille getuigen van afschuwelijke bladzijde uit onze nationale geschiedenis. Elk bordje heeft een datum, een getal en een naam van een concentratiekamp. Simpel en daarmee doeltreffend een gruwelijk verhaal van vernietiging vertellend.

We eten een hapje bij het park, het restaurant in het dorp waar G.en J. al eerder hebben gegeten is helaas al vol. Het is duidelijk dat deze maand er heel veel mensen op vakantie in eigen land zijn. Gedwongen door de corona zijn we met z’n allen ons eigen land aan het (her)ontdekken. Drenthe blijkt één van de favoriete bestemmingen en wij snappen wel waarom.

Roots route Noordhollands Duinreservaat

19 juli 2020

We hebben dit jaar meer dan gebruikelijk onze eigen achtertuin ontdekt. Eerder dit jaar liepen we al gedeeltelijk door dit gebied, toen de ‘zwarte route’ startend bij Johanna’s hof in Castricum. Nu lopen we de Roots route van 14,7 km startend bij Gasterij Nieuw Westert in Egmond-Binnen.

Het weer is bewolkt, maar aangenaam van temperatuur. Tussen de 20 en 25 graden, prima wandelweer. Na koffie met appelgebak bij Nieuw Westert gaan we op pad. De tocht is gevarieerd. Je loopt deels door de duinen, deels door bos en je kunt nog een doorsteek maken naar het strand. Al met al een prachtige tocht, waarbij de zon er zelfs af en toe tussendoor piepte. Een tocht die in elk jaargetijde prachtig is, maar die in het broedseizoen niet te maken is. Je loopt namelijk door broedterrein en daar mag je van 1 maart tot 1 juli niet lopen.

Er zijn onderweg twee vogelkijkplekken. De eerste is een volwaardige vogelkijkhut, de tweede is een scherm waarachter je naar een ven kijkt. In de vogelkijkhut kijken we uit op een groot duinmeer, waar Schotse hooglanders en Exmoor pony’s lopen te grazen. Er zwemmen een koppel eenden vlakbij de hut, een reiger lijkt in walhalla beland te zijn omdat hij om de haverklap iets vangt. Dat blijken watersalamanders te zijn, volgens een dame die zich bij ons voegt in de hut zit er geen vis in het meer. Er zwemmen ook drie geoorde futen in de plas. Een paartje dat nog één jong heeft, zoals gebruikelijk bij futen zit dat verstopt bij mama op de rug onder de veren. Pa zwemt af en toe met wat prooi, waarschijnlijk ook met kleine watersalamanders. Prachtige vogels, niet eerder gezien. Apart met de rode ogen en de gele veren naast de ogen. We verwachten niet dat we het jong nog gaan zien, volgens de dame die duidelijk vaker komt is het nog een kleintje. Maar warempel als pa met een lekker hapje aankomt zien we het kleine koppie onder ma’s veren vandaan piepen. Vertederend gezicht dat kleine ‘zebrakoppie’.

Onderweg zien we een vogel waarvan we geen idee hebben wat het is. Hij hipt op het pad voor ons, ziet er een beetje uit als een lijster maar heeft duidelijk een rodebruine vlek boven de staart. Een lijster kan het dus niet zijn. In het vogelboek in de auto zoeken we het op, we houden het op een jonge blauwborst.

We doen een tussenstop bij de strandtent Zilverzand aan het strand. Het weer is helaas niet zodanig dat een duik in de zee aanlokkelijk is. Onze meegebrachte zwemspullen gaan ongebruikt mee terug naar huis.Bij het andere vogelkijkscherm spotten we een andere fuutachtige, een dodaars. Goede score in de fuutachtigen vandaag 😉 We sluiten af met een biertje bij de Gasterij. Mooie wandeling, een aanrader.

De Veluwe op: Westerborkpad Nijkerk-Putten-Harderwijk

Het is een hectische periode geweest de afgelopen tijd. Wat is het dan fijn om je hoofd leeg te kunnen maken tijdens het wandelen met vrienden. De voorspellingen voor dit weekend zijn dat het regenachtig en ook zonnig zal zijn. Echt Nederlands weer dus. We starten in Nijkerk met onze wandeling, nadat we eerst onze auto’s bij het station van Putten hebben neergezet. Het is een kleine traditie om wandelingen te starten met koffie met appeltaart, mits voorhanden natuurlijk. Gelukkig is het Koetshuis open en kunnen M. en B, lief en ik daar op het terras neerstrijken. Innerlijk versterkt kunnen we daarna op pad.

Nijkerk is een leuk plaatsje. Ik kende het een beetje uit de tijd toen ik nog in Zeewolde woonde er wel eens naar toe fietste. Vaker ging ik dan naar Harderwijk. Ik was dus toch wel verrast door het aangename centrum. Het eerste stuk van onze route is een samenkomen van klompenpaden, Zuiderzeepad en Westerborkpad. Goed opletten dus dat we niet de verkeerde bewegwijzering volgen. Op de rand van Nijkerk lopen naast een woonhuis een paar koddige kippen. We staan ze te bewonderen en de eigenaresse komt vol trots achter het huis vandaan om ons te vertellen wat voor kippen het zijn, en hoe leuk en gezellig ze wel niet zijn. Dat is één van de leuke dingen van wandelen, je kunt ook zomaar heel grappige of bijzondere gesprekken voeren.

B. weet ons te vertellen dat volgens buienradar er tussen 12 en half één een stevige bui regen zal vallen. En jawel, het begint eerst met een miezertje, maar even later komt het in vlagen naar beneden. We schuilen onder een grote boom bij een oude boerderij. Tegenover ons een akker waarvan de rand omzoomd is met akkerbloemen. Gesubsidieerd voor de biodiversiteit, de bijtjes en de vlinders… wat mooi ziet dit er uit. Van mij mogen alle boeren een rand met akkerbloemen rondom hun velden zetten.

Als we verder lopen horen we het gekras van een raaf. Wat draagt dat geluid ver, hij zit boven in een elektriciteitspaal, zeker een kilometer verderop. Dit is een gebied waar je kunt zien dat het vroeger arm moet zijn geweest. Veel kleine boerderijen, op kleine percelen. Nu zijn het luxe huizen voor de well-to-do. Het is een gebied voor hobbyboeren geworden, met af en toe een melkveehouderij. Veel paarden in de wei, geen hobby voor armoedzaaiers en dus af en toe melkvee. Wat ik dan wel weer leuk vind is dat er behoorlijk gemengd bontvee staat, rood- en zwartbont.

In Putten komen we langs het monument voor de represaille razzia van de nazi’s in de tweede wereldoorlog. Bijna alle volwassen mannen, zo’n 660, zijn als vergelding voor een mislukte aanslag op een aantal nazi’s weggevoerd naar Kamp Amersfoort. En van daaruit naar de concentratiekampen in Duitsland waar ze of vergast of omgekomen zijn door honger en ziekte. In Putten zelf werden 110 huizen in brand gestoken als wraak. Afschuwelijk. Het beeld van de boerenvrouw is treffend in zijn eenvoud, het herdenkingspand vertelt het droevige verhaal van de mislukte aanslag en waar de mannen naar toe zijn gevoerd en hoe het met hen is afgelopen. Huiveringwekkend. En zo actueel nu in dit weekend Srebrenica herdacht wordt.

We hebben een overnachting geboekt in Hof van Putten. Een groot hotel, wat volgens B. ook conferentieoord voor het CNV is. Nu geen conferentiegangers, allemaal vakantiegangers. Door COVID-19 gaan heel veel mensen in eigen land op vakantie. Dat is te merken, het hotel zit vol. Gelukkig hebben we op tijd geboekt, ook voor het restaurant van het hotel. Maar eerst hebben we een biertje verdiend na de wandeling. Heerlijk in het zonnetje op het terras. Daarna douchen en naar het restaurant. De kaart is niet erg uitgebreid, keuze uit vier hoofdgerechten. Maar het volstaat, we kiezen allemaal iets anders 😉

De volgende ochtend na het ontbijt rijden we eerst met onze auto’s naar het station van Putten, daar vervolgen we onze tocht. Ook vandaag afwisselend asfalt en onverhard. Ik loop liever onverhard, maar deze stukken asfalt zijn meestal smallere landweggetjes tussen landerijen door. Dan kan ik het nog wel hebben. We passeren het Kasteel de Vanenburg. Een prachtig landhuis, dat helaas in de tweede wereldoorlog ook een tijdje dienst heeft gedaan als werkkamp. Daarom staat er buiten de poort een gedenkteken. Binnen de poort kun je door de tuinen lopen, maar volgens goed biblebelt gebruik is het kasteel zelf niet te bezichtigen. We lopen door.

Er staan hier fraaie optrekjes, beetje havezathe-achtig. Niet verkeerd. Overigens afgewisseld met grote boerderettes die mij niet echt kunnen bekoren. In een weiland staat een kleine kudde Schotse hooglanders. Mooie beesten. Er lopen kalfjes tussen, wat een snoepjes! Het zijn bijna beertjes zo harig zijn ze en met hun ronde oren langs hun koppies. Echt leuk.

Ons pad voert ons via de Groevenbeekse heide richting Ermelo. De heide staat helaas nog niet in bloei, al zie ik wel wat kleine paarse bloemetjes in één struikje. Na de heide lopen we door de buitenwijken en villawijken van Ermelo. Bij een vijver gaan we op een bankje zitten. Het is een klein ven ontstaan doordat er in het verleden iemand bij het graven een bron heeft geraakt. Nu welt het water al borrelend omhoog en maakt een aardig ven zo op de rand van het dorp. Het trekt oude van dagen, gezinnen met kinderen. Allen gewapend met een zak oud brood en dus zijn er ook de nodige eenden in de plas aanwezig.

We lopen verder. Op de hoek van een paaltje langs het pad zit een brutaal jong roodborstje. Hij is nog niet op kleur, zijn borst heeft wat roestbruine veertjes. Maar voor de duvel niet bang, hij blijft gewoon zitten als wij dichterbij komen, ons daarmee voldoende mogelijkheid gevend om hem eens even mooi op de foto te zetten.

In Harderwijk lopen we eerst wel heel veel door nieuwbouwwijken. Fraai hoor, maar ’t geeft mij dan wel het gevoel dat je er doorheen moet om op je eindpunt te komen. En je ziet hoe Nederland aan het verstenen is. Tussen Nijkerk en Putten had je nog wel het gevoel dat je ‘buiten’ liep. Vandaag zat dat gevoel er al een stuk minder in, wel natuurlijk de hei en het stuk net buiten Putten. Maar nu van Ermelo naar Harderwijk is het de ene buitenwijk uit, de andere in. Tja. we willen ook graag mooi en ruimtelijk wonen in ons land.

We komen langs de Joodse begraafplaats in Harderwijk. Mooi, verstild, klein. Toch nog in gebruik want er liggen naast heel oude graven ook zeker een paar recente stenen. Na de begraafplaats lopen we door naar het station. Daar is het wachten op de bus. Er zijn werkzaamheden aan het spoor, dus vervangend vervoer. We sluiten af met een late lunch en een biertje/wijntje bij ‘De Oude Deel’ net naast het station van Putten.

Hollandse luchten, rondwandeling Brakel

3 juli 2020

Ons jaarlijks weekend weg met A. en M. dreigt niet door te gaan in verband met corona. Dus besluiten we nu de maatregelen versoepeld zijn een dagtocht te maken. A. heeft een oude wandeling die hij en M. ongeveer tien jaar geleden hebben gedaan opgediept. Hij heeft de gpx gegevens doorgestuurd, die heb ik op mijn gps gezet. Het betreft een rondwandeling bij Brakel aan de Waal. Wij pikken hen op in Amsterdam en rijden dan gevieren door naar het Gelderse.

Rond een uur of elf zijn we ter plekke. We zetten onze auto onderaan bij de pont neer en steken vervolgens de rivier over met de pont. Mondkapje op. Aan de overkant begint de echte wandeling. Het dorpje Brakel laten we min of meer links liggen, we slaan gelijk rechtsaf richting Slot Loevestein. Op het dijklichaam is door dorpsbewoners een strook met akkerbloemen ingezaaid. We hebben wat dat betreft onze wandeling goed getimed, de klaprozen en korenbloemen staan prachtig te bloeien, vergezeld door gele en witte bloemen waarvan ik niet allemaal de namen ken. Het is een fraai gezicht.

undefined

De tocht loopt eerst over het geasfalteerde fietspad boven op de dijk. A. zegt dat hij zich niet kan herinneren dat dit tien jaar geleden ook zo was. Wellicht is dit gebeurd bij de dijkverhoging, want waarschijnlijk is dat wel doorgevoerd nadat er in de jaren negentig grote risico’s waren op dijkdoorbraken. Ik krijg een soort déjà vu van één van de etappes van het Maarten van Rossumpad, door de Betuwe die ook een heel stuk over een fietspad boven op een dijk ging. Maar gelukkig buigt het fietspad na ongeveer een uur lopen naar links en kunnen wij rechtdoor de uiterwaarden in.

Op dat punt vinden we dat we koffie en lunch hebben verdiend. Voor het eerste hebben wij gezorgd A. en M. hebben de overige catering op zich genomen. Terwijl we van de meegebrachte waren genieten genieten we van het uitzicht. Aan de horizon aan de andere kant van de Waal de toren van Gorinchem, voor ons een weiland met een weelde aan bloeiende en uitgebloeide bloemen. Het bruinrood van zuring, paarse distels, kattenstaart, kamille, kaasjeskruid, akkerwikke, honingklaver. Ik ben niet zo thuis in de planten maar M. wel en A. heeft een handige app op zijn telefoon waarmee hij ook het één en ander op kan zoeken. Deze bloemenpracht ontvouwt zich voor ons onder echt Hollandse luchten. Intens blauw, met grote witte wolken, afgewisseld met donkere wolken waaruit zelfs een paar druppen vallen. En dan echt een paar: twee of drie.undefined

Gevoed en gelaafd lopen we verder. Er is ook aan ‘ruimte voor de rivier’ gedacht, er is een aftakking voor de Waal gemaakt, waar bij hoogwater de rivier meer ruimte krijgt. Nu zwemt er een knobbelzwaan, een paartje kuifeenden, een bergeend. Op de landtong een flinke groep grauwe ganzen en een stuk of dertig lepelaars. Wat een fraaie vogels zijn dat. Ze zijn heel herkenbaar als ze lopen te fourageren, doordat ze met hun typische snavel van links naar rechts en weer terug door het water gaan. En dan natuurlijk de vorm van de snavel en hun witte kuifveren.

Bij het naderen van Slot Loevestein zien we een grote kudde koniks. Mooi gezicht in het geel van het bloeiende koolzaad. Het ziet er in eerste instantie vredig uit de grazende paarden. Even later breekt er een hengstengevecht uit. Er wordt gehold, gebeten, gesteigerd en achterna gezeten als één van de twee hengsten het onderspit heeft gedolven. En dan keert de rust weer terug in de wei.undefined

We hebben toegangstickets voor Slot Loevestein online besteld maar we zijn te laat. Bovendien komt het veer naar Vuren over ongeveer een half uur, die gaat maar één keer per uur. Dus dat bezoek aan Loevestein moeten we een andere keer doen. We maken een paar foto’s, onder andere van een meerkoetengezinnetje dat in de slootgracht domicilie houdt. Hier zie ik in de praktijk dat het klopt. Meerkoetenjongen krijgen een roder kopje naarmate ze korter geleden uit het ei zijn gekropen. Het kleinste jong heeft veruit het roodste koppie en krijgt de exclusieve aandacht van één van de meerkoeten. De andere twee jongen moeten om de aandacht en daarmee het voer vechten van de andere ouder.

Het veer voert ons terug naar de noordzijde van de Waaloever, naar Vuren. Bij het fort besluiten we te pauzeren. Heerlijk biertje ter versterking van de innerlijke mens. Intussen zijn de meeste donkere wolken weggewaaid en wordt het nog gewoon mooi weer. We steken net voorbij het fort opnieuw omlaag de uiterwaarden in. Het pad langs een oude steenfabriek loopt helaas dood, dus een stukje terug door Vuren en dan weer de uiterwaarden en weilanden in. We zien in de verte een lange rij auto’s staan, in de rij voor de pont. Dat is ons eindpunt. Ik zie nog een paar zwarte sterns boven het water wieken. Die had ik nog niet eerder gezien. Vandaag ook een paar visdiefjes gezien, naast ooievaars, kokmeeuwen, aalscholvers en een aantal veldleeuweriken.

We rijden naar Oosterwijk, vlakbij Leerdam alwaar A. heeft gereserveerd bij De Lingehoeve. Fraai gelegen onder aan de Linge. We zijn aan de vroege kant maar dat is niet erg. Het zonnetje schijnt en dan kunnen we eerst nog wat drinken. De bloemen op het terras trekken onder andere een kolibrievlinder aan. Ook nog nooit eerder in levende lijve gezien. Niet te vangen op de foto, net als zijn gevleugelde vogelnaamgenoot hangt deze vlinder met snelle vleugelslag bij een bloem voor de nectar en vliegt dan weer snel verder. Fraai hoor.

Na een heerlijk maaltje rijden we via Amsterdam waar we A. en M. afzetten terug naar huis. Een heerlijke dag gehad, fijn gewandeld in een echt Hollands landschap.

Roots Natuurpad Zuid-Laren-Rolde

19 juni 2020

We moeten vandaag eerst ons huisje op- en leegruimen. We hebben genoten van deze plek. Midden in een aardappelveld, met uitzicht op de velden aan de ene kant en op een bos aan de andere kant. ’s avonds alleen het geluid van de wind en de vogels. Ook dit Roots Natuurpad bevalt ons zeer. Je wandelt van natuurgebied naar natuurgebied. En zo gaat het ook vandaag weer. Het mooiste dat Nederland en in ieder geval Drenthe te bieden heeft. We lopen door het gebied van de Drentse AA. Naast het coulissenachtige landschap valt er veel te bewonderen aan flora en fauna. We zien weidebeekjuffers, ooievaars en de ‘tot vervelens toe’ (niet echt) aanwezige buizerds.

Via de Gasselter duinen zal de tocht naar het Balloërveld leiden. De kudde heideschapen die hier schaduw zoekt onder een boom bij een bankje jaagt een paar wandelaars weg van die bank. Terrorschapen… we zien het van een afstand gebeuren. We kunnen de gevolgen van teveel stikstof en verrijking van de grond zien. Er is op sommige stukken sprake van heel veel vergrassing van de heide, en het is ook heel droog. Droog en dor, met af en toe een boom. Dat levert wel het beeld op van ruigte waardoor je je ‘op de grote stille heide’ voelt. In combinatie met de kudde schapen… alleen de herder en zijn hond ontbreekt nog.

undefined undefined

Het laatste stukje naar Rolde gaat over asfalt. De toren wenkt ons al van verre en vooral de gedachte dat er vast een terrasje is waar een biertje kan worden gevat. Het wordt een biertje en een vroeg diner. Er hangt een vette bui boven ons. De eigenaar van het restaurant vraagt of we naar binnen willen, nu is er nog ruimte. En volgens zijn informatie zal de onweersbui binnen nu en half uur losbarsten. Dan kiezen we toch voor binnen zitten en als het even later begint te waaien en te gieten zijn we blij met onze keuze. J. en ik zijn rond een uur of acht thuis.. Een kleine week fijn gewandeld en we kunnen concluderen dat vakantie in eigen land ook heel mooi is.

Roots natuurpad, Glimmen – Zuid-Laren

18 juni 2020

Het is vandaag druilerig weer. De enorme regenbuien die gisteren en vannacht in het zuiden van ons land zijn gevallen trekken naar het noorden. Het is bosrijk deze plek waar de wandeling begint. Voordat we het natuurpark de Hondsrug inlopen stoppen we voor koffie met appelgebak bij herberg Blankenberghoeve. Van de Hondsrug steken we door naar het Noord-Larensebos. Opnieuw zien we een middelste bonte specht. Toch al behoorlijk vaak deze vogel gezien.

Het is hier geen land van Winnie de Poeh, maar toch lopen we door het 50 bunderbos. Dat bos van Winnie is natuurlijk het honderd bunderbos, weet ik ook wel. Leuke naam voor dit gebied dat bestaat uit bosjes en heide. We horen het geluid van de vijfde van Beethoven. Dus moet er ergens een geelgors in de buurt zijn. Een geelgors en een roodborsttapuit, een leeuwerik… het is genieten. Af en toe valt er wat regen, geen stevige regenbui maar zacht doorregenend. Goed voor de tuin en de akkers.

Terwijl we verder lopen wordt de lucht al dreigender. De lucht raakt zwanger van regen. We stoppen nog om onze meegebrachte koffie te nuttigen, bij een bank neergezet voor moede wandelaars. Op het veld tegenover de bank staat een bont varken. Niet zomaar een bont varken maar één met een skippybal. Volgens het bord zijn hok kan het dier zich prima redden al loopt hij mank. Of de bal nu bedoeld is als oefenmateriaal of om zich voort te bewegen is ons niet helemaal duidelijk. Het begint een beetje te regen maar zet niet door.

undefined

Daarna lopen we door een stukje stuifduin naar Zuid-Laren. We hebben bedacht om daar te lunchen. We zitten net binnen bij Cosineros als er een enorme regenbui losbarst. Goed getimed. Na de lunch lopen we terug naar de auto. Op de stoep ligt een oudere man, hij is gevallen met de fiets. Een van pijn vertrokken gezicht, bloed in zijn gezicht en een pijnlijk been. Het is duidelijk dat hij niet op zijn been kan staan. Ik bel 112 en we wachten tot deze komt. We zorgen dat de fiets van de man bij de snackbar aan de overkant wordt geparkeerd, geven de sleutel aan hem af en laten hem achter in de goede handen van de ambulancebroeders. Bij de parkeerplaats blijkt de auto van G en J een platte band te hebben. Nog meer oponthoud, maar ach wat kan het ons schelen.

’s avonds rijden we naar Groningen, we bezoeken het Groninger Forum. Prachtig gebouw, maar ik ben niet onder de indruk van de bibliotheek. We zijn er na zessen, en er is geen personeel meer aanwezig om vragen te beantwoorden. De jeugdafdeling is ook gesloten. Alsof kinderen niet na zessen meer in de bibliotheek zouden komen. Heel bijzonder, weinig klantvriendelijk. We eten een daarna heerlijk bij Florentin, in de oude gasfabriek. Aparte kaart, mix van verschillende keukens waaronder die uit Libanon.

Roots natuurpad Bruggetje Schildjet Tilbat – Harkstede

16 juni 2020

Vandaag lopen we van het ene natuurgebied naar het andere. Van het bruggetje Schildjet Tilbat bij het gemaal Sans Souci door het Roegwold. Daar zien we een blauwborst zitten en een rietgors. En een eigenwijs lam wil ons de weg versperren. Van het Roegwold via een klein stuk asfalt steken we door naar het Dannemeer. Een groot plassengebied met daarin een vlonderpad. Het doet qua sfeer denken aan de Weerribben en Wieden. Grote plassen en moerasgebied. Het is er erg mooi, weids en rustig. Een echte eyeopener. Als we koffie zitten te drinken met uitzicht op het meer, waarin ganzen, visdiefjes, kokmeeuwen, steltlopers en kieviten hun kostje bij elkaar scharrelen zien we op de bloeiende distels diverse bruine zandoogjes. Een heel lief vlindertje. En opnieuw zit in het riet voor ons de nodige vogeltjes, sommige laten zich heel even zien, de meesten laten zich vooral horen.

We lopen verder naar het Duurswold. Daar zouden we een ijsvogel moeten kunnen spotten en bruine kiekendieven. De laatste zien we, de eerste niet. Verder opnieuw rietgorzen, kleine karekiet en een veldleeuwerik. Bij het verlaten van het gebied zien we een hertenbok in water staan. Heel alert kijkt hij om zich heen, en als hij ons spot vertrekt hij met een paar grote sprongen de rietkraag in.

undefined undefinedundefined undefined

Bij het buurtschap Woudbloem strijken we neer bij een picknicktafel om daar te lunchen. Het is warm aan het worden. Het laatste stuk naar Harkstede is een lange rechte weg. We zijn na anderhalve dag wandelen op dit natuurpad al verwend met schelpenpaadjes, graspad en af en toe een betonnen fietspad. Dit lange stuk asfalt tussen weides en akkers door, almaar rechtdoor kan ons niet echt bekoren. We krijgen er moede voeten van. Bij ‘ons’ torentje fladdert een roodborsttapuit boven de aardappelen en een groenling zit boven in een boom, of is het toch een geelgors? Na het eten lopen J. en ik naar een zwemmeertje in de buurt. Het is meer een uitlaatplek voor honden, en duidelijk ook de plek voor recreatie voor buurtbewoners van Tripscompagnie. Er lopen nog veel wandelaars zo rond een uur of negen. Het is dan ook een mooie avond, met gouden zonlicht op het bos en het torentje.