Sydney, 25 augustus 2018

Na het ontbijt lopen we kriskras door de stad. We beginnen in Chinatown, dat is niet erg groot hier. Darling Harbour dat er vlak naast ligt is een mooie wijk. Er wordt een nieuwe bibliotheek gebouwd, een behoorlijk futuristisch pand. Het is nog niet klaar, ik geloof dat ze achter lopen op de planning.

Verderop gaat ons pad langs Memory Wall. Daarop staan namen van immigranten…indrukwekkend. Zoiets hebben we in New York op Ellis Island ook gezien. Het geeft je een beeld van de verscheidenheid van nationaliteiten die hier in dit land een nieuw bestaan op zijn gaan bouwen. Het zou mooi zijn als de letters in de muur zouden kunnen spreken, werden ze gelukkig of was het hard werken, armoede en een hardvochtig bestaan? Beide kanten van de medaille zullen vast vertegenwoordigd zijn in deze gegraveerde namen.A 35 (1 van 1)

We lopen weer richting binnenstad en komen langs het Queen Victoria Building. Wat een prachtige art deco binnen. Het pand is blijkbaar een paar jaar geleden opgeknapt en huisvest nu zeer chique winkels voor een bovengemiddeld gevulde portemonnee.

We bezoeken St. Mary cathedral opnieuw. Ik vind het een donkere kerk, kan mij niet echt bekoren. Er is wel een prachtig beeld voor de onbekende soldaat gesneuveld in WO I. Er is veel aandacht hier voor de “great war”, waar veel soldaten uit Nieuw-Zeeland en Australië hun leven lieten. Gallipoli is een beruchte, dramatisch verlopen slag uit hun militaire geschiedenis.

Dan lopen we terug naar hotel, we willen ons omkleden voor de opera. Geen idee namelijk of je hier een beetje op chic moet of in je spijkerbroek kunt komen. Dus we kiezen voor gekleed voor zover onze vakantie-uitrusting dat toelaat. We hebben kaarten voor Il Turco in Italia. Het blijkt een schot in de roos. Wat een geweldige voorstelling: een moderne vertolking van de opera van Rossini. Heel grappig. Zoals vaak zit er in het verhaal een persoonsverwisseling/gemaskerd bal/bedrogen echtgenoot. Er is boventiteling en daarin de nodige snedige vertalingen. Het gemaskerd bal wordt bijzonder ingevuld door er een verkleedpartij van te maken waarin de heren als Elvis in zijn witte pak en de dames als Marilyn Monroe met opwaai-jurk zijn uitgedost. Dat was hilarisch en we hebben er hartelijk om gelachen. En natuurlijk was het bijzonder om dit te zien in The Opera House in Sydney. Een mooie viering van ons 7 jaar huwelijk morgen.

Verjaardagsuitje voor mijn lief, 14 t/m 17 december

Mijn lief is dinsdag jarig, maar we gaan dit weekend alvast weg. Een oude belofte aan een goede vriend inlossen en gezellig op pad in het Duitse Essen. Op vrijdag komen we aan in ons hotel. Het nagelnieuwe NH hotel, pas dit jaar geopend geloof ik. Het zit mooi aan de rand van het centrum, wel vlakbij de doorgaande weg.

Essen is niet een stad waar je gelijk aan denkt voor een leuk weekend weg, zo midden in het Ruhrgebied. We hebben een belofte in te lossen aan onze vriend KP. Hij kwam al vaak naar Alkmaar om mee te lopen in het team van de bibliotheek tijdens de cityrun. En altijd nodigde hij ons uit voor een bezoek aan Essen. Dan moest het er maar eens van komen, en in de kersttijd is het extra gezellig in de Duitse steden. Dat Essen een heel erg grote kerstmarkt heeft wist ik niet eens, maar daar komen we al snel achter. Het hotel zit vol met Nederlanders, en zodra we het centrum binnenlopen is het één en al kerstsfeer en stalletjes.

We lopen eerst de andere kant op, richting de oude synagoge. Een prachtig gebouw, verwoest tijdens de tweede oorlog, daarna weer opgebouwd. Niet meer in gebruik als godshuis, dat is ergens anders in de stad. Nu is het een museum gewijd aan het joods geloof en de joodse geschiedenis. Het is zeker een bezoek waard! Na zeker de anderhalf uur lopen we weer naar buiten. Naast de synagoge staat de oud katholieke kerk, waar op de zijmuur een klein stukje muur zwarter is dan de rest. Een plaquette vertelt dat dit rookschade is van toen de synagoge in brand werd gestoken tijdens de nazitijd, en men niet wil vergeten. Mooi dat men de herinnering aan deze verschrikkelijke tijd levend wil houden als les en waarschuwing voor komende generaties.

De kerk lijkt dicht, maar als we aan de deur voelen is die open. Er is binnen een koor aan het oefenen, het is niet de bedoeling dat we binnenkomen. Maar nu we er toch zijn mogen we heel stil meegenieten. Tot drie maal toe wordt het ave Maria gezongen. Prachtig, zeker ook in de omlijsting van deze bijzondere kerk. Als het koor klaar is verlaten wij ook de kerk.

Het is inmiddels gaan duisteren. Tijd om de verlichting van de kerstmarkt op te zoeken. Naast de gebruikelijke ‘vreet’tentjes met bratwurst en glühwein en bier staan hier ook wel kramen met kerstspulletjes en-prulletjes. Als je goed kijkt kun je ook wel iets minder ‘erg’ vinden van handgemaakte kaarsen, kerstkruidenmengsels, dikke kerstsokken en wanten of mutsen. Het kan ons allemaal niet echt bekoren. Het is ons ook te koud om buiten een glühwein te nuttigen, dus we zoeken ons heil bij het restaurant van het Grillotheater. Voor het theater staan twee grote verlichte Bambi hertjes. Binnen blijkt het theaterrestaurant een Oosterse inkleuring te hebben gekregen. De hapjes zijn onder andere een dip met houmous en babaganoush met pitabrood. Lekker hoor! De glühwein is niet zo zoet als we wel kennen van de wintersport, hij smaakt zelfs licht naar het zure kersensap wat je in Turkije kunt krijgen.

Na opgewarmd te zijn maken we nog een rondje over de kerstmarkt die over drie pleinen verdeeld is voordat we besluiten een restaurant te zoeken. De restaurants in de hoofdstraten zijn allemaal niet erg uitnodigend: grote hamburgerketens of steakhouses, kebabhuisjes of pizzeria’s van de snelle hap. Niet echt onze smaak. Ik heb een reclamebord gezien waarop een Italiaans restaurant staat, waarop antipasti, carne, pasta en pizza staat aangeprezen. Dat geeft de burger moed, dus we zoeken het tentje op. Beetje onooglijk in een zijstraat van de hoofdstraat, in het souterrain van een groot winkel- en appartementsgebouw. Binnen blijkt het ongelooflijk druk te zijn, altijd een goed teken. We hebben niet gereserveerd, en we moeten ca. veertig minuten wachten zegt de eigenaar. We kunnen aan de bar wachten, maar ook daar eten eventueel als we dat niet erg vinden. Joep twijfelt maar ik zeg dat dat prima is. In een tent waar het zo druk is moet het eten wel goed zijn. En dat is het! Het zal wellicht de naam zijn Il Mulino dat meerdere Nederlanders het ook gevonden hebben. Ze draaien die avond twee shifts, en het is een komen en gaan van mensen. Er loopt zeker een man of 16 aan personeel rond in de keuken, bediening en achter de bar. Het personeel spreekt nagenoeg allemaal Italiaans, naast natuurlijk Duits. De ossobuco die ik heb besteld is heerlijk, en Joep zijn varkenshaas met pepersaus is ook prima. Echt een prima tentje! We zijn zo tevreden dat we gelijk voor de volgende dag reserveren en daarna terug naar het hotel.

Zaterdagochtend hebben we antwoord van KP op onze mail. Hij vindt het leuk om af te spreken voor diner. Als we zeggen dat gereserveerd hebben bij Il Mulino blijkt dat het het goed kent en een uitstekende keuze vindt. Mooi gelukje dus!

We lopen na het ontbijt richting Rütterscheid, een wijk in opkomst. Maar eerst langs de centrale bibliotheek van Essen. Een bijzonder gebouw. KP vertelt ons ’s avonds dat het een zwembad is geweest, vandaar de aparte bouwstijl. Bovengronds een langwerpige glazen koepel. Met een trap of lift daal je vervolgens af naar de bibliotheek. Een zeer ruime en lichte centrale ruimte die leeg is, dat vraagt om een grote kerstboom zo in deze tijd van het jaar. De bibliotheek zelf is behoorlijk traditioneel qua inrichting, en daar jeuken mijn vingers van. Wel goed bezocht, en een ruime collectie. Op de jeugdafdeling wordt net voorgelezen, met behulp van een kleine beamer en een IPad worden de platen van het prentenboek op een uitvouwbaar scherm getoond. Zo kunnen alle kinderen meekijken naar de platen.

Na de bieb lopen we achter het station door richting Rü, zoals de wijk liefkozend wordt genoemd. Grappige wijk, nog niet helemaal hip en happening, maar wel op weg. Paar hippe modezaken, designer outlets en een grappig eettentje waar we neer strijken. Bij Oliv eten we een hapje waarna we weer verder lopen. Joep heeft ontdekt dat er een gebouw ontworpen door Hundertwasser vlak in de buurt staat. Dat willen we wel zien. het is het Ronald McDonaldhuis in het Grunga stadspark. Het is even zoeken, maar als we er voor staan is het echt een vrolijke verrassing. Zelfs op deze grauwe dag word je er monter van, en tovert het een glimlach op je gezicht. En dat is knap, want de reden voor de Ronald McDonaldhuizen is natuurlijk niet vrolijkstemmend. Gelukkig zijn wij niet ziek, hebben geen jonge kinderen die kanker hebben, en hoeven dus niet noodgedwongen te overnachten in dit huis. Desalniettemin een mooi gebouw dat je tegemoet lacht. Een sprookjesgebouw waarvan je hoopt dat het degenen die er overnachten sterkt en hen helpt de boze draak van kanker te verslaan.

Nu richting het Folkwang museum voor moderne kunst. Een groot museum dat we gezien de tijd niet helemaal kunnen bekijken, want het is al half vier geweest als we binnenkomen. Er is een tentoonstelling over Italiaanse kunstenaars uit de fascistische periode voor de Tweede Wereldoorlog. Een groep kunstenaars waar we beiden nog nooit van gehoord hebben. De meeste schilderijen hebben een magisch realistische insteek.a deze tentoonstelling lopen we door de vaste tentoonstelling met prachtige schilderijen van Van Gogh, Manet, indrukwekkende beelden van Rodin. Echt de moeite waard om langer bij stil te staan dan we nu doen. We raken wat ‘overvoerd’ van alle kunst. Nu is het museum overigens open tot zes uur, best bijzonder. Maar na anderhalf uur houden we het voor gezien, tijd voor een biertje in het museumrestaurant. We hebben best veel gelopen en op onze ‘hoeven’ gestaan, het is tijd om te relaxen. Na het biertje zetten we weer koers richting ons hotel. Nog even zitten voordat we richting Il Mulino gaan.

Het etentje met KP is heel gezellig. Goed om bij te praten en van hem te horen hoe het gaat. Ik heb Joep van te voren gewaarschuwd dat hij moet zorgen dat hij ongemerkt gaat afrekening. Inmiddels hebben we ervaring met KP, hij is heel goed in geven…de gave van ontvangen moet hij nog ontwikkelen. Na een heerlijke maaltijd (ik heb kalfslever met paddenstoelensaus en Joep en ik delen een overheerlijke zabaglione) staan we op. ‘Maar we moeten nog afrekenen’, zegt KP. Dat is allemaal geregeld zeggen wij. Hij sputtert nog wat tegen, en ik vertel hem dat wij hem bijzonder graag mogen, en herhaal wat ik hierboven net heb gemeld, goed in geven slecht in ontvangen. ‘Hmmpf, dat zeggen meer mensen tegen mij’, zegt hij, en hij haalt zijn schouders op. Als we buiten zijn wil hij ons nog een goede boekhandel laten zien. Als we daarna afscheid nemen stuurt hij Joep nog even weg en drukt hij mij snel een cd in de handen…. hier, voor Joeps verjaardag. Ik bedoel maar… goed in geven 😉

Als we op zondag wakker worden en de gordijnen opengooien blijkt het licht gesneeuwd te hebben. Het dak van de oude synagoge waar we op uit kijken heeft een witte sluier over zijn groene koperen koepel. 20181216_100641

We halen na het ontbijt onze vouwfietsen uit de auto en gaan op de fiets naar Zollverein, een oude koolmijnsite. De mijn is gesloten, het hele terrein met zijn industriële gebouwen, mijnschachten, koolwasserijen is nu werelderfgoed geworden en wordt als cultureel gebied herontwikkeld. Het is even zoeken, Essen is niet echt een fietsvriendelijke stad. In veel gevallen word je geacht op de stoep te fietsen, die naast dat die niet altijd even breed is, met vers gevallen sneeuw nu ook glad is.

Het is een groot terrein waarop het op deze grijze ochtend even zoeken is naar waar de activiteiten zijn. We ontdekken een ijsbaan waar ook een restaurantje bij zit. We fietsen eerst om het hele complex heen, en fotograferen veel. Ik hou van oude industriële gebouwen, zeker als ze nog een beetje in verval zijn. De combinatie van verlaten techniek, de ontmanteling van de plek van hard werken, vuiligheid en zweet, de aandacht voor details waarmee sommige van de gebouwen zijn neergezet, de oprukkende planten die terrein terug winnen wat ooit verloren was gegaan….

We zijn inmiddels behoorlijk verkleumd dus zoeken we het restaurant Die Kokerei op. Lekker aan de glühwein met warme apfelstrudel met vanillesaus. Opgewarmd en versterkt fietsen we daarna naar de andere poot van het terrein. Daar treffen we het Ruhrmuseum dat vertelt over de geschiedenis van de staal- en kolenindustrie in het Ruhrgebied. Een indrukwekkend museum, ondergebracht in de voormalige kolenwasserij. Wat hebben ze dit knap hergebruikt! De opgang is alsof je via een gloeiend hete pijp omhoog rijst. Binnen is er ook een trappenhuis met dezelfde feloranje kleur aangelicht, wat het effect geeft alsof je afdaalt in de hel. Echt heel goed gedaan. Het museum geeft een mooi overzicht van hoe er gewoond en gewerkt werd in het Ruhrgebied. Zeker de moeite van een bezoek waard!

We fietsen vervolgens voordat het donker wordt terug naar het centrum. We zijn onze fietslichten vergeten uit de auto mee te nemen, en het lijkt ons niet verstandig om in het schemer of donker terug te rijden in deze stad die niet ingericht is op fietsers.

Nadat we in de hotelkamer weer opgewarmd zijn gaan we dit keer qua eten ons geluk beproeven op de kerstmarkt. We kunnen tenslotte niet in Duitsland zijn geweest zonder op de kerstmarkt glühwein en een bratwurst te hebben genuttigd. Dus dat doen we…. burp. Omdat het zondag is zijn alle weekendbezoekers al weer huiswaarts en is het een stuk rustiger op de markt. En daarmee ook gelijk wat ongezelliger. We houden het redelijk vlot voor gezien. Tijd om op te warmen in onze hotelkamer, want een echt gezellig kroegje of barretje hebben we niet kunnen ontdekken.

Maandagochtend vertrekken we net na de spits, terug naar huis. Ik heb helaas een vergadering ’s middags, anders waren we nog wel wat langer op de dag gebleven. Eindoordeel: een verrassend leuke stad waarin veel te ontdekken valt.

Maarten van Rossempad, 8 en 9 december 2018

Met onze vrienden G en J lopen we graag door het Nederlandse landschap. Het Pieterpad en het Marskramerpad hebben we al ‘afgewerkt’. Nu zijn we bezig met het Maarten van Rossumpad. In het noorden bij Steenwijk begonnen, zakken we af richting Den Bosch. Dit weekend lopen we van Beekbergen naar Laag-Soeren en van Laag-Soeren naar Rozendaal. De weersvoorspellingen zijn niet daverend maar daar laten wij ons niet door weerhouden. Nadat we elkaar eerst in Rozendaal hebben getroffen, en daar één auto hebben achter gelaten rijden we naar Beekbergen, waar we auto 2 achter laten.

Het fijne van door Nederland lopen via zo’n lange afstandspas, is dat je op plekken komt waar je uit je zelf niet zo snel naar toe zult gaan en die onverwacht mooi zijn. Natuurlijk is het lekkerder in het voorjaar of de zomer, maar ook in de winter met minder goed weer is Nederland prachtig. Ook deze twee dagen schotelt de natuur ons prachtige plaatjes voor.

Op de eerste dag is het zoeken naar een koffietentje oid. Het miezert een beetje en dan wil je toch graag even binnen zitten. Net even van de route af zien we een bord staan dat ons vrolijk stemt. Koffie in de binnentuin van een meubel- en bric-en-brac zaak. Heerlijke vijgenwalnotentaart met goeie koffie. De tosti die J. , G. en ik daarna nemen kan helaas niet met bruinbrood, maar is verder oké. Joep is ook niet erg blij met zijn wrap, maar ach…we zitten droog, het is droog geworden ondertussen en we kunnen versterkt weer verder.

We schampen aan de bebouwde kom van Eerbeek, maar ons einddoel van vandaag ligt nog net iets verder. Voordat we ons hotel voor de nacht bereiken lopen we nog langs het fraaie NH kerkje van Laag-Soeren. Jammer dat net als zoveel andere kerken in Nederland ook dit kerke gesloten is. Ik begrijp het wel, blijkbaar kost het teveel en is het risico te groot van diefstal en/of vernielingen. Ik blijf het jammer vinden dat je de meeste kerken niet zomaar in kunt.

Ons hotel De Harmonie in Laag-Soeren heeft een paar kamers die ook als appartement dienst kunnen doen. Morgenochtend krijgen we ontbijt op de kamer, niet in het hotel. We eten heerlijk, een prima wildmenu. Beetje op tijd naar bed want morgen wachten er ook nog wat kilometers. Het hoost de hele nacht door dus we houden ons hart wel een beetje vast. Als dat zondag ook zo is, in combinatie met de wind dreigt het een barre tocht te worden.

Na ons ontbijt, waar ook al geen plakje bruinbrood bij zit, trekken we onze spullen inclusief onze regenpakken aan. Op het moment dat we de deur uitstappen is het droog! Heel fijn. Onze tocht loopt via de Onzalige bossen, het Park Veluwezoom naar de Postbank. Onderweg edelherten in de verte zien verdwijnen tussen de bomen. Lunchen bij de Carolinahoeve, gebouwd voor de leden van het koninklijk huis die kwamen jagen op de Veluwe.

Bij de Posbank betrekt het weer, en valt er af en toe wat regen. Maar omdat de zon niet ver weg is geeft dat prachtige plaatjes met regenbogen.

Sydney, 24 augustus 2018

In onze best krappe hotelkamer in Sydney Hotel CBD beginnen we onze ochtend met het bellen van de Sydney Luggage center. Die blijken vlak om de hoek te zitten. De dame aan de telefoon vertelt ons al vast dat we waarschijnlijk niet meer dan de helft in aanschafwaarde vergoed krijgen, omdat de koffer ouder dan 2 jaar is. Joep haalt zijn koffer alvast leeg. Dan hoeven we straks niet met een volle koffer te slepen en kunnen we met een beetje mazzel een lege, nieuwe koffer mee terug nemen naar de hotelkamer.
Maar eerst gaan we ontbijten, want het regelen van dit soort ongemakken als kapotte koffers gaat beter op een gevulde maag. Het ontbijt in het hotel is geregeld via een klein koffiebarretje voorin het hotel. We kregen gisteravond de keuze voorgelegd om cash te betalen, dat scheelde 10% discount, en we kregen dan vouchers voor een gratis ontbijt. Dat hebben we gedaan, dus nu ontbijten we in het hotel. Maar dan blijft dat we niet helemaal goed gekeken hebben…. een drankje zit er niet bij in, en wij willen muesli…. moet je ook extra voor bijbetalen….. voor $ 5 kan je alleen heel erg vies ontbijt krijgen, allerlei zoets zoals muffin, bananenbrood, of 1 croissant. Nou ja, dan betalen we maar extra… de koffie wordt wel vers gezet met vers gemalen bonen. En de jongen achter de bar is de eigenaar van het barretje en beginnend ‘zakenman’ of barista. Hij heeft duidelijk wel zijn hart bij het koffie maken liggen… hij laat ons twee soorten proeven en heeft er hele verhalen bij. Dat maakt het ontbijt dan best leuk.
Na het ontbijt lopen we naar het Luggage center….. en dan begint het geëmmer. Of we ook een mail hebben met het rapport van Air Nieuw-Zeeland. Nee dus… daarover moet ik bellen. Vreselijke muzikale riedel…. met af en toe…. we’re sorry, all our officers are busy helping someone else, we’ll get to you as soon as possible, your call is important to us….. bla bla bla. Na meer dan vijf minuten wordt dan toch doorgeschakeld. Ik meld de dame aan de andere kant wat er aan de hand is. O zo sorry dat we de mail niet hebben gestuurd. Ik stuur hem nu aan u door. We hebben het helaas heel druk…. als ik vraag of ze de mail dan ook gelijk cc kan sturen naar het Luggage center kan dat niet ivm privacy regels…. maar ze kan er wel een mail achteraan sturen. Vooruit dan maar. Even later hebben de dames van het Luggage center de mail binnen. Dan vraagt de dame of wij de bon bij ons hebben van de koffer…. nee dus! En dan meldt ze dat ze niet gelijk een andere koffer aan ons aan kunnen bieden…ze moet eerst toestemming hebben van Air New Zealand voor welk bedrag ze ons iets mag uitkeren….. en ze weet niet hoelang dat gaat duren. Omdat wij maandag door reizen heeft ze haar twijfels of dat wel gaat lukken. Ze raadt ons aan om er zelf dan met klem achter aan te bellen… een nieuwe koffer op eigen initiatief aanschaffen en dan de bon naar de vliegmaatschappij sturen raadt ze zeer stellig af. Dan krijgen we zeker ons geld niet! Juist! Ze geeft ons ter overweging om de koffer mee terug te nemen en te laten sealen op het vliegveld en nu onze tijd vrolijker te besteden dan wachten op antwoord van de vliegmaatschappij.
Hier word ik zo boos van! Een vliegmaatschappij vernielt iets van je en vervolgens loop je tegen allerlei bureaucratie aan, kost het je je kostbare vakantietijd…. hier hebben wij geen zin in! We pakken de koffer weer mee en gaan in Nederland wel zien of we verhaal kunnen halen. GROM! Daar gaat Air Nieuw Zeeland nog wel meer van horen.

We laten ons humeur er niet door verpesten. We gaan de stad in. We lopen eerst door Kentstreet richting de haven. Even binnen piepen in St. Andrews Cathedral, met een prachtig orgel. Dan door, beetje slingerend richting het water. Via Banrangaroo Park krijgen we zicht op de Harbour Bridge. Een van de iconische bouwsels van de stad. Onderweg is het een allegaartje van oude gebouwen (eind negentiende, begin twintigste eeuw) en moderne hoogbouw. Een soort New York, al staan daar denk ik nog minder oude gebouwen. En behoorlijk wat vogels in de stad. Van regenboogparkieten, witte ibissen, Australische zeemeeuw, treurmaina’s tot maskerkievit. Ik verzin het niet 😉
Het is een beetje zoeken, maar we vinden de ingang van de peiler van de brug waar je in kunt. We hebben niet de behoefte om de brug daadwerkelijk te beklimmen, wat ook een attractie is. De pijler in is genoeg voor ons. In de pijler wordt het verhaal van de bouw van de brug verteld. Een knap staaltje techniek dat door vele handwerkslieden en arbeiders is uitgevoerd. Vele duizenden klinknagels zijn in het staal verwerkt. Mooi en stoer.

Vanaf het hoge platform heb je een prachtig zicht op de stad en het water. Een stad aan het water heeft altijd iets speciaals vinden wij. De beweging en dynamiek van het water, van de boten en in dit geval ook van de diverse veerboten. Altijd beweging.
Het weer is wat dreigend, waardoor het Operahouse met dreigende luchten en de zon op het gebouw er spectaculair bij ligt. We willen onze kaarten voor de voorstelling morgen al ophalen (we hebben kaarten voor een opera om onze huwelijksdag te vieren), maar die zijn nog niet afgeleverd?! Bijzonder. Morgen dan maar op tijd die kant op.
We lopen via The Rocks, waar we stoppen bij een Taproom, oftewel een bierlokaal van een kleine brouwerij. Daar doen we een kleine bierproeverij…..ehm…8 biertjes getest…. het waren maar kleine glaasjes…. met z’n tweeën. Via de botanische tuin richting de centrale bibliotheek van New South Wales. Die is net dicht helaas. Dan lopen we via de buitenkant van het park naar St. Mary Cathedral. Er breekt een enorm kabaal uit in de bomen aan de rad van het park. Een gekakel van jewelste… we hebben het idee dat we midden in de jungle zitten. Geen idee wat het kan zijn. Vogels?

In de kathedraal is de avondmis nog aan de gang.. we komen morgen wel terug. Op het plein voor de kerk staan we nog even te kijken als we ineens allerlei gedaanten zien vliegen. Eerst denken we nog late vogels maar het blijken vliegende vossen te zijn… grote vleermuizen, of liever gezegd vleerhonden. Waarschijnlijk hebben die dat kabaal gemaakt. Ze doen zich te goed aan de vruchten in de bomen aan het plein. Een bijzonder gezicht.
We willen eigenlijk niet te gek doen met eten, maar bij het park en plein zit beneden een boeddhistisch restaurant. Dat ziet er zo grappig uit, en de kaart is best redelijk geprijsd zodat we besluiten daar te eten. Daarna ‘huiswaarts’ naar ons hotel in het Businesscentrum CBD.

23 augustus 2018, Lincoln en Sydney

Vandaag is onze laatste dag in Lincoln, Nieuw-Zeeland. Ken je dat gevoel dat je iets dat fijn is niet voorbij wilt laten zijn? Zo voelen wij ons vandaag. Dus staan we langzaam op. Ons verblijf hier nog wat rekken. Tante Anna gaat nog even naar de kapper en wij pakken onze spullen. Vonne komt langs voor de lunch en wij eten ons ‘galgenmaal’. Nog een aantal foto’s van ons vieren. Dan afscheid. Vorige keer brachten tante Anna en Vonne ons naar het vliegveld, maar dat hoeft deze keer niet. We hebben tenslotte onze eigen huurauto die we nog terug moeten brengen. Tante Anna vindt het maar niks dat ze ons niet weg kan brengen, en wij weten eigenlijk niet wat beter is. Vorige keer was het heel emotioneel op het vliegveld, en dat willen we haar liever niet aan doen. Dan liever bij haar thuis een laatste bakje koffie, de spullen in laden en wegrijden terwijl zij met Vonne op de oprit ons uitzwaait. Het is alsof je een pleister van een wond moet trekken, een snelle actie dan is de pijn minder. Dag, dag, we houden contact… we doen alsof onze ogen per ongeluk wat waterig worden. Hoe fijn het was, hoe hartelijk de ontvangst en het verblijf… het is allemaal al gezegd en hoeft niet herhaald. We rijden weg bij deze fantastische 90 jarige tante en haar dochter.


We leveren de auto af en krijgen een krabbeltje dat hij niet beschadigder was dan eerder. Dan worden we naar vliegveld gebracht. Joep zijn visumaanvraag blijkt hij op Dijk te hebben gedaan, ipv van Dijk. En dat pakt het systeem niet. Hij zou eigenlijk een nieuwe visumaanvraag moeten doen. Gelukkig zegt de dame van Air New-Zealand dat ze het zal overrulen, en dat we toch door kunnen. Pffft, straks maar zien in Australië of dat daar dan allemaal goed gaat. Kun je toch beter ‘Winters’ heten, dan heb je dit soort problemen niet 😉

Het vliegtuig heeft 2 uur vertraging. Bij de securitycheck blijkt Joep zijn zakmes nog in zijn handtas te hebben, vergeten in de koffer te doen. Dat is niet de eerste keer dat dit Joep overkomt. We hebben al een keer de rij bij de Eiffeltoren moeten verlaten omdat hij een zakmes bij zich had. Hij meldt het nu meteen en o wonder, hij mag het meenemen. het lemmet is gelukkig net kort genoeg om nog door de veiligheidsmarges te kunnen.

Op Sydney AirPort aangekomen blijkt Joeps koffer zwaar beschadigd te zijn tijdens het transport. Een wiel er af en de zijkant open gescheurd. We lopen naar de balie van Air New-Zeeland en doen verhaal. We krijgen een formulier mee, en de raad om de volgende dag te bellen met een kantoor van Sydney Luggage center. Die zullen voor een vervangende koffer zorgen.
We kopen op het vliegveld ook gelijk een sim-kaart voor Australië. Makkelijk voor als we ergens naar toe moeten bellen….zoals voor de koffer…. dan de trein naar de stad. Dat is super makkelijk met een OPAL kaart die we ook hebben gekocht. Net zoiets als onze OV-kaart die je kunt opladen.

We vinden ons hotel in het centrum. Een beetje typisch is het, gerund door Chinezen. Of we het hotel cash willen betalen, zo ja, dan krijgen we kortingsbonnen voor het ontbijt. Dat lijkt ons best een aardige deal, dus we spreken af dat we de volgende dag het contact zullen gaan betalen.
We lopen ’s avonds nog even een rondje en daarna hebben we het wel gezien. Slapen!

22 augustus 2018, Akaroa

Vandaag gaan we een tochtje met z’n tweeën doen over het schiereiland Akaroa. Een trip down memory lane. Hier waren we vijf jaar geleden ook, al hebben we toen de andere kant van het schiereiland bekeken. Op aanraden van Geoff rijden we vanaf tante Anna richting Diamond Beach via Gebbies pass. Over een prachtige kronkelweg waarbij je tussen de weilanden door af en toe al een glimp van de oceaan ziet. In de weiden koeien, maar ook schapen met lammetjes. We stappen echt terug in de jaargetijden. Madeliefjes die bloeien en druk gonzende hommels in de nieuwe bloesem. Bloeiende brem. Het is hier voorjaar.

Diamond Beach is een snoepig klein kustplaatsje, een beetje slaperig. Mooie huisjes, en geen echt centrum. Er komt elk uur een Ferry uit Lyttelton aan de andere kant van de baai aan. Daar gaan wij ook naar toe, maar dan met de auto. Over opnieuw de prachtige kustweg, kronkel, kronkel naar Lyttelton en dan door de tunnel naar de gondel aan de andere kant. Prachtig uitzicht boven over de ene kant Christchurch en de andere kant Akaroa.

‘S avonds komen Geoff en Vonne eten, ons afscheid. Morgen onze laatste halve dag in Nieuw-Zeeland. Vroeg naar bed want tante Anna valt om. En hoewel ze telkens zegt dat ze naar bed gaat komt er steeds een nieuw praatje en blijft ze weer hangen. Het is het rekken van de tijd, die onverbiddelijk doortikt. Geen afscheid willen nemen, de tijd optimaal gebruiken. Maar ook voor haar telt de tijd en de vermoeidheid, ze knikkebolt af en toe en wil er niet aan toe geven. Dus zeg ik tegen Joep, die zit te klungelen met haar IMac en gedownloade foto’s, “kom op wij gaan ook naar bed!” En zo geschiedt.

21 augustus 2018, Hanmer Springs

Vandaag gaan we een dagje kuren, lekker badderen in zwavelbaden.  We rijden met Geoff, Vonne en tante Anna naar Hanmer Springs, een spa in de heuvels met natuurlijke hete sulphur en thermale baden. Het is een rit van ca. 2-3 uur. Dat vinden Nieuw-Zeelanders een afstandje van niks, wij zouden in Nederland het land uit zijn en voor een dagtripje naar het buitenland gaan is er toch niet snel bij. Verschillende gewoonten.

Tante Anna wist niet zeker of ze mee wilde. Het was zeker 10 jaar geleden dat ze voor het laatst was geweest, ze kreeg last van haar rug als ze lang in de auto zat, ze was een oude vrouw, en ze zag er niet uit in badpak zei ze tegen mij. Ik zei:” de warme baden zijn goed voor uw rug, u bent niet oud en iedereen ziet er niet uit in badpak, gewoon lekker mee gaan.” En aldus geschiedde 😉
Ik vind het ongelooflijk hoe goed zij zich redt. Vonne helpt haar met het aantrekken van haar badpak, en ze loopt achter een rollator. Het gaat voorzichtig maar ze doet het. Met badmuts op, zonnebril over haar gewone bril, zit ze als een koningin in de hete baden te genieten.  “I can’t believe I’m here” zegt ze met een brede smile. Zo leuk! Als ik negentig mag worden wil ik ook zo zijn. Vol levenslust, met humor en lekker eigenwijs.

Hanmer Springs is een kuuroord dat al lang bestaat. In de loop der jaren is het aangepast aan de eisen van de tijd. Een restaurant erbij, een glijbaan bij het zwembad, hottubs met verschillende temperaturen, verschillende soorten weldadig water. Niet helemaal vergelijkbaar met thermen in Nederland, het is hier iets minder luxe.

Voordat we vertrekken doen Vonne, Joep en ik nog een wandeling naar de top van Conical Hill. Mooi door het bos, met de roep van de bellbird om ons heen. Grappig hoe elk land wel een vogelgeluid heeft dat karakteristiek is. Bij ons is het de grutto of de kievit, in Zuid-Afrika het geluid van de hadada-ibis of van de kaapse tortel. Hier hoor je het geluid van de bellbird en de tui. Het zicht op de top is niet top, het is beginnen te miezeren en het is ook wat laat op de middag. Het begint al wat te duisteren.

We rijden terug en gaan een hapje eten bij het favoriete restaurant van Oom Huub, de overleden man van tante Anna, Yummies. Aziatisch..merendeel chinees. Het is veel te veel dus we krijgen doggybags mee. Thuis kan tante Anna haar ogen bijna niet open houden, dus hup, naar bed.

23, 24 en 25 november 2018, Wolfheze

We hebben ons jaarlijkse weekend weg met onze vrienden A. en M. Om de beurt organiseren we de plek, eventuele routes om te fietsen en te wandelen. Deze keer is het de beurt van A. en M. We ontmoeten elkaar vrijdag aan het eind van de middag in de B&B ‘De acht zaligheden’ in Wolfheze. Wolfheze is een dorp waarin je je ogen uitkijkt op kapitale villa’s, riante buitenhuizen en prachtige negentiende-eeuwse ruimte optrekjes. Meestal met een flink stuk grond er bij en omheind met een stevig hekwerk. Onze B&B heeft ook een toegangshek met afstandsbediening om binnen of buiten te komen. De poort staat voor ons open en de eigenaresse heeft een bordje voor onze parkeerplaats neergezet: “Welkom Erna en Joep”. Dat is een warm welkom. We voegen ons bij onze vrienden.

’s Avonds gaan we uit eten bij restaurant “De Tijd” in Wolfheze. Het is grappig om hier binnen te stappen. Eind vorig jaar zijn we met vrienden B. en C. wezen wandelen in Wolfheze op een zondag dat er code rood was afgegeven door het KNMI wegens sneeuwval. We hebben toen ’s ochtends geprobeerd er koffie te drinken. Dat lukte pas na enig aandringen, want men had toen de zaak nog niet echt open. Nu gaat het beter 😉 We hebben een reservering en ook nog een kortingsbon voor een 3-gangendiner van de B&B gekregen.  We kiezen allemaal een voor-, hoofd- en later nagerecht. Ik heb geen gelukkige keuze qua hoofdgerecht. De empanada’s zijn gevuld met een groentemengsel dat niet genoeg gekruid is. Het is flauw van smaak, en ik heb de saus die erbij zit nodig om het nog een beetje lekker te maken.  Als ik er iets over zeg tegen de jongen van de bediening dan zegt hij dat het vaak voor veel mensen te pittig is en dat hij daarin een gulden middenweg zoekt….Nou ik weet dan niet wat andere mensen pittig vinden, ik had de indruk dat alle kruiden vergeten waren! Hij maakt nog wel een grapje over de sambal van zijn tante, die erbij had gekund…. hij blijkt Molukse roots te hebben…. Een likje van die sambal had ik denk ik toch wel lekker gevonden.

We wandelen zaterdag gedeeltelijk langs de sprengbossen naar Kasteel Doorwerth. Het is een kasteel zoals je dat als klein kind je voorstelt als je aan een kasteel denkt. Met een mooi torentje, een slotgracht en een ophaalbrug. Dit kasteel kent een rijke historie en heeft door de eeuwen heen veel doorstaan. Brand, verwoesting en verwaarlozing. Nu staat het er in volle glorie nadat het in de Tweede Wereldoorlog volledig aan puin geschoten is, in 27 jaar gerestaureerd. Het is mooi om het terug te zien, we waren hier  ook met de enorme sneeuwbui waar ik het eerder over had. Nu geen Christmas carols of gepofte kastanjes, het is een verstilde zaterdagochtend.

We bezoeken het kasteel zelf dat een aantal musea huisvest, waaronder het jachtmuseum, het bosbouwmuseum, het museum Veluwezoom en nog een stuk historie over het kasteel en haar bewoners. In de tentoonstelling van het museum Veluwezoom valt één naam bij de schilderijen me op: X. Münninghoff. Ik vraag de vrijwillige suppoost of hij weet of dat familie is van Alexander Münninghoff, de schrijver van “De stamhouder”. En dat blijkt het geval te zijn, drie generaties terug. Een prachtig boek vond ik dat.

We lunchen in het restaurant “De zalmen” bij het kasteel. Blijkbaar heb ik geen gelukkige hand van kiezen dit weekend want mijn salade van gegrilde groenten valt tegen. De groenten zijn nog aan de rauwe kant, en ik had verwacht dat de groenten nog warm zouden zijn. Dat is niet het geval. De groenten missen wat mij betreft ook een grillsmaak die je wel verwacht als groenten gegrild worden. Het is niet vies, maar het beantwoordt gewoon niet aan mijn verwachtingen. Het blond kasteelbier smaakt overigens prima en gelukkig hebben mijn tafelgenoten allemaal wel een lekker maaltje.

’s Avonds eten we ‘thuis’ in de B&B met een uitstekende afhaalmaaltijd van Lemongrass, Thais restaurant in Oosterbeek. De dame van de B&B vraagt ons per mail of we de vaat en de etensresten in de bak buiten bij de ingang van de serre willen zetten. We voelen ons behoorlijk bekeken. Hoe weet zij nou dat we eten hebben gehaald? De B&B heeft overigens een volledig ingerichte keuken, maar niets werkt. Dat blijkt te maken te hebben met de regels voor een B&B. Als je er ook een maaltijd zou serveren, of zou kunnen klaar maken schijn je voor een ander tarief of onder een andere regelgeving te vallen.

De volgende ochtend legt de dame van de B&B uit dat ze de ruimte, een ruime serre die dient als ontbijtzaal en als verblijfsruimte, niet kan luchten, en dat etenslucht zo lang blijft hangen. Ze krijgt ’s middags weer nieuwe gasten, dus terwijl wij ons ontbijtje nuttigen haalt zij alvast onze bedden af. Ze is op zich hulpvaardig en aardig genoeg, maar onze stijl is het niet. Het is net allemaal teveel controle, te afgepast en te weinig spontaan.

We pakken onze spullen en rijden de auto’s naar een parkeerplek bij een hotel. Daarna maken we nog een prachtige wandeling over de hei en door de sprengbossen. Op de hei hangt nog een vage mist, alsof de witte wieven na hun nachtelijke dansen hun sluiers nog als lichte herinnering achter hebben gelaten. Mooi! Het is sowieso een prachtige omgeving. De heide met zijn glooiende heuvels en weidse blikken afgewisseld met beuken- en dennenbossen. En natuurlijk verderop de Wodaneiken, majestueuze bomen die hun kruinen wijd uitstrekken naar boven.

Ik hou van de verscheidenheid van de structuur van de bomen. De ruige bast van dennenbomen, de bemoste stam van een eik, de knoestige stam van een beuk of de gedraaide stronk van een oude acacia. Je hoeft niet ver te gaan om je te kunnen verheugen in de schoonheid van de natuur.

Christchurch, 20 augustus 2018

Vandaag gaan we met ons tweeën Christchurch bezoeken. Met de huurauto rijden we op de aanwijzingen van maps.me naar het centrum. Wat een handige hulp is dat! We besluiten lekker de toerist uit te hangen en nemen de historische tram door de stad. De trambestuurster geeft een goede uitleg van alles wat we zien, over de historie en over de aardbeving. Er staan bijna geen oude gebouwen meer in de stad overeind, wat er nog is proberen ze te behouden. Maar dat valt niet mee. Hoge kosten en geen garanties dat bij een volgende aardbeving de boel niet alsnog zal instorten. En de verzekeringen stellen hogere eisen of willen iets helemaal niet verzekeren…. mijn vader zegt het altijd al:”Banken en verzekeringsmaatschappijen zijn de roofridders van deze tijd.” Er liggen ook van overheidswege stevige eisen: je moet grondtesten doen, en afhankelijk van de conditie wordt bepaald hoe aardbevingsproof een gebouw gemaakt moet worden. Veel wordt nu gebouwd met glas, rubber, polystyreen, hout. Baksteen en beton zijn uit, en ook dakpannen mogen niet meer, dat is te aardbevingsgevoelig.

Er wordt een prachtige nieuwe centrale bibliotheek gebouwd. Die gaat in oktober open, dus we zijn net te vroeg. Het is leuk om te horen dat de trambestuurder ons meldt ‘dat hij niet kan wachten tot de bieb open gaat’. Mooi dat de bibliotheek zo leeft in de harten van de mensen.
Overal in de stad dus hijskranen, steigers en zeecontainers. Die laatste gebruiken ze ook al extra stut voor gebouwen die in dreigen te storten.  Er moet duidelijk nog veel gebeuren, al zien wij echt grote verschillen met vijf jaar geleden. Toen waren veel wegen nog opgebroken, niet gerepareerd en provisorisch hersteld of omgelegd. Het originele stratenpatroon lijkt grotendeels hersteld.

‘S avonds eten we gezellig met z’n drieën thuis bij tante Anna.

Christchurch, 19 augustus 2018

We worden om half tien zo’n beetje wakker. We hebben meer dan de klok rond geslapen. Dat hadden we blijkbaar nodig. Na een laat ontbijt komt Vonne binnen vallen om ons mee te nemen naar Geoff. Maar eerst hebben we nog een klusje te klaren. Ik ben er vanochtend achter gekomen dat ik mijn IPad in het vliegtuig heb laten liggen, zo stom! Tante Anna meldt het aan Vonne, en die heeft contacten. De moeder van een oud-klasgenoot van haar zoon werkt op het vliegveld. Via haar krijgt ze het nummer van Singapore Airlines en wordt er een telefoontje gepleegd. En ja, mijn IPad is gevonden en we kunnen hem op komen halen. Samen met Vonne rijd ik naar het vliegveld om mijn tablet op te halen. De dame van de vliegmaatschappij komt gelijk aan met mijn apparaat en ik ben zeer blij!   We rijden met Vonne naar Geoff, die lunch heeft bereid. Hij heeft zich uitgesloofd, whitebait omeletjes, kreeft, schol en twee salades. Oef, ook al is het allemaal licht verteerbaar we hebben ons buikje wel vol.

Daarna worden we rond gereden door Geoff en Vonne door het centrum van Christchurch. Langs de Rememberance wall en poort. Het laatste is een herdenking van de gevallen ANZAC(Australian and New-Zealand Army Corps) soldaten uit WO I en II. Het eerste is de muur van herdenking met de namen van de slachtoffers van de aardbeving uit 2011. Indrukwekkend! Geoff en Vonne kenden ook mensen wiens naam op de muur staat.

‘S avonds komt er een flinke delegatie van de familie voor diner. Iedereen heeft iets meegenomen, en wij hebben voor de wijn gezorgd. Het is een gezellige potpourri van jong en oud. Heel levendig. Tante Anna zit als stralend middelpunt te genieten van al die familie om haar heen, vier generaties.