Weg met golfers?

We lopen van Dunquin naar Ballyferriter en weer gaat de tocht voor zeker 70 procent over asfalt. Volgens onze beschrijving zijn er langdurige onderhandelingen gaande tussen de golfclub en wat boeren en de organisatie die in Ierland over wandelpaden gaat. Blijkbaar nog zonder succes want veel van onze route loopt over de min of meer doorgaande weg, dus asfalt.

Het begin is nog leuk, een keienpad richting een strandje. Mooi uitzicht. Dan gaat al snel het pad weer over asfalt. Je wordt er niet vrolijk van als je bij elke beschrijving leest…. meter… asfalt…. meter…. asfalt. We lopen op een gegeven moment dan ook langs de golfbaan, en hopen dat we daar wellicht even koffie kunnen drinken. Groot bord op het hek ‘no walkers or hikers’. Met zo’n grondhouding denk ik dat de onderhandelingen over doortocht over het terrein voor wandelaars van de Dingle way nog heel lang gaan duren. Jammer! Je zou er een hekel aan golfers van krijgen want nu loopt de route denk ik zo’n 5 kilometer extra over asfalt ipv dichter langs de kust richting de Three Sisters.

Daarvoor moeten we nu via een extra ommetje naar boven door wat weilanden waarvan de boer blijkbaar wel goed vindt dat wandelaars over zijn terrein lopen. Het klimmetje naar boven en vooral het uitzicht op de kliffen maakt het het extra rondje meer dan waard, en vergoedt ook veel van de asfaltellende. Het uitzicht is magnifiek. Steile kliffen, woeste golven beneden en langsscherende zeevogels. Zeer fraai en we nemen hier dan ook uitgebreid pauze.

Dan moeten we toch door want om vier uur worden we in Ballyferriter opgehaald met een taxi om naar onze B&B te gaan. Voor die tijd nog een biertje kunnen drinken is natuurlijk wel fijn. Een stuk van die tocht loopt over het strand van de baai. Er liggen dode kwallen op het strand. Zulke zag ik nog nooit. Mooi patroon.

En gelukkig zijn we op tijd om nog een biertje te kunnen drinken….

Starwars of gewoon prachtig natuurschoon

Ik schreef al eerder over het effect van filmen van bekende series of films op locaties. Bij onze wandeling van Ventry naar Dunquin stuiten we opnieuw op dat fenomeen. Op Dunmore Head is geschoten voor één van de Star Wars films.

Onze dag begint in Ventry waar we door de taxi worden afgezet. Klein plaatsje aan een baai. Het is licht bewolkt wat een aangename afwisseling is met gisteren de strak blauwe lucht. De temperatuur is ook wat aangenamer om bij te wandelen.

De route voert grotendeels langs de kust en is echt prachtig. Het wolkendek breekt later op de dag open zodat we een scherp zicht hebben op Dunmore Head en Great Blasket Island.

We zien op zee verschillende bootjes varen die duidelijk ‘op excursie’ zijn. We vermoeden dat er nestelkolonies van verschillende zeevogels zijn, maar vanaf ons punt is dat niet te zien. We zien wat meeuwen vliegen, iets wat een stormvogel zou kunnen zijn en een Jan van Gent.

Deze vakantie moeten we het van hey natuurschoon hebben, landschap en bloemen en pittoreske plaatsjes. Veel vogels of dieren, behalve koeien en schapen hebben we niet gezien. Aan de andere kant heb ik al meerdere keren winterkoninkjes gezien, en wie het kleine niet eert….. ik vind het bovendien een leuk vogeltje met zin eigenwijze staartje.

We lunchen ergens boven op een heuvel met onze eigen meegenomen broodjes. En alsof we in Alkmaar of in Bergen buiten zouden zitten duurt het niet lang voordat een grote zilvermeeuw ons gespot heeft en achter ons afwacht of er nog iets te halen valt. Hij heeft pech… We nemen alles mee.

Dan moeten we de laatste 5 kilometer doen, waarvan een flink gedeelte over asfalt. Het is hier druk op de weg. Busladingen vol met mensen die Dunmore Head willen zien. Letterlijk grote touringcars vol gaan langs de smalle kustweg waar wij ook lopen. En dan nog de nodige personenauto’s. Ik begrijp maar tot op zekere hoogte die behoefte om naar locaties te gaan waar je favoriete serie of film is geschoten. Wat zoek je daar? Wil je je even verplaatsen in de held? Er is duidelijk een markt voor mensen die die plekken willen zien, net zoals je Outlander tours in Schotland kunt doen kan je hier filmtours doen of Game of Thrones tours. In het voetspoor van je helden….

Het levert vast goede business op en ook veel verkeer. Dat is voor de wandelaars niet fijn al dat verkeer…. maar ach… het is vervelend maar na zo een geweldige tocht zullen we er niet teveel over zeuren😉

Ik wil met jou wel dansen maar mijn voeten doen zo zeer

Van Annascaul naar Dingle gelopen. En weer ging het begin van de wandeling, die op papier 22 kilometer lang zou zijn, veel over asfalt. De meeste wegen relatief rustig, maar toch, met passerende auto’s op smalle weggetjes is geen plezier. En als de weg wat breder is mogen en gaan auto’s ook gelijk harder rijden. Dat maakt het wandelen er niet fijner op. Desondanks viel er aan het begin heus wel wat te genieten… een prachtige ruïne van een ridderkasteel uit de zeventiende eeuw aan de kust. De keien die er voor liggen schijnen bij stevige storm op het strand gegooid te worden. Dat zegt wel iets over de kracht waarmee dat gebeurt.

De dazen waren vandaag ook weer actief. Een zonovergoten dag met als er een windje stond zo’n twintig graden, in de luwte voelde het wel vijfentwintig graden. Flink zweten dus en daarmee aantrekkelijk voor dazen om je te steken. Ik heb inmiddels op mijn benen een indrukwekkend maanlandschap van insectenbeten ontwikkeld.

Ongeveer halverwege de route gingen we dan eindelijk van het verharde pad af. Vandaag was ook de dag waarop we meerdere keren andere wandelaars troffen die dezelfde route lopen, en sommige ook in dezelfde B&B zaten. Dan heb je toch even een praatje over de route, het weer, de omgeving. En die is prachtig, ook vandaag een mengeling van lieflijk glooiende weilanden met koeien en schapen omzoomd door hoge heuvels met ruig gesteente aan de toppen. Niet spits, meer afgeronde toppen.

Op een stuk waar we op een karrenspoor lopen zien we een auto stoppen met een kar erachter, en we zien dat hij het hek van de wei open zet. Even afwachten wat er gaat gebeuren…… een kudde groene (!)schapen en lammeren komt al blatend achter de auto aan, met een stevige stank om zich heen hangend. Ze worden verweidt naar iets verder op, en de boer meldt ons dat ze een ‘dip’ hebben gehad tegen luis en teken. Wel grappig dat het bestrijdingsmiddel groen is… de kleur van Ierland.

Tegen het eind zijn we helaas twee keer misgelopen, waardoor we een stuk asfaltweg naar beneden en daarna weer naar boven moesten afleggen terwijl we al moe waren, en onze voeten begonnen te protesteren. Joep wilde eigenlijk niet terug, hij wees op de kaart hoe we ook in Dingle konden komen. Ik wilde dat niet, want zeker alleen asfalt en langs grote wegen. Volgens de beschrijving moest de juiste route nog een flink stuk over karrensporen gaan. Dus toch terug, met lood in de schoenen. Want dan sta je op een gegeven moment daar waar je bent misgelopen en weet je dat je wel extra meters hebt gemaakt maar geen spat dichter bij het eindpunt bent gekomen. Dan is de mooie filosofie dat het niet gaat om het bereiken van de bestemming maar om de reis ernaar toe ineens niet zo aan ons besteedt 😉

Helaas was ook het eind van deze wandeling 2,5 kilometer kaarsrechte asfaltweg stoempen naar beneden naar het plaatsje Dingle. Dat is dan wel weer een heel snoepig en uiterst toeristisch plaatsje, dat zich mede door de dolfijn Fungy in heel veel bezoekers mag verheugen. Wij komen te laat aan voor een boottochtje naar Fungy, wij zijn al lang blij dat we onze schoenen uit kunnen doen, douchen en daarna een hapje eten. De live-muziek in de pub waar we eten wachten we niet af, we zijn heel erg moe en morgen wacht ons weer een dag van wandelen.

Naar de Zuidpool?

We zitten van onze dag wandelen na te genieten in het avondzonnetje buiten onze B&B net buiten Annascaul. Vandaag zijn we vanuit Camp daar naar toegelopen. Het was vanochtend eerst wat bewolkt, en daarmee ook wat aan de frisse kant. Het ging net in shirt en korte broek.

Het eerste stuk van de wandeling ging vooral over asfalt en daarna over wat vroeger asfalt was maar nu een keienpad. Dwars door een gebied waar nog turf gewonnen wordt, wat je kunt zien aan de afgestoken plaggen. Her en der wat schapen.

Daarna voert de tocht door nieuw aangeplant naaldbos. En vandaar uit richting de kust. Net voordat we de kust bereiken moeten we bij een boerderij een riviertje over. In de wei er naast staan een aantal koeien met kalveren. We staan het riviertje te bewonderen en zien achter ons de boer op zijn trekker stappen. Dat zien we koeien ook en die beginnen als gekken te loeien. Zo grappig! Hij rijdt even later met een aanhanger naar de wei en we zien hoe er twee koeien in de aanhanger worden gedreven. Maar echt elke koe stond vooraan met haar neus, alsof ze er om vochten wie mee mocht. Wel lot de koeien wacht die mee mochten? Geen idee.

Dan bij de kust lonkt Inch Strand Beach. Een mooi zandstrand waar gezwommen maar vooral gesurfd wordt. Het is inmiddels heerlijk weer geworden, maat het windje nog best fris. Er wordt dus maar met mate gezonnebaad en gezwommen. De meeste mensen in het water doen dat met een surfplank en in een neopreen pak. We lunchen er en Joep waagt zich in de oceaan. Het water is fris weet hij me te melden. Als Joep is opgedroogd pakken we de rugzak weer op en lopen het laatste stuk naar Annascaul.

Onze ‘vrienden’ uit Schotland, de clegs (oftewel paardenvliegen) hebben helaas ook Ierland ontdekt. Het pad loopt gedeeltelijk door smalle laantjes die daardoor windluw zijn. Beetje vocht erbij en de ideale omstandigheid voor een paardenvlieg is ontstaan. Een mug of midges is vervelend, maar een ‘cleg’ bijt ook echt, hij plakt op je en je voelt hem pas als hij toeslaat. Rotbeesten! Onderweg zijn we toch een paar keer belaagd. Zeker als je even stil staat om bv een foto te maken van de fraaie fuchsiahagen of het landschap….

Het laatste stuk van ca. 2,5 km gaat almaar heuvelafwaarts over asfalt en is een kwestie van doorbijten. Aan het eind wacht de South Pole Inn, waar een hommage wordt gedaan aan een dorpeling uit Annascaul die met Shackleton mee was op de fatale reis naar de Zuidpool. Het biertje smaakt goed bij de Inn, en later ons avondmaal ook.

Nu zitten we in de avondzon met een verfrissend windje op een bankje voor de B&B te genieten van een kopje thee en denken na over de tocht van vandaag…..

Dingle way: Tralee naar Camp

Dwars over de flanken van Slieve Mish mountains lopen we van Tralee naar Camp. Het eerste stuk gaat langs het kanaal van Tralee naar Blennerville. Daar staat de oudste nog werkende molen van Ierland, een witte verschijning die je vagelijk doet denken aan de Spaanse windmolens waartegen Don Quichot ten strijde trok. Geen Dulcineas of Sancho Panchas hier.In Blennerville steek je de rivier Lee over. Het is een rivier die onder de invloed van het getij staat. Het is eb, er foerageren een zilverreiger, wat strandlopertjes en een stuk of wat grutto’s. Prachtig zijn die, mooi oranjerode borst. Ik geloof niet dat ik ze ooit zo sterk gekleurd zag in Nederland, misschien is het het felle licht hier.Als we richting de helling van de berg lopen worden we aangesproken door een dame die ons tegemoet komt. Ze vraagt wat we gaan doen, en vertelt vervolgens zeer enthousiast dat ze in het buurtcomité zit dat de Dingle way probeert verkozen te laten worden tot de beste wandelroute van Ierland. En dat morgen en overmorgen de jury op bezoek komt en ze hen mee gaan nemen langs de route. En dat we haar misschien wel opnieuw gaan treffen. We beloven dat als we de jury treffen we ons heel lovend over de Dingle way zullen uitlaten😉.Het pad voert ons nadat we de aanlooproute over het asfalt hebben verlaten geleidelijk naar boven, naar waar de begroeiing een mengeling van heide, grassen en veenpluis wordt, afhankelijk van hoe nat het is. Af en toe doorsneden door een riviertje dat zich door de heuvel heen baant op weg naar de zee. De wolken hangen laag en zo nu en dan valt er een lichte motregen. Maar ook de zon laat zich met regelmaat zien.De Dingle way is opgeknapt, in ons beschrijving staat dat het pad erg stenig is, op grote stukken is er zand op het pad aangebracht zodat het veel meer begaanbaar is geworden. Ze hebben het ook omgedoopt tot de Kerry Camino en je kunt zelfs een kaart kom waarop je stempels kunt zetten voor iedere gelopen etappe. Onderweg zien we een aantal keren zo’n stempelkastje.We stappen stevig door. Zo tegen het eind lijkt er ineens nog een obstakel onze route te versperren. Nou ja, obstakel… meervoud obstakels. Op een smal koeienpad dat langs een wei loopt staan zo’n twintig jonge stieren midden op het pad. Ze staren ons aan en gaan geen millimeter opzij. Als wij al ‘shoe, shoe’ (ik) ‘hop, hop’ (Joep) roepend naderbij komen loopt de helft de wei in, de anderen lopen het smalle pad verder op. Eerst blijven we staan wachten in de hoop dat ze in zullen keren en zich bij hun broeders zullen voegen. Niets van dat al. Dan zullen we toch door moeten lopen en hopen dat ze aan de kant gaan. Ik ben niet bang van koeien, maar stieren ook al zijn ze jong vind ik een ander verhaal. En als in paniek raken omdat ze klem komen te zitten voor hun gevoel omdat wij er langs willen dan kunnen ze wellicht rare bokkensprongen maken. Koppie erbij houden dus. Gelukkig blijkt aan het eind van het pad bij het hek toch weer een verbreding te zijn zodat er én ruimte voor de stieren is om uit te wijken én ruimte voor ons om over het hek te klimmen.Na dit avontuur😉 komen we redelijk vlot erna aan bij onze B&B waar we met thee worden ontvangen. Onze koffer is er al, dus lekker douchen, schone kleren aan en op naar de pub voor een biertje en daarna eten. Dat kan gelukkig in de pub/restaurant net aan de overkant van de weg van onze B&B in tegenstelling tot wat er in one papieren staat van SNP. Die zeggen dat er maar één restaurant is in het dorp, tegenover onze BnB zijn er ook twee.

The Burren en Cliffs of Moher en wat een verschil massa toerisme maakt….

We beginnen met een rode kaart uit te delen aan Halfords en de website van Campingaz. Eén van onze tanks is leeg en we willen deze omruilen voor een volle. Op de website van Campingaz gekeken waar dealers zitten in Galway. Dat zijn er twee. We beginnen bij Halfords. Als we de winkel inlopen ziet het er hoopvol uit. Een vak vol tanken van ons formaat. Maar bij het optillen is duidelijk dat ze leeg zijn. Het meisje achter de kassa heeft geen idee waar je ze kunt laten vullen. Haar collega die ze erbij roept noemt het adres van een verkooppunt van gas, olie etc. (NB in Ierland wordt nog veel op gas uit tanks gekookt, butagas). Wij rijden naar de desbetreffende winkel…. geen Campingaz. Maar hij denkt dat ze het bij de buren wel hebben of anders daarnaast. Eerst de buren… nope… die verwijzen ook naar hun buren. Dus daar heen.. helaas ook geen Campingaz. De man heeft wel een ander adres, vlakbij, waar ze het zouden moeten hebben. En als ze het daar niet hebben dan raadt hij ons aan om eerst bij zijn buren (is een doehetzelf-zaak) een verloop stuk te halen waarna hij het wel kan vullen. Allemaal heel behulpzaam van iedereen, maar gas hebben we nog niet. Dan naar het aangeraden adres. Vol verwachting klopt ons hart, op de deur al een sticker met officiële dealer van Campingaz. En ja ze hebben gas en ja kunnen de onze omruilen.. heel fijn! Deze zoektocht heeft ons een uur gekost. Slechte beurt van Halfords dat ze lege tanks verkopen maar geen idee hebben waar je ze dan kunt laten vullen.. ? slecht van Campingaz dat ze zulke winkels op hun site zetten!

Vandaag moeten we op weg naar het begin van onze wandelroute over het Dingle schiereiland. Bedoeling is om onze auto alvast bij het eindpunt neer te zetten en dan met een taxi naar onze eerste B&B. Maar daarvoor hebben we tijd om verder langs de Wild Atlantic Way te rijden richting The Burren en Cliffs of Moher. Joep ziet op de kaart dat er een neolithische grafheuvel is te bekijken halverwege de Cliffs of Moher. De weg er naar toe wordt steeds smaller, met steile klimmetjes en afdalingen. Maar we komen uiteindelijk dan toch bij Poulnabrone. Een kleine variant van een hunebed in een verlaten landschap van karstgesteente. Zelfs hier in de middle of nowhere komen touringcars, wat best bizar is.

Dan rijden we door richting de Cliffs of Moher. Heel steile kliffen, waar in het verleden mensen vanaf zijn gevallen. Met het toenemende toerisme heeft men een aantal jaren geleden besloten om een soort balustrade te maken zodat mensen niet meer langs de rand kunnen lopen. Nu kan dat nog steeds, maar je loopt er op eigen risico. Aan de andere kant kun je van achter de muur niet een echt goede blik op de kliffen werpen dus dat mensen voorbij de afrastering lopen is wel begrijpelijk. Wij kunnen het ook niet laten😉

Ik sta versteld hoezeer het hier veranderd is. Een grote parkeerplaats die niet eens toereikend is voor de stroom van auto’s en bussen die af en aan rijden. De borstwering die is aangebracht, eem bezoekerscentrum met de bijbehorende souvenirwinkels…. het is bijna onvoorstelbaar wat er veranderd is. De kliffen zelf blijven prachtig en zeer moeite waard.

We moeten door richting ons eindpunt. Via een veerboot over de Shannon, waar ik nog dolfijnen zie, naar Castlegregory. Ik heb al gebeld met een taxi die ons dan naar onze B&B in Tralee zal brengen. Hij belt op een gegeven moment of hij ons niet tegemoet zal rijden… heel lief… maar niet handig leg ik hem uit omdat we met de auto zijn. Hij dacht dat we aan het wandelen waren…..

S avonds hapje gegeten in Tralee.

Inishmore

Maakt het uit wat voor weer het is als je een plek bezoekt hoe het in je geheugen blijft hangen? Ik was eerder op Inishmore, zo’n 25-30 jaar geleden en herinnerde me het als een authentieke plek, en best zonnig.

Ons bezoek nu was op een regenachtige dag, bij tijd en wijle kwam het met bakken naar beneden, soms miezer, soms droog met zware bewolking. Met onze vouwfietsen over het eiland gecrosst. Met zulk grauw weer helpt het niet dat het eiland rijk is aan kleine ommuurde weilandjes, geen rijke bloemenzee of fris groen gras. Nee, het zijn weilanden vol varens, distels en vooral ook veel stenen. Her en der wat kleine koppeltjes koeien, schapen of paarden. De laatste worden hier op het eiland ingezet om toeristen in kleine open koetsjes rond te rijden. Maar het eiland kent ook diverse hop on hop off busjes. Dat was anders 25 jaar geleden, toen waren er in mijn herinnering vooral koetsen en fietsverhuur.

De muurtjes zijn van grijze steen gemaakt, net als het prehistorisch fort Dun Aengus dat we bezoeken. Het is indrukwekkend, vooral omdat het op de rand van het eiland is gebouwd. Je staat aan de rand van stejle kliffen. En het feit dat dit een paar duizend jaar oud is, dat mensen dit hebben gebouwd op zo’n verlaten plek… bijzonder.

Je ziet dat het eiland harde tijden heeft gekend, net als heel Ierland. De great famine in de negentiende eeuw heeft rond een miljoen doden geëist en daarnaast emigreerden veel Ieren naar de Verenigde Staten of werden weggevoerd naar Australië omdat ze veroordeeld waren. Er staan talloze verlaten huisjes, schuurtjes in verschillende maten van verval. Of zoals Joep zegt: ‘Ze bouwen hier ruïnes ‘. Voor hem is Inishmore een deprimerend oord door de grijze muurtjes, de grauwe verlaten schuurtjes en huisjes, ruïnes van kerkjes onder een grauwe lucht vol regen. Zelfs de zeehonden die we zien, ook grijs 😉 kunnen hem er niet van overtuigen dat dit eiland ook zijn schone kanten heeft.

Galway

We hebben Achill Island achter ons gelaten. ‘S nachts regende het stevig, dus we hadden ons er al op voorbereid dat de tent nat mee moest. Toen we opstonden klaarde het licht op, het werd droog en het waaide iets. Konden we de tent min of meer droog meenemen.

We rijden via de Wild Atlantic Way richting Clifden. Maar eerst gaan we een kop koffie drinken bij collega G. en haar partner R. die ons hebben uitgenodigd. Het is een beetje zoeken, maar het lukt om ze te vinden na telefonische aanwijzingen. Grappig om collega’s in het buitenland te treffen, en heel leuk als je dan uitgenodigd wordt voor een bakkie koffie. Ze hebben een lief huisje, langs de Atlantic way. Een schitterend stukje Ierland, en ik kan me goed voorstellen dat ze hier met liefde komen en tot rust komen.

Na ca. 1,5 uur gaan we weer verder. We lunchen in Louisburgh bij een klein lokaal tentje. We willen Kylemore Abbey bezoeken. Maar ik wil ook zeker weten dat we straks een kampeerplek hebben. In Nederland heb ik naar een camping in Galway gemaild, maar nooit antwoord gehad. Als ik nu bel om te vragen of onze reservering is binnen gekomen is het antwoord ontkennend. Bovendien hebben ze geen elektriciteit voor tenten, en dat vinden wij inmiddels wel een basisvoorziening met onze koelbox en al onze andere apparaten die opgeladen moeten worden. Ik besluit een andere camping te bellen, ze hebben plaats en ook elektriciteit voor tenten. Ze houden plekje voor ons vrij.

Intussen is het toch al zo laat geworden dat we het bezoek aan Kylemore Abbey laten schieten. Het is nog best een stuk rijden, over de smalle bochtige wegen van de Connemara, en we moeten ook nog boodschappen doen. We nemen dus een foto en rijden dan door. We doen boodschappen in Clifden en rijden dan verder door langs de WAW. De namen op de borden hebben een vage weerklank voor me, zo’n vijfentwintig jaar geleden begeleidde ik hier een wandelreis van Sindbad. Een reis vol belevenissen. Nu rij ik met mijn lief door ditzelfde landschap, ook weer in een busje, maar een stuk minder zorgen 😉

Het landschap van de Connemara is prachtig, ruig en verlaten. Her en der wat kleine huisjes, soms ook een wat groter optrekje. En veel Loughs, meren. We rijden door Oughterard waar ik het bord Mountain view B&B zie staan. Ik zeg tegen Lief dat ik denk dat dit de B&B is waar ik al die jaren geleden zo ongelooflijk aardige hosts had. Patricia en Dickie? Ik weet het niet zeker meer, maar als ik het later op zoek blijkt het te kloppen. Grappig om die naam weer terug te zien, en dat dan een luikje in je hoofd opengaat waar de informatie uit komt.

We rijden door. In Galway, of liever gezegd in Salthill, net buiten Galway blijkt onze camping net naast de campsite te zitten die geen elektriciteit heeft voor tenten. Gillian, de eigenaresse van O’Hallorans caravan park ontvangt ons uiterst hartelijk. Ze laat ons twee plekken zien om uit te kiezen, zegt dat we eerst rustig de tent op kunnen zetten en daarna kunnen komen betalen. Wat heerlijk relaxed. De camping ligt langs een doorgaande weg in de wijk, maar is niet superdruk. En aan de andere kant is de baai van Galway.

De volgende dag pakken we onze vouwfietsen om via het fietspad langs de baai naar de stad te gaan. Galway is een gezellige stad, vol toeristen, vol muzikanten en met aardige locals. We zetten onze fietsen neer en verkennen de stad lopend. De Saint Nicolas kerk is oud, al uit de veertiende eeuw. Fraai doopvont, en een groot keltisch kruis met daarbij een poppy als herdenking voor een gevallen soldaat. De kathedraal van Galway is nieuw, nog maar vijftig jaar oud. Aan de buitenkant grijs door het graniet. Aan de binnenkant is hij verrassend. Sober met fraaie mozaïeken, houten plafonds met rozetten, het geheel straalt een rustige devotie uit.

Een wandelpad langs de snelstromende rivier Corrib doorsnijdt de stad tot aan de haven. Daar liggen wat oude vissersbootjes te dobberen of lamgeslagen tegen de kade doordat het tij laag is. Grote mantelmeeuwen maken op de kades de dienst uit.

We lunchen bij een fish en chips restaurant, nou ja, bij hét fish en chips restaurant. Mahoneys in Quaystreet. Joep neemt oesters, ik een fishskewer. Allebei heerlijk. Nadat we voor Joep nog een hoed hebben gescoord tegen de zon en een zwembroek, allemaal in de koffer thuis en we een biertje genieten bij Skeff aan Eyre Square fietsen we terug naar de camping.

Achill Island

Achill Island is niet echt een eiland meer, het is met een brug verbonden met het vasteland van Ierland. Wat eigenlijk ook een eiland is… het is dus maar hoe je er naar kijkt.

Het ligt in ieder geval een beetje noord westelijk in Ierland en het heeft wel een echt eilandgevoel. We staan op een camping dichtbij het strand, de camping af en je staat op het strand. Het strand gaat niet volledig langs de kust, Achill island heeft ook steile rotskliffen. Die kun je al van het strand af bewonderen.

Het is een echte strandcamping, totaal anders dan de camping in Belfast. Een relaxte sfeer, gezinnen met kinderen die komen recreëren, (water)sporters, pensionado’s, mensen met kleine pubtentjes tot grote bungalowtenten met grote voortent, kleine caravans en joekels van campers of caravans die achter een pick-up truck moeten. Alles staat hier, voor één nacht of voor de hele vakantie. Alles in grote harmonie.

Op onze tweede dag maken we een rondwandeling bij Keem, een stevig klimmetje naar boven, naar het uiterste puntje van dit eiland. Prachtig uitzicht over de kliffen en de oceaan.

Geen alken, drieteenmeeuwen of zeekoeten die hier nestelen. Alleen her en der grazende schapen die allemaal bont gekleurd zijn. Ik heb twee verschillende patronen gezien dus wellicht twee verschillende kuddes van twee verschillende eigenaren?

De tocht is niet helemaal duidelijk, we moeten ergens een riviertje oversteken aan het eind van de klif, maar we zien geen pad naar beneden. We zien ook niet waar het pad aan de overkant loopt dat terugvoert naar het strand dus uiteindelijk besluiten we langs een lager gelegen pad op deze helling terug te lopen. De zon is er inmiddels bij gekomen dus is het nog pittig zweten geblazen. Het was een mooie tocht langs de kliffen en met zicht op Slieve mountain.

Belfast again

Vandaag onze laatste dag in Belfast. We willen Saint George Market bezoeken en een rondrit langs murals doen. En we moeten shoppen om Joep zijn garderobe aan te vullen. Hij kan best een paar dingen van mij aan maar een aantal essentiële zaken niet.

Saint George Market is een oude markthal waar een mengeling is van verkochte waar. Verse groenten, fruit, vis, vlees, kaas maar ook bric-a-brac, t-shirts, sokken etc. Ik heb een voorliefde voor markten, deze is niet meer dan aardig. We scoren er wel 2 paar wandelsokken voor Joep, op de camping blijken het vier linkersokken te zijn. Daarom kregen we vast korting 😉

Op weg naar de toeristinformatie lopen we city hall in. Prachtig gebouw waar een doorlopende tentoonstelling is over de geschiedenis van Noord-Ierland.

Daarna gaan we met een Black Cab tour langs een aantal murals in West – Belfast. We zijn allebei verrast dat de poorten in de peacewall nog iedere avond op slot gaan om vrede in de buurten te bewaren. Onze chauffeur is katholiek, voor hem zijn de meeste vrijheidsvechters toch gewoon boeven die hun fortuin verdienden met verkoop van drugs, bescherming of moord. En elke kant heeft zijn eigen ‘helden’ waarvan je je in alle eerlijkheid af kunt vragen of ze dat predikaat wel verdienen. En vertelt hij ons, ook sinds de vredesbesprekingen zijn er helaas nog steeds mensen die geen compromis willen sluiten maar puur gaan voor de macht, het eigen gelijk ongeacht de consequenties voor het land. En Brexit helpt daar niet bij. De murals zijn zeer divers en vertellen een verhaal van dood en verderf en van hoop op een betere toekomst.

Terug in de stad weten we in drie winkels de benodigde spullen voor Joep te kopen….hiep hiep hoera!