Londen, dag 4

Een heerlijk frisse ochtend. Straf windje, een strakblauwe lucht. Zo’n dag waarop je goed aangekleed graag naar buiten gaat. Wij gaan met de Ferry naar Greenwich. We lopen eerst naar Embankment. We zijn net de hoek van de straat om als we op een ophoping van politieauto’s stuiten. ‘Wat is hier aan de hand vraagt Joep, is het een anti-terreuractie of zo?’ Ik denk dat het opnames voor tv of film zijn. Iedereen staat er redelijk relaxed bij, de straat is maar half afgezet en wij kunnen er gewoon langs. Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar ik heb het sterke vermoeden dat we door een set van Luther zijn gelopen, en ik denk dat we de hoofdrolspeler Idris Elba ook dichtbij gepasseerd zijn. Wel grappig natuurlijk dat je dit op je weekendje weg zo tegenkomt.

We laden onze Oystercard in St. Pancras op, zodat we straks met de Ferry meekunnen op het tegoed. Het was best even zoeken op de machine, en we vonden dat het minimum bedrag van £40 ook erg hoog was om er op te zetten. Maar goed, we kunnen straks. Hoewel mijn rechterknie wel stijf is houdt hij zich redelijk goed onder het lopen. De kunst is om voldoende in beweging te blijven, maar niet te forceren. Door die nare actie met mijn knieschijf is er vermoedelijk ook een stukje kraakbeen losgeschoten. Dat zal nu eerst door beweging weer fijn gemalen moeten worden, een pijnlijk verhaal als het er dan ineens ‘tussen’ schiet.

Bij Embankment naar de Ferry. Daar vraagt men of we genoeg saldo op de pas hebben staan, en ja natuurlijk hebben we dat. Maar als de Ferry komt geeft het apparaat aan dat we onvoldoende saldo hebben! We snappen er niks van. De dame van de Ferry is zeer behulpzaam. Ze scant onze pas twee keer, nee echt geen saldo, en dan bij een apparaat. Dan blijft dat we geen saldo hebben gekocht, maar een 7 dagen pas. En daarmee krijgen we alleen korting op de Ferry, maar kunnen er niet mee reizen. Dat is mooi balen. Je moet het ook allemaal maar snappen wat zo’n apparaat je meldt. We kopen dan toch maar twee kaartjes. Om nu helemaal met de underground en lightrail naar Greenwich te gaan daar hebben we nu ook geen zin in. Dat kan altijd nog op de terugweg.

De boottocht over de Thames is alleszins plezierig. Een stad beleef je toch anders van het water. Na ca. 45 minuten varen komen we via Tower Bridge, The Tower, Canary Wharfedale aan in Greenwich. Gelijk bij de pier licht de Cutty Sark, een fameuze theeklipper. Mooi gezicht zo’n schip. We lopen zigzag het dorpje in. Dat is het leuke van Londen. Het heeft nog veel wijken en vroegere dorpjes met een eigen karakter. Zo is ook Greenwich. In de straat waar op woensdag of donderdag de markt wordt gehouden schiet het ineens in mijn knie! Ik kan er bijna niet meer op staan. Ik weet dat de beste remedie is om voorzichtig door te lopen, maar dat gaat echt niet. We strijken noodgedwongen neer in de dichtstbijzijnde pub. Dan maar een beker mulled wine. Na ca. 30 minuten toch maar opnieuw proberen in beweging te komen. We lopen langzaam, voorzichtigheid is de baas, richting het planetarium. Het gaat, maar geen rare bewegingen maken en niet te snel en niet te veel stijgen of dalen. Het uitzicht op de heuvel naar het Queens House, het maritiem museum en daarachter de stad is prachtig op deze heldere winterdag.

We besluiten de bus terug te nemen naar de stad. Boven in de dubbeldekker laten we ons terug transporteren naar Russel Square. Vandaar is het niet zo heel veel meer naar ons appartement. Mooi op tijd om ons om te kleden en dan met de metro naar Nopi. We hebben voor vanavond gereserveerd bij het restaurant van Yoram Ottolenghi.

Wat hebben we heerlijk gegeten. Vooraf bieten met labneh voor mij en Joep heeft gegrilde aubergines met zwarte knoflook. Als hoofdgerecht heef Joep de dubbelgebakken kippenpoten en ik de eendeborst. Daar hebben we nog truffelpolentakroketjes bij, met aioli. Mjam! Als toetje heeft Joep gegrilde ananas met kokosijs, en ik heb bloedsinaasappelsorbet. We zitten beneden in de kelder, waar ook de keuken is. Het is mooi om de keukenploeg aan het werk te zien. Het ziet er eigenlijk behoorlijk relaxed uit. Ze werken hard maar je hebt niet het idee dat ze lopen te stressen. En dat is fijn.met een zeer voldaan gevoel lopen we naar buiten, en zeg ik dat we wel terug kunnen lopen. Goed voor de spijsvertering. Niet goed voor mijn knie blijkt halverwege, als er weer een stukje kraakbeen dwars ligt in het gewricht. Grrrrom ! Als dit niet snel beter wordt dan toch maar weer naar de huisarts en/of fysiotherapeut.

London, dag 3

Het was vanochtend bijzonder wakker worden, niet echt prettig. Het bed is ons appartement is echt slecht, hoe slecht kwamen we vanochtend achter toen bleek dat we allebei de afdrukken van de springveren in ons lof hadden staan! Dat was ons gisteren niet opgevallen, maar vandaag wel. Dat kwam omdat we enige capriolen uit moesten halen om mijn zaklantaarn die achter het bed gevallen was tevoorschijn te halen. En als je dan zo voorover gebukt staat zie je ineens bij elkaar welke sporen dit bed achter laat. Ander onplezierig iets was dat mijn rechterknieschijf ineens over mijn knie schoof en zo de boel op slot zette. Zeer pijnlijk! Gelukkig schoot hij ook weer los, maar de rest van de dag bleef hij pijnlijk en moest ik er voorzichtig aan mee doen.

Maar niet getreurd, het duo kreupel en co (Joep ook nog herstellend van een skiblessure) gaat toch gewoon op pad. Richting Camden Town en Camden Market. Daar waren we vijf jaar ook. Nu lijkt het er nog drukker dan toen, en nog meer eet- en toeristententjes met veelal prullaria. De sfeer is er gemoedelijk, maar het is ons te druk.Dan door richting Regent’s Park, langs Regent’s Canal. Ik hou van dit soort stukken in een stad. Het is inmiddels door veel mensen ontdekt, de kanalen waardoor vroeger goederen en mensen de stad in en uit werden vervoerd in longboats. Die kanalen lopen vaak door prachtige stukken van de stad, maar ook gedeeltelijk langs achtertuinen en vergeten stukjes land. In Regent’s Park wordt uitgebreid gerecreëerd en gesport, waaronder door een rugby jongensteam. Ze hebben verschillende shirts aan, maar de onderscheidende rood-witte middenstreep op de shirts van het ene team zijn bijna niet meer te zien door de modder waar ze allemaal flink in liggen rollen in strijd om de bal.

We lopen dan een beetje kriskras op weg naar Holborn, waar mijn penvriend Jason en zijn man Chris wonen. Ze hebben ons uitgenodigd voor een echte British lunch met roast beef, Yorkshire puddings, baked potatoes en veggies. Wij hebben voor de drank gezorgd. Het is grappig hoe je vrienden helemaal uit het oog kunt verliezen, en hoe je na jaren via Facebook dan elkaar weer terugvindt. Eind 2017 was Jason met zijn familie in Amsterdam en na meer dan 25 jaar zagen we elkaar ineens weer. En nu wij in Londen zijn was het een goede gelegenheid om dat contact warm te houden. Het was heel erg gezellig, de gesprekken gingen van bijpraten over de familie, favoriete vakantiebestemmingen tot hoe we in onze relatie staan. Mooi en fijn.

Daarna teruggelopen naar ons appartement waar we een bak thee zetten en een beetje op het bed of stoel hangen.

Londen, dag 2

Vandaag beetje zigzag door Camden, Holborn en Westminster gelopen. Na ontbijt richting de Thames gelopen. Het is heerlijk om door de straten van Londen te lopen. Het is een stad die prachtige oude gebouwen, gezellige authentieke pubs afwisselt met de meest afgrijselijke betonbouw, interssante moderne kantoorhoogbouw met chique appartementen voor the lucky few.

Het altijd interessante Tate Modern bezocht, een overzichtstentoonstelling van Pierre Bonnard. Leuk dat we korting van 50% kregen op vertoon van onze Eurostar ticket. En de indrukwekkende installatie van Tanja Bruguera, Cubaans kunstenaar. Een foto van een Syrische vluchteling wordt zichtbaarder naarmate meer mensen op het oppervlak van het kunstwerk hun lichaamswarmte delen. Heel bijzonder.Daarna richting Saint Pauls Cathedral gelopen, en vlakbij een verlate lunch bij Ye Olde London pub. Daarna weer zigzag terug richting ons appartement, met onderweg wat boodschapjes voor een lichte avondsnack en alvast wijn ingeslagen voor morgen als we bij penvriend Jason en zijn man Chris een traditionele British lunch gaan genieten.

Londen, 25 januari

Het is een nogal stressvolle reis die we achter de rug hebben. Op tijd vertrokken uit Alkmaar met ruime overstaptijd in Amsterdam. Dan de intercity direct naar Brussel, waar we 50 minuten speling hebben tot vertrektijd. We moeten wel uiterlijk 30 minuten voor vertrek aanwezig zijn. Op de NS internationaal reisplanner wordt onze reis gewoon aangeboden. Bij Schiphol is er een wisselstoring, 10 minuten vertraging. Gaande de reis lijken we het in te lopen…9, 7 minuten. Als ik het ter hoogte van station Noorderkempen aan de conducteur vraag zegt hij dat hij denkt dat ze het wel in gaan lopen, want ruime stoptijden in Antwerpen Berchem en op Zaventem. Maar garanderen doet hij niks. ….

20 minuten vertraging loopt de trein uiteindelijk op, we staan soms zenuwvretende ergerlijke minuten te wachten op een station…. Op Brussel-Midi is het dan stevig doorlopen, hardlopen gaat niet voor een geblesseerde Joep naar de balie van de Eurostar. Vlak na ons sluit de incheckbalie, dat is echt een narrow escape. Ik moet zeggen dat mijn klacht op Twitter, dat ik zo’n krappe overstap als de trein vertraging heeft (hij rijdt 84% op tijd) wel voorzien zou willen zien van het advies van een trein eerder goed beantwoord vind. Dus wat dat betreft complimenten voor de NS, maar niet voor de vertraging natuurlijk! En voor het feit dat je op de heenweg nog steeds over moet stappen op Brussel. Dat moet toch anders kunnen. Rest van de reis prima. Ons appartementje in Camden is ienieminie…. de keuken is relatief goed geoutilleerd met een koelkast, fornuis, oven, magnetron en losse kookplaat… maar het keukengerei is zeer mager! Één koekenpan en één steelpan, geen wijnglazen, wel grote thee of koffiemokken.

Soldiers point – Armidale, 31 augustus 2018

Na eerst boodschappen te hebben gedaan in Anna Bay begint onze tocht richting Armidale. Deze plaats ligt zo’n dikke 300 km landinwaarts. In het begin zijn de wegen redelijk goed maar ze worden allengs slechter…. dat rijdt minder goed door, dus onze progressie qua kilometers is minder groot dan we hopen. Daarnaast wordt de vaart uit onze reis ook mede bepaalt door wegwerkzaamheden die om de zoveel kilometers worden verricht.

We beginnen de dag zonnig. In een klein plaatsje onderweg , ik denk dat het Stroud was, doen we een bak koffie met een lekker stukje taart/cake. Één van de dames van de bediening is van half Nederlandse komaf, maar spreekt bijna geen woord Nederlands. Dat heeft hun vader hen nooit geleerd zegt ze. Ze kent appelflap, oliebol, ik hou van jou, opa en oma, ja en nee. Haar vader is met zijn ouders als achttienjarige in de jaren vijftig naar Australië gekomen en nooit meer terug gegaan. Hij kwam uit Amsterdam… en woont nu min of meer in de outback…een behoorlijke verandering. We zullen het wel een paar keer vaker horen, Nederlanders die naar Australië geëmigreerd zijn en hun kinderen geen woord Nederlands leren. Toch jammer dat ze dan onze taal helemaal niet meekrijgen, ook al kun je er niets mee in Australië. Haar vader, vertelt ze dan nog, gaat nu wel wekelijks naar de club van Nederlanders in de regio, Nederlands praten 😉a 75 (1 van 1)

Na de break verder… na ca. 1,5 uur wisselen we ergens in de middle of nowhere. Op de tussenstop waait het heel erg hard, de bus staat te schudden op de handrem. Vlak nadat Joep het stuur heeft overgenomen vallen de eerste druppels regen. En het houdt niet meer op met regenen. Tot aan Armidale blijft het regenen, soms hard, soms heel hard. Onderweg moeten we nog even rustig aan rijden voor een boer die zijn kudde koeien in de berm laat grazen, in plaats van in het weiland. Het lijkt wel Afrika 😉 . Nu zien de weilanden er ook wel dor en droog uit, kaalgevreten. Dus wellicht is het gras groener in de berm, al ziet dat er ook niet florissant uit. Ik lees later in één van onze “Australië” boeken dat het inderdaad vaker gebeurt, en dat de boer er ook voor moet betalen om zijn koeien in de berm te mogen laten grazen. Daar betaalt hij voor aan de overheid. De regen zal dus wel welkom zijn maar mag van ons wel minder….. in de weilanden veel vleeskoeien, (merino)schapen en af en toe een kangoeroe. Langs de weg ligt vaak een doodgereden exemplaar.

In Armidale aangekomen zoeken we de camping op. Highlander Van Park, ik heb het een beetje uitgekozen op de naam, een zwak voor Schotland…. Maar bedenk ik, zou het aan de naam van de camping liggen dat we zoveel regen hebben? 😉

Het meisje bij de receptie is ongekend onvriendelijk. Als ik binnenkom vraagt ze kortaf of ze iets voor me kan doen. Als ik meld dat ik gereserveerd hebt vraagt ze: welke naam? Ik meld dat en ze zegt: u staat op nr. 24, ga hier naar rechts, maak een horseshoe-bocht en zoek nr. 24. Als ik naar de plattegrond kijk, bedenkt ze dat ze het misschien ook even aan kan wijzen. Op ons betaalbewijs staat de wificode…. dat zie ik staan, en ik vraag daar nog even voor de zekerheid naar: ‘die doet het met dit weer waarschijnlijk niet’, zegt ze opnieuw kort. En dan: ‘jullie moeten uiterlijk om 10 uur morgenochtend vertrekken.’ Juist…. Ook als Joep binnenkomt en een grapje maakt over de snoepjes op de balie kan er geen lachje af. We verlaten de receptie maar  om in de stromende regen een horseshoeturn naar onze plek te maken.

Joep gaat even later nog terug om te vragen hoe het zit met de korting die we volgens Apollo zouden moeten krijgen bij dit park. De oudere vrouw die er dan zit, die een stuk aardiger is en het onwillige meisje weg stuurt legt uit hoe het moet… volgende keer aangeven in de kleine opmerkingen bij de boeking. Dat zullen we doen.

Greater Taree, 30 augustus 2018

We staan lekker relaxed op. Vandaag doen we rustig aan. Eerst douchen, ontbijten en dan de was doen. We hebben inmiddels al een flinke hoeveelheid verzameld. En hoewel er ook machines staan, doen wij de was gewoon op de hand. Joep sopt en ik spoel. Zoals bijna altijd op vakantie kun je na een paar dagen wel soep van je kleren koken en ook deze keer is het water behoorlijk donker van het vuil. En dan kamperen we nog niet eens met een tent 😉
Nadat we de was hebben gedaan gaan we het strand op. Deze camping ligt echt tegen het strand aan, één klein straatje tussen twee campinghuisjes door, het duin van ca. 10 meter doorsteken en we staan op het strand. In de branding surft een aantal jongeren. Leuk gezicht, dat beeld hebben we natuurlijk ook van Australië. Surfdudes and girls. De golven zijn hier niet superhoog, volgens mij is goed oefenmateriaal.
We lopen terug naar de camper, maken koffie, smeren broodjes en pakken dan de camper op weg naar Tomaree Head. Een uítstekend stuk aan de kust, waarvan je de top (171 m) kunt beklimmen. Maps.me brengt ons er weer keurig heen, met een kleine omweg want er wordt aan de weg gewerkt. De wandeling is niet al te inspannend, best een klimmetje, maar na de grand stairway van de Three Sisters draaien we er onze hand niet voor om. Het uitzicht boven is prachtig, azuurblauwe zee en bountystranden onder ons. En dan zweeft er boven ons ineens een arend. Echt schitterend! Mijn camera weigert snel op de goede stand te springen, dus ik heb hem niet op de foto, maar wel op het netvlies.

We nuttigen boven ons broodje, en genieten van het uitzicht en de zon op ons gezicht. Heerlijk is het boven, zeker in de luwte. In de wind is het nog fris. Op de restanten van een geschutskoepel zit een Australische raaf parmantig om zich heen te kijken. Hij voelt zich overduidelijk niet bedreigd door ons. Dan ineens is de arend er weer, en deze keer ‘schiet’ ik hem wel. Wat een majestueuze vogel, zoals hij bijna moeiteloos omhoog zweeft op de thermiek. Heel erg fraai. Ik zoek het later op, het is een witbuikzeearend.witbuikzeearend 1 (1 van 1)
We dalen gedeeltelijk via de andere kant van de heuvel weer af, langs de oude (ontmantelde) geschutskoepel uit WO II toen Australië bedreigd werd door Japan. Er is nooit een schot gelost uit de kanonnen, gelukkig maar dat het niet nodig was. Al is het noorden van Australië  wel gebombardeerd, oa Darwin. In die tijd kwamen de Australiërs er achter dat het ‘moederland’ een andere houding ten opzichte van de ‘koloniën’ had dan zij voor ‘mother England’. Natuurlijk had het United Kingdom de handen vol aan de bedreigingen in Europa, maar de aussies hadden op meer support gerekend. Ze stonden er alleen voor, de tommies stonden niet te springen om ook nog in het verre Oceanië een oorlogsfront te bemannen.
We rijden terug naar de camping, tijd voor een kopje thee en wat lezen. De rest van de middag brengen we lekker relaxed door, voor het eerst buiten in een fris zonnetje. Joep heeft op de camping verschillende halve tegels gevonden, die hij gebruikt om het gebrek aan stelblokken op te vangen nu de bus niet horizontaal staat. Slechte service van Apollo, dat was in Nieuw-Zeeland dan beter geregeld bij Apollo. Daar hadden we keurig stelblokken bij de camper, puntje voor de evaluatie.
We gaan op tijd naar bed, morgen hebben we weer een stevige tocht voor de boeg.

Blackheath-Soldiers Point, 29 augustus 2018

Het heeft inderdaad gevroren vannacht, en niet zo’n beetje ook. De ijspegels hangen aan de waterkraan en het gras is wit. We hebben het vannacht dankzij de extra deken die Joep, na telkens om een fleece pillow te hebben gevraagd en de mensen hem niet begrepen 😉 toch nog bemachtigd had, gelukkig niet koud gehad. Maar het was wel zoeken naar de warmste plek in bed 😉 overal waar geen lichaamsdelen  lagen waarde voor ons gevoel een poolklimaat rond. Voordat we opstonden hebben we eerst boven ons gereikt naar de knop van de verwarming… zodra het kacheltje aangaf dat het boven de 10 graden was hebben we ons pas uit bed gewaagd. Brrrra 68 (1 van 1)
Na het ontbijt hebben we de boel opgebroken en op naar het noorden en de kust te gaan. Via de noordelijke route van de Blue Mountains. Dat is een prachtige route, veel minder vaak door toeristen gereden en dus stiller dan de hoofdroute via Katoomba. Op aanraden van de man van het informatiecentrum in Katoomba nuttigen we koffie met appelgebak  in Bilpin, hart van het fruitgebied van de Blue Mountains. We moeten even wachten op de appeltaart, die staat nog in de oven. Bijna klaar verzekert de eigenaar ons, en 10 minuten willen wij wel wachten op versgebakken appeltaart. Die laten we ons daarna ook goed smaken.

De eigenaar heeft een klein ‘altaar’ ingericht voor Elvis, duidelijk een fan. En hij heeft flink wat kaarten en foto’s van Sicilië hangen. Als ik hem daar naar vraag blijkt hij jaren terug geëmigreerd te zijn uit Sicilië naar Australië, en hij komt van oorsprong uit een klein dorp uit de buurt van Syracuse. Toch bijzonder. Dit is nu al de tweede keer dat we een Siciliaan treffen tijdens één van onze reizen. Vorig jaar op weg naar Sicilië waren de eigenaren van het hotelletje in Duitsland waar we op doortocht sliepen ook Sicilianen, die ons maar al te graag tips gaven over hun geboortegrond.

Versterkt door de goede Italiaanse koffie met appelgebak rijden we via de motorway en de outskirts van Sydney richting de kust. Onderweg stoppen we een keer om te switchen van bestuurder. Onze stopplaats is een groot stuwmeer waar een grote pelikaan op een paal ons onverstoorbaar aankijkt en brutale common mina een lamme bonte kraai te slim af is in het wegpikken van het stuk kaas dat uit het broodje van Joep was gevallen.  Je maakt wat mee onderweg 😉 Verder zien we onze eerste kangoeroes gezien, een heel veld vol! Maar geen plek om te stoppen, dus geen foto.

Onze hebben in de Lonely Planet een campsite gevonden die er op papier best leuk uitziet, bij een backpackershostel. Als we er langsrijden vinden we het er wat armoedig uit zien, beetje erg shabby. We besluiten toch maar te kiezen voor de Big4 campsite, stukje verderop aan het strand. We kregen een fijne korting van de dame, zelfs nog hoger dan de korting die we zouden krijgen via Apollo. In plaats van $45,- per nacht, $25, omdat het laagseizoen is en omdat we twee nachten blijven.

Als we de camper hebben geïnstalleerd lopen we het strand op. Dat is gelijk achter de camping.  Het is duidelijk laagseizoen, er zijn heel weinig mensen te bekennen. Wel een crocodile dundee, een eenzame surfer en een prachtige witwangreiger.

Blackheath, Blue Mountains, 28 augustus 2018

Vandaag hebben we twee prachtige wandelingen gemaakt. Vanochtend bleek de mist gelukkig opgetrokken. We wilden van de camping af een wandeling maken. De eigenaar had gezegd dat dit kon. Zijn vrouw raadde ons aan om ook naar Katoomba te rijden en daar de rondwandeling te doen bij de Three Sisters. Als we een beetje doorliepen was dat prima te doen op één dag.

Eerst lopen we naar naar Govett’s leap, dat is dus de wandeling met als startpunt de camping.  Een fraaie wandeling door een dal heen, wat stroompjes en dan weer stijgen. Tussen de eucalyptusbomen door. Er zijn ongelooflijk veel verschillende soorten, wel 600. Ze verliezen hun bast om de zoveel tijd, dat ziet er raar uit. Enorme vellen bast hangen dan naar beneden, alsof ze vervellen. Zo draagt de boom bij aan de verrijking van de bodem. De etherische oliën die in de bast zitten zijn boven de 30 graden snel ontvlambaar, waardoor ze een groot risico vormen tijdens hete zomers. Nu is het niet heet, de kilte van de nacht is nog niet weggetrokken tussen de heuvels. Aan het eind van onze tocht staan we op een uitkijkpunt bij een bezoekerscentrum. Een prachtige blik over de vallei. En als we willen gaan zitten om wat te eten blijken de mensen op het bankje Nederlanders te zijn. Die kom je ook echt overal tegen. We lopen via de weg terug omdat we ook de wandeling in Katoomba nog willen maken.

De weg voert door de ‘buitenwijken’ van Blackheath. Ik zeg buitenwijken, maar het zijn gewoon de straten van dit kleine dorp wat maar een kleine kern heeft met een paar winkels. We hebben gisteren bij het inrichten van de camper gezien dat de keukenuitrusting niet echt geweldig is. De koekenpan is net groot genoeg om twee eieren in te bakken. Voor een lekkere roerbak is hij zeker niet groot genoeg. Joep ziet ineens langs de kant van de weg, in de berm voor een woonhuis een stapeltje pannen staan. Een paar kleine kookpannetjes, maar ook een redelijk grote koekenpan. Groot genoeg voor een eenpansgerecht of roerbak. De anti-aanbaklaag is een beetje beschadigd, maar niet heel erg. Het lijkt of ze er staan om opgehaald te worden door het grofvuil of zo. In ieder geval vindt Joep dat die pan er niet voor niets staat… die gaat mee naar de camper. Pik in het is winter…

We rijden naar Katoomba. We maken de prachtige wandeling rondom de Three Sisters rots formatie. Het is een pittige tocht… eerst dalen we een flink eind, en ‘what comes up must come down’ werkt andersom ook. Aan het eind zit een stevige klim van 900 traptreden. Dat is flink zweten. In Katoomba gaat Joep op zoek naar een nog extra deken. Afgelopen nacht bleek het extra fleeceslaapzakje toch onvoldoende tegen de kou, en voor vannacht wordt 6 graden vorst voorspeld, brrrr. Eerder deze vakantie hebben we in Manly bij de Lidl (ja echt, hebben ze ook in Australië) een stapel fleecedekens gezien, en toevallig zit hier ook een Lidl. Joep gaat op dekenjacht, terwijl ik in de camper blijf wachten. Het duurt enorm lang voordat hij terug komt. Met een deken dat wel. Hij vertelt dat hij in de Lidl geen deken kan vinden. Dat bij alle andere winkels waar hij naar binnen liep zeer vragen aan gekeken werd bij zijn vraag of ze een ‘fleece pillow’ hadden. Dat snap ik wel. In de laatste winkel had hij er zelf één achterin gevonden….  de man bij de kassa had hem er fijntjes op gewezen dat het toch echt een ‘blanket’ was die hij in zijn handen had. We zullen er vannacht schat ik in blij mee zijn.  SAMSUNG CSC

Blackheath, Blue Mountains 27 augustus 2018

We ontbijten, pakken onze koffers in en pakken een taxi om de hoek van het hotel. Het is ongeveer 30-40 minuten rijden van het centrum naar Apollo. Het is druk in de stad, ochtendspits van iedereen die naar het werk gaat. Wij niet, wij gaan lekker kamperen.
Bij Apollo aangekomen moeten we eerst een app downloaden, waarop volgens de dame heel veel nuttige informatie te vinden is.  Nou vooruit dan maar…. het kan op de gratis WiFi van Apollo. Terwijl we wachten totdat zij haar spullen bij elkaar heeft gezocht kan de app binnenlopen, en hoop ik ook nog en passant de ontbrekende kaarten van Maps.me op mijn telefoon te kunnen downloaden. Dat is niet gelukt in het hotel en het lijkt me toch wel handig om ze op twee apparaten te hebben staan.

We krijgen alles keurig uitgelegd, en zoals altijd worden weer allerlei extra’s aangeboden buiten wat we van te voren hadden geregeld. Schoonmaken, extra service voor als we een lekke band zouden krijgen in de middle of nowhere, betaling van de tolwegen. Zo lopen de kosten wel lekker op. Enfin, we zeggen op sommige dingen ja, op andere nee. De dame maakt een bijzonder opmerking: een ‘single roll over’ wordt niet vergoed. Dus als we dreigen een kangoeroe te raken krijgen we het advie om niet te proberen uit te wijken, maar het beest vol raken… want dat wordt wel vergoed!?
Na ca. een uur zij we dan zo ver, we kunnen vertrekken. Eerst nog boodschappen doen. Ook dat kost altijd best veel tijd, zo’n eerste bevoorrading. Je hebt namelijk niks, dus je moet echt alle basics zoals rijst, kruiden, zuivel, brood, pasta, groente, wijn, sap, afwasmiddel, wasmiddel etc. kopen.

Als we van de parkeerplaats afrijden bij Apollo heeft Joep bijna een aanrijding. Auto van links niet gezien. Foei, en op de rotonde even later ook totaal verkeerd gekeken. Maar goed dat we met z’n tweeën kijken. Het is altijd weer wennen om links te rijden en dus ook eerst links te kijken en daarna rechts. Het duurt wel even voordat ik daarna rustig naast hem zit.

Geheel bevoorraad gaan we op pad naar de Blue Mountains, onze eerste stop. Een mooie weg leidt door de bergen, met zicht op dicht beboste berghellingen. De naam Blue Mountains komt van de blauwe waas die er op in de dalen hangt tussen de gom- of eucalyptusbomen. Hoe dichter we bij Blackheath komen, hoe mistiger het wordt, dus nu lijken het meer de White Mountains.A 52a

In Blackheath zelf is het wat zoeken naar de camping, maar die vinden we dan toch. We worden begroet in het Nederlands, of beter gezegd Zuid-Afrikaans zoals de man mij vertelt. Hij heeft er gewoond en gewerkt, en hij herkent onze taal. Een grappige man, die goede zin heeft. We krijgen keurig uitleg over het een en ander, en dan zoeken we ons plekje op. Spullen uit de koffers halen, een plek geven voor de komende vier weken…. de camper ons eigen maken. Nog even door de mist naar het dorp voor wat kleine vergeten boodschappen, koken, en dan op tijd naar bed. Want het is koud hier, rond de vier graden ’s nachts…. gelukkig hebben we een fleeceslaapzakje mee!

Sydney, 26 augustus 2018

Vandaag is het al weer zeven jaar geleden dat ik trouwde met mijn lief.  Elk jaar vieren we onze trouwdag op een bijzondere plek. Van Berlijn, Parijs, London, ergens in de middle of nowhere in Botswana of Zuid-Afrika, Syracuse op Sicilië en nu Sydney. Het maakt eigenlijk niets uit waar we zijn, we zouden het ook in onze achtertuin kunnen vieren. Toch geeft het vieren op een plek die niet thuis is, maar omdat we daar samen zijn even ons thuis is de herinnering aan die glorieuze dag een extra glans mee.

Gisteravond zijn we naar de opera geweest, vandaag doen we een trip naar Manly. Met de ferry van Circular Quay, vanwaar vele veerboten vertrekken naar de verschillende wijken gelegen aan de uitgestrekte baai van Sydney. In Manly hebben we gekozen voor de veel geroemde wandeling naar North Head. Het is volgens de gids een prachtige wandeling, door een natuurpark. Het blijkt wat aan de aangeharkte kant te zijn, over asfalt, ijzeren vlonders en redelijk strakke paden. Pas later aan het eind, als wij waarschijnlijk een afslag hebben gemist wordt het ietsje ruiger.

De route loopt onder andere langs het kerkhof dat hoorde bij het quarantaine station.  Een mooie verstilde plek, waar drama’s schuil gaan achter de graven. Mensen die ver van huis en haard nieuw geluk zochten, onderweg ziek werden en dan onder erbarmelijke omstandigheden verpleegd werden. In de hoop dat ze beter zouden worden en het land toch binnen mochten. Sommigen stierven daar, met het ‘beloofde land’ onder hun voeten, anderen zullen het hebben overleefd en trokken daarna genezen via Sydney Australië verder in.

Onderweg zien we onze eerste boskalkoen gezien, Stephan heeft ons er al voor ‘gewaarschuwd’,  deze komt erg veel voor. Je hoort wat geritsel in de struiken, je vraagt je af welk dier daar zit en negen van de tien keer is het een brush turkey, zoals de Australiërs de vogel noemen.SAMSUNG CSC

We zien op het laatste deel van de tocht ook de eerste kookaburra’s, de vogel met zijn karakteristieke geluid…plus nog schreeuwlelijken van kaketoes (nog niet op foto).
Als we met de ferry terug gaan is het opnieuw gaan regenen. We besluiten te gaan eten in Korea Town, waar we heerlijk hebben gegeten. Het is onze laatste avond in Sydney. Morgen gaan we de camper ophalen, dan gaat het grote reizen beginnen.