Amsterdamse Waterleidingduinen

Je leest wel eens wat, en dat sla je dan op in je achterhoofd als je denkt dat het leuk is om een keer te doen. Zo las ik in het tijdschrift van de Vogelbescherming dat je prachtig kunt wandelen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. En omdat we nog een dag ‘over’ hadden in onze vakantie in Nederland besloten we om daar een wandeling te maken. Gezocht op internet naar een leuke wandeling, en gevonden. Een route van Toeractief, uit een boekje… wat we niet hebben. Geen gps-bestand gevonden, wel een beschrijving. Onduidelijk hoe oud de route is, maar ach… in Nederland kun je niet zodanig verdwalen dat je de weg niet meer terugvindt toch? Dus we pakken onze dagrugzakken in, op zoek naar damherten en wisenten. Je schijnt over de eerste te struikelen, de tweede moet je wat meer geluk voor hebben om ze tegen te komen.

Het is druk op de parkeerplaats bij Vogelenzang. Dat belooft wat voor de wandeling… hopelijk wordt het niet file lopen. We lopen via een vlonderpad naar het bezoekerscentrum, dat in verband met corona nog steeds gesloten is. Er staat een vertederend beeld van een familie die gaat picknicken. Dan loopt onze wandeling het bos in, waar we gelijk al wat moeten zoeken. De tekst klopt niet met wat we aantreffen. Paaltjes met andere kleur, is iets wel of niet een pad? We nemen een koffiepauze op een bankje in een stuk gemengd bos. In een dennenboom tegenover ons kwinkeleert boven in de top een vogel. Camera erbij, kijken of ik de vogel kan ‘vangen’. De verrekijker geeft uitsluitsel welke vogel daar het hoogste lied zingt: een gekraagde roodstaart. Mooi hoor, en nog nooit eerder gezien.

We lopen verder, en vlak voor ons steken twee damherten het pad over. Check… die hebben we in ieder geval gespot, nog onwetend van hoeveel herten we nog zullen gaan zien. Het pad loopt het bos uit en weer moeten we zoeken. De wildroosters die in de tekst worden genoemd vinden we niet, we lopen maar een beetje op gevoel. Vlak naast het pad zien we ineens een egel liggen. Zo midden op de dag, dat is wel apart. Is hij dood of ligt hij te slapen? Maar ook dat is raar want dat doet een egel niet midden op een veld. Het beestje ligt zeer moeilijk te ademhalen, een soort snurken maar met heel tussenpozen. Hij heeft wat raar wit spullen tussen zijn achterpoten zitten. We vragen ons af of de egel misschien besmet is met het mysterieuze virus dat huishoudt onder egels. We vrezen dat het beestje het niet gaat redden, en we zien ook geen mogelijkheid om hem mee te nemen. Met enige spijt laten we hem liggen en lopen door.

undefinedundefinedundefinedundefinedundefinedundefined

We komen uit bij een meer, rechts voor ons ligt Zandvoort. Maar daar moeten we niet zijn. Kijkend naar het kaartje van de wandeling zullen we het meer linksom moeten ronden. Terwijl we dat doen ligt er ineens een damhert. Dood. Wat is dat vandaag? Al het tweede dier dat we dood (of stervend) aantreffend. Het hert ligt er onnatuurlijk bij, en kijkend naar de ogen is het dier nog niet lang dood. Geen idee of een hertenkadaver in de vrije natuur mag blijven liggen gezien de voedsel- en warenwet. Voor vossen en roofvogels is een dood hert een mooi buitenkansje.

We lopen verder, en hebben het idee dat we de route toch wel min of meer volgen. Het is een afwisselend gebied. Kanalen voor de waterzuivering met super helder water, meertjes, zandgronden met grasvlakten, af en toe bosschage hoog en laag. Het doet omdat het droog en kaalgegraasd is een beetje denken aan Afrikaanse savannen, een soort Nederlandse Serengeti 😉 waar de damherten voor impala spelen.

We nemen nog een theepauze op een bankje met uitzicht op twee grazende damherten. Op weg naar de uitgang ziet lief ineens een hagedis tussen de bladeren. Het blijken er zelfs twee te zijn, een zandkleurige en een knalgroene. Zo te zien onderbreken we hier een paring want het groene mannetje zit het bruine vrouwtje achterna. Nadat ik foto’s heb gemaakt van de twee laten we ze maar over aan hun liefdespel. Nog iets verder liggen op een veld een kudde damherten met daarbij een jonge bambi. Wat een aandoenlijk beestje, nog wat wankel op de pootjes.

Onze evaluatie van deze wandeling is dat we deze vast nog wel een keer weer gaan doen. Mooi en afwisselend.

West-Friese Omringdijk 3

Na een redelijke nacht, de bedden waren oké maar niet geweldig wacht het ontbijt. We betreden een lege zaal. Er was ons de avond van te voren gemeld dat het een mengeling zou zijn van een buffet en vers bereide artikelen. Of we een eitje lusten… zeker wel.. lekker een gebakken eitje. Dan verwacht je eigenlijk wel dat er personeel aanwezig is. Dat duurt even voordat een dame zich meldt. Het is ons inmiddels in het buffet opgevallen dat er wel zuivel staat maar geen muesli. Als de dame komt en wij navraag doen hebben ze alleen cornflakes of cruesli. Ik vind dat toch wel een ‘gebrek’, in veel hotels hebben ze alleen cruesli of cornflakes, maar geen ongesuikerde ontbijtgranen. Hier ligt nog wel wat te winnen in de hotelwereld. Als we vragen om ons gebakken eitje vraagt ze of ze in één pan mogen. Dat is geen probleem wat ons betreft. Als de eieren dan komen heeft ze er een soort van omelet van gemaakt, niet twee aparte eieren. Beetje bijzonder is het…

Het weer is omgeslagen, het is bewolkt. Dat geeft andere plaatjes van Enkhuizen dan gisteren in de stralende zon. Iets somberder. We willen toch een beeld hebben en vastleggen van wat dit stadje te bieden heeft dus fietsen we een rondje. Een mooi stadje, gezellig. En ook zeer toeristisch, in de hoofdstraat barst het van de horeca en andere uitgaansgelegenheden. Al fietsend komen we bij de Westerkerk. Op de hoek van het pleintje van de kerk heet het Meidenmarkt. In het kantoor op de hoek zit een relatiepraktijk. Daar moet ik wel om glimlachen…mooi uitgekozen plek voor zo’n bureau 😉 als het niks wordt met de relatietherapie kan je altijd de markt op…

We verlaten Enkhuizen en vertrekken richting Hoorn. We willen daar een bakje koffie doen. Hoorn blijkt toch verder weg dan we dachten. En onderweg moeten we ook nog paar keer stoppen om foto’s te maken. Onder andere van rietgorzen die luidkeels hun aanwezigheid laten merken en acrobatisch in een rietstengels balanceren. Wat een mooie vogeltjes zijn het.

Uiteindelijk belanden we dan toch in Hoorn. Geen koffie meer, het wordt lunch. Deze keer niet aan het Roode Steen, maar net om de hoek bij de haven. Ook Hoorn is een fraai oud stadje. Duidelijk rijker en groter dan Enkhuizen. Rijk geworden onder andere van de handel met de oost, van de VOC. Het heeft Hoorn flink wat mooie panden opgeleverd.

undefined

Na Hoorn verlaten we het IJsselmeer. Voordat we het water achter ons laten zitten twee aalscholvers hun veren te drogen op de palen waaraan vissersnetten in het water staan. Ik vind aalscholvers prachtige vogels, de gele vlek bij de ogen, de grijze vlekken die bijna op schubben lijken, de manier waarop ze hun vlerken drogen. Via Oudendijk fietsen we richting Avenhorn. Oudendijk heeft een lintbebouwing langs het kanaal naar Avenhorn. Oude boerderijen en een kerkje dat spiegelt in het vlakke water van het kanaal. Het heeft niet echt een kern, gewoon een lange rij huizen aan beide kanten van de weg. De HVC aan horizon met zijn rookpluimen wenkt ons huiswaarts. Thuis wacht… langs de molens in Oudorp fietsen we naar huis. Drie dagen heerlijk gefietst en onze achtertuin opnieuw verkend.

Roots natuurpad, Harkstede – Glimmen

17 juni 2020

We starten in Harkstede. Het eerste stuk gaat over asfalt. We moeten eerst de bebouwde kom uit.In de ‘buitenwijken’ (Harkstede is niet echt groot) steken we tussen twee recreatieplassen door, de Harkstederplas en de Scharmerplas. Blijkbaar is men hier nog uit de hippietijd, of zijn er veel verstokte nudisten, of mensen ‘van losse zeden’ 😉 want op meerdere plekken staat nadrukkelijk dat naakt zwemmen verboden is.

We lopen langs de buitenplaats Vaartwijk, vast heel mooi, maar door een grote rij van rode beuken aan het zicht onttrokken. Waarschijnlijk is het in de wintermaanden wel te zien, afgaande op de trappartij aan de voorkant is het een indrukwekkend optrekje. Iets verder zit appelgaard Westbroek. Een fruitboomgaard, gerund door vrijwilligers. Voor wandelaars staan er picknickbanken, en daar maken we graag gebruik van om onze koffie te nuttigen. We zitten er heerlijk rustig, maar dat is schone schijn. Lief wordt bijna te grazen genomen door een teek. Gelukkig spot hij hem op tijd voordat het ongedierte zich kan vastbijten en volzuigen.

Om ons heen kwinkeleren de nodige vogels en een specht laat zijn alarmroep horen. Even later zien we hem ook: een middelste bonte specht. Schitterende vogel met zijn rode petje en zwartwitte schaakbord markering op zijn rug. Het is nog een hele uitdaging om hem op de foto te krijgen. Telkens als ik hem in het vizier heb wipt hij al weer door naar de achterkant van de stam waarop hij zit. Frusterend…. maar het lukt me uiteindelijk toch.

undefined undefined undefined undefined undefined

We worden ingehaald door een echtpaar, die aan het boekje te zien ook het Rootspad lopen. Dat is de eerste keer dat we mensen tegen komen die hetzelfde lopen als wij. Ze blijken uit Hilvarenbeek te komen, en al meer dan 30 jaar lange afstandswegen te lopen. Ze twijfelen bij een afslag, ze hebben een eerdere editie van het boekje en lopen zonder gps. We kunnen hen gelukkig op het goede pad houden 😉

Iets verderop lopen we door Westerbroek, een lange lange rechte laan tussen bomen door en met rechts een moerassig gebied wat een natuurreservaat is. De combinatie van de relatieve luwte tussen de bomen en het moerasgebied maakt dat het er barst van de muggen. Een beetje doorlopen dus. Als we de laan uit zijn staan we vlak bij het hotel Van der Valk. Het is lunchtijd vinden we, dus wij stoppen. Het echtpaar uit Hilvarenbeek dat min of meer hetzelfde tempo loopt en dus binnen gehoorafstand is, wensen we een fijne dag en wellicht tot ziens. Bij Van der Valk houden ze zich strikt aan de coronamaatregelen. Handen ontsmetten, looplijnen, namen en telefoonnummers doorgeven. De bestelling wordt op 4 meter afstand opgenomen en er is een bijzettafel op meer dan 2 meter waarop wordt uitgeserveerd. Alles om een boete of besmetting te voorkomen.

Gelaafd en gevoed lopen we via een klein stukje asfalt de Oosterpolder in. Een ruigte met veel paarse distels en bloeiend vingerhoedskruid. In het routeboekje worden reeën aangekondigd, maar de natuur laat zich niet regisseren. Bovendien is het midden op de dag, dus de kans is ook wel erg klein. Er vliegen wel veel zwaluwen en gierzwaluwen boven ons, met ook een buizerd. De aanwezigheid van die laatste wordt door de zwaluwen niet echt op prijs gesteld dus ze vliegen rakelings langs hem heen om hem weg te jagen. Als we het dichtbegroeide pad met het vingerhoedskruid en zuring verlaten komen we op een t-splitsing. Lief J. is vooruit gelopen en staat daar niet… we moeten links, en ik vermoed dat J. rechts is gegaan. Bellen… geen gehoor. Ik sla toch maar af naar links en hoop dat hij daar ergens is. Ik vraag na bij een ouder echtpaar op een bankje of ze J. hebben gezien. Nee, dat hebben ze niet. Ik bel… voicemail. Aan het eind van het pad wacht ik op J. en G. en blijf af en toe lief bellen. Uiteindelijk belt hij mij. Waar we zijn 😉 En dat hij van een ouder echtpaar heeft begrepen dat wij hem zoeken…. Pad terug gelopen J. tegemoet die maar niet begrijpt waar hij is misgelopen…. geen t-splitsing gezien…. de natuur laat zich niet regisseren en mijn lief ook niet hahaha 🙂

Dit Rootspad is een echt natuurpad. Degene die de route hebben uitgezet hebben echt zoveel mogelijk de natuur opgezocht. Je loopt weinig door dorpen, dus buiten om Haren naar Onnen. Waar Haren echt een rijk dorp is, straalt Onnen wat meer soberheid en armoede uit. Net buiten Onnen zit een ooievaar op een nest. We hebben al flink wat ooievaars gezien deze dagen. Vroeger waren ze zeldzaam in Nederland, maar door fokprogamma’s en de verbeterde waterkwaliteit is de vogel weer helemaal terug. Sommige mensen vinden zelfs dat het er teveel worden, dat ze alle jonge weidevogels en kikkers opvreten. En dat ze de blauwe reiger verdringen. Nou dat laatste zal zo’n vaart nog niet lopen, 1.100 broedparen ooievaars tegenover rond de 10.500 blauwe reigers. En beide vogels lusten natuurlijk wel een kikkertje of een jonge kievit of grutto als ze de kans krijgen. Maar voor de weidevogels liggen er wel meer rovers op de loer, en zijn we als mens vrees ik toch de grootste bedreiging doordat we hun leefgebied steeds verder inperken.

We drinken ons laatste kopje thee boven aan een es. Mooi uitzicht over de velden en de zandpaden. Alsof je terug gaat in de tijd. Om het plaatje compleet te maken komt er een paard met wagen over het zandpad aan. Een karretje met een dik Belgisch paard er voor. We lopen het laatste stukje naar de auto, en weer zweven boven ons een paar buizerds (of zijn het toch kiekendieven?) We naderen het gebied van de Hondsrug. Terug in ons tijdelijk huisje genieten we ’s avonds van een prachtige zonsondergang boven het Groninger platteland.

Roots natuurpad, Delfzijl – bruggetje Schildjer Tilbat

14 en 15 juni 2020

Met onze vrienden G en J hadden wij nu in Alaska op zoek naar beren zullen zijn. Corona besliste anders. We besluiten om dan toch wel een week met elkaar op pad te gaan, en te beginnen met een nieuw lange-afstands-wandeling. Nadat we het Maarten van Rossumpad hebben afgerond gaan we beginnen aan het Roots Natuurpad. Dat is 464 kilometer lang, en uitgezet door, de naam doet het al vermoeden 😉 Roots magazine. Het loopt van Delfzijl naar Goirle en vooral door natuurgebieden. Op zondag 14 juni komen wij aan in Delfzijl, het einde van het land. Volgens velen een plek waar je dood nog niet gevonden wilde worden. Vroeger was het troosteloos, nu is het weer in opbouw. Mede door de komst van giganten als Google begint de stad weer te leven.

We logeren op aanraden van J. in het Eemshotel, een grappige blokkendoos op palen aan buitenkant dijk. Reden waarom we er verblijven is de uitstekende keuken. En het moet gezegd, heerlijk gegeten daar. Als we onze kamer betrekken voordat we gaan eten hoor ik een apart geluid. Een soort huilblafje…. een hondje dat ligt te janken. De huiler zwemt in het water, een (jonge) zeehond. Hij zwemt heen en weer langs te dijk, af en toe zijn klaaglijke roep laten horen. Of hij vindt wat hij zoekt… geen idee. Als we na het eten naar bed gaan horen we geen huiler meer maar luid piewietende scholeksters. Dat wordt afgewisseld met het rustiek klotsen van het water tegen de dijk.undefinedundefinedundefined

De volgende ochtend na een lekker ontbijtje starten we bij station Delfzijl. We lopen richting Appingedam, langs het Damsterdiep. Eerst nog een beetje door de betere wijken van Delfzijl en dan langs het kanaal. Op de brug bij de roeivereniging zien we een fuut met jongen op de rug. Ze hebben zo’n leuke zebrapyama als ze klein zijn, jonge futen. Ze kunnen ook zo erbarmelijk om aandacht piepen, ik vind ze vertederend. Het pad voert langs een kleine weide waarin drie Schotse hooglanders ingezet worden voor natuurlijke begrazing. Bijzondere term als je er over nadenkt. Wat is dan onnatuurlijke begrazing?

Op de grens van Appingedam staat een oud kerkje, de Opwierderkerk uit 13de eeuw. We laten het kerkje voor wat het is, we willen lunch. Maar dan moeten we een stuk van de route af, zoals gezegd loopt het pad grotendeels door natuurgebieden en schampt het vaker aan de bebouwing dan dat je er echt doorheen loopt. Wat fijn is, maar als je wilt lunchen moet je dan dus als er geen ‘koffiekopje’ op de route is afwijken. Dus lopen we richting het centrum in de hoop dat er restaurant open is voor lunch op maandag. Gelukkig is dat het geval, Paviljoen Overdiep aan de haven. Prima lunch gehad met ‘Groningse’ porties… niet te zuinig. Na de lunch steken we nog even de brug over. Tijd voor het oude centrum hebben we niet, maar een foto van de kerk moet kunnen. Er staan bij de kerk beelden van kussende mensen. Als ik er een foto van maak word ik aangesproken door een Groninger. Er moet meer gekust worden vindt hij. Dat gedoe met Corona, de lol in het leven gaat er helemaal af. Zijn advies voor bestrijding van het virus is eenvoudig: “Goed de klauwtjes wassen…” Dat wordt een gevleugelde term de komende dagen.

Onze tocht gaat verder langs Schildmeer. Rijk met riet omzoomd horen we voortdurend het typerende ‘geklets’ van de kleine karekiet. Zoals lief zegt: “Een koekoek en karekiet, ziet men in zijn algemeenheid niet.” We zien het vogeltje meestal niet, maar je hoort hem voortdurend. Onderweg zien we wel een aantal blauwborsten (niet eerder gezien, wat een mooi vogeltje!), rietgorzen, en behoorlijk wat buizerds. G. en J. hebben zich de afgelopen een online cursus vogels herkennen gedaan, naast op zicht ook op geluid. En dat betaalt zich uit. Het geluid dat ik verslijt voor een sprinkhaan blijkt snor te zijn. En die zien we ook. Het is in deze tijd van het jaar, als alles vol in het blad zit moeilijk om de vogels te zien, maar qua geluid lijk het wel of we in een volière wandelen.

Veel later dan bedacht komen we op het eindpunt van vandaag aan en we moeten nog boodschappen doen in Delfzijl. We hebben voor de komende dagen het Torentje van Trips, een natuurhuisje in Tripscompagnie geboekt. Gevestigd in een oude watermolen midden in het land. Heel idyllisch.

West-Friese Omringdijk 2

We staan op tijd op, we willen rond half tien op de fiets zitten. Hotel Schagen is nog niet druk bezet, we zijn de enige gasten. Onze thermoskan wordt op ons verzoek keurig gevuld met koffie, fijn voor onderweg. De bediening is vriendelijk. Klein puntje van verbetering: ze hebben alleen cruesli, geen muesli als ontbijtgraan en het hotel heeft geen aparte fietsenstalling.

We rijden uit Schagen weer richting de omringdijk. Onze eerste tussenstop is Kolhorn. Vorige keer dat we de omringdijk fietsten zijn we bovenlangs gereden. Nu wil ik het dorpje iets beter bekijken. Een lief dorpje, veilig weggestopt in de bocht van de dijk. Kanalen en sloten tussen de huizen, je krijgt er een soort Giethoorn-gevoel bij. Heel pittoresk. De koffie nuttigen we in de zon bij de kerk. Lekker met een eigengebakken mueslireep erbij. ’t Leven is in alle eenvoud zo heerlijk.

undefined

Dan gaat de route verder naar Medemblik. Hier is de route een behoorlijk lang recht stuk weg. Beetje saai, maar twee buizerds die om elkaar heen cirkelen in de lucht leveren wel een mooi schouwspel op. En dan ligt Medemblik voor ons. Een mooie skyline van de kerktoren en het gemaal Lely. We willen onze lunch ergens in Medemblik genieten. Onze eigen broodjes, we rekenen er niet op dat op maandag veel horeca open zal zijn. Dat laatste blijkt erg mee te vallen. Medemblik is natuurlijk behoorlijk toeristisch, en het is ook nog eens markt. Er zijn dus heel wat restaurantjes open, maar wij strijken neer naast de brug met onze broodjes en salade.

We fietsen langs het Radboud kasteel. Een indrukwekkend bouwwerk, het is gesloten vandaag. Dus voor een bezichtiging zullen we een andere keer terug moeten komen. We rijden door richting Wervershoof en Andijk. We hebben de wind in de rug, we peddelen op ons gemak langs het IJsselmeer. Boven de dijk bidt een torenvalk zo dichtbij dat we hem bijna kunnen aanraken. Daar moet natuurlijk wel een foto van gemaakt worden.

undefined

Rond een uur of vier rijden we Enkhuizen binnen. Tijd voor een terrasje. Het is stralend mooi weer. Lekker langs het water een biertje genieten met een bieterbal. Dan weer opstaan, en nog een stukje naar ons hotel valt dan niet mee. Beetje stijf geworden. We overnachten bij Die Porte van Cleve. We mogen onze fietsen op de binnenplaats zetten, dat is fijn. Zo staan ze niet voor het grijpen, ook al zetten we ze natuurlijk wel op slot. We dineren in het hotel, in hun restaurant La Digue. We zijn hier de enige dinergasten, wat toch wel een raar gevoel is. Het restaurant heeft een aanbeveling van de Michelingids 2020, ik kan dat niet helemaal plaatsen. Het eten is prima, maar dat het nou een ‘wauw’ gevoel met zich meebrengt… nee.

undefined

We gaan op tijd naar boven, 70 kilometer op een stadsfiets en de hele dag zon… je wordt er rozig van. Morgen de laatste etappe naar Alkmaar.

West-Friese Omringdijk 1

We zouden eigenlijk nu op zoek zijn naar bruine beren, grizzly’s, kariboes, elanden, bald eagles en zee-otters in Alaska en Yukon…. maar corona gooide roet in het eten. Dus plannen omgegooid en in ons eigen land op vakantie. Wat ook geen straf is, al moet je de knop wel even omzetten. Er is schoonheid in bijna elk landschap, je moet het willen zien.

We vertrekken op onze stadsfietsen voor een driedaagse fietstocht langs de West-Friese omringdijk. Twee jaar geleden fietsten we dezelfde tocht, toen in twee dagen en tegen de klok in. Nu gaan we het in drie dagen doen, iets meer rust om onderweg rond te kijken. Zondag starten we vanuit huis, en we hebben een hotel geboekt in Schagen. We volgen niet helemaal de route, paar kleine afwijkingen.

De weersverwachtingen voor de komende dagen zijn matig, er wordt nogal wat regen verwacht. Daar hebben ze gelukkig regenpakken voor uitgevonden. We zijn inderdaad Alkmaar nog niet uit of de eerste bui stort zich al over ons uit. Snel stoppen en de regenbroek en -jas aan. In Koedijk staan we even stil bij de klokkentoren daar waarop twee van de vergulde duiven van Marthe Röling staan. Deze duiven hebben eerst op de Friese brug gestaan. Vandalen vernielden keer op keer het kunstwerk, sloopten de duiven eraf. Na een aantal keren nieuwe exemplaren te hebben laten maken door de kunstenares, die dan weer gesloopt en gestolen werden, was de gemeente het zat. Er staan nu duiven van cortenstaal op de brug. En de resterende duiven zijn op verschillende plekken in de stad neergezet op een plek buiten bereik van vandalen. Onze bibliotheek mag zich ook verheugen in duiven op het dak van De Mare en van Alkmaar Centrum. En hier staan ze dus ook boven op de klokkentoren bij de Aula.

We fietsen verder langs het Geestmerambacht. Het is grappig, we zijn best vaak langs dit gebied gefietst. Maar nooit echt ‘binnen in’ het gebied. We zijn verrast over hoe mooi het hier is. We zijn duidelijk niet de enigen die hier komen, het is ondanks dat het net geregend heeft druk. Via de uitgang bij camping Molengroet rijden we richting Schoorl. Ook dit stuk is fraai, en we zijn hier nog nooit langs gereden. Word je dicht bij huis gewoon verrast door een nieuw stuk natuur en landschap dat we nog niet kenden.

Schoorl daarentegen kennen we al wel… altijd mooi. Vlakbij het bezoekerscentrum staan we stil voor een bakje koffie met zelfgebakken mueslireep. Lekker. En dan verder richting Schoorl. Vlak voordat we richting Hargen rijden zit een vogeltje hoog in een boom zijn lied te zingen. Een vogeltje met wat bruin-groene bovenkant en een lichtgele onderkant. Op zo’n moment ben ik blij met mij nieuwe camera. Ik kan de zanger goed op de foto krijgen, en met mijn verrekijker kan ik het beestje nog beter van dichtbij bekijken. Handig om straks op te kunnen zoeken welke vogel ik nou op de foto heb gezet. (Het is een fitis).

undefined

Bij Hargen stoppen we voor lunch. Struin is weer open, en we besluiten daar gebruik van te maken. Eerst wachten tot je een plek gewezen wordt, je handen ontsmet en de vraag of je gezondheidsklachten hebt gehad ontkennend beantwoorden. De bediening is niet erg snel moet ik eerlijk zeggen. Het duurt even voordat we de menukaart krijgen. Dat heeft te maken met het feit dat ze die moeten ontsmetten tussen de verschillende klanten door vertelt de serveerster. Hmmm. Het zal. De prijzen zijn volgens ons ook omhoog gegaan. Ik snap dat de horeca het zwaar heeft, en dat het moeilijk is om het hoofd boven water te houden met een veel lagere bezetting. Maar met deze prijzen jaag je klanten ook snel de deur uit. Terwijl we binnen zitten komen stevige buien vanuit zee het land opgejaagd. De regen striemt tegen de ramen. Wij wachten nog even met verder fietsen.

Als de regen vertrokken is rijden we door richting Petten. Achter ons hangen enorme donkere wolken waaruit ook gerommel klinkt. Een prachtig gezicht zo’n donkerblauwe dreigende lucht boven het duin. We zijn wel blij dat de wolken zich van ons af bewegen met windkracht 6. Van Petten af richting Sint Maartenzee. We verstoren een moedereend met acht of negen jongen die in de sloot naast de weg rustig voort peddelt. Als ik stop om een foto te maken is moeders bezorgd en zetten zij en haar jongen de turbo-peddel aan. Omdat de jongen nog niet kunnen vliegen moeten ze zich in en op het water uit de voeten maken. Alsof ze over het water lopen… een heel grappig gezicht.

Vanaf Sint-Maarten, via Schagerbrug richting Schagen meandert de dijk door het landschap. Mooi hoe deze oude dijk (sommige stukken zijn al rond de 800 jaar oud) zich door de polders slingert. In de kromming van een bocht ligt meestal een meertje, een oude dijkdoorbraak. En er zijn wat nieuwe plas en dras gebieden aangelegd waarin verschillende vogels hun kostje bij elkaar scharrelen. Een nieuw regenfront komt over het land aangestormd en de regenbroek moet weer aan. De huis- en boerenzwaluwen scheren laag over het water, zigzaggend tussen de grutto’s en bergeenden. undefined

We vinden het mooi geweest en slaan af naar Schagen waar we in Slot Schagen overnachten. Na ons diner bij Wonders lopen we nog in de late avondzon door het centrum van Schagen. Een merel zingt het hoogste lied boven op een huis.

undefined

Op een mooie Pinksterdag 2

We fietsten al eerder het rondje Alkmaar, Akersloot, West-Graftdijk, Oost-Graftdijk, Spijkerboor, Oost-Knollendam, West-Knollendam, Krommeniedijk, Krommenie, Heemskerk, Castricum, Egmond, Heiloo, Alkmaar. Een mooie afwisselende tocht door Hollandse polders, kleine dorpjes en duinen. We proberen deze route niet te doen als de wind boven windkracht 4 uit komt qua kracht en qua windrichting uit het noordoosten…. dan is nl. het laatste stuk van Heemskerk via Castricum naar huis heel stevig trappen. Als je na ca. 40-50 kilometer in de benen nog een eindschot moet geven tegen de wind in dan komt het op karakter aan. Niet dat we dat niet hebben, ’t zijn wel tochten voor het plezier.

Van Alkmaar naar Akersloot fietst je eerst door de Boekelermeer. Een industrieterrein, wat meestal niet het meest aanlokkelijk is om doorheen te fietsen. Nu moet ik zeggen dat het fietspad door de Boekelermeer mooi is aangelegd, en omzoomd met stroken bos, riet en water. Fraai gedaan, waardoor de bedrijfspanden niet zo ‘aanwezig’ zijn. En al snel fiets je de polder in, langs boerderijen en een molen. Je hoort in het riet karekieten en rietzangers, althans daar verslijt ik ze maar voor en in de weilanden piewieten scholeksters en kieviten. Door de velden richting de pont bij Akersloot.

De zon brandt behoorlijk dus lief moet nog wel even ingesmeerd worden. Dat combineren we met een koffiepauze op een bankje aan het kanaal in Oost-Graftdijk. Zwaluwen en spreeuwen scheren over onze hoofden en boven het water wenken kopmeeuwen. Een futenpaar duikt aan de overkant van het kanaal telkens onder en het is altijd weer een verrassing om te zien hoever deze vogels onder water kunnen zwemmen. Terwijl we daar zitten zien we nog een uitstekende zwemmer. In het kanaal komt een dame aangezwommen. In wetsuit komt ze rustig voorbij in een kalme schoolslag. Op mijn vraag of het water al een lekkere temperatuur heeft geeft ze bevestigend antwoord. En dat ze elke dag zwemt, het hele jaar door, en dat het pak binnenkort uit kan omdat het water dan te warm wordt voor het pak. Een bijzonder gezicht toch wel, zo’n mensenhoofd in het water als je het niet verwacht. Dan moeten we toch verder, we zijn nog maar een klein eind op streek.

Op naar Spijkerboor waar je met een fietspontje over wordt gezet. Je ziet op de weg naar Oost-Knollendam goed de hoogteverschillen van het water in de kanalen en de polders er beneden. Stolpboerderijen onder aan de dijk, soms nog in vol boerenbedrijf, soms een fraai woonverblijf zonder boerenfunctie. Ook hier horen we de nodige vogels in de weilanden en in het riet langs het water. Net als de vorige keer vind ik Krommeniedijk een verrassing. Echt een pittoresk stukje Noord-Holland, een soort lintbebouwing met achter de huizen weiland of water. Een klein kerkje maakt het plaatje compleet, en net buiten het dorp Fort K’ijk, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Net als we het dorp in fietsen voeren meeuwen een luchtgevecht met een buizerd boven ons hoofd. Snel van de fiets af en de camera gepakt. Om een vogel in de vlucht goed te ‘schieten’ blijf ik een uitdaging vinden, maar ik geloof dat er wel een paar goede shots tussen zitten. Net buiten het dorp, voorbij het fort pakken we een bankje voor de meegebrachte lunch.

undefined

Daarna op richting de duinen. Een prachtig ruig stuk duingebied. Het is er druk met wandelaars en fietsers. We willen bij de aalscholverkolonie kijken die halverwege Heemskerk en Castricum zit. Als we daar stoppen willen we een stukje van het pad af lopen om een iets beter zicht te hebben. Ik word aangehouden door de boswachter, die daar toevallig in gesprek met twee andere mensen staat. We mogen niet zo ver van het pad af, dus of ik maar terug wil gaan en mijn duinkaart aan hem wil tonen. Die heb ik gelukkig bij me en met een ernstige waarschuwing van de man richt ik me dan maar op de zwanen die op het water vlak naast het pad neergestreken zijn. Even verderop blijken aalscholvers ongeveer naast het pad in de bomen te nestelen, kan ik toch in de herkansing…. De nesten zijn opgebouwd uit takken die lukraak opgestapeld lijken te zijn. En waarschijnlijk door de uitwerpselen van de vogels zijn de nesten helemaal wit uitgeslagen, ik denk in ieder geval niet dat het van de zon komt. In één nest zit een familie aalscholver van drie hutjemutje op elkaar. Duidelijk geen 1,5 meter afstand, niet coronaproof 😉 Maar ja, familie in één ruimte en dan ook nog in de buitenlucht… Bij de duiker vlak onder de kolonie zitten drie groene kikkers dicht tegen elkaar aangedrukt. Wat een mooie dieren, met van die gele ogen met een streepje er in. Als ik mijn aandacht weer op de aalscholvers richt en daarna weer op de kikkers is er één vertrokken…undefined undefined undefined

We fietsen dan door via Egmond naar Heiloo. Daar stoppen we nog even voor een ijsje bij Da Fiorentina…. we zijn niet de enigen die op dat idee zijn gekomen… de rij staat tot ver om de hoek. Het ijs is wel zo lekker dat het het wachten waard is. En dan is het nog maar een klein stukje terug naar huis. Weer lekker uitgewaaid, zonbeschenen en verrijkt met mooie beelden.

Op een mooie Pinksterdag 1…

Afgelopen Pinksterweekend was het heerlijk weer om naar buiten te gaan. We hebben de gelegenheid niet voorbij laten gaan om daar goed gebruik van te maken. Op zaterdag hebben we de ‘oranje’ route vanaf Johanna’s Hof in Castricum gelopen. Een mooie wandeling grotendeels door het bos. Bijna gelijk aan het begin kom je langs een vogelkijkhut. Daar hebben we met genoegen staan kijken naar twee dodaars. In alle eerlijkheid geloof ik dat het voor het eerst was dat ik deze kleine fuutsoort zag. Leuke kleine bruinrode fuutjes die de plas moesten delen met een meerkoet. Qua venijnigheid deden ze niet echt voor elkaar onder.

undefined
Dodaars

undefined
Exmoor pony

Bij het verlaten van de vogelkijkhut zat er een vogel in een boom luidkeels te zingen. Hard en melodieus. Welke vogel het wat die daar de longen uit zijn lijf zat te zingen, ik heb geen idee. Hij liet zich niet zien. Dat is wel het nadeel van de naderende zomer… de bomen zitten nu vol in het blad en voor het spotten van kleine zangvogels moet je wel een beetje geluk hebben.

Op een veldje halverwege lekker in de zon gezeten en genoten van het schouwspel van op rooftocht zijnde libellen. De geur van een duinroos kwam voorbij… en die van onze eigen meegebrachte koffie 😉

Aan het eind van de wandeling nog even neergestreken bij een ven. Zes Exmoor pony’s stonden dromerig af te koelen in en bij het water. Een reiger stond gespannen klaar om een kikker te verschalken en kleine azuur waterjuffers (daar heb ik ze maar voor versleten) speelden hun speelse spel rond onze voeten. Omdat ik mijn camera nog steeds niet goed genoeg ken is het me niet gelukt om daar een goede foto van te maken… still learning 😉

De achtertuin (her)ontdekken

Lief en ik wonen in een prachtig stuk Nederland. In de weekenden trekken we er graag op uit. Dat is meestal elders in ons land, op bezoek bij familie of vrienden, een weekend een stuk van een lange-afstands-wandeling lopen, kamperen of in een huisje met vrienden. Als we thuis zijn, dan is het vaak wandelen langs het strand, of fietsen in de buurt.

De afgelopen weken, sinds de lock down in verband met corona zijn de weekendjes weg (voorlopig) voorbij. We zijn onze eigen ‘achtertuin’ aan het herontdekken. Fietsen en wandelen in de buurt om een frisse neus te halen, met 1,5 meter afstand in acht nemend. We hebben een paar prachtige fietstochten gemaakt, meestal van zo’n 50-70 kilometer, verschillende routes naar het noorden, oosten of zuiden, beetje afhankelijk van hoe de wind waaide.

Zo fietsten wij met stevige windkracht 5 van Alkmaar naar Bergen, Schoorl, Petten, Tuitjenhorn, Kalverdijk, Oud-Karspel, Sint-Pancras en weer naar Alkmaar. De bollenvelden stonden in volle bloei. Velden met rode, gele, roze lakens van tulpen en narcissen. De velden met hyacinthen lieten hun zoete geur met de wind bedwelmend meewaaien. Op het bankje bij de kerk in Oud-Karspel zaten we heerlijk in de luwte onze meegebrachte thee te genieten alvorens weer naar huis te fietsen.

Een week later fietsten wij via Akersloot naar Starnmeer, met een fietspontje over richting Krommenie, dwars overstekend naar Heemskerk, door de duinen naar Castricum, Egmond en naar Alkmaar. Dat was een tocht vol verrassingen. Een oud-Hollands landschap met kleine dijkjes, knotwilgen. Een visdiefje dat net buiten Heemskerk boven onze hoofden scheerde, een fazantenhaan die op een afstand van 3 meter bij onze lunchplek uit het struikgewas de weg op scharrelde maakte dat ik er spijt van had dat ik mijn fotocamera niet had meegenomen. De fietstocht door de duinen leverde een rendez-vous met een paar schotse hooglanders op en verderop een enorm grote kolonie aalscholvers. Dat stuk van de duinen komen wij niet vaak en was een fijne herontdekking.

Onze tocht richting Hoorn bracht ons gedeeltelijk terug op de route van de West-Friese Omringdijk, die we twee jaar geleden hebben gefietst. Een mooi stuk ‘achtertuin’ dat we niet zo vaak opzoeken op de fiets. Meestal fietsen we richting zee. Op een mooie, frisse zondag nu de steven naar het oosten gewend. In het opschietende riet langs de kanalen horen we karekieten en rietzangers en af en toe zien we zo’n zanger acrobatisch in een rietstengel hangen. Vanaf Hoorn verlaten we de omringdijk, 150 kilometer is ons te veel voor een dagje fietsen. Het West-Friese binnenland ligt voor ons, met onbekende dorpen als Bobeldijk en Zuidermeer richting Spanbroek. Dwars door boerenland, grote groene raigrasvelden die afgewisseld worden door kruidenrijke velden waar grutto’s en kieviten de strijd aan gaan met meeuwen die uit zijn op hun eieren of jongen.

In mijn eentje nog een rondje op de fiets gemaakt naar Petten, dan richting Schoorl en Bergen en via de Egmondermeer terug. Zo’n mooi stuk daar in de duinen. De ruigte van de kale duinen met de heide er tussen, de stukken naaldbomen waar als de zon aan kracht wint je de geur van hars in je neus dringt en waar de overgang van zon naar schaduw kippenvel op je armen tovert. Een fietstocht wordt zo een feest voor de zintuigen.

Tijdens de wandelingen rondom Petten een paar nieuwe stukken ontdekt. Een stuk over een oude dijk haaks op de Hondsbossche zeewering met meertjes in de bocht van oude dijkdoorbraken, boven het landschap lopend. Zicht op de stolpboerderijen die verspreid in de Pettemerpolder liggen. Aan de rand van de putten zitten, kijkend naar de steltlopers die door het water waadden. Grutto’s, kluten, tureluurs, bontpekplevieren, scholeksters. Even langs bij de vogelkijkhut, kijken naar de langswiekende grote sterns. De wandeling vanaf Hargen langs de heideschapen net buiten Schoorl, een jonge torenvalk op een paaltje die lang genoeg bleef zitten om een foto te kunnen maken. De wandeling die we maakten vanaf Johanna’s Hof in Castricum richting Egmond was ook zeer afwisselend. Heel veel nachtegalen gehoord en ook een paar gezien, roodborsttapuiten. We liepen er in april en het was alsof we in een open volière liepen. Aan het eind van de wandeling getuige van een ‘moord’, een blauwe reiger spietste een groene kikker aan zijn snavel…..

Vakantie in je eigen achtertuin…..

Nabericht over Soldaat Kisljak graf 233

Ik schreef in mijn vorige blog over het Westerborkpad iets over ons bezoek aan het graf van soldaat Kisljak op het Russisch Ereveld. Ik wil jullie het vervolg niet onthouden. Mijn lief mailde naar aanleiding van ons bezoek naar de stichting die de graven beheert en verzorgt. Hij wilde weten of er nog familie gevonden was van Kisjlak en of er een adres bekend was. Hij wilde de familie dan wat foto’s sturen van het graf. Hieronder onverkort het antwoord van de directeur van de stichting:

“Wat mooi dat je na al die jaren nog steeds zo betrokken bent! En supermooi dat jullie even bij jullie soldaat zijn langsgegaan. (Mooie blog ook!)
Jakov Kisljak heeft een bijzondere doodsoorzaak. De meeste van de 691 die zijn overgebracht vanuit Margraten, waren in krijgsgevangenschap ziek geworden en na de bevrijding door de Amerikanen in een ziekenhuis aan tuberculose overleden. Maar bij Kisljak staat een schotwond als doodsoorzaak. 
Omdat we weinig over hem wisten, was het lastig met 100% zekerheid vast te stellen dat hij dezelfde persoon is als een vermiste soldaat met dezelfde naam. We hebben toch zijn familie opgespoord in de hoop dat de familie alle data die wij hadden kon bevestigen. Helaas bleek dat niet het geval, maar… de familie had na de oorlog een brief ontvangen van een kameraad die schreef dat hij samen met Kisljak in Duitsland in krijgsgevangenschap verkeerde en dat ze samen in een mijn werkten. Zij werden door de Britten (bedoeld wordt: Amerikanen) bevrijd. Een medegevangene wilde uit vreugde in de lucht schieten, maar een kogel raakte Kisljak en hij overleed later aan de schotwond.
Dat sloot zo aan bij de doodsoorzaak die ik al op papier had staan, dat alsnog duidelijk werd dat het om een en dezelfde soldaat gaat. De familie wist dus al over zijn dood, maar heeft nooit geweten dat hij op het Sovjet Ereveld in Leusden werd herbegraven.
Jakov heet voluit Jakov Konstantinovitsj Kisljak. Hij is geboren in 1922 in de nederzetting Novo-Nikolajevskaja in de provincie Krasnodar (Rusland). Op 18.10.1941 werd hij (19 jaar oud…) opgeroepen voor militaire dienst. Begin 1943 werd hij krijgsgevangen genomen. Hij overleed op 8 mei 1945 in Hamm/Westfalen, werd op 11 mei 1945 begraven in Margraten en op 4 november 1947 in Leusden. Hij was niet getrouwd en had geen kinderen.
Maar zijn zus Nadezjda was nog in leven, toen we de familie in 2010 opspoorden. Ik noteerde na een gesprek met haar het volgende:
Er is een foto van Jakov alleen en met zijn gezin. Nadezjda schaamt zich voor de gezinsfoto vanwege de magere koppies, ze hadden allemaal erg honger voor de oorlog.In de tijd van Stalin was het land een land van slaven. Iedereen moest werken voor een habbekrats. Haar vader werkte in de kolchoz en kreeg niet of nauwelijks betaald. Aan het einde van het jaar was hij ook nog ongeveer 2 roebel schuldig aan de kolchoz. Hoe dat kan?Niemand had geld om iets te kopen, kleren waren er weinig, kinderen gingen halfbloot naar school. Nadezjda ging zelfs op blote voeten, als het koud was en vroor, deed ze wat huid van een koe en een laagje hooi en een zelfgebreide sokken om haar voeten. Dat was heel ongemakkelijk en helemaal niet warm. Nadezhda heeft geen kinderen, want ze kan ze niet krijgen. Toen de oorlog begon, was ze 14 jaar oud. Tijdens de bezetting woonden ze in een hol in de grond om zich voor de Duitsers te verstoppen, koude grond. En liepen steeds met blote voeten en weinig kleren. Alles was ontstoken. Na de oorlog moest Nadezjda eigenlijk naar het ziekenhuis om te genezen, maar het leven was zo zwaar voor de familie dat haar hulp nodig was en ze bleef werken. En toen was het te laat – ze kon geen kinderen meer krijgen. Haar zus heeft wel drie kinderen. Hun oudste zus, die al in de jaren zestig overleed, kreeg één kind (Vera Alekseevna).
Nadien is er weinig tot geen contact meer geweest met de familie.”

Om van te janken, zo’n triest verhaal.