De Giant Causeway heeft van zichzelf al niet te lijden onder een gebrek aan mythes. Het verhaal gaat dat dit natuurverschijnsel van basaltblokken is ontstaan door Finn MacCool, de Ierse reus. Die zag dat een reus in Schotland Ierland bedreigde. Hij gooide stukken steen naar hem en zo ontstond deze kust. (In Skaffa in Schotland is een vergelijkbare basalten kust). Het was al een plek vol symboliek.Sinds de kust heeft gefigureerd in Game of Thrones is het een nieuwe bedevaartsplek geworden voor fans van de serie. Het is er druk, heel druk.Wíj kiezen er voor om met de bus van Bushmills naar Dunseverirk castle te reizen en vandaar eerst westwaarts te lopen langs de kust. Op het eerste stuk komen we weinig mensen tegen, alleen wandelaars. Je hebt een schitterend zicht op de telkens veranderende kustlijn die hier stijl is en grotendeels het beeld heeft van zuilen van basalt. Her en der begroeid, en op veel plekken nestelen Noordse stormvogels. Zij zwenken moeiteloos op de wind langs de rotsen op zoek naar een plekje om te landen. Dat is dan op het nest naast hun partner, dat landen valt dan niet altijd mee getuige het aantal keren dat we een vogel bijna zien landen en dan toch weer zien weg zwenken. Het zijn smalle richeltjes en nu de jongen wat groter zijn zal het nog krapper zijn.Hoe dichter we bij het bezoekerscentrum komen hoe drukker het wordt. Beneden bij het ‘fotopunt’ staan bussen en dus zie je busladingen mensen staan. Hoezo toeristisch? En dan is dus het feit dat stukken van de causeway hier en verderop bij Carrick-a-rede decor zijn geweest bij Game of Thrones voor de fans een reden om deze plek te bezoeken. Een foto van deze plek zonder mensen op dit tijdstip van de dag is kansloos 😉.
Hoewel het prachtig is en bewonderenswaardig besluiten we hier niet te blijven hangen maar terug te lopen naar Bushmills. Daar willen we kijken of we mee kunnen met een rondleiding. Dat is helaas niet het geval… alle tours zijn volgeboekt. Nou ja dan nemen we als troost toch maar een fles mee.We willen nog naar Carrick-a-rede waar een touwbrug hangt om een uiterste puntje van een rotspartij bereikbaar te maken. De jongen bij de ingang meldt dat we of in de shift van 16.30 of 17.30 mee kunnen, ieder uur kunnen er 240 mensen over de brug. We kunnen nog in de groep van 16.30 voor het lieve bedrag van £9 pp. De brug moet wel heel bijzonder zijn. Je moet in de rij en de brug zelf blijkt minder spectaculair dan uit de foto uit de Lonely Planet. Het is misschien een afstand van ca. 20 meter over een diepte van ongeveer 30 meter. Aan de andere kant een pad naar boven langs rotskliffen waar drieteenmeeuwen, alken en zeekoeten nestelen. Mooi gezicht.
Dan willen we op de terugweg nog langs de Dark Hedges bij Ballymoney. In de Lonely Planet staat nog dat je je auto het liefst aan het begin of eind neer moet zetten om een foto zonder auto te krijgen. Sinds het verschijnen van de gids is er veel veranderd. De weg is afgesloten voor verkeer, je moet verderop parkeren en lopen hordes toeristen over de weg. GoT fans. Een foto zonder auto lukt nu meestal wel, zonder mensen is een stuk lastiger. Bizar wat een effect zo’n tv-serie heeft op de plekken waar deze is gefilmd!
Belfast
Een stad waarvan de naam in mijn geheugen staat gelinkt aan geweld. Geweld uit de tijd voor de vredesbesprekingen tussen IRA en de Unionist party. Die tijd ligt achter ons, hopelijk… want als Brexit door gaat is de vraag of het geweld niet opnieuw op zal laaien. De eerste omineuze tekenen dienen zich al weer aan.
In de wijk waar de bus die ons van de camping naar de stad brengt doorheen rijdt is er sprake van veel vlagvertoon. Engelse, Noord-Ierse en een vlag van een East-Belfast batallion. Ik vermoed allemaal Brexiteers in deze wijk.
De stad zelf is een mengeling van oude bakstenen gebouwen en hoogbouw. Van mooi gerestaureerd tot in licht verval. Ik krijg de indruk dat de stad aan het op krabbelen is, maar dat dit niet meevalt. En misschien helpt het niet dat ze onderdeel van het U.K. zijn waar de verschillen tussen rijk en arm groot zijn en de overheid niet voldoende geld stopt in zaken voor het algemeen nut zoals wegen, onderwijs, gezondheidzorg, bibliotheken.
We lopen kriskras door de stad, bezoeken twee bibliotheken, en lopen door het Titanic kwartier. De stad is rijk aan murals, muurschilderingen. Daarvan zien we al fraaie voorbeelden. Omdat we twee korte nachten achter de rug hebben door de overtochten gaan we op tijd terug naar de camping.

Daar zetten we de tent op en komen tot de conclusie dat Joep zijn koffer thuis heeft laten staan, wat bij navragen door de buurvrouw wordt bevestigd. Eh, beetje lastig is het wel, dat wordt inkopen doen. Gelukkig heb ik een aantal zaken dubbel mee zoals handdoek, afritsbroek, loopshirts, wandelsokken waarvan een paar Joep ook passen. Op tijd naar bed om de gemiste slaap in te halen.
Op weg naar het Emerald Island
Hebben jullie dat ook? Een vakantiegevoel krijgen als je op en veerboot stapt? Of het nu de boot naar Texel is, een fietspont of de ferry naar Harwich. Deze keer is het de laatste op weg naar Ierland.
Zo’n cabin om in te slapen voelt dan weer helemaal niet als vakantie. Meer alsof je weggeborgen wordt in een benauwd hokje, maar we zijn ook wat krenterig en boeken geen hut met uitzicht op zee. Je slaapt toch is de bedoeling dus aan het uitzicht heb je niks.
Dwars door Engeland rijden we, richting Birkenhead bij Liverpool. Omdat we ruim tijd hebben nemen we de tijd om Chester te bekijken. Toen ik er 2 jaar geleden op studiereis was had ik geen tijd om het stadje te bekijken. Joep heeft het Storyhouse nog niet gezien. We kunnen dat mooi combineren.
We besluiten te lunchen in het Storyhouse en zien daar de directeur zitten. Ik loop op hem af en wordt zeer hartelijk omhelsd. Dat was echt super toevallig, leuk om hem weer te zien. Hij heeft helaas geen tijd, hadden we ook niet gedacht, maar vraagt wel een collega om ons rond te leiden.
Het is zo’n goed uitgewerkt idee deze combinatie van theater, Filmhuis en bibliotheek. Alles ten dienste van de gemeenschap. Het bruist in het gebouw, terwijl wij zitten te lunchen om ons heen moeders met kinderen, moeders met baby’s die van het voorleesuurtje in de bibliotheek af komen, mensen die gezellig komen lunchen en ondertussen een zakelijke bespreking hebben, het oudere paar naast ons komt een lunch bespreken met vrienden of familie, de medewerker van het restaurant legt uit wat er mogelijk is. Allemaal heel relaxed. Het bedienend personeel is zeer attent, ze komen vragen of het smaakt, of alles naar wens is? En als we wel een kopje koffie willen maar nadat we ons glaasje wijn op hebben zegt het meisje dat ze ons wel in de gaten zal houden om te zien wanneer we er aan toe zijn. Zeer attent! En dan is er ondertussen een optreden van Aziatische kinderen die liedjes zingen of traditionele dansen in prachtige gewaden uitvoeren. Als we na de lunch worden rondgeleid zie je op verschillende plekken in het gebouw mensen lezen, achter de computer zitten, studeren etc. Gewoon een goed gebouw met heel veel verschillende ruimtes die min of meer vloeiend in elkaar overlopen als dat kan.
We lopen daarna door Chester. Leuke stad met prachtige gebouwen. Mooie vakwerkhuizen, een oud Romeins amphitheater en een stadsmuur waar je overheen kunt lopen. En een enorme kathedraal met gargouilles die zo vriendjes van Quasimodo kunnen worden. Binnen is de kathedraal een wonder van doorkijkjes door bogen, zijbeuken en hoofdbeuk, hoog en laag koor, adelbanken en geornameerd plafond. Zeer fraai.
Na Chester rijden we door naar Birkenhead. We zijn erg vroeg dus tijd voor eten. We vinden een Thais restaurant waar we eten. Als we terug zijn bij de ferry en Joep zijn paspoort wil pakken komt hij tot de conclusie dat hij die in het restaurant heeft laten staan! Gelukkig is het niet ver en hebben we nog ruim tijd dus opnieuw in de auto gesprongen, terug naar restaurant waar tas gelukkig nog staat en weer terug naar ferry. En dan wachten…. wachten…… wachten. Ze laten ons pas om kwart voor tien boarden, om half elf vaart de boot weg. Een korte nacht in het vooruitzicht want om 6.30 komt de boot aan in Belfast.
Maarten van Rossumpad, Heelsum-Wageningen-Lienden
Grappig is dat toch… als je alle tijd denkt te hebben, omdat de etappe kort is je dan niet op gang lijkt te komen. Met zoals mensen die dichtbij wonen vaker (te) laat komen omdat ze denken te weten hoeveel tijd ze nodig hebben om op de plek van bestemming te zijn. Waarbij eventuele tegenslag niet wordt meegenomen. Zo besluiten G. en J. Lief en ik dat we prima om 10 uur af kunnen spreken in Lienden waarna we met de tweede auto naar Heelsum rijden. Eerst komen G. en J. bijna een half uur later. Ze hebben een stel lifters opgepikt díe meedoen met een soort challenge van de studenten vereniging. Wij denken alvast een kopje koffie te doen bij Het Wapen van Lienden, maar die blijken op zaterdagochtend nog niet open. Zodra onze vrienden er zijn stappen we in hun auto en rijden, met twee keer mis rijden, zelfs met gps 😉 naar Heelsum.
Daar zetten we de auto neer bij Hotel Klein Zwitserland. Nu is het wel echt tijd voor koffie met appelgebak. De koffie is er zo, de taart laat nogal lang op zich wachten. Net als we willen we klagen komen warme apfelstrudels aan. Lekker!
Dan moeten we toch echt van honk af… we moeten echt nog wel naar Wageningen. De route loopt langs de rand van de stuwwal uit de ijstijd die vlak bij de Rijn loopt.. Mooi gevarieerd landschap door de bossen met uitzicht over de Rijn en het rivier landschap er achter. Op de Renkumse heide worden we achtervolgt door nieuwsgierige blaarkoppen. Ik heb wel een zwak voor dit koeienras. Net als Lakenvelders zijn het echte Hollandse koeien, die je al op oude schilderijen aantrof. Niet zo doorgefokt op melk als de Holstein Frisian, die vaak zo schonkig zijn. Mooie compacte koetjes die naar verluidt ook een stevig karakter hebben. Misschien staat er daarom ook een bord bij de ingang van de heide dat je minstens 25 meter afstand moet houden van de dieren. Los van het feit dat wij als niet zo heel stadse mensen dat een beetje flauwekul vinden houden de blaarkoppen zich er zelf niet aan. Als wij met een boogje om ze heen willen zoeken ze zelf toenadering en word ik zelfs ‘belaagd’ door een grote koeientong die mijn rugzak af wil likken! Nou dat toch liever maar niet, een rugzak onder de koeieslijm….
We hoeven niet ver vandaag denken we de hele tijd. Dus kunnen we ter hoogte van Renkum best even op het terras van Nol in ’t bos neerstrijken voor een biertje en een late lunch. Dat smaakt prima. En zo glijdt de tijd voorbij, en lijken de laatste kilometers naar Wageningen toch nog best lang en ver. We lopen op hoogte langs de stuwwal en komen zo dan toch Wageningen binnen lopen. We hebben kamers geboekt bij Hotel de Wereld, een historische plek. Hier werd aan het eind van de Tweede wereldoorlog de capitulatie van de Duitsers ondertekend. Het plein met een vrijheidbeeld, een vrijheidsvlam, een beeld van Prins Bernhard, de grote capitulatiezaal met een tafel vol foto’s van geallieerde militairen…. alles ademt hier historie. We eten ’s avonds in de brasserie van De Wereld.
Op zondag lopen we eerst door de uiterwaarden bij Wageningen alvorens we richting de Rhenen lopen. In de ruigte van de uiterwaarden zien we barmsijsjes, een fazanthaan en een Vlaamse gaai. We stoppen voor lunch in het restaurant van De Blauwe Kamer, een natuurgebied vlakbij Rhenen. Rhenen en de Grebbeberg liggen steeds voor ons. De Cuneratoren komt steeds dichterbij, we zullen haar niet bereiken. We steken de Rijn over met een pont naar de Betuwe. We belanden in het gebied met heel veel fruitbomen en boomkwekerijen. Het landschap wordt een stukje minder gevarieerd en de paden lopen meer over asfalt. Jammer. Het stuk over de Rijndijk loopt gelijk met de Limes, de oude grens van het Romeinse rijk. Daar loopt een nieuw lange-afstands-wandelpad. Onderweg komen we een paar keer wandelaars tegen die met dit pad bezig zijn.
Zuid-Engeland, 7
Na een bak koffie pakken we onze koffers en rijden met onze eigen auto achter M. en K. aan naar de laatste locatie voor ons uitwisselingsbezoek aan Bath. We worden getrakteerd op een brunch in Bath Mill. Voor onze gastheer en -vrouw is dit een nieuwe plek, ze waren hier ooit wel eens geweest maar toen was het een verloren plek. Nu is het opgeknapt en een prachtige locatie geworden om te eten en te recreëren in het groen. Na afsluitende woorden van de voorzitter van de Rotary club van Bath en mijn laatste dankwoord is het tijd om iedereen gedag te zeggen. We bedanken M. en K. voor hun gastvrijheid, die was heel goed. We hadden een luxueuze eigen kamer met badkamer en toilet, en de onderlinge sfeer was heel relaxt.
Op de terugrit staan we ter hoogte van Londen een lange tijd in de file. Er is een ongeluk gebeurd. Talloze brandweerauto’s, het zijn er wel een stuk of vijf, politieauto’s en ambulances komen met gillende sirenes over de vluchtstrook gereden. Dat doet het ergste vermoeden. Als we uiteindelijk langs de plek des onheils rijden is waarschijnlijk al veel opgeruimd. Er zitten nog wel een paar mensen verweesd op de vangrail, met een nooddeken om zich heen. Er staan nog twee auto’s die behoorlijk gehavend zijn, en de politie spreekt met een meneer. Ik schat in dat er wel een stuk of vijf, zes auto’s bij deze aanrijding betrokken zijn geweest, maar de rest is duidelijk al weggesleept.
Wat me onderweg een paar keer is opgevallen is dat dood wild gewoon blijft liggen. Ik heb de afgelopen week zeker vijf of zes dode reeën gezien, en ook zeker drie dode wilde zwijnen. Een paar kon je van zien dat ze niet net waren aangereden, maar er al een tijdje lagen. In Nederland worden volgens mij dode dieren, zeker van de grote van een ree of zwijn opgeruimd in verband met de kadaverwet. En het zou zelfs wel een Europese richtlijn kunnen zijn… doen die Britten nu al of ze uit de unie zijn?
In Harwich konden we niet terecht in hetzelfde hotel als op de heenweg. We verblijven nu in Fryatt hotel, vlakbij de haven. Wat zal ik zeggen? Het kost bijna niks, 54 pond per nacht, en dat in ogenschouw nemend zullen we niet klagen. Het bed is prima, maar de kamer is in een soort verbouwde schuur, met alleen een klein raampje boven de deur. Voor de rest geen daglicht. Een duister hol, in een niet al te beste buurt. Het is maar voor één nacht, dat scheelt. We eten bij The Pier, een restaurant dat ons door C. is aangeraden, de echtgenote van één van leden van de rotaryclub in Bath. En het eten is inderdaad prima. We taaien op tijd af, lopen nog wat rond door het centrum en vertrekken dan naar ons hotel. Morgenochtend terug naar Nederland.


Zuid-Engeland, 6
Het fijne van bij mensen thuis slapen is dat ze je tips kunnen geven over plekken waar je normaal niet komt. En in ons geval zelfs dat ze je mee nemen naar minder bekende plekken. Onze gastheer en -vrouw M. en K. nemen ons na het ontbijt mee naar Bradford-on-Avon, een lieflijk plaatsje net buiten Bath. We vallen met onze neus in de boter, zonder dat M. en K. het wisten blijkt er een festival te zijn rondom Morris dancing. Het is een traditionele volksdans, soms op soort Zweedse klompen gedanst. De beoefenaars zijn gekleed in meer of mindere folklore outfit. Door het hele dorp heen zien we verschillende groepen oefenen of een uitvoering geven. We lopen langs de repetitie van een soort Commedia dell’arte gezelschap die een parabel verbeelden met Joris en de draak, een jonkvrouwe en de green man. In Bradford-on-Avon is een prachtige oude tiendenschuur te bezichtigen, waar boeren en pachters hun tiende van de oogst kwamen brengen als betaling aan de abdij. Er is ook een heel sober oud kerkje, heel klein, wat waarschijnlijk nog uit de Saksische tijd stamt. Je kunt prachtig langs het kanaal lopen en het heeft een gezellig centrum waar de koffie prima is.

’s Middags worden we verwacht bij Great Chalfield Manor voor een late lunch en een rondleiding door de master of the manor. Het is een prachtig landhuis, het oorspronkelijkste gedeelte stamt uit de dertiende eeuw. De huidige bewoner heeft het overgedragen aan de National Trust. Hij woont er wel, maar heeft het pand en de gronden qua beheer overgedragen aan de Trust. Dat scheelt een flinke bak geld schat ik zo in, maar het kost je ook een stuk privacy. De tuinen zijn fraai, als wij er zijn staan de meeste rozenknoppen op uitbarsten. Het moet een fraai gezicht zijn als die bloeien. In de grote hal genieten we van een optreden van het koor van C., één van de leden van de rotaryclub van Bath. Na afloop vinden M. en K. het tijd om even te relaxen. Ze stellen voor om bij hen thuis tijd te nemen voor bijvoorbeeld een middagdutje of anderszins tijd voor ons zelf. Een goed idee want je wordt ook een beetje geleefd tijdens deze dagen.

’s Avonds worden we verwacht voor een buffet in Newton St. Loe op een biologische boerderij. Het merendeel de huizen en boerderijen van het dorpje is eigendom Prince Charles. En dus is de boerderij biologisch en scharrelen er varkens rond die duidelijk genieten van hun vrijheid. Dat er op de boerderij ook een valkerij is vind ik zelf dan minder biologisch, maar wel passend bij de adellijke bezitter van deze boerderij. Het is onze laatste avond met onze gastheren en -vrouwen en dus een soort bonte avond. We hebben een klein cabaret voorbereid. K. is spreekstalmeester en wij stellen ons op als een parodievariant van het Britse parlement. We zingen het lied van Claudia de Breij, the last Farewell waarin ze een ode aan Groot-Brittannië brengt. De leden van onze zusterclub zijn ontroerd en we krijgen een joelend applaus.
Zuid-Engeland, 4
Je hebt van die plekken die in het algemeen geheugen van de mensheid zijn opgeslagen. Ook al ben je er zelf niet geweest, als je een plaatje of foto ziet, weet je gelijk waar het is, en heb je er een beeld bij. Stonehenge is zo’n plek. Zo’n plek ook al is het totaal platgetreden door toerisme, je wilt er toch geweest zijn.
Na ons ontbijt vertrekken we naar Stonehenge, net buiten Amesbury. We zijn vroeg, rond half tien staan we op de parkeerplaats. Gisteren zijn we lid geworden van English Heritage, dus nu hoeven we niet te betalen. We bedenken dat we niet met de pendelbus willen maar de benenwagen nemen door de velden. Dan blijkt het best nog een flink wandelingetje te zijn, na twintig minuten staan er daadwerkelijk voor het hek van Stonehenge. Intussen hebben behoorlijk wat bussen vol toeristen voorbij zien tijden over de toegangsweg, dus hoewel we vroeg zijn hebben we flink wat gezelschap gekregen. Nou ja, een originele foto van Stonehenge zat er toch al niet in, één van de meest gefotografeerde plekken ter aarde.
Je kunt niet bij de stenen komen, er is een cirkel met touw afgezet om te voorkomen waarschijnlijk dat allerlei idioten bedenken dat ze er op kunnen klimmen of andere rare zaken kunnen uithalen. We lopen langzaam de ronde langs dit ongelooflijke monument. Je kunt je niet voorstellen dat mensen uit de steentijd zoiets hebben kunnen oprichten. Zulke enorme blokken steen ergens vandaan gehaald hebben, en vervolgens ook nog opgestapeld, zo neergezet dat tijdens de zonnewende op de langste en kortste dag de zon tussen de stenen door valt. Ongelooflijk knap! Het is echt een indrukwekkende prestatie.
Na Stonehenge rijden we richting Avebury, waar ook een grote stenen cirkel valt te bewonderen. Het is even zoeken naar de parkeerplaats. Je hoeft voor Avebury geen toegang te betalen, de cirkel is min of meer onderdeel van het dorp. Maar voor de parkeerplaats mot je wel betalen, maar liefst zeven pond! Dat vinden we wel een straffe prijs. Joep gaat maar eens vragen bij de mensen van de National Trust of we niet voor een halve dag kunnen betalen. Dat blijkt niet te kunnen. Het is gratis als je lid bent van de National Trust, maar ja wij hebben een kaart voor negen dagen van de English Heritage. Dat blijkt dan toch ook gratis parkeren op te leveren. We krijgen een ticket voor op het dashboard en kunnen daarna zolang we willen rondlopen in Avebury.
Eerst maar een kop koffie in het museumcafé. Lekker in het zonnetje buiten. Er zitten even verderop vijf dames met bloemen in het haar. Ik zeg tegen Joep dat ik denk dat het overjarige hippies zijn, of dat ze iets met een vruchtbaarheidsritueel gaan doen bij de stenen. Joep vraagt de vrouwen of hij een foto van ze mag maken, want ze zien er zo mooi uit. En dat mag natuurlijk en dan blijken ze inderdaad een eerbetoon aan Moeder Aarde te gaan brengen bij de stenen. Voor de zonnewende gaan ze over een paar dagen naar Stonehenge, waar voor die gelegenheid je dan bij zonsopkomst tussen de stenen mag staan, en mee kunt doen aan een ritueel met de opperdruïde. Ik wist dat de natuurgodsdienst nog wel aanhangers heeft in de U.K. Ik denk nu dat het zomaar eens een grotere groep kan zijn dan ik eerst dacht. Met de opwarming van de aarde zijn er meer en meer mensen die terugkeren naar oude godsdiensten die de natuurkrachten aanbidden. Als we langs de stenen lopen treffen we nog een meisje in lotushouding aan die zit te mediteren en een dame die naast een steen staat te bidden. Ik kan mij voorstellen dat ze liever naar Avebury gaan dan Stonehenge, hier kan je vrij om de stenen heen lopen.
Dan is het tijd om naar Bath te rijden, naar onze gastheer en -vrouw voor de komende drie nachten. M. en K. zitten ons al op te wachten. We worden ontvangen met een heerlijk kopje thee, kunnen ons opfrissen en worden dan meegenomen naar het openingsdiner in de stad. Daar kan ik ons geschenk namens de club, een vat Alkmaars bier, overhandigen, en namens de club de rotarians van Bath hartelijk danken voor hun ontvangst. De band tussen de twee clubs heeft best een bijzondere geschiedenis. In de tweede wereldoorlog vluchtte Eli Prins naar zijn zus in Engeland. Zij was getrouwd met een Engelsman, en woonde in Bath. Eli werd assistent van de secretaris van de rotary club Bath, Mr. Willis. Eli vertelde over Alkmaar, zijn geboorteplaats, en de harde tijden die de mensen daar doormaakten. Daar ontstond het idee om goederen in te zamelen voor de bevolking van Alkmaar, zodat na de oorlog de mensen geholpen konden worden hun levens weer op te bouwen. En zo is geschiedt, in kort en sindsdien is er een band tussen beide steden en tussen de rotaryclub. Mooi hoe zo een initiatief kan leiden tot een jarenlange uitwisseling en bezoeken over en weer.
Zuid-Engeland, 5
We zijn op bezoek bij onze zusterclub van de rotaryclub Bath. Zoals te doen gebruikelijk trekt de ontvangende club zo’n beetje alles uit de kast om de gasten te entertainen. Op vrijdagochtend wordt ons dan ook een rijke keuze voorgelegd waaruit we kunnen kiezen. Mijn lief en ik hebben gekozen voor een bezoek aan de Romeinse baden. Bath was onder de Romeinse heerschappij Aqua Sulis, een belangrijke plaats. Met een bijbehorende belangrijke tempel gewijd aan de lokale godin Sulis, vermengd later met Minerva, de Romeinse godin. De inheemse bevolking vereerde Sulis als godin van de heetwaterbronnen. De Romeinen bouwden er een heel badcomplex omheen, met ook een tempel. Het gehele is behoorlijk bewaard gebleven, en ze hebben het in de loop van de jaren steeds verder ontwikkeld tot wat nu een zeer interessant museum is.

Na afloop van het bezoek worden we door M. en K. onze gastheer en -vrouw meegenomen voor een lunch in Garricks Head. Een uitstekend restaurant vlak naast het oude theater waar Beau Nash in de tijd van Jane Austen de bonton van Bath en ver daarbuiten voorzag van entertainment en vooral van roddels…althans zo gaat de geschied iets. Na de lunch hebben we de tijd aan ons zelf. We spreken af met M&K dat we elkaar aan het eind van de middag opnieuw zullen treffen voor de abdij.
Lief en ik lopen zigzaggend door de stad. Bekijken de Royal Crescent en The Circus bij daglicht. Bewonderen her en der prachtige gebouwen, bekijken de Bath Abbey, stuiten op een generale oefening van een groep schoolkinderen die vanavond gaan optreden tijdens het Bath festival en blijven even hangen. Voor we het weten is het tijd om M&K weer op te zoeken. We hebben afgesproken puzzeltocht die door één van de leden van de club is uitgezet gezamenlijk te doen, zo zien we nog wat extra’s van Bath en steken ook nog wat op.
Rond een uur of zes worden we dan verwacht in de Royal Victoria Park voor een buffet. Daarna kan iedereen de stad in om te genieten van de openingsavond van het Bath festival. Vanavond zijn alle activiteiten gratis. We bezoeken samen met M&K een folkoptreden in Nr. 1 aan de Royal Crescent, een optreden van een amateurband in de Assembly room, een crooner in de Pump Room en als afsluiter een grungy blues bandje ergens in het centrum in de open lucht. Daar wagen lief en ik nog een dansje…en dan is de avond wel voorbij. Tijd voor ons tijdelijk thuis, een kop thee en dan naar bed. Morgen is er weer een vol programma.
Zuid-Engeland, 3
Dat je bij het pakken van je vakantiespullen bedenkt dat je je hardloopoutfit mee gaat nemen….. en dat je dan voor je ‘fatsoen’ dan ook echt gaat hardlopen in den vreemde. Het is een afwijking, ik geef het toe. Toch heeft het iets om naast door een stad te wandelen of te fietsen er hard te lopen. Je probeert een park te vinden, of een leuk fietspad… vanochtend hebben we eerst door Victoria Park, precies tegenover ons guesthouse gelopen, en daarna over het fiets- annex wandelpad langs de Avon de stad in gelopen. Helemaal om de kathedraal heen gehold en weer terug over het pad langs de Avon. Lekker een klein uurtje de benen los gegooid.Daarna lopend de stad bekeken. Een familie zwaan op de Avon met maar liefst acht! kuikens. Ma zwaan blies stevig van zich af toen een loslopende hond iets te dichtbij kwam op de oever. Indrukwekkend is een zwaan dan.
We bezoeken eerst de bibliotheek. Op een flink aantal huizen hebben we een A4tje gezien met de tekst Save Salisbury Library. Daar willen we het fijne van weten. Talloze openbare bibliotheken zijn de afgelopen jaren gesloten in Groot-Brittannië. Hier blijkt het gelukkig allemaal mee te vallen. Ze gaan verhuizen, wel naar een kleinere locatie, iets buiten het centrum. Over een paar jaar komen ze dan terug op kin of meer dezelfde plek in één gebouw, samen onder één dak met het gemeentehuis en het theater. Ik zou zeggen..grijp die kans… tal van mogelijkheden tot samenwerken. Dat zien blijkbaar niet alle inwoners zo. De stad wil ontwikkelen, om het centrum een facelift te geven, en omdat de gifaanval vorig jaar op de Russische spion Skripal de stad financieel en economisch flink heeft gekost.We wilden de kathedraal bekijken, binnen gekomen zagen we dat je ook de toren kon beklimmen. Dat leek ons wel wat. Bleek met gids te zijn, en ca. 1,5-2uur te duren. En wij waren de enige twee in onze groep, dus Jon, Zola’s hij bleek te heten had alle tijd voor ons. Maar eerst de kerk zelf bekeken. Een zeer indrukwekkend bouwwerk, bijna achthonderd jaar oud. Gebouwd alleen met menskracht.Ook hier na de reformatie, die bij hen natuurlijk van rooms-katholiek naar Anglicaans was, zijn er veel tekenen van het katholieke geloof verwijderd. Zoals veel beelden, gebrandschilderde ramen..etc. Pas de laatste honderd jaar worden er weer gebrandschilderde ramen terug gebracht, beelden op de gevel gezet etc. En een continue proces van restauratie. Volgend jaar bestaat de kerk achthonderd jaar, en dus wordt een feest voorbereid en moet de kerk in tiptop staat zijn. Sommige beelden glimmen je tegemoet, vers in de verf gezet. Volgens een bord bij de ingang kost het £14.000 per dag en dat snap je als je rondloopt. De zandsteen waarmee het is gebouwd is nogal gevoelig voor erosie, de toren is eigenlijk te zwaar en drukt de pilaren van het middenschip langzaam naar buiten. In de galerij staan twee steenhouwers te werken aan de vervanging van stukken ergens in het gebouw of op de gevel. Mooi overigens dat ze dat zo laten zien.



Onze gids Jon heeft een flinke kennis. In vijf fasen neemt hij ons 266 treden naar boven, tot ongeveer halverwege de spits. Daar mogen we zelfs nog even op de ‘balkonnetjes’ aan de buitenkant staan. Op één niet, want daar nestelt een slechtvalk. Er staat wel een camera op, zodat er moeder valk kunnen zien zitten broeden. Op die balkons, zeg liever een smal richeltje met een stenen balustrade ervoor, kijk je prachtig uit over de stad. Niet voor de ‘fainthearted’, zouden de Engelsen zeggen. Joep ontdekt tussen één van de rozetten op één van de gotische torens een hoofdje in plaats van een rozet. Dat had zelfs Jong niet ontdekt. Grapje van een steenhouwer zegt hij. Zo hangt er aan de binnenkant van het dak een prachtig uitgehakte vossenkop, te mooi om weg te gooien, maar niet passend voor de buitenkant volgens de officials. Mooi om de geschiedenis van zo’n gebouw mee te krijgen, over de ontstaansgeschiedenis, de bouw, wetenswaardigheden, de zorgen over het onderhoud etc. Als je in de buurt bent van Salisbury is de kathedraal absoluut de moeite waard om te bezoeken.Daarna bezoeken we het gebouw waar een kopie van de Magna Carta ligt. Fameus document waarna koningen het niet meer alleen voor het zeggen hadden, ook de adel iets in de melk te brokkelen had. De burger en horige natuurlijk niet….We eten een heel late lunch bij de Old Bishopsmill en lopen dan naar Old Sarum. De plek waar het ooit begon. Er resteert nog een oude muur van het kasteel en de fundamenten van de oude kathedraal op deze heuvel buiten de stad. Het hoe en waarom de heuvel, de kerk en het kasteel precies werden verlaten verschillen de verhalen. De een zegt dat het watergebrek boven op de heuvel was, de ander zegt dat de bisschop een grotere kathedraal wilde en dat hij dat beter kan bekostigen door het land dat hij beneden bij de rivier bezat te bestemmen deels voor de kathedraal, deels voor burgers en boeren die natuurlijk dicht bij de kathedraal wilden wonen en land van hem moesten kopen of pachten…… we zijn er een half uur voor sluitingstijd. De jongen bij de ingang is zeer overtuigend.. we kunnen beter een pasje van de National Heritage kopen voor negen dagen. Als we morgen ook naar Stonehenge willen, en dat willen we, en we bezoeken nog één extra spot dan hebben we het abonnement er al uit. We besluiten dan maar zo’n kaart te kopen, mochten we het niet ‘opmaken’ hebben we in ieder geval het nationaal erfgoed van Engeland gesteund.We eten in een locale pub, aangeraden door onze gasthee. De Avon Brewery, echt pubgrub… stevig en best oké. Liever niet elke dag 😉
Zuid-Engeland, 2
Dat Engelse landschap… met die wegen die omzoomd worden met heggen, of overkoepeld door naar elkaar toereikende bomen. Wegen die als je iets meer landinwaarts gaat steeds smaller worden. Waar je dan gewoon op een eventuele tegenligger wacht, je dicht tegen die heg aanperst om hem/haar er langs te laten. Waarom hebben wij dat niet of nauwelijks meer in Nederland? Het geeft zoveel meer lieflijkheid aan het landschap, en misschien heb je ook wel minder de neiging om te hard te rijden? Ik weet het niet, maar het noodt je meestal tot rustiger rijgedrag…Vandaag bezochten we Cerne Abbas. Een heel klein dorpje, dat overigens al wel op meer dan 13 eeuwen geschiedenis kan bogen door een oude abdij en een fameuze bierbrouwerij. Nu is het ook bekend door een reus die in de kalkheuvels nabij het dorp is uitgebeeld. Een beetje als de Nasca lijnen in Peru. De reus is het best van de weg af te zien, dichterbij sta je er te dicht onder en zie je niets door de glooiing van de helling. Het plaatsje zelf is woest romantisch qua uitstraling. Klein en kneuterig met een paar heel oude huisjes met zulke oude balken erin dat ze bijna doorzakken. Een lief riviertje door het dorp, een oude kerk…. groene heuvels die het geheel omzomen. Nu staat het koolzaad in bloei, waardoor gele lakens zich ver uitstrekken in het glooiende landschap. Ik hou van onze Nederlandse polders, ik hou ook zo van dit Engelse landschap met zijn altijd wisselende vergezichten.
Na Cerne Abbas rijden we naar Portland Bill. Het uiterste puntje van dit stukje Engeland, voorbij Weymouth. Kale rotsen met een vuurtoren, een militaire post, en een snackbar. En een koude wind….en felle zon. Op zee wat meeuwen natuurlijk, een paar Jan van Genten gespot en wat zeekoeten of alken. In de luwte van de rotsen een broodje gegeten.
Daarna iets verderop bij de kiezelduinen beklommen. Als het water zich daar terug trekt maakt het een heel bijzonder geluid. De keitjes rollen mee naar beneden op de zuiging van de golven…. een eigen melodie en ritme.Zondoorstoofd en windgewaaid in Salisbury op ons bed gerust en daarna heerlijk gegeten bij Grillado.