Kuranda, 21 september 2018

We staan op ons gemak op. Na het ontbijt lopen we naar het dorp via de inmiddels bekende maar ongemakkelijke route langs het spoor. We willen met de Kuranda riverboat van 10.45 mee om een klein boottochtje over de rivier te maken. We zouden zoetwaterkrokodillen en schildpadden kunnen zien. Mooi op tijd komen we aan. Het spotten van de schildpadden zal niet een heel groot probleem zijn, onze schipper stuurt de boot eerst naar de overkant van de rivier. Daar krijgen we brood aangereikt, en vertelt ze ons dat de schildpadden en twee vissoorten zo gewend zijn om op dit tijdstip gevoerd te worden dat ze allemaal te voorschijn komen. En dat is dus ook zo. Al snel duiken er allerlei schildpadkopjes uit het water op zoek naar stukjes brood. De vissen die zich laten zien zijn de zoetwater grunter en de archervis. De laatste spuit met water insecten uit de bomen en eet ze dan op. Hebben we wel eentje gezien bij David Attenborough… dus we weten hoe het er in de praktijk uit ziet, maar nu hoeven ze dat niet te doen. Het brood hangt niet in de boom.

We varen verder en ondertussen vertelt de schipper het één en ander over de rivier en het regenwoud. Ze vertelt dat er onderzoek is gedaan naar de verscheidenheid aan planten in het woud. Op 1 km2 oerwoud zijn meer dan duizend bomen en planten gevonden. En ze vertelt ons dat we goed op moeten letten, zoetwaterkrokodillen zijn lastig te spotten. We zien er twee op,deze boottocht, en de eerste is echt lastig te zien. Zoals met veel dingen in het leven, als je het eenmaal doorhebt ga je het zien 😉 Zoetwaterkrokodillen zijn veel kleiner dan hun agressieve zoutwaterbroers. Ze zijn ook niet gevaarlijk voor mensen, hun bek is veel te klein. Ze eten vis. Ze eten bv ook geen schildpadden, daarom zijn ze vaak samen te zien.

Na de boottocht maken we de rest van de wandeling om het dorp af. We nemen de omweg via de asfaltweg naar de Barron Falls, we willen de watervallen hier wel zien. Het is pittig warm, we zweten er van. We zien langs de kant van de weg een dode hagedis liggen. Je kunt aan de Falls zien dat in het regenseizoen het een indrukwekkende massa water moet zijn die naar beneden valt. Nu is het een leuke waterval, maar ook niet meer dan dat. Aan de bovenkant van de waterval kun je de oude waterkrachtinstallatie zien liggen, er is inmiddels een moderne variant gekomen verderop stroomafwaarts in de gorge.
We lopen terug naar het dorp om de wandeling helemaal af te maken. Joep wil nog een foto maken van de hagedis maar die is verdwenen. Iets of iemand heeft het dode beest weggehaald.

Als we het dorp weer binnen lopen staan er twee politieauto’s langs de kant van de weg. Ik vraag me af waarom. Joep loopt achter mij en zal een korte oversteek maken als hij door één van de agenten wordt aangesproken op dringende toon: “don’t walk over there, mate. There’s a broken powerline.” En dan zien we dat er een electriciteitsdraad geknapt is en half over de weg ligt. We snappen nu waarom daar politie staat, en heel fijn dat de man Joep op tijd waarschuwde. Die had het net als ik niet gezien, maar ik had een wijdere oversteek genomen. Joep is van de olifantenpaadjes, de shortcuts… dat had nu een heel erg lelijke afloop kunnen hebben.

We lopen via het laatste stukje junglewalk het dorp weer in en willen dan bij de information centre de trein en skyrail tocht boeken. Helaas, de stroom is uitgevallen wordt ons gemeld.  Ach ja, we hebben het net gezien. “That’s the tropics for you” zegt de dame achter de balie. Dit is nu de tweede keer dat we tijdens onze vakantie een stroomstoring mee maken, het lijkt hier toch meer voor te komen dan in ons land. Maar ja de stroomdraden lopen hier vaak nog gewoon boven de grond. Als er dan een boom omvalt dan breekt er al snel een draad natuurlijk.

We besluiten een biertje te drinken om ons vocht aan te vullen. In het restaurant vragen ze of we cash kunnen betalen, want ook hier werkt de elektriciteit niet. Op het terras van het restaurant lijkt het wel of je in een volière zit, zoveel vogelgeluiden. Na twee biertjes houden we het voor gezien, nog even kijken of ze leuke t-shirts hebben en anders gaan we terug naar de camping. Twee shirts rijker gaan we voor de laatste keer onze illegale tocht langs het spoor maken.
Op de camping natuurlijk ook geen stroom maar gelukkig zit er naast een waterkoker ook een ketel in de bus. Kunnen we toch thee zetten. Aan het eind van de middag doet de stroom het weer, is ook fijn.
Lekker rustig aan gedaan daarna, eten gekookt, op tijd naar bed.

Kuranda, 20 september 2018

We kunnen redelijk rustig opstaan. We hebben geen grote afstand af te leggen vandaag, op weg naar Kuranda. We willen over het Atherton Tablelands reizen, en in Mareeba naar de wetlands gaan. De tablelands zijn een prachtig bergachtig gebied, soort van misty Mountains. In Malanda doen we een bak koffie, met taart en dan door naar de wetlands. Zullen we nog stoppen bij de Information centre in Mareeba…nee we rijden gelijk door naar de wetlands. Als ik de weg in wil slaan zie ik in een ooghoek een plakkaat waarop staat dat de lodge en het reservaat tot nader orde gesloten zijn. “Zie ik dat nou goed” vraag ik Joep. “Ik zag alleen de lodge” zegt hij… toch nog maar even voor de zekerheid kijken. En ja inderdaad het is gesloten volgens het plakkaat.

Dan toch maar terug naar Mareeba en bij het informatie centrum navraag doen hoe het zit. De hulpvaardige meneer daar vertelt dat ze sinds het begin van het jaar dicht zijn, dat er één keer nog een soort muziekfestival is geweest waarbij je je eigen stoel mee moest nemen, en dat het daarna stil was geworden. De telefoon wordt ook niet opgenomen, bij de Informatie weten ze het verder ook niet. Als wij vragen naar bezienswaardigheden in de buurt op weg naar Kuranda worden we doorverwezen naar twee watervallen. Die laten we aan ons voorbij gaan. We hebben gisteren de Wallaman falls gezien, en dus lijkt ons dit minder.

Dan gaan we door naar Kuranda, om ons daar te oriënteren op de rest van de reis. Onderweg zien we enorme termietenheuvels. Niet zoals eerder, grijzig en een soort van menhirs. Nee dit zijn soort grote bollen, die, als je ze tussen de bomen ziet staan op olifantenkonten lijken. Heel apart, soms zijn het er zoveel dat het net lijkt of er een kudde olifanten door het bos wegtrekt.

Op de campsite is het behoorlijk warm, pffft! We krijgen een plek waarop de schaduw ver te zoeken is. Hoewel we ons al wel geïnstalleerd hebben, besluit Joep aan de dame van de camping te vragen of we een andere plek mogen met meer schaduw. Dat mag, dus verplaatsen ons hele boeltje. We eten een broodje en lopen dan volgens de aanwijzingen van de dame naar het dorp. Een bijzondere route. Via een track de camping af. Via het spoor, onder een brug door, dan naar boven en dan ben je met ongeveer 10 minuten in het dorp. Als we bij de brug zijn zie ik een bordje dat je een stevige boete van A$ 3.200 krijgt als je langs het spoor loopt. Daar kan ik mij alles bij voorstellen, mag in Nederland ook niet. Wij voelden ons er ook niet erg gemakkelijk bij.

Kuranda is een soort kunstenaarsdorp met een regenwoudmarkt…. daar profileren ze zich mee. Maar als wij langs de kraampjes lopen is bijna alles dicht. Off season? Ik vind het in ieder geval zwaar tegenvallen… niet een gezellige sfeer. We lopen ook hier bij het informatie centrum binnen. We vragen of er een mooie wandelroute is. De dame is zeer behulpzaam, zoals alle medewerkers van de informatiecentra tot nu toe. We krijgen verschillende suggesties aangereikt, een wandeling door het dorp, een boottocht over de rivier en de skyrail annex treintocht. We vragen haar of ze ons kan wijzen hoe wij op een andere manier terug kunnen naar de campsite. Ze kijkt wat moeilijk. Kijk, zegt ze, we zijn hier, en zo loopt de weg. Ik heb hier vorige week nog mensen gehad die aangaven dat die route heel gevaarlijk is. De weg is smal, er rijdt veel verkeer en ook hard, en er loopt geen voetpad langs. Ik mag u natuurlijk niet aanraden om langs het spoor te lopen, maar de trein die daar rijdt is volgens mij alleen op woensdag en op zaterdag. Dat is het vandaag en morgen niet. Wij vragen of er wel eens iemand beboet is…. daar heeft ze geen weet van. Er zijn wel eens controleurs langs het spoor zegt ze maar eigenlijk alleen op dagen dat de trein rijdt. Hmmmm…. twee kwaden dus om uit te kiezen.

We lopen door naar de rivier en het treinstation. Even kijken waar we morgen moeten zijn voor het boottochtje. De rivier ligt er verlaten bij, al zwemt er voor ons ogen wel een slang door het water.
Terug lopen we via de supermarkt naar de weg. Daar raast het verkeer stevig door, dus besluiten we uiteindelijk toch maar met een groot gevoel van ongemak opnieuw langs het spoor te lopen.
Op de camping maken we het plan voor de rest van de vakantie. Ik boek de campings en onze laatste snorkeltrip. Morgen nog de trein en skyrail boeken als we in Cairns zijn.
We staan naast de campkitchen en spreken daar twee landgenoten. Die trekken vier weken langs de oostkust, van Sydney naar Cairns. Ze hebben stevig doorgereden, want zijn al in Daintree geweest en nu op weg naar Cairns. Zij boeken niets van te voren, bekijken aan het eind van de dag wel waar ze hun bivak maken. Is natuurlijk ook een prima manier, al moet je dan wel rond een uur of vier gaan zoeken of bellen voor een kampeerplek. Maar het geeft je nog meer vrijheid dan wij al hebben. Aan de andere kant, toen ik vanmiddag wilde boeken op de camping van cape Tribulation was die voor onze eerste nacht vol. En dan sta je dus mooi te kijken als je daar al naar toegetreden bent.
Omdat we het morgen wat rustiger aandoen gaan we wat later naar bed….

Etty Bay, 19 september 2018

We haasten ons niet erg, vertrekken rond negen uur uit Townsville weg, richting Etty Bay. We willen vandaag graag de Wallaman Fall bekijken. Dat is de hoogste waterval van Australië. En als de tijd het toelaat naar de onderkant van de waterval lopen om daar te zwemmen. Maar vandaag is een dag waarop er weer veel wegwerkzaamheden zijn, en leggen dus minder kilometers af per uur dan we hadden gedacht. Rond kwart voor elf, elf uur zijn we pas in Ingham, waar ook een groot informatiecentrum zit. We besluiten daar te stoppen, en ons kort te oriënteren. Als altijd is de dame van de informatie zeer enthousiast over haar eigen stad en regio. Ik krijg een folder en een kaart aangereikt met oa een kleine stadswandeling. Daar hebben we helaas geen tijd voor. Ze is ook erg trots op de historie van het suikerriet in de regio en raad ons aan om naar Lucinda te rijden, waar het suikerriet verscheept wordt. Ook daar hebben we geen tijd voor. We maken een klein ommetje door de wetlands gelijk naast het informatie centrum, er zijn veel langere wandelingen te maken, maar geen tijd. Dan rijden we verder. We waren eigenlijk op zoek naar een koffietentje, en zodra we afgeslagen zijn richting de waterval zien we er één. Dan toch nog maar even die koffiestop.

Verkwikt rijden we verder naar de Falls. Dat is toch nog zo een veertig kilometer rijden, het eerste stuk tussen sugarcane velden en  weilanden door waarin vaak Brahmanen grazen. Er is hier blijkbaar niet genoeg te vreten voor de dieren, er staat ook een hele kudde buiten het prikkeldraad en in de berm. Het zou natuurlijk ook nog kunnen dat daar speciale vergunningen voor worden uitgegeven en dat de boer moet betalen om zijn vee in de berm te mogen laten grazen. Het is in ieder geval uitkijken tijdens het rijden, we hebben een soort ‘Krugerpark’ moment. Alleen toen was het een leeuwin die midden op de weg lag. Nu is het een jonge brahmaan.
Ook langs deze weg vele karkassen van kangoeroes en wallabies. Ongelofelijk hoeveel er langs de weg liggen. Ik schat dat we tegen het eind van de vakantie zeker over de 500 dode beesten hebben gezien. Gelukkig ook veel levende 😉

De weg naar de Wallaman Fall is tegen het eind smal en bochtig. En overal bordjes die waarschuwen voor overstekende kasuarissen. Die willen wij wel zien, maar niets van dat alles. We klimmen een flink stuk met de auto. Niet raar als je bedenkt dat het water ca. 300 meter naar beneden valt. Dan heb je eerst wat hoogte te overwinnen om dat te aanschouwen. We willen de tocht doen die in één van onze gidsen staat als een wandeling van een uur naar de voet van de waterval. Als we bij de lookout zijn in het inmiddels 13 uur en zien we dat die wandeling rond de 2-3 uur kost. Aangezien het vanaf de Falls nog zeker 2,5 uur rijden is naar Etty Bay, ons eindpunt, en de receptie daar om 17 uur sluit, gaan we dat dus niet redden. Pech! We doen een klein stukje van het steile pad en kijken van het uitkijkpunt neer op mensen die wel de tocht hebben gemaakt en ver beneden ons in het meer onder de waterval zwemmen en we doen dan een korte lunch.

Daarna rijden we door richting Etty Bay. Onderweg weinig tot geen plaatsjes meer. Het is wel bijzonder dat je hier een plaatsje ook niet van ver ziet liggen. In Nederland, of Europa, zie je vaak wel een torenspitsje voor je opdoemen zodat je weet dat er ergens een dorpje is. Dat is hier niet zo. Los van het feit dat de meeste dorpjes hier een soort lintbebouwing zijn, hebben de kerken vaak geen hoge torens. En dus is het eerste teken van bebouwing vaak een 80 bord en daarna 60 waarna je de bebouwde kom in rijdt.
We komen langzamerhand echt krokodillengebied in. Dat start al wel zuidelijker, ter hoogte van Rockhampton. Maar nu zie ik meerdere keren bij een riviertje ook een boordje staan waarin gewaarschuwd wordt voor krokodillen.
Rond kwart voor vijf zijn we in Etty Bay. De camping ligt echt pal aan het strand, met waarschuwingsborden voor stingers (kwallen), onbewaakt zwemmen en krokodillen. En pal in het regenwoud. Achter de camping begint het regenwoud, dat loopt echt naast de camping door tot aan het strand.

We hebben deze camping uitgezocht omdat in de Lonely Planet stond dat er kasuarissen op het strand lopen. Nou ja, dat willen we dan wel zien. Joep is net bezig met de ramen van de bus te sluiten als hij geagiteerd roept dat ik mijn camera moet pakken. Er loop een kasuaris vlak bij onze bus! Wat een beest zeg! Echt uit de prehistorie. Loopt doodgemoedereerd langs de campers en caravans naar de zee. Op zoek naar iets lekkers. Het dier is duidelijk gewend aan mensen, één van de campinggasten met een huisje heeft een emmer vers water neer gezet waar het dier naar toe loopt om daar zijn dorst te lessen. Bijzonder om te zien. Eerst de snavel vol water, dan hoofd omhoog om daarna pas het water te kunnen doorslikken. Bijzondere ervaring om zo een grote vogel uit vervlogen tijden, zo zien ze er wel uit, vlak voor je langs te zien gaan.
Daarna eten koken, eten, koffie, nog even internetten en dan naar bed. We gaan hier vaak met de kippen op stok, al zouden die nog eerder gaan want rond half zeven donker.

Townsville, 18 september 2018

Vanochtend rijden we van Charters Towers terug naar Townsville, waar we Billabong Sanctuary willen bezoeken. We stoppen onderweg om een foto te maken van een weiland vol termietenheuvels. Daar hadden we gisteren geen gelegenheid voor.

Zo door dit land rijdend, vele kilometers asfalt (en soms dirt- of gravelroads) onder de wielen door zien glijden vallen er wel een aantal dingen op:

Één: er rijden best veel fourwheel drive auto’s rond met hun uitlaten boven het dak uit. Als je ziet hoe vaak er gewaarschuwd wordt voor floodings kun je je daar alleszins iets bij voorstellen.

Twee: je steekt meerdere keren op een dag verschillende kreekjes, riviertjes en rivieren over. De meeste staan helemaal droog en zijn verworden tot een droge zandbedding. De naamgeving van deze kreekjes blinkt niet uit in originaliteit. Hoeveel three, six, seven, eight (tot twelve is het hoogste dat ik mij kan herinneren te hebben gezien) mile creeks ik inmiddels heb gezien is niet meer op één hand te tellen. En bij elkaar opgeteld zouden al die kreekjes een beste Amazone qua lengte kunnen vormen 😉

Drie: ze zijn gek op verkeersborden. Je wordt van alles gewaarschuwd, daar schreef ik al eerder over. Langs sommige snelwegen staan ook soort triviant-borden. Eerst een bord met een vraag, vaak over de regio, en dan een paar honderd meter verder een bord met het antwoord. En dan daarna weer een bord waarop je gewaarschuwd wordt om wakker te blijven, en op tijd rust te nemen.

Billabong is een soort Beekse Bergen, alleen veel kleinschaliger. Ze laten alleen dieren uit Australië zien (uitgezonderd twee Amerikaanse alligators die ze ter vergelijking hebben met de inheemse zoetwaterkrokodil), die iconisch en bijzonder zijn. Maar ook wat normalere dieren als magpie geese en de cookaburra. De koala’s en kangoeroes die ze hebben zijn allemaal wezen, jongen van doodgereden ouderdieren. Ze krijgen daar een goed thuis en dienen gelijk als educatief materiaal. Los van de dierenshows die ze hebben (je kunt met een koala, kangoeroe, wombat of slang op de foto) is het park behoorlijk basic en daardoor wat ons betreft charmant. Na drie uur hebben we het park helemaal gezien en besluiten naar de campsite te rijden. Onderweg nog wat boodschappen doen.

Als het kan en lukt willen we vanavond lekker met z’n tweeën uit eten. Deze camping zit redelijk dicht bij de stad, dus dat zou moeten lukken. Ons plan om naar het zee-aquarium te gaan gaat niet door, dat is te ver lopen gezien de nog beschikbare tijd en de bus rijdt maar één keer per uur bij de camping voorlangs. We gaan dus lopen langs de zee. Mooi aangelegde wandelroutes langs het strand met voorzieningen voor honden (verse waterbakken en afvalbakken voor de hondenpoep), trimtoestellen en her en der plekken waar je azijn kunt halen voor het geval je gestoken bent door een kwal.

Het is er een plezierige drukte en sfeer. We lopen de esplanade en strand helemaal af tot in de stad. Als we daar een leuk tentje vinden gaan we daar eten, anders gaan we terug naar The Strand en pakken daar een restaurant. Het wordt het laatste. De hoofdstraat doet sterk denken aan Charters Towers, de gebouwen zijn best aardig maar sfeervol wil het er niet worden met het langsrazende verkeer en weinig tot geen terrasjes. Op naar The Strand. Daar eten we heerlijk met een fris windje erbij en zicht op Magnetic Island. Dan teruglopen in een inmiddels duister geworden stad en door verlaten woonwijken. We proberen op de camping de airco van onze camper maar eens uit. Het is nog klam warm buiten dus als we de bus voor het slapen lekker koel kunnen maken kunnen we vast goed slapen.

Charters Towers, 17 september 2018

Het is weer vroeg dag, we staan om 7 uur op. Vandaag rijden we naar Charters Towers, een oud goudmijnstadje uit de negentiende eeuw. Het is rond de 400 km rijden. Eerst water bijtanken en dan en route. Via Bowen richting Ayr. We willen in Home Hill een bak koffie doen en dan wisselen van bestuurder. We rijden opnieuw door een soort savanne landschap, waarin geen giraffen, gazelles of olifanten staan maar koeien. Het zijn of zwarte of bruine koeien of stieren, of van die Indiase Brahmaanse vaalwitte koeien met enorme bulten op hun rug en hangoren. Het is een bijzonder gezicht. Misschien is het wel een vooroordeel, je verwacht in een land dat door Europeanen is gekoloniseerd zwartbonte melkkoeien, of anders Europese vleeskoeien. Maar dat is dus niet het geval. We leren later op de reis nog dat het Europese vee zeer bevattelijk is voor de besmettelijke veepest, en dat ze minder bestand zijn tegen de extreme weersomstandigheden die hier voor komen. In de jaren twintig van de vorige eeuw zijn een aantal ondernemende boeren op het idee gekomen om koeien uit India uit te proberen, kijken of die een beetje wilden gedijen in het Australische outback-klimaat. En dat bleek een gouden greep. Naast dat de koeien goed gedijen op een karig dieet, zijn ze ook veel minder bevattelijk voor veeziekten.

In Home Hill zoeken we een cafeetje of restaurant. Het wordt een bakkerij waar je ook koffie kunt krijgen. Hoewel het er niet erg veelbelovend uitziet is de koffie hier helemaal niet slecht. En de flapjack met pure chocolade met nootjes toplaag smaakt me prima. Joep heeft een soort tompouce gevuld met appel. Ook lekker. Dan door, nog eerst even sanitaire stop bij de public toilets. Dat doen ze echt goed hier, net als in Nieuw-Zeeland. In bijna elk plaatsje zijn er goede, schone openbare toiletten. Een schaars goed in Nederland, we kunnen een voorbeeld nemen aan de Aussies en Kiwi’s wat dat betreft.

Net voor Townsville slaan we af naar de Flinders Highway, richting Charters Towers. En voor het eerst zien we roadtrains. Roadtrains zijn vrachtwagencombinaties waarachter minimaal twee maar soms wel vier aanhangers zitten. Vooral als dat laatste het geval is  kan de afstand van zo een combinatie wel vijftig meter lang zijn en echt iets dat je niet zomaar even inhaalt. We treffen het niet, we zitten op een gegeven moment achter wel vier van zulke kolossen. De voorste is dan ook nog eens zo zwaar beladen dat hij niet veel gang heeft. Op een helling zakt de snelheid tot onder de veertig kilometer per uur. Maar er is geen mogelijkheid om hem in te halen want de weg biedt te weinig overzicht. En nu we wel een overtaking lane kunnen gebruiken is er kilometers lang geen te vinden. Dus bezitten we onze ziel in lijdzaamheid en kijken om ons heen. Op één stuk van het traject zijn ongelooflijk veel termietenheuvels in het landschap. Alsof het kleine menhirs zijn zo staan ze in de vlakten verspreid. Wat ons verder opvalt is dat er af en toe veel roofvogels boven de weg cirkelen. Meestal betekent dat dat er een redelijk verse roadkill is, dan ligt er een bloederig kadaver van een doodgereden kangoeroe of wallabie op of langs de weg. Ik zie in één zo een groep zelfs een wedgetailed eagle, wat een prachtige vogel!

Door de roadtrains voor ons zijn we later dan we gedacht hadden in Charters Towers. We zetten de camper neer en lopen naar het information centre. Zoals zo vaak zijn de medewerkers zeer goed geïnformeerd en willen ze graag hun kennis delen. Deze dame raadt ons het één en ander aan maar we hebben alleen deze middag maar. Ik ben inmiddels wel ernstig aan eten toe, het is al dik twee uur geweest. En het is hier ook een stuk warmer dan in Airlie Beach. De zon schijnt hier onbarmhartig en het kwik zit tegen de dertig graden. Ik ben er in ieder geval nog niet aan gewend en het slaat op mijn gestel.

Er zit een leuk tentje waar we een heerlijke salade eten. Daar schrijven we ook nog drie ansichtkaarten voor tante Anna, een vriend van ons in Castricum en nog één extra voor mijn vader. Na de lunch bekijken we het stadje. Het is echt een victoriaans stadje, beetje wilde westen-achtig met lage gevels en met veel smeedwerk om het één en ander te verfraaien. Leuk wel om doorheen te lopen maar erg groot is het niet. Een aantal bezienswaardige dingen is niet open op maandag of om twee uur al dicht gegaan. We kijken nog even in de bibliotheek en dan houden we het iets na vieren voor gezien.

Op naar de camping. Waar de eigenaar weer een ander verhaal ophoudt over de korting waar we recht op hebben omdat we via Apollo huren. Omdat we online geboekt hebben heb ik het bedrag al betaald en kan hij geen korting geven. Eerder deed een andere camping er helemaal niet moeilijk over. Die stortte gewoon het bedrag terug toen we de tag lieten zien. Een ander gaf het cash terug, en de meesten zeiden dat we het bij de online boeking moesten melden in het mededelingen veld. Dat had ik gedaan maar daar geeft deze meneer dus geen sjoege op. We moeten bellen en dan kunnen ze de korting verwerken. Hmmm. Nog maar even kijken hoeveel Big4 we nog hebben tijdens deze reis en dat dan maar weer proberen.

We dekken ons bed nu op zonder de dekbedden, het koelt hier ’s nachts niet verder af dan 19 graden. Dan is een dekbed waarschijnlijk wat veel van het goede. We koken in de campkitchen en hebben een gezellig praatje met andere campinggasten. Als je in de camper kookt hoef je minder te slepen met je spullen, maar in de campkitchen heb je vaak wel een praatje met wat andere gasten. Die hebben vaak wel iets te delen, willen weten waar jij dan vandaan komt, en hebben soms nog bruikbare tips. Deze vakantie hebben we dus met regelmaat in de campkitchen gekookt, afgewisseld met koken in de camper.

Als Joep onder de douche staat en ik nog zit te lezen in de campkitchen hoor ik wat gerommel. Ik kijk achter me en zien net de staarten van twee opossums achter me in een boom verdwijnen. Met enige moeite zet ik ze met mijn mobiel op de foto, natuurlijk de camera niet bij de hand.

Snorkelen bij de Whitsunday islands, 16 september 2018

We staan volgens plan om 6 uur op, douchen, ontbijt, spullen pakken en op weg naar de bushalte. De bus komt al vlot aanrijden, en we doen een ongeveer zelfde soort bustoer als in Hervey Bay. We zitten wederom aan het begin van de route en vanmiddag dus weer aan het eind.

In de bus bedenken Joep en ik dat er naar iedere christelijke feestdag wel een eiland of eilandengroep is genoemd. Whitsunday Island, Asuncion, Christmaseiland, Paaseiland, Pentacost (wordt ons later nog verteld op de boot), maar geen eilanden met bv islamitische, boeddhistische, joodse feestdagen… voor zover wij weten. Maar als dat wel zo is, ben ik daar zeer benieuwd naar.

Rond kwart voor acht zijn we bij de haven van Airlie Beach, bij Abell Point waar de Derwent Hunter op ons ligt te wachten. Er zijn ongeveer 30 mensen aan boord die ingetekend hebben voor een zeil- en snorkeltrip bij de Whitsunday eilanden. Iedereen moet aan boord zijn schoenen uit doen, mogen we allemaal inleveren. En dan varen we met deze oude schoener de haven uit richting Hook Island, het noordelijkste eiland van de Whitsundays. Daar gaan we op twee verschillende plekken snorkelen. Iedereen krijgt een wetsuit of stingersuit aangemeten en indien nodig snorkelspullen. Dat laatste hoeven wij niet, we hebben onze eigen spullen meegenomen.

Het water is hier al weer een paar graden warmer dan bij Yeppoon, maar toch zijn de pakken wel lekker om wat langer in het water te kunnen blijven. Het koraal en de vissen zijn hier kleurrijker dan aan de zuidkant van Great barrier reef. Mooi! Bijzonder dat de wereld onder water zo onzichtbaar voor ons is, en dat je die door een duikbril op te doen en een snorkelpijp in je mond te stoppen ineens kunt aanschouwen. De wereld onder water is minstens zo kleurrijk en divers als die er boven.

Na de lunch wordt er niet meer gesnorkeld, we varen terug naar Airlie Beach. Het is opvallend dat de crew er echt lol in heeft. Dat hebben we al vaker mee gemaakt, Wendy van Vision Walks had dat ook. De twee van Sail Capricornia had dat minder. Die vonden het zeilen wel leuk, maar hadden minder met het ‘entertainen’ van de groep en ook geen kennis van zaken. Deze groep van vier jonge mensen vertellen graag iets over de geschiedenis van de boot, over de eilanden, over de vissen en ander marine schepselen. En alles met een stevig gevoel van onderkoelde humor. Voorbeeld: een van de meiden vertelt over het strandzand op Hook island, ze vertelt dat het eigenlijk de poep is van de papegaaivis…. die eet stukjes koraal op, maalt die fijn in zijn maag en poept dat vervolgens uit als zand. Dan loop je toch anders over het strand 😉

Zo vertellen ze ook hoe de eilanden aan hun naam komen. James Cook voer hier in 1770 tussen de eilanden door op pinksterzondag. Vandaar de naam. Alleen was hij door de datumgrens heen gevaren, en was het eigenlijk al maandag. Maar Whitmonday klonk niet zo mooi dus bleef het Whitsunday. En whit is dus gewoon wit, Witte Zondag.
Op de terugvaart zien we ineens iets boven het water uitsteken. Een donker hoofd lijkt het. Joep denkt eerst dat er iemand in het water ligt, maar dat is het niet. We vragen het de skipper, en die zegt dat het een zeeschildpad is. Even verderop zien we er nog één, maar te ver weg om een foto te maken. Bovendien zwemmen zeeschildpadden vaak maar even aan de oppervlakte en duiken dan weer onder voor ongeveer een kwartier tot half uur.

Rond twintig over vier zijn we weer terug in de haven en worden we keurig terug gebracht naar de camping. We beginnen zo langzamerhand in muggengebied te geraken. Hier op de camping zitten hele kleine vliegjes, formaat mietsen of midges en ze steken net zo vals. En ook gewone steekbeesten, Joep en ik zijn allebei al te grazen genomen. Het wordt tijd voor DEET 😉
Als we aankomen onze inmiddels gewone routine: Douchen, kopje thee, eten maken, koffie en naar bed. Morgen landinwaarts met een pittige rit.

Cape Hillsborough-Airlie Beach, 15 september 2018

De wekker loopt om 5 uur af, dat mag echt een strafkamp heten zo vroeg opstaan.  We zetten een kopje thee, schieten in onze kleren en lopen naar het strand. Daar zijn bij zonsopgang kangoeroes en wallabies te bewonderen. En met een beetje geluk hebben we er een mooie kleurrijke zonsopgang bij. Er zijn al behoorlijk wat mensen op het strand alsmede de kangoeroes en wallabies. Die zoeken naar wat resten van zeewier etc om hun dieet aan te vullen. Maar ze wachten vooral op de parkranger. Want ze worden bijgevoerd, ze krijgen een vezelrijk voer wat hun digestie helpt. Voor het geval kampeergasten hen toch iets hebben gevoerd. En dat gebeurt natuurlijk toch, al mag het niet. De parkranger komt en je ziet de koppies van de kangoeroes omhoog gaan. Er worden pylonen neer gezet: of we daar achter willen blijven, de dieren met rust willen laten en ze niet willen voeren of aaien. Zal je zien dat er toch iemand tussen zit die net doet of hij dat niet gehoord heeft. De ranger spreekt hem bestraffend toe als hij de oudste kangoeroe die erbij zit aait. Het dier haalt naar hem uit, en terecht! Gelukkig overigens dat er verder geen letsel aan enige zijde te betreuren valt.
Na circa een half uur vertrekken de meeste kangoeroes en wallabies langzaam van het strand. De vrouwtjeswallabie met haar ‘joey’ als eerste. De zonsopgang is helaas niet erg spectaculair, geen vlammende bol die boven de horizon uit komt. Maar bijzonder is het wel om de dieren hier zo verzameld te zien.SAMSUNG CSC

Wij besluiten om nog een kleine wandeling te maken voordat we naar ons ontbijt gaan en daarna douchen, inpakken en weg. Een kleine heuvel op waar je over twee baaien heen kunt kijken. We hebben weer wat aan lichaamsbeweging gedaan. Zo’n camperreis wordt als je niet uitkijkt toch vooral een zitvakantie, veel rijden en af en toe de benen strekken. Dan naar de camper, ontbijten, douchen en alles opbreken. Vandaag rijden we door naar Airlie Beach. Dat is niet heel erg ver, ca. 2 uur rijden.
Voordat we Cape Hillsborough verlaten lopen we ook nog de mangrove boardwalk af. Minder spectaculair dan we hadden gedacht of gehoopt.

‘Lucie’ laat ons opnieuw een behoorlijk stuk over een gravelroad rijden.  Zou het aan de instellingen op de app liggen? Toch eens naar kijken. Het is bijna een soort Namibië met het wasbord dat de weg soms is. Even later hebben we dan toch de hoofdweg, de Bruce Highway weer te pakken. Het landschap ontrolt zich voor ons, met meestal sugar cane velden. Je kunt het qua beeld in het landschap wel wat vergelijken met de maisvelden in Nederland. Redelijke eentonig, en je kunt er niet overheen kijken. We moeten nog even stoppen voor een goederentrein met lege suikerrietwagons. Vandaag iets minder spoorwegovergangen en de geur van het suikerriet verlaat ons ook na Proserpine. Maar dan zijn we ook bijna in Airlie Beach.

Omdat we zo vroeg zijn besluiten we nog even naar de markt te gaan. Veel snuisterijen, een soort braderie. En dan een paar stalletjes waar je groente en fruit kunt kopen. Ik wil nu wel eens lokaal geteelde mango en papaya proeven, dus we kopen er een paar. Lekker bij het ontbijt, tussendoor of als toetje. Na nog een bak koffie op de markt te hebben gekocht, Joep neemt espresso die helemaal prima is, mijn long Black heeft weer teveel water, rijden we door naar de camping.

Tijd voor het bijwerken van één en ander. Onze hopelijk laatste was van de vakantie doen, een aantal campings op de route vooruit reserveren. Dat soort werk.
En terwijl we zo werken, ogen en oren open houden voor het geval er een bijzonder dier of vogel voorbij komt. Ik zie een paar drongo’s, geen foto, en ook wat andere vogels. Ik weet niet wat het zijn, maar als we zitten te lunchen vliegen ze echt zeer laag over. Een soort lijsterachtige, hij lijkt een beetje op een kramsvogel. Ik maak er een foto van. Maar kijken of ik kan uitvinden welke vogel het is. Een cookaburra boven ons hoofd. En als ik mijn camera net binnen heb gelegd zit er ineens op nog geen 50 centimeter een sulphur crested cockatoo naast me. Voorzichtig reikt Joep me de camera aan, foto gelukt!

Later op de middag schiet ik één van de medewerkers van de camping aan. Of zij die onbekende vogel kent. Dat weet ze niet, maar verderop de camping staat iemand die behoorlijk veel van vogels weet. Ik bedank haar en ga op weg. Ik schiet blijkbaar de verkeerde aan. De man zegt wel iets te weten en gokt dat de vogel een oriole (wielewaal) is. Ik kijk in ons fotoboek, maar twijfel. De vogel op mijn foto heeft een blauwe cirkel om het oog, geen rood.
De mevrouw van het park vraagt me later of ik het al weet en gevonden heb. Ik zeg dat ik niet goed wist wie ze bedoelde en ze legt het me duidelijker uit. Dan nogmaals maar met de camera op pad, naar Barry en Paulette. Een ouder echtpaar dat verrast opkijkt als ik vraag of zij zo heten. Ik leg uit wie me heeft doorverwezen en vraag of zij wellicht weten welke vogel het is. Paulette is helemaal blij verrast. Zij heeft de vogel ook gezien, maar geen kans gezien er een foto van te maken. Zij denkt dat het een figbird is, en dan een onvolgroeid exemplaar, nog niet vol in zijn kleuren en verenkleed. We kijken het na in haar vogelboeken maar met grote zekerheid durven we het nog niet te zeggen. En ik dacht dat het een redelijk veelvoorkomende vogel zou zijn hier maar dat blijkt dus niet het geval. Ik laat haar ook nog de foto van de vogel zien die ik in Noosa op de campsite hebt gemaakt. Maar die kent ze ook niet. Zelf heeft ze prachtige foto’s van  honingzuigers en van een bijzondere uil. Ze vraagt me of ik de foto van de figbird wil opsturen aan haar. Ze verzamelt foto’s van de vogels die ze heeft gezien ook al heeft ze de foto niet zelf gemaakt. Ik krijg een kaartje en beloof dat ik de foto in Nederland aan haar zal opsturen. We praten nog wat en dan loop ik terug naar Joep. Tijd om eten te maken en op tijd naar bed. Morgen een zeiltrip, we worden om iets over zeven opgehaald. Een uur winst, vergeleken met vandaag zullen we maar zeggen, zes uur op ipv vijf uur 😉

Cape Hillsborough,14 september 2018

We vertrekken uit Yeppoon. Verder naar het noorden over de Bruce Highway. We hebben het plan om in Marlborough koffie te drinken, en in Clairview te lunchen. Marlborough ligt net even naast de grote weg. Het is echt een plaatsje van niks. Wel een bibliotheek (natuurlijk ;-), een museum, een postkantoor, een hotel/restaurant en een convenience store. Wij voelen aan de deur van het hotel, dat zou open moeten zijn om tien uur, het is tien over tien. De deur is op slot. Als we weglopen horen we achter ons wat geluid. De blinden worden opengetrokken en de deur gaat open. Een man kijkt ons aan. Ik vraag of we koffie bij hem kunnen krijgen. Koffie? Zegt hij…. dit is een pub.. we doen niet aan koffie. Die kun je krijgen bij een coffeeshop. Ik vraag of hij next door de convenience store bedoelt en dat is het geval. ‘We’ve got a thing going you know’, zegt hij, ‘they do coffee, I do beer.’ Je zou het bijna kartelvorming kunnen noemen 🙂

Dus lopen we een deur verder naar de convenience store, waar we inderdaad koffie kunnen krijgen. In de vitrine zelfs nog een paar gebakjes en cakejes, dus we trakteren ons zelf. Het is echt een dorpswinkel met van alles wat. Joep wordt helemaal happy als hij het ijzerwarenschap ziet. Hij komt helemaal blij met een mini baco aanlopen. Die moet duidelijk aangeschaft worden. De mevrouw achter de balie ziet het allemaal met een glimlach aan. Terwijl wij daar onze ongelooflijk slappe bak koffie weg slikken lopen er een stuk of vier dorpsgenoten binnen. Dit is duidelijk de plek voor kleine inkopen zoals ijzerwaren, melk, sap, meel, ingeblikt fruit en groente, tijdschriften en diepvrieswaren. En roddelen, alle dorpsnieuwtjes worden met de eigenaresse doorgenomen die overal quasi neutraal ja op knikt. Van alles wat, alles voor de convenience. Als we vertrekken wenst de dame ons een plezierige verdere reis toe.

Ook bij Clairview moeten we even van de weg af, er staat een bord dat er een dugong, een zeekoe-sanctuary is. Nou dat kunnen we dan mooi even mee pakken met de lunchpauze. Clairview blijkt een langgerekte verzameling van huizen langs het strand te zijn, met een caravanpark. Geen winkel of restaurant of coffeecorner te ontdekken. Als we het dorp weer uitrijden zien we op een tak van een boom langs het strand een Brahminy kite zitten, een roofvogel. Prachtig! We stappen uit om een foto te maken. Dan willen we nog even kijken bij de sanctuary, maar dat blijkt een grapje te zijn. Nergens meer te zien, alleen een afslag naar het strand. Nu is het ook eb dus of we überhaupt een dugong zouden zien is maar zeer de vraag. We rijden door. Lunch hier gaat niet lukken.

We besluiten door te rijden naar Sarina, of eerder te stoppen als we iets leuks zien. Langs de weg staan borden waarin accommodaties worden aangekondigd en aangeprezen. Voor Sarina lig Carmila. Daar zou een hotel en restaurant moeten liggen. Dat gaan we checken. Opnieuw een onooglijk plaatsje. Maar jawel, het hotel annex restaurant is er. En het is open. Ook weer zo een verzamelplek waar mensen van heinde en ver naar toe komen. De ontzettend dikke dame achter de balie is bezig aardappelen te schillen. We vragen of we kunnen lunchen en ja dat is geen probleem. De menukaart staat op het bord. Ik kies voor een visburger met battered fish en Joep neemt een fishbowl.

We hebben er allebei niet heel erg veel fiducie in, al hebben we ook een paar keer best goed gegeten in de meest obscure tentjes. De dame vraagt waar we willen eten, of we dat in de diningroom willen? Wij willen buiten. Dat is ook prima. Er staan een paar verschoten plastic tuinstoelen en een paar afgeragde tafeltjes. Hier wordt duidelijk niet buiten gegeten. Als het eten klaar is komt ze naar buiten en blijft op de waranda staan. Ze is duidelijk niet van plan het naar ons te brengen, dus ik loop naar haar toe en neem het van haar over. En dan blijkt dat je niet altijd op je eerste indrukken af moet gaan. De vis is echt heerlijk mals en een krokant korstje er om heen. Ook Joeps maaltje blijkt helemaal in orde. Terwijl we daar zitten zweven er van ver grote vogels aan. Ibissen denken we eerst, maar als ze dichterbij komen zien we dat het brolgas zijn, een soort kraanvogel. Heel sierlijk draaien ze hoog boven ons. En er cirkelt een roofvogel af en toe boven ons. Te snel om een goede foto te kunnen maken. We zien onderweg overigens vaak roofvogels. Die zitten hier veel.
Na de lunch verder richting Cape Hillsborough. We stoppen nog even bij de supermarkt in Sarina om wat voorraad aan te vullen. Oa brood. Dat is hier meestal slecht, maar deze supermarkt heeft een schap met European Bread. Dat vinden we grappig. Het is gelukkig het betere brood en zelfs een paar lekkere volkoren bolletjes. Aangevuld met een  multigranenbrood, waarvan we de helft in het vriesvak van onze koelkast stoppen, daarmee kunnen we voorlopig weer vooruit.
Het laatste stuk naar Cape Hillsborough voert ons langs Mackay. Er hangt overal een lichte geur van caramel of gebrande suiker. Dit is sugarcane country, suikerriet. Wonderlijk genoeg liggen er hier heel veel spoorlijnen, die zijn aangelegd voor het vervoer van het suikerriet naar de fabrieken en distilleerderijen. Lucie oftewel maps.me stuurt ons om de stad heen en van de Highway af. Bijzonder. We moeten zelfs ergens weer een stukje over gravel, en dan de highway oversteken. Over het algemeen brengt maps.me ons keurig via een logische route naar ons volgende eindpunt. Dit is nu de tweede keer dat we echt een beetje het bos zijn ingestuurd alvorens we weer op het rechte pad terug komen.

Rond twintig voor vier zijn we dan in Cape Hillsborough. Hier hopen we morgenochtend kangoeroes en wallabies op het strand te zien bij zonsopkomst. We zijn nog maar net geïnstalleerd of er hopt al een wallabie achter onze bus langs. En even verderop zit een kangoeroe. Ze zijn duidelijk zeer tam hier. We lopen nog even langs het strand. Een prachtige white bellied eagle zweeft over, en een brahmini kite. We spreken een Australische dame die drie maanden door deze en noordelijker steken reist. Ze waarschuwt ons voor krokodillen, vanaf nu uitkijken bij water en voor haaien. En ook voor slangen en kleine kwallen en voor spinnen. Maar verder is het heel mooi hier. En kasuarissen zijn ook gevaarlijk, maar als je rustig blijft en hen niet bedreigt is er niks aan de hand. En een kangoeroe moet je ook niet dwars zitten, ze kunnen met hun achterpoten een hond doden. Aldus  ‘opgevrolijkt’ met nog een tip voor een wandeling op zak gaan we terug naar onze camper. En daar zit al weer een kangoeroe. Zo dichtbij, ik maak een foto en dan schuifelt het dier echt doodgemoedereerd op, tien centimeter aan mij voorbij. Alsof ik er niet ben.

Na het eten kunnen we nog lekker buiten zitten. Het warmt nu echt op, al zit er ook wel een koeltje nog in de lucht.
Het is voor het eerst dat we op een rumoerige camping staan. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar het lijkt wel of er een film oid wordt vertoond voor kleintjes. (Als ik er heen loop blijft dat inderdaad het geval) In ieder geval is er het nodige geluid. Ik begrijp nu de regel dat het om half tien stil moet zijn. Morgen heel vroeg op want we willen natuurlijk wel de kangoeroes met zonsopgang op het strand zien.

Snorkelen bij de Keppel Islands, 13 september 2018

We gaan er op tijd er uit, kwart voor zeven. Het strafkamp dat vakantie soms kan zijn als je ergens op tijd moet zijn;-) We plannen het allemaal zelf, willen veel zien en doen. En ja, dan is het toch vaak vroeg op, en op tijd naar bed. Relaxed bij de camper zitten, we gunnen ons de tijd er niet voor.

Vandaag hebben we een zeilsnorkeltrip geboekt uit Rosslyn Bay vlak bij Yeppoon. Deze trip hebben we geboekt op basis van de ervaring van collega Stephan die vorig jaar deze trip heeft gemaakt. De boot is begin dit jaar van eigenaar gewijzigd, dus we moeten even afwachten of de verwachtingen wel waar gemaakt worden. Keurig op tijd zijn we er, en we kunnen aan boord. Er komen nog drie mensen, een multinationaal gezelschap. Een Duitse jongeman die in  Australië woont met zijn moeder, die over is uit München en zijn Chinese vriendin die in Sydney studeert. Met twee dutchies en twee Aussies erbij is het gezelschap compleet.

Anita (of Nida) en Dave heten ons welkom op de boot en leggen de regels uit. Dan varen we uit,  richting Great Keppel Island. Daar zullen we ankeren zodat we kunnen gaan snorkelen. Het is ca. 1,5 uur varen, en er staat te weinig wind om te kunnen zeilen. Dus wordt het motoren. Op de eerste ankerplaats is het rif stevig beschadigd door de cycloon Marcia die hier drie jaar geleden heeft huisgehouden. Het rif is niet erg kleurrijk, her en der zwemmen er wel kleurrijke vissen rond. Dus vermaken we ons wel al snorkelend. Het water is nog niet heel erg warm, rond de 18 graden. Als het de Noordzee zou zijn zouden we het warm vinden, maar hier beklaagt men zich er over dat het nog koud is.

Het Chinese meisje blijkt niet te kunnen zwemmen maar met een reddingsvest om, een piepschuimen ‘poolnoodle’ gaat ze wel het water in, ondersteund door Anita. Ik vind het stoer, je moet maar durven, in water waarin je niet kunt staan en je overgeven aan de kennis en kunde van een onbekende mevrouw. Ik weet niet of ik dat zou hebben gedurfd. Na het snorkelen kunnen we aan wal, een doorsteek maken naar Long Beach. Dave zet ons met de dingy af op het strand. Dan blijkt dat het pad naar de andere kant afgesloten is, dus helaas zit de doorsteek er niet in. Dan maar het strand op en neer en een signaal geven aan Dave dat hij ons weer op kan halen. De lunch wacht, natuurlijk een barbecue. De schillen van de bananagarnalen moeten we bewaren. Die voeren we zo op aan de vissen vlakbij het marine observatorium. Daar varen we na de lunch naar toe. Er zitten daar inderdaad meer vissen, ook een paar grote die zich op de bodem stil houden. Als je je stil houdt dan komen de vissen redelijk dichtbij, ze zijn best nieuwsgierig .  Mooie zebra streepjes en paarsblauwe met gele vinnen. Het zeeleven is net zo divers en kleurrijk als het landleven. Rond een uur of twee hijsen we de zeilen en zetten we koers terug naar de haven.

Het was een leuke dag maar toch niet helemaal naar verwachting. Dave en Anita zijn aardig, ze komen echter niet uit deze regio, ze hebben zich nog niet zo verdiept of ingelezen want veel weten ze niet. Ze kennen de vogels niet en ook over de vissen kunnen ze niks zeggen. Of ze iets weten over de Keppel Islands weet ik niet. Ze delen niet zoveel uit zich zelf, je moet er naar vragen. En dan komen ze soms met een antwoord, maar vaak ook niet. Juist de kennis van een localo maken dit soort trips wat ons betreft juist waardevol.

Op de camping komen onze buren vragen hoe onze trip was. Zoals hierboven beschreven dus… zij zijn naar Byfield N.P. geweest. Dat klonk goed maar wij hebben dat toch uit onze planning geschrapt omdat we later in de reis meer tijd in Daintree willen doorbrengen. Dave gaf ons nog wel een goede tip voor een trip daar, van een vriend/kennis van hem die riviertours doet. Solar Whisper… vanavond gelijk gekeken en dat ziet er goed uit. Gaan we later deze reis wel bekijken wanneer we dat gaan boeken.
’s Avonds gebruikelijke routine, na drankje met chipje oid eten maken, afwassen, koffie, verslag bijwerken, lezen, naar bed (op tijd).

Yeppoon, 12 september 2018

We staan om zeven uur op, we moeten kilometers verslinden vandaag.  Kwart over 8 rijden we de camping af. We horen getik dat we niet thuis kunnen brengen. Toch maar even stoppen. Hangen de sleutels van oa de watertank nog aan de zijkant in het slot! Oef, dat is een narrow escape! Gelukkig op tijd ontdekt. We moeten rond de 450 km afleggen vandaag, dus we willen wel meters maken. Maar we moeten ook hoognodig boodschappen doen, dus we spreken af dat als we ergens langs de route een grote supermarkt tegen komen dat we dan even stoppen. We zijn nog niet zo lang op weg als Lucy (maps.me) ons ineens over een gravelroad stuurt. We vragen ons af of dat wel klopt. We worden altijd keurig over hoofdwegen gestuurd… dit is raar. En Joep kan de weg ook niet vinden op de kaart. Ik rijd toch maar door, en jawel, na ca. tien km voor ons gevoel in de outback te hebben gereden worden we toch weer naar de grote weg verwezen en pakken we weer hoofdwegen.

In Childers, na ca. 80 km zien we een grote Woolworth, dus daar vullen we de voorraden aan. Vanavond lekker zeevruchten…. ze hadden een lekkere mix liggen in de supermarkt. Geen brood want dat is volgens Joep verpakt zeeschuim. Boodschappen doen in een onbekende supermarkt, kost altijd meer tijd dan je denkt, dus drie kwartier later rijden we Childers weer uit. Op de borden zien we dan de plaatsnaam Gin Gin staan. Wat een grappige naam. Als het zo uitkomt gaan we daar een bakje koffie doen. En het komt zo uit…. een onooglijk plaatsje, wat voor de omgeving toch een centrumfunctie heeft want een grote supermarkt en een heus winkelstraatje met een bakker en een slager, een kroeg, een hotel en motel en de politie. Daar doen we het bakje koffie. Joep een stickydatepudding erbij, ik een citrustart. Lekker, allebei, in tegenstelling tot de koffie. Ook al hangen er bordjes dat het leven te kort duurt om slechte koffie te drinken…. nou, dan willen ze hier misschien het leven toch nog korter maken… brrr wat een slootwater!

We rijden door, Joep rijdt inmiddels. De weg is goed, er wordt wel om de zoveel km aan de weg gewerkt. Het landschap blinkt vandaag niet uit in afwisseling. Een soort savanne landschap, het en der wat bomen, veel dor en dood gras, af en toe wat stukken bos waarin blijkbaar ook al eens een brand heeft gewoed. De kilometers glijden voorbij. Na de boodschappen en de koffie wordt het dan tijd voor lunch. We stoppen in Calliope, bij wat een soort aftands museum is, en waar onderaan de heuvel waarschijnlijk een meer of rivier zit. In ieder geval staan er heel veel campers en caravans. Er cirkelt tot twee keer toe een prachtige brahmini kite, ofwel een Brahmaanse wouw boven ons hoofd. Schitterend! Maar de camera niet tijdig bij de hand. Het laatste stuk rijd ik weer. Richting Rockhampton, cattlecapital van Queensland, en door naar Yeppoon. Rond vier uur zijn we op de camping. Onze buren spreken ons gelijk aan, om een praatje verlegen. Aardige mensen deze Coralee en Paul, maar ik wil na dik een half uur praten wel aan mijn thee en biertje …. morgen gaan we snorkelen. Dus we gaan er weer op tijd uit.