Het is een zonovergoten lentedag als wij op een zaterdagochtend afspreken met onze vrienden M. en B. om te beginnen met het Westerborkpad. Een langeafstandswandelpad van Amsterdam naar Hooghalem, Westerbork. Het zal ons vast wel een paar jaar kosten om af en toe in een weekend twee etappes te lopen. Dat maakt ons niet uit, het hoeft niet ‘af’ in een jaar.
Het weer is goddelijk, de route door Amsterdam prachtig. De stad toont zich in al haar ontluikende lentepracht. De geur van hasj kringelt af en toe in onze neusgaten. Dit pad heeft echter geen geestverruimend effect, nee dit pad drukt je met je neus op een niet zo fraaie kant uit ons nabije verleden. Het pad zal ons langs de verschillende plekken voeren waar vandaan in de Tweede Wereldoorlog Joodse Nederlanders zijn weggevoerd, via Westerbork naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. 
De eerste stappen zijn natuurlijk het Centraal Station van Amsterdam uit. Gelijk op een lantaarnpaal het eerste LAW-teken. Voor het Westerborkpad is het teken ‘verrijkt’ met een prikkeldraadsymbool. Het maakt de achtergrond van het pad schrijnend duidelijk. De tocht die wij te voet gaan afleggen werd zo’n 70-75 jaar geleden gedwongen in treinwagons afgelegd door grote aantallen Joden. Nederland heeft een trieste verantwoordelijkheid te dragen. Bijna alle ambtenaren in Nederland werkten mee aan het aangeven wie er Joods was, door de gegevens uit de bevolkingsregisters aan te leveren. Daarmee konden de Duitsers makkelijker de Joden oppakken en deporteren. En daarmee heeft Nederland een triest ‘record’, het hoogste aantal weggevoerde Joden in WO II.
Via de grachten lopen we richting het Anne Frank Huis, waar de toeristen in de rij staan om naar binnen te mogen. Wij slaan het over. Het is inmiddels een zo druk bezochte plek in Amsterdam dat je twee maanden van te voren je ticket moet bestellen, voor een tijdslot. Daarvoor waren we te laat. Dat wil ik nog wel een keer doen, ik moet bekennen dat ik het Anne Frank huis nog nooit heb bezocht. Een hiaat dat nog wel opgevuld moet worden. De Westertoren heeft ook zo zijn link met Anne Frank. Zij kon de toren zien en horen uit haar onderduikplek, de toren komt af en toe voorbij in haar dagboek, wat ik wel gelezen heb.
Al slingerend door Amsterdam komen we ook op onverwachte plekken, die zelfs mijn lief die 25 jaar in Amsterdam heeft gewoond niet kende. Dat is het mooie vind ik van deze wandelpaden. Je komt op plekken in je eigen land waarvan je het bestaan en de schoonheid niet wist. De Oudemanhuispoort kende ik alleen van de buitenkant. Nooit geweten dat daar een dagelijkse boekenmarkt is gehuisvest, waar tot 1941 de handelaren vooral Joden waren. Na WO II kwam er maar één echtpaar terug en zij hebben hun vak nog weer een tijdje opgepakt. Dat moet vreemd zijn geweest, en ik vraag me af hoe gastvrij zij terug ontvangen zijn……
De Portugese synagoge is vandaag dicht voor bezoek, het is zaterdag: sabbat. Ook daar moeten we een keer voor terugkomen. Dan zijn we al wandelend via de Dokwerker en het stilmakende Auschwitz monument aangekomen bij de Hollandse Schouwburg. Al die namen op de muur van weggevoerde Joden, het maakt je stil. Hoe vaak ik ook in het buitenland al zo’n soort wand heb gezien, het blijft indrukwekkend. Het wordt zichtbaar, hoeveel mensen zijn weggevoerd, hun dood tegemoet.
We zijn inmiddels wel toe aan lunch, heel prozaïsch. We strijken neer bij Café Smit & Voogt. Het meisje dat ons bedient is niet helemaal zeker op de benen. Ze zegt dat ze nog niet gegeten heeft, en daardoor wat wankel is. Mjah, dat kan, maar ik zou zeggen, je werkt in een restaurant. Leg ergens een broodje neer en neem daar af en toe een hap van…. We bestellen en vervolgens begint het grote wachten. De drankjes komen redelijk snel, maar onze lunch…. na zeker een half uur loop ik naar het meisje toe. Ik vraag of het nog lang gaat duren, want als het er niet met 5-10 minuten is gaan we weg. Ze gaat het navragen in de keuken, en ze meldt ons terug dat het niet gaat lukken. Bizar! We rekenen af en maken een mentale aantekening dat we hier niet weer terug willen komen. Wat slecht zeg! Vlak voor het eind van de tocht lopen we nog door de Transvaalbuurt. De Transvaalbuurt was in WO II een soort van getto. Er woonden veel Joden, die uiteindelijk allemaal zijn afgevoerd. De wijk was redelijk makkelijk af te sluiten, en zo kon de bezetter ze eenvoudig oppakken. Nu is het een levendige volkswijk.
We eindigen de wandeling op een terrasje vlakbij station Muiderpoort. We schuiven aan bij een tafeltje waar een man alleen zit. Hij begint al snel tegen ons aan te praten. Hij is oorlogsveteraan uit Libanon en Bosnië zegt hij. Hij heeft PTSS. Hij leeft van een uitkering, werken kan hij niet meer. Hij voert een strijd met het ministerie van defensie die hem telkens willen korten op zijn uitkering. Iedere keer moet hij weer een advocaat inhuren, waarvan hij de kosten weer op kan voeren bij defensie… zegt hij. Ondertussen drinkt hij stevig door van een grote pint Guinness. Als ik voor ons ga afrekenen blijkt hij er al een hele tijd te zitten. Er staan vijf grote pints Guinness op onze rekening, die ik dan toch maar voor hem laat staan.
’s Avonds eten we een hapje bij Deli, Indonesisch restaurant in Alkmaar. Heerlijk.
De volgende ochtend starten we vanaf station Muiderpoort en lopen we oa richting Diemen en Weesp. Het weer is net zo zonnig als gisteren, maar de temperatuur is zeker een graad of 8-10 lager. Buiten het station gelijk een herdenkingsbord over de weggevoerde Joden. De weg voert ons richting het Flevopark, waar een grote Joodse begraafplaats is. Dit is een oude begraafplaats, niet meer in gebruik. Door een Davidster in het hek zie je in de verte de stenen staan. Het ziet er vredig uit, maar het feit dat het is afgesloten, en er prikkeldraad langs de zijkant staat geeft het toch een wat raar onderbuikgevoel. Het feit dat dit blijkbaar moet worden afgeschermd zegt wel iets over welke gevoelens er ook nu nog bij sommige mensen in de samenleving zijn ten aanzien van Joden, zelfs als ze dood zijn.
SAMSUNG CSC
In Diemen lopen we de nog in gebruik zijnde Joodse begraafplaats op. Hier wel een hek en een bewakingscamera, maar geen prikkeldraad. Wel rijen stenen achter elkaar. Dat geeft aan dat hier een grote groep Joden heeft gewoond, en nog steeds is Amsterdam één van de plaatsen in Nederland waar een actieve Joodse gemeenschap is.
In Diemen drinken we koffie in het restaurant bij het theater. Daar blijken we bij een uitvoering van Indiase dans beland te zijn. De hal zit vol met Indiërs, met feestelijk uitgedoste jonge meisjes die behangen zijn met gouden sieraden, keurig opgemaakt en een beetje gespannen heen en weer dribbelen. Lief knoopt een praatje aan, ze spreken bijna allemaal Engels, niet of nauwelijks Nederlands. Dat hoeven ze niet te kunnen vertelt de man waarmee hij praat. Ze werken allemaal in beroepen waarin de voertaal Engels is, en onderling is voor Indiërs Engels ook de meest gebruikte taal. India heeft blijkbaar niet één eigen overkoepelende taal, dat is het Engels, de taal van het koloniale verleden. Bijzonder.
We eindigen onze wandeling op een terrasje, uit de wind, in Weesp.