Door weer en wind, niet t leukste stuk Westerborkpad

Het is opnieuw storm- en regenachtig weer als wij samen met M. en B. van Baarn via Amersfoort naar Nijkerk lopen in twee dagen. We beginnen net over tienen bij De Generaal in Baarn met koffie en gebak. Altijd lekker om je wandeling te beginnen met een dosis cafeïne en calorieën. Aldus versterkt vatten we de eerste etappe van dit weekend aan. We laten al snel de bebouwing van Baarn achter ons en komen op een lange polderweg door de weilanden heen. Het waait stevig en af en toe miezert het een klein beetje.

Het is een landschap met een spoorlijn aan de rechterhand en in de verte het voorbij trekken van auto’s op de snelweg. Daartussen ligt de Eem, al zien we die niet. Volgens de kaart is hij daar, en als we de bovenkant van een kruiser door het groene decor zien schuiven weten we dat de rivier er ligt. Het is een grappig gezicht… van deze afstand zie je alleen het bovenste deel, wat lijkt op een laagvliegende ufo of een racewagen zonder wielen.

Er wiekt een grote groep vogels boven de weiden. De wind slaat ze uit één en drijft ze even later bijeen in een dichte zwerm. Fascinerend om te zien. Verder is het landschap niet echt spannend, wat boerderijen, lange weilanden van raigras, waarin wel her en der wat grote knobbelzwanen, en we zien een haas die door een kraai gepest wordt.

Al snel lopen we via een industrieterrein de buitenwijken aan de westkant van Amersfoort binnen. Via Isselt door het Soesterkwartier. Een combinatie van sociale huurwoningen en koop. Er staat een lief beeld aan het water van een moeder met kind. Een vrouw spreekt ons aan en weet te melden dat bij de basisschool achter ons nog een beeld van dezelfde kunstenaar heeft gestaan. Ze weet niet zeker of het er nog staat, en loopt met ons mee om het ons te wijzen. Het is er niet meer, helaas. Aan de andere kant van het plantsoen staat een ander fraai beeldje, een Suzanne.

We lopen verder richting het centrum, over de Soesterweg. De algemene begraafplaats aan die weg is een plek van vredige rust, met mooie oude bomen. De Joodse begraafplaats iets verder op is gesloten. Je kunt de sleutel halen bij de bewoonster van het huis ernaast. B. vindt het niet zo’n goed idee, het is tenslotte sabbat dus laten we de doden hun rust. We lopen door tot aan het station waar we stoppen voor lunch.

We lopen dit weekend drie etappes verdeeld over twee dagen. Na de lunch lopen we dus nog een stuk van de etappe naar station Schothorst. Eerst door het prachtige Bergkwartier, via de Galgenberg naar Kamp Amersfoort. Een indrukwekkende plek, waar je heel stil van wordt. Nu een vredige, groene plek, 80 tot 75 jaar geleden werden hier vijf jaar mensen gemarteld, te werk gesteld in dwangarbeid, weggevoerd en gefusilleerd. Het beeld “De stenen man” gemaakt door een oud-gevangene en overlevende maakt in al zijn eenvoud een grote impressie van onmacht en woede.

We lopen verder, we hebben nog een bezoek te maken aan het Russisch ereveld. Lief heeft een aantal jaren geleden het graf geadopteerd van een Russische soldaat. We zoeken het graf Jakov Konstantinovistj Kisjlak en vinden het. Het scheelt dat lief van te voren heeft opgezocht waar hij ligt, anders zou onze zoektocht wat langer hebben geduurd. Zo goed is ons Russisch niet dat we gelijk een naam kunnen ontcijferen. Lief heeft een hyacint meegenomen en plant dat voor de steen. De rijen eenvorminge stenen met een sovjet-ster er op, je wordt je er van bewust dat onze vrijheid duur betaald is. Dan lopen we via het Leusderkwartier naar ons hotel, onze voeten vinden het inmiddels ook wel mooi geweest. We eten bij een Italiaan “Lorenza”, niet speciaal maar helemaal oké. Daarna lekker naar bed bij NH Hotel.

Na een uitgebreid ontbijt vertrekken we voor het vervolg. De regen valt in vlagen heel hard naar beneden, en op sommige plekken kan het riool de watertoevoer niet aan. De weersverwachting is niet best voor vandaag, de voorspelling is dat er 26 mm regen gaat vallen. Maar ach, onze ervaring leert ons dat het zelden een hele dag regent. En ze hebben niet voor niets regenpakken uitgevonden. Door de oude binnenstad van Amersfoort, langs de synagoge voert ons pad. Voor de synagoge en bij de huizen er tegenover struikelstenen, ook bekend als stolpersteinen, met daarop namen van Joodse bewoners die niet terug zijn gekomen uit de vernietigingskampen van de nazi’s. Vermoord.

We lopen een beetje kriskras oostwaarts door de oude binnenstad van Amersfoort richting de stadspoort. Het is echt een prachtige stad Amersfoort, mooi bewaard gebleven. Na de stadspoort gepasseerd te zijn wordt het wandelen door richting Schothorst, Vathorst en Nijkerk. Veel rechtdoor langs het spoor en door nieuwbouwwijken. Een heel klein stukje nog door de weilanden, maar dan ligt Nijkerk al weer voor ons. Zo wandelend door dit stukje van Nederland zie je pas goed hoe versteend en verstedelijkt ons land aan het worden is. Je loopt van buitenwijken en industrie- of bedrijventerreinen zo een volgende stad binnen, met soms nog een stukje groen er tussen. Niet altijd even leuk en interessant om te wandelen.

We worden Nijkerk ingeblazen. Het waait nog steeds hard. Gelukkig hebben we de wind in de rug, en het is tijdens onze wandeling droog geworden. We willen in Nijkerk graag nog een late lunch genieten, maar de horeca die we eerst tegen komen zijn allemaal gesloten. We krijgen een soort deja vu van een aantal jaren geleden waarbij we op een zondag drie maal een gesloten deur troffen in Terschuur, de biblebelt…. Maar gelukkig vinden we vlak bij het station toch nog een etablissement dat open is. Alberto’s serveert ons heerlijke broodjes en zo kunnen we dan gevoed en gelaafd richting station en naar huis. Drie etappes die niet het leukst waren om te lopen… met uitzondering van de binnenstad van Amersfoort.

Een druistig weekend 8 en 9 februari 2020: Rossum-Den Bosch, Maarten van Rossumpad

De weersverwachting zijn niet best voor dit weekend, daar laten we ons echter niet door ontmoedigen om de laatste twee etappes van het Maarten van Rossumpad te gaan lopen. Er wordt storm voorspeld, wel zo stevig dat de storm zelfs een naam heeft gekregen: Ciara. We nemen geen risico met onze reis. Hoewel we graag dit soort trips met het openbaar vervoer doen, indien enigszins mogelijk, kiezen we er nu voor met twee auto’s te gaan. De NS kon ons geen garantie geven dat op zondag de treinen normaal zouden rijden.

We starten met één auto in Oud-Empel neer te zetten bij de Lachende vis, en dan met de andere auto naar Rossum te rijden. Bij de Gouden Molen zetten we auto twee neer, en alvorens aan een winderige tocht te beginnen versterken we de innerlijke mens met koffie en apfelstrudel. Met een goed gevulde buik starten we de wandeling. Het zicht over de rivier is behoorlijk anders dan de laatste keer dat we hier stonden. Het is duidelijk hoog water, het heeft de afgelopen dagen veel geregend in het hoger gelegen stroomgebied van de Maas en de Waal. Daardoor is de rivier flink buiten haar oevers getreden. Het water kolkt langs de winterdijk.

We lopen via het terrein van een steenfabriek richting Alem, een schattig klein plaatsje. En ondanks dat het een kleine plaats is, met nog geen 700 zielen, heeft het wel twee kerken. Waarvan er één overigens geen dienst meer doet voor de eredienst, en is omgevormd tot een dakpannenmuseum. Waar je al niet een museum voor kunt hebben! Je leert nog eens wat tijdens al die wandelingen…. naast het feit dat ik nu weet dat er een dakpannenmuseum is, heb ik nu ook kennis genomen van een voor mij volstrekt onbekende heilige, namelijk Sint Odrada. Een soort Assepoester uit de 8ste eeuw, maar dan net anders 😉

Het is heel erg warm voor de tijd van het jaar, en naast kwinkelerende vinken en koolmezen die hun territorium al zingend aan het afbakenen zijn en het voorjaar in het hoofd hebben zien we in de uiterwaarden al madelieven bloeien en zelfs een braamstruik die voorzichtig met bloesem probeert wat insecten te lokken. De natuur is ernstig van slag.

We moeten het veer over tussen Alem en Maren-Kessel. Ik ben vergeten om te kijken of het wel gaat in verband met het hoge water. Gelukkig is het water nog niet zo hoog gestegen dat het veer niet gaat. G. en lief J moeten overigens nog wel een sprintje trekken om gelijk met J. en mij over te kunnen steken. Ze waren iets achter gebleven en de veerman is zo aardig op hen te wachten.

Doordat het water zo hoog staat moeten we het hoogwater alternatief in de route lopen, wat neer komt op langs en vooral over de dijk lopen. Jammer, door de uiterwaarden lopen was leuker geweest. Maar ja, zwemmen is niet echt een optie met rugzak op en een watertemperatuur van een graad of 7.

We zijn inmiddels wel toe aan een lunchpauze. Er lijkt een restaurant bij Gewande open te zijn, De Blauwe Sluis. Er branden lichten, maar helaas… ze zijn gesloten. Ze zijn de boel aan het verbouwen, er wordt druk geklust binnen. Gelukkig mogen we wel gebruik maken van het toilet, en kunnen we buiten enigszins kleumend onze eigen meegebrachte broodjes. Daarna komt onze auto in zicht en kunnen we nadat we auto twee ook hebben opgehaald ons richting Den Bosch begeven voor ons hotel.

Hotel The Stamp ligt tegen de oude binnenstad aan en is burlesque ingericht. Het is wel een beetje een ratjetoe, maar heeft wel een gezellige uitstraling. De kamer van lief en mij heeft een bijzondere toegang. Dwars voor de deur, ongeveer op kinhoogte, loopt een dikke steunbalk. En ook in de kamer zitten twee dikke balken op kinhoogte waaraan ik mij al redelijk vlot het hoofd stoot. Daar word ik niet echt blij van. Gelukkig is de hotelmanager zo aardig om ons een andere kamer aan te bieden. Het eten in het restaurant van het hotel is prima. Lekker gegeten en daarna ook heerlijk geslapen. Over het ontbijt ook geen klachten, en met onze thee- en koffiekannen gevuld zijn we klaar voor de laatste etappe van het Maarten van Rossumpad.

Met één auto rijden we weer naar de Lachende Vis en vandaar uit gaan we met stevige tegenwind richting Den Bosch. Ook vandaag loopt de route grotendeels langs de uiterwaarden. G. en ik zien een ijsvogel voorbij flitsen, maar helaas niet op de foto. De wandeling loopt onder andere door de wijk Haverleij een zeer moderne wijk. Via de golfbaan, waar we in het restaurant een lekker bakje koffie, met appelgebak genieten, lopen we richting Engelen. Het protestante kerkje daar is van een postzegelformaat. Als we staan te kijken worden we binnen genood. De kerk is nog in gebruik, er is een meeting voor jongeren bezig. Mogen we best even kijken hoe de kerk er van binnen uit ziet. Een snoepje van een kerkje, heel sober. Echt protestant, en hoewel je hier zo onder de rook van Den Bosch anders zou verwachten dus nog in gebruik voor de protestante eredienst. Uiteindelijk moeten we een stuk door wat buitenwijken van Den Bosch voordat we langs De IJzeren Vrouw (een groot meer in de stad) de binnenstad binnen wandelen.

Al slingerend door de straten en stegen lopen we richting De Parade en de Sint Jan Kathedraal. J. en G. hoeven geen kerk meer van binnen te zien, lief en ik lopen toch de kathedraal nog even binnen. Mooi, hier was ik nog niet eerder. Ook de buitenkant is fraai, met zoals je van een gotische kathedraal mag verwachten gargouilles die je met hun tronies aanstaren en je uit lijken te lachen. Het beeld van de bellende engel heb ik niet kunnen ontdekken. Bij Van Puffelen sluiten we onze tocht af met een biertje/wijntje en een late lunch. Het begint buiten al harder te waaien… Ciara begint nu ook deze hoek van het land te bereiken. We halen de auto’s op en waaien weg uit het zuiden….. J. en G. richting Zwolle en lief J en ik huiswaarts via Egmond om het stormgeweld aan zee te bekijken naar Alkmaar. Maarten van Rossum... een roofridder en veldheer uit de zestiende eeuw… we zijn in zijn voetsporen getreden en hebben weer nieuwe stukken van Nederland ontdekt. Op naar het volgende pad 😉

Zillertal arena, of survival of the fittest

Ieder jaar gaan we met mijn familie, in soms iets wisselende samenstelling een week op wintersport. Dit jaar, sinds lange tijd, met beide broers met aanhang, mijn zus met lief en mijn neef met zijn vriendin. De maximale score van 10.

Voorafgaand aan onze reis vindt er in het jaar ervoor al een selectie plaats van de plek die zich dan het jaar erop mag verheugen in onze aanwezigheid. Er zijn strenge selectiecriteria waaraan het aanbod wordt getoetst. Want in de loop der jaren zijn we verwend geraakt. We willen één of meerdere ruime appartementen, er moet een sauna beschikbaar zijn, het skigebied moet voor elk wat wils bieden, dus blauwe en rode pistes en ook de mogelijkheid om een lekkere dagtocht door het gebied heen te maken. We willen kunnen koken in het appartement, maar er moeten ook wat restaurants aanwezig zijn. En liefst ook nog een gezellig dorpje waar we wat vertier kunnen vinden en een supermarkt is. Ga er maar aan staan 😉

De keuze voor 2020 viel uiteindelijk op het chalet Bergdiamant in Hochkrimml, in het skigebied Zillertalarena. Een prachtig, ruim en licht huis, met voldoende slaapkamers, een ruime living en een sauna. Geen supermarkt om de hoek, en het restaurant bleek maar drie avonden in de week open. Maar ach, daar viel wel een mouw aan te passen.

We hebben ons heerlijk vermaakt deze week, het was alleen wel een afvalrace. Gedurende de week wilde zwager R. naar de dokter nadat hij een dag na de lunch niet meer verder wilde skiën want rillerig en grieperig. Vriendin C. voelde zich een dag niet lekker, neef W. hield er een dag eerder mee op. Broer M. ging mee naar de dokter want last van jicht, schoonzus J. een dag in bed met griep en broer J. skiede door met het zweet van een griepaanval op het voorhoofd en al blaffend en hoestend bijna kleine lawines veroorzakend. Qua gezondheid kon het dus allemaal wel beter 🤒😷

Toch was het een prima week. Het weer was top, veel zon, weinig bewolking. En uitstekende sneeuwcondities. Kortom… ideale skiomstandigheden. De keren dat we in het restaurant Filzsteinalm hebben gegeten was er 2 van de 3 keer ‘live’ muziek, van het type Oostenrijkse boerenkapel en schlagerzanger. Verstand op nul en lekker meeklappen en meezingen. Kwaliteit eten was matig, vlees te gaar en weinig groenten tenzij je een salade nam. Dat hebben we dan min of meer goed gemaakt tijdens de ‘thuis’maaltijden. Reden tot klagen gaf dat niet. Het was gewoon gezellig. Ons gezelschap werd zelfs nog tweeënhalve dag uitgebreid met broer R en schoonzus B van zwager R die mee kwamen skiën.

Op de heenreis hadden we een voorspoedige reis, maar na een tijd van komen is er ook een tijd van gaan. ‘S nachts op de dag van vertrek is het gaan sneeuwen. We hoopten dat het beperkt zou blijven tot max 5 centimeter maar helaas, het waren er 15. En dus moesten wij op de ochtend van vertrek toch nog de sneeuwkettingen omleggen. Altijd een gedoe. Je wilt niet al glibberend ergens een bocht uitvliegen, dus je doet het, al grommend en brommend. Als je dan onderweg andere auto’s zeer voorzichtig de berg af ziet rijden ben je blij dat je ze bij je hebt…. en dat je weliswaar na een lange, lange dag vol files na 14 uur onderweg te zijn geweest thuis de deur weer open kunt maken…. en in je eigen lekker bed kunt kruipen. Heerlijk weg geweest, fijn weer thuis te zijn.

Vilnius, 28 december 2019- 1 januari 2020

28 december

Het is voor het eerst in jaren dat we niet met onze vriendengroep die ik heb over gehouden aan een reis naar Cornwall oud en nieuw vieren. Dit jaar vieren we met J. en G. oud en nieuw in Vilnius. We hadden met z’n vieren het plan om de Baltische hoofdsteden te bezoeken, gezamenlijk, en Vilnius ontbrak nog aan de lijst. Het was lastig om een datum te prikken, en op eens was daar het idee om oud en nieuwjaar aldaar te vieren. Zo gezegd, zo gedaan.

We hebben een appartement geboekt, aan Cathedral Square, lekker centraal. Een appartement is wat ruimer dan de gemiddelde hotelkamer, en het geeft als de faciliteiten goed zijn de gelegenheid om zelf te koken. Dat vinden wij als we iets langer ergens zijn plezieriger dan elke avond uit eten. De eerste avond eten we meestal wel buiten de deur, zo ook nu. We stappen binnen bij Lokys, op de gok. Een traditioneel Litouws restaurant, tikje toeristisch, maar niet te erg. Eten is prima.

Op het plein voor de kathedraal wordt in de kerstperiode een kerstmarkt georganiseerd, en er wordt op de muren van de kerk ’s avonds een sprookje geprojecteerd. Het geeft een sprookjesachtige sfeer.

29 december

Vilnius telt meer dan 100 kerken, we zijn zeker niet van plan om ze allemaal te bekijken. Maar een paar zullen we toch wel gaan bezichtigen, daar ontkomen we niet aan. We beginnen bij de kathedraal, waar een dienst aan de gang is. Tja, het is zondag en dan is de kans groot natuurlijk. Daarna klimmen we de heuvel achter de kathedraal op naar de oude toren boven het groothertogelijk paleis. Vandaar hebben we een mooi zicht op de stad. Je ziet inderdaad heel veel kerktorens, koepeltjes, spitsen boven de daken uitsteken.

Dan lopen we al flanerend en om ons heen kijkend richting één van de vele kerken. De kerken van de heilige Anna en de Bernadinus staan achter elkaar. Veel van de kerken in Vilnius zijn door de tijden heen verwoest door brand, revolutie, oorlog, in onbruik geraakt tijdens Sovjetbezetting en daarna weer in ere hersteld. Zo ook deze kerken.

In het voorportaal van de Bernardinus is een levende kerststal, een ezel met drie schapen in een heel krap hokje. Er boven de heilige familie gemaakt van stro, en daar boven weer een prachtig oud houten Christusbeeld.

Iets verderop langs de rivier staat één van de Russisch Orthodoxe kerken die Vilnius herbergt. Er is geen dienst aan de gang,maar een familie steekt een aantal kaarsen aan ter nagedachtenis en zieleheil van een geliefde. De voorganger/priester zingt vervolgens een gebed voor de overledene, om bij God extra aandacht voor de persoon te vragen. Ik zie dat er geld wordt uitgewisseld en ik moet terug denken aan het bezoek dat Joep en ik ooit brachten aan de Bulgaarse kerk in Istanbul. Als een duveltje uit een doosje kwam daar de priester naar ons toe, troggelde ons geld af en zong er vervolgens een gebed voor. Zodra hij uitgezongen was vertrok hij weer…. weer een zieltje gered…..

Het is heerlijk helder winterweer, wel koud met 5 graden vorst. En omdat we wat noordelijker zitten dan Nederland is het echt om half vijf wel behoorlijk aan het donkeren. Dus nadat we de oude binnenstad, inclusief een bezoek aan de poort van de heilige dageraad behoorlijk hebben doorkruist besluiten we inkopen te gaan doen voor het avondeten.

Er zit een supermarkt vlakbij dus dat is praktisch. Als we dan willen gaan koken blijkt dat we de kookplaat niet aan de praat krijgen. Gelukkig is er nog een elektrische tweepitter kookplaat in één van de keukenlades verstopt, waarop we een maaltje kunnen koken. De verdere faciliteiten houden ook niet over, 2 pannen en 1 koekenpan. De laatste is zo krom als een hoepel dus een eitje bakken voor ontbijt vraagt ook aandacht 😉 Ach, het voegt allemaal toe aan de beleving van een weekend weg zullen we maar zeggen. Net als de schoonmaakster van het appartement die nog niet klaar was toen wij kwamen, en de wasmachine en de droger in vol bedrijf achter liet, en ons verder daarover niets liet weten. Was in beide machines zeiknat, dus daar hebben we ons dan toch maar over ontfermd en gezorgd dat het droog werd.

30 december

Via het universiteitsterrein willen we de oude Joodse wijk, de beide getto’s, of althans wat er van over is bezoeken. En daarna nog naar Uzipis, een wijk waarin een soort vrijstaat is uitgeroepen. Het heeft vannacht geregend, en gecombineerd met de bevroren grond van gisteren levert dat op sommige plekken spekgladde tegels op. Op het universiteitsterrein gaat J. dan ook hard onderuit. Gelukkig niet echt zwaar pijn gedaan.

Op het terrein kunnen we een aantal fresco’s bekijken, binnen en buiten. De fresco’s op de eerste verdieping in één van de gebouwen zijn uit de 20ste eeuw, van P. Repsys, de seizoenen verbeeldend en Litouwse folklore en zijn echt prachtig. In de kerk, door Jezuïeten gebouwd valt het orgel op, gigantisch. En de biechtstoelen. Zulke heb ik niet eerder gezien. De priester zit in het midden, duidelijk zichtbaar. En de boeteling zit aan de buitenkant, moet op de knieën, en is ook gewoon zichtbaar. Heel bijzonder… openbare boetedoening.

Na het universiteitsterrein lopen we de vroegere Joodse wijk in, de twee getto’s die Vilnius kenden. Voor de tweede Wereldoorlog was ongeveer 40 % van de bevolking Joods. Na WO II was het merendeel vermoord of weggevoerd naar de concentratiekampen, waar hen ook een wisse dood te wachten stond. De 2 getto’s zijn of door de Duitsers of de Russen daarna opgeblazen en vernietigd. Het is een wonder dat er toch nog huizen staan uit die tijd. Het bezoek aan de synagoge rondt ons bezoek aan de Joodse wijk af. Er zijn weer praktiserende Joden terug in Vilnius, en dat is mooi. Terecht staat voorin de synagoge een plaquette waarop staat dat als de geschiedenis niet levend wordt gehouden ze vergeten wordt, en dat een geschiedenis van Litouwen niet compleet zou zijn zonder de Joodse inbreng.

De wijk Uzupis besloot op 1 april 2000 de republiek Uzupis uit te roepen en zich af te scheiden van Vilnius. Er wonen veel kunstenaars is de wijk, en aan sommige huizen valt te zien dat er een hipsters met meer geld zijn komen te wonen. Overigens zijn er ook heel veel plekken waar je als je door een poort kijkt je er achter een oude, verrotte bende ziet. Vervallen huizen waar waarschijnlijk toch nog mensen wonen in bittere armoede. De rafelranden van de stad.

De wijk is inmiddels wel zo hip dat als wij een restaurant zoeken voor de lunch alles vol zit. Uiteindelijk vinden we een plek in een klein tentje waar originele Litouwse gerechten worden geserveerd. We wagen ons aan de Kogelic, wat een soort aardappelpudding is….. heel erg zwaar en het had de consistentie van behangplaksel. J. en ik denken dat als het goed klaar gemaakt wordt dat het vast lekker is, of in ieder geval beter te verteren 😜

We willen nog naar de wijk met de houten huizen Snipiskes en Sverynas maar het is inmiddels toch al weer aan het schemeren. Dan gaan we niks zien en dat is zonde. Morgen dan maar in de herkansing.

31 december

Het bezoeken van een markt behoort wat mij betreft tot de (kleine) geneugten van het leven. Kijken wat het lokale aanbod is, beetje rondsnuffelen en genieten van de sfeer van handelende verkopers. Dus een bezoek aan de Kalvariju markt in de wijk Snipiskes kan niet gemist worden. Het is een stukje lopen, aan de andere kant van de rivier. Hier houdt de ‘rijkdom’ al snel op, hoewel je achter sommige huizen grote torenflats ziet staan of moderne zakengebouwen van glas en staal.

De markt is een combinatie van twee grotere hallen omzoomd door kleine gebouwtjes en kraampjes. In de hallen wordt vooral vlees verkocht,en ook wat lokale groenten. Zuurkool uit het vat, honing uit de regio maar ook biologische producten. En bij de meeste kramen kun je als de waar er voor leent ook proeven. Ik zie in ieder geval verschillende mensen iets aangereikt krijgen over de toonbank. Een stukje spek, brood of kaas. En ook wij krijgen zelfs iets aangeboden, verse zuurkool… en de dames achter de toonbank tonen vol trots de varkensoren, rundertong en andere vleeswaren… wij lachen wat en zeggen ‘aciju’ wat bedankt betekent.

Na de markt lopen we kris kras door de twee wijken waarin houten huizen te bewonderen zijn. Hier zijn de wegen zandpaden, de houten huizen zijn in veel gevallen vervallen. Het isolatiemateriaal puilt uit de muren, en de luiken hangen uit de scharnieren. Het ziet er allemaal armoedig uit. De glazen kantoorreuzen van het kapitalisme rukken op en leveren tezamen met de houten huizen aan de zandpaden een bijzonder beeld op. Hoe lang nog zullen deze huizen hier staan?

In de wijk Svernijas zijn de houten huizen over het algemeen iets beter onderhouden. Er staan zelfs ook nieuwe houten huizen, hoewel sommige van plastic met houtprint lijken te zijn gemaakt. Maar ook hier een boeiende mix van houten huizen, oostblokflats, sobere jugendstilhuizen en moderne architectuur. En achter elke poort van een flatgebouw gaat negen van de tien keer een zandpad, dat door de regen een modderpad is geworden schuil, dat leidt naar vervallen schuurtjes en gebouwtjes. Het vernis van welvaart is hier heel dun.

We hebben van een Litouwse collega een tip gekregen voor een restaurant. Daar willen we lunchen, bij Veranda. Het is er vol, maar over vijf minuten zal er eettafel vrij zijn. Daar kunnen we wel op wachten. We eten er heerlijk, een couscous salade met kikkererwten en een salade met bieten en geitenkaas.

Dan lopen we weer richting het centrum. We gaan nog binnen bij de Filippus en Jacobus kerk, waar een oude Maria icoon te bewonderen valt. Bijzonder is de schildering waarop een moderne martelaar is afgebeeld, Teophilius Matulionis. De aartsbisschop die in de Goelag strafkampen is omgekomen en heilig is verklaard. Er zit een oude dame voor te bidden nadat ze een kaarsje heeft aangestoken.

Aan de andere kant van het plein waar deze kerk staat is het oude KBG gebouw. Het is vandaag niet open, maar hier zijn in de Sovjet en nazitijd honderden mensen gemarteld en gedood. Op de muren van het gebouw staan de namen van de slachtoffers. Het is een ijselijke ‘versiering’ van het pand.

Ieder land kent zo zijn eigen gewoonten bij het vieren van oud en nieuw. Wij hebben oliebollen, appelflappen, champagne en gaan om 12 uur de straat op om buren en bekenden een goed nieuwjaar te wensen. En daarna steken we vuurwerk af, in de nette variant. En in de minder nette variant steken we wat in de fik, gooien met vuurwerkbommen naar politie en andere hulpverleners. In Vilnius boeken mensen een avond in een restaurant en daarna voor een feest in een bar of discotheek. En men verzamelt zich op het plein bij de kathedraal voor het aftellen tot 12 uur. Voor die tijd is er muziek en een lichtshow die op de toren van de kathedraal wordt geprojecteerd. Om 12 uur wordt er wat vuurwerk afgestoken, maar zeker niet in de hoeveelheden zoals wij dat kennen. Een stuk rustiger 😉 Een paar mensen lopen met een fles drank, maar ook dat mag eigenlijk geen naam hebben. Het merendeel vertrekt na een tijdje weer naar een feest of naar vrienden. Wij vertrekken ook weer naar ons appartement. Het is licht gaan sneeuwen, wat wel bijdraagt aan de sfeer. De fles met bubbels mag nog leeg, en dan naar bed. Morgen om 5 uur loopt de wekker af en om tijd de bus te hebben naar het vliegveld. Als we de volgende ochtend om half 6 naar de bus lopen gaan de laatste feestgangers richting huis, al dan niet in beschonken toestand…. ze hebben een leuk feest gehad moeten we aannemen, en wij ook. Een unieke ervaring om oud en nieuw te vieren in Vilnius.

Dagen vol klein geluk, of Westerborkpad Naarden-Bussum-Hilversum-Baarn

Mijn lief en ik houden van reizen, ver weg en dichtbij. Wandelen is daarbij een prettige manier om een streek tot je te nemen. Al stappend door het landschap heb je de tijd om je heen te kijken en je te verheugen in de schoonheid van waar je je bevindt.

Dit weekend liepen we drie etappes van het Westerborkpad met vrienden B. en M. Van Naarden-Bussum via Hilversum naar Baarn. Op zaterdagochtend beginnen we in Naarden-Bussum, op wat een heerlijke winterdag zal blijken te worden. Fris, met lichte vorst in de nacht en overdag een winterzonnetje. Via de synagoge, die een beetje verstopt zit in een woonwijk langs de Joodse begraafplaats van Bussum. De eerste vorst die de dauw op de bladeren er uit laat zien alsof iemand met een grote bus poedersuiker is rond gegaan. Mooi. Zo geeft de vorst op de gevallen bladeren een verfijnde glans aan wat verder een trieste plek is. Ook hier een herdenkingsmuur voor de vermoorde joden die in de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn door de naziterreur.

Over de Bussumerheide, een stukje natuur ingeklemd tussen bebouwing van Naarden, Bussum en Hilversum. Daar loopt een kudde schapen, gelukkig zie je dat vaker tegenwoordig. Ik blijf het een mooi gezicht vinden. Daarna lopen we al snel weer de buitenwijken van Hilversum binnen. Daar treffen we een gezellig koffietentje, waar we even kunnen zitten. De koffie is uitstekend en de pecanpie en carrotpie smaken prima. Versterkt kunnen we verder. We hebben besloten om drie etappes in twee dagen te lopen, dus we lopen vandaag ook een stuk van de etappe naar Hilversum Sportpark tot Nieuw Loosdrecht. Door het centrum van Hilversum, dat een beetje een rommeltje is. Prachtige jaren twintig en dertig panden afgewisseld met modernere panden die qua stijl botsen met de statige panden. Midden in het centrum ligt een verstilde plek, een begraafplaats waar opnieuw een gedenksteen is aan de gestorvenen in de concentratiekampen. Het laatste stuk van die dag richting Nieuw Loosdrecht is wat saai, langs een industrieterrein.

Als we bij het monument voor de Jeugdalijah, eindpunt voor de eerste dag, aankomen blijkt dat de bushalte tijdelijk is opgeheven. Er zijn werkzaamheden waardoor de bus een andere route moet rijden. We staan te kijken bij het beeld als de bus toch achter ons langs komt rijden. M. zwaait verwoed naar de chauffeur maar die rijdt door. M. vraagt aan een verkeersregelaar die op de rotonde staat of de bus ergens anders vlakbij stopt. Daar heeft de man geen weet van, hij staat er pas een dag en heeft nog geen bus voorbij zien komen. Dat er nog geen vijf minuten geleden er één voorbij is komen rijden is hem ontgaan.

We besluiten er op te gokken dat we de bus toch kunnen aanhouden bij de tijdelijk opgeheven halte. We hebben geen zin om het saaie stuk terug te lopen naar het industrieterrein, of te kijken waar de eerstvolgende halte is. Dan zien we ineens de verkeersregelaar over de rotonde sprinten, al zwaaiend en roepend. Hij blijkt de bus aan te houden om ons vooral mee te nemen. Wat geweldig! De bus komt de hoek om en de chauffeur stopt. Wij zwaaien en roepen ‘Dank je wel’ naar de verkeersregelaar en vertellen de buschauffeur dat we heel blij zijn dat hij stopt. Wat je noemt een klein geluksmoment.

In hotel Ravel het tweede klein geluk moment, de receptioniste vertelt ons dat het niet druks in het hotel, en dat we een gratis upgrade krijgen naar grotere kamers. Dat is fijn. We vragen of ze nog tips voor het avondeten heeft. We kunnen natuurlijk de stad in, of 100 meter de andere kant op, waar een eetcafé zitting het oude tolhuis. We besluiten even te bellen, en ja we zijn van harte welkom. Als we even later bij Het Tolhuis komen blijken we zonder het te weten de laatst beschikbare tafel te hebben gereserveerd. Reuze fijn, klein geluk 😉. Het is eten is er goed, we hebben er echt lekker gegeten.

De volgende ochtend staat er een puik ontbijtkoek klaar. We vragen of onze koffie en thee kannen gevuld kunnen worden voor onderweg op onze wandeling. Het meisje zegt dat het geen probleem is en dat er ook geen extra kosten aan vast zitten. Als we weg gaan geeft ze ons nog een zak met extra proviand mee, bananen, mueslirepen, ontbijtkoek…want je moet goed eten onderweg. Het is te gek, zo hebben we het nog nooit mee gemaakt. Hotel Ravel is echt een aanrader… klein geluk 😘

We pakken de bus terug naar Nieuw Loosdrecht, stappen iets te vroeg uit maar pakken daardoor nog wel een fraai stuk Nieuw Loosdrecht mee. Prachtige buitenplaatsen en mooie oude boerderijen. Via een route die toch weer door Hilversum loopt trekken we de Hoge Vuursche op. Het is echt zo’n winterdag waarop iedereen naar buiten gaat. Hele families, hardlopers, paardrijders, mountainbikers… iedereen geniet van het heerlijke winterweer. Geen wind, beetje mistig in de verte en een waterig zonnetje dat net genoeg kracht heeft. De zon schijnt op plekken door de lichte nevel en creëert daarmee een licht mystieke sfeer.

Via de Hoge Vuursche bereiken we de bossen van Baarn. We hebben het wel een beetje gehad. M. heeft een kleine blaar en B. heeft een stijve kuit, bij mij speelt mijn achillespees op, lief J. heeft zoals gebruikelijk nergens last van qua spieren. Dan komt het laatste kleine geluksmoment van dit weekend als het station in zicht komt. En het restaurant De generaal waar een bokbiertje op ons wacht. Wat een heerlijk weekend was het!

Londen is the place for me

Je hebt steden waar je altijd naar terug kunt keren. Londen is zo’n plaats voor mij. Ik voel me er thuis, vooral in de minder drukke stukken van de stad. Eerder dit jaar was ik met mijn lief in Londen. Nu had ik opnieuw de gelegenheid, op dinsdag en woensdag had ik een congres waaraan ik een bijdrage heb geleverd in het bedenken van de programmering en ik een sessie moet optreden als moderator. En ja, dan is het natuurlijk een te mooie kans om te laten lopen, als je er toch moet zijn, om er niet een paar dagen aan vast te knopen.

Dit keer ga ik met beste vriendin M. We vertrekken op vrijdagochtend vanaf Schiphol. Ik had graag de Eurostar genomen, maar er waren ruim van te voren al geen tickets meer beschikbaar. Dus wordt het vliegen, op London City airport. Op advies van een collega hebben we geboekt bij Travelodge hotels, vlakbij de Tower. Het moet gezegd, het Londense openbare vervoer is over het algemeen goed geregeld. Vanaf Londen City airport is het één keer overstappen en kun je met de Docklands Light Rail (DLR) bij Tower Gateway uitstappen en is het nog geen 10 minuten lopen naar het hotel.

We zijn te vroeg om in te kunnen checken, maar we kunnen wel onze koffers achterlaten. We wandelen richting Shoreditch, ik heb ergens gelezen dat deze wijk helemaal hip en happening is. Dat willen we dan wel bekijken. Ons hotel ligt in Wapping, een buurt die duidelijk nog niet hip en happening is. We lopen door de wijk en treffen een bordje ‘Library’ aan, die kunnen we wel even meepikken onderweg. De Ideastore van Wapping (de Londense bibliotheek) is gelegen in een zeer multiculturele buurt. Het aanbod van cursussen is zeer divers, gericht op het leren van de taal, op ondernemerschap, op je weg in overheidsland leren te vinden. Daarin zijn de Londense Ideastores een stuk verder dan de gemiddelde Nederlandse bibliotheek. We lunchen in Café Rosh op de andere hoek van het winkelcentrum waar de bibliotheek zit. We nemen wraps met veggies en humus. Het restaurant is ook een multiculturele smeltkroes. In het restaurant kun je zeer divers eten, en het publiek is ook zeer divers. Oudere Engelse dames die een kop thee komen nuttigen, met een laat ontbijt van toast met witte bonen in tomatensaus, bangers (worstjes), spek en champignons. Hindoestaanse meisjes met hoofddoek met wraps maar ook met dezelfde mix van witte bonen en bangers. Grappig om te zien dat het oerengelse ontbijt ook door andere culturen wordt omarmd, en andersom zie ik Engelse jongelui met een bord met chicken curry met rijst.

Verderop verandert de omgeving naar een zakenwijk. Grote gebouwen zoals The Shard en The Ghurkin, imposante hoge zakelijke kolossen worden afgewisseld door oude gebouwen. Een bijzondere mix. Onderweg passeren we de bibliotheek van Bishopsgate, waar we even naar binnen schieten. Het is een bibliotheek volgens de stereotypen. Er staan nog houten catalogusbakken, en de boeken staan in hoge houten kasten. De bibliothecaris is een wat excentriek bebaard heerschap met een tweedpet op.

 

Shoreditch blijkt inderdaad een hippe wijk te zijn. In Spitalfields is in een oude fabriekshal die opengewerkt is een grote foodmarket te zijn, beetje als de Hallen in Amsterdam. Het is er gezellig druk, en duidelijk een plek om gezien te worden door jonge professionals. Er lopen ook wel wat toeristen rond, maar het is nog niet zo plat gelopen zoals Camden Market of Borough Market. In de wijk zijn ook op verschillende plekken murals (muurschilderingen) te bewonderen, sommige schijnen zelfs van Banksy te zijn. We drinken een biertje in de wijk en besluiten dan weer terug te lopen. Vlak bij het hotel eten we Indiaas bij The Empress aan Leman Street, en daarna zoeken we in de stromende regen ons hotel weer op. Het was een lange eerste dag in Londen.

En het regende maar en het regende maar, Londen dag 2

Als we opstaan valt er een lichte regen.. Je weet het nooit in Engeland, het kan heel snel opklaren of zoals in dit geval niet meer droog worden. Gelukkig is Londen rijk aan musea, zodat we niet met onze ziel onder de arm sneu door de regen hoeven te ploeteren op zoek naar vertier. We besluiten naar het Tate Modern te gaan. We steken eerst de Tower Bridge over richting Borough Market. Ik had het als een gezellige buurtmarkt in mijn geheugen zitten. Helaas is ook deze markt overlopen door toeristen, de lokale groente- en fruitmarkt is weg. De markt is veranderd in een plek vol vreettentjes van verschillende culturele achtergronden en waar de vette geuren op deze natte dag bijna op je neervallen en lijken te blijven plakken. (Hoewel als ik later op internet kijk, misschien zijn we niet ver genoeg doorgelopen en is de markt toch uitgebreider dan wat we hebben gezien. En is er toch nog een stuk authentieke markt over)

We ‘vluchten’ Southwark cathedral in, net naast de markt. Het is een oase van rust en schoonheid. De kathedraal is prachtig versierd, maar kent toch ook een bepaalde mate van soberheid. Fraai.DSC01442

We lopen verder richting Tate Modern. Ondanks het slechte weer is het druk op het wandelpad langs de Theems. We ondervinden hier aan den lijve hoe massatoerisme bepaalde plekken op de wereld ‘overneemt’. We doen er natuurlijk zelf ook aan mee, en dan is denk ik Tate Modern nog niet eens voor alle toeristen interessant. Het is gewoon heel erg druk hier in het centrum van Londen. We besluiten te lunchen in het museum. het restaurant zit op de één na hoogste verdieping. Dus heb je een prachtig uitzicht op stad onder de wolken en regen.

Er is geen tijd om het museum uitgebreid te bekijken, en waarom zou je eigenlijk ook. Ik kan het in ieder geval niet, zo’n groot museum helemaal bekijken. Teveel indrukken, en dan beklijft er niets. We kiezen er voor om twee willekeurige verdiepingen te bekijken. Daar staat op één afdeling een fraai kunstwerk van een Franse/Algerijnse kunstenares, een dorp in Algerije op modelschaal nagemaakt van couscous. Mooi hoe de kleuren en structuur van de couscous ook gelijk het beeld oproepen van sommige dorpen uit de Maghreb.

In de grote hal, waar vroeger de turbines stonden staat een spraakmakend beeld van Kara Walker. Het is haar antwoord op de beelden ter ere van Koningin Victoria die in zoveel vroegere koloniën van het Britse Koninkrijk te vinden zijn. Met haar beeld wil ze de andere kant van het kolonialisme laten zien. Wat heeft het die landen gekost, in plaats van opgeleverd.DSC01474

Na het museumbezoek lopen we verder richting Nopi.  Daar hebben we een reservering voor het eten. Maar voor die tijd hebben we een afspraak met mijn oude penvriend J. het etablissement dat hij heeft voorgesteld is een cocktailbar, een ongelooflijke lawaaitent. M. en ik besluiten naar de pub aan het andere eind van de straat te lopen. Een stuk rustiger zodat we ook beter elkaar kunnen verstaan. Het is opnieuw ontzettend leuk om J. weer te zien. Ook voor M. want wij gingen ooit als jonge twintigers op bezoek bij J in Nottingham, en hij kwam daarna met zijn vriend T. ons op zoeken in Nederland. Sweet memories.

Nopi is opnieuw een beleving. Het eten is heerlijk en het eten in de kelder met uitzicht op de keuken voegt toe aan de beleving. We besluiten na het eten terug te lopen in de regen. Vanochtend was het al druk langs de Theems, de drukte in Westend en Soho als de theaters uit gaan is nog wel een tandje erger. Het is op sommige plekken echt je weg zoeken door de drukte. Op de terugweg lopen we langs de National gallery, waar de pubtentjes van de protestbeweging Extinction Rebellion aan de voet van een Assyrisch leeuwenbeeld hun verblijfplek hebben gevonden. Aan de overkant van de Theems lopen we vlak langs Saint Paul Cathedral. De natte straat ervoor maakt een prachtig spiegelbeeld van de imposante kerk. De Towerbridge, de Shard en The London eye zijn allemaal prachtig verlicht en zo wordt London by night ook in de regen een feest voor het oog.DSC01506

Het aangename en het nuttige

Één keer per jaar gaan zes studievriendinnen sinds de Bibliotheekacademie met elkaar een lang weekend op stap. Een traditie die inmiddels al meer dan 25 jaar oud is, en nog altijd springlevend. Dit jaar hadden M. en ik de beurt om het weekend te organiseren, en het is altijd puzzelen om te kijken wanneer dan. Wie kan welk weekend, en hoelang kan dat weekend duren? En waar zullen we dan naar toe?

De keuze viel op Leuven, de Belgische studentenstad. Met de trein is het een aangename reis, met een uurtje of tweeënhalf-drie ben je er vanuit zuid-Nederland. Ons hotel lag iets buiten het historische centrum. Dat leek eerst een nadeel, maar nadat we op zaterdagavond het rumoer op de Oude Markt hadden meegekregen was het niet heel erg spijtig. Dan maar iets verder lopen en rustiger kunnen slapen.

Op vrijdagmiddag de stad al voorzichtig een beetje verkend. We wilden het stadhuis bezoeken, en er was diezelfde middag nog plek. Het stadhuis is prachtig, van buiten en van binnen. De gids die we kregen was helaas niet van het smeuïge type. De feiten die hij deelde waren best interessant, maar t werd gortdroog en zonder humor verteld. Jammer! En toen aan het eind van de rondleiding een dame uit de groep nog vroeg naar de zolder bleek dat hij aan zijn tijd zat en hij er echt niet aan kon beginnen om ons naar zolder te brengen en zo een veel langere rondleiding te geven. Dus zonder de zolder, waar blijkbaar allerlei oude schatten opgeslagen liggen, te bezichtigen stonden we suf gepraat buiten.

We eten bij La Cucaracha, een Mexicaans restaurant. Een kleine pijpenla, waarin het geluid van een grote groep hard weerklinkt. En een bediening die half in het Engels is, en half Vlaams. Bijzonder toch dat in verschillende horeca etablissementen er geen ‘native speakers’ meer te krijgen zijn als personeel. Bizar toch wel dat je in het Engels aangesproken wordt in een Nederlandstalig restaurant. Bijzonder was ook dat je alleen contant in het restaurant kon betalen, niet met pin of kaart. We moesten alles bij elkaar schrapen aan contanten om onze rekening te kunnen betalen. Dat zijn we in Nederland niet gewend dat je niet met pin kunt afrekenen.

Op zaterdag gaan we eerst de universiteitsbibliotheek bekijken, met een audiotour. Een prachtig gebouw met een tragische voorgeschiedenis. In twee wereldoorlogen is tot tweemaal toe de collectie volledig verbrand. En in de jaren zeventig of tachtig volgde het schisma binnen de universiteit tussen het Frans en Vlaams sprekende onderwijspersoneel, wat resulteerde in het stichten van een nieuwe universiteit en het splitsen van de collectie.

Daarna is het tijd om te shoppen en tussendoor te lunchen bij Greenway. Een keten van ‘groene’ restaurants, veganistisch en/of vegetarisch, met veel glutenvrije gerechten, fijn voor vriendin G. Daarna verder met shoppen. Het is het weekend van de klant, wat betekent dat veel winkels kortingacties hebben of traktaties zoals een glaasje bubbels voor de klanten.

‘S avonds eten we bij Mykene. Uitstekend eten daar en goede bediening die ook echt goed op de hoogte zijn van de geschiktheid van hun gerechten voor glutenintolerantie. Dat tref je echt niet in elk restaurant, dus complimenten!

Op zondag lopen we eerst naar de botanische tuin, of zoals ze die hier noemen Kruidtuin. Een fraaie tuin waar ze mooie borders hebben aangelegd met een mengeling nu van bv cavolo nero en paarse boerenkool gecombineerd met paarse bloemen, dahlia’s in dezelfde kleurstelling. De moeite waard om te bezoeken. Daarna lopen we voor een rondleiding bij Domus, de stadsbrouwerij, met een proeverij van bier en kleine hapjes. Dit keer hebben we een leuke gids, met humor vertelt de man over het brouwproces, over de naamgeving van de bieren etc. De aansluitende lunch is niet echt bijzonder. Daarna nog wat rondkijken in de stad, nog wat winkels binnen en dan vertrekken de meiden richting de trein.

Lief is naar Leuven gekomen. Hij had gisteren een verjaardag in Antwerpen en komt mij gezelschap houden. We lopen de stad in nadat we de meiden hebben uitgezwaaid. We lopen naar het Klein Begijnhof, een kleinood in de stad. Ik kende dit stukje van de stad nog niet, het is echt een lief stukje van Leuven. We besluiten ons diner te nuttigen bij de buurtbistro Onder de toren, naast het Begijnhof. Heerlijk mosselen gegeten.

Op de maandagochtend voordat Joep vertrekt terug naar huis en ik naar Brussel voor een meeting bij het Europees Parlement lopen we nog naar het groot Begijnhof. Groter en statiger dan het klein begijnhof, en op deze maandagochtend volstrekt verstild. Mooi stil met een druilige sfeer alsof ieder moment een lichte miezer kan gaan vallen.

Met mijn vertrek naar Brussel is er een eind gekomen aan een heerlijk weekend weg met mijn studievriendinnen en een kort intermezzo met mijn lief, allebei zeer aangenaam, wordt het nu weer tijd voor nuttig …lobbyen in Brussel.

Zon, regen, wind en de geur van gevallen fruit

Wandelen is een heerlijke bezigheid. Mijn lief vindt het oké, hij is meer een fietser. Maar omdat ik dan, hoe vreemd dan ook, sneller last krijg van mijn knieën wandelen we vaker dan dat we fietsen. In ieder geval voor langere afstanden. In de maanden wandelen waarin er rijp fruit langs de wandelpaden is te vinden is een kleine bezoeking als je wilt doorstappen. Lief gedraagt zich dan alsof hij een man uit de tijd van de jager/verzamelaars is.. als plukkend en snoepend van fruit loopt hij dan snel een stevige achterstand op en moet de rest van het gezelschap nogal eens op hem wachten. Hij is overigens wel gul met delen van zijn zoete schatten, wat eventuele ergernissen snel doet vergeten. En dan ga je wandelen in de Betuwe, in het fruitseizoen. Kat en spek…. Onze tocht liep van Lienden naar Ravenswaaij, en de dag erop naar Wadenoijen. Joep heeft zijn portie fruit ruimschoots gehaald deze twee dagen 😉 van vers geplukt en gevallen fruit, aangevuld met noten….

De weersverwachtingen waren niet bijzonder goed, onze ervaring is dat het zelden zo slecht is als wordt voorspeld. Het stuk van Lienden over de Rijnbandijk was vooral veel asfalt, wel met mooi zicht op de overkant van de Rijn de Utrechts/Gelderse heuvelrug. Fraaie boerderijen onderaan de dijk, met veel oude hoogstamfruitbomen en ook verrassend veel walnotenbomen.

Bovenop de dijk sta je natuurlijk wel vol in de wind, en het pad voerde niet vaak tussen de dorpen door. En de wind stak wel op gedurende de dag. Een plek om even te pauzeren troffen we niet, het was duidelijk eind van het seizoen voor de echt toeristische pleisterplaatsen zoals restaurants bij campings. Eén stevige regenbui over ons heen gehad, maar voor de rest bleef het droog en was het echt zo’n Hollands weer dag. Stevige wind met jagende wolken langs het zwerk, beetje dreigend af en toe, lekker zonnetje af en toe.

Onze overnachting hadden we in Buren. Wat een leuk plaatsje is dat! Ik kende het van naam, was er nog nooit geweest. Onze overnachting bij “De Prins” was prima. Het eten was verrukkelijk. Ook echt een aanrader voor vegetarische eters, de kok legt er duidelijk eer mee in om daar creatief in te zijn. De gastvrijheid was prima op orde, lekker vlot personeel dat niet te amicaal was, precies de goede toon wist aan te slaan.

De tweede dag was het weer niet zo zonnig.  Grauwe luchten waaruit ook met enige regelmaat regen viel. Omdat de tocht dan van Ravenswaaij naar Wadenoijen liep, kwamen we opnieuw door Buren. Op de stadswallen staan heel veel walnotenbomen en daar werd druk onder geraapt. Ik denk dat het Turkse of Iraanse mensen waren die met grote emmers en plastic zakken onder de bomen liepen te zoeken. Blijkbaar was de gemeente er aan gewend, want er stond een bordje aan het begin van de stadswallen dat als je wilde noten rapen je dan wel na afloop je rommel moest opruimen. Ik vond het wel een mooi gezicht, twee vrouwen en twee mannen die ieder met grote emmers en zakken vol noten duidelijk heel blij waren met hun oogst.

Net buiten Buren zien we heel veel ooievaars. Ik blijf dat een bijzonder gezicht vinden. Ik weet dat het gelukkig steeds beter met deze vogel gaat in ons land, maar om er een stuk of 15 in een weiland te zien staan is wel gaaf. Waarschijnlijk aan het verzamelen voor de trek naar het zuiden.

De rest van de etappe was wel weer veel asfalt, al was het stuk langs het riviertje de Korne fraai met mooie landgoederen en prachtige Betuwse boerderijen. Langs rijen ‘moderne’ fruitbomen en langs ouderwetse boomgaarden. En door de straffe wind overal onder de bomen veel gevallen fruit, waar je af en toe de geur van lichtzoete rotting van op ving.

In Wadenoijen willen we dan nog een late lunch gebruiken in de plaatselijke kroeg. Beetje natgeregend stappen we vol in regenpak-ornaat daar binnen. De tv staat aan, formule 1 met Max Verstappen. Een echt dorpscafé, waar, ik verwacht zoiets niet meer, nog gerookt wordt. In een rookruimte verbonden aan het café gedeelte, maar zonder deur er voor. Want ja, dan kun je niet meekijken op de tv.  Ben benieuwd hoelang dit nog zo doorgaat nu de Hoge Raad heeft aangekondigd dat het per direct niet meer mag. Wij accepteren de situatie nu maar zoals die is, geen zin om nog op zoek te gaan naar een ander café. De gehaktbal met friet lokt ons en het onvermijdelijke biertje aan het eind van een wandeling 😉

Zonovergoten najaar in de Weerribben

Aan ons was de beurt om ons jaarlijks weekend weg met A. en M. te organiseren. Lief had een B&B gereserveerd in Belgisch Limburg. Begin van de week vroeg ik hem of hij niet nog een keer zou checken of het in orde was…. lang verhaal kort, de B&B bleek een dubbele boeking te hebben en wij konden niet terecht. We moesten dus op zoek naar een andere plek. Omdat we de week ervoor hadden gewandeld in het Kuinderbos, en ik had gezegd dat het mooi zou zijn om er een keer een weekend te lopen bedacht lief dat hij zou zoeken naar een stek in de buurt van Kuinre. Dat werd de Weerribben. In een huisje van Staatsbosbeheer in Kalenberg. Geweldig huisje, goed geoutilleerd voor vier personen van alle gemakken voorzien. Het weer zit erg mee. Op vrijdagmiddag en -avond nog wat bewolkt, maar het trekt open. Zaterdag en zondag hebben we heerlijk weer. Op vrijdagavond beginnen we met naar Kalenberg fietsen om een stamppotmaaltijd te genieten bij het Doevehuis. Een echt Hollandse maaltijd met de vooraf Oma’s groentesoep, daarna keuze uit drie soorten stamppot (hutspot, zuurkool en boerenkool) met stoofvlees, spekjes, piccalilly, mosterd. En als toetje een vlaflip. Lekker, gewoon goed..niks spectaculair.Op zaterdag gaan we fietsen. Rondje Weerribben en Wieden. Van Kalenberg, Ossenzijl, Basse, Steenwijk, Zuidveen, Dwarsgracht Giethoorn, Jonen, Blokzijl, Blankenham, Baarlo, Nederland en weer naar Kalenberg. Prachtig! Als kind en tiener samen met mijn moeder, tantes, nichten en zus samen gefietst in iets ander rondje vanaf Vollenhove in de zomer. Een trip down memory lane. Dit stukje Nederland is zo mooi: water, rietkragen, veen- en moerasgebied. Kleine dorpjes onder Hollandse luchten, witte wolken in een hemelsblauw.Zondag gaan we wandelen. Niet in de Weerribben maar in Rottige Meenthe, net over de grens in Friesland. Ook een waterrijk gebied, met riet en veen en in dit geval riviertjes er door heen. We doen het Boswachterspad, ca. 15 km. Starten in Nijetrijne, eerst door bos en daarna langs riet en weidengebied. Het moet een vogelrijk gebied zijn, maar blijkbaar zitten we net tussen seizoenen in van wintergasten die er nog niet zijn en zomergasten die al op vogeltrek zijn. We zien wel wat ganzen, aalscholvers en hoog cirkelende roofvogels. En een paar prachtige libellen. Al met al een prachtige wandeling, die we best wel vaker kunnen doen. Want waarschijnlijk in ieder jaargetijde mooi.Al met al een heerlijk weekend weg, cadeautje met het prachtige najaarsweer.