Zuid-Engeland

Er is iets met het Engelse landschap dat mij bijzonder bekoort. Zeker in het voorjaar, als de bomen nog dat lichte groen hebben van ontluiken, op de grens van lente naar zomer. Vanochtend vertrokken we uit Harwich, Tower Hotel, waar onze vrienden G. en J. vorig jaar grappig genoeg overnacht hadden zonder dat we dat van elkaar wisten. Op weg naar Salisbury, onze plek voor drie nachten. Onderweg gestopt in Saint Albans, een oude plaats, al daterend uit de romeinse tijd. Met een prachtige kathedraal, wat een enorm gebouw. Indrukwekkend, rijk versierd plafond.

De romeinse restanten van Verilamium liggen in een groot stadspark. Daar hangt een relaxte sfeer. Het riviertje de Ver stroomt er rustig, muggen dansen over het water in een mallemolen van beweging. Canadese ganzen peddelen met hun jongen over het water. In het park lopen jonge ouders achter kinderwagens, liggen in het gras of duwen hun kinderen op de schommel. Het is maandag, maar iedereen die naar buiten kan om van de ontwakende lente te genieten doet het, en met volle teugen. Hoewel het windje nog fris is, zien we met regelmaat mensen behoorlijk luchtig gekleed rondlopen. Morgen verkouden denk ik dan.Boven de restanten van het romeinse mozaïek is een gebouwtje gezet. Vrijelijk toegankelijk, dat kan ik zeer waarderen. Geen beeltenissen, ze zijn ornamenteel. Goed geconserveerd.Daarna door naar Salisbury waar we een guesthouse hebben voor drie nachten. Na ons diner lopen we langs de kathedraal die warm oplicht in de laatste stralen van de avondzon.

Westerborkpad Amsterdam-Muiderpoort-Weesp

Het is een zonovergoten lentedag als wij op een zaterdagochtend afspreken met onze vrienden M. en B. om te beginnen met het Westerborkpad. Een langeafstandswandelpad van Amsterdam naar Hooghalem, Westerbork. Het zal ons vast wel een paar jaar kosten om af en toe in een weekend twee etappes te lopen. Dat maakt ons niet uit, het hoeft niet ‘af’ in een jaar.

Het weer is goddelijk, de route door Amsterdam prachtig. De stad toont zich in al haar ontluikende lentepracht. De geur van hasj kringelt af en toe in onze neusgaten. Dit pad heeft echter geen geestverruimend effect, nee dit pad drukt je met je neus op een niet zo fraaie kant uit ons nabije verleden. Het pad zal ons langs de verschillende plekken voeren waar vandaan in de Tweede Wereldoorlog Joodse Nederlanders zijn weggevoerd, via Westerbork naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. SAMSUNG CSC

De eerste stappen zijn natuurlijk het Centraal Station van Amsterdam uit. Gelijk op een lantaarnpaal het eerste LAW-teken. Voor het Westerborkpad is het teken ‘verrijkt’ met een prikkeldraadsymbool. Het maakt de achtergrond van het pad schrijnend duidelijk. De tocht die wij te voet gaan afleggen werd zo’n 70-75 jaar geleden gedwongen in treinwagons afgelegd door grote aantallen Joden. Nederland heeft een trieste verantwoordelijkheid te dragen. Bijna alle ambtenaren in Nederland werkten mee aan het aangeven wie er Joods was, door de gegevens uit de bevolkingsregisters aan te leveren. Daarmee konden de Duitsers makkelijker de Joden oppakken en deporteren. En daarmee heeft Nederland een triest ‘record’, het hoogste aantal weggevoerde Joden in WO II.

Via de grachten lopen we richting het Anne Frank Huis, waar de toeristen in de rij staan om naar binnen te mogen. Wij slaan het over. Het is inmiddels een zo druk bezochte plek in Amsterdam dat je twee maanden van te voren je ticket moet bestellen, voor een tijdslot. Daarvoor waren we te laat. Dat wil ik nog wel een keer doen, ik moet bekennen dat ik het Anne Frank huis nog nooit heb bezocht. Een hiaat dat nog wel opgevuld moet worden. De Westertoren heeft ook zo zijn link met Anne Frank. Zij kon de toren zien en horen uit haar onderduikplek, de toren komt af en toe voorbij in haar dagboek, wat ik wel gelezen heb.

Al slingerend door Amsterdam komen we ook op onverwachte plekken, die zelfs mijn lief die 25 jaar in Amsterdam heeft gewoond niet kende. Dat is het mooie vind ik van deze wandelpaden. Je komt op plekken in je eigen land waarvan je het bestaan en de schoonheid niet wist. De Oudemanhuispoort kende ik alleen van de buitenkant. Nooit geweten dat daar een dagelijkse boekenmarkt is gehuisvest, waar tot 1941 de handelaren vooral Joden waren. Na WO II kwam er maar één echtpaar terug en zij hebben hun vak nog weer een tijdje opgepakt. Dat moet vreemd zijn geweest, en ik vraag me af hoe gastvrij zij terug ontvangen zijn……

De Portugese synagoge is vandaag dicht voor bezoek, het is zaterdag: sabbat. Ook daar moeten we een keer voor terugkomen. Dan zijn we al wandelend via de Dokwerker en het stilmakende Auschwitz monument aangekomen bij de Hollandse Schouwburg. Al die namen op de muur van weggevoerde Joden, het maakt je stil. Hoe vaak ik ook in het buitenland al zo’n soort wand heb gezien, het blijft indrukwekkend. Het wordt zichtbaar, hoeveel mensen zijn weggevoerd, hun dood tegemoet.

We zijn inmiddels wel toe aan lunch, heel prozaïsch. We strijken neer bij Café Smit & Voogt. Het meisje dat ons bedient is niet helemaal zeker op de benen. Ze zegt dat ze nog niet gegeten heeft, en daardoor wat wankel is. Mjah, dat kan, maar ik zou zeggen, je werkt in een restaurant. Leg ergens een broodje neer en neem daar af en toe een hap van…. We bestellen en vervolgens begint het grote wachten. De drankjes komen redelijk snel, maar onze lunch…. na zeker een half uur loop ik naar het meisje toe. Ik vraag of het nog lang gaat duren, want als het er niet met 5-10 minuten is gaan we weg. Ze gaat het navragen in de keuken, en ze meldt ons terug dat het niet gaat lukken. Bizar! We rekenen af en maken een mentale aantekening dat we hier niet weer terug willen komen. Wat slecht zeg! Vlak voor het eind van de tocht lopen we nog door de Transvaalbuurt. De Transvaalbuurt was in WO II een soort van getto. Er woonden veel Joden, die uiteindelijk allemaal zijn afgevoerd. De wijk was redelijk makkelijk af te sluiten, en zo kon de bezetter ze eenvoudig oppakken. Nu is het een levendige volkswijk.

We eindigen de wandeling op een terrasje vlakbij station Muiderpoort. We schuiven aan bij een tafeltje waar een man alleen zit. Hij begint al snel tegen ons aan te praten. Hij is oorlogsveteraan uit Libanon en Bosnië zegt hij. Hij heeft PTSS. Hij leeft van een uitkering, werken kan hij niet meer. Hij voert een strijd met het ministerie van defensie die hem telkens willen korten op zijn uitkering. Iedere keer moet hij weer een advocaat inhuren, waarvan hij de kosten weer op kan voeren bij defensie… zegt hij. Ondertussen drinkt hij stevig door van een grote pint Guinness. Als ik voor ons ga afrekenen blijkt hij er al een hele tijd te zitten. Er staan vijf grote pints Guinness op onze rekening, die ik dan toch maar voor hem laat staan.

’s Avonds eten we een hapje bij Deli, Indonesisch restaurant in Alkmaar. Heerlijk.

De volgende ochtend starten we vanaf station Muiderpoort en lopen we oa richting Diemen en Weesp. Het weer is net zo zonnig als gisteren, maar de temperatuur is zeker een graad of 8-10 lager. Buiten het station gelijk een herdenkingsbord over de weggevoerde Joden. De weg voert ons richting het Flevopark, waar een grote Joodse begraafplaats is. Dit is een oude begraafplaats, niet meer in gebruik. Door een Davidster in het hek zie je in de verte de stenen staan. Het ziet er vredig uit, maar het feit dat het is afgesloten, en er prikkeldraad langs de zijkant staat geeft het toch een wat raar onderbuikgevoel. Het feit dat dit blijkbaar moet worden afgeschermd zegt wel iets over welke gevoelens er ook nu nog bij sommige mensen in de samenleving zijn ten aanzien van Joden, zelfs als ze dood zijn.

In Diemen lopen we de nog in gebruik zijnde Joodse begraafplaats op. Hier wel een hek en een bewakingscamera, maar geen prikkeldraad. Wel rijen stenen achter elkaar. Dat geeft aan dat hier een grote groep Joden heeft gewoond, en nog steeds is Amsterdam één van de plaatsen in Nederland waar een actieve Joodse gemeenschap is.

In Diemen drinken we koffie in het restaurant bij het theater. Daar blijken we bij een uitvoering van Indiase dans beland te zijn. De hal zit vol met Indiërs, met feestelijk uitgedoste jonge meisjes die behangen zijn met gouden sieraden, keurig opgemaakt en een beetje gespannen heen en weer dribbelen. Lief knoopt een praatje aan, ze spreken bijna allemaal Engels, niet of nauwelijks Nederlands. Dat hoeven ze niet te kunnen vertelt de man waarmee hij praat. Ze werken allemaal in beroepen waarin de voertaal Engels is, en onderling is voor Indiërs Engels ook de meest gebruikte taal. India heeft blijkbaar niet één eigen overkoepelende taal, dat is het Engels, de taal van het koloniale verleden. Bijzonder.

We eindigen onze wandeling op een terrasje, uit de wind, in Weesp.

Cairns, 28 september 2018

Onze laatste dag…. opstaan, ontbijten, kamer verlaten en onze koffers in de kluis van het hotel tot vertrek. We gaan eerst naar Rusty’s Market, de groente- en fruitmarkt van Cairns. Op vrijdag, zaterdag en zondag kun je hier verse groenten en fruit halen. Alles wat  je je kunt  voorstellen qua groente en fruit is hier te koop. Allerlei vers tropisch fruit zoals custard apple, dragonfruit, jackfruit, avocado’s, diverse soorten sinaasappels en mandarijnen. Verse kruiden zoals gember, ginseng en geelwortel. En ook betelnoot! En groenten zoals bokchoy en andere Aziatische groenten naast gewonere groenten als broccoli, aubergines, courgettes etc. Heerlijk om over zo’n markt te lopen. Je krijgt er zin in koken van en receptenboeken na slaan. We drinken er een bak koffie en gaan dan op zoek naar de bibliotheek.

 

Cairns Central library is een mooi klassiek gebouw, dat van binnen en buiten heel plezierig aan doet. Buiten staan een paar grote bomen waarin flink veel vliegende honden hun huis hebben. Het is geboorteseizoen voor de dieren. Er hangt een informatiebordje dat als je een gevallen jong ziet, je iemand van de dierenambulance moet bellen. En er hangt een lijst van workshops e.d. die door de bibliotheek worden gehouden waarin er informatie wordt gegeven over de vliegende honden. Mooi vind ik dat. En de bibliotheek heeft daarnaast nog veel meer activiteiten. Ik maak wat foto’s van posters, altijd goed om de collega’s thuis nog wat inspirerende ideeën mee te kunnen geven. Ik maak een praatje met één van de bibliothecaressen die zeer geïnteresseerd is.
We verlaten de bieb en lopen naar de Esplanade. Daar settelen we ons met een boek, wat laatste overgebleven nootjes, crackers, wijn, water, fruit om de laatste uren weg te laten tikken. Omdat het ons niet gelukt is digitaal in te checken, waarschijnlijk omdat Joep zijn visumaanvraag op Dijk heeft gedaan in plaats van op Van Dijk willen we vroeger op het vliegveld zijn. Rond half drie lopen we via het havenhoofd terug naar het hotel, verkleden ons daar en nemen dan een taxi naar het vliegveld.

Daar is in geen velden of wegen personeel achter de balies te bekennen, maar we zien al wel dat de vlucht 10 minuten vertraging heeft. Weinig vertrouwenwekkend, want we hebben straks op Singapore  maar 50 minuten overstaptijd. Na ongeveer een dik half uur komt er toch personeel en kunnen we inchecken. Het kost inderdaad moeite in verband met Joep zijn ‘fout’ waardoor de steward hem eerst niet kan vinden en daarna moet overrulen. Als Joep zijn aanvraag niet gevonden zou worden mag hij het land niet uit.  En ook al grappen wij dat ze Joep echt niet willen houden zou dat geen leuke afsluiting van de vakantie zijn..Beter op letten de volgende keer dat we een visum moeten aanvragen.
Eenmaal door de douane en de security begint het wachten. We wisselen onze laatste Australische dollars in, een ongelofelijk onvoordelige koers én ook nog eens stevige administratiekosten, maar goed wij zijn er van af.
De vlucht krijgt steeds meer vertraging, we vertrekken uiteindelijk bijna een half uur later dan gepland. Ons wordt geruststellend gemeld dat we echt de vlucht naar Amsterdam niet zullen gaan missen. Dat hopen we dan maar. In Singapore blijkt inderdaad dat het transport goed geregeld is en dat we dus de volgende vlucht keurig halen. Dan begint de lange vlucht terug naar Schiphol. Totaal verknödeld komen we aan in Nederland. Daar doen we nog een poging de vernieling aan de koffer van Joep nogmaals in te dienen, dat heeft wat voeten in de aarde. De dame die ons uiteindelijk helpt is zeer vriendelijk. Zij gaat kijken wat ze voor ons kan doen.. we nemen de trein terug en rond kwart over negen, half tien ’s ochtends THUIS! De strijd tegen de jetlag kan beginnen. We hebben een prachtige reis achter de rug, met heel veel indrukken die met enige regelmaat terug zullen komen. No worries about that!

Rozendaal-Arnhem-Heelsum, Maarten van Rossumpad. 16 en 17 maart 2019

Hoewel de weersvoorspellingen niet best zijn, storm, regen, hagel laten wij ons geplande wandelweekend gewoon doorgaan. Zaterdag van Rozendaal naar Arnhem en zondag door naar Heelsum.SAMSUNG CSC

We starten in Rozendaal, langs kasteel Rozendaal. Door de bosrijke omgeving wandelen richting de oude buitenwijken van Arnhem. Via Geitenkamp en Klarenbeek naar Sonsbeek. Daar willen we bij de Brasserie lekker lunchen… helaas niet open. Dan maar naar het Sonsbeek paviljoen, waar de Chinees wel open is. Na de lunch lopen we de stad in. Het is mooi te zien hoe het centrum van Arnhem stapsgewijs wordt opgeknapt. We zigzaggen een beetje door het centrum om er dan aan de Rijnzijde er weer uit te komen. Dan is het nog een klein stukje naar ons hotel. We verblijven in het Rijnhotel van NH hotels.

Al was het vandaag geen lange etappe, we vinden dat we toch wel een biertje hebben verdiend. De jongeman die ons komt bedienen heeft duidelijk nog niet veel ervaring. Ik vraag welk bier hij op de tap heeft en wat het seizoensbier is. Dat moet hij navragen. Als blijkt dat het Chimay en Affligem dubbel is besluit ik dat laatste te nemen. Joep wil dat ook, en vriend G zegt dat hij tripel wil. J. is even naar het toilet. De jongeman komt terug met drie Affligems… G. zegt: ik had om een tripel gevraagd… de jongeman kijkt verward.. o ik dacht dat u hetzelfde wilde omdat u tripel zei, dat betekent toch drie keer? Hilarisch! Wij moeten hem uitleggen dat tripel een ander soort bier is…. heel grappig. Gelukkig wil J. als ze aanschuift dat derde glas Affligem wel hebben en krijgt G. zijn tripel.

Bij het avondeten krijgen we dezelfde jongeman… die in zijn onervarenheid komt vragen hoe Joep zijn varkenshaas wil, rare, medium of gaar? Huh? Dat lijkt ons niet aan de orde voor varkensvlees. En dan blijkt het om de burger te gaan die G. heeft besteld. De jongeman moet duidelijk nog veel leren, hij is nog wat bleu. Toch wel bijzonder dat hij bij tripel aan drie dacht, misschien een dart liefhebber?

Zoals het eten gisteren en de bediening uitstekend was, blijkt ook ’s ochtends de lijn doorgetrokken. Je kunt zelfs een vers gebakken spiegeleitje krijgen. Dat gebeurt niet vaak in een hotel. Echt een prima hotel dit Rijnhotel!

Dan na het ontbijt lopen we eerst via Arnhem-West richting Mariëndaal, zo’n typisch voorbeeld van mooi Nederland dat voor ons onbekend was. In de wijk vlak bij het station een herdenkteken aan Operation Marketgarden. Ook in Oosterbeek bij de kerk is een herdenkteken aan deze dramatisch verlopen actie in WO II. Dit jaar zal het 75 jaar geleden zijn dat de geallieerden probeerden een doorbraak tegen de Duitse bezettingsmacht te forceren. Bij beide herdenktekens kransen met poppies, klaprozen. 

Na Mariëndaal lopen we richting Oosterbeek. Als we de weg oversteken zien we een onheilspellende donkere lucht boven de bebouwde kom van Oosterbeek. Het donkere blauw steekt scherp af tegen de witte huisjes en de bloeiende bomen aan de rand van het dorp. Als we de heuvel op lopen zie ik een sluier van water over het land naar ons toe drijven… het blijkt geen water maar hagel te zijn. Die valt striemend op ons neer. We schuilen een stukje verder onder een viaduct. 

Als het weer droog is lopen we verder richting de uiterwaarden. We horen uit te verte het karakteristieke gak-geluid van grauwe ganzen. Een flinke groep ligt uit te rusten op een weiland, als ze ons zien aankomen kuieren ze een stukje van ons af. We zijn blijkbaar niet bedreigend genoeg en niet dichtbij genoeg om op de vleugels weg te wieken. Bij de camping Oosterbeekse Rijnoever hopen we een kopje koffie te kunnen genieten. Maar helaas, het is nog te vroeg in het seizoen. De kantine is dicht. Dan maar met het hete water uit onze thermoskan en oploskoffie zelf een bakje troost te maken. En een lekker stuk bananenbrood van G. en een goed belegd broodje meegenomen van huis.

In een diep gat waarvan de bedoeling ons niet duidelijk is zitten twee veldmuisjes. Er staat wel een trap in het gat, maar of ze er ook echt uit kunnen? Ze zien er doorvoed uit dus ze lijken niet te verhongeren in het gat.

Als we weer verder willen zie ik weer een schip met zure appelen aan komen, dus ik trek alvast mijn regenbroek aan. En jawel, we zijn de camping nog niet af of daar begint het te hagelen. Deze keer zijn de stenen iets groter en waait het flink. Het teistert onze gezichten, we worden gehagelstraald. Even later breekt de zon dan weer door. Het wordt echt zo’n Hollands weer dag. Jantje huilt, Jantje lacht. Terwijl we weer een stukje klimmen naar een uitzichtspunt rommelt het ineens aan de overkant van de rivier. Onweer. Dat hadden we nog niet gehad vandaag.

Bij Heveadorp en het landgoed Duno is het weer droog en breekt even later de zon door. We lopen al slingerend door de bossen rondom Doorwerth. Bij het kasteel stoppen we voor een soepje. Dit is al de derde keer dat we bij restaurant De Zalmen een pauze houden. Iedere keer dat we er waren hadden we een bijzondere ervaring. De eerste keer sneeuwde het heel erg, en werd de kerstmarkt die er werd gehouden op het terrein van het kasteel afgelast. In het restaurant was het toen behoorlijk koud en iedereen kwam nat en verkleumd binnen op zoek naar warmte die er niet echt was. De tweede keer was er een kinderactiviteit en liepen allerlei ridders en jonkvrouwen door het restaurant. Deze keer blijkt er een oude kennis van G. en J. aan de tafel naast ons te zitten. Ze twijfelen allebei of de dame is wie ze denken dat ze is. Als ze opstaat vraagt G. haar toch of zij Riet is. En ja, dat blijkt het geval te zijn. Ze schuift bij ons aan tafel en er worden herinneringen aan motortochten opgehaald. Riet en haar inmiddels overleden man waren lid van dezelfde motorclub als G. en J.

Na dit intermezzo moeten we nog een klein stukje naar Heelsum. Eerst weer het rivierdal uit, naar een uitzichttoren waar we een prachtig blik hebben op de Rijn en het achterland. Dan voeren onze stappen ons weg van de rivier, richting Heelsum en onze auto. Langs een oud kerkje uit de zestiende eeuw, met oude grafstenen op een terp. Rond vier uur zijn we op ons eindpunt, en hebben we opnieuw een divers weekend qua landschap en weer achter de rug.

Scenic railway naar Kuranda, 27 september 2018

De wekker loopt af om half acht.  Vandaag de scenic railway naar Kuranda en met de skyrail terug. Keurig op tijd zijn we bij het station om onze tickets op te halen. De dame achter de balie kan onze boeking niet vinden, en als ze naar ons printje kijkt zegt ze dat we niet rechtstreeks bij hen hebben geboekt maar via een agent die Kuranda Heritage Rail heet. Die staat als het goed is buiten bij de ingang met onze kaarten. Hmmm… dat hadden wij niet begrepen bij het boeken in Port Douglas. We kijken buiten, maar geen Heritage rail te zien. Ik kijk op het papier of er ergens een telefoonnummer staat, want inmiddels is het tien over negen en de trein vertrekt om 9.30. Net als ik de telefoon wil gaan pakken komt er een busje aanrijden waarop staat Kuranda Heritage Rail. De chauffeur stapt uit en vraagt of wij Winters zijn. En of we dan in willen stappen want binnen in de bus kan hij de gang van zaken beter uitleggen. We blijken zonder dat we dat zelf hadden begrepen een reispakket te hebben geboekt. We zijn dus ineens onderdeel van een soort reisgezelschap. Met z’n allen de trein is, wij halen eerst nog koffie want in de trein is geen koffie te verkrijgen als je niet Gold Class reist.

We zitten helaas niet naast het raam, waardoor het zicht naar buiten beperkt is. Naast ons zit een Chinees-Canadees stel, de man is zeer nieuwsgierig naar waar wij vandaan komen. Zij zelf zijn jaren geleden uit HongKong naar Vancouver geëmigreerd, nadat hij daar eerst had gestudeerd. Tegenover ons een Duits echtpaar dat uit de buurt van Münster komt. Ook deze mensen worden uitgebreid bevraagd door de Canadese Chinees, hoe het zit met de vluchtelingen en of het echt zo’n groot probleem is. Dus voor we het weten zitten we midden in de vluchtelingenproblematiek en minder in de treinreis.

De Kuranda rail is overigens een knap staaltje techniek uit het begin van de twintigste eeuw, met veel menskracht is een weg uitgehakt door de bergen om het achterland toegankelijk te maken. Met beperkte middelen, veel handwerk en met dynamiet werd de track voor de trein uitgehakt en er spoor opgelegd. Nu wordt het (bijna) alleen nog gebruikt voor dit historische lijntje voor toeristen. De trein zelf bestaat daarom ook uit historische wagons die keurig zijn opgeknapt en wel bijdragen aan het gevoel van een historische trip. De trein gaat niet hard, max. 20 km per uur schat ik in en kronkelt al hakkepuffend naar boven door zo’n acht tunnels, smalle kloven en langs diepe gorges. Daar is het uitzicht fraai, over de groene bergen richting de oceaan. Verder kun je vaak niet ver kijken omdat je door het regenwoud rijdt, of door een tunnel. Misschien als je naast het raam zit heb je iets meer een ‘scenic’ gevoel, wij vinden dat toch wat tegenvallen. Al is de reis door het gezelschap van de Duitsers en Canadezen alleszins aangenaam.

In Kuranda hebben we een raar soort deja vu. We waren hier een kleine week geleden, die twee keren dat we het dorp ingingen aan het eind van de middag was het min of meer uitgestorven en waren veel winkels dicht. Nu zien we het dorp in vol bedrijf, alle winkeltjes open vol spullen die je niet nodig hebt 😉 prullaria, sieraden, kleding, art galleries, didgeridoos, je kunt je laten masseren of je toekomst laten lezen. Alles wat een gemiddeld toeristenoord te bieden heeft en misschien nog wel meer. En natuurlijk restaurants in alle soorten en maten, van veganistisch tot super meaty met kangoeroe- of krokodillenvlees en burgers. We lopen nogmaals door het dorpje, bekijken de winkeltjes maar niets kan ons echt bekoren. Dan besluiten we in het zelfde restaurant als we eerder hebben gegeten te lunchen. Ze hadden daar een prachtige balustrade waarop je goed uitzicht had op het gevogelte buiten. Nu blijkt dat ze de balustrade hebben afgesloten met glazen panelen, dat is jammer.  Nu moet ik de honingzuiger die ik zie door het glas heen fotograferen.

Vanochtend kwamen we er achter dat we een georganiseerde trip hebben, daardoor kunnen we niet zoals ons oorspronkelijke plan was al om 14 uur met de skyrail naar beneden. We zijn gebonden aan de tijd die is opgegeven, nl. om twintig over drie pas naar beneden. Omdat wij Kuranda al eerder hadden bekeken en wij geen behoefte hebben aan het bezoeken van het vlinderparadijs of de koala-opvang hebben we allebei een boek meegenomen om zo de tijd te doden. We strijken neer op een bankje in de schaduw naast een wat oudere man. Zelfs voor we zitten begint hij al tegen ons te praten. Waar we vandaan komen natuurlijk… als wij melden dat we uit Nederland komen vertelt hij enthousiast dat hij de klompendans heeft geleerd. En hij staat op om met roestige bewegingen bij ons te checken of hij het goed onthouden heeft en de juiste interpretatie geeft. Wij als echt kenners van de klompendans, net als iedere Nederlander tenslotte, zeggen dat het een heel goede uitvoering is. Wel jammer dat hij vertelt dat hij in de folkloredansgroep de klompendans uitvoerde op Zweedse (!) klompen.

De man zit Joep ingespannen aan te kijken, en zegt ineens opgetogen dat hij weet op wie Joep lijkt. Op Reggie uit ‘On the buses’, een oude comedyshow uit Groot-Brittannië. Joep lacht niet als hij dat zegt. Joep heeft geen idee over wie hij het heeft, bij mij doet de naam vagelijk een belletje rinkelen. Als we het later opzoeken blijkt het een show uit 1969 te zijn die ca. 7 seizoenen heeft gedraaid. En ja dan heeft Joep wel vaag iets weg van de acteur die Reggie speelde.  De man zegt op een gegeven moment dat hij nu echt weg moet, zijn junglewalk doen voordat hij zijn bus terug naar Smithfield pakt. Hij komt uit de buurt van Melbourne maar brengt de wintermaanden hier door omdat dat plezierig klimaat is. Als hij op staat, enigszins stram vertelt hij trots dat hij al zeventig is…. oef… hij scheelt maar 2,5 jaar met Joep, maar wat een verschil….. niet qua spraakwater overigens 😉

Rond drie uur lopen we naar de Skyrail, na eerst nog een ijsje te hebben genoten. Daar moeten we op vertoon van de ons uitgereikte sticker kaartjes ophalen voor de skyrail. Een skilift die over het regenwoud scheert en je een blik van boven geeft. Wij denken dan gelijk mee te kunnen maar we hebben blijkbaar kaarten voor kwart voor vier. Weer zo’n dingetje dat ons niet verteld was bij het boeken. We zullen er maar niet te moeilijk over doen. Buiten wachten met ons boek.  Als het half vier is gaan we toch in de rij staan en kunnen we de tocht naar beneden aanvangen. Dit is wel speciaal. Je wordt over de toppen van het regenwoud vervoerd in een skicabine. Hoog boven de toppen die op broccoli lijken. En als je goed luistert hoor je vogels al zie je ze niet. Echt fraai! Het blijkt dat er nog een tussenstation is waar je uit moet stappen en moet wisselen. De afstand is in twee stukken opgedeeld. We lopen bij het tussenstation over de boardwalk, er staat een enorme eucalyptus boom (?) prachtig rechte stam van een majestueus exemplaar dat naar de hemel reikt.

Na de loop terug naar de skilift blijkt dat er een enorme rij staat.  Er staat veel wind waardoor ze de lift langzamer laten lopen. Er staat een dame die meldt dat ze Heritage rail heeft gebeld en gemeld heeft dat het wat langer duurt,  zodat onze bus die ons naar de stad terug zal brengen niet zal vertrekken. De dame die de passagiers over de cabines verdeelt is een zeer gezellig type dat ook een mondje in diverse talen spreekt. Ze vraagt iedereen uit welk land ze komen en probeert dan een kort praatje te maken. Als ze hoort dat wij uit Nederland komen krijgen wij ook een paar zinnen toegevoegd. Ze vraagt of wij er bezwaar tegen hebben dat de ranger met ons mee naar beneden reist. Wij niet zeggen wij als hij er ook geen problemen mee heeft. Hij kan even met jullie praten zegt zij en wij zeggen dat we hem het hemd van het lijf zullen vragen. Dat alles in Nederlands waardoor de ranger enigszins ongemakkelijk kijkt aangezien we er duidelijk pret in hebben.

De ranger blijkt nog niet zo lang voor de Skyrail te werken, hij is nu environmental manager (zoals op zijn badge staat), wat dat ook moge zijn. Hij vertelt dat hij een flink aantal jaren dwars door Australië heeft gereisd om zeldzame dieren te vangen. Er is blijkbaar een soort beweging die grote boerderijen in onherbergzame gebieden opkoopt, de dieren daar in kaart brengt, ze tagt indien nodig en er dan probeert een natuurpark van te maken. Dat vangen van de dieren om ze in kaart te kunnen brengen was zijn werk, en hij zegt dat hij stukken van Australië heeft gezien waarvan hij niet wist dat ze bestonden en hoe mooi ze zijn. Nu is hij naar Cairns verhuisd, en het is wennen. Hij is opgegroeid op een boerderij waar de dichtstbijzijnde buurman 36 km verderop woonde. Bij zijn vorige baan woonde de eerste buurman 6 uur rijden verderop, nu heeft hij een buurman een stenen muur van zich verwijderd. Hij vindt dat maar druk. En daar kan ik mij iets bij voorstellen.

Als we bijna beneden zijn wijst hij ons grazende kangoeroes aan. Dat zijn redfaced wallabies zegt hij, of pretty faced. Ik vraag of kangoeroes  als een plaag worden gezien. Hij valt even stil en zegt dan dat dit een complex vraagstuk is. In sommige stukken van Australië waar veel veeteelt is, is er een strijd om het gras en water tussen de kangoeroes en de koeien. En omdat het landschap door de veeteelt is veranderd is er in sommige gevallen sprake van een explosie van het aantal kangoeroes. Hij eet ze wel zegt hij. Het is goed vlees, hoog in eiwitten, laag in vet en duurzaam….want ze planten zich snel voort. Bijzonder dat de vraag naar kangoeroes in eerste instantie met enige terughoudendheid wordt bezien, bijna of je een vraag stelt over aboriginals. Blijkbaar toch ook een beladen onderwerp. Hij vertelt dat we nog een keer terug moeten komen, dan in het regenseizoen. Dat is qua klimaat dan ongemakkelijk zegt hij, maar het aanschouwen van de dagelijks groeiende cumuluswolken die de regen en bliksem in zich opbouwen is fascinerend. We zullen er over nadenken.

De bus is gelukkig blijven wachten. En alsof het ons lot is deze vakantie, ook nu zitten we weer helemaal aan het eind van de rit. Rond zes uur in het hotel. Een hapje eten bij hetzelfde restaurant als gisteren en dan in het hotel onze koffers opnieuw inpakken en het gewicht verdelen.

Cairns, 26 september 2018

Vandaag gaan we onze camper inleveren. We hebben alle schoonmaak e.d. afgekocht maar toch moeten we de boel natuurlijk wel uitruimen. Het is bizar dat je na dik vier weken ineens weer moet gaan inruimen in je koffer. En hoewel je denkt dat je minder hebt dan toen je kwam is het een behoorlijke strijd om alles weer in de koffie te krijgen. In het hotel zullen we waarschijnlijk nog een keer alles slim uit- en in- moeten pakken. Er is toch meer bijgekomen dan af gegaan :-).

Voordat we de camper inleveren brengen we eerst nog een bezoek aan Tjapukai Aboriginals visitor centre. Een plek waar je volgens de reisgids meer te weten kunt komen over de cultuur van deze stam van de Aboriginals. We vinden het eerlijk gezegd nog al tegen vallen. Het is allemaal te onbeholpen of te geroutineerd. Je kunt intekenen voor een heel programma waarin je bush tucker , dat wil zeggen eten uit de bush kunt krijgen, beschilderd worden in tribale kleuren etc. Wij kiezen voor de basic toer, die begint met een soort voorstelling, een verhaal over het ontstaan van de aarde en van de stam, vertelt door drie acteurs ondersteunt met lichtbeelden. Niet onaardig maar het geluid is niet altijd goed waardoor de acteurs slecht te verstaan zijn. We krijgen vervolgens een aantal dansen te zien. De hoofddanser straalt uit dat hij het idee heeft dat hij voor gek staat. Er wordt een kasuaris, een brolga, een kangoeroe uitgebeeld. Maar dat het nou meeslepend of pakkend wordt gebracht…. ? Nee niet echt, of liever gezegd echt niet.

Daarna krijgen we les in het gooien met een speerwerper en met een boemerang en mogen we het zelf proberen. We krijgen te horen welke wapens de Aboriginals hadden, en welk voedsel ze gebruikten.  Vervolgens krijgen we uitleg over de didgeridoo. De jongen die het uitlegt vraagt op een gegeven moment hoe laat het is. Als hij hoor hoe laat zegt hij dat hij nog iets extra’s zal vertellen en spelen om de tijd vol te maken tot de afsluitende filmvoorstelling. Hij weet alleen duidelijk niet zo goed wat hij zal vertellen dus wordt zijn verhaal aarzelend als hij uitleg probeer te geven aan een grote afbeelding van de Dreamtime van zijn stam die aan de wand hangt. Ik twijfel of dit nu een jongeman is die zo los gezongen is geraakt van de oude cultuur dat hij dat niet meer kan vertellen, is hij toch wat verlegen of is dit een situatie waar hij slecht mee om kan gaan en probeert hij tijd te rekken met het vertellen van een verhaal dat hij eigenlijk onvoldoende zichzelf heeft eigen gemaakt.

Ik merk dat ik er met westerse ogen naar kijk, en dat ik er moeite mee heb. Hoe echt is dit allemaal? Toen we twee jaar geleden anderhalf uur met drie SAN people optrokken was dat heel kleinschalig, intiem bijna. Er moest een gids aan te pas komen om te vertalen wat zij te vertellen hadden, en er was een soort reserve van onze kant, maar ook nieuwsgierigheid. Ik had die nieuwsgierigheid vanmiddag een stuk minder, terwijl ik wel geïnteresseerd ben in hoe de Aboriginals leefden en leven. Op vragen werd vond ik ontwijkend of geen antwoorden gegeven. Ik weet niet zo goed wat ik van deze middag moet denken. De film/documentaire aan het eind was slecht van beeld en geluid waardoor de boodschap over hoe er met dit volk is omgesprongen wegviel. Want dat de Aboriginals slecht behandeld zijn en worden is volstrekt helder. Er is nu meer erkenning van het verleden, toch blijft voor Aboriginals dat er geen terugkeer naar hun oude manier van leven onmogelijk. Het is assimileren en succes van een Aboriginal wordt afgemeten aan ‘onze’ maatstaven, niet die  van hen. Al met al ga ik toch met een hoop vragen het centrum uit, waarop ik voorlopig geen antwoord heb.

We leveren daarna de camper in. We melden dat we schade hebben gereden, dat is gecoverd door onze verzekering. Maar wel even een formulier invullen en A$ 75 aftikken aan administratiekosten…… pardon zeg ik? Het meisje achter de balie begint het verhaal te herhalen en ik zeg dat ik haar wel heb verstaan maar mij verbaas over de hoogte van de administratiekosten. Tja zegt zij,als u niet verzekerd was hadden we nu A$5.000,- van uw creditcard afgeschreven als tegemoetkoming voor de kosten. Juist…. soms moet je je maar niet ergens over opwinden of verbazen en mee gaan met de flow. Op- of aanmerkingen ten aanzien van verbeteringen reageert ze terughoudend op. Op gebreken zegt ze telkens dat ik dat maar op het evaluatieformulier dat we nog krijgen toegestuurd moet invullen. Jammer dat ze zo reageert…. we hadden hele goede ervaringen met Apollo in Nieuw Zeeland, maar dit is echt een stuk minder qua service.

We worden met een taxi afgezet in het hotel midden in de stad. Ineens zitten we weer in de een grote stad in plaats van op een camping ergens in de outback. Weer een heel ander gevoel. We frissen ons op, checken onze mail en gaan naar buiten. Het is een levendige atmosfeer langs de Esplanade, het spreekt ons bijzonder aan. Een openbaar zwembad waarin aquajog les wordt gegeven waarop iedereen kan aanhaken, fitnesstoestellen langs de boulevard waar ook groepen met elkaar bezig zijn, daarnaast wordt geflaneerd door jong en oud. Aan de andere kant van de muur ‘flaneren’ in het slik dat drooggevallen is door het tij pleviertjes, meeuwen, pelikanen en wulpen.  Het is een relaxte mix. Leuk!

We zoeken een restaurant langs de esplanade en eten een heerlijk klaargemaakt barramundi, één van de lokale vissoorten. Dan terug naar hotel, morgen doen we de treintrip met retour skyrail naar Kuranda.

Great Barrier Reef, Port Douglas, 25 september 2018

Om zes uur loopt de wekker af. We hebben gisteren de snorkelspullen al klaar gelegd dus is het een kwestie van opstaan, douchen, ontbijten en op tijd bij de ingang staan om opgepikt te worden voor onze snorkeltrip naar het Great Barrier Reef. We gaan deze keer niet zeilen, maar met een grote motorcatamaran mee. Dat is ook handiger want zelfs met deze boot en zijn paardenkrachten is het nog dik 40 minuten varen naar de eerste snorkelplek. In totaal gaan we vandaag naar drie verschillende plekken op het GBR.

Dit is echt van een andere orde dan onze vorige twee trips. Dit is echt ‘out in the ocean’, er is geen land in zicht en geen eilanden die de golven enigszins breken. Dit is een grote trage golfslag met een stevige stroming er in van het tij. Bij de eerste plek zie ik een zeeschildpad, prachtig! Joep heeft op dat moment de camera en die is te laat om het dier nog te zien. Want hoewel de mensen van Wavelength keurige instructies meegeven over het benaderen van het dier ‘springt’ iedereen er boven op en voelt de schildpad zich in het nauw gedreven. Ze kijkt twee keer, gaat naar boven voor adem en met een paar flinke klappen van haar flippers is ze weg in de grote oceaan. Helaas dus geen foto.
Op alle drie de plekken zijn de vissen veel groter dan op de andere sites. Groter en ook meer kleuren lijkt het wel. Grote oesterachtige schelpen met paarsblauwe kleuren, het wuivend koraal, maar ook verbleekte stukken waar het grauw is. In 2015 en 2016 heeft het koraal ernstig te lijden gehad van te hoge zeewatertemperatuur waardoor het koraal afsterft. Jammer dat wij mensen maar niet in staat lijken te zijn om ons handelen zodanig om te zetten dat we trend van global warming kunnen keren. Maar ja, wij zitten hier ook met ons goede gedrag aan de andere kant van de wereld waarvoor heel wat kerosine verstookt is. Dus wij hebben ook boter op ons hoofd.

Het is een mooi gebied en we zien een paar bijzondere dingen: roggen, anemoonvisjes, en humpback grunter en een barracuda. Naast de veelkleurige papagaaivissen die het koraal afgrazen en wat je kunt horen is er echt zoveel om je ogen aan te verlustigen. Ondertussen moet je goed opletten dat je als het tij zakt niet tegen het koraal aan komt, daar kun je je lelijk aan bezeren en het koraal zelf ook beschadigen. En je moet behoorlijk ‘peddelen’, de stroming is hier pittig als je er tegen in moet, en dan is ver van de groep  of de boot afraken niet raadzaam.

Tevreden varen we rond half vijf de haven weer in. Mooi dat we onze snorkelervaring hebben uitgebreid op deze manier.
Morgen de camper inleveren en dan nog twee daagjes Cairns voordat we naar huis gaan.

Daintree forest, Port Douglas, 24 september 2018

Het heeft vannacht behoorlijk geregend. Het lijkt alsof het regenseizoen langzaamaan gaat beginnen. Af en toe een bui, waarna het weer droog wordt en de zon gaat schijnen. Zo ook vanochtend, we willen buiten ontbijten, maar net als we alles klaar hebben gezet begint het weer te regenen. Hup, alles naar binnen en daar ontbijten. Daarna breken we op. Vandaag gaan we het Daintree weer verlaten. We rijden via het Daintree forest Discovery centre, waar men een canopywalk heeft gemaakt door de boomtoppen. We hebben al eerder zo’n wandeling gemaakt, deze is wel van de overtreffende trap moeten we toegeven. The best for last. Met een audioguide waarop een ‘Engelse’ en een aboriginal uitleg wordt gegeven over wat we zien lopen we op verschillende verdiepingen door het regenwoud. Ook nu doet het regenwoud zijn naam eer aan, er valt zeker twee keer een stevige bui waarna het weer droog wordt en de zon gaat schijnen. De wandeling over de canopy is afwisselend en de toren die ze gebouwd hebben zodat je echt boven de boomtoppen staat maakt het wel helemaal af. Je zou met gemak daar een dag door kunnen brengen, om je heen kijken, vogels en vlinders spotten, kijken of je nog wat dieren gaat zien. Het is echt geweldig goed gemaakt en het commentaar erbij geeft extra diepte en informatie. We spotten daarboven onder andere een vliegende vos en de glansspreeuw. Ik zie ook nog een vogel onderin het kreekje een bad nemen. De foto die ik er van maak is niet heel erg duidelijk, over zo’n afstand en in het schemer stelt mijn camera niet erg goed scherp. Maar als we terug zijn in het informatie centrum en we nog een bak koffie nemen met iets lekkers erbij vraag ik het aan de man achter de balie. Die kijkt naar de foto, pakt een iPad en zegt dat het een rednecked crake (driekleurige ral) is. En hij laat het geluid horen om aan te tonen dat het een lawaaischopper is…. dat heb ik dan weer niet gehoord.

We rijden door naar de ferry. Aan de overkant willen we onze gratis extra trip met Solar Whisper maken. Er staat een andere man bij de kassa. Ik vertel hem dat er een prachtige ijsvogel op  de elektriciteitsdraad zit net buiten hun tentje. Ik laat hem de foto zien, en hij vertelt dat het een forest kingfisher, in het Nederlands een Macleays ijsvogel is. We vertellen dat we de vorige keer ook de Little kingfisher hebben gezien, en hij zegt dat we dan wel echte geluksvogels zijn. Laat ik hem ook nog de foto’s van de crake en de kasuarissen zien dan raakt hij helemaal enthousiast en pakt er een vogelboek bij. En wij dachten dat David, de man die vorige keer de boot bestuurde de vogelgeluiden was, blijkt hij dat te zijn. David is volgens hem krokodillengek, wat op zich ook wel te merken was, al wist hij ook veel van vogels. De man die vanmiddag de boot vaart is gek van slangen. Gek hoeveel verschil het maakt wie de boot vaart. Deze man is aardig genoeg, maar veel minder betrokken bij de mensen die aan boord zitten.

Het is een volle boot, er zitten ook mensen op die een dagtocht geboekt hebben en aan de overkant van de rivier afgezet moeten worden. We varen de kreek in waar we vorige keer de krokodil Lizzie hebben gezien. Daar ligt nu een wat kleinere jongere krokodil. Voor vogels heeft deze man weinig tot geen belangstelling, hij wijst ons wel drie keer een slang aan die in een boom liggen op te warmen. Vervolgens vaart hij terug en eerst dan ook naar de overkant van de rivier. Ondertussen vertelt hij best het een en ander over het mangrove woud en het systeem, maar het kan ons toch minder pakken dan de eerste trip. Jammer. En dan helpt het ook niet dat ik aan de verkeerde kant van de boot zit om foto’s te nemen en er tegenover mij een man zit die bij elke foto die ik wil maken in beeld gaat zitten omdat hij zelf bv de slang nog even iets beter wil zien. Als ik hem vraag of hij misschien stil wil blijven zitten kijkt hij me licht verontwaardigd aan en zegt  dan o sorry. Al met al was het opnieuw een leuke tocht, maar toch niet van het niveau van de vorige.

We eten een broodje in de bus en rijden door naar Port Douglas. Onderweg nog de laatste boodschappen voor het avondeten van morgen en we boeken de trip met de trein en skyrail van Cairns naar Kuranda. Rond vier uur zijn we op de camping waar we voor het eerst sinds drie dagen weer telefoonbereik en WiFi hebben. Contact met de buitenwereld hersteld, het was lekker rustig de afgelopen dagen daar niet van ;-). Dan ons avondritueel van koken, eten, afwassen, koffie en of thee , verslag bijwerken, lezen, tanden poetsen e.d. en naar bed. Morgen weer op tijd op, onze laatste snorkeltrip.

Mount Sorrow, Daintree forest, 23 september 2018

We staan om kwart voor zeven op. We willen om 8 uur van de camping af zijn om vroeg aan de wandeling te kunnen beginnen. Voordat we bij Cape Tribulation zijn stoppen we bij het informatiecentrum om inlichtingen in te winnen over de hike. Zodra ik zeg dat we de hike willen gaan doen Mount Sorrow op komt het meisje met een aftekenlijst. Of we onze naam, nummer van de auto en onze handtekening willen opschrijven. En ons weer af willen melden als we terug zijn. Dan waarschuwt ze ons dat het echt een zware wandeling is, dat het uitzicht boven in verband met het weer waarschijnlijk niet goed is en dat het pad door de regen van de afgelopen dagen moeilijker begaanbaar zal zijn. Aldus ‘opgepept’ rijden we naar het strand van Cape Tribulation alwaar vandaan we de wandeling zullen gaan starten.

Op het informatiebord staat dat de wandeling zeker 5 tot 6 uur zal duren, en dat je genoeg water mee moet nemen, en fit moet zijn. Tot nu toe zijn onze ervaringen met de informatieborden dat ze schromelijk overdrijven. De tijd wordt veel te ruim bemeten en op wandelingen die je prima op gympjes kunt doen worden ‘sturdy’ schoenen aanbevolen. We gaan het zien, het bord geeft aan hoe de 600 meter klimmen in elkaar zit, en hoeveel tijd we nodig zullen hebben. We beginnen er maar gewoon aan en zullen het wel zien.

Het pad is een smal paadje door de jungle. Over dikke boomwortels, tussen armdikke lianen door en over omgevallen boomstammen heen. Het eerste half uur hebben we wel wat stijging maar is het alleszins te doen. Maar daarna begint het pittiger te worden. Het pad stijgt sterker en het wordt ook lastiger. Er zitten stukken bij waarbij je echt moet klauteren. En waar aan het begin van de tocht de aarde onder de bomen nog kurkdroog was omdat het dikke bladerdek de regen tegen heeft gehouden. Hier zijn ook stukken waar de regen op de grond is gevallen en het wat slipperig is. Maar we laten ons niet kennen. Wij kunnen dit. We worden ingehaald door een jong stel, net als we een lastig stuk hebben gehad en we even pauzeren met een mueslireep. Hij op sportschoenen, zij op blote voeten! Ik zeg haar dat ik haar nogal dapper vindt, zij antwoord dat ze van haar teenslippers alleen maar blaren krijgt. Tja dat is ook een manier van kijken. Ze loopt en klimt in ieder geval jaloersmakend soepel omhoog. Ik heb er beduidend meer moeite mee. We klimmen door, het kan nu niet heel ver meer zijn denken we.

Het pad voert verder en wordt steeds steiler. Zo steil dat er op een stuk een touw hangt waaraan je je zelf omhoog kunt trekken. Soort klettersteigen, maar dan tussen de boomwortels ipv over steen. Het is echt behoorlijk zwaar en ik zweet gigantisch. Iets verderop komen drie meisjes van boven. Wij vragen of het nog ver is, we moeten nu toch wel de top in zicht hebben. Zij zeggen dat het nog zeker 40 minuten lopen is, zij zijn zolang geleden van de top vertrokken. Dat het uitzicht wel geweldig is, maar dat het wel zwaar is. Ik zeg dat ik die tijd die we nog moeten klimmen niet erg bemoedigend vind. Één meisje zegt dat wij het vast gaan halen. Ik begin er inmiddels wel wat twijfels over te hebben. Het klimmen is meer klauteren geworden en alles wat we klimmen moeten we straks ook weer langs dezelfde weg omlaag. Niet echt een vooruitzicht waar ik me op verheug met mijn knieën.  Ik vraag Joep hoe hij er over denkt en hij zegt dat het hem niks uitmaakt. Ik zeg dat ik er aan twijfel of ik de top wel wil bereiken. Qua conditie en qua tijd is het geen punt maar ga ik er nou heel veel extra lol aan beleven. We gaan toch nog door want ik wil me er over heen zetten. Maar na nog een vijf tot tien minuten klauteren heb ik het wel gezien. Ik zeg tegen Joep dat ik terug wil. Die top kan me gestolen worden. Ik hou van wandelen en ik vind klimmen niet erg maar dit is af en toe meer handen en voeten werk. Niet mijn ding om het maar eens populair te zeggen.

We keren om. Op weg naar beneden komen we nog verschillende klimmers tegen. Bijna allemaal moeten ze na de op het bord beneden uiterste tijdstip van tien uur gestart zijn. Die geloven die borden blijkbaar ook niet. Wij nu inmiddels wel iets meer. De tocht naar beneden levert de zelfde stukken acrobatiek op als op de heenweg, al is het soms op andere stukken. Het stuk met het touw gaan we een soort van abseilend af. De hele terugweg neemt ook nog eens een dikke anderhalf uur in beslag. Het laatste half uur hebben we het ook wel een beetje gehad. Het klinkt misschien wat blasé maar zo een pad door de jungle gaat je vervelen. Je kunt namelijk niet om je heen kijken, daar voor is het pad te oneffen en met slinkse boomwortels of lianen die je proberen pootje te haken of te attaqueren omzoomd. Je hoort soms wel een vogel, maar meestal niet. Dus op een gegeven moment wordt het eentonig. We zijn blij als we beneden zijn.

Tijd voor een broodje aan het strand van Cape Tribulation. Daar we kunnen we nadenken of wij vinden dat captain Cook gelijk had met de naamgeving voor de berg, wij vonden het wel een berg van zorgen 😉
We besluiten op weg terug via de Daintree Ice Cream farm te gaan die net voorbij onze camping ligt. Daar maken ze van tropisch fruit ijs, wat hooglijk wordt aangeprezen. Elke dag maken ze vier smaken, je krijgt een bakje met daarin vier bolletjes. Je kunt dus niet kiezen. Vandaag zijn de smaken banaan, yellow sapote, Wattleseed en soursop. Het smaakt echt heerlijk . We lopen over het terrein waar ze allerlei tropische vruchtbomen hebben staan. Er staan echt bomen met vruchten bij waar ik nog nooit van heb gehoord!
Ondertussen is er weer een tropisch buitje losgebarsten. Sinds we Daintree zijn binnen getrokken hebben we af en toe een bui.

We rijden terug naar de camping en daar gaan we een biertje doen. Net voordat we bij de camping  zijn hebben we een soort Afrika moment. Er staan een flink aantal auto’s staan langs de kant van de weg stil. Dat betekent meestal dat er iets te zien is. En dat is ook zo. Een overstekende kasuaris met jong! Joep springt uit de auto om een foto te maken. Bij het restaurant van de camping bestellen we een biertje. Op één van de tafels ligt een slang te luieren. Een bijzonder gezicht. Even later komt iemand van het restaurant hem naar binnenhalen. Het is een kusttijgerpython. Ze krijgen een aantal dieren hier toebedeeld omdat mensen ze thuis niet meer kunnen houden. Dan zorgen ze er hier voor in de hoop ze een goed thuis te geven. Zo hebben ze ook wallabies en pademelons die rond lopen in een soort sanctuary

Ik ga na ons biertje een lekkere douche nemen. Al het zout van me af spoelen. Terwijl ik onder de douche sta komt er een andere kasuaris net de camping oplopen. Weer een fotomoment voor Joep. Als ik terugkom uit de douche laat hij me vol trots de foto’s zien. Heb ik verdikkie gemist!
Voor het eten maken gaat Joep ook nog even lekker douchen. Ik ben net naar binnengetrokken want er valt weer een buitje. Ik zit te lezen en als ik opkijk zie ik ineens de vader kasuaris met zijn kuiken vlak voor onze bus lopen. Ze pikken de zaden op van de custardappel die wij net genuttigd hebben.  Heb ik een fotomoment ….
Eten maken in campkitchen, praatje maken met andere gasten… afwassen, koffie, lezen. Naar bed.

Mossman Gorge, Daintree forest, 22 september 2018

Beetje rustig opstaan , maar niet te rustig 😉 We rijden vandaag naar Daintree forest. We rijden eerst langs de supermarkt, nog een paar laatste kleine boodschappen doen. In de supermarkt staat een apart groente- en fruitstalletje. De man daar is zeer aardig en wil ons graag helpen. Hij heeft naast appels en mandarijen ook een aantal exotische fruitsoorten liggen die ik niet ken. Hij prijst ons de custardappel aan. Als we die eenmaal geproefd hebben willen we nooit meer iets anders volgens hem. Hij heeft geen rijp exemplaar liggen om te proberen. We moeten ze dus gewoon kopen. (ik zoek het later op, in het Nederlands heet het een zoetzak, en je kunt ze soms bij ook kopen onder de naam Cherimoya). Hij laat ons wel iets ander proeven. Een paarse vrucht die starapple heet. Familie van de persimmon, ook nooit van gehoord. Dat blijkt als ik het op zoek bij ons een kaki te zijn, die heb ik wel eens gegeten. Leuk zo’n man die enthousiast over zijn eigen waar is.

We hebben nog maar vier kampeerdagen te gaan. Ongelooflijk hoeveel we hebben gedaan en gezien, en hoe snel dan toch het eind van een eindeloos lang lijkende vakantie uiteindelijk ook het eind in zicht heeft.
Voordat we de Daintree River oversteken willen we eerst Mossman Gorge bekijken. Deze gorge en natuurpark wordt beheerd door een groep Aboriginals. Je kunt naar de gorge lopen, maar dat is over een vervelende weg, en er staat een bord dat de aboriginals dat liever niet hebben. Ze vragen je te respecteren dat je dan over hun land loopt, liever hebben ze dat je met de bus gaat. Dat laatste doen we, al vinden we het ook wel een beetje zot dat je er dan vervolgens toch A$ 9 p.p. voor moet betalen. Alles voor het goede doel zullen we maar denken,  en de weg ziet er inderdaad op stukken niet plezierig uit als je daar zou willen lopen. Asfalt waarop de bussen die alle bezoekers van de kloof vervoeren heen en weer rijden.

Het eerste begin van de kloof is druk, je kunt gelijk merken dat er een bus is aangekomen. Het is colonne lopen. Er is ook een loop van ca. 2,5 km waarop het een stuk rustiger is. Die lopen wij. Het regenwoud blijft ons verbazen. Af en toe barsten krekels in hard getsjirp uit, dan weer is het doodstil. Of er zit een koor van vogels boven je maar je ziet ze niet. Als je wat geristel op de bodem van het bos hoort is meestal het een brush turkey (boskalkoen). En de veelheid aan bomen is enorm. Wat heel veel indruk op ons blijft maken zijn de stranglerfigs die hun gastboom langzaam wurgen en uitgroeien tot een zelfstandige boom van groot formaat.

Na de gorge doen we een bakkie koffie en lunch in het café bij het bezoekerscentrum. En dan door naar de rivier, waar we een korte boottocht willen maken met Solar Whisper, ons aangeraden door de eigenaar van Grace II uit Yeppoon. We zijn mooi op tijd, de boot vertrekt voor een volgende tocht om 14.15. Het is nu 13.30. We krijgen te horen dat we koffie of thee kunnen nemen terwijl we wachten, en we raken aan de praat met een Canadese dame die in de buurt woont. Ze is van Russische komaf, heeft in Nieuw-Zeeland gewoond en heeft daar nog een huis, en woont nu hier in de buurt. Een heel gesprek over wat opvoeding met je doet… het is altijd leuk om met mensen een praatje te maken over zeer uiteenlopende onderwerpen. Dan gaan we de boot op, een elektrische boot. Daar hadden we het ook wel op uitgezocht en het feit dat de eigenaar heel veel van vogels weet. Onze trip is niet volgeboekt. We zijn maar met vier en David en zijn hond. Hij weet het veel van vogels en heeft er ook een goed oog voor. Veel mensen gaan met zijn trip mee om krokodillen te zien, de zoutwaterkrokodillen met hun angstaanjagende reputatie. Die zien we ook, drie stuks. Twee kleintjes van ongeveer 1,5 en 2 jaar oud. En een vrouwtjeskrokodil die volgens David rond de 30 jaar oud is en hij Elizabeth heeft genoemd. Hij legt uit dat hij kleine krokodillen pas een naam geeft als ze rond de zes tot acht jaar oud zijn. Voor die tijd moeten ze nog eerst maar zie te overleven, ze worden vaak opgegeten voordat ze zo groot zijn . Als ze jong zijn door roofvogels, slangen etc en als ze iets groter zijn door andere krokodillen.

Het begint ineens hard te regenen, daar hebben ze hier al een tijd op zitten te wachten. De afgelopen drie maanden is er geen regen van betekenis gevallen. Maar ook nu is het kort en hevig. Maar met een paar minuten is het weer droog al blijft de bewolking laag.
David laat ons o de tocht oa sunbirds, twee soorten ijsvogels, twee soorten slangen, een vliegenvanger, een frogmouth en een reigerachtige zien. Hij ziet ze echt heel snel terwijl wij vooral veel bos zien. Hij weet overigens ook van een aantal vogels waar ze zich ongeveer ophouden, net als van de krokodillen. Maar dan nog moet je ze wel zien te spotten.

Na de boottocht, die we later in de week nog een keer gratis over kunnen doen, dat is een soort extra service die ze aanbieden, rijden we naar de ferry. Het is maar een kort tochtje. Dan volgt nog een bochtig tochtje naar onze campsite. Ook deze campsite heeft een soort hippieachtige uitstraling. Veel campsites hier zijn niet erg formeel. Het is een beetje een verlopen, alles wel,schoon, maar al jaren niet meer in geïnvesteerd. Die indruk wekt het in ieder geval. Tijdens het koken in de campkitchen gezellig gesproken met een Deens gezin die drie maanden trekken door Australië en met een Nederlandse jongen die voor vier maanden eens studie uitwisseling doet. Dat is het leuke van de campkitchen, je spreekt er bijna altijd wel iemand die soms ook weer goede tips heeft. Beetje op tijd naar bed. Morgen willen we de hike naar Mount Sorrow doen.