Fraser Island, 11 september

We moeten vroeg uit de veren, de wekker loopt om kwart voor zes af. Het is verbazingwekkend hoeveel andere mensen ook al op zijn, zouden die ook met dezelfde trip meegaan? We lopen keurig rond iets voor zevenen naar de poort en daar staat al een bus op ons te wachten om ons naar de veerboot te brengen. Maar eerst nog een ommelandse reis langs allerlei andere campings, hostels, appartementen, hotels om andere tripgangers op te pikken. Om half negen gaat dan de ferry naar Fraser Island. Daar stappen we over op een fourwheeldrive bus.

Dan begint de reis naar de hoogtepunten van dit bijzondere eiland. Het is vooral bijzonder omdat het het grootste zandeiland ter wereld is, werelderfgoed status heeft het. Het is ontstaan miljoenen jaren geleden doordat in de zeebodem op rotsen in de oceaan, diep onder water zand werd afgezet. Dat zand groeide zoveel aan dat het uiteindelijk boven water kwam, en dit eiland van ca. 125 km lang en 25 km breed heeft gevormd. Het zand beweegt nog steeds, op het eiland die je op verschillende plekken zandduinen die zich over het eiland verplaatsen, en hele stukken bos verzwelgen. Het zoetwater op het eiland is allemaal regenwater. Het valt in een aantal meren, door  bladafval van de eucalyptusbomen op de bodem is een bijna ondoordringbare laag  ontstaan en het water blijft staan. Het sijpelt maar heel langzaam door naar beneden, dat duurt ca. 80 jaar voordat het water via kreekjes naar zee stroomt. Dan is het ook heel erg zuiver water geworden.

Het klinkt wellicht was blasé maar we vinden het eiland wel veel van hetzelfde. Maar dan kan ook aan de tocht liggen die we maken. Bus in, over deep stretches of sand rijden, hotsenklotsend kilometers lang, ergens aankomen en uitgeladen worden. Je hebt geen tijd om lekker een beetje rond te kijken, want je moet je goed vasthouden. En bovendien rijdt je voortdurend door dichtbegroeid woud. Op de plek van een bezienswaardigheid word je uitgeladen, mag je rondkijken en dan op afgesproken tijd weer de bus in naar het volgend punt. Niet echt ons ding, al zie je zo wel de highlights van het eiland. De dingo’s die op het eiland voorkomen laten zich niet zien. Halverwege de tocht worden we uitgenodigd voor een korte vlucht van ca. 15 minuten over het eiland. Voor 80 dollar p.p. heb je de unieke ervaring dat je op het strand opstijgt en landt. Die trip maken we, al was het maar omdat een kennis van zus J. ons had gemeld dat hij dat niet had gedaan en er nog steeds spijt van had. En het was leuk, dat moet gezegd. Op de ferrytocht terug een prachtige zonsondergang, een vuurrode bol zakt achter de horizon. Rond kwart voor zeven zijn we weer terug op de campsite. Morgen lange reisdag, dus op tijd op.

Hervey Bay, 10 september 2018

Wat een geweldige dag vandaag! We starten redelijk op tijd om naar Hervey Bay te rijden. We hebben het idee opgevat om te kijken of we vanmiddag nog mee kunnen op een walvistocht. Dan moeten we wel uiterlijk rond lunchtijd, 12 uur daar zijn. Het rijden gaat prima, al is het geen snelweg meer maar highway. Dat schiet dus minder snel op. In Tiaro denken we nog even koffie te gaan drinken. De uitgetekende hippie met tattoos achter de bar meldt ons dat er een grote stroomstoring is en dat hij ons dus niet van koffie kan voorzien. Helaas.

Dan maar door richting Hervey Bay. Later bleek dat het maar goed was dat we geen koffie konden krijgen, het bleek allemaal redelijk nauw aan te sluiten. We zijn rond 13 uur bij het Tourist information centre in Hervey Bay waar we vragen of er nog plaats is op een walvissoorten. Men kijkt bedenkelijk, maar gaat toch navraag doen. En ja wel, er is nog plaats. Om half twee vaart er nog een boot uit. Dus we kunnen gelijk door. Het is nog ca. tien minuten rijden naar de haven.
Daar hebben we nog tijd voor lunch. We zijn dan nog in de veronderstelling dat de boot om half twee zal vertrekken, dat blijkt als ik op de voucher kijk, twee uur te zijn. We zitten op hete kolen in het restaurant, de eigenaar is zeer relaxed. Komt allemaal goed zegt hij. Hij heeft zijn chakras helemaal in lijn gebracht in een meditatie met etherische oliën, dus nu is alles helemaal zen en relaxed wat hem betreft. Ik zie Joep naar mij  kijken, en zich af vragen wat hij nu aan zijn fiets heeft hangen. We zijn mooi op tijd klaar met de lunch en gaan naar de boot. Een wat kleinere boot, waarop ongeveer vijftien mensen mee zijn. Niet uitverkocht, en dat vinden we prima.
We zijn eerst bijna een uur en een kwartier aan het varen, voordat we de eerste walvissen zien. En dan begint het speelkwartier dat ca. anderhalf uur zal duren. Breechende bultruggen, fluking, logging, tailslapping, finslapping, bellyshowing ….het komt allemaal voorbij. Vlakbij en wat verder af. Zelfs onder de boot door, en een rondje om de boot heen, met flink veel vertoon van geflipper en staartgeklapper. Zoals de skipper zegt… the greatest show on earth. En dat is het wel! Geweldig… zo hebben we ze nog niet eerder gezien. Het is echt genieten.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Rond half vijf wendt de schipper de steven en varen we weer terug naar Hervey Bay. De zon zakt inmiddels stevig, en wij bedenken dat we voor zes uur op de campsite niet gaan halen. Zodra we aan wal zijn bellen we de campsite dat we iets later zijn. Geen probleem meldt de man, ‘he will put us on the list’. In het donker rijden we naar de camping en daar hangt inderdaad keurig een lijst met onze naam, met het nummer van onze plek én van de wificode. Dat is goede service. We nemen een glaasje wijn op deze fijne dag, maken wat te eten, selecteren de foto’s voor de eerste keer uit van deze dag. En dan gaan we ook maar een beetje op tijd naar bed want morgen hebben we een trip naar Frazer Island en worden we om zeven uur opgehaald.

Glass House Mountains-Noosa, 9 september 2018

Vandaag verlaten we Brisbane en zetten we onze reis voort naar het noorden. Noosa is onze bestemming, maar we stoppen onderweg om de Glass House Mountains te bekijken. In Beerburrum beklimmen we één van de bergjes, een stevig steile beklimming van ca. 15 minuten met stijgingspercentages van over de 45 graden op plekken. Het uitzicht boven is prima. De Glass House Mountains blinken niet echt uit in panoramische dramatiek die om de zoveel kilometers verandert. Het blijft wel min of meer hetzelfde. We volgen de scenic of tourist drive en komen bij een grappig cafeetje. Mooi uitzicht, oa op een stuk of wat kangoeroes beneden in het dal. Na koffie met wat lekkers rijden we door naar het volgende uitkijkpunt. Daar is het erg druk, een korte blik en wat foto’s en dan rijden we weer door.

Op naar Noosa. We zitten op de North shore, wat inhoudt dat we nog een pontje over moeten. Dat is wel grappig. Op de camping krijgen we onze plaats toegewezen, met het verzoek om de kangoeroes niet te voeren. Dat zullen we niet doen. Ik bel met de agent van de zeilcruise die we naar de Whitsunday willen gaan maken, en met de camping in Airlie beach. Beide oproepen moet ik vanaf de receptie of aan de weg doen want daar is de beste ontvangst. Op de rest van de camping is de ontvangst nul. Gelukkig krijg ik contact en kan ik die twee zaken regelen.
De camping ligt aan zee, dus een wandeling langs de vloedlijn. Het blijft heerlijk om langs het strand te lopen! Thuis wonen we op ca. 8 kilometer van het strand, we doen het te weinig. Elke keer nemen we ons voor vaker naar zee te gaan, want uitwaaien is goed voor hoofd en lijf 😉

In een duinpannetje liggen twee kangoeroes heerlijk te zonnen. Ze zijn op nog geen tien meter afstand maar blijven heel rustig liggen. Duidelijk aan mensen gewend. Er zweeft nog een adelaar boven ons hoofd, maar te snel weg om met de camera te vatten. Terug bij de camper een biertje,  wijntje… lezen…eten, koffie. Als we aan de koffie zitten, en het is inmiddels al stevig donker (het is rond een uur of zes, half zeven aardedonker) horen we in de boom boven ons geritsel. Ik hoor het even aan, en vraag Joep dan om een goede zaklantaarn te pakken. In de takken boven ons een opossum gezinnetje van drie. Ma en twee jongen. Het lukt ons ook nog om ze op de foto te zetten, gevangen in de spotlight. Wat een snoepies.

Brisbane, 7 en 8 september 2018

We staan rustig op. Nou ja, ik moet er vroeg uit, naar het toilet. Het is nog voor zevenen, als ik terug kom denk ik nog even het bed in te duiken, kopje thee en een boek erbij. Joep heeft al fanatiek het bed afgehaald, we willen vandaag onder andere een was doen. De helft van de dag gaat op aan huishoudelijke taken. De was doen, boodschappen doen, spullen beetje opruimen in de camper. Dan rond het middag uur gaan we de stad weer in met de bus. Omdat de dame van de camping ons heeft gemeld dat het buskaartjes ook geldig zijn op de ferry, tot ca. 2 uur na aankoop van je kaartje kun je er mee reizen. Dus pakken we na de bus de ferry om de stad van het water af te verkennen. We varen helemaal door tot aan het eindpunt en reizen daarna weer mee terug naar de Southbank. Onderweg reizen wisselende welkomzwaluwen met de boot mee. Lekker eigenwijze vogeltjes, prachtige beestjes. Al met al zitten we bijna twee uur op de boot.

Dan lopen we naar de State Library van Queensland, we zijn precies op tijd voor de afspraak met de CEO van de bibliotheek en met de leidinggevende van Stephan voor deze drie maanden. Lone Keast is een leuke geïnteresseerde vrouw die echt wil kijken wat Stephan voor de organisatie kan betekenen, en andersom wat hij kan meenemen terug naar Nederland. Vicky MacDonald, de CEO, is wat afstandelijk en heeft duidelijk nog niet een beeld van wat een uitwisseling met een kleine bibliotheek uit Nederland voor positief effect zou kunnen hebben voor zo’n grote state library als de hare. Ik hoop dat ik er een klein beetje een beeld van heb kunnen geven. Lone geeft Stephan en mij daarna een uitgebreide rondleiding. Zij heeft wel een beeld bij van wat Stephan voor de state library zou kunnen betekenen, en ze is ook zeer geïnteresseerd in wat ik vertel over onze transitie.
Nadat ik Stephan en Lone gedag heb gezegd, zoek ik Joep weer op. Samen lopen we nog even door de openbare bibliotheek. Een groot verschil met de state library. Duidelijk minder ruimte, publiek minder ‘high brow’, meer gericht op achterstandenbeleid op het gebied van taal. Het is zeker geen slechte bibliotheek, het ziet er gezellig en druk uit. Maar je ziet wel dat hier minder geld in om gaat dan in de state library.
We nemen op tijd de bus terug naar de camping, de was hangt nog buiten en die willen we voor het donker binnenhalen.

8 september

Vandaag opnieuw een dag Brisbane. We gaan met de bus naar de stad en gebruiken de busticket om nu naar stroomopwaarts met de ferry te gaan. Die tocht is minder ver, ca. een half uur tot de universiteit, wat het eindpunt is. Het zijn vooral woonwijken langs de Brisbane River, en direct aan het water liggen vaak mooie appartementen met steigers erbij. Je kunt zien dat stroomafwaarts er meer historische gebouwen staan. Dat is op zich ook wel logisch, de Engelsen trokken vanaf de oceaan de rivieren op om het land te verkennen. En dus hoe verder je landinwaarts komt, hoe minder historische gebouwen je tegenkomt. En dat alles natuurlijk met het besef dat zeker in het begin men geen gebouwen voor de ‘eeuwigheid’ bouwde.

Na de boottocht gaan we naar het Queensland museum, wat een natuurhistorisch museum is. De collectie valt wat tegen, het is vooral een presentatie van de dieren die voorkomen in de Australië, minder over het ontstaan van diersoorten of van het ecologisch systeem hier. Na ca. 1,5 uur staan we buiten en gaan we op de North Bank de stad nog verder verkennen. Tussen alle hoogbouw zijn her en der juweeltjes van oude panden te ontdekken. We eindigen onze wandeling in een kroeg die Joep gisteren had ontdekt. Na het nuttigen van het biertje (of we een scooner of een pint wilden, de laatste ken ik wel qua maat, de eerste niet?) gaan we weer terug naar de camping. Het is weer gaan regenen. We hebben inmiddels voor ons gevoel al meer regen in deze twee weken in Australië gehad, dan we tijdens onze vier weken Schotland hebben gehad in 2015. We nemen op de camping de planning door voor het resterende stuk van onze reis.

Brisbane, 6 september2018

We vertrekken vanochtend naar Brisbane. Eerst douchen, de camping op Tambourine mountain is echt treurig qua voorzieningen… de douches zijn echt heel erg oud, en niet erg goed schoon gehouden ook. Goed dat we hier maar één nacht hebben gestaan. De verwachtingen van de glamoureuze folder en website worden echt niet waargemaakt. In Brisbane arriveren we net na tienen op de camping. We moeten nog even wachten want onze plek is nog niet vrij. Kunnen we ondertussen alvast met de internetconnectie aan de slag, we krijgen maar één code voor één apparaat. Al snel kunnen we toch onze plek gaan innemen, en dan is het spullen klaar maken en met de bus naar de stad. We zijn mooi op tijd, we hebben een lunch afspraak met mijn collega Stephan die drie maanden stage loopt bij de State Library van Queensland en Daniël Flood, die volgend jaar drie maanden bij ons komt werken.

Daniël is zeer bevlogen over The Edge, het innovatieve makerslab, maar ook business en creatieve hub van de bibliotheek. Na de lunch krijgen we een rondleiding van Stephan in de bibliotheek, en daarna van Mick in The Edge. Hij neemt er echt de tijd voor, hij is ook duidelijk trots op alles wat er gebeurt in The Edge. Er valt hier heel veel inspiratie op te doen. De bibliotheek is erg community driven, ook het makerslab, werken met startende ondernemers, met creatievelingen. Ik was zeer onder de indruk van de computerklas die ze geven. Elke leerling, meestal uit een immigrantenachtergrond krijgt les in hoe een computer werkt. Door een oude computer van de bieb zelf in elkaar te zetten, die aan de praat te krijgen met free en open source operating systems mogen ze aan het eind van de cursus de computer gratis mee naar huis nemen. Echt heel erg cool! Ik weet zeker dat er in Nederland ook best veel emplooi voor zou zijn. Zo leren immigranten de basiskennis IT en ze leren ondertussen ook Engels. Slim!
Na de uitgebreide rondleiding gaan we met Stephan een hapje eten, en legt hij ons uit wat hij hier de komende drie maanden gaat doen. Daarna gaan wij met de bus terug naar de camping. We mogen gratis mee, geen idee waarom. Maar goed, we klagen niet. We moeten nog wennen aan de bus, dus stappen een paar haltes te vroeg uit.  Niet erg, lopen we nog een stukje. Prachtige dag.

Tambourine Mountain, 5 september 2018

We vertrekken uit Byron Bay, op weg naar Tambourine mountain. Op aanraden van Wendy rijden we via Springbrook National Park, waar het Natural Bridge National Park onderdeel van is. We rijden opnieuw door regenwoud, en tja, het heeft die naam niet voor niets.  Het regent vandaag ook weer veelvuldig. Onderweg stoppen we in Murwillambah voor een bak koffie en even geld pinnen. Daarna rijden we door naar het park Natural Bridge. Een regenwoud waar een waterval over een rots heen loopt en je achterlangs kunt lopen. Een soort brug waar het water over heen loopt, vandaar de naam waarschijnlijk. Het is een feeërieke plek zo met de waterval en het woud. We eten daar een broodje en gaan dan op weg naar ons eindpunt voor vandaag: Tambourine mountain. Net voor de camping, waar ook een heel outdoor park aan verbonden is, is  een skywalk. Die pikken we nog even mee  op het eind van onze dag. Opnieuw een prachtig aangelegd pad, hoog tussen en boven de boomtoppen uit, met uitleg over het regenwoud. Het woud dampt van de vers gevallen regen. Onderweg hebben we een bord gezien waarop de kans op bosbranden very high werd benoemd…ja het is droog geweest zeggen ze hier, maar wij hebben de afgelopen dagen wel heel veel regen gehad. Eén van de informatie borden meldt dat er gemiddeld zo’n 1300 MM water valt… ja dan snappen wij wel dat er wel eens wat regen valt ;-), maar dat er dan als risico heel hoog staat snappen we dan weer niet. Hoewel, als we naar de ondergrond kijken en naar weilanden ziet het er allemaal zeer droog uit. Ze zijn niet voor niets zeer beducht op bosbranden hier… Australië heeft er een geschiedenis in.

Ik koop in de winkel bij de skywalk een beknopte vogelgids van Australië, we hebben inmiddels zoveel vogels gezien, het is leuk om ze ook een beetje te kunnen determineren.
We komen rond vier uur aan op de camping. We krijgen een plek aangewezen op het terrein. Als Joep de camper achteruit op de plek wil rijden verstaan we elkaar niet helemaal goed. Ik zie niet dat hij vlak naast een greppel staat, en ik vind dat hij heel raar scherp in wil draaien. Hij roept dat hij bijna in de greppel komt, wat ik niet versta… voor we het weten schiet Joep met één wiel over de rand van de greppel. Ik ren er naar toe, Joep wil naar voren, ik roep: ‘vol gas achteruit’ en dat doet hij gelukkig. Naar voren was hij vol in de greppel terecht gekomen, dan hadden we echt een probleem gehad. Nu is de schade beperkt gebleven, de dorpel links voor heeft een tik gehad van de steen waarop de camper balanceerde op de rand van de greppel. Pffft!
Na het eten lopen we nog even naar het terras, daar is WiFi en we hebben nog wat zaken af te handelen. We verwachten een soort Mlilwane, het kamp zoals we in Swaziland in 2015 hebben meegemaakt. Met verlicht terras, kampvuur oid en een gezellige bar. Niets van dat alles. De deuren staan open, maar er is geen kip te bekennen. Niemand in het restaurant, niemand aan de bar of in de lobby. Gelukkig is er een jongeman van de bediening die aan het opruimen en klaar zetten is voor morgen (?) die ons wel een drankje wil inschenken. En hij meldt ons dat hij om half negen de tent gaat sluiten. So much voor het Australische campingleven 😉

Byron Beach, 4 september 2018

Gisteravond kregen we een mailtje van Wendy van Vision Walks, waar we vandaag een wildsafari bij hebben geboekt. Ze zegt dat ze het weer even wil afwachten om te kijken of het zinvol is om op pad te gaan. Daar krijgen we dan om 8 uur ’s ochtends bericht over. Gedurende de nacht hoost het af en toe, en wij hebben we een hard hoofd in. Maar we krijgen keurig een bericht. Het weer aan de kust zal niet best zijn, maar landinwaarts, waar wij naar toe gaan zal het prima zijn. Ze laat het aan ons over over we de tocht door willen gaan of een refund willen of een andere datum. Nou dan gokken we het er maar op. Morgen wordt niks, en we zullen niet smelten van een paar druppels water (‘we’re not made of sugar’ sms ik haar 😉
Om half tien staat Wendy voor de receptie, en na het oppikken van Mike, een Duitse jongeman verderop in het plaatsje gaan we op pad. Eerst bij de vliegende vossen langs, de vleerhonden die we ook in Sydney al hebben gezien. Het blijft een bijzonder gezicht, die hangende dieren die zich helemaal in hun vleugels kunnen vouwen om als een pakketje ondersteboven aan een boom te hangen

.
Daarna gaan we op zoek naar koala’s. Vlakbij Lismore universiteit weet Wendy een plek waar ze kunnen zitten. De universiteit heeft een speciaal aanplantprogramma van eucalyptusbomen die door de koala’s uit de omgeving  graag gegeten worden. Er zijn wel 200 soorten eucalyptus bomen, en niet alle soorten worden door de koala’s gegeten. Meestal beperken ze zich tot ca. 4 soorten, en dan ook nog per streek verschillend.
Er is een koala opvangcentrum waar zieke koala’s verzorgd worden tot ze beter zijn en terug de natuur in kunnen.  Dus met een beetje geluk vinden we koala’s. En jawel, na enig zoeken vinden we de ‘beertjes’. Zoals Wendy zegt moet je naar een soort van ‘blob’ boven in de boom kijken, want hoewel je dat niet zou zeggen zijn de dieren met hun grijze vacht behoorlijk in schutkleur. Er zit een moeder met jong, of zoals ze hier tegen alle jonge dieren zeggen van buideldieren ‘Joeys’.
Op het hele terrein zien we wel een stuk of drie dieren hoog in de boom. We zien overigens ook regenbooglori’s, aalscholvers, pekaku’s (die hier purple swamphen worden genoemd), een pied butcherbird. Wendy loopt nog even binnen bij het opvangcentrum voor koala’s om met de vrijwilligers daar te praten. Zij ziet veel koala’s, en rapporteert ook wel eens als ze er eentje ziet die ziek is. Ze vertelt later dat iedereen in het opvangcentrum vrijwilliger is, en dat ze bezig zijn om geld bij elkaar te brengen voor een hospitaal. Ze vertelt over een koalajong dat binnengebracht was met vier gebroken poten. Dat één van de vrijwilligers continue met het jong in een soort babydraagzak had rond gelopen zolang zijn poten nog niet geheeld waren. En toen dat het geval was, en hij weer gezond was, was hij uitgezet. Om dan vervolgens binnen een paar maanden weer terug te worden gebracht naar het opvangcentrum met chlamydia, een schimmelziekte waaraan koala’s  lijden en kunnen doodgaan. En dat laatste gebeurde helaas. Het diertje heeft de infectie niet overleefd, en natuurlijk was iedereen daarover zeer ontdaan.

Wendy neemt ons daarna mee naar een andere plek waar een concentratie van koala’s zit. We zien wel vier koala’s in vier verschillende bomen. Mannetjes en vrouwtjes, de laatste ook soms met joey. Wendy vertelt dat de boer wiens land dit is heel erg van koala’s houdt en op advies van het opvangcentrum bepaalde eucalyptusbomen heeft geplant om een goed leefklimaat voor koala’s te scheppen. Ze kent de man en zijn echtgenoot, echt ruige types zegt ze, maar met een softspot voor koala’s. koala 10 (1 van 1)
Dan rijden we door naar de lunchplek in het regenwoud. Een klein stukje regenwoud, Victoria N.P. Er is niemand anders op de lunchplek, dus we hebben het rijk alleen. Terwijl Wendy de lunch uitpakt kijken we een beetje rond. Er klinkt een soort knerpend geluid bij het afdak waar we onder gaan zitten. Wendy denkt dat het een boom is die tegen iets aan schuurt. Ik kijk onder het afdakje en zie dat het geluid afkomstig is van een ruitpython (dat weet ik pas als Wendy het dier determineert) die zich tussen het golfplatendak en de houten legger door probeert te wringen. Dat is een bijzondere gast voor lunch. Het is niet zo’n grote zegt Wendy, zij heeft ze wel van 3 meter gezien. Deze is rond de anderhalve meter. Terwijl wij aan de lunch gaan, kijken we af en toe achterom naar de slang (niet gevaarlijk voor mensen), naar zijn capriolen om zich tussen het dak te wurmen. En dan als de lunch over is, is het dier ineens weg! En geen van ons heeft gezien dat hij verdween… geruisloos weg gekronkeld.
Ik hoor ook vogelgezang dat ik niet kan thuisbrengen…. (bijna niets hier overigens 😉 en ga kijken. Er zitten twee kleine vogeltjes, met wat gekromde snavels zoals van een kolibrie, met een knalrood kopje in de boom naast het afdakje. Ik roep Wendy, die helemaal enthousiast wordt. Wat een mooie vogeltjes…. maar ze weet niet wat voor vogels het zijn. Er komt even later een man aanrijden, die met een grote verrekijker en camera met enorme toeter op zijn borst rondloopt. Wendy schiet hem aan, hij is vast een vogelkenner met zo’n uitrusting. De man denkt dat het een Scarlet honeybird is en als hij de foto ziet bevestigt hij dat, hij heeft die hier nog nooit heeft gezien. Hebben wij toch mooi even mazzel!SAMSUNG CSC
Na de lunch gaan we op zoek naar pademelons…. ik had er nog nooit van gehoord, maar het zijn kleine boskangaroes, een aparte ondersoort. Zo groot als een flinke haas, met ongeveer dezelfde kleur, dus flinke schutkleur in het regenwoud. En ze zijn snel en schuw! Of we dus maar heel zachtjes willen doen en liever niet praten.
Het kost even tijd om onze ogen te laten wennen aan het schemerige licht in de ondergroei van het regenwoud. Maar dan zien we toch een paar pademelons. Altijd ver weg, verstild in een beweging, klaar om te vluchten. En dat doen ze dan ook meestal gelijk of na een korte aarzeling. In totaal zien we toch een stuk of vijf, zes van deze kleine diertjes…maar een fatsoenlijke foto heb ik er niet van kunnen maken… te ver weg en te donker voor mijn camera zo op de bodem van het regenwoud.
Na het regenwoud resten ons nog de kangoeroes en wallabies. Wendy weet een plek waar ze 90% kans geeft dat we ze zien. Het is weer een stukje rijden. Ze zitten in de buurt van een paardencentrum, een manege of fokkerij. De meeste boeren zijn niet zo gek op kangoeroes, want ze eten net als het vee gras. In goede tijden is het niet zo’n probleem, maar na deze droge winter (hoewel het dus gisteren en eergisteren flink geregend heeft) is het gras schaars. Boeren kunnen dan volgens Wendy ‘roohunters’ inhuren die de kangoeroes bejagen. Officieel zijn kangoeroes beschermd, maar als ze overlast geven dan kan er blijkbaar vergunning worden afgegeven voor de jacht.
Bij de paardenboerderij stoppen we. Wendy legt uit hoe we kangoeroes het best kunnen benaderen. Als ze rechtop staan moet je stil blijven staan want dan zijn ze alert en kunnen ze er elk moment van tussen hoppen. Pas gaan bewegen als ze weer gaan grazen, en dan liefst een beetje van de zijkant af benaderen.

Op het terrein tussen de paarden en de springtoestellen zitten verschillende kangoeroes. Het is wel een grappig gezicht, de kangoeroes zitten achter draad, alsof ze voelen dat wij daar niet aan voorbij kunnen. En ze zitten tussen hindernissen voor paarden die zij met een flinke sprong waarschijnlijk zo kunnen nemen.
Aan de overkant van de weg zitten ook kangoeroes en wallabies. Wendy heeft ons het verschil uitgelegd, en met goed kijken kunnen we het verschil zien. Wallabies zijn veel kleiner, dat helpt, maar een jonge kangoeroe is ongeveer net zo groot als een volwassen wallaby. Kangoeroes zijn meestal in grotere groepen, wallabies meestal maar met een paar, of solitair. Ze zitten wel vaak vlak bij elkaar, kangoeroes en wallabies. Wendy neemt ons mee naar nog twee andere plekken en dan moeten we toch echt huiswaarts.
Op de terugweg begint het weer te regenen, wij hebben het tijdens de safari droog gehouden. Het was een geweldige dag! Fijn om de dieren zo in hun natuurlijke habitat te zien en er van te kunnen genieten. Op de camping zitten we nog maar net in de camper of het begint opnieuw te regenen en even later onweer.

Terug aan de kust…..  Joep gaat na het eten naar het toilet. Het is inmiddels donker. Ik krijg na ca. 10 minuten een sms, dat hij verdwaald is op de camping en nu in het toilettenblok van het tentenveld zit….. dat is inmiddels de derde keer dat hij volstrekt de verkeerde kant oploopt op deze camping! Het is ook opnieuw gaan onweren, vlak boven ons, dus zit hij het ergste van de bui uit in het toiletblok. Na ca. 20 minuten komt hij volledig natgeregend aan…. lekkere postduif is het ook 😉 morgen landinwaarts.

Sawtell-Byron Beach, 3 september 2018

We verlaten Sawtell en reizen door naar Byron Beach. Het heeft hard geregend vannacht en wellicht is dat de reden waarom het op een aantal plekken meurt als een open riool of heel erg rotte eieren. Niet erg prettig.
Onderweg willen we in ieder geval langs Woolgoonga headland, en misschien in Yuraygir N.P. Kijken als de tijd het toelaat. We beginnen in Woolgoonga met boodschappen doen. De voorraad groente en vleeswaren moeten aangevuld, de koelkast is leeg. Het is een grote Woolworth, en het aanbod is grandioos. Dus kopen we heel wat in. Het blijkt dat onze ogen wat groter blijken dan de inhoud van de koelkast. Met flink wat passen en meten lukt het de spullen die koel moeten blijven in de koelkast te proppen.
We parkeren de auto en lopen via een kustpad naar het uitkijkpunt. Opnieuw bidt er een Australische grijze wouw boven ons, en ook een white bellied sea eagle arend kruist ons blikveld. De aanwezigheid van die laatste wordt door een aantal maskerkieviten niet op prijs gesteld, hij wordt danig onder vuur genomen door het stel. Na een aantal aanvallen besluit de arend elders zijn heil te zoeken en hij wenkt weg uit ons zicht.
Geen walvissen te zien dit keer, je kan ook niet altijd geluk hebben natuurlijk ;-). Na een half uurtje houden we het voor gezien en lopen terug naar onze camper. Tijd voor een bakje koffie in het dorp. Als we weer langs de weg teruglopen zien we in de baai een paar rugvinnen in het water. ‘Walvissen’ zegt Joep, ‘dolfijnen’, zeg ik. Ze zijn te klein voor walvissen, maar de dolfijnen zijn wel van het formaat van een griend. En het zijn er wel een stuk of 6 of 7. Ze zijn op weg de baai uit, dus we moeten snel onze camera in stelling brengen. Het lukt nog net om een paar shots te schieten. Als we de camera al weggeborgen hebben zien we ze net op de hoek van de baai bijna als in linie met z’n vijven, zessen tegelijk met de rugvin boven water komen. Een prachtig cadeautje.

We doen een bakje koffie in Woolgoonga en dan moeten we echt richting het noorden. De pacific highway op, die hoewel de naam anders doet vermoeden een behoorlijk stuk landinwaarts loopt. Aan dit stuk weg van Woolgoonga naar Byron Bay wordt gewerkt. Dus om de zoveel kilometers wegversmallingen en verlaagde snelheid. Ze zijn in Nederland dol op verkeersborden, maar hier in Australië kunnen ze er ook wat van. Je wordt om de haverklap gewaarschuwd. Eén van de meest bijzondere is die voor overstekende fietsers bij invoegstroken. Die mogen hier dus gewoon op de snelweg rijden, op de vluchtstrook. Ik zou me daar als fietser niet erg veilig voelen met al dat langsrazende verkeer. Ze houden er sowieso andere regels op na op de snelweg, je kunt op sommige plekken via een doorsteek een u-turn maken als je toch de andere kant op moet. En er komen ook zijwegen uit op de snelweg die kunnen invoegen, en waar ook een verbinding is met de overkant van de snelweg zodat er ook overgestoken kan worden….. Terug naar de borden, ze zijn er in alle soorten in maten: Om je snelheid te minderen, om in te voegen (dat doen ze wel mooi, ‘left lane will end, merge right, form one lane), dat je langzamer moet rijden als er een schoolzone is, en dat er dan lampen knipperen als het ook tijd is dat de schoolkinderen vrij krijgen. Eén stukje weg spant wel de kroon! Want natuurlijk word je gewaarschuwd voor overstekende kangoeroes of koala’s, maar hier staan wel vier borden achter elkaar: één voor kangoeroes, één voor loslopend vee, één voor loslopende paarden en één voor kerende trucks. Tja, dan moet je wel opletten natuurlijk (en niks gezien 😉

Onderweg rijden we grotendeels langs een brede rivier, de Clarence River. Echt een brede rivier, type Rijn of Maas. We stoppen halverwege zodat we kunnen wisselen, en doen gelijk een broodje voor lunch. Ik begin meestal met rijden, halverwege neemt Joep het dan over. En als het een lange tocht is wisselen we nog een keer.
Het is inmiddels weer beginnen te regenen. Vanochtend vroeg was er in Sawtell een stevige bui, gisteravond ook. Het weer is niet erg florissant. En ook nu regent het gestaag door, met af en toe uitschieters naar beneden of boven. Ik hoop niet dat we morgen ook zulk weer hebben, we hebben een wildsafari geboekt. Hoe het dan zit met de zichtbaarheid van wild vraag ik me af.

A 108 (1 van 1)
We zijn rond een uur of vier bij de camping. Beach camping….. maar net als in Sawtell ligt de camping niet echt aan het strand, maar langs een kreek die je moet over steken om bij de zee te komen. We lopen de camping eerst maar eens over, ontdekken waar alles is. We zijn helemaal achteraan geplaatst, en de toiletblokken blijken een flink stuk naar voren te zitten. Nou ja. Dat lijkt ons niet een groot probleem. We besluiten nog even naar het strand te lopen, maar eerst de regenbui die losbarst maar afwachten. Als we dan op pad gaan, we hebben onze bergschoenen aan gedaan, blijkt het pad inderdaad best modderig. Er staat langs het pad een bordje dat de bruine slang op een stuk van het pad zich ophoudt… waarschijnlijk dan in de bosjes… en dan ineens houdt het pad op: de zondvloed van de afgelopen dagen heeft het water hier zo laten stijgen dat een stuk van het pad is ondergelopen. (NB In de camper opgezocht wat voor slang het is… de twee na giftigste van Australië, jaagt op muizen, maar valt in het nauw gedreven dus ook mensen aan.) Het pad is zodanig ondergelopen dat we ook met onze bergschoenen aan natte voeten zouden krijgen. We zien de brug over de kreek liggen, maar kunnen er niet komen. Jammer. Dan maar terug naar de camping, een wijntje en daarna eten maken. De duisternis valt inmiddels ook al in. En donker is het hier op de camping…. weinig tot geen verlichting langs de paden… dus dat wordt een zaklantaarn mee als we vannacht nog naar buiten moeten. En de regenjas aan, want het is weer gaan regenen…..

Coffs Harbour, 2 september 2018

Vandaag hebben we een mooie dag gehad. Op ons gemak opgestaan, en daarna naar Coffs Harbour gereden. We hebben het plan om eerst Muttonbird Island te bezoeken, dan de wandeling langs Coffs Harbour creek en eventueel nog naar Woolgoolga headland waar je blijkbaar mooi walvissen kunt spotten vanaf de kust. Maar eerst Muttonbird Island, oftewel het eiland van de dunbekpijlstormvogel. Die komen hier eind augustus naar toe om te nestelen, maar liefst zo’n 12.000 stuks. Maar wat we ook zien, geen stormvogels!  Wel de holen in de grond waar ze gaan nestelen, maar de vogels zijn blijkbaar wat aan de late kant dit jaar.

Als we naar de heuveltop lopen zien we een prachtige biddende Australische grijze wouw, of Black shouldered kite zoals die hier heet. En terwijl ik mijn best doe om de vogel goed te fotograferen zie ik in de zee ineens de rug van een walvis. Wauw! Het staat wel in alle boekjes dat je ze makkelijk kunt spotten, maar ja, je moet wel het geluk hebben. We lopen snel door naar het eind van Muttonbird Island, waar een mooi uitkijkplatform is gebouwd. En ja, daar zien we een bultrug voorbij zwemmen. De camera in de aanslag en knippen maar. Dat worden vast weer heel veel waterfoto’s met af en toe een vin ;-).
We zien even later een klein groepje van drie dieren, waaronder een jong. Die is aan het springen, breeching. Wat een gaaf gezicht! En de zijvin en staartvin van een volwassen dier. We zien nog wat later dat het kalf met moeder en tweede gezel (ouder kalf?) wat dichter onder de kust komen. En dan ineens zijn ze vlakbij. Voor onze ogen zien we hoe het jong de baai in wil zwemmen, richting de haven. Dat gaat niet goed komen. De moeder en zus of broer grijpen in. Je ziet ze echt het jong bijsturen, ze zwemmen er naast en een grote flipper wijst het kind de andere kant op. Het gaat met het nodige gespartel gepaard en ik denk dat ik ze ook nog hoor brommen tegen het kind. Ze zwemmen daarna noordwaarts, verkeerde kant op, de andere baai in waar het water rustiger is.
Het is vandaag een straffe wind, en er staat een stevige golfslag. Je kunt er zo een familieverhaal bij bedenken. Kind is lekker aan het spelen, uit de golven springen, lekker kop in de wind. Maar dan wordt het wat moe, en wil niet meer in de wind. Dus koerst het naar kalmer water, de baai in. Maar moeders weet dat dat gevaar oplevert. Dus wordt er ingegrepen, kindlief wordt tot de orde geroepen. Oké je mag even een beetje uitrusten, maar je moet ook niet zo gek doen en met je energie gooien, het is nog een heel eind naar de zuidpool….. een kleine familiegeschiedenis voor je ogen… als ze later groot is zal haar moeder er haar nog wel aan herinneren… “ik heb mijn handen (vinnen) vol aan je gehad toen je kalf was, altijd spelen en zelden luisteren”. Nog wat later zien we in de verte het drietal met een ruime bocht weer de oceaan op zwemmen, zuidwaarts. Wij staan erbij en kijken er naar. Wat is dit bijzonder zeg!

Dit valt niet meer te overtreffen vandaag. We besluiten terug te gaan naar de camping en daarna nog een kleine wandeling te maken. Daar zien we nog Jan van Genten verderop in de branding hun viskunsten uitoefenen. Ook zo mooi om te zien hoe ze hoog boven het water zich ineens naar beneden laten vallen als een schicht het water in.

Armidale-Waterfall way-Sawtell, 1 september 2018

Het was koud vanochtend in Armidale. Gisteren en vannacht heeft het een paar keer stevig gehoosd, gelukkig is het vanochtend droog. We breken de boel op. Eerst nog water bijvullen en dan gaan we even het centrum van Armidale bekijken. Gisteren hadden we al een paar mooie gebouwen gezien, en we hebben nog wel wat tijd. Het is geen superlange tocht vandaag, maar we hebben ook wel wat te bekijken onderweg. Bij het informatiecentrum krijgen we een plattegrond mee van alle interessante gebouwen in het stadje.Het is gesticht eind achttien-, begin negentiende eeuw. Gebouwen versierd met prachtig smeedwerk, alsof het van kant is. En de gebouwen zijn mooi bewaard. De twee grote kerken van de anglicanen en katholieken zijn ook zeker het aanzien meer dan waard. Qua beschikbaarheid wint de rooms-katholieke God het vandaag, die kerk is open. Het blijkt dat hier ook de bisschop huist, in de vloer liggen twee enorme grafstenen van twee overleden bisschoppen.

Na deze toeristische wandeling vertrekken we over de waterfallway richting Coffs Harbour. Net buiten Armidale staat een groot warehouse. Daar wil Joep eerst nog naar binnen. We missen eigenlijk een goed krukje, niet geleverd door Apollo, om in en uit te stappen, en de aansluiting op de waterslang is ook niet goed. Dus we stoppen, en gaan een blik binnen werpen. Van te voren ‘waarschuw’ ik Joep dat we echt alleen naar deze dingen op zoek zijn. Ik ken mijn lief, die is als een kind in een snoepwinkel als hij een doe-het-zelf-zaak in gaat. Daar kan hij met gemak een half uur, uur, twee uur doorbrengen en steeds iets anders leuks, nuttigs, handigs etc tegen komen. En ja wel… zijn ogen beginnen te glimmen, de neus wipt…..’O wat een leuke winkel is dit’. We vinden wat we nodig hebben, en Joep scoort ook nog een paar werkhandschoenen om de stenen die hij heeft gevonden ter vervanging van de ontbrekende stelblokken mee vast te kunnen pakken. Als we afrekenen zegt Joep dat hij besloten heeft nooit meer met mij naar een doe-het-zelf zaak te gaan, dat daar echt geen lol aan is…… en daar kan ik het mee doen 😉 en daar kan ik prima mee leven.
We rijden…. op weg naar Wollomombi Falls. Gelet op de grootte en diepte van de kloof zou dat een beste waterval moeten zijn. Maar hoewel het gisteren gehoosd heeft is er geen drup water te zien die naar beneden valt, de rivier onder in de kloof is droog, her en der staan nog wat poelen. Geen waterval. Het geluid dat wij eerst voor vallend water hebben aangezien is het geruis van de wind in de bomen aan de andere kant van de kloof. Even zo goed is het een prachtig stuk natuur, overweldigend hoe diep de kloof is.
We rijden verder. Via Hillgrove, een oud goudmijnstadje, soort ghosttown nu, al wonen er nog wel mensen, rijden we naar Ebor Falls. Daar loopt wel water door de rivier, dus bewonderen we daar de watervallen. We besluiten in Ebor Falls, het plaatsje even te stoppen voor een bak koffie en lunch. Versterkt rijden we verder naar Dorrigo.

Onderweg opnieuw luisterrijke bossen langs de kant van de weg, we rijden hier door overblijfselen van Gondwana woud, afgewisseld met droge weilanden bevolkt door vleeskoeien. Borden die ons waarschuwen voor overstekende kangoeroes, draaiende trucks en stoppende schoolbussen. Die kangoeroes willen we nu wel eens van zo dichtbij zien, en dan graag op een plek waar we kunnen stoppen. We hebben ze inmiddels al wel een paar keer gezien. Maar nooit zo dat we konden stoppen om ze op de foto te zetten. De wegen zijn hier op zich goed, uitzonderingen daar gelaten. Maar het verkeer rijdt hard, en er zijn geen brede bermen of uitwijkplaatsen, of uitkijkpunten waar je uitgebreid kunt stoppen. Overigens best wel veel rest areas, waar je even kunt rusten en daarna weer verder kunt reizen. Maar die zijn meestal functioneel en niet om van het uitzicht te genieten.

We hebben in de reisgids gelezen dat er net na Dorrigo in het National Park een canopy walk is, een soort balustrade tussen de boomtoppen door. Daar willen we als laatste naar toe voordat we afzakken naar de zee. Als we uit de camper stappen valt ons op dat de temperatuur een stuk aangenamer is. We zijn dan ook zo’n 600 meter gedaald, en dat merk je goed qua temperatuur. De canopy is echt goed gedaan, en ook de wandeling door het regenwoud is echt leuk. Jammer dat we geen tijd hebben om de langere wandeling van ca. 2,5 uur te doen. We moeten nog wel drie kwartier rijden naar onze eindbestemming. Maar dit is ook leuk. Her en der bordjes met uitleg over het oerwoud, over de planten, de vogels en de dieren. Je hoort af en toe geritsel, meestal een bush turkey, oftewel een boskalkoen. Maffe beesten, zijn voortdurend aan het krabben in de bladeren. Wel grappig om te zien in dit bos is dat er soms een paar ieniemienie vogeltjes om heen zitten, die waarschijnlijk kleine insectjes op pikken die door de boskalkoen uit hun beschutting zijn gejaagd. En je hoort af en toe vreemde vogelgeluiden, net alsof je in een volière loopt. Want daar is het meestal één en al geluid. Maar hier is het ineens soms een kakofonie van tegen elkaar opzingende vogels, de bellbird (denk ik), de kookaburra met zijn gelach en een schreeuwende kaketoe. En daar tussen door tsjirpt dan iets kleins….

En dan moeten we echt door. Als we het park verlaten zie ik ineens een kangoeroe staan, iets verderop in het veld. Ik roep tegen Joep dat hij moet stoppen, hier kan het ook. We sprinten de auto uit en zetten allebei het dier netjes op de foto. Hèhè, eindelijk gelukt. Best kans dat we er nog veel meer gaan zien, en op de foto zetten, maar deze hebben we in ieder geval.

De tocht gaat verder… over een heel,erg bochtig stuk weg, door de uitlopers van Gondwanabos. Mooi, heel mooi om tussen die hagen van ondoordringbaar lijkend woud heen te rijden. En daarna weer de weilanden met koeien en/of schapen. Vergezeld door koereigers, bonte kraaien of ibissen. Rond een uur of vijf zijn we in Sawtell, vlakbij Coffs Harbour. De dame aan de receptie geeft ons keurig uitleg en ook de korting van 10% cash terug waar we recht op hebben op vertoon van onze sleuteltag. Het is hier aangenaam. Voordat we gaan koken lopen we nog even naar het strand en de riviermonding. Kan Joep nog even zijn keilkunsten uit proberen 😉