Mijn lief is dinsdag jarig, maar we gaan dit weekend alvast weg. Een oude belofte aan een goede vriend inlossen en gezellig op pad in het Duitse Essen. Op vrijdag komen we aan in ons hotel. Het nagelnieuwe NH hotel, pas dit jaar geopend geloof ik. Het zit mooi aan de rand van het centrum, wel vlakbij de doorgaande weg.
Essen is niet een stad waar je gelijk aan denkt voor een leuk weekend weg, zo midden in het Ruhrgebied. We hebben een belofte in te lossen aan onze vriend KP. Hij kwam al vaak naar Alkmaar om mee te lopen in het team van de bibliotheek tijdens de cityrun. En altijd nodigde hij ons uit voor een bezoek aan Essen. Dan moest het er maar eens van komen, en in de kersttijd is het extra gezellig in de Duitse steden. Dat Essen een heel erg grote kerstmarkt heeft wist ik niet eens, maar daar komen we al snel achter. Het hotel zit vol met Nederlanders, en zodra we het centrum binnenlopen is het één en al kerstsfeer en stalletjes.
We lopen eerst de andere kant op, richting de oude synagoge. Een prachtig gebouw, verwoest tijdens de tweede oorlog, daarna weer opgebouwd. Niet meer in gebruik als godshuis, dat is ergens anders in de stad. Nu is het een museum gewijd aan het joods geloof en de joodse geschiedenis. Het is zeker een bezoek waard! Na zeker de anderhalf uur lopen we weer naar buiten. Naast de synagoge staat de oud katholieke kerk, waar op de zijmuur een klein stukje muur zwarter is dan de rest. Een plaquette vertelt dat dit rookschade is van toen de synagoge in brand werd gestoken tijdens de nazitijd, en men niet wil vergeten. Mooi dat men de herinnering aan deze verschrikkelijke tijd levend wil houden als les en waarschuwing voor komende generaties.
De kerk lijkt dicht, maar als we aan de deur voelen is die open. Er is binnen een koor aan het oefenen, het is niet de bedoeling dat we binnenkomen. Maar nu we er toch zijn mogen we heel stil meegenieten. Tot drie maal toe wordt het ave Maria gezongen. Prachtig, zeker ook in de omlijsting van deze bijzondere kerk. Als het koor klaar is verlaten wij ook de kerk.
Het is inmiddels gaan duisteren. Tijd om de verlichting van de kerstmarkt op te zoeken. Naast de gebruikelijke ‘vreet’tentjes met bratwurst en glühwein en bier staan hier ook wel kramen met kerstspulletjes en-prulletjes. Als je goed kijkt kun je ook wel iets minder ‘erg’ vinden van handgemaakte kaarsen, kerstkruidenmengsels, dikke kerstsokken en wanten of mutsen. Het kan ons allemaal niet echt bekoren. Het is ons ook te koud om buiten een glühwein te nuttigen, dus we zoeken ons heil bij het restaurant van het Grillotheater. Voor het theater staan twee grote verlichte Bambi hertjes. Binnen blijkt het theaterrestaurant een Oosterse inkleuring te hebben gekregen. De hapjes zijn onder andere een dip met houmous en babaganoush met pitabrood. Lekker hoor! De glühwein is niet zo zoet als we wel kennen van de wintersport, hij smaakt zelfs licht naar het zure kersensap wat je in Turkije kunt krijgen.
Na opgewarmd te zijn maken we nog een rondje over de kerstmarkt die over drie pleinen verdeeld is voordat we besluiten een restaurant te zoeken. De restaurants in de hoofdstraten zijn allemaal niet erg uitnodigend: grote hamburgerketens of steakhouses, kebabhuisjes of pizzeria’s van de snelle hap. Niet echt onze smaak. Ik heb een reclamebord gezien waarop een Italiaans restaurant staat, waarop antipasti, carne, pasta en pizza staat aangeprezen. Dat geeft de burger moed, dus we zoeken het tentje op. Beetje onooglijk in een zijstraat van de hoofdstraat, in het souterrain van een groot winkel- en appartementsgebouw. Binnen blijkt het ongelooflijk druk te zijn, altijd een goed teken. We hebben niet gereserveerd, en we moeten ca. veertig minuten wachten zegt de eigenaar. We kunnen aan de bar wachten, maar ook daar eten eventueel als we dat niet erg vinden. Joep twijfelt maar ik zeg dat dat prima is. In een tent waar het zo druk is moet het eten wel goed zijn. En dat is het! Het zal wellicht de naam zijn Il Mulino dat meerdere Nederlanders het ook gevonden hebben. Ze draaien die avond twee shifts, en het is een komen en gaan van mensen. Er loopt zeker een man of 16 aan personeel rond in de keuken, bediening en achter de bar. Het personeel spreekt nagenoeg allemaal Italiaans, naast natuurlijk Duits. De ossobuco die ik heb besteld is heerlijk, en Joep zijn varkenshaas met pepersaus is ook prima. Echt een prima tentje! We zijn zo tevreden dat we gelijk voor de volgende dag reserveren en daarna terug naar het hotel.
Zaterdagochtend hebben we antwoord van KP op onze mail. Hij vindt het leuk om af te spreken voor diner. Als we zeggen dat gereserveerd hebben bij Il Mulino blijkt dat het het goed kent en een uitstekende keuze vindt. Mooi gelukje dus!
We lopen na het ontbijt richting Rütterscheid, een wijk in opkomst. Maar eerst langs de centrale bibliotheek van Essen. Een bijzonder gebouw. KP vertelt ons ’s avonds dat het een zwembad is geweest, vandaar de aparte bouwstijl. Bovengronds een langwerpige glazen koepel. Met een trap of lift daal je vervolgens af naar de bibliotheek. Een zeer ruime en lichte centrale ruimte die leeg is, dat vraagt om een grote kerstboom zo in deze tijd van het jaar. De bibliotheek zelf is behoorlijk traditioneel qua inrichting, en daar jeuken mijn vingers van. Wel goed bezocht, en een ruime collectie. Op de jeugdafdeling wordt net voorgelezen, met behulp van een kleine beamer en een IPad worden de platen van het prentenboek op een uitvouwbaar scherm getoond. Zo kunnen alle kinderen meekijken naar de platen.
Na de bieb lopen we achter het station door richting Rü, zoals de wijk liefkozend wordt genoemd. Grappige wijk, nog niet helemaal hip en happening, maar wel op weg. Paar hippe modezaken, designer outlets en een grappig eettentje waar we neer strijken. Bij Oliv eten we een hapje waarna we weer verder lopen. Joep heeft ontdekt dat er een gebouw ontworpen door Hundertwasser vlak in de buurt staat. Dat willen we wel zien. het is het Ronald McDonaldhuis in het Grunga stadspark. Het is even zoeken, maar als we er voor staan is het echt een vrolijke verrassing. Zelfs op deze grauwe dag word je er monter van, en tovert het een glimlach op je gezicht. En dat is knap, want de reden voor de Ronald McDonaldhuizen is natuurlijk niet vrolijkstemmend. Gelukkig zijn wij niet ziek, hebben geen jonge kinderen die kanker hebben, en hoeven dus niet noodgedwongen te overnachten in dit huis. Desalniettemin een mooi gebouw dat je tegemoet lacht. Een sprookjesgebouw waarvan je hoopt dat het degenen die er overnachten sterkt en hen helpt de boze draak van kanker te verslaan.
Nu richting het Folkwang museum voor moderne kunst. Een groot museum dat we gezien de tijd niet helemaal kunnen bekijken, want het is al half vier geweest als we binnenkomen. Er is een tentoonstelling over Italiaanse kunstenaars uit de fascistische periode voor de Tweede Wereldoorlog. Een groep kunstenaars waar we beiden nog nooit van gehoord hebben. De meeste schilderijen hebben een magisch realistische insteek.a deze tentoonstelling lopen we door de vaste tentoonstelling met prachtige schilderijen van Van Gogh, Manet, indrukwekkende beelden van Rodin. Echt de moeite waard om langer bij stil te staan dan we nu doen. We raken wat ‘overvoerd’ van alle kunst. Nu is het museum overigens open tot zes uur, best bijzonder. Maar na anderhalf uur houden we het voor gezien, tijd voor een biertje in het museumrestaurant. We hebben best veel gelopen en op onze ‘hoeven’ gestaan, het is tijd om te relaxen. Na het biertje zetten we weer koers richting ons hotel. Nog even zitten voordat we richting Il Mulino gaan.
Het etentje met KP is heel gezellig. Goed om bij te praten en van hem te horen hoe het gaat. Ik heb Joep van te voren gewaarschuwd dat hij moet zorgen dat hij ongemerkt gaat afrekening. Inmiddels hebben we ervaring met KP, hij is heel goed in geven…de gave van ontvangen moet hij nog ontwikkelen. Na een heerlijke maaltijd (ik heb kalfslever met paddenstoelensaus en Joep en ik delen een overheerlijke zabaglione) staan we op. ‘Maar we moeten nog afrekenen’, zegt KP. Dat is allemaal geregeld zeggen wij. Hij sputtert nog wat tegen, en ik vertel hem dat wij hem bijzonder graag mogen, en herhaal wat ik hierboven net heb gemeld, goed in geven slecht in ontvangen. ‘Hmmpf, dat zeggen meer mensen tegen mij’, zegt hij, en hij haalt zijn schouders op. Als we buiten zijn wil hij ons nog een goede boekhandel laten zien. Als we daarna afscheid nemen stuurt hij Joep nog even weg en drukt hij mij snel een cd in de handen…. hier, voor Joeps verjaardag. Ik bedoel maar… goed in geven 😉
Als we op zondag wakker worden en de gordijnen opengooien blijkt het licht gesneeuwd te hebben. Het dak van de oude synagoge waar we op uit kijken heeft een witte sluier over zijn groene koperen koepel. 
We halen na het ontbijt onze vouwfietsen uit de auto en gaan op de fiets naar Zollverein, een oude koolmijnsite. De mijn is gesloten, het hele terrein met zijn industriële gebouwen, mijnschachten, koolwasserijen is nu werelderfgoed geworden en wordt als cultureel gebied herontwikkeld. Het is even zoeken, Essen is niet echt een fietsvriendelijke stad. In veel gevallen word je geacht op de stoep te fietsen, die naast dat die niet altijd even breed is, met vers gevallen sneeuw nu ook glad is.
Het is een groot terrein waarop het op deze grijze ochtend even zoeken is naar waar de activiteiten zijn. We ontdekken een ijsbaan waar ook een restaurantje bij zit. We fietsen eerst om het hele complex heen, en fotograferen veel. Ik hou van oude industriële gebouwen, zeker als ze nog een beetje in verval zijn. De combinatie van verlaten techniek, de ontmanteling van de plek van hard werken, vuiligheid en zweet, de aandacht voor details waarmee sommige van de gebouwen zijn neergezet, de oprukkende planten die terrein terug winnen wat ooit verloren was gegaan….
We zijn inmiddels behoorlijk verkleumd dus zoeken we het restaurant Die Kokerei op. Lekker aan de glühwein met warme apfelstrudel met vanillesaus. Opgewarmd en versterkt fietsen we daarna naar de andere poot van het terrein. Daar treffen we het Ruhrmuseum dat vertelt over de geschiedenis van de staal- en kolenindustrie in het Ruhrgebied. Een indrukwekkend museum, ondergebracht in de voormalige kolenwasserij. Wat hebben ze dit knap hergebruikt! De opgang is alsof je via een gloeiend hete pijp omhoog rijst. Binnen is er ook een trappenhuis met dezelfde feloranje kleur aangelicht, wat het effect geeft alsof je afdaalt in de hel. Echt heel goed gedaan. Het museum geeft een mooi overzicht van hoe er gewoond en gewerkt werd in het Ruhrgebied. Zeker de moeite van een bezoek waard!
We fietsen vervolgens voordat het donker wordt terug naar het centrum. We zijn onze fietslichten vergeten uit de auto mee te nemen, en het lijkt ons niet verstandig om in het schemer of donker terug te rijden in deze stad die niet ingericht is op fietsers.
Nadat we in de hotelkamer weer opgewarmd zijn gaan we dit keer qua eten ons geluk beproeven op de kerstmarkt. We kunnen tenslotte niet in Duitsland zijn geweest zonder op de kerstmarkt glühwein en een bratwurst te hebben genuttigd. Dus dat doen we…. burp. Omdat het zondag is zijn alle weekendbezoekers al weer huiswaarts en is het een stuk rustiger op de markt. En daarmee ook gelijk wat ongezelliger. We houden het redelijk vlot voor gezien. Tijd om op te warmen in onze hotelkamer, want een echt gezellig kroegje of barretje hebben we niet kunnen ontdekken.
Maandagochtend vertrekken we net na de spits, terug naar huis. Ik heb helaas een vergadering ’s middags, anders waren we nog wel wat langer op de dag gebleven. Eindoordeel: een verrassend leuke stad waarin veel te ontdekken valt.