Westerborkpad, Weesp-Muiderberg-Naarden-Bussum

De weersverwachtingen voor het weekend zijn dat het heet wordt, boven de vijfentwintig graden. Niet echt geschikt wandelweer. De etappes zijn niet lang, dus we gaan er voor met onze vrienden M. en B. Weesp is een mooi plaatsje, langs de Vecht. In het centrum de oude synagoge, die hoewel het sabbat is niet open is. Misschien zijn we te vroeg of te laat. We kunnen zien dat het gebouw (weer) in dienst is als godshuis, maar misschien worden er geen diensten meer gehouden. Als ik dat later check op de website is dat inderdaad het geval, het wordt niet meer actief gebruikt voor wekelijkse gebedsbijeenkomsten door de Joodse gemeenschap.

Even verderop is de protestante kerk wel open. Een sober doch kleurrijk interieur door het fraaie dak. Een van de vrijwilligers van dienst ziet M. en mij rondlopen, al foto’s makend en schiet op ons af. Hij wil graag zijn kennis over de bijzonderheden van de kerk delen. Een fraai koorhek, mooi orgel, een snoepje van een kabinetorgel en een grafstenenlichter uit de zeventiende eeuw.  Het laatste schijnt vrij uniek te zijn, een houten apparaat op houten wielen, waarmee je grafstenen kon lichten zodat je iemand bij kon zetten in een graf. In veel oude grafstenen zie je een soort inkeping ,en daar werd dan een haak in gestoken om de steen op te kunnen tillen, zonder dat die beschadigd werd. In de kerk lagen natuurlijk alleen rijke stinkerds, dus fraaie grafstenen die niet beschadigd mochten worden. We komen bijna niet los van de man, hij blijft maar informatie spuien. Het is wel boeiend wat hij vertelt, en ik kan ook wel genieten van iemand die zich de historie van zijn lokale erfgoed zo eigen heeft gemaakt. Hoewel de etappe niet lang is moeten we toch echt nog door naar Muiderberg.

Eerst moeten we nog naar Muiden. Dit stadje is natuurlijk bekend om het Muiderslot. Dat zien we al liggen aan het eind van de Vecht die hier gehinderd door sluizen richting Gooimeer stroomt. Het is druk op het water, en in de sluis. Ik voel me weer even kind als ik een echtpaar zie klunzen in de sluis. Vlakbij mijn geboortehuis was ook een sluis, met een verval van wel 4,75 meter. Dan zag je mensen klungelen met de touwen, gevloek als het niet goed ging en in het ergste geval dat een bootje in de touwen tegen de sluismuur hing omdat ze de  touwen niet op tijd lieten vieren. Hier gaat het gelukkig goed, al ziet niet alles er even professioneel en gecontroleerd uit.

Muiden kent ook een fraai kerkje, waarvan stukken uit de vijftiende eeuw zijn. Ook al met een mooi gekleurd dakgewelf. Ik kan mijn nieuwe camera goed uitproberen met al dit fraais.

De wandeling voert ons vervolgens langs de dijk waarbij we een fraai zicht hebben op het Muiderslot. En hoewel we hier zonder beschutting lopen geeft een windje van het meer enige verkoeling. Het is druk op het water, veel bootjes waarin mensen verkoeling zoeken tegen de warmte. En grote groepen zwanen en meerkoeten die eensgezind samen dobberen. Aan de overkant van het water ligt Pampus, roemruchte plek uit de scheepsvaarthistorie. We lopen verder over de dijk, richting Muiderberg. Aan de overkant van het water Almere Strand, waar blijkbaar een festival gaande is. De bassen dreunen over het water, wat een lol. Dat gaat de hele avond door, ook als wij bij ons hotel in Muiderberg zitten kunnen we tot middernacht meegenieten van de muziek van de overkant. Ik misgun de feestgangers aan de overkant van het water hun plezier niet, ik snap alleen niet dat muziek dan zo hard moet staan. Als onvrijwillige luisteraar hoor je vooral de bas en is het gedreun zeer vermoeiend. Ik word oud 😉

Ons hotel Het Rechthuis is een oud pand, oud tramstation en gerechtsgebouw geweest. Kamers zijn prima, het eten is oké. Met net iets meer aandacht was het beter geweest, ik ben een beetje een zeur wat dat betreft. Boontjes en peultjes afhalen en draden is natuurlijk wel een klusje, maar als je draderige boontjes of peultjes hebt eet je niet lekker. Het vlees is overigens uitstekend bereid. Het toetje met een citroentaartje en ijs erbij is qua smaak goed, ik kan me alleen niet aan de indruk onttrekken dat het taartje niet bevroren had moeten zijn. Aan de andere kant lijkt het erop dat ze met twee man in de bediening en één man in de keuken het hele terras bedienen, dat vind ik wel een prestatie.

De volgende ochtend na het ontbijt, dat prima is, vertrekken we richting Naarden-Bussum. Eerst langs de één na grootste Joodse begraafplaats die nog in gebruik is in Nederland. Heel indrukwekkend om langs al die stenen te lopen. De begraafplaats is duidelijk nog in gebruik, er zijn ook recente graven. B. wordt aangesproken door twee Joodse mannen of hij niet een keppeltje op zijn hoofd wil, hij kan het lenen, uit respect voor de doden. Hij slaat het af, maar bedekt daarna zijn hoofd toch maar.

Op de begraafplaats staan meerdere borden waarop Kohaniem staat. Ik ken de term niet, en B. ook niet. Dan biedt google gelukkig uitkomst. Kohaniem is een kaste in de Joodse religie, ze zouden afstammelingen van Aäron zijn en hebben een speciale rol in de joodse synagogedienst. Dat wist ik niet, en  zo leer je weer wat tijdens zo’n wandeling.

De tocht loopt verderop grotendeels langs het Naardermeer. Wat een geweldig mooi gebied is dit! Hoe wijs dat JAC. P. Thijsse hier actie voor heeft gevoerd om dit tot natuurgebied te verklaren in plaats van de vuilstort voor Amsterdam die men voor ogen had. We kennen het vooral van naam, ik was hier niet eerder. Joep en ik nemen ons voor om een keer terug te komen en een tocht over en rond het meer te doen.

Aan de rand van het meer heb je twee mogelijkheden voor koffie. Restaurant Stadszigt van Natuurmonumenten zelf, en koffie bij Annie Mostert. De laatste is een dame die in De Machine woont  (oud stoomgemaalgebouw), vierennegentig jaar oud is en koffie en thee serveert voor één euro als ze er zin in heeft. Een zeer vieve dame, die als we er neer ploffen honderduit praatjes heeft. Wat mooi als je zo oud wordt. De lunch gebruiken we bij Stadszigt en dan zijn het de laatste meters naar het station. Weer twee mooie wandeldagen door een mooi stukje Nederland.

Wadenoijen-Waardenburg-Rossum

Van de ruige kliffen van Ierland naar de uiterwaarden van de Waal overschakelen lijkt een groot contrast. En dat is het misschien ook wel, toch zijn er parallellen. Er is water, al is het één zee/oceaan, het ander een grote rivier, er zijn mooie vergezichten, leuke dorpjes en prachtige wolkenluchten. Het landschap trekt zich aan ons voorbij en laat zich langzaam tot ons nemen. De camera hangt om de schouder om mooie plaatjes te kunnen schieten, het Hollandse rivierenlandschap kent zijn eigen schoonheid en dynamiek.

We zetten onze auto’s voor de eerste etappe eerst aan het eindpunt voor de eerste dag, in Waardenburg en daarna rijden we met z’n vieren naar Wadenoijen. We konden geen hotel dicht bij de route vinden en slapen dus zaterdagavond in een hotel in Zaltbommel. We zullen dan een auto weer neerzetten aan het eindpunt van zondag, in Rossum en terugrijden naar Waardenburg om vandaar uit de tweede etappe van het weekend te starten. Iets omslachtiger dan gebruikelijk als we wel een hotel dicht bij de route kunnen vinden. Op zaterdag zetten we onze auto aan de weg op een grindstrook voor een woonhuis aan een buitenweg. Omdat we het wat asociaal vinden dit zonder bericht te doen plakken we een briefje op de voordeur met het telefoonnummer van Joep. Niet dat we zo maar terug zijn als ze willen dat we hem weg halen, want al lopend ben je niet gelijk weer terug… het gaat om het gebaar 😉

We lopen door de Betuwe, en het is oogstseizoen. Overal kersen en we lopen langs een boomgaard waarin de takken van de pruimenbomen diep doorhangen van de rijke oogst. Bij een groot fruitbedrijf staat een hypermoderne automatiek waar je alsof je bij de FEBO bent een kilo appelen, pruimen, aardbeien en zelfs fruitsapjes ‘uit de muur’ kunt trekken. Zo kunnen de tuinders hun klanten op elk moment van de dag (en week, hier in de diepgelovige Betuwe) bedienen op hun vitaminebehoefte.

De Betuwe kent een eigen type boerderij, met een groot overstek aan de achterkant van de schuur. Het gaf in vroeger tijden ruimte om volle hooiwagens droog uit te kunnen laden. Tegenwoordig is het een mooie plek om een zitje te maken en zo heerlijk in de schaduw te kunnen zitten. We vinden ze fraai, en we passeren een paar prachtig gerestaureerde exemplaren.

De tocht voert ons langs Ophemert, Varik met zijn karakteristieke toren, en Heesselt. We lopen daar richting de Waal en genieten de lunch bij de theetuin Riverlounge. De lunch is prima, het meisje in de bediening zou een stuk vlotter in het gesprek kunnen zijn. Ze is niet onaardig, maar mist flair om makkelijk contact te leggen met gasten. Versterkt na de lunch lopen we langs een nieuw aangelegd stuk “ruimte voor de rivier”. Doorsteken door de zomerdijk, slenken en poelen.

Daardoor gevarieerde begroeien en vogels. We zien wel een stuk of tien ooievaars. Het is een prachtig gezicht om deze statige vogel weer veel vaker te zien in ons landschap.

In Neerijnen en Waardenburg lopen we langs de daar aanwezig kastelen. Het eerste was voor de gemeentelijke herindeling het gemeentehuis. Iets verderop ligt de kasteeltuin, van waaruit je zicht hebt op de hervormde kerk van Neerijnen. Die doet qua uiterlijk wat Oostenrijks aan, dat zal wel aan de okergele kleur liggen die nogal opvallend is. De kasteeltuin is een juweeltje, het schijnt dat hij door vrijwilligers opgeknapt en in oude glorie hersteld is. Ze hebben eer van hun werk. Een mooie mix van groente- en siertuin.

Kasteel Waardenburg ligt maar even verderop en heeft een totaal andere uitstraling dan Neerijnen. Het is dan ook vele eeuwen ouder, daar zit zo maar twee-drie eeuwen tussen. Waardenburg is echt een kasteel zoals een kind het zou kunnen tekenen met een stevige toren en een slotgracht. Neerijnen doet meer denken aan een havezate met een slotgracht erbij. Verschillende stijlen… ook te danken aan het feit dat de manier van oorlogsvoering in de loop der eeuwen sterk veranderde en roofridders niet meer het land terroriseerden. Je kreeg alleen wel eens buitenlands ‘bezoek’.

Onze eerste dag eindigt in Waardenburg, van waaruit we eerst de auto op gaan halen. Ons briefje was gevonden, de eigenaar van het huis heeft blijkbaar een feestje. Ze zitten gezellig met een hele kluit buiten en we worden uitgenodigd om ook iets mee te drinken. het is inmiddels toch al zes uur geweest, we hebben lang over de 22 kilometers gedaan. We slaan af, en vertrekken naar ons hotel.

Van Waardenburg lopen we zondag eerst over de Martinus Nijhoff brug naar Zaltbommel. Wat een ongelooflijke herrie maakt autoverkeer! Dat merk je pas goed als je over de brug loopt. Gelukkig is er aan het eind een geluidswal en stappen we daarna in relatieve stilte Zaltbommel binnen.

Wat een leuk stadje is dit. Mooi geconserveerd met huizen uit de zestiende eeuw, een stadskasteel, de befaamde toren natuurlijk, een gezellig marktplein en een fraaie boulevard langs de Waal. Tijd voor koffie met appeltaart en genietend om ons heen kijken. Op zo’n zonnige zondagochtend zitten er al verrassend veel mensen op het terras. De usual suspects als wielrenners, motorrijders, wandelaars en de stedelingen die hier hun koffietje komen nuttigen bij een krantje of een boek. Ongebruikelijk is de groep Zündapp rijders die even later het marktplein in de blauwe rook zetten als zij hun brommers aantrappen voor een toertochtje. Er zitten met liefde onderhouden en blinkend opgepoetste exemplaren bij. Die mannen doen duidelijk aan een actieve vorm van ‘brommers kiek’n’.

We lopen dan langs de andere kant van de Waal, stroomopwaarts met zicht op de uiterwaarden en rivierontwikkeling waar we gisteren liepen. Grappig. Het valt ons opnieuw op hoe druk het op de rivier is. Een watersnelweg waarop de grote containerschepen afgewisseld worden door kleine tuffertjes van riviercruisers en speedboten of jetski’s. Dat het allemaal goed gaat!

In Hurwenen hebben we een uitstekende lunch en dan wacht Rossum al aan de horizon. Daar staat een in tudorstijl gebouw kasteel, beetje onnederlands. Het oorspronkelijke kasteel, door de familie van Maarten van Rossum (naamgever van deze wandelroute) is verwoest door een brand en dit is in de negentiende eeuw gebouwd ter vervanging van de ruïne. Het spiegelt zich fraai in het omringende water. Wij spoeden ons naar het terras aan de dijk, tijd voor een biertje als afsluiting van weer een geweldig wandelweekend in Nederland.

Dublin

We waren zo’n zes jaar geleden al eens een paar dagen in Dublin. Toen was het regenachtig, nu is het mooi weer. Zoals je meestal doet als je een stad voor het eerst bezoekt ‘doe’ je de hoogtepunten. Een volgende keer kun je dan eventueel een hernieuwde kennismaking doen of wat andere plekken bezoeken. Dus vorige keer oa Trinity College gedaan en de kathedraal, langs Kilmanhain Gaol en vooral ook door de stad gelopen. Het was ons toen niet erg opgevallen hoe druk de stad is met bussen. Nu valt ons dat wel op, en misschien omdat we uit de stilte van de Wicklow Mountains en de Dingle Way komen dat we het allemaal wat lawaaiig vinden. En misschien is de stad nu ook wel drukker dan zes jaar geleden….

We hebben maar iets meer dan een halve dag, dus het programma is beperkt. We lopen vanaf onze B&B die in de buitenwijk Ballsbridge ligt richting de havenmond om daar op het uiterst mogelijke punt de Liffey over te steken. Vandaar lopen we richting de stad en het indrukwekkende Famine monument. Ik had het nog niet gezien, Joep is er tijdens ons vorige bezoek toen ik in vergadering was naar toe gelopen. Een hartverscheurende beeldengroep, geschonken door nazaten van een groep Ierse boeren en pachters die naar Canada werden verscheept omdat er in hun dorp geen voedsel meer was door een aantal jaren mislukte aardappeloogst. De uitgemergelde lijven, hun wanhopige en ook lijdzame blikken, uitgeblust en met een sprankje hoop, smekend. Je krijgt er kippenvel van.

We stiefelen zo stiekem nog wat kilometers weg, langs en over de rivier. We willen nog bij de markthallen langs. Die blijken gesloten te zijn voor renovatie. Niets te vroeg naar de staat van het gebouw kijkend. Als ik op google zoek of er nog meer markthallen zijn blijkt er een foodmarket vlak bij onze B&B te zijn. Daar willen we wel eten vanavond.

We besluiten via het centrum, na een korte stop in de pub waar we zes jaar geleden ook een drankje hebben genoten langzaam terug te lopen richting B&B. Nog een bezoekje aan Saint George market waar ik nog een cd scoor, nog ergens natuurzeepjes gekocht voor onze buurvrouw als dank voor het zorgen voor ons huis en dan toch richting Ballsbridge. We reserveren bij Fodder in Avoca’s foodmarket. Ballsbridge is duidelijk een wijk in ontwikkeling. Prachtige Georgiaanse huizen afgewisseld met nieuwe flats, duidelijk voor de jonge opkomende stadsbewoners. Onder in de flats hippe restaurantjes, fitness- en wellnesscentra. En dus ons restaurantje. Prima gegeten, was echt lekker en leuke ambiance. Dan op tijd naar bed, want morgen moeten we op tijd bij de ferry zijn. Na een korte en warme nacht (het was erg warm op de kamer), met ons ‘breakfast to go’ van de B&B mee naar de ferry gereden. Dat viel nog niet mee, want de toegang tot de terminal was geregeld via een verkeerslicht dat min of meer gelijk op ging met het verkeer voor rechtdoor van de overkant (wij moesten rechtsaf), zodat er bij groen licht maximaal 2-3 auto’s door het licht konden. En als er dan ook nog een lange goederentrein langs komt die het verkeer stremt dan wordt de afstand die je in een kwartier zou moeten kunnen afleggen en waarvoor je ruim de tijd hebt toch nog best stressvol als dat meer dan een drie kwartier duurt. Maar het is gelukt en we hebben de boot naar Holyhead gehaald.

Laatste kampeerdagen, 2

Om het af te leren en niet volledig cold turkey van actieve wandelvakantie naar rondreisvakantie over te stappen gaan we naar Glendalough. We willen daar de historische, religieuze site bezoeken en een wandeling door dat stukje van de Wicklow mountains maken.

We zijn vroeg op pad en bijna als één van de eersten op de parkeerplaats bij het bezoekerscentrum. Onder de auto naast ons staat een bakje met salade. Ik vraag aan de bestuurder, een van de parkeerwachters of hij dat weet. Het is zijn lunch vertelt hij en zo hoopt hij die nog wat koel te houden. Ik vraag of hij niet bang is dat een vos, rat of vogel zijn lunch zal kapen, dat is niet het geval. Vossen en ratten had hij al een tijd niet gezien, in ieder geval niet overdag.

In het bezoekerscentrum wordt uitleg gegeven over het ontstaan van deze religieuze plek en hoe die samenhangt met andere kloosters in Ierland en elders in Europa. De religieuze gebouwen staan iets verderop verspreid waaronder de karakteristieke ronde toren die we op meer plekken hebben gezien.

Wat me opvalt op deze plek en ook elders zoals bij Rock of Cashel is dat de kerkhoven een mengeling zijn van moderne graven en heel oude stenen van lang lang geleden. Dat is natuurlijk op alle begraafplaatsen zo maar op deze plek die een mengeling van toeristische attractie en meditatieve plek is verwacht ik niet dat er nog actief gebruik van wordt gemaakt. Waarom ik dat denk kan ik niet goed verklaren….. het is gewoon zo.

De route naar onze wandeling loopt langs het Upper Lake, Glendalough betekent twee meren, de restanten van het klooster bevinden zich bij het Lower Lake. We gaan de rode route lopen, langs Prezen Rock en The Spinc. Gedeeltelijk loopt de route door bos, door bosbouwgebied met houtkap en over heide. Wij lopen de route linksom waardoor je eerst langs brede karrensporen gestaag omhoog gaat, gelijk op gaat met de Wicklow Way. Als die rechtdoor gaat en wij rechtsaf is het pad inmiddels de boomgrens voorbij en is het pad overgegaan in een pad van oude treinbielzen. Die schijnen hier vroeger in de mijnbouw te zijn gebruikt, mooi hergebruik.

Het uitzicht is weer prachtig. Ik heb het al vaker gezegd in de blogs over deze vakantie, Ierland is echt schitterend. Het landschap verandert steeds doordat er nooit (of bijna nooit) een strakblauwe lucht is. Er drijven altijd wel ergens wolken, soms wattige witte , schaapjes of eindverantwoordelijke die ander weer aankondigen. Som zijn het dreigende grijsblauwe wolken, of grijswitte flarden wolk waaruit er lichte miezer zal gaan waaien. Door de immer in beweging zijnde lucht verandert het landschap voortdurend van kleur, schaduwen maken bossen donker en je voelt dat hier het oude volk ligt te loeren op een kans om terug te komen, een moment later valt er een band zonlicht op een stuk bos en zie je een elfenkind spelen met de glinsterende druppels water op het blad van eenvormig. Ierland zet je fantasie in werking en mocht je niet geloven in het oude en kleine volk dan nog kan het landschap je betoveren.

We besluiten om niet gelijk terug te gaan naar de camping maar een toeristische route via de meren bij Blessington en via Sally Gap te rijden. Met name dat laatste is een verrassing, je rijdt over heel smalle weggetjes door lange heuvels, overgroeid met heide al dan niet in bloei, kleine loughs waarin de wolken spiegelen, zwarte scheuren in de grond waar turf is gewonnen. Het is schilderachtig mooi.

Op de camping na een douche vieren we onze laatste avond kamperen met eten in de pub en live muziek. Als we de tent in kruipen maken boven onze hoofden de kauwen, roeken en duiven met elkaar al monkelend uit wie waar in welke boom mag zitten vanavond. Een terugkerend avondritueel de afgelopen twee nachten dat we morgen in Dublin zullen missen.

Laatste kampeerdagen, 1

Onze reis is bijna ten einde. Dat is altijd een raar gevoel. Je weet dat het eindig is, dat je in dit geval over een paar dagen met de veerboot de terugreis zult aanvaarden. Je bent bezig om qua boodschappen doen alleen de noodzakelijke dingen in te slaan…. en toch lijkt de vakantie zich nog eindeloos voor je uit te strekken. Want het is nog niet zover en de keuzes van wat je wilt en kunt doen zijn nog riant.We verkassen van Cork, waar het water waaide, we moesten het vooral geen regen noemen, naar Redcross in de Wicklow Mountains. Onderweg doen we Cashel aan, met de bekende Rock of Cashel. Je ziet de burcht en kathedraal al van ver boven het stadje uit torenen. Het is indrukwekkend en zeker een bezoek waard. Ik vind het opvallend hoeveel historische gebouwen of ruïnes van gebouwen er in Ierland bewaard gebleven zijn. Veel meer in mijn beleving dan in Schotland, maar dat kan perceptie zijn.Na ons bezoek aan de Rock genieten we onze lunch ook nog in het plaatsje. Daarna is het nog best een stuk rijden naar Redcross waar onze camping is. We schampen langs Dublin maar buigen zuidwaarts af. Omdat ik de verkeerde camping heb ingetikt voert Google Maps ons natuurlijk ook naar die plek. Dat betekent we dwars door de Wicklow Mountains over de meest feeërieke weggetjes, waar je blij bent geen tegenliggers tegen te komen, van Rathdrum naar Redcross rijden. Wat een fraai gebied is dit.We maken nog een avondwandeling door het dorp en zien de zon achter de bergen wegzakken. Morgen echt onze laatste volle dag kamperen en dan wordt het opbreken richting Dublin.

Geestverruimend ?!

Je kunt niet naar Ierland (of Schotland) gaan en niet naar een whiskey (whisky) distilleerderij gaan. Voor beide volken een godendrank, waar ze flinke mythes en marketing omheen hebben gebouwd. Toen we in Schotland waren vijf jaar geleden hebben we met veel plezier een rondleiding gedaan bij Oban. Eerder deze vakantie vingen we bot bij Bushmills, nu hadden we voor de zekerheid van te voren maar kaarten besteld via internet. Op maandagochtend om elf uur al de ins en outs over Jameson uitgelegd krijgen, en aan het eind mag je dan natuurlijk proeven. Bij Oban laten ze verschillende rijpingen proeven, bij Jameson laten ze je een Amerikaanse Bourbon,een Schotse single malt met peat en een Jameson drie keer gedistilleerd proeven. De laatste is veruit de zachtste en krijgt de voorkeur van de meeste proevers. Vergeleken met Oban is deze rondleiding veel gelikter, maar niet minder informatief. En natuurlijk vinden we dat we de winkel niet kunnen verlaten zonder een whiskey te hebben gekocht….Dan reizen we door naar Ardmore. Ik heb in een wandelgidsje gezien dat je daar een korte wandeling langs de kliffen kunt doen, in het spoor van Saint Declan. Wel suf dat blijkt dat er twee Ardmores zijn, één in county Waterford en één in county Cork. Het moet de eerste zijn, maar ik tik per ongeluk de laatste aan, waardoor we de verkeerde kant op rijden, terug naar Cork. Gelukkig komen we er op tijd achter, dus omdraaien en alsnog naar de kust.In Ardmore zien we weer hoe onvoorspelbaar het Ierse weer is. Vanochtend was het op de camping ‘droog’, dat wil zeggen dat er een laaghangende wolk was die heel fijne nevel afgaf. Volgens de Ieren regent het dan niet, maar je wordt er nat van 😦 In Ardmore is het in de baai zonnig, links van de baai heiig, ik vermoed dus zo’n laaghangende wolk waardoor je nat wordt, en rechts helder. Gelukkig voert ons pad ons naar rechts. Was onze geest s ochtends verruimt door de whiskey, nu laten we ons hoofd leegblazen door de wind, en vullen met de beelden van langsscherende noordse stormvogels, een zeehond onderaan een klif, Jan van Genten, zilvermeeuwen, een scheepswrak en de ruige kust die hier een valse schijn van lieflijkheid heeft door de bloeiende heide en gaspeldoorn. Geestverruimend? In ieder geval vervult het ons met vreugde over de schoonheid van dit landschap. De Round Tower op het kerkhof in Ardmore bij de ruïne van de kerk is de kers op de taart. Heel verstild en beetje mystiek die toren. Een mooie afsluiting van een mooie dag.

De (on)voorspelbaarheid van het weer in Ierland

We zijn inmiddels 3 weken in Ierland en we hebben al heel wat weer voorbij zien komen. Van stralend blauwe lucht met temperaturen rond de 25 graden tot stormachtige wind met stevige regen en alles wat er tussen zit. Opvallend is dat de weerapp er meestal naast zit. De dag dat we naar Inishmor gingen was de voorspelling de hele dag regen. Het heeft zeker geregend die dag, stevig zelfs, maar de was die we optimistisch gestemd buiten hadden gehangen was toch een soort van droog geworden.

Gisteren gaf de weersvoorspelling voor vandaag mooi weer aan. Een iets bewolkte ochtend, daarna kans op zon. Vanochtend vroeg regende het, daarna klaarde het op en kwam de zon om de hoek. Een uitgelezen gelegenheid om een wasje te doen, het op te hangen en daarna lekker weg naar Cork.. de was zou wel voor zichzelf zorgen. De weerapp begon halverwege de dag andere berichten te geven…. regen of toch droog maar met 100% luchtvochtigheid. De was was er niet droger op geworden helaas😉

Tijdens onze wandelingen waren de berichten een paar keer matig. Grote kans op regen. Toch hebben wij weinig regen gehad, soms een bui, of wat miezer. Vaak blies het over en voorbij. Gisteren zouden we regen hebben op onze reisdag oa over de Ring if Beara. Het was zon met spectaculaire wolken. Dat zette hey landschap in een passende lijst die het niet eens nodig heeft om je de adem te benemen.

Vandaag zou een redelijk droge dag blijven…. het werd een dag miezeren in Cork. Een mooie blauwe lucht zou deze stad helpen iets meer kleur te krijgen. De kerken zijn prachtig en er zijn kleurrijke huizen. Toch hangt er een mix van vrolijkheid en neerslachtigheid in de stad. Studenten, toeristen en armoede.

Een stranddag, of Gejaagd door de wind

We nemen vanochtend afscheid van A. en A. Zij blijven een dag extra in Cloghane. Wij lopen door. We worden door de eigenaar van ons guesthouse naar het begin van Fermoyle Beach gebracht. Ik vraag hem of het bedrijf al lang in de familie is. Al vanaf 1860 meldt hij. Net zolang als de Windsors in Buckingham Palace zitten. Dat is een mooie analogie. Ik vraag of er opvolging is, maar dat weet hij nog niet. Zijn kinderen zijn met andere dingen bezig, maar zo was hijzelf op die leeftijd ook meldt hij. En dan zegt hij dat zijn vrouw 15 maanden geleden plots overleden is, en dat het daarmee wel moeilijker is geworden. Ik condoleer hem en vraag hem of hij zijn leven weer een beetje op kon pakken. Hij zegt dat hij het bedrijf voortzet voor zijn vrouw, daarin ook gesteund door een gedicht dat hij heeft gelezen. In dat gedicht wordt een boerenbroden opgevoerd waarvan de man is overleden. Zij gaat door met het land bebouwen en met oogsten. Als mensen haar verwijten dat ze niet goed rouwt en haar man niet gedenkt zegt ze dat de oogst haar (en dus hun) kinderen zal voeden en dat dit is wat haar man altijd wilde: zijn gezin voedden. Ontroerend hoe hij vertelt, en fijn dat een gedicht hem heeft geholpen.

Onze wandeling zal vandaag grotendeels over het strand gaan, een echte stranddag dus ;-). De weersvoorspelling zijn niet al te best, afgelopen nacht heeft het stevig geregend en geonweerd. Over Mount Brandon komt de één na de andere wolk aanwaaien, maar wij lopen lijkt het voor de buien uit. Af en toe wat miezer, maar gejaagd door de wind, zo’n windkracht 5-6 is het heerlijk lopen langs het strand. Het is eb, en er liggen nog laagjes water op het strand. Daarin is het wolkenspel in spiegelbeeld te volgen. Een beeldende echo van wat er aan het zwerk passeert.

Het decor verandert iedere keer door de wijzigende lichtval van wolken en zon. De baai is grauw, of azuurblauw, grijsgroen of witgeschilderd. Erboven af en toe zwenkende meeuwen, of het oplichten van een Jan van Gent vlak voordat hij de golven in spat. Aan de andere kant het duin, met wuivend helmgras en daarachter de gordijnen van mist en regen die oplossen zodra ze het strand bereiken.

Na zo’n kleine 10 kilometer moeten we het schiereiland van Castlegregory gaan oversteken waarna we aan de andere kant moeten gaan lopen. Nu weten we ook gelijk weer waarom we thuis als we aan het strand lopen eerst tegen de wind in lopen 😉 Best pittig, en het strand is ook minder begaanbaar als aan de andere kant. Er liggen meer stenen, en het is minder vlak. De vloed komt inmiddels ook op, dus het is af en toe ploeteren om vooruit te komen. Dan is 22 kilometer in totaal best ver en verlies je aan het eind door je vermoeidheid oog voor de schoonheid van je omgeving. Want fraai is ook deze kant van de baai. Opnieuw de afzakkende wolken van de heuvels, één grote regenbui lijkt er op ons af te komen. Je ziet de top van de heuvels niet, sterker nog je ziet de overkant dan de baai niet. En toch houden wij het droog. Pas aan het eind als we landinwaarts gaan krijgen er een paar druppen. Zodra we onze regenjassen hebben aangetrokken is het al weer droog terwijl het er uitziet alsof we een enorme plensbui gaan krijgen.

We lopen in Castlegregory naar de Spar, waar onze auto staat en rijden dan naar onze B&B. ‘S avond uit eten, op onze vouwfietsjes naar het dorp. Raar om je op zo’n manier voort te bewegen na meer dan een week alleen de benenwagen te hebben gebruikt. Wel heel lekker om niet te hoeven lopen;-) Inmiddels is het echt gaan stormen en zal het rond windkracht 7-8 buiten zijn en zijn we ook blij dat er nog niet in onze tent zitten.

Loon naar werken

De tocht van Ballyferriter naar Cloghane voert je over de pas van ca. 600 meter over Mount Brandon door. Geen wereldschokkende hoogte desalniettemin een pittige klim. De weersvoorspellingen zijn hier als altijd wisselend per dag, voor vandaag zal het mooi weer zijn met later kans op een bui.Stapsgewijs lopen we via schapenweiden naar boven. Af en toe even stoppen om rond te kunnen kijken en de schoonheid van het landschap tot ons te laten doordringen. We zien de Three Sisters achter ons, helder in het ochtendlicht. De berg die we gisteren hadden kunnen beklimmen bij helder weer, wat het niet was, ligt er nu geheel vrij van wolken bij.Hoe hoger we komen hoe harder de wind waait, we zweten genoeg om warm te blijven. Alleen wanneer we stoppen is een jasje of trui handig. We lopen inmiddels al een dag of twee op met een ander Nederlands stel dat dezelfde route loopt. A&A komen uit Hilversum en doen ook vaak wandelreizen. Het is grappig dat je op reis soms mensen treft waarmee je een praatje maakt, en dan ineens zit je er mee aan tafel en trek je er een hele dag mee op in goede sfeer. En soms wordt het een vriendschap en soms is het goed voor dat moment. We zullen zien waar het contact met A&A toe leidt.Aan de andere kant van de pas hebben we een schitterend uitzicht op de baai bij An Brendan. Zo mooi. Daar moet je even voor naar boven ploeteren maar dan heb je loon naar werken.Het pad naar beneden is nog pittiger dan het klimmetje naar boven. Modderig en glibberig met grotere hoogteverschillen. Een aanslag op mijn knieën en op mijn hielen. Blij dat ik mijn wandelstokken die ook hier nog heb gekocht nu kan gebruiken. Zonder was het een stuk minder eenvoudig geweest.Al lopend (of glibberend) naar beneden veranderen de kleuren. Het groen en het blauw, van velden en zee wordt lichter of dieper al naar gelang het licht in intensiteit verschilt. Je kunt goed zien waarom Ierland ook wel het Emerald Island wordt genoemd.De lange afdaling gaat uiteindelijk over in een stenen pad en daarna asfalt. Dat voert ons An Brendan in waar we aan de pier met zicht op het rode strand een biertje genieten. Weer een paar Jan van Genten die op spectaculaire wijze de zee in duiken op zoek naar vis. En we zien ver in de baai dolfijnen. Wat een gouden dag! Versterkt door het biertje lopen we dan de laatste vier kilometers naar An Clochan waar onze B&B zit. Morgen de laatste wandeldag van deze trip.

Elk nadeel heeft zo zijn voordeel

Vannacht heeft het stevig geregend, en ook als we op pad gaan valt er een flinke plens. Regenkleding aan dus. Dit is het weer dat je in Ierland verwacht. De afgelopen dagen waren bonus en boven verwachting 😉. We gaan dus ook niet klagen over de regen. Omdat we aan de kust lopen zal het ook wel weer overwaaien. En groot voordeel van regen is dat de paardenvliegen zich niet laten zien. Elk nadeel…..

Het is een prachtige tocht, en het moet gezegd nagenoeg geen asfalt. Scheelt ook dat we ons door de taxichauffeur bij het strand hebben laten afzetten zodat we niet de 1,5 km die we gisteren al het dorp in hebben gelopen nog een keer terug naar de route moeten lopen. Dat scheelt in de meters asfalt.

We lopen langs het strand, langs de baai en in het water zien we Jan van Genten op de hun typische wijze het water in duiken. In het grauwe water op zoek naar een visje. De heuvels rondom de baai allemaal gehuld in nevelen, de wolken hangen laag.

Zoals we al een beetje verwachtten klaart het op. De wind verwaait de wolken en de regenjas en -broek kunnen uit. Bij een pub/hostel pauze voor koffie en even later klettert de regen weer tegen de ramen. Precies op tijd binnen.

Versterkt lopen we door langs de baai. Op het punt waar we moeten besluiten of we wel of niet de top van Balltdavid Head gaan doen, in de beschrijving staat alleen met helder weer, doen we lunch. Het miezert een beetje, en de wolken hangen laag op de berg. Misschien klaart het nog op terwijl wij een broodje eten. Het mag niet zo zijn, de wolken blijven hangen dus besluiten we via de Dingle way verder te lopen. Gelukkig is elke keer als we omkijken de top van de heuvel die we hadden kunnen beklimmen in nevelen gehuld. Als we bij ons eindpunt van de dag aankomen begint het net weer te miezeren. Als we na een biertje naar buiten kijken is de heuveltop vrij van wolken….