We hebben Achill Island achter ons gelaten. ‘S nachts regende het stevig, dus we hadden ons er al op voorbereid dat de tent nat mee moest. Toen we opstonden klaarde het licht op, het werd droog en het waaide iets. Konden we de tent min of meer droog meenemen.
We rijden via de Wild Atlantic Way richting Clifden. Maar eerst gaan we een kop koffie drinken bij collega G. en haar partner R. die ons hebben uitgenodigd. Het is een beetje zoeken, maar het lukt om ze te vinden na telefonische aanwijzingen. Grappig om collega’s in het buitenland te treffen, en heel leuk als je dan uitgenodigd wordt voor een bakkie koffie. Ze hebben een lief huisje, langs de Atlantic way. Een schitterend stukje Ierland, en ik kan me goed voorstellen dat ze hier met liefde komen en tot rust komen.
Na ca. 1,5 uur gaan we weer verder. We lunchen in Louisburgh bij een klein lokaal tentje. We willen Kylemore Abbey bezoeken. Maar ik wil ook zeker weten dat we straks een kampeerplek hebben. In Nederland heb ik naar een camping in Galway gemaild, maar nooit antwoord gehad. Als ik nu bel om te vragen of onze reservering is binnen gekomen is het antwoord ontkennend. Bovendien hebben ze geen elektriciteit voor tenten, en dat vinden wij inmiddels wel een basisvoorziening met onze koelbox en al onze andere apparaten die opgeladen moeten worden. Ik besluit een andere camping te bellen, ze hebben plaats en ook elektriciteit voor tenten. Ze houden plekje voor ons vrij.
Intussen is het toch al zo laat geworden dat we het bezoek aan Kylemore Abbey laten schieten. Het is nog best een stuk rijden, over de smalle bochtige wegen van de Connemara, en we moeten ook nog boodschappen doen. We nemen dus een foto en rijden dan door. We doen boodschappen in Clifden en rijden dan verder door langs de WAW. De namen op de borden hebben een vage weerklank voor me, zo’n vijfentwintig jaar geleden begeleidde ik hier een wandelreis van Sindbad. Een reis vol belevenissen. Nu rij ik met mijn lief door ditzelfde landschap, ook weer in een busje, maar een stuk minder zorgen 😉
Het landschap van de Connemara is prachtig, ruig en verlaten. Her en der wat kleine huisjes, soms ook een wat groter optrekje. En veel Loughs, meren. We rijden door Oughterard waar ik het bord Mountain view B&B zie staan. Ik zeg tegen Lief dat ik denk dat dit de B&B is waar ik al die jaren geleden zo ongelooflijk aardige hosts had. Patricia en Dickie? Ik weet het niet zeker meer, maar als ik het later op zoek blijkt het te kloppen. Grappig om die naam weer terug te zien, en dat dan een luikje in je hoofd opengaat waar de informatie uit komt.

We rijden door. In Galway, of liever gezegd in Salthill, net buiten Galway blijkt onze camping net naast de campsite te zitten die geen elektriciteit heeft voor tenten. Gillian, de eigenaresse van O’Hallorans caravan park ontvangt ons uiterst hartelijk. Ze laat ons twee plekken zien om uit te kiezen, zegt dat we eerst rustig de tent op kunnen zetten en daarna kunnen komen betalen. Wat heerlijk relaxed. De camping ligt langs een doorgaande weg in de wijk, maar is niet superdruk. En aan de andere kant is de baai van Galway.
De volgende dag pakken we onze vouwfietsen om via het fietspad langs de baai naar de stad te gaan. Galway is een gezellige stad, vol toeristen, vol muzikanten en met aardige locals. We zetten onze fietsen neer en verkennen de stad lopend. De Saint Nicolas kerk is oud, al uit de veertiende eeuw. Fraai doopvont, en een groot keltisch kruis met daarbij een poppy als herdenking voor een gevallen soldaat. De kathedraal van Galway is nieuw, nog maar vijftig jaar oud. Aan de buitenkant grijs door het graniet. Aan de binnenkant is hij verrassend. Sober met fraaie mozaïeken, houten plafonds met rozetten, het geheel straalt een rustige devotie uit.

Een wandelpad langs de snelstromende rivier Corrib doorsnijdt de stad tot aan de haven. Daar liggen wat oude vissersbootjes te dobberen of lamgeslagen tegen de kade doordat het tij laag is. Grote mantelmeeuwen maken op de kades de dienst uit.
We lunchen bij een fish en chips restaurant, nou ja, bij hét fish en chips restaurant. Mahoneys in Quaystreet. Joep neemt oesters, ik een fishskewer. Allebei heerlijk. Nadat we voor Joep nog een hoed hebben gescoord tegen de zon en een zwembroek, allemaal in de koffer thuis en we een biertje genieten bij Skeff aan Eyre Square fietsen we terug naar de camping.