De weersverwachtingen voor het weekend zijn dat het heet wordt, boven de vijfentwintig graden. Niet echt geschikt wandelweer. De etappes zijn niet lang, dus we gaan er voor met onze vrienden M. en B. Weesp is een mooi plaatsje, langs de Vecht. In het centrum de oude synagoge, die hoewel het sabbat is niet open is. Misschien zijn we te vroeg of te laat. We kunnen zien dat het gebouw (weer) in dienst is als godshuis, maar misschien worden er geen diensten meer gehouden. Als ik dat later check op de website is dat inderdaad het geval, het wordt niet meer actief gebruikt voor wekelijkse gebedsbijeenkomsten door de Joodse gemeenschap.
Even verderop is de protestante kerk wel open. Een sober doch kleurrijk interieur door het fraaie dak. Een van de vrijwilligers van dienst ziet M. en mij rondlopen, al foto’s makend en schiet op ons af. Hij wil graag zijn kennis over de bijzonderheden van de kerk delen. Een fraai koorhek, mooi orgel, een snoepje van een kabinetorgel en een grafstenenlichter uit de zeventiende eeuw. Het laatste schijnt vrij uniek te zijn, een houten apparaat op houten wielen, waarmee je grafstenen kon lichten zodat je iemand bij kon zetten in een graf. In veel oude grafstenen zie je een soort inkeping ,en daar werd dan een haak in gestoken om de steen op te kunnen tillen, zonder dat die beschadigd werd. In de kerk lagen natuurlijk alleen rijke stinkerds, dus fraaie grafstenen die niet beschadigd mochten worden. We komen bijna niet los van de man, hij blijft maar informatie spuien. Het is wel boeiend wat hij vertelt, en ik kan ook wel genieten van iemand die zich de historie van zijn lokale erfgoed zo eigen heeft gemaakt. Hoewel de etappe niet lang is moeten we toch echt nog door naar Muiderberg.

Eerst moeten we nog naar Muiden. Dit stadje is natuurlijk bekend om het Muiderslot. Dat zien we al liggen aan het eind van de Vecht die hier gehinderd door sluizen richting Gooimeer stroomt. Het is druk op het water, en in de sluis. Ik voel me weer even kind als ik een echtpaar zie klunzen in de sluis. Vlakbij mijn geboortehuis was ook een sluis, met een verval van wel 4,75 meter. Dan zag je mensen klungelen met de touwen, gevloek als het niet goed ging en in het ergste geval dat een bootje in de touwen tegen de sluismuur hing omdat ze de touwen niet op tijd lieten vieren. Hier gaat het gelukkig goed, al ziet niet alles er even professioneel en gecontroleerd uit.
Muiden kent ook een fraai kerkje, waarvan stukken uit de vijftiende eeuw zijn. Ook al met een mooi gekleurd dakgewelf. Ik kan mijn nieuwe camera goed uitproberen met al dit fraais.
De wandeling voert ons vervolgens langs de dijk waarbij we een fraai zicht hebben op het Muiderslot. En hoewel we hier zonder beschutting lopen geeft een windje van het meer enige verkoeling. Het is druk op het water, veel bootjes waarin mensen verkoeling zoeken tegen de warmte. En grote groepen zwanen en meerkoeten die eensgezind samen dobberen. Aan de overkant van het water ligt Pampus, roemruchte plek uit de scheepsvaarthistorie. We lopen verder over de dijk, richting Muiderberg. Aan de overkant van het water Almere Strand, waar blijkbaar een festival gaande is. De bassen dreunen over het water, wat een lol. Dat gaat de hele avond door, ook als wij bij ons hotel in Muiderberg zitten kunnen we tot middernacht meegenieten van de muziek van de overkant. Ik misgun de feestgangers aan de overkant van het water hun plezier niet, ik snap alleen niet dat muziek dan zo hard moet staan. Als onvrijwillige luisteraar hoor je vooral de bas en is het gedreun zeer vermoeiend. Ik word oud 😉
Ons hotel Het Rechthuis is een oud pand, oud tramstation en gerechtsgebouw geweest. Kamers zijn prima, het eten is oké. Met net iets meer aandacht was het beter geweest, ik ben een beetje een zeur wat dat betreft. Boontjes en peultjes afhalen en draden is natuurlijk wel een klusje, maar als je draderige boontjes of peultjes hebt eet je niet lekker. Het vlees is overigens uitstekend bereid. Het toetje met een citroentaartje en ijs erbij is qua smaak goed, ik kan me alleen niet aan de indruk onttrekken dat het taartje niet bevroren had moeten zijn. Aan de andere kant lijkt het erop dat ze met twee man in de bediening en één man in de keuken het hele terras bedienen, dat vind ik wel een prestatie.
De volgende ochtend na het ontbijt, dat prima is, vertrekken we richting Naarden-Bussum. Eerst langs de één na grootste Joodse begraafplaats die nog in gebruik is in Nederland. Heel indrukwekkend om langs al die stenen te lopen. De begraafplaats is duidelijk nog in gebruik, er zijn ook recente graven. B. wordt aangesproken door twee Joodse mannen of hij niet een keppeltje op zijn hoofd wil, hij kan het lenen, uit respect voor de doden. Hij slaat het af, maar bedekt daarna zijn hoofd toch maar.
Op de begraafplaats staan meerdere borden waarop Kohaniem staat. Ik ken de term niet, en B. ook niet. Dan biedt google gelukkig uitkomst. Kohaniem is een kaste in de Joodse religie, ze zouden afstammelingen van Aäron zijn en hebben een speciale rol in de joodse synagogedienst. Dat wist ik niet, en zo leer je weer wat tijdens zo’n wandeling.

De tocht loopt verderop grotendeels langs het Naardermeer. Wat een geweldig mooi gebied is dit! Hoe wijs dat JAC. P. Thijsse hier actie voor heeft gevoerd om dit tot natuurgebied te verklaren in plaats van de vuilstort voor Amsterdam die men voor ogen had. We kennen het vooral van naam, ik was hier niet eerder. Joep en ik nemen ons voor om een keer terug te komen en een tocht over en rond het meer te doen.
Aan de rand van het meer heb je twee mogelijkheden voor koffie. Restaurant Stadszigt van Natuurmonumenten zelf, en koffie bij Annie Mostert. De laatste is een dame die in De Machine woont (oud stoomgemaalgebouw), vierennegentig jaar oud is en koffie en thee serveert voor één euro als ze er zin in heeft. Een zeer vieve dame, die als we er neer ploffen honderduit praatjes heeft. Wat mooi als je zo oud wordt. De lunch gebruiken we bij Stadszigt en dan zijn het de laatste meters naar het station. Weer twee mooie wandeldagen door een mooi stukje Nederland.








We maken nog een avondwandeling door het dorp en zien de zon achter de bergen wegzakken. Morgen echt onze laatste volle dag kamperen en dan wordt het opbreken richting Dublin.
Dan reizen we door naar Ardmore. Ik heb in een wandelgidsje gezien dat je daar een korte wandeling langs de kliffen kunt doen, in het spoor van Saint Declan. Wel suf dat blijkt dat er twee Ardmores zijn, één in county Waterford en één in county Cork. Het moet de eerste zijn, maar ik tik per ongeluk de laatste aan, waardoor we de verkeerde kant op rijden, terug naar Cork. Gelukkig komen we er op tijd achter, dus omdraaien en alsnog naar de kust.In Ardmore zien we weer hoe onvoorspelbaar het Ierse weer is. Vanochtend was het op de camping ‘droog’, dat wil zeggen dat er een laaghangende wolk was die heel fijne nevel afgaf. Volgens de Ieren regent het dan niet, maar je wordt er nat van 😦 In Ardmore is het in de baai zonnig, links van de baai heiig, ik vermoed dus zo’n laaghangende wolk waardoor je nat wordt, en rechts helder. Gelukkig voert ons pad ons naar rechts. Was onze geest s ochtends verruimt door de whiskey, nu laten we ons hoofd leegblazen door de wind, en vullen met de beelden van langsscherende noordse stormvogels, een zeehond onderaan een klif, Jan van Genten, zilvermeeuwen, een scheepswrak en de ruige kust die hier een valse schijn van lieflijkheid heeft door de bloeiende heide en gaspeldoorn. Geestverruimend? In ieder geval vervult het ons met vreugde over de schoonheid van dit landschap. De Round Tower op het kerkhof in Ardmore bij de ruïne van de kerk is de kers op de taart. Heel verstild en beetje mystiek die toren. Een mooie afsluiting van een mooie dag.




Het pad naar beneden is nog pittiger dan het klimmetje naar boven. Modderig en glibberig met grotere hoogteverschillen. Een aanslag op mijn knieën en op mijn hielen. Blij dat ik mijn wandelstokken die ook hier nog heb gekocht nu kan gebruiken. Zonder was het een stuk minder eenvoudig geweest.Al lopend (of glibberend) naar beneden veranderen de kleuren. Het groen en het blauw, van velden en zee wordt lichter of dieper al naar gelang het licht in intensiteit verschilt. Je kunt goed zien waarom Ierland ook wel het Emerald Island wordt genoemd.
De lange afdaling gaat uiteindelijk over in een stenen pad en daarna asfalt. Dat voert ons An Brendan in waar we aan de pier met zicht op het rode strand een biertje genieten. Weer een paar Jan van Genten die op spectaculaire wijze de zee in duiken op zoek naar vis. En we zien ver in de baai dolfijnen. Wat een gouden dag! Versterkt door het biertje lopen we dan de laatste vier kilometers naar An Clochan waar onze B&B zit. Morgen de laatste wandeldag van deze trip.
